In Nederland zijn ook diverse antipestprogramma’s ontwikkeld voor scholen, veelal gebaseerd op succesvolle internationale programma’s. Daarnaast zijn er programma’s beschikbaar op het niveau van de klas, die zich op een breder doel richten dan alleen pesten.
De bewezen effectieve anti-pestprogramma’s bestaan doorgaans uit een lesprogramma voor leerlingen, met aandacht voor groepsvorming, identiteitsontwikkeling en pestpreventie. Daarnaast wordt er jaarlijks een leerling- of veiligheidsmonitor afgenomen en is er een gerichte pestaanpak om problemen binnen een klas of school op te lossen. Om de methode duurzaam te verankeren in de schoolcultuur, wordt het personeel getraind in de toepassing ervan. De meeste school- en klasprogramma’s zijn gericht op het primair onderwijs (PO).
Een ander belangrijk onderdeel van effectieve anti-pestprogramma’s is het betrekken van ouders/verzorgers [15]. Dit gebeurt bijvoorbeeld via informatiebrochures of oudertrainingen, en blijkt een effectieve manier te zijn om pesten te voorkomen. Op deze manier ontvangen ouders niet alleen informatie over pestgedrag, maar leren ze ook specifieke vaardigheden om pesten tegen te gaan. Bovendien draagt ouderbetrokkenheid bij aan het verbeteren van opvoedpraktijken en versterkt het de ouder-kindrelatie.
Hoewel er diverse programma’s beschikbaar zijn, is het belangrijk om rekening te houden met de verschillen tussen het primair en voortgezet onderwijs. In het voortgezet onderwijs (VO) zijn de docententeams meestal groter en krijgen leerlingen les van verschillende vakdocenten. Om een effectief anti-pestprogramma op te zetten voor het VO, heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in 2019 een onderzoek uitgevoerd om te bepalen wat hiervoor nodig is [24]. Dit onderzoek toont aan dat de schoolcultuur een essentiële rol speelt in het succesvol implementeren van een anti-pestprogramma.
Docenten in het VO ervaren doorgaans minder consensus binnen het team en hebben het gevoel dat ze minder gehoord worden door het management dan docenten in het PO [24]. Het is daarom essentieel dat er een nauwe samenwerking plaatsvindt tussen docenten en het schoolmanagement om anti-pestprogramma's ook in het voortgezet onderwijs effectief te laten zijn.
Naast de complexere schoolcultuur zijn er nog drie andere uitdagingen voor de aanpak tegen pesten in het voortgezet onderwijs:
- Pesten is minder zichtbaar dan op de basisschool;
- Pesten levert vaker sociale status op bij adolescenten;
- Jongeren hebben een grotere behoefte aan autonomie en luisteren minder snel naar leraren.
Ondanks het gebrek aan bewezen effectieve school- en klasprogramma’s voor het voortgezet onderwijs, is het bovendien belangrijk dat VO-scholen een actief anti-pestbeleid voeren (zie ook kopje ‘Universele preventie’). Dit beleid moet aandacht besteden aan signalering, preventie en aanpak van (online) pestgedrag onder leerlingen, zoals is vastgelegd in de Zorgplicht sociale veiligheid leerlingen op school (Artikel 3.40 Wet Veiligheid op School Voortgezet Onderwijs, conceptwet Vrij en Veilig onderwijs 2023). Daarbij is het van belang dat scholen een gestructureerde en samenhangende aanpak hanteren om pestgedrag effectief te voorkomen en te bestrijden.
Een aantal van de in Nederland beschikbare effectieve anti-pestprogramma’s is nationaal of internationaal geëvalueerd op effectiviteit. In tabel 1 wordt een beeld geschetst van de effectiviteit van deze programma’s.
Ook zijn er kortdurende effectieve programma’s beschikbaar voor het basis- en voortgezet onderwijs. Toch is het van belang dat scholen toewerken naar een gestructureerde en samenhangende aanpak, omdat groepsdynamiek voortdurend in beweging is. Structurele aandacht voor een positief schoolklimaat en de rol die elke leerling daarin speelt, is essentieel om pestgedrag duurzaam te voorkomen.
Tabel 1 – Een overzicht van anti-pestprogramma’s in Nederland.
|
Naam (Type programma) Effectiviteit* |
Leeftijdsgroep | Beschrijving |
|
KiVa (Schoolbreed anti-pestprogramma)
Effectief volgens sterke aanwijzingen [38][43] |
4-12 jaar |
|
|
PRIMA – Aanpak van pesten voor scholen (Schoolbreed anti-pestprogramma)
Effectief volgens eerste aanwijzingen [21][87] |
4-12 jaar |
|
|
PAD (Programma Alternatieve Denkstrategieën) (In de klas: sociaal-emotioneel lesprogramma)
Effectief volgens sterke aanwijzingen [21] |
4-12 jaar |
|
|
De Vreedzame School (In de klas: (sociale) gemeenschap en verantwoordelijkheid te stimuleren)
Effectief volgens eerste aanwijzingen [64] |
4-12 jaar |
|
|
Kanjertraining (In de klas: sociale weerbaarheid te stimuleren)
Effectief volgens sterke aanwijzingen [88] |
4-16 jaar*
* kinderen en jongeren met problemen in de omgang met anderen, hun klasgenoten en hun ouders |
|
|
Taakspel [21] (In de klas: positief en veilig klimaat te stimuleren) |
6-12 jaar |
|
|
Plezier op school (Voor aanstaande brugklassers die op de basisschool problemen hadden in de omgang met leeftijdsgenoten)
Effectief volgens goede aanwijzingen [56] |
11-13 jaar
|
|
|
JOIN us (In de klas: veilig klimaat in de klas te creëren, de saamhorigheid te vergroten en pesten zoveel mogelijk te voorkomen.
Goed onderbouwd |
11-13 jaar |
|
|
GRIPP [25] (Voor het voortgezet onderwijs) |
12-14 jaar (Leerjaar 1 en 2) |
|
*Op basis van in Nederland uitgevoerd effectiviteitsonderzoeken