2.5.2 Zelf pesten

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

Tabel 3 toont de meest voorkomende risico- en beschermende factoren uit de internationale literatuur voor zelf pesten. 

Tabel 3 – Risico- en beschermende factoren voor pesten

Risicofactoren

Beschermende factoren

Bij het kind:

  • Geslacht (jongens)

  • Externaliserend gedrag

  • Ontwikkelings- of gedragsstoornissen (ADHD, autisme)
  • Lichamelijke aandoeningen en beperkingen

Bij het kind:

  • Goede band met de leerkracht

Bij de ouders/verzorgers en het gezin:

  • Fysieke mishandeling 

  • Negatieve gezinsdynamiek en autoritaire opvoedstijl

Bij de ouders/verzorgers en het gezin:

  • Ouderlijk toezicht, steun en betrokkenheid

Bij het kind

Risicofactoren

  • Geslacht (jongens)

Uit een internationale systematische review blijkt dat jongens meer dan drie keer zoveel pestgedrag vertonen als meisjes [100]. Dit verschil komt ook naar voren uit Nederlandse onderzoeken, zoals het HBSC-onderzoek en de Veilig op School monitor uit 2021, hoewel het in Nederland minder groot is [9][81]. In het HBSC-onderzoek geeft 3,7% van de jongens aan anderen te pesten, tegenover 1,9% van de meisjes (zie ook Tabel 1).

  • Externaliserend gedrag

Externaliserend gedrag bij kinderen en jongeren, zoals agressief gedrag, middelengebruik, diefstal en regelovertredend gedrag, is een significante voorspeller van zowel pesten als cyberpesten [12] [100]. Zie ook JGZ-richtlijn ‘Psychosociale problemen’ Deze linkt opent in een nieuw tabblad.

  • Ontwikkelings- of gedragsstoornissen 

Kinderen en jongeren met een ontwikkelings- of gedragsstoornis, zoals ADHD en autisme, hebben niet alleen een verhoogd risico om gepest te worden, maar lopen ook een grotere kans om zelf te pesten, zowel traditioneel als online [1][100]. Zie ook JGZ-richtlijnen ‘ADHD’ Deze linkt opent in een nieuw tabblad en ‘ASS’ Deze linkt opent in een nieuw tabblad

  • Lichamelijke aandoeningen en beperkingen

Kinderen met lichamelijke aandoeningen of beperkingen hebben bijna 1,5 keer meer kans om pestgedrag te vertonen, waarbij fysiek pesten vaker voorkomt dan relationeel pesten [67].

Beschermende factoren

  • Goede band met de leerkracht

Uit de meta-analyse van Ten Bokkel et al. [78]  komt naar voren dat een betere band tussen de leerkracht en de leerling, zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs, samengaat met een lagere kans om te pesten.

Bij de ouders/verzorgers en het gezin:

Risicofactoren

  • Fysieke mishandeling

Kinderen die in hun gezinsomgeving fysiek zijn mishandeld of mishandeling van een andere familielid hebben meegemaakt, lopen een groter risico om pestgedrag te vertonen [94]. Zie ook JGZ-richtlijn ‘Kindermishandeling’ Deze linkt opent in een nieuw tabblad.

  • Negatieve gezinsdynamiek en autoritaire opvoedstijl

Kinderen die worden opgevoed volgens een autoritaire stijl, gekarakteriseerd door strikte regels, veel controle en weinig steun, en die opgroeien in een gezin met veel conflicten en huiselijk geweld (fysiek of psychisch), vertonen vaker pestgedrag [33][58]. Zie ook JGZ-richtlijn ‘Opvoedondersteuning’ Deze linkt opent in een nieuw tabblad.

Beschermende factoren

  • Ouderlijk toezicht, steun en betrokkenheid

Meer ouderlijk toezicht en grotere betrokkenheid van ouders/verzorgers in het leven van hun kinderen hangen samen met minder pestgedrag, zowel bij kinderen als jongeren [17][100]. Daarnaast vermindert de mate van sociale steun en hechting binnen een gezin de kans op het vertonen van pestgedrag [12].

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen