Deze richtlijn gaat over Vrouwelijke Genitale verminking (VGV). VGV is een vorm van kindermishandeling. De jeugdgezondheidszorg heeft een preventieve, signalerende en wettelijke rol in het beschermen van meisjes tegen VGV. Voor het werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld verwijzen we naar de JGZ-richtlijn Kindermishandeling.
1 Inleiding
JGZ-richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking
JGZ-richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Stuur jouw feedback naar onze servicedesk. Zoek het tekstgedeelte waarbij je suggesties voor verbetering hebt. Via de knop ‘Geef jouw feedback’ kun je voor deze JGZ-richtlijn en het specifieke hoofdstuk jouw suggesties doorgeven.
Richtlijn inhoudsopgave
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Signaleren Ga naar pagina over 3 Signaleren
4 Begeleiden en ondersteunen Ga naar pagina over 4 Begeleiden en ondersteunen
5 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 5 Samenwerken en verwijzen
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Verantwoording Ga naar pagina over 7 Verantwoording
8 Totstandkoming Ga naar pagina over 8 Totstandkoming
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Signaleren Ga naar pagina over 3 Signaleren
4 Begeleiden en ondersteunen Ga naar pagina over 4 Begeleiden en ondersteunen
5 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 5 Samenwerken en verwijzen
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Verantwoording Ga naar pagina over 7 Verantwoording
8 Totstandkoming Ga naar pagina over 8 Totstandkoming
Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedback[1] Abathun AD, Sundby J, Gele AA. Attitude toward female genital mutilation among Somali and Harari people, Eastern Ethiopia. International journal of women's health 2016;8():557-569
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27785105[2] Ahinkorah BO, Hagan JE, Ameyaw EK, Seidu A-A, Budu E, Sambah F, Yaya S, Torgbenu E, Schack T. Socio-economic and demographic determinants of female genital mutilation in sub-Saharan Africa: analysis of data from demographic and health surveys. Reproductive health 2020;17(1):162
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-020-01015-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33092624[3] Al-Taj MA, Al-Hadari MH. Prevalence and drivers of female genital mutilation/cutting in three coastal governorates in Yemen. BMC public health 2023;23(1):1363
http://dx.doi.org/10.1186/s12889-023-16299-y https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37461020[4] Boyle EH, Svec J. Intergenerational Transmission of Female Genital Cutting: Community and Marriage Dynamics. Journal of marriage and the family 2019;81(3):631-647
http://dx.doi.org/10.1111/jomf.12560 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31741540[5] Cappa C, Thomson C, Murray C. Understanding the association between parental attitudes and the practice of female genital mutilation among daughters. PloS one 2020;15(5):e0233344
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0233344 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32437387[6] Dehghankhalili M, Fallahi S, Mahmudi F, Ghaffarpasand F, Shahrzad ME, Taghavi M, Fereydooni Asl M. Epidemiology, Regional Characteristics, Knowledge, and Attitude Toward Female Genital Mutilation/Cutting in Southern Iran. The journal of sexual medicine 2015;12(7):1577-83
http://dx.doi.org/10.1111/jsm.12938 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26139452[7] Pastor-Bravo MDM, Almansa-Martínez P, Jiménez-Ruiz I. Factors contributing to the perpetuation and eradication of female genital mutilation/cutting in sub-Saharan women living in Spain. Midwifery 2022;105():103207
http://dx.doi.org/10.1016/j.midw.2021.103207 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34879313[8] The DHS Program - Quality information to plan, monitor and improve population, health, and nutrition programs.
https://dhsprogram.com/[9] Elamin, W, Mason-Jones, A.J.. Female genital mutilation/cutting: A systematic review and meta-ethnography exploring women's view of why it exists and persists. International Journal of Sexual Health 32(1), 1–21 2019
https://doi.org/10.1080/19317611.2019.1683115[10] El-Gibaly O, Aziz M, Abou Hussein S. Health care providers' and mothers' perceptions about the medicalization of female genital mutilation or cutting in Egypt: a cross-sectional qualitative study. BMC international health and human rights 2019;19(1):26
http://dx.doi.org/10.1186/s12914-019-0202-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31455345[11] Gele AA, Kumar B, Hjelde KH, Sundby J. Attitudes toward female circumcision among Somali immigrants in Oslo: a qualitative study. International journal of women's health 2012;4():7-17
http://dx.doi.org/10.2147/IJWH.S27577 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22312195[12] Pharos (2023) Meisjesbesnijdenis - algemene informatie en terminologie
https://www.pharos.nl/infosheets/algemene-informatie-over-meisjesbesnijdenis/[13] Leidraad Medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV). 2019
https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2019/11/Leidraad-Medische-zorg-voor-vrouwen-en-meisjes-met-vrouwelijke-genitale-verminking-VGV.pdf[14] Pashaei T, Ponnet K, Moeeni M, Khazaee-pool M, Majlessi F. Daughters at Risk of Female Genital Mutilation: Examining the Determinants of Mothers' Intentions to Allow Their Daughters to Undergo Female Genital Mutilation. PloS one 2016;11(3):e0151630
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0151630 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27031613[15] Pijpers, F.I.M., Exterkate, M., De Jager, M.. Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) voor de Jeugdgezondheidszorg 2010
https://www.pharos.nl/wp-content/uploads/2018/10/Standpunt_Preventie_van_Vrouwelijke_Genitale_Verminking_door_de_Jeugdgezondheidszorg_Pharos.pdf[16] Sanni FO, Sanni EA, Onyeagwaibe C, Ahamuefula T. A retrospective analysis of the trends in the prevalence of female genital mutilation and associated factors among women of reproductive age in Nigeria 2011-2021. Journal of family medicine and primary care 2024;13(8):3084-3093
http://dx.doi.org/10.4103/jfmpc.jfmpc_1742_23 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39228647[17] Suzuki C, Meekers D. Determinants of support for female genital cutting among ever-married women in Egypt. Global public health 2008;3(4):383-398
http://dx.doi.org/10.1080/17441690701437187 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39390700[18] Female genital mutilation (FGM/C) statistics - UNICEF Data.
[20] Wodon, Q., Yedan, A., Leye, E.. Female genital cutting in Egypt: drivers and potential responses. Development in Practice 27(5), 708–718. 2017
https://doi.org/10.1080/09614524.2017.1330401[21] Wetboek van Strafrecht
https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01#BoekTweede[22] Van de Putte, E., Lukkassen, I., Teeuw, A.. Medisch handboek kindermishandeling 2024
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2960-1[23] Babbs G, Weber SE, Abdalla SM, Cesare N, Nsoesie EO. Use of machine learning methods to understand discussions of female genital mutilation/cutting on social media. PLOS global public health 2023;3(7):e0000878
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pgph.0000878 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37490461[24] Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2015) Schema Ontwikkelingsaspecten en omgevingsinteractie (O&O) 2015
https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/docs/d5771c50-bac7-4fb6-a307-e302b14d664b.pdf%20[25] Pharos. Cultuursensitief werken: handvatten voor professionals in de zorg en het sociaal domein
https://www.pharos.nl/cultuursensitief-werken-zorg-sociaal-domein-handvatten/[26] Wondwossen Fantaye A, Konkle AT. Social media representation of female genital cutting: A YouTube analysis. Women's health (London, England) 2020;16():1745506520949732
http://dx.doi.org/10.1177/1745506520949732 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32960746[27] GGD GHOR NEDERLAND. (z.d.). Forensisch Medische Expertise bij Kinderen (FMEK)
https://ggdghor.nl/wp-content/uploads/2019/10/Factsheet-Wat-is-FMEK-1.pdf[28] Kool, R.,, Beijer, A.,, Drumpt, C.,, Eelman, J.,, Knoops, G.,. Vrouwelijke genitale verminking in juridisch perspectief - Achtergrond studie 2005
https://www.raadrvs.nl/binaries/raadrvs/documenten/publicaties/2005/03/23/vrouwelijke-genitale-verminking-in-juridisch-perspectief/Vrouwelijke_genitale_verminking_in_juridisch_perspectief.pdf[30] Rijksoverheid. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode[31] Balfour J, Abdulcadir J, Say L, Hindin MJ. Interventions for healthcare providers to improve treatment and prevention of female genital mutilation: a systematic review. BMC health services research 2016;16(1):409
http://dx.doi.org/10.1186/s12913-016-1674-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27542732[32] Dixon S, Duddy C, Harrison G, Papoutsi C, Ziebland S, Griffiths F. Conversations about FGM in primary care: a realist review on how, why and under what circumstances FGM is discussed in general practice consultations. BMJ open 2021;11(3):e039809
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2020-039809 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33753429[33] Evans C, Tweheyo R, McGarry J, Eldridge J, Albert J, Nkoyo V, Higginbottom G. Crossing cultural divides: A qualitative systematic review of factors influencing the provision of healthcare related to female genital mutilation from the perspective of health professionals. PloS one 2019;14(3):e0211829
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0211829 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30830904[34] Karlsen S, Carver N, Mogilnicka M, Pantazis C. 'Putting salt on the wound': a qualitative study of the impact of FGM-safeguarding in healthcare settings on people with a British Somali heritage living in Bristol, UK. BMJ open 2020;10(6):e035039
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2019-035039 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32554738[35] Pharos. (z.d.) In gesprek over meisjesbesnijdenis - geaccrediteerde e-learning.
https://www.pharos.nl/kennisbank/in-gesprek-over-meisjesbesnijdenis-geaccrediteerde-e-learning/[36] Van Duijneveldt, I., Groen, L., Knapp, M., De Nooijer, A.. Signaleren en melden van vrouwelijke genitale verminking.
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-98eb3357-a66e-4d6c-8ba3-1e6dedcd7397/pdf[37] Van Gameren, S., & Van Gameren, S. (2019). Preventie van kindermishandeling. Bohn Stafleu van Loghum. 55 p.
[38] Kawous R, van den Muijsenbergh METC, Geraci D, van der Kwaak A, Leye E, Middelburg A, Ortensi LE, Burdorf A. The prevalence and risk of Female Genital Mutilation/Cutting among migrant women and girls in the Netherlands: An extrapolation method. PloS one 2020;15(4):e0230919
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0230919 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32271813[39] Agboli AA, Richard F, Aujoulat I. "When my mother called me to say that the time of cutting had arrived, I just escaped to Belgium with my daughter": identifying turning points in the change of attitudes towards the practice of female genital mutilation among migrant women in Belgium. BMC women's health 2020;20(1):107
http://dx.doi.org/10.1186/s12905-020-00976-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32429984[40] World Health Organization [WHO]. Female Genital Mutilation 2024
https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/female-genital-mutilation[41] End FGM European Network. FGM in Europe 2024
https://endfgm.eu/female-genital-mutilation/fgm-in-europe/[42] Berg RC, Odgaard-Jensen J, Fretheim A, Underland V, Vist G. An updated systematic review and meta-analysis of the obstetric consequences of female genital mutilation/cutting. Obstetrics and gynecology international 2014;2014():542859
http://dx.doi.org/10.1155/2014/542859 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25505915[43] Pallitto C, Ruiz-Vallejo F, Mochache V, Stein K, Vogel JP, Petzold M. Exploring the health complications of female genital mutilation through a systematic review and meta-analysis. BMC public health 2025;25(1):1387
http://dx.doi.org/10.1186/s12889-025-21584-z https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40229755[44] Nzinga A-M, De Andrade Castanheira S, Hermann J, Feipel V, Kipula AJ, Bertuit J. Consequences of Female Genital Mutilation on Women's Sexual Health - Systematic Review and Meta-Analysis. The journal of sexual medicine 2021;18(4):750-760
http://dx.doi.org/10.1016/j.jsxm.2021.01.173 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33618990[45] Berg RC, Denison E. A tradition in transition: factors perpetuating and hindering the continuance of female genital mutilation/cutting (FGM/C) summarized in a systematic review. Health care for women international 2013;34(10):837-59
http://dx.doi.org/10.1080/07399332.2012.721417 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23489149[46] O'Neill S, Pallitto C. The Consequences of Female Genital Mutilation on Psycho-Social Well-Being: A Systematic Review of Qualitative Research. Qualitative health research 2021;31(9):1738-1750
http://dx.doi.org/10.1177/10497323211001862 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34098783[47] Berg RC, Denison E. Effectiveness of interventions designed to prevent female genital mutilation/cutting: a systematic review. Studies in family planning 2012;43(2):135-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23175952[48] Waigwa S, Doos L, Bradbury-Jones C, Taylor J. Effectiveness of health education as an intervention designed to prevent female genital mutilation/cutting (FGM/C): a systematic review. Reproductive health 2018;15(1):62
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-018-0503-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29650025[49] Njue C, Karumbi J, Esho T, Varol N, Dawson A. Preventing female genital mutilation in high income countries: a systematic review of the evidence. Reproductive health 2019;16(1):113
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-019-0774-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31331357[50] Turkmani S, Homer CSE, Dawson A. Maternity care experiences and health needs of migrant women from female genital mutilation-practicing countries in high-income contexts: A systematic review and meta-synthesis. Birth (Berkeley, Calif.) 2019;46(1):3-14
http://dx.doi.org/10.1111/birt.12367 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29954045[51] Abdalla SM, Galea S. Is female genital mutilation/cutting associated with adverse mental health consequences? A systematic review of the evidence. BMJ global health 2019;4(4):e001553
http://dx.doi.org/10.1136/bmjgh-2019-001553 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31406589[52] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect. Child abuse & neglect 2013;37(7):475-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082[53] Van der Put CE, Stolwijk IJ, Staal IIE. Early detection of risk for maltreatment within Dutch preventive child health care: A proxy-based evaluation of the long-term predictive validity of the SPARK method. Child abuse & neglect 2023;143():106316
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106316 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774[54] Stolwijk IJ, van der Put CE, Staal II. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode. JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/rsw8p418[55] Toolkit Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling 2019
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode/toolkit-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling[56] KNMG. KNMG- Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld 2023
https://www.jgzrichtlijnen.nl/richtlijn/jgz-richtlijn-kindermishandeling/2-signaleren/[57] Kawous R, van Breevoort D, Luu N, van den Elsen D. Vrouwelijke Genitale Verminking Omvang en risico in Nederland 2026
https://www.pharos.nl/kennisbank/vrouwelijke-genitale-verminking-omvang-en-risico-in-nederland/[58] Evans C, Tweheyo R, McGarry J, Eldridge J, Albert J, Nkoyo V, Higginbottom GMA. Seeking culturally safe care: a qualitative systematic review of the healthcare experiences of women and girls who have undergone female genital mutilation/cutting. BMJ open 2019;9(5):e027452
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2018-027452 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/311473641 Inleiding
Deze richtlijn gaat over Vrouwelijke Genitale verminking (VGV). VGV is een vorm van kindermishandeling. De jeugdgezondheidszorg heeft een preventieve, signalerende en wettelijke rol in het beschermen van meisjes tegen VGV. Voor het werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld verwijzen we naar de JGZ-richtlijn Kindermishandeling.
1.1 Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn omvat 4 modules: 1 kennismodule en 3 actiegerichte modules met handelingsaanbevelingen en aanbevelingen voor de organisatie van zorg:
- De kennismodule vormt een introductie op het thema vrouwelijke genitale verminking (VGV). In deze module staat de kennis die JGZ-professionals nodig hebben om met de richtlijn ‘Vrouwelijke genitale verminking’ te kunnen werken. Deze module beschrijft onder andere de definitie en de verschillende vormen van VGV, de epidemiologie, de risico- en beschermende factoren en beschrijft de lichamelijke en psychosociale gevolgen van VGV. Bovendien gaat de kennismodule in op de wet- en regelgeving rondom VGV.
- De module ‘Signaleren’ geeft aanbevelingen voor de risico inschatting en het signaleren van VGV door JGZ-professionals.
- De module ‘Begeleiden en ondersteunen’ bevat aanbevelingen voor JGZ-professionals voor de begeleiding van ouders en jeugdige wanneer er sprake is van een risico op VGV. de module geeft concrete handvatten voor het gesprek over VGV.
- De module ‘Samenwerken en verwijzen’ bevat aanbevelingen voor JGZ-professionals en JGZ-organisaties voor de samenwerking met andere disciplines.
1.2 Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bedoeld voor JGZ-professionals. JGZ-professionals zijn jeugdartsen, physician assistants (PA), jeugdverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en doktersassistenten. Voor verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden, huisartsen medewerkers van Veilig Thuis en sleutelpersonen is de richtlijn naar verwachting ook lezenswaardig en informatief.
1.3 Afstemming
Deze richtlijn sluit aan bij de volgende richtlijnen:
- JGZ-richtlijn “Kindermishandeling”
- Praktijkmodule “Gespreksvoering”
2 Kennismodule
In dit hoofdstuk worden belangrijke definities en achtergrondinformatie over VGV toegelicht.
2.1 Kernpunten
Definitie vrouwelijke genitale verminking: gedeeltelijke of volledige verwijdering of elke andere beschadiging van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak. Vrouwelijke genitale verminking (VGV) is een vorm van kindermishandeling. Er worden vier vormen van vrouwelijke genitale verminking (VGV) onderscheiden.
Redenen voor VGV
VGV is een culturele traditie die verbonden is met genderopvattingen over reinheid, schoonheid, vrouwelijkheid en seksuele moraal. De redenen voor het uitvoeren van VGV variëren van familie tot familie en van gemeenschap tot gemeenschap.
Risico- en beschermende factoren
Sociale, culturele en familiaire factoren spelen een belangrijke rol bij het risico op VGV. Het risico dat een meisje besneden wordt, is sterk afhankelijk van de achtergrond van het gezin, de overtuigingen binnen de familie, de positie van de moeder en de druk vanuit de gemeenschap.
Gevolgen van VGV
VGV, ongeacht welke vorm kan lichamelijke, psychische en seksuele problemen veroorzaken. De kans hierop is groot, zowel kort na de ingreep als op de lange termijn. De gevolgen die iemand ervaart van VGV zijn uiteenlopend en variëren in ernst. Niet alle meisjes ervaren op de lange termijn klachten als gevolg van VGV. Bovendien leggen vrouwen en meisjes bij klachten veroorzaakt door VGV niet altijd het verband met de besnijdenis.
2.2 Onderbouwing
Scope
De JGZ-richtlijn vrouwelijke genitale verminking (VGV) is gericht op de preventie en vroegtijdige signalering van VGV. Deze kennismodule biedt achtergrondinformatie over de definities, vormen en omvang van VGV. Verder gaat deze module in op de redenen die ten grondslag liggen aan VGV en de lichamelijke en psychische gevolgen. Tenslotte bespreekt deze module de wet- en regelgeving rondom VGV. Aanbevelingen met betrekking tot de preventie van, het signaleren en handelen bij VGV worden gegeven in de modules Signaleren, Begeleiden en ondersteunen en Samenwerken en verwijzen.
2.2.1 Uitgangsvragen
- Wat is VGV en welke vormen zijn er?
- Hoe vaak komt VGV voor?
- Wat zijn risicofactoren voor VGV?
- Wat zijn de lichamelijke en psychische gevolgen van VGV?
2.2.2 Afstemming: andere relevante richtlijnen
Links met JGZ-richtlijnen en andere relevante richtlijnen:
2.3 Achtergrond van VGV
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de achtergrond van VGV. Het beschrijft onder andere de definitie en de verschillende vormen van VGV, de epidemiologie, de risico- en beschermende factoren en de lichamelijke en psychosociale gevolgen van VGV. Bovendien gaat de kennismodule in op de wet- en regelgeving rondom VGV.
2.3.1 Definities en terminologie
Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV): VGV wordt door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) gedefinieerd als gedeeltelijke of volledige verwijdering of elke andere beschadiging van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak [40].
Meisjesbesnijdenis:
In Nederland gebruiken we, net als de World Health Organization (WHO), de term Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV). Deze term geeft aan dat het een schending is van kinder-, vrouwen- en mensenrechten. Voor (zorg)professional is het belangrijk om in gesprekken met mensen uit landen waar VGV voorkomt de term meisjesbesnijdenis te gebruiken. Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is in deze gesprekken belangrijk. Het gebruik van niet-veroordelende termen, zoals meisjesbesnijdenis, helpt om het onderwerp in de praktijk bespreekbaar te maken.
2.3.2 Classificatie van VGV
De WHO onderscheidt vier vormen van VGV: (Zie Figuur 1 en Tabel 1). Welke delen van de geslachtsorganen worden verminkt en in welke mate dat gebeurt, hangt af van de lokale gebruiken [29]. De indeling in vormen is ontwikkeld door de WHO vanuit een medisch classificatieperspectief; vrouwen die besneden zijn maken dit onderscheid doorgaans zelf niet. Bovendien geeft de classificatie geen directe aanwijzing over de ernst of de ervaren gevolgen van de ingreep.
Tabel 1: Vormen van VGV volgens de WHO [40].
| Vorm van VGV | Omschrijving |
| Type 1 | Gedeeltelijke of totale verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris en/of de huidplooi rond de top van de clitoris (clitoridectomie). |
| Type 2 | Gedeeltelijke of totale verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris en de binnenste vulva lippen, met of zonder verwijdering van de buitenste vulva lippen (excisie). |
| Type 3 | Vernauwen van de vaginale opening door het wegsnijden en aan elkaar hechten van de binnenste en/of buitenste vulva lippen, met of zonder verwijdering van het zichtbare deel van de clitoris (infibulatie). |
| Type 4 | Alle andere schadelijke handelingen aan de vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak, zoals prikken, piercen, snijden, schrapen, dichtschroeien en cosmetische (niet medisch noodzakelijke) correctie vulva lippen (schaamlip verkleining). |
Tabel 2: Visuele weergave van type 1, 2 en 3 van VGV, voor en na de besnijdenis.
| Illustratie voor besnijdenis | Illustratie na besnijdenis | |
| Type 1: clitoridectomie |
|
|
| Type 2: excisie |
|
|
| Type 3: infibulatie |
|
|
2.3.3 Gevolgen van VGV
Voor een uitgebreid overzicht van de medische gevolgen van VGV wordt verwezen naar de Leidraad Medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV). Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de belangrijkste lichamelijke, psychische en seksuele gevolgen waar professionals in de jeugdgezondheidszorg alert op moeten zijn.
VGV, ongeacht welke vorm/type kan lichamelijke, psychische en seksuele problemen veroorzaken. De kans hierop is groot, zowel kort na de ingreep als op de lange termijn. Vrouwen en meisjes leggen bij klachten veroorzaakt door VGV niet altijd het verband met de besnijdenis. Onder meisjes (en vrouwen) heerst soms de aanname dat alle meisjes/vrouwen besneden zijn en dat iedereen deze klachten heeft. Het is belangrijk dat de JGZ-professional zich ervan bewust is dat dit een begrijpelijke aanname is. Soms beschouwt het meisje klachten als iets dat hoort bij het ‘vrouw-zijn’, en niet als gevolg van de besnijdenis. Dit kan samenhangen met onbekendheid over het menselijk/eigen lichaam. Niet alle meisjes ondervinden echter per definitie klachten op de langere termijn als gevolg van VGV [22][29].
Korte termijn gevolgen
Tijdens of na de ingreep van VGV [22][29]:
- Extreme pijn
- Klachten van de urineweg (pijn bij plassen, ophoping urine in de blaas), beschadiging aan urethra, blaas, anale sfincter
- Overmatig bloedverlies
- Kans op infecties (lokaal, eventueel met abcesvorming, maar ook hepatitis, HIV en tetanus)
- Fracturen door fixatie bij de ingreep: clavicula, humerus, femur- Shock
- Overlijden
Lange termijn gevolgen
Fysieke gevolgen na de ingreep van VGV [22][29]:
- Menstruatieklachten, met name dysmenorroe*
- Moeilijke en/of pijnlijke urinelozing*
- Urineweginfectie (door obstructie bij de mictie; veel meisjes zullen een obstructieve mictie als normaal beschouwen)
- Chronische pijn in de onderbuik
- Chronische infecties, zowel urineweginfecties met kans op nierschade als vaginale infecties
- Subfertiliteit
- Littekenvorming met keloïd en huidcysten
- Vaginastenen als gevolg van onvoldoende afvloed/reiniging
- Ontstaan van meatusstenose/urethrastenose
- Verhoogde kans op hiv-infectie als gevolg van verwondingen (en dus meer sperma/bloedcontact)
- Moeilijk inwendig onderzoek (uitstrijkje)
- Moeizame bevalling
- Hoger risico op perinatale sterfte
- Medisch ingrijpen om seksuele gemeenschap en bevalling mogelijk te maken
*Bij een kleinere opening na infibulatie is hier vaker sprake van; meisjes ervaren dit vaak niet als een klacht gelinkt aan besnijdenis, soms ook omdat andere meisjes in hun omgeving hier ook last van hebben.
Psychosociale en seksuele gevolgen na de ingreep van VGV [29][22][12]:
Met name mensen in een kwetsbare situatie en/of alleenstaande minderjarige vluchtelingen die zijn besneden in land van herkomst hebben meer kans op rouw en/of mentale problematiek. Meisjes uit landen waar VGV een traditie is, maken mogelijk in Nederland voor het eerst kennis met meisjes die niet besneden zijn. Meisjes kunnen zich daardoor bewust worden van het verschil tussen klachten die wel/niet een gevolg zijn van besnijdenis en emoties zoals angst, verdriet, boosheid en rouw kunnen dan opspelen.
Voorbeelden van psychosociale en seksuele gevolgen zijn:
- Angst en depressie
- Posttraumatische-stressstoornis (PTSS)
- Angst voor seksualiteit
- Negatieve invloed op seksualiteitsbeleving
- Negatieve invloed op de lichamelijke seksuele respons van meisjes
2.3.4 Epidemiologie
Hoe vaak komt VGV voor?
Wereldwijd zijn er naar schatting meer dan 230 miljoen vrouwen en meisjes besneden. Elk jaar lopen 4 miljoen meisjes het risico om besneden te worden [18]. In 17 landen in Europa wordt geschat dat 600.000 vrouwen en meisjes besneden zijn en dat 190.000 meisjes het risico lopen om besneden te worden [41]. Voor een globale trendanalyse en ontwikkelingen wereldwijd verwijzen we naar UNFPA en UNICEF [18].
Hoeveel meisjes lopen risico op VGV?
Op 1 januari 2023 wonen in Nederland ca. 143.000 vrouwen en meisjes die afkomstig zijn uit een van de 30 landen waarvan VGV-prevalentiecijfers beschikbaar zijn. Van deze groep is naar schatting ongeveer 43.000 vrouwen en meisjes besneden. Daarnaast wonen er in Nederland ongeveer 29.000 minderjarige meisjes mogelijk risico. Ruim 2600 van hen lopen een reëel risico, als preventieve maatregelen hen niet bereiken [57]. Voor een overzicht van de landen waar VGV voorkomt, zie module Signaleren en de interactieve kaart prevalentie vrouwelijke genitale verminking van Pharos.
Omvang van VGV in Nederland
Om te kunnen schatten hoeveel vrouwen en meisjes in Nederland reeds besneden zijn en hoeveel meisjes risico lopen op VGV, is in 2025 prevalentieonderzoek uitgevoerd. Om de omvang en het risico van VGV in Nederland te schatten, worden prevalentiecijfers uit landen waar VGV voorkomt geëxtrapoleerd naar meisjes en vrouwen in Nederland die afkomstig zijn uit deze landen.
VGV komt voor in 31 landen waarvoor representatieve gegevens beschikbaar zijn. Deze landen liggen vooral in een gebied dat loopt van West-Afrika tot de Hoorn van Afrika. Ook in delen van het Midden-Oosten, zoals Irak en Jemen, en in sommige Aziatische landen, zoals Indonesië, komt VGV voor. De prevalentie verschilt daarbij sterk van land tot land.
Daarnaast zijn er aanwijzingen dat VGV ook voorkomt in Colombia, India, Iran, Maleisië, Oman, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Voor deze landen zijn echter nog geen representatieve cijfers beschikbaar. De huidige kennis is daar vooral gebaseerd op kleinschalig onderzoek of op anekdotische informatie. Bovendien verschillen de aard van de ingreep, de omstandigheden waarin deze plaatsvindt en de omvang van de getroffen groepen waarschijnlijk sterk per context. Doordat representatieve cijfers nog ontbreken, staan deze landen nog niet in de officiële lijsten van VGV-prevalentielanden.
In Nederland zijn er vanuit de praktijk steeds meer aanwijzingen dat VGV ook voorkomt bij mensen uit landen die niet officieel bekendstaan als VGV-prevalentieland. Om hier meer zicht op te krijgen, heeft Pharos de literatuur over de mogelijke omvang van VGV in deze landen verder verkend. Hiervoor is zowel gebruikgemaakt van wetenschappelijke publicaties als van grijze literatuur. Bij de beoordeling van deze landen is niet alleen gekeken naar signalen over het voorkomen van VGV, maar ook naar de gerapporteerde omvang, de methodologische kwaliteit van de beschikbare studies en het aantal publicaties waarin deze praktijk in de betreffende landen wordt beschreven.
De uitkomsten zijn daarna besproken met de werkgroep van de richtlijn. Op basis daarvan zijn vijf (Iran, Oman, Koeweit, Maleisië en Saoedi-Arabië) landen geselecteerd waarvoor het in de praktijk zinvol wordt geacht om binnen de JGZ een risico inschatting uit te voeren en in de toekomst te evalueren.
2.3.5 Gebruikte argumenten voor VGV
VGV is een culturele traditie die verbonden is met genderopvattingen over reinheid, schoonheid, vrouwelijkheid en seksuele moraal. De redenen voor het uitvoeren van VGV verschillen van familie tot familie en van gemeenschap tot gemeenschap. De keuze voor VGV wordt vaak beïnvloed door de geldende sociale norm: men voelt zich gedwongen en/of het wordt gezien als iets vanzelfsprekends. Lokale machtsstructuren, zoals gemeenschapsleiders, geestelijke leiders en besnijd(st)ers, spelen een grote rol bij het voortzetten of uitbannen van deze traditie.
De volgende redenen voor meisjesbesnijdenis worden vaak door praktiserende gemeenschappen genoemd:
- Het vergroot de huwelijkskansen [1][4][39];
- VGV is een overgangsritueel naar volwassenheid [39][9];
- Het beschermt de maagdelijkheid van het meisje [39];
- Het geeft status in de gemeenschap [4][9];
- Een besneden vrouw is mooi [39];
- VGV voorkomt overspel [17];
- Het is een religieus voorschrift [17];
- Het behoudt de reinheid van het meisje [39];
- Het vergroot mogelijk het seksueel genot voor de man [39].
2.3.6 Herkomst van VGV
De herkomst van VGV is niet duidelijk. Er zijn echter Egyptische mummies gevonden die besneden zijn, daterend van 2000 jaar voor Christus, wat suggereert dat het gebruik al voor de komst van het Christendom en de Islam bestond. VGV zou mogelijk een pre-christelijk of pre-islamitisch gebruik zijn dat later in sommige gebieden verweven is geraakt met het geloof. VGV wordt echter niet expliciet genoemd in de Bijbel of de Koran als religieus voorschrift. Ondanks dit feit wordt religie wel door sommigen als reden gebruikt om VGV uit te voeren [39][18].
2.3.7 Op welke leeftijd wordt VGV uitgevoerd?
VGV vindt meestal plaats bij jonge meisjes, maar kan bijvoorbeeld ook vlak voor het huwelijk gebeuren. De leeftijd waarop VGV plaatsvindt, is afhankelijk van lokale tradities en omstandigheden. Over het algemeen gebeurt dit tussen de leeftijd van 4 en 12 jaar. Er zijn ook culturen waar de besnijdenis al in het eerste jaar na de geboorte plaatsvindt [12]. Onderzoek toont aan dat in een migratiecontext de gebruikelijke leeftijd voor VGV, zoals die in de landen van herkomst wordt gehanteerd, vaak niet wordt gevolgd. Dit heeft onder andere te maken met verschillende factoren die samenhangen met migratie. Hierdoor lopen alle minderjarige meisjes die afkomstig zijn uit een risicoland, risico om besneden te worden, ongeacht hun leeftijd [14].
2.3.8 Risico- en beschermende factoren
Sociale, culturele en familiaire factoren spelen een belangrijke rol bij het risico op VGV. Het risico dat een meisje besneden wordt, is sterk afhankelijk van de achtergrond van het gezin, de overtuigingen binnen de familie, de positie van de moeder en de druk vanuit de gemeenschap.
Risicofactoren voor VGV
De factoren die een rol spelen bij VGV zijn vaak met elkaar verweven en kunnen elkaar versterken. Zeker in een migratiecontext kan dit complex zijn, omdat tradities, familieopvattingen en sociale druk in verschillende landen en gemeenschappen anders uitwerken. Het is daarom belangrijk enkele veelvoorkomende risicofactoren in gedachten te houden. Deze geven richting bij signalering en gesprek, maar de aanwezigheid ervan betekent niet automatisch dat VGV daadwerkelijk zal plaatsvinden.
Belangrijke risicofactoren zijn herkomst en familiegeschiedenis. Wanneer moeder, vader of grootouders afkomstig zijn uit een land waar VGV voorkomt, kan de kans op besnijdenis toenemen. Dit geldt met name wanneer binnen de familie sprake is van een VGV-geschiedenis, bijvoorbeeld wanneer de moeder, zusjes of vrouwelijke familieleden al besneden zijn. Verder kunnen geplande familiebezoeken of een (tijdelijke) terugverhuizing naar een regio waar VGV gangbaar is het risico vergroten [3][6][16][5][7].
Sociale druk binnen de gemeenschap is ook een belangrijke risicofactor voor VGV. Overtuigingen binnen de familie – bijvoorbeeld wanneer familieleden positief staan tegenover VGV kunnen het risico verder verhogen. VGV wordt in sommige gemeenschappen gezien als een noodzakelijke stap naar volwassenheid of als een manier om de huwbaarheid en eerbaarheid van meisjes te waarborgen. Ook schoonheidsidealen en stigma’s rond onbesneden meisjes kunnen bijdragen aan deze druk [1][5][4][9][14].
Risicofactoren bepalen niet op zichzelf of VGV zal plaatsvinden, maar geven een indicatie van verhoogd risico. Ze vormen daarmee een belangrijke achtergrond voor het herkennen en duiden van signalen van (dreigende) VGV. Meer toelichting, een lijst van signalen en een overzicht van de VGV prevalentielanden is opgenomen in de module Signaleren.
Beschermende factoren voor VGV
De impact van risicofactoren is afhankelijk van de context en dient altijd te worden beoordeeld in samenhang met andere risicofactoren én beschermende factoren.
Beschermende factoren tegen VGV hangen sterk samen met de houding en het gedrag van ouders. Toegang tot betrouwbare informatie speelt een rol: ouders die via (sociale) media in aanraking komen met alternatieve perspectieven en ervaringsverhalen, zijn minder geneigd de praktijk voort te zetten [2][16][23]. Mediagebruik kan bijdragen aan bewustwording, maar vraagt tegelijkertijd alertheid op misinformatie of normbevestigende boodschappen [23][42]. Daarnaast blijken een moeder die zelf niet besneden is of VGV afkeurt, gezamenlijke besluitvorming tussen ouders over opvoeding en gezondheid, en goed geïnformeerd zijn over de gezondheidsrisico’s en juridische consequenties van VGV belangrijke beschermende factoren te zijn [2][17][23][26].
2.3.9 Wet- en regelgeving
VGV wordt internationaal erkend als een ernstige schending van de mensenrechten van meisjes en vrouwen. Omdat VGV de diepgewortelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen weerspiegelt, is dit een vorm van gender discriminatie. VGV is een schending van het recht op gezondheid, het recht op lichamelijke en psychische integriteit. Daarnaast is er nog het verbod op marteling en onmenselijke behandeling en het recht op leven (aangezien de procedure van VGV tot de dood kan leiden). Het wordt bijna altijd uitgevoerd op minderjarigen en is daarom ook een schending van de rechten van het kind en een vorm van kindermishandeling [22][21].
In Nederland is VGV strafbaar onder het algemene misdrijf mishandeling [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 300 t/m 304). Ook in andere Europese landen is VGV strafbaar. Het Strafrecht is niet van toepassing als het kind al besneden is bij aankomst in Nederland. Tot nu toe zijn er geen veroordelingen geweest of gevallen bekend van in Nederland uitgevoerde VGV. Het is waarschijnlijk dat uitvoering van VGV zal worden aangemerkt als zware mishandeling met voorbedachten rade. Hier staat in 2025 een maximale gevangenisstraf op van vijftien jaar of een geldboete van maximaal € 103.000 [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 302, 23). Ook kun je strafbaar zijn als je VGV niet zelf hebt uitgevoerd, maar er wel bij betrokken bent geweest. Iedereen die een meisjesbesnijdenis uitvoert of meewerkt aan de besnijdenis van een meisje is strafbaar. Deze handelingen worden volgens de Nederlandse strafwet beschouwd als uitlokking, medeplichtigheid of mededaderschap [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 47 en 48). Wanneer de vrouwelijke genitale verminking wordt begaan buiten Nederland, kan de dader worden vervolgd als hij of zij de Nederlandse nationaliteit heeft of iemand is die zijn vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en indien de dader na het plegen van het feit de Nederlandse nationaliteit heeft verworven of in Nederland zijn vaste woon- of verblijfsplaats heeft verkregen. In alle gevallen is het voor vervolging niet vereist dat VGV ook strafbaar is in het land waar de besnijdenis is uitgevoerd [21] (Wetboek van Strafrecht, art. 7 lid 2 sub d Sr).
Aangifte en verjaringstermijn
Wanneer de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in Nederland een vaste woon- of verblijfsplaats heeft kan deze worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde VGV [21]. Vanaf 1 juli 2009 is de verjaringstermijn verlengd. Een vrouw heeft tot het moment waarop zij de leeftijd van 38 jaar bereikt de mogelijkheid om aangifte te doen van haar besnijdenis.
Asiel en verblijfsrecht
In Nederland kan het risico op VGV een geldige grond zijn voor asiel. Dit betekent dat meisjes en vrouwen die vrezen voor VGV in hun land van herkomst in aanmerking kunnen komen voor bescherming binnen het Nederlandse asiel- en verblijfsrecht. Het is belangrijk dat JGZ-professionals hiervan op de hoogte zijn, maar zij spelen hierin zelf geen directe rol. De relatie tussen gezondheidskwesties, risico’s op mishandeling en verblijfsrecht is complex en voorlichting over het vreemdelingenrecht is geen verantwoordelijkheid van de JGZ. Wanneer in een moment van contact een relatie wordt gelegd tussen verblijfsrecht in Nederland en vrouwenbesnijdenis kun je de ouder of het meisje adviseren deze vragen voor te leggen aan de rechtshulp.
2.4 Samenvatting wetenschappelijke literatuur
Gezondheidseffecten van VGV
Lichamelijke gezondheidseffecten
De systematische review van Berg et al. [42] liet zien dat de meest voorkomende directe complicaties van VGV bestaan uit excessief bloedverlies, urineretentie en zwelling van genitaal weefsel. Op de lange termijn zijn significante relaties zichtbaar tussen VGV en een verhoogd risico op urineweginfecties, bacteriële vaginose, dyspareunie, langdurige partus, keizersnede en gecompliceerde bevallingen. Deze bevindingen werden bevestigd door de systematische review en de meta-analyse van Pallitto et al. [43], die eveneens rapporteerden dat VGV in verband staat met een breed scala aan gezondheidscomplicaties gedurende de levensloop, waaronder obstetrische complicaties, gynaecologische problemen, urologische complicaties en seksuele disfunctie.
De meta-analyse van Nzinga et al. [44] onderzocht de gevolgen van VGV op de seksuele gezondheid van vrouwen. Zij vonden een significante verlaging in de totale seksuele functie bij besneden vrouwen. Hoewel de resultaten per domein van seksualiteit varieerden en heterogeniteit tussen studies aanwezig was, wijzen de data in het algemeen op een negatieve impact van VGV op seksueel functioneren. Deze bevindingen sluiten aan bij de resultaten van Berg en Denison [45], die rapporteerden dat vrouwen met VGV vaker pijn bij seks ervaren en minder seksuele bevrediging rapporteren.
Psychische gezondheidseffecten
Hoewel het onderzoek naar de psychische gevolgen van VGV beperkter is, wijzen recente systematische reviews op sterke associaties met negatieve mentale gezondheidsuitkomsten. Een systematisch review van Abdalla en Galea [51] van 16 studies toonde aan dat 14 van de geïncludeerde studies een verband vonden tussen VGV en psychische problemen, met name posttraumatische stressstoornis (PTSS), angststoornissen en depressieve klachten. Deze bevindingen werden bevestigd door de review van O’Neill en Pallitto [46], die beschreven dat VGV een negatieve impact heeft op mentale gezondheid.
3 Signaleren
Deze module gaat over het signaleren van het risico op (een uitgevoerde) VGV. De signalen worden besproken en zijn opgedeeld in:
– Signalen die erop kunnen duiden dat VGV plaats gaat vinden;
– Signalen die kunnen duiden op een reeds uitgevoerde VGV.
Aanbevelingen
3.1 Uitgangsvragen
- Wat zijn signalen van VGV?
- Hoe kan het signaleren van VGV het beste plaatsvinden?
3.2 Achtergrond Signaleren
De JGZ-professional heeft de verantwoordelijkheid om de veiligheid en het welzijn van kinderen te beschermen. De preventie van VGV maakt hier een essentieel onderdeel van uit. Het tijdig signaleren van mogelijke risico’s, het geven van voorlichting en het ondernemen van passende stappen behoort daarom tot een belangrijke taak van de JGZ. Cultuursensitiviteit is een voorwaarde om VGV bespreekbaar te maken. De professional bespreekt de zorgen, overwegingen en mogelijke verklaringen voor de signalen die worden waargenomen met de ouders. Zie module Begeleiden en ondersteunen. Op basis van de gesprekken met ouders, maakt de JGZ professional een gewogen inschatting van het risico.
Risicofactoren zijn omstandigheden of bepaalde kenmerken die de kans op VGV vergroten. Meer informatie over de risicofactoren is te vinden in de Kennismodule. Een signaal is een concreet teken dat er mogelijk iets aan de hand is. De aanwezigheid van één of meerdere signalen betekent niet automatisch dat VGV zal plaatsvinden of reeds is uitgevoerd, maar vraagt wel om alertheid en vervolgacties. Specifieke signalen worden verderop in deze module beschreven.
Wanneer er een vermoeden is dat VGV gaat plaatsvinden of reeds is uitgevoerd, wordt de meldcode gestart. Zie module Werken met de meldcode in de richtlijn Kindermishandeling.
3.2.1 VGV prevalentielanden
Het land van herkomst van de ouders is vaak het eerste aanknopingspunt om alert te zijn op een mogelijk risico op VGV, of op een reeds uitgevoerde VGV. Tabel 1 geeft een overzicht van landen waar VGV voorkomt en waarvan de prevalentie bekend is op basis van grootschalige internationale onderzoeken, zoals Demographic and Health Surveys (DHS) en Multiple Indicator Cluster Surveys (MICS) [8]. Bekijk ook de interactieve kaart prevalentie vrouwelijke genitale verminking.
Bij het inschatten van het risico op basis van land van herkomst, is het belangrijk je te realiseren dat de hoogte van de prevalentie op landniveau slechts een algemene indicatie geeft. Binnen landen bestaan namelijk vaak grote regionale verschillen in het vóórkomen van VGV. Ook in landen met een relatief lage landelijke prevalentie kunnen bepaalde gemeenschappen of regio’s een hoge incidentie kennen. Daarom geldt: het land van herkomst geeft een eerste signaal, maar mag nooit als enige bepalende factor worden gezien bij het inschatten van het risico op VGV.
Daarnaast zijn er landen waar VGV vermoedelijk voorkomt, maar waar (nog) geen structureel onderzoek is gedaan naar prevalentie. Voor deze landen zijn de uitkomsten van kleinschalige studies, casuïstiek of rapportages van lokale organisaties bepalend geweest voor opname in de tabel.
Tabel 1: Deze tabel geeft een overzicht van landen waar VGV voorkomt. Deze landen zijn op basis van gegevens van de grote internationale onderzoeken, zoals Demographic and Health Surveys (DHS) {8} en Multiple Indicator Cluster Surveys (MICS), aangemerkt als landen met een gemeten prevalentie van VGV.
| Regio | Landen |
| West-Afrika | Benin, Burkina Faso, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Ghana, Gambia, Liberia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Togo |
| Oost-Afrika/Hoorn van Afrika | Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Somalië, Tanzania, Oeganda |
| Centraal-Afrika | Centraal-Afrikaanse Republiek, Kameroen, Tsjaad |
| Noord-Afrika | Egypte, Sudan |
| Midden-Oosten (Azië) | Irak, Iran*, Jemen, Koeweit*, Oman*, Saoedi-Arabië* |
| Zuid/zuidoost-Azië | Indonesië, Maleisië*, Malediven |
*Landen waar VGV voorkomt, maar waar de prevalentie nog niet structureel is onderzocht. Voor deze landen bestaan onderbouwde vermoedens dat VGV voorkomt, gebaseerd op studies of rapportages van lokale organisatie.
Aan de hand van het land van herkomst van de ouders ga je het gesprek over VGV aan. Dit gesprek staat centraal in de signalering van VGV. De aanwezigheid van signalen bepaalt vervolgens welke vervolgstappen je moet nemen in de begeleiding van het gezin.
3.2.2 Signalen
Hieronder volgt een overzicht van signalen die erop kunnen wijzen dat VGV gaat plaatsvinden of heeft plaatsgevonden. Aan de hand van de aanwezigheid van deze signalen maakt de JGZ-professional een inschatting van het risico op dat moment.
Er is onderscheid gemaakt tussen signalen die wijzen dat VGV uitgevoerd gaat worden en signalen die wijzen op een reeds uitgevoerde VGV. Deze lijst is niet uitputtend, er zijn mogelijk nog andere signalen die duiden op VGV. Bovendien betekent aanwezigheid van één of meer signalen niet dat er automatisch een risico is op VGV.
De volgende situatie is daarvoor illustrerend: Een meisje van zeven is in Nederland geboren. Haar ouders, afkomstig uit Somalië, wonen al jaren in Nederland en geven aan VGV af te wijzen en voldoende geïnformeerd te zijn om de druk van familie in Somalië te weerstaan. Het gezin reist binnenkort naar Somalië voor familiebezoek. Hoewel er risicofactoren aanwezig zijn, zijn er op dit moment geen signalen zijn van een ophanden zijnde VGV. Alert blijven en het onderwerp periodiek bespreken blijft wel belangrijk.
Signalen die erop kunnen wijzen dat VGV gaat worden uitgevoerd:
- Familiaire VGV-geschiedenis
- Moeder van het meisje is zelf besneden
- Zusjes of andere vrouwelijke familieleden (bijv. tantes, nichtjes) zijn besneden
- Culturele en sociale opvattingen over VGV
- Ouders of andere familieleden staan positief tegenover VGV
- Meisje geeft aan dat ze zelf graag besneden wil worden
- VGV wordt binnen de familie of gemeenschap als traditie beschouwd
- Er is sprake van druk vanuit de familie of gemeenschap om VGV uit te voeren
- Reizen naar het buitenland
- Gepland familiebezoek aan een VGV prevalentieland
- Tijdelijke of permanente terug verhuizing naar een VGV prevalentieland
Signalen van uitgevoerde VGV
Deze signalen kunnen door jou of door samenwerkingspartners zoals leerkracht of IB’er worden herkend. Voor meer informatie omtrent informatie- en gegevensdeling, zie de Juridische toolkit.
- Het meisje of familieleden van het meisje laten iets los over een besnijdenis;
- Het meisje is ziek geweest tijdens de vakantie;
- Er is sprake van (veelvuldig) schoolverzuim;
- Het meisje ziet er moe, uitgeput of vaal uit;
- Ze gaat lang naar het toilet;
- Ze klaagt over buikpijn;
- Ze kan zich niet goed concentreren;
- Ze is stil en teruggetrokken;
- Ze reageert gesloten en afstandelijk.
3.2.3 Signaleringsmethodieken
Voor het screenen op signalen in de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag en in de omgeving van de jeugdige zijn voor de JGZ momenteel twee methodieken beschikbaar. Het signaleren van een risico op (een uitgevoerde) VGV past binnen deze methodieken. Meer informatie over de SPARK en De GIZ-methodiek vind je in onderstaande links en in de richtlijn Kindermishandeling.
SPARK:
– Link naar NCJ website over de SPARK-methode
– Factsheet SPARK
GIZ Methodiek:
– NCJ website over de GIZ
– Factsheet GIZ
Voor gespreksvoering bij signaleren kan de Generieke Praktijkmodule Gespreksvoering worden geraadpleegd. In de module Begeleiden en ondersteunen van deze richtlijn vind je meer aanbevelingen en aandachtspunten van cultuursensitieve gespreksvoering over VGV.
3.2.4 Meerdere momenten om VGV te bespreken
Omdat de context altijd onderhevig kan zijn aan verandering, en daarmee ook de houding van de ouders tegenover VGV, is het belangrijk om VGV niet eenmalig, maar meerdere keren te bespreken indien één of beide ouders afkomstig zijn uit een land waar VGV voorkomt. Bovendien is de leeftijd waarop meisjes worden besneden verschillend per gemeenschap en kan die door migratiecontexten variëren, waardoor het belangrijk is het onderwerp regelmatig op een cultuursensitieve wijze te bespreken. Deze gesprekken moeten plaatsvinden in de periode van de zwangerschap tot aan de leeftijd van 18 jaar en vormen een belangrijk onderdeel van de preventie van VGV.
Gesprekken over VGV moeten aansluiten bij eerdere contacten met het gezin. Het wordt aanbevolen om VGV in ieder geval in iedere leeftijdsperiode (babyfase, peuterfase, kleuterfase, schoolkindfase en adolescentie) te bespreken en de gespreksmomenten zorgvuldig te registreren. Ga van tevoren na wanneer VGV voor het laatst besproken is met de ouders. Dit wil niet zeggen dat er in de tussenliggende periode geen aandacht aan VGV zou moeten worden besteed. Tussentijdse gesprekken, extra momenten van contact of huisbezoeken kunnen aanvullend ingezet worden, afhankelijk van de context, de eventuele zorgen en de behoeften van het gezin. Het verloop van de contacten en de gesprekken over dit onderwerp bepalen in hoeverre dit het geval zal zijn.
3.2.5 Het doel van het gesprek
Het doel van het gesprek tussen de JGZ-professional en de ouders/het gezin over VGV is tweeledig:
- Bewustwording en preventie: ouders en meisjes bewust maken van en voorlichten over gezondheidsrisico’s van VGV, hen ondersteunen bij eventuele druk vanuit de gemeenschap of familie, en hen wijzen op de Nederlandse wetgeving ten aanzien van VGV (zie module Begeleiden en Ondersteunen voor handelingsperspectieven gericht op bewustwording over en preventie van VGV).
- Risico-inschatting: beoordelen of een meisje risico loopt op VGV, of dat VGV heeft plaatsgevonden. Hieronder worden de verschillende uitkomsten na risico-inschatting besproken.
3.2.6 Uitkomsten na risico inschatting
Het inschatten van het risico kan leiden tot de volgende uitkomsten:
- Geen risico op dit moment: deze uitkomst is passend wanneer er na een of meerdere afspraken met het gezin is vastgesteld dat er op dit moment geen risico is. Het risico op VGV is onderhevig aan verandering en kan daarom veranderen in de tijd. Nu geen risico betekent niet dat er nooit risico zal zijn. In het dossier wordt genoteerd wat er is besproken. Met de ouders wordt tevens besproken dat het gesprek over VGV later nog eens zal worden gevoerd. Zie de module Begeleiden bij risico op VGV voor meer informatie over gespreksvoering bij VGV en bekijk bijlage 2 voor voorbeeldzinnen.
- Risico aanwezig: volg de stappen van de meldcode (zie Richtlijn Kindermishandeling). Juist als je je nog in de onderzoekende fase van de risico inschatting bent, kan het zinvol zijn de meldcode te starten. Overleg met de aandachtfunctionaris Kindermishandeling. De meldcode helpt de professional om signalen te duiden en af te wegen of er een melding bij Veilig Thuis moet worden gedaan.
- VGV vastgesteld: Hierbij is onderscheid te maken in VGV die is uitgevoerd vóór migratie naar Nederland en VGV die is uitgevoerd na migratie naar Nederland, terwijl het gezin onder het Nederlands recht valt. Indien de VGV is uitgevoerd na migratie naar Nederland, volg dan de stappen van de meldcode (zie Richtlijn Kindermishandeling). Als de VGV vóór migratie is uitgevoerd dan is het advies een gesprek te voeren over de betekenis van de VGV, mogelijke nadelige effecten en/of hulp nodig is. Lees meer in de module Begeleiden.
Aandacht voor andere dochters in het gezin is noodzakelijk, zowel als er een risico op VGV is, als wanneer VGV is vastgesteld.
In de module Begeleiden en ondersteunen wordt beschreven waar je bij deze verschillende uitkomsten rekening mee moet houden.
3.2.7 Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling
De (KNMG) Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld wordt gestart wanneer er een vermoeden van (een risico op) VGV is en de zorgen in een gesprek met ouders en/of jeugdige niet direct zijn weggenomen. Als je twijfelt of je de meldcode moet starten, overleg dan met een aandachtsfunctionaris Kindermishandeling of VGV. Zie de module Werken met de Meldcode van de richtlijn Kindermishandeling voor een uitgebreide toelichting op het gebruik van de meldcode.
3.3 Samenvatting wetenschappelijke literatuur
Voor de onderbouwing van de signaleringsmethodieken GIZ en SPARK, zie richtlijn Kindermishandeling, Module Signaleren.
4 Begeleiden en ondersteunen
Deze module biedt een handvat voor de begeleiding van gezinnen en meisjes in verschillende situaties rondom VGV. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in vier uitkomsten na risico inschatting op basis van de risico inschatting zoals in de module Signaleren beschreven. Die uitkomsten zijn:
1. Geen risico op VGV op dit moment;
2. Risico op VGV – er zijn zorgen dat VGV in de toekomst mogelijk zal plaatsvinden;
3. VGV vastgesteld
3a. VGV is uitgevoerd vóór migratie naar Nederland.
3b. VGV is recentelijk uitgevoerd na migratie naar Nederland, terwijl het gezin onder het Nederlands recht valt.
Afhankelijk van de situatie vraagt elke vorm van begeleiding om andere accenten in gespreksvoering, ondersteuning en samenwerking met ketenpartners. In alle gevallen is cultuur sensitieve communicatie van groot belang, waarbij respectvol contact en het opbouwen van vertrouwen vooropstaan. Deze module biedt daarom een uitwerking van de basisprincipes van cultuur sensitieve gespreksvoering in het kader van VGV.
Maak eventueel gebruik van onderstaand aanbod:
- E-learning in gesprek over meisjesbesnijdenis
- Webinar over de rol van de JGZ in het voorkomen van VGV
- Gids ‘hoe te praten over VGV?’
- Infographic cultuursensitief werken
- Brochure meisjesbesnijdenis
- Handboek het culturele interview
Trainingen:
Doorloop bij een vermoeden of signalen van VGV de stappen van de meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld.
Zie:
- JGZ-Richtlijn Kindermishandeling: werken met de meldcode
- Juridische Toolkit NCJ en het ‘Stappenplan Conflict van plichten’ in deze toolkit
Aanbevelingen
4.1 Uitgangsvragen
- Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor de preventie van meisjesbesnijdenis?
- Hoe kunnen meisjes die mogelijk risico lopen op VGV of waarbij VGV mogelijk is uitgevoerd het beste begeleid worden?
- Wat zijn de basisprincipes van een cultuursensitief gesprek en hoe pas je die toe voor het bespreken van VGV?
4.2 Achtergrond
De JGZ speelt een cruciale rol in de preventie van VGV. JGZ-professionals hebben de taak om risico’s tijdig te signaleren en hierover in gesprek te gaan met gezinnen. Dit vraagt om kennis van culturele gevoeligheden én de vaardigheid om mogelijke risico’s bespreekbaar te maken. Door deze positie kan de JGZ-professional bijdragen aan bewustwording en de preventie van VGV.
Er zijn verschillende tools en hulpmiddelen die ondersteunend kunnen zijn in de begeleiding van gezinnen en meisjes bij VGV. Hieronder volgt een opsomming van een aantal hulpmiddelen, materialen en trainingen die bruikbaar kunnen zijn. Sommige van deze gaan specifiek over VGV en/of de JGZ, anderen gaan in het algemeen in op cultuursensitief werken.
4.3 Begeleiding bij een mogelijk risico op VGV
Het doel van het gesprek tussen de JGZ-professional en het gezin over VGV hangt af van de situatie. Soms gaat het om een gesprek waarbij VGV voor de eerste keer benoemd wordt. Dan is het belangrijk om meer te leren over de rol die VGV speelt als traditie binnen de gemeenschap van het gezin. In andere gevallen zijn er al eerdere gesprekken gevoerd, en kan het nodig zijn om het gesprek verder te verdiepen om een zorgvuldige risico-inschatting te maken. Op basis daarvan bied je als professional passende begeleiding aan het gezin. Ongeacht het doel van het gesprek staat cultuur sensitieve gespreksvoering altijd centraal. Meer hierover lees je in 3.5 Cultuur sensitieve gespreksvoering over vrouwelijke genitale verminking.
Hieronder lees je meer over de begeleiding van het gezin bij een risico op VGV in verschillende situaties.
Verklaring tegen meisjesbesnijdenis
Het ministerie van VWS heeft in samenspraak met het ministerie van Justitie en Veiligheid en verschillende veldpartijen de Verklaring tegen meisjesbesnijdenis ontwikkeld. Deze verklaring is bedoeld om ouders te ondersteunen in hun houding tegen meisjesbesnijdenis en het bieden van weerstand tegen druk van de omgeving, bijvoorbeeld wanneer zij het land van herkomst bezoeken. Het geeft ouders een bewijs dat VGV in Nederland strafbaar is ook wanneer het niet in Nederland wordt uitgevoerd. De verklaring is niet bedoeld als drukmiddel om de ouders te overtuigen en wordt alleen meegegeven als al duidelijk is dat de ouders hun dochter niet willen laten besnijden. Het is belangrijk dat de JGZ professional de verklaring ook bespreekt, alvorens deze mee wordt gegeven. De verklaring is beschikbaar via de website van Pharos in de talen: Nederlands, Amhaars, Arabisch, Engels, Frans, Somalisch, Tigrinya en Koerdisch.
Aandachtspunten voor inschatten van het risico:
- Bespreek met de ouders of VGV een traditie is in de cultuur van het gezin, en vervolgens wat de houding is van de ouders ten opzichte van meisjesbesnijdenis.
- Informeer naar omgevingsdruk – bij wie in de familie/gemeenschap komt VGV voor? Het is nuttig om ouders te informeren over preventieve maatregelen, zoals het beschermen van jongere zusjes, als die er zijn.
4.3.1 Geen risico op VGV op dit moment
Wanneer na één of meerdere gesprekken met het gezin blijkt dat er op dit moment geen risico is op VGV, kan de conclusie zijn dat er op dit moment geen risico op VGV bestaat. Het blijft echter belangrijk om het onderwerp VGV in verschillende fasen opnieuw te bespreken. De context van een gezin kan immers veranderen. Een aantal voorbeelden:
- Ouders die op jonge leeftijd van hun dochter aangeven geen VGV te willen, kunnen hun standpunt later wijzigen door invloed van familie of gemeenschap.
- Bepaalde levensgebeurtenissen kunnen aanleiding vormen voor hernieuwde druk om VGV uit te voeren.
- Levensfase van het meisje: Tijdens de puberteit kan een meisje (bijvoorbeeld als zij is geadopteerd) meer contact zoeken met haar land van herkomst, waar zij onder druk kan komen te staan om VGV te ondergaan.
Dat er nu geen risico is, betekent niet dat er nooit risico zal zijn. Daarom wordt aanbevolen om VGV op meerdere momenten in de ontwikkeling van het kind opnieuw ter sprake te brengen, zoals beschreven in module Signaleren.
4.3.2 Risico op VGV aanwezig
Er zijn signalen of aanwijzingen dat er mogelijk VGV zal plaatsvinden. In deze situatie richt de begeleiding zich op:
- Het starten van de meldcode Kindermishandeling Huiselijk Geweld.
- Onderdeel van de meldcode is het bespreken van de zorgen met de ouders. Van belang is dat dit op een cultuursensitieve en niet-veroordelende manier gebeurt, lees 3.5 voor meer informatie.
- Het geven van voorlichting over juridische kaders en de schadelijke gevolgen van VGV. Zie: kennismodule VGV.
Bespreek met de ouders:
- De gezondheidsrisico’s en mogelijke complicaties van VGV.
- De rol en verantwoordelijkheid van de JGZ-professional om VGV ter sprake te brengen ter bescherming van het kind.
- Dat VGV een terugkerend onderwerp is in het contact met JGZ; het zal bij volgende contactmomenten opnieuw besproken worden.
- Dat VGV strafbaar is in Nederland. Als houding van de ouders ten opzichte van VGV negatief is, maar zij druk vanuit de omgeving ervaren, geef dan de Verklaring tegen meisjesbesnijdenis mee.
Aanbevelingen voor het gesprek met het meisje:
In de bijlage zijn voorbeeldvragen en – zinnen beschreven voor het gesprek met het meisje.
Als het meisje aangeeft besneden te willen worden:
- Creëer een veilige en open gespreksruimte.
- Leg uit wat VGV inhoudt en bespreek de gezondheidsrisico’s en licht toe dat VGV in Nederland verboden is.
- Volg de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Lees voor meer informatie over gegevensdeling en contact met het meisje de juridische toolkit JGZ van het NCJ.
4.4 Begeleiding bij een (vermoedelijk) uitgevoerde VGV
Wanneer er sprake is van een (vermoedelijk) uitgevoerde VGV, is het belangrijk dat meisjes en vrouwen passende ondersteuning krijgen. De gevolgen van VGV kunnen zowel lichamelijk als psychisch ingrijpend zijn, en vragen om zorg die aansluit bij de individuele behoeften en ervaringen van de betrokkene. Gebruik de GIZ-methodiek om gezamenlijk met (collega’s) in te schatten wat de zorgbehoefte is van de ouders/het meisje. Door sensitieve en passende zorg te bieden, kunnen professionals niet alleen bijdragen aan herstel en welzijn, maar ook aan preventie: vrouwen die zich gehoord, begrepen en goed ondersteund voelen, spelen vaak een belangrijke rol in het doorbreken van de cirkel van VGV binnen hun gemeenschap.
4.4.1 VGV is vastgesteld en na migratie uitgevoerd
Er is sprake van een besnijdenis die heeft plaatsgevonden terwijl het gezin in Nederland woonachtig is/onder het Nederlands recht valt. Dit is een vorm van kindermishandeling en vraagt van de JGZ-professional om de meldcode te starten en/of direct een melding te doen bij Veilig Thuis. Zij coördineren de situatie dan verder. Begeleiding omvat:
- Het starten en doorlopen van de meldcode met als resultaat wel of niet een melding bij Veilig Thuis.
- Directe medische en psychosociale zorg voor het meisje, afgestemd op haar behoeften. Zie voor een overzicht van de lichamelijke en psychische gevolgen de kennismodule van deze richtlijn en de Leidraad medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV).
Gespreksvoering met het meisje bij vermoeden van reeds uitgevoerde VGV
Er is een gerede kans dat meisjes niet goed weten wat VGV inhoudt, wat de gevolgen zijn, of dat bepaalde klachten daarmee samenhangen. Voorlichting over het lichaam, over VGV en waar betrouwbare informatie te vinden is (zoals via www.zanzu.nl), kan helpen om bewustzijn te vergroten en een open gesprek te voeren.
Zie Bijlage “Voorbeeldvragen voor gespreksvoering” voor voorbeeldvragen die helpend kunnen zijn voor het gesprek met het meisje.
Bij vermoeden van reeds uitgevoerde VGV is het belangrijk om op een sensitieve manier te vragen naar lichamelijke klachten die mogelijk verband houden met VGV.
Stel gerichte vragen over eventuele klachten:
- “Heb je pijn tijdens het plassen? Hoe lang duurt het voordat je kunt plassen?”
- “Heb je het gevoel dat je blaas niet helemaal leeg raakt na het plassen?”
- “Verlies je urine bij fysieke inspanning, zoals bij het rennen?”
- “Heb je buikpijn of problemen met menstruatie? Hoeveel dagen duurt je menstruatie?”
Indien het meisje klachten ervaart of recent besneden is, volg de meldcode, zie JGZ-richtlijn Kindermishandeling: Werken met de meldcode. Raadpleeg voor meer informatie de Juridische Toolkit. Indien uit de meldcode volgt dat het meisje mogelijk besneden is en dat onderzocht moet worden middels lichamelijk onderzoek, dan wordt dat gedaan door iemand die daartoe bevoegd is. Dit is meestal een forensisch arts.
Verwijs indien nodig door naar het nazorgspreekuur VGV of passende psychosociale begeleiding. Meer over het nazorgspreekuur lees je in module Samenwerken en verwijzen.
4.4.2 VGV is vastgesteld en vóór migratie uitgevoerd
Het meisje is besneden voordat het gezin in Nederland woonachtig was. In deze situatie richt de begeleiding zich op:
- Signaleren van eventuele psychische of lichamelijke gevolgen, en verwijzen indien nodig.
- Medische en psychosociale ondersteuning, afhankelijk van eventuele klachten of hulpvragen van het meisje en/of het gezin
- Voorlichting geven over de Nederlandse wetgeving en de bescherming van meisjes tegen VGV in de toekomst (bijv. als er jongere zusjes zijn).
Zie de aanbevelingen hierboven voor het gesprek met het meisje.
4.5 Cultuursensitieve gespreksvoering over VGV
Cultuursensitieve gespreksvoering vormt de basis van zowel de preventie van VGV als van goede zorg voor meisjes en vrouwen die besneden zijn. Voor JGZ-professionals betekent dit dat je inzet op een vertrouwensrelatie en van daaruit het gesprek aangaat, met oog voor culturele verschillen.
Basiskennis over VGV is belangrijk om het gesprek met zelfvertrouwen te kunnen voeren. Zie de kennismodule. Voldoende basiskennis zorgt ook voor vertrouwen vanuit de ouders en het meisje, zodat zij zich gehoord voelen. Tegelijkertijd is het van belang te beseffen dat specifieke achtergrondkennis niet altijd noodzakelijk is om het gesprek over VGV aan te kunnen gaan. Het gaat er vooral om dat je oprechte nieuwsgierigheid toont en dat je als zorgverlener niet invult maar vraagt. Zie de bijlage voor voorbeeldvragen tijdens gespreksvoering in verschillende situaties en de gids hoe te praten over VGV?
4.5.1 Basisprincipes van een cultuursensitief gesprek
A) Werk met respect en zorg voor een veilige sfeer
Toon respect voor de cultuur en de situatie van ouder(s). Ouders kunnen in een ingewikkeld dilemma zitten: zij willen hun dochter beschermen, ervaren druk vanuit familie of gemeenschap, maar begrijpen vaak ook waarom VGV verboden is. Het erkennen van dit spanningsveld creëert ruimte voor open gesprek, waardoor ouders en meisjes zich gehoord voelen en vrijuit kunnen spreken.
Hoe creëer je een veilige sfeer?
- Investeer in een vertrouwensrelatie. Begin met luisteren naar de behoeften van het meisje en het gezin. Start het gesprek met een open vraag over alledaagse onderwerpen (welzijn, school, vrije tijd) voordat je over VGV spreekt. Leg helder uit wat het doel van het gesprek is.
- Benoem beroepsgeheim en grenzen. Leg uit dat wat ze met jou delen vertrouwelijk is, en wanneer je informatie moet delen. Benoem ook het beroepsgeheim van een eventuele tolk.
- De taal die je gebruikt is belangrijk. Vermijd vervreemding en gebruik geen veroordelende taal of woorden zoals ‘barbaars’, ‘walgelijk’ en ‘wreed’. Lees voor meer informatie hierover de gids ‘hoe te praten over VGV?’ en zie voor voorbeeldvragen bijlage 2.
-
Werk samen met een tolk en een sleutelpersoon. Bij een taalbarrière is het aan te raden om indien mogelijk met een sleutelpersoon en gecertificeerde tolk te werken. Samenwerken met een sleutelpersoon VGV kan via FSAN. Lees meer over het inschakelen van een tolk in de module Samenwerken en verwijzen.
B) Luister met een open houding en wees je bewust van je eigen aannames (culturele bescheidenheid)
Cultuursensitief werken vraagt om voortdurende zelfreflectie: realiseer je dat jouw wereldbeeld je handelen kleurt en dat jouw culturele ideeën niet dé waarheid zijn. Deze houding – culturele bescheidenheid – helpt bij het opbouwen van een gelijkwaardig partnerschap met het gezin.
Hoe oefen je culturele bescheidenheid?
- Herken en benoem aannames. Vraag jezelf tijdens en na het gesprek: ‘Wat neem ik aan? Waarom?’ Ga hierover ook in gesprek met je collega’s.
-
Sta open om te luisteren en te leren. Toon oprechte nieuwsgierigheid en laat de ander uitleggen hun waarden en beweegredenen.
C) wees duidelijk over je rol en verantwoordelijkheid
Als JGZ professional heb je een duidelijke rol in het beschermen van de gezondheid en veiligheid van het kind. Voor ouders en meisjes kan het helpend zijn om vanaf het begin helder te zijn over jouw verantwoordelijkheid, je taken en de grenzen van je beroepsgeheim. Dit creëert duidelijkheid, draagt bij aan vertrouwen en voorkomt dat er achteraf misverstanden of wantrouwen ontstaan.
Tips:
- Introduceer je rol en leg uit dat de veiligheid van het kind daarin centraal staat.
- Vertel wat jouw rol in de praktijk concreet betekent: bespreek met de ouders dat het voor de preventie van VGV belangrijk is dat je hier met hen over spreekt.
Heb geduld en vraag dóór
Een zorgvuldige risico-inschatting vraagt vaak een volledig beeld van de context. Oppervlakkige vragen leveren dat niet op; ga door met open, verdiepende vragen en neem de tijd om het verhaal achter korte antwoorden te begrijpen.
Praktische tips om door te vragen
- Stel open vragen en volg met specifieker wordende, verkennende vragen.
- Laat het onderwerp niet terloops voorbijkomen of beschouw het niet als een thema op een afvinklijstje, maar biedt ruimte voor het gesprek. Gebruik stilte; geef ruimte zodat het gesprek kan landen.
Zie de bijlage voor concrete voorbeeldvragen.
4.6 Hulpmiddelen voor professionals
Verdiepende materialen:
- E-learning in gesprek over meisjesbesnijdenis
- Webinar over de rol van de JGZ in het voorkomen van VGV
- Gids ‘hoe te praten over VGV?’
- Infographic cultuursensitief werken
- Brochure meisjesbesnijdenis
- Handboek het culturele interview (wordt herzien)
Trainingen:
Tools/instrumenten:
- Sociale Kaart Meisjesbesnijdenis een sociale kaart biedt specifieke informatie over meisjesbesnijdenis voor zorgprofessionals in de omgang met deze specifieke problematiek die specialistische expertise vraagt. De sociale kaart, indien aanwezig, is te vinden op de website van de GGD van de betreffende regio.
- Wereldkaart verspreiding meisjesbesnijdenis deze kaart geeft een overzicht van de wereldwijde prevalentie van meisjesbesnijdenis en kan helpen bij het begrijpen van de context in verschillende landen.
4.7 Samenvatting wetenschappelijke literatuur
Preventie van VGV: Effectiviteit van interventieprogramma’s
De systematische review van Berg en Denison [47] analyseerde 8 empirische evaluaties van interventieprogramma’s gericht op het verminderen van VGV. Hoewel sommige interventies leidden tot verbeterde kennis en attitudes, was er weinig direct bewijs voor een substantiële daling van de prevalentie op korte termijn. Deze review benadrukte het belang van community-based interventies boven top-down benaderingen.
Njue et al. [49] voerden een systematisch review uit naar preventiestrategieën in hooginkomenslanden, waar VGV voorkomt in migratiecontext. Zij concludeerden dat er een gebrek is aan robuust evaluatieonderzoek en dat interventies vaak niet systematisch zijn onderzocht. Preventie-initiatieven die participatief en gemeenschapsgericht zijn, blijken echter kansrijker dan uitsluitend juridische maatregelen.
Waigwa et al. [48] onderzochten middels een systematisch review de effectiviteit van gezondheidsvoorlichting als preventieve interventie. Zij concludeerden dat interventies effectiever zijn wanneer zij rekening houden met sociaaldemografische en sociaaleconomische factoren van de doelgroep, en wanneer zij empowerment (bijv. via alfabetisering en onderwijs) combineren met specifieke VGV-preventie. Betrokkenheid van de gemeenschap blijkt daarbij cruciaal.
Samenvattend laat de literatuur zien dat een combinatie van politieke wil, wetgeving, educatie, betrokkenheid van de gezondheidszorg en community empowerment de meeste kans biedt op succes bij preventie.
Het belang van cultuursensitieve zorg
Turkmani et al. [50] voerden een systematische review en meta-synthese uit van kwalitatieve studies onder vrouwen uit VGV-praktiserende landen die nu in hooginkomenscontext wonen. Zij identificeerden vier centrale thema’s: angst, stigma en wantrouwen in de zorg; gevoelens van kwetsbaarheid en discriminatie; het balanceren van traditionele waarden met de nieuwe leefomgeving; en de zoektocht naar steun en betrokkenheid. Hun conclusies benadrukken dat zorg effectiever en menswaardiger is wanneer deze vrouwgericht, cultureel veilig en gebaseerd op wederzijds vertrouwen wordt verleend.
Evans et al. [33] voerden ook een kwalitatieve systematische review uit naar zorgervaringen van vrouwen en meisjes met VGV, evenals van zorgverleners. Zij concludeerden dat barrières zoals gebrek aan kennis, taalproblemen, vermijding van het onderwerp en ongemak bij zorgverleners de kwaliteit van zorg negatief beïnvloeden. Effectieve zorgverlening bleek te berusten op culturele veiligheid: wederzijds respect, gedeelde besluitvorming en structurele ondersteuning via beleid, training en toegankelijke diensten.
5 Samenwerken en verwijzen
In deze module wordt het belang van een effectieve samenwerking in de preventie van VGV besproken en komen kernprincipes aan bod die bijdragen aan een goede aanpak. Door deze samenwerking kunnen signalen van mogelijke risico’s op VGV tijdig worden herkend en kan er adequaat worden gehandeld.
Aanbevelingen
5.1 Uitgangsvragen
- Op welke wijze kunnen overdracht, samenwerking en afstemming tussen verschillende disciplines het best worden vormgegeven, met als doel continuïteit in preventie en zorg voor ouders en jeugdige te waarborgen?
- Wat zijn de belangrijkste overdrachtsmomenten en welke gegevens dienen hierbij te worden overgedragen?
5.2 Achtergrond
Dit hoofdstuk gaat in op de ketenaanpak van VGV en beschrijft de samenwerking tussen de JGZ en haar partners in de preventie van VGV.
5.2.1 De landelijke ketenaanpak van VGV
Sinds 2010 is er een landelijke ketenaanpak van VGV in Nederland. Deze aanpak bestaat uit drie onderdelen:
- Zorg
- Preventie
- Handhaving van de wet
De ketenaanpak tegen VGV in Nederland richt zich op samenwerking tussen diverse partijen, waaronder de JGZ, huisartsen, verloskundigen, gynaecologen, GGD’en, Veilig Thuis, evenals maatschappelijke organisaties en sleutelpersonen uit de gemeenschap. Omdat geen enkele ketenpartner het volledige beeld heeft, is structurele samenwerking noodzakelijk om risico’s tijdig te signaleren en passende begeleiding te bieden.
De JGZ draagt een belangrijke verantwoordelijkheid in de ketenaanpak van VGV. Wanneer er sprake is van een risico of wanneer een meisje besneden blijkt te zijn, moeten zij passende vervolgstappen zetten. Dit betekent dat de JGZ-professional niet alleen zelf handelt, maar ook zorgt voor een juiste en zorgvuldige verwijzing naar andere professionals en instanties in de keten. Juist in die schakelfunctie ligt de kracht en verantwoordelijkheid van de JGZ: door samenwerking te zoeken en, binnen de kaders van privacywetgeving, signalen te delen kan worden voorkomen dat meisjes passende zorg missen. In die rol richt de JGZ-professional zich met name op de preventie van VGV en toeleiding naar zorg en bescherming.
Zie:
5.2.2 Samenwerking tussen de JGZ en andere ketenpartners
Samenwerking tussen de verschillende partners uit de ketenaanpak is belangrijk, zodat signalen niet gemist worden en gezinnen goed worden begeleid. Elk onderdeel uit de keten heeft een eigen protocol.
Aandachtfunctionaris VGV/Kindermishandeling
Omdat zorg en preventie van VGV specifieke kennis en vaardigheden vraagt, hebben sommige JGZ-organisaties een aandachtfunctionaris VGV en/of een aandachtfunctionaris kindermishandeling. Het is de taak van de aandachtfunctionaris Kindermishandeling/VGV om het onderwerp VGV binnen diens JGZ-organisatie onder de aandacht te houden. Hoe dit georganiseerd wordt, verschilt per JGZ-organisatie. De taken kunnen onder andere zijn:
- (Nieuwe) JGZ-medewerkers scholen;
- Relevante (voorlichting)materialen evalueren en verspreiden binnen de organisatie;
- Casuïstiek bespreken met medewerkers;
- Contacten met management en leidinggevenden onderhouden over knelpunten;
- Contact leggen en houden met ketenpartners
Sleutelpersonen VGV
Het kan helpend zijn om tijdens een afspraak waarin je over VGV spreekt met een gezin, samen te werken met een sleutelpersoon VGV. Sleutelpersonen spelen een belangrijke rol bij het overbruggen van taal- en cultuurverschillen en het bieden van gerichte ondersteuning. Sleutelpersonen voor VGV komen vaak uit culturele gemeenschappen waar VGV voorkomt, worden beschouwd als betrouwbare en invloedrijke personen binnen de gemeenschap en kennen de cultuur, de taal en achtergrond/context van het land van herkomst. Zij hebben een training tot sleutelpersoon gevolgd waardoor zij in verschillende rollen kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld als cultureel intermediair, voorlichter of begeleider. Het is echter noodzakelijk om het samenwerken met een sleutelpersoon in een gezin altijd in overleg en met toestemming te doen van het gezin waar je het gesprek mee voert. Er mogen geen persoonsgegevens met een sleutelpersoon worden gedeeld zonder expliciete toestemming van de betrokkenen in het gezin. VGV is een taboegevoelig onderwerp en mogelijk ervaart het gezin het als niet prettig of wenselijk als daar iemand (uit de eigen gemeenschap) bij aanwezig is.
Je komt in contact met een sleutelpersoon via FSAN (Federatie Somalische Associaties Nederland) of Pharos.
- Voor meer (praktische) informatie over het samenwerken met sleutelpersonen, lees de handleiding ‘Werkwijze voor de sleutelpersonen’ van FSAN.
- Bekijk op de website van Pharos of er een sleutelpersoon VGV in jouw regio is.
De e-learning ‘Samenwerken met de mensen om wie het gaat’ van Pharos helpt met het aanscherpen van je hulpvraag en doelen en biedt concretere handvatten om mee verder te gaan als je wil samenwerken met een sleutelpersoon.
Samenwerken met een tolk
Wanneer er sprake is van een taalbarrière, vraagt dit om extra inzet om elkaar te begrijpen. Het is dan raadzaam om als JGZ-professional een tolk in te schakelen. De generieke module Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein biedt hiervoor handvatten. Deze module gaat onder andere in op het inschakelen van tolken, het voorkomen van misverstanden en de omgang met situaties waarin een professionele tolk niet (meer) wordt vergoed.
In lijn met deze generieke module is het bij gesprekken over VGV raadzaam een professionele tolk in te schakelen, ook wanneer één van de ouders Nederlands spreekt. Dit ondersteunt het correct overbrengen van informatie en helpt misverstanden te voorkomen. Een tolk kan worden gereserveerd via Global Talk of via de procedures binnen de eigen organisatie. Geef daarbij aan dat het gesprek VGV betreft, zodat de tolk passend kan worden ingezet. Benoem tijdens het gesprek dat ook de tolk gebonden is aan beroepsgeheim; dit kan bijdragen aan een veilige setting.
De website “Zoschakeltueentolkin.nl” biedt aanvullende praktische tips voor het werken met tolken en geeft een overzicht van de mogelijkheden voor financiering van tolken binnen onder meer JGZ-organisaties.
Verloskundigen en kraamzorg
De verloskundige draagt met toestemming van de moeder de zorg voor een pasgeborene over aan de JGZ en de huisarts. Het overdragen van mogelijke risico’s aan de JGZ verloopt via de betrokken kraamverzorgende en verloskundige. In het geval van VGV wordt in beginsel met toestemming van de moeder overgedragen dat de moeder besneden is. Lees voor meer informatie de leidraad medische zorg voor VGV.
Onderwijs
Scholen hebben een belangrijke taak in het signaleren van (risico’s op) VGV. Het is wenselijk dat de JGZ en scholen afspraken maken over contact rondom een situatie van VGV binnen de kaders van WGBO. Informatie-uitwisseling tussen scholen en JGZ vindt uitsluitend plaats met toestemming van de ouders/verzorgers en van de jeugdigen vanaf 12 jaar. Wanneer dit noodzakelijk is voor de veiligheid van het meisje wordt de meldcode kindermishandeling/huiselijk geweld gestart. Scholen handelen net als de JGZ binnen hun eigen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Vakantiebrief
De JGZ kan scholen rond vakantieperiodes attenderen op het verhoogde risico op VGV tijdens familiebezoek in landen van herkomst door gebruik te maken van de zogenoemde vakantiebrief. Deze brief bevat informatie over signalen van VGV en verwijst naar de contactpersoon binnen de JGZ voor overleg en advies. Het format van de vakantiebrief dient als voorbeeld en kan door JGZ-organisaties naar eigen inzicht worden aangepast zodat het aansluit bij de lokale werkwijze en context. Het actief nabellen of bespreken van de vakantiebrief tijdens schoolcontacten kan de signalerende rol van scholen versterken en de samenwerking tussen school en JGZ bevorderen. De Vakantiebrief wordt bijgehouden door Pharos.
Veilig Thuis
Veilig Thuis speelt een centrale rol in de preventie van VGV. JGZ-professionals starten bij een risico op of een vermoeden van VGV de meldcode. In stap 2 van de meldcode wordt onder andere advies gevraagd bij Veilig Thuis. Deze adviesvraag is altijd anoniem, in de zin dat Veilig Thuis geen persoonsgegevens krijgt te horen van het gezin. Veilig Thuis denkt mee over de risico inschatting en de juiste vervolgstappen. . Wanneer na het doorlopen van de meldcode een melding wordt gedaan, wordt dit in beginsel met de ouders besproken, tenzij dit de veiligheid van het meisje, de professional of een ander in gevaar brengt. Veilig Thuis zet de benodigde hulpverlening in gang.
Focal point VGV/ meisjesbesnijdenis
Pharos expertisecentrum gezondheidsverschillen is het landelijk Kennis-en adviespunt voor meisjesbesnijdenis (Focalpoint VGV/meisjesbesnijdenis). Het focalpoint is er om (zorg)professionals te ondersteunen met het bespreekbaar maken van VGV en het signaleren van de risico’s op VGV.
FSAN
FSAN is de Federatie voor Somalische Associaties Nederland. Zij spelen een belangrijke rol in de preventie van VGV in Nederland. Ze richten zich vooral op voorlichting, bewustwording en verbinding binnen de gemeenschappen waar VGV voorkomt. Ze geven trainingen en zijn verantwoordelijk voor het opleiden van sleutelpersonen VGV.
Spreekuur reizigersadvies en –vaccinatie
De professional op het reizigersspreekuur is vaak de laatste hulpverlener die een cliënt ziet voordat zij op reis gaat en kan daarom een belangrijke rol spelen in het signaleren van risico’s op VGV. De reizigersadvies- en vaccinatiebureaus in Nederland zijn geregistreerd bij het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) en zij werken volgens de LCR-protocollen. Sinds begin 2026 is er vanuit LCR een nieuw protocol VGV. Daarnaast zal bij alle landen met een bekend prevalentiepercentage VGV het advies om het risico op VGV in te schatten toegevoegd worden. De reizigersadviseur heeft een signalerende taak. Als de reizigersadviseur het risico op VGV signaleert zal er doorverwezen worden naar de JGZ aandachtfunctionaris VGV/kinderminshandeling in de regio of eventueel Veilig thuis. In het protocol is duidelijk opgenomen hoe de reizigersadviseur het risico kan signaleren en welke stappen er genomen moeten worden. Contact tussen de JGZ en het spreekuur reizigersvaccinatie kan waardevol zijn en bijdragen aan een effectieve preventie van VGV. Echter, als de JGZ professional weet van de reis en een vermoeden heeft van VGV die mogelijk uitgevoerd gaat worden, dan moet de meldcode worden gevolgd. Lees meer over werken met de meldcode in de JGZ-richtlijn Kindermishandeling.
Publieke gezondheidszorg Asielzoekers
Binnen de publieke gezondheidszorg Asielzoekers (PGA) zijn gezondheidsbevorderaars werkzaam. Ieder persoon woonachtig op het AZC krijgt voorlichtingen aangeboden over drie thema’s 1) gezondheidszorg in Nederland, 2) seksuele gezondheid en 3) opgroeien en opvoeden tussen culturen. Binnen elk van deze drie thema’s is er ruimte om in gesprek te gaan over VGV. Dit gebeurt vaak in gescheiden groepen van vrouwen en mannen uit landen waar VGV een traditie is.
Het is aan te bevelen dat de JGZ actief contact onderhoudt met de afdeling Gezondheidsbevordering van de GGD, zodat signalering, voorlichting en preventie goed op elkaar worden afgestemd.
5.2.3 Informatie- en gegevensdeling
Ouders en/of de jeugdige moeten in beginsel toestemming geven voor het uitwisselen van informatie met andere professionals buiten de JGZ. Tegelijkertijd heeft de JGZ de plicht om te handelen in belang van de jeugdige wanneer er zorgen over diens ontwikkeling en gezondheid bestaan. Dit kan bij de professional leiden tot een ‘conflict van plichten’ wanneer ouders of de jeugdige vanaf 12 jaar geen toestemming geven. Op grond van Artikel 5.2.6. van de WMO (2015) mogen beroepsbeoefenaren met een beroepsgeheim zonder toestemming gegevens verstrekken aan Veilig Thuis. Dit is een meldrecht (geen meldplicht).
Dit mag alleen:
- als dat noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen, of
- als de beroepsbeoefenaar een vermoeden heeft van kindermishandeling en hij/zij dat wil laten onderzoeken.
Zie ook:
- Juridische Toolkit NCJ (van toepassing op alle JGZ-professionals)
- Onderdeel II Informatieverstrekking
- Conflict van plichten
- Bijlage 2 Beroepsgeheim van de KNMG-meldcode
- De KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens.
5.3 Doorverwijsmogelijkheden
Nazorgspreekuur meisjesbesnijdenis
Goede nazorg voor vrouwen die besneden zijn is een belangrijk onderdeel in de preventie van VGV. Tijdens nazorg wordt voor vrouwen vaak duidelijk welke klachten zijn ontstaan ten gevolgen van een besnijdenis. Op verschillende locaties in het land zijn er nazorgspreekuur meisjesbesnijdenis, georganiseerd door GGD-en. Hier kunnen meisjes en vrouwen die besneden zijn terecht met vragen en voor nazorg. Voor specifieke informatie over de nazorgspreekuren meisjesbesnijdenis per regio, zie Pharos. Niet alle GGD’en hebben een nazorgspreekuur. In overleg met de huisarts kan in dat geval worden gezocht naar een passende doorverwijzing.
Huisarts
De huisarts kan vanuit diens positie beoordelen welke aanvullende expertise nodig is en kan verwijzen naar verschillende vormen van (specialistische) zorg, waaronder (POH-) GGZ, seksuoloog, of gynaecoloog met expertise in VGV.
Voor de JGZ is het belangrijk te signaleren wanneer specialistische beoordeling wenselijk kan zijn, bijvoorbeeld bij medische of psychoseksuele klachten, complicaties, of wanneer ouders of meisjes vragen hebben die de basiszorg overstijgen. In sommige regio’s kan aanvullend worden samengewerkt met een sleutelpersoon of nazorgspreekuur. Niet in alle GGD’en hebben direct toegang tot een sleutelpersoon of nazorgspreekuur in hun regio, juist in die gevallen is samenwerking met de huisarts belangrijk om samen tot een passend alternatief te komen.
6 Bijlagen
In de bijlagen is er bewust voor gekozen om meisjesbesnijdenis als term te hanteren, in plaats van vrouwelijke genitale verminking (VGV). Professionals wordt aangeraden om de term ‘meisjesbesnijdenis’ te gebruiken in de spreekkamer, in verband met mogelijke stigmatiserende effecten die gepaard kunnen gaan met de term Vrouwelijke Genitale Verminking.
6.1 Voorbeeldvragen voor gespreksvoering
Onderstaand zijn een aantal voorbeeldvragen- en zinnen die kunnen helpen bij gesprekken over VGV. Ieder gesprek is anders, gebruik de vragen die passen bij jouw stijl en bij de situatie. De vragen zijn geordend per type situatie, zoals het eerste gesprek met de ouders of het gesprek met het meisje. Vermijd bij het voeren van deze gesprekken woorden die een waardeoordeel uitdrukken. Hierdoor blijft het gesprek open en veilig en ontstaat er ruimte voor ouders om eerlijk hun gedachten en zorgen te delen. Bekijk voor meer voorbeeldzinnen in specifieke situaties de gesprekshandleiding VGV.
6.1.1 Ouders – eerste gesprek
Als onbekend is of moeder besneden is
- Mag ik u iets vragen over een onderwerp dat in sommige landen of families voorkomt? Het is mijn taak om met u over meisjesbesnijdenis te spreken.
- In sommige gemeenschappen komt meisjesbesnijdenis voor. Hoe wordt daar in uw familie of omgeving over gedacht?
- In [land van herkomst] worden meisjes besneden. Hoe denkt u hierover?
- Weet u wat meisjesbesnijdenis is? Wat betekent dat voor u?
- Is meisjesbesnijdenis gebruikelijk in uw familie?
- Bent u zelf (de moeder) besneden?
- Weet u op welke leeftijd besnijdenis bij vrouwen in uw familie gebruikelijk is?
Als moeder niet besneden is
- Zijn andere vrouwen in uw omgeving (moeder, zussen) wel besneden?
- Indien antwoord op de vorige vraag ‘ja’: Kunt u vertellen waarom andere vrouwen in uw gemeenschap wel zijn besneden en u niet? en wat betekent dat voor u?
- Wordt er binnen uw familie nog over meisjesbesnijdenis gesproken?|
Als bekend is dat moeder besneden is
- Ik lees in de overdracht dat u besneden bent. Mag ik hier met u over spreken?
- Hoe is de bevalling voor u geweest?
- Hoe was het om tijdens de zwangerschap of bevalling over besnijdenis te praten met zorgverleners?
- Ik heb gehoord dat het in een aantal landen een mooie, feestelijke dag is. Is dat in uw thuisland ook zo? Kunt u daar iets meer over vertellen?
- Welke rol speelt deze traditie binnen uw familie?
6.1.2 Ouders – vervolggesprekken
- We hebben eerder over meisjesbesnijdenis gesproken. Hoe denkt u daar nu over?
- Hoe wordt er binnen uw familie of gemeenschap over dit onderwerp gesproken?
- Heeft u nog contact met familie in uw thuisland, en hoe kijken zij hiernaar?
- Op welke leeftijd is meisjesbesnijdenis gebruikelijk in uw familie?
Wanneer eerder is aangegeven dat de dochter niet besneden wordt:
- U gaf eerder aan uw dochter niet te willen laten besnijden. Denkt u daar nog steeds zo over?
- [Over de verklaring tegen meisjesbesnijdenis] Ik wil u graag deze verklaring mee geven die behulpzaam kan zijn bij de uitleg aan uw familie over het beleid in Nederland.“
6.1.3 Gesprek met het meisje
- We hebben met je ouders gesproken over meisjesbesnijdenis. Weet jij wat dat is?
- Praten jullie thuis wel eens over meisjesbesnijdenis?
- Is meisjesbesnijdenis een gewoonte in jouw familie, weet je dat?
- Ken je iemand uit je omgeving die besneden is?
- Wat vind jij van meisjesbesnijdenis?
- Heb je er wel eens iets over gelezen of gezien, bijvoorbeeld online of op tv?
- Wil iemand dat jij besneden wordt? Hoe voelt dat voor jou?
- Met wie kun je praten als je je zorgen maakt?
- Ken je het beleid in Nederland over meisjesbesnijdenis?
Als meisje besneden is:
- Heb je soms ergens pijn? Heb je soms buikpijn? Heb je pijn bij het plassen?
– Hoe lang duurt het om te plassen? Lukt het om snel te plassen? Gebeurt het soms dat je nog voor je het toilet verlaat, je opnieuw moet plassen?
Als het meisje al wat ouder is:
- Wat vind je ervan dat je besneden bent?
- [Als ze menstrueert] Hoe veel dagen duurt je menstruatie? Heb je het gevoel dat het bloed gemakkelijk kan wegvloeien?
6.1.4 Omgaan met reacties van ouders
| Reactie | Voorbeeldzinnen/vragen |
| Dat gebeurt al lang niet meer in mijn land. | Fijn om te horen. We stellen deze vraag omdat het soms toch nog voorkomt. Dat kan je zien op deze wereldkaart. Hoe zit dat in uw familie? |
| Weerstand of boosheid | Ik zie dat dit u raakt. Kunt u vertellen wat die gevoelens oproept? |
|
Ouder wil niet, maar familie wel
|
Kunt u ervoor zorgen dat het niet gebeurt? Hoe zou u er voor kunnen zorgen dat dit niet gebeurt? Heeft u daarbij hulp nodig? |
| Ouder wil dochter laten besnijden |
Kunt u mij vertellen waarom dit belangrijk voor u is? Weet u dat dit in Nederland verboden is vanwege gezondheidsrisico’s? |
7 Verantwoording
Deze richtlijntekst is gebaseerd op het standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) door de Jeugdgezondheidszorg, gepubliceerd door RIVM in 2010.
In de periode november 2023 tot oktober 2025 zijn de richtlijnmodules ontwikkeld op grond van beschikbare wetenschappelijke literatuur en aan de hand van de door de werkgroep aangeboden expertise.
7.1 Literatuuronderzoek
Startpunt voor het oriënterend literatuuronderzoek was het standpunt Preventie van VGV door de JGZ, uit 2011. Aan de hand van de resultaten van literatuuronderzoek en de reeds beschikbare expertise, oriënteerden de richtlijnontwikkelaars zich op het richtlijnonderwerp. Dit werd vervolgd door specifieke systematische zoekacties aan de hand van door de subgroep vastgestelde uitgangsvragen.
Niet voor alle uitgangsvragen was het mogelijk om deze volgens de zoekstrategie te beantwoorden. Op basis van de uitgangsvragen werden zoek strategieën uitgevoerd. Deze volgenden een hiërarchisch aanpak:
- Allereerst uitgaande van bestaande geaggregeerde literatuur zoals systematische reviews en meta-analyses
- Als dit niet genoeg opleverde of als de gevonden literatuur niet toepasbaar was in Nederland of de JGZ, werd de search uitgebreid met peer-reviewed literatuur.
- Vervolgens heeft het projectteam sleutelpublicaties en andere relevante artikelen doorgenomen om te zien of er nog belangrijke artikelen ontbreken (‘sneeuwbalmethode’)
- Bij onvoldoende onderzochten methoden of onderwerpen werd uitgegaan van in de clusterwerkgroep beschikbare kennis en praktijkervaring.
Zoekstrategie
Op basis van de vastgestelde uitgangsvragen is een search uitgevoerd voor de risicofactoren van VGV.
Tabel 1. Search risicofactoren voor VGV
| Uitgangsvraag: Met welke risicofactoren moeten JGZ-professionals rekening houden bij VGV? | |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Peer-reviews, Systematische reviews, Meta-analyses. |
| Databases(s): | PubMed |
| Datum search: | september – november 2024 |
| Periode: | 2000 – 2024 |
| Talen: | Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen: Het gaat hierbij om risicofactoren van VGV die relevant zijn voor de JGZ.
|
|
| Database | Zoektermen |
| PubMed |
AND
Hits = 160
Voor een eerste overzicht zijn in PubMed alleen artikelen geselecteerd waarin de termen ‘female genital mutilation’, ‘female genital cutting’, ‘female circumcision’ of ‘FGM’ in combinatie met de termen ‘risk factor*’, ‘determinant*’, ‘associated factor*’ of ‘predictor*’ in de titel voorkomen (gebruikmakend van de veldspecifieke zoekvorm [TI]). Deze aanpak levert een overzicht op van artikelen waarin VGV‑risicofactoren expliciet als centraal onderwerp in de titel staan.
Op basis van de titels zijn in eerste instantie artikelen geselecteerd die relevant waren voor de context van de JGZ in Nederland. Vervolgens zijn de geselecteerde artikelen beoordeeld op abstract niveau, waarbij alleen artikelen werden behouden die inhoudelijk relevant waren voor de uitgangsvraag. Artikelen die in andere relevante bronnen werden gebruikt, zoals het medisch leidraad VGV, het standpunt VGV van de KNMG en het medisch handboek kindermishandeling, zijn eveneens opgenomen in deze module, indien zij inzicht gaven in risicofactoren voor VGV. |
De reviewers selecteerden de studies in drie fasen:
- De eerste selectie vond plaats op grond van titel en abstract, waarbij alleen artikelen werden behouden die inhoudelijk relevant waren voor de uitgangsvraag.
- De tweede selectie na het lezen van de full-tekst.
- Primaire studies werden alleen dan gebruikt als up-to-date systematische reviews niet voorhanden waren.
8 Totstandkoming
De JGZ-richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking is ontwikkeld om JGZ-professionals te voorzien van helder, actueel en praktisch toepasbaar handelingsperspectief. Het eerdere standpunt Preventie van VGV uit 2010 was inmiddels verouderd, waardoor behoefte ontstond aan een document dat aansluit bij de huidige kennis en praktijkervaring. Daarnaast bestond onder JGZ-professionals al langere tijd behoefte aan een richtlijn die specifiek ingaat op VGV en aansluit bij de bredere JGZ-kaders, waaronder de richtlijn Kindermishandeling. Met deze nieuwe richtlijn beschikken professionals over een samenhangend, onderbouwd en toepasbaar kader voor preventie, signalering en handelen bij (het risico op) VGV. De richtlijn VGV is mede mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS.
De richtlijn is tot stand gekomen door nauwe samenwerking tussen TNO, de JGZ-sector en diverse inhoudelijke experts. De clusterwerkgroep Opvoeden en Ondersteunen heeft gedurende het ontwikkelproces actief meegedacht en op verschillende momenten feedback geleverd. Deze input is verwerkt in de verschillende modules.
Er is een aanvullende ‘werkgroep VGV’ ingesteld, bestaande uit inhoudsdeskundigen op het gebied van VGV. Bij de samenstelling van deze werkgroep is rekening gehouden met een goede balans in de vertegenwoordiging van wetenschappers, inhoudelijke experts, uitvoerende JGZ-professionals en een belangenbehartiger vanuit gemeenschappen in Nederland die uit VGV prevalentielanden afkomstig zijn. De werkgroep bestond uit de volgende leden:
- Irene Peters, Jeugdarts GGD Regio Utrecht
- Marthine Bos, Projectleider VGV GGD Ijsselland
- Sabine van den Broek, jeugdverpleegkundige
- Vina Slev, klinisch epidemioloog, GGD Amsterdam
- Zahra Naleie , Senior project manager FGM, Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN)
Projectteam Pharos
- Charlotte Steuten, projectleider
- Ingrid van den Elsen, Senior projectleider
- Ramin Kawous, inhoudsdeskundige
Betrokkenen TNO
- Caren Lanting, richtlijnontwikkelaar
- Olivier Blanson Henkemans, ontwikkeling Slimme Richtlijn Module
- Remy Vink, ondersteunend richtlijnontwikkelaar
Conceptteksten zijn opgesteld door het projectteam van Pharos, in samenwerking met leden van TNO en met input van de werkgroep VGV.
Referenties
[1] Abathun AD, Sundby J, Gele AA. Attitude toward female genital mutilation among Somali and Harari people, Eastern Ethiopia. International journal of women's health 2016;8():557-569
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27785105[2] Ahinkorah BO, Hagan JE, Ameyaw EK, Seidu A-A, Budu E, Sambah F, Yaya S, Torgbenu E, Schack T. Socio-economic and demographic determinants of female genital mutilation in sub-Saharan Africa: analysis of data from demographic and health surveys. Reproductive health 2020;17(1):162
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-020-01015-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33092624[3] Al-Taj MA, Al-Hadari MH. Prevalence and drivers of female genital mutilation/cutting in three coastal governorates in Yemen. BMC public health 2023;23(1):1363
http://dx.doi.org/10.1186/s12889-023-16299-y https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37461020[4] Boyle EH, Svec J. Intergenerational Transmission of Female Genital Cutting: Community and Marriage Dynamics. Journal of marriage and the family 2019;81(3):631-647
http://dx.doi.org/10.1111/jomf.12560 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31741540[5] Cappa C, Thomson C, Murray C. Understanding the association between parental attitudes and the practice of female genital mutilation among daughters. PloS one 2020;15(5):e0233344
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0233344 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32437387[6] Dehghankhalili M, Fallahi S, Mahmudi F, Ghaffarpasand F, Shahrzad ME, Taghavi M, Fereydooni Asl M. Epidemiology, Regional Characteristics, Knowledge, and Attitude Toward Female Genital Mutilation/Cutting in Southern Iran. The journal of sexual medicine 2015;12(7):1577-83
http://dx.doi.org/10.1111/jsm.12938 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26139452[7] Pastor-Bravo MDM, Almansa-Martínez P, Jiménez-Ruiz I. Factors contributing to the perpetuation and eradication of female genital mutilation/cutting in sub-Saharan women living in Spain. Midwifery 2022;105():103207
http://dx.doi.org/10.1016/j.midw.2021.103207 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34879313[8] The DHS Program - Quality information to plan, monitor and improve population, health, and nutrition programs.
https://dhsprogram.com/[9] Elamin, W, Mason-Jones, A.J.. Female genital mutilation/cutting: A systematic review and meta-ethnography exploring women's view of why it exists and persists. International Journal of Sexual Health 32(1), 1–21 2019
https://doi.org/10.1080/19317611.2019.1683115[10] El-Gibaly O, Aziz M, Abou Hussein S. Health care providers' and mothers' perceptions about the medicalization of female genital mutilation or cutting in Egypt: a cross-sectional qualitative study. BMC international health and human rights 2019;19(1):26
http://dx.doi.org/10.1186/s12914-019-0202-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31455345[11] Gele AA, Kumar B, Hjelde KH, Sundby J. Attitudes toward female circumcision among Somali immigrants in Oslo: a qualitative study. International journal of women's health 2012;4():7-17
http://dx.doi.org/10.2147/IJWH.S27577 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22312195[12] Pharos (2023) Meisjesbesnijdenis - algemene informatie en terminologie
https://www.pharos.nl/infosheets/algemene-informatie-over-meisjesbesnijdenis/[13] Leidraad Medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV). 2019
https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2019/11/Leidraad-Medische-zorg-voor-vrouwen-en-meisjes-met-vrouwelijke-genitale-verminking-VGV.pdf[14] Pashaei T, Ponnet K, Moeeni M, Khazaee-pool M, Majlessi F. Daughters at Risk of Female Genital Mutilation: Examining the Determinants of Mothers' Intentions to Allow Their Daughters to Undergo Female Genital Mutilation. PloS one 2016;11(3):e0151630
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0151630 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27031613[15] Pijpers, F.I.M., Exterkate, M., De Jager, M.. Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) voor de Jeugdgezondheidszorg 2010
https://www.pharos.nl/wp-content/uploads/2018/10/Standpunt_Preventie_van_Vrouwelijke_Genitale_Verminking_door_de_Jeugdgezondheidszorg_Pharos.pdf[16] Sanni FO, Sanni EA, Onyeagwaibe C, Ahamuefula T. A retrospective analysis of the trends in the prevalence of female genital mutilation and associated factors among women of reproductive age in Nigeria 2011-2021. Journal of family medicine and primary care 2024;13(8):3084-3093
http://dx.doi.org/10.4103/jfmpc.jfmpc_1742_23 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39228647[17] Suzuki C, Meekers D. Determinants of support for female genital cutting among ever-married women in Egypt. Global public health 2008;3(4):383-398
http://dx.doi.org/10.1080/17441690701437187 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39390700[18] Female genital mutilation (FGM/C) statistics - UNICEF Data.
[20] Wodon, Q., Yedan, A., Leye, E.. Female genital cutting in Egypt: drivers and potential responses. Development in Practice 27(5), 708–718. 2017
https://doi.org/10.1080/09614524.2017.1330401[21] Wetboek van Strafrecht
https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01#BoekTweede[22] Van de Putte, E., Lukkassen, I., Teeuw, A.. Medisch handboek kindermishandeling 2024
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2960-1[23] Babbs G, Weber SE, Abdalla SM, Cesare N, Nsoesie EO. Use of machine learning methods to understand discussions of female genital mutilation/cutting on social media. PLOS global public health 2023;3(7):e0000878
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pgph.0000878 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37490461[24] Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2015) Schema Ontwikkelingsaspecten en omgevingsinteractie (O&O) 2015
https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/docs/d5771c50-bac7-4fb6-a307-e302b14d664b.pdf%20[25] Pharos. Cultuursensitief werken: handvatten voor professionals in de zorg en het sociaal domein
https://www.pharos.nl/cultuursensitief-werken-zorg-sociaal-domein-handvatten/[26] Wondwossen Fantaye A, Konkle AT. Social media representation of female genital cutting: A YouTube analysis. Women's health (London, England) 2020;16():1745506520949732
http://dx.doi.org/10.1177/1745506520949732 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32960746[27] GGD GHOR NEDERLAND. (z.d.). Forensisch Medische Expertise bij Kinderen (FMEK)
https://ggdghor.nl/wp-content/uploads/2019/10/Factsheet-Wat-is-FMEK-1.pdf[28] Kool, R.,, Beijer, A.,, Drumpt, C.,, Eelman, J.,, Knoops, G.,. Vrouwelijke genitale verminking in juridisch perspectief - Achtergrond studie 2005
https://www.raadrvs.nl/binaries/raadrvs/documenten/publicaties/2005/03/23/vrouwelijke-genitale-verminking-in-juridisch-perspectief/Vrouwelijke_genitale_verminking_in_juridisch_perspectief.pdf[30] Rijksoverheid. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode[31] Balfour J, Abdulcadir J, Say L, Hindin MJ. Interventions for healthcare providers to improve treatment and prevention of female genital mutilation: a systematic review. BMC health services research 2016;16(1):409
http://dx.doi.org/10.1186/s12913-016-1674-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27542732[32] Dixon S, Duddy C, Harrison G, Papoutsi C, Ziebland S, Griffiths F. Conversations about FGM in primary care: a realist review on how, why and under what circumstances FGM is discussed in general practice consultations. BMJ open 2021;11(3):e039809
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2020-039809 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33753429[33] Evans C, Tweheyo R, McGarry J, Eldridge J, Albert J, Nkoyo V, Higginbottom G. Crossing cultural divides: A qualitative systematic review of factors influencing the provision of healthcare related to female genital mutilation from the perspective of health professionals. PloS one 2019;14(3):e0211829
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0211829 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30830904[34] Karlsen S, Carver N, Mogilnicka M, Pantazis C. 'Putting salt on the wound': a qualitative study of the impact of FGM-safeguarding in healthcare settings on people with a British Somali heritage living in Bristol, UK. BMJ open 2020;10(6):e035039
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2019-035039 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32554738[35] Pharos. (z.d.) In gesprek over meisjesbesnijdenis - geaccrediteerde e-learning.
https://www.pharos.nl/kennisbank/in-gesprek-over-meisjesbesnijdenis-geaccrediteerde-e-learning/[36] Van Duijneveldt, I., Groen, L., Knapp, M., De Nooijer, A.. Signaleren en melden van vrouwelijke genitale verminking.
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-98eb3357-a66e-4d6c-8ba3-1e6dedcd7397/pdf[37] Van Gameren, S., & Van Gameren, S. (2019). Preventie van kindermishandeling. Bohn Stafleu van Loghum. 55 p.
[38] Kawous R, van den Muijsenbergh METC, Geraci D, van der Kwaak A, Leye E, Middelburg A, Ortensi LE, Burdorf A. The prevalence and risk of Female Genital Mutilation/Cutting among migrant women and girls in the Netherlands: An extrapolation method. PloS one 2020;15(4):e0230919
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0230919 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32271813[39] Agboli AA, Richard F, Aujoulat I. "When my mother called me to say that the time of cutting had arrived, I just escaped to Belgium with my daughter": identifying turning points in the change of attitudes towards the practice of female genital mutilation among migrant women in Belgium. BMC women's health 2020;20(1):107
http://dx.doi.org/10.1186/s12905-020-00976-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32429984[40] World Health Organization [WHO]. Female Genital Mutilation 2024
https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/female-genital-mutilation[41] End FGM European Network. FGM in Europe 2024
https://endfgm.eu/female-genital-mutilation/fgm-in-europe/[42] Berg RC, Odgaard-Jensen J, Fretheim A, Underland V, Vist G. An updated systematic review and meta-analysis of the obstetric consequences of female genital mutilation/cutting. Obstetrics and gynecology international 2014;2014():542859
http://dx.doi.org/10.1155/2014/542859 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25505915[43] Pallitto C, Ruiz-Vallejo F, Mochache V, Stein K, Vogel JP, Petzold M. Exploring the health complications of female genital mutilation through a systematic review and meta-analysis. BMC public health 2025;25(1):1387
http://dx.doi.org/10.1186/s12889-025-21584-z https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40229755[44] Nzinga A-M, De Andrade Castanheira S, Hermann J, Feipel V, Kipula AJ, Bertuit J. Consequences of Female Genital Mutilation on Women's Sexual Health - Systematic Review and Meta-Analysis. The journal of sexual medicine 2021;18(4):750-760
http://dx.doi.org/10.1016/j.jsxm.2021.01.173 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33618990[45] Berg RC, Denison E. A tradition in transition: factors perpetuating and hindering the continuance of female genital mutilation/cutting (FGM/C) summarized in a systematic review. Health care for women international 2013;34(10):837-59
http://dx.doi.org/10.1080/07399332.2012.721417 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23489149[46] O'Neill S, Pallitto C. The Consequences of Female Genital Mutilation on Psycho-Social Well-Being: A Systematic Review of Qualitative Research. Qualitative health research 2021;31(9):1738-1750
http://dx.doi.org/10.1177/10497323211001862 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34098783[47] Berg RC, Denison E. Effectiveness of interventions designed to prevent female genital mutilation/cutting: a systematic review. Studies in family planning 2012;43(2):135-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23175952[48] Waigwa S, Doos L, Bradbury-Jones C, Taylor J. Effectiveness of health education as an intervention designed to prevent female genital mutilation/cutting (FGM/C): a systematic review. Reproductive health 2018;15(1):62
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-018-0503-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29650025[49] Njue C, Karumbi J, Esho T, Varol N, Dawson A. Preventing female genital mutilation in high income countries: a systematic review of the evidence. Reproductive health 2019;16(1):113
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-019-0774-x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31331357[50] Turkmani S, Homer CSE, Dawson A. Maternity care experiences and health needs of migrant women from female genital mutilation-practicing countries in high-income contexts: A systematic review and meta-synthesis. Birth (Berkeley, Calif.) 2019;46(1):3-14
http://dx.doi.org/10.1111/birt.12367 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29954045[51] Abdalla SM, Galea S. Is female genital mutilation/cutting associated with adverse mental health consequences? A systematic review of the evidence. BMJ global health 2019;4(4):e001553
http://dx.doi.org/10.1136/bmjgh-2019-001553 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31406589[52] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect. Child abuse & neglect 2013;37(7):475-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082[53] Van der Put CE, Stolwijk IJ, Staal IIE. Early detection of risk for maltreatment within Dutch preventive child health care: A proxy-based evaluation of the long-term predictive validity of the SPARK method. Child abuse & neglect 2023;143():106316
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106316 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774[54] Stolwijk IJ, van der Put CE, Staal II. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode. JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/rsw8p418[55] Toolkit Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling 2019
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode/toolkit-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling[56] KNMG. KNMG- Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld 2023
https://www.jgzrichtlijnen.nl/richtlijn/jgz-richtlijn-kindermishandeling/2-signaleren/[57] Kawous R, van Breevoort D, Luu N, van den Elsen D. Vrouwelijke Genitale Verminking Omvang en risico in Nederland 2026
https://www.pharos.nl/kennisbank/vrouwelijke-genitale-verminking-omvang-en-risico-in-nederland/[58] Evans C, Tweheyo R, McGarry J, Eldridge J, Albert J, Nkoyo V, Higginbottom GMA. Seeking culturally safe care: a qualitative systematic review of the healthcare experiences of women and girls who have undergone female genital mutilation/cutting. BMJ open 2019;9(5):e027452
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2018-027452 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31147364Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedbackLET OP: print de JGZ-richtlijn in liggende afdrukstand!
Grote tabellen zijn niet volledig zichtbaar als de JGZ-richtlijn in staande afdrukstand geprint wordt. Om kleuren in de printversie goed door te laten komen, moet bij de printerinstellingen Achtergrondillustraties aangezet worden.
Disclaimer printversie JGZ-richtlijnen
De printversie van de JGZ-richtlijn bevat de algemene tekst inclusief de aanbevelingen. De wetenschappelijke onderbouwing is terug te vinden op de website, bij de aanbevelingen onder de link “Evidence”.