2.2 Online communicatie

Praktijkmodule Beeldbellen in de Jeugdgezondheidszorg

Praktijkmodule Beeldbellen in de Jeugdgezondheidszorg

Deze paragraaf is gebaseerd op het Nederlands Leerboek JGZ, hoofdstuk Online opvoedingsondersteuning [5].
De communicatie tijdens het beeldbellen is (deels) anders dan in een ‘gewoon’ gesprek. Naast kennis over de online mogelijkheden en de gebruikte programma’s binnen de organisatie, is het belangrijk om als JGZ-professional te beschikken over kennis en vaardigheden met betrekking tot online communicatie en online methodisch handelen. Online communicatie is iets dat, net als gespreksvaardigheden, geoefend en getraind kan worden.

Houd er bijvoorbeeld rekening mee dat sommige ouders en jeugdigen ander gedrag kunnen laten zien tijdens een online gesprek: men deelt opvallend veel of gevoelige informatie, men deelt een overvloed aan details of men raakt geremd in de communicatie.

Net zo belangrijk als in face-to-face contacten is het belang van de ‘alliantie’, in dit geval de ‘online alliantie’. Dit is een combinatie van de persoonlijke klik (begrip, empathie) en de overeenstemming over het doel en de aanpak. Dit is een wederkerig proces: zowel de ouder/jeugdige als de professional dragen hieraan bij. Uit onderzoek blijkt dat de online alliantie net zo sterk is als de alliantie in gesprekken [6]. Professionals kunnen de online alliantie positief beïnvloeden door methodisch te communiceren (bijvoorbeeld via oplossingsgericht werken of motiverende gespreksvoering).

Vijf-fasen model

Zowel in face-to-face gesprekken als in online contacten kan een structurering in 5 fasen helpen.
Dit model helpt in het aanbrengen van structuur, het verhelderen van het doel van het gesprek en in timemanagement. Voor de JGZ-professional zorgt het model dat alle zinvolle informatie besproken wordt met de ouder/jeugdige, en voor de ouder/jeugdige zorgt dit ervoor dat het een overzichtelijk gesprek blijft en de vragen beantwoord worden. Dit model wordt bijvoorbeeld ook toegepast in de chat voor Groeigids.nl Deze linkt opent in een nieuw tabblad.

De 5 fasen zijn (zie ook figuur 1):

Stap 1. Kennismaking
Een warm welkom. Aandacht besteden aan inhoud en emotie. Het is belangrijk om niet in te vullen, ook al is er weinig informatie. Door middel van een open vraag nodig je de ouder uit om te praten, bijvoorbeeld ‘Wat wil jij bespreken?’. Benoem hierbij ook wat jij als JGZ-professional tijdens het contact aan de orde wilt laten komen.

Stap 2. Verkenning
Vraag verhelderen. Door vragen te stellen wordt de situatie verkend en kan de ouder/jeugdige het verhaal vertellen. Daarbij is het belangrijk om snel tot de kern te komen. Samenvatten en open vragen stellen kunnen daarbij helpen, bijvoorbeeld: ‘Wat vind jij het belangrijkste?’.

Stap 3. Doelstelling
Gespreksdoel vaststellen. Ook in deze fase zijn open vragen essentieel. Hiermee achterhaal je wat de ouder/jeugdige verwacht van het contact, en wat hij/zij zou willen bereiken. Hierdoor kun je samen een realistisch gespreksdoel bepalen.

Stap 4. Plan van aanpak
Gespreksdoel uitwerken. Tijdens een online contact kan dit bijvoorbeeld door samen te brainstormen, voors en tegens op een rij te zetten, te informeren of aan te moedigen om een stap te zetten.

Stap 5. Afronding
Cirkel rond maken. Ga samen met de ouder/jeugdige na of het doel van het contact behaald is. Hiermee kan het gesprek goed afgerond worden. Samen met de ouder/jeugdige wordt het vervolg bepaald.

Figuur 1: een visuele weergave van het 5-fasen model Deze linkt opent in een nieuw tabblad [5].

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen