3.4 Anamnese

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

Tijdens de momenten van contact blijven JGZ-medewerkers alert op de aanwezigheid van risicofactoren voor pesten (zie kopje “Risico- en beschermende factoren” in Kennismodule). Al op jonge leeftijd wordt aandacht besteed aan risicofactoren, zodat deze herkenbaar en zichtbaar blijven binnen de volledige JGZ-zorglijn van 0 tot 18 jaar. Indien een kind een verhoogd risico heeft om te pesten/gepest te worden, maakt de JGZ-professional samen met ouders/verzorgers een afweging of voor het kind behoefte is aan aanvullende zorg. Zie module “Begeleiden” voor methoden om ouders/verzorgers en kinderen bij pesten te begeleiden.  

Een vermoeden van pesten kan ook ontstaan op basis van alarmsignalen bij het kind die zijn gerelateerd aan (cyber)pesten, zoals psychosomatische klachten (frequent hoofdpijn, slecht slaap- en eetpatroon, vermoeidheid), suïcidegedachten, zelfbeschadigend gedrag, aandachtsproblemen, verandering van gedrag en houding rondom school, of schoolverzuim [13][32][68]. Bij de aanwezigheid van dergelijke signalen is het van belang dat de JGZ-medewerker goed doorvraagt naar pesten (zie ook kopje “Gevolgen voor kind, ouder(s) en gezin” in Kennismodule). Jongeren ervaren vaak een drempel om pestgevallen zelf te melden (zie module Totstandkoming). Deze drempel kan verschillende oorzaken hebben, zoals twijfel of het probleem bij henzelf ligt, angst voor vergelding, schaamte, of het niet herkennen van pesten als zodanig.

JGZ-professionals kunnen expliciet naar pesten vragen door middel van anamnestische vragen, zowel aan het kind als de ouders/verzorgers (vooral bij jonge kinderen) [13] (zie Aanbevelingen). Het gesprek kan beginnen met algemene vragen naar de schoolbeleving en het omgaan met leeftijdsgenoten, waarbij als eerste gevraagd kan worden naar het welbevinden van het kind en hoe het kind zich op school voelt [13][32]. In sommige gevallen kan worden gekozen om de term ‘pesten’ te vermijden en in plaats daarvan uit te gaan van specifieke ervaringen (zoals plagen, lastiggevallen en/of beledigd worden door andere kinderen, etc.) vanwege stigmatisering. Bij kinderen vanaf ongeveer 8 jaar kan in elk geval expliciet naar cyberpesten gevraagd worden, in verband met mediagebruik. 

Indien uit de anamnestische vragen blijkt dat het kind mogelijk betrokken bij pesten is of gepest wordt, vraagt de JGZ-professional verder naar het type, de frequentie en de gevolgen van het pesten bij het kind om de ernst van het pesten te bepalen [13]

Aanbevelingen

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen