2.3.9 Wet- en regelgeving

JGZ-richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking

JGZ-richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking

Vrouwelijke genitale verminking

VGV wordt internationaal erkend als een ernstige schending van de mensenrechten van meisjes en vrouwen. Omdat VGV de diepgewortelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen weerspiegelt, is dit een vorm van gender discriminatie. VGV is een schending van het recht op gezondheid, het recht op lichamelijke en psychische integriteit. Daarnaast is er nog het verbod op marteling en onmenselijke behandeling en het recht op leven (aangezien de procedure van VGV tot de dood kan leiden). Het wordt bijna altijd uitgevoerd op minderjarigen en is daarom ook een schending van de rechten van het kind en een vorm van kindermishandeling [22][21].

In Nederland is VGV strafbaar onder het algemene misdrijf mishandeling [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 300 t/m 304). Ook in andere Europese landen is VGV strafbaar. Het Strafrecht is niet van toepassing als het kind al besneden is bij aankomst in Nederland. Tot nu toe zijn er geen veroordelingen geweest of gevallen bekend van in Nederland uitgevoerde VGV. Het is waarschijnlijk dat uitvoering van VGV zal worden aangemerkt als zware mishandeling met voorbedachten rade. Hier staat in 2025 een maximale gevangenisstraf op van vijftien jaar of een geldboete van maximaal € 103.000 [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 302, 23). Ook kun je strafbaar zijn als je VGV niet zelf hebt uitgevoerd, maar er wel bij betrokken bent geweest. Iedereen die een meisjesbesnijdenis uitvoert of meewerkt aan de besnijdenis van een meisje is strafbaar. Deze handelingen worden volgens de Nederlandse strafwet beschouwd als uitlokking, medeplichtigheid of mededaderschap [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 47 en 48). Wanneer de vrouwelijke genitale verminking wordt begaan buiten Nederland, kan de dader worden vervolgd als hij of zij de Nederlandse nationaliteit heeft of iemand is die zijn vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en indien de dader na het plegen van het feit de Nederlandse nationaliteit heeft verworven of in Nederland zijn vaste woon- of verblijfsplaats heeft verkregen. In alle gevallen is het voor vervolging niet vereist dat VGV ook strafbaar is in het land waar de besnijdenis is uitgevoerd [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 7 lid 2 sub d Sr).

Aangifte en verjaringstermijn 

Wanneer de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in Nederland een vaste woon- of verblijfsplaats heeft kan deze worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde VGV [21]. Vanaf 1 juli 2009 is de verjaringstermijn verlengd. Een vrouw heeft tot het moment waarop zij de leeftijd van 38 jaar bereikt de mogelijkheid om aangifte te doen van haar besnijdenis.

Asiel en verblijfsrecht 

In Nederland kan het risico op VGV een geldige grond zijn voor asiel. Dit betekent dat meisjes en vrouwen die vrezen voor VGV in hun land van herkomst in aanmerking kunnen komen voor bescherming binnen het Nederlandse asiel- en verblijfsrecht. Het is belangrijk dat JGZ-professionals hiervan op de hoogte zijn, maar zij spelen hierin zelf geen directe rol. De relatie tussen gezondheidskwesties, risico’s op mishandeling en verblijfsrecht is complex en voorlichting over het vreemdelingenrecht is geen verantwoordelijkheid van de JGZ. Wanneer in een moment van contact een relatie wordt gelegd tussen verblijfsrecht in Nederland en vrouwenbesnijdenis kun je de ouder of het meisje adviseren deze vragen voor te leggen aan de rechtshulp.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen