2.4 Prevalentie van pesten en gepest worden

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

Al op jonge leeftijd begint de sociale interactie tussen kinderen in groepsverband. De plaatsen waar kleine kinderen onder de 4 jaar het meest in groepsverband met elkaar in aanraking komen, zijn de kinderopvang en de peuterspeelzaal. Op deze leeftijd is er (nog) geen sprake van pesten, maar kunnen er voorlopers van pesten herkend worden, zoals agressief of teruggetrokken gedrag. 

Agressief of teruggetrokken gedrag bij kinderen onder de 4 jaar omvat de volgende kenmerken [36][84]:

  1. duwen, trekken, slaan, schoppen, gooien;
  2. dingen afpakken;
  3. weigeren te delen;
  4. met woorden iemand proberen te kwetsen;
  5. regels negeren;
  6. hyperactief gedrag;
  7. gebrek aan empathie.

 

Het is niet ongebruikelijk dat kinderen op jonge leeftijd agressief gedrag vertonen. Het is belangrijk om te erkennen dat sommige vormen van fysiek en intens spel, zoals ‘rough-and-tumble play’ (stoeien, duwen, achtervolgen), een normale en waardevolle rol spelen in de sociale ontwikkeling van jonge kinderen. Dit soort spel helpt peuters bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden zoals emotionele regulatie, samenwerking, en het begrijpen van sociale grenzen [73]. Hierbij kunnen ouders/verzorgers hun kinderen leren om het agressieve gedrag te begrenzen [84]. Als dat proces verstoord is, kan er sprake zijn van externaliserend en agressief probleemgedrag. Het vroegtijdig signaleren van (voorlopers van) pestgedrag bij deze leeftijdsgroep kan helpen bij het inzetten van preventieve maatregelen. Bovendien kan er een verband bestaan tussen opvoedstijl en de ontwikkeling van pestgedrag, wat aanleiding geeft om ouders/verzorgers vroegtijdig te ondersteunen in hun opvoeding [10].

Volgens het HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children) is in Nederland in de afgelopen 15 jaar een duidelijke daling te zien in het aantal gevallen van pesten en gepest worden op scholen [9]. In 2005 gaf 7% van de basisschoolleerlingen aan regelmatig betrokken te zijn bij pesten, terwijl dit percentage in 2021 is gedaald tot minder dan 2%. Het aantal leerlingen dat gepest wordt is ook afgenomen, van 11% in 2005 naar ongeveer 8% in 2021. Deze positieve trend is ook zichtbaar in het voortgezet onderwijs. Een mogelijke verklaring voor deze afname is de in de laatste jaren ontwikkelde kennis over pesten en de grote inzet van effectieve anti-pestprogramma’s op scholen in Nederland [21]. Daarnaast moet worden opgemerkt dat de data voor het HBSC-onderzoek in de coronaperiode is verzameld, wat mogelijk heeft geleid tot onderrapportage van pestgedrag, door de beperkingen in fysiek onderwijs en sociale interactie tussen kinderen.

Toch komt pesten nog steeds voor en kan het een grote impact hebben op gepeste kinderen, waardoor het belangrijk blijft om er aandacht aan te besteden en het actief aan te pakken. Een substantieel deel van de schoolgaande kinderen wordt steeds gepest of pest zelf.  Uit verschillende onderzoeken en sociale veiligheidsmonitors in Nederland, zoals de Veilig op School monitor, blijkt dat tussen de 5% en 17% van de kinderen regelmatig wordt gepest [9][50][86]. Cijfers over de prevalentie van pesten lopen uiteen, doordat de gebruikte definities verschillen, de studieopzet wisselt en de gehanteerde meetinstrumenten verschillen in de uitgevoerde studies.

Tabel 1 toont de prevalentie van pesten, opgesplitst naar leeftijd en geslacht, onder Nederlandse leerlingen die deelnamen aan het tweejaarlijkse HBSC-onderzoek.

Tabel 1 – De prevalentie van pesten (zelf pesten en gepest worden), opgesplitst naar leeftijd en geslacht, volgens data van het HBSC-onderzoek [9].

Leeftijd en geslacht

Pest vaak zelf1

Wordt vaak gepest1

Schoolgaande kinderen 

(8-11 jaar oud)

 

  • Meisjes

  • Jongens

 

 

1,3%

2,4%

 

 

9,2%

6,6%

Jongeren (12+)

  • Meisjes

  • Jongens

     

  • 12 jaar oud

  • 13 jaar oud

  • 14 jaar oud

  • 15 jaar oud

  • 16+ jaar oud

 

1,9%

3,7%

 

2,8%

3,2%

3,6%

2,4%

1,9%

 

4,8%

5,7%

 

5,5%

7%

6,1%

3,5%

4,1%

1minstens 2 keer in een maand

Op basis van internationale literatuur neemt de prevalentie van pesten gedurende de basisschoolleeftijd toe, heeft een piek op de leeftijd van 11 tot 14 jaar en neemt vervolgens weer af in de adolescentie [6]. Deze trend komt ook naar voren uit het Nederlandse HBSC-onderzoek (zie Tabel 1). 

Fysiek pesten komt het meeste voor in de basisschoolleeftijd – dit betreft rond de 60% van het pesten op deze leeftijd [81]. Dat houdt in dat kinderen ongewild zijn aangeraakt (bijv. geduwd of gestompt). Cyberpesten via berichten en beelden op social media treft ongeveer 5% van de gepeste kinderen op deze leeftijd [81].

Uit onderzoek van de Kinderombudsman blijkt dat veel kinderen en jongeren (8–18 jaar) gepest worden vanwege hun uiterlijk, kleding of gedrag [22]. Daarnaast geeft een derde van hen aan te worden gediscrimineerd, bijvoorbeeld vanwege een handicap of hun seksuele oriëntatie.

Bij leerlingen in het voortgezet onderwijs komt verbaal pesten het meest voor (ongeveer 90%), gevolgd door relationeel pesten (ongeveer 50%) [50]. Dat wil zeggen dat de gepeste scholier beledigd, genegeerd of buitengesloten wordt en dat er over hem of haar geroddeld wordt. Cyberpesten is op deze leeftijd meer prevalent dan op de basisschool (ongeveer 40%) [50].

In meerdere onderzoeken, waaronder ook data van Nederlandse kinderen, is aangetoond dat meer jongens dan meisjes pesten of worden gepest, vooral op jonge leeftijd [19][25][76][89]. Deze trend neemt af rond de leeftijd van 11-13 jaar, mogelijk gerelateerd aan de toename in cyberpesten. In Nederland is er echter tussen jongens en meisjes een significant verschil als het gaat om gepest worden online: ruim 6% van de meisjes zegt online gepest te zijn, terwijl het bij jongens om 2,8% gaat [9].

Recente onderzoeken wijzen er ook op dat jongens en meisjes op verschillende manieren bij pesten zijn betrokken [44][77][89]. Jongens zijn betrokken bij alle vormen van pesten, terwijl meisjes relatief vaker betrokken zijn bij relationele en verbale vormen van pesten, namelijk de niet-fysiek gewelddadige vormen.

In Nederland geven leerlingen in het voortgezet onderwijs het vaakst aan dat ze anderen pesten vanwege hun gedrag (49%) en hun uiterlijk (23%) [81]. Gepest worden vanwege seksuele oriëntatie en etniciteit komt in respectievelijk 12% en 9% van de gevallen voor, terwijl 9% van de gevallen betrekking heeft op transgender leerlingen.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen