2.9.10 Buitenmilieu

JGZ-richtlijn Astma

JGZ-richtlijn Astma

Astma

Het is aannemelijk dat blootstelling aan roetdeeltjes en fijn stof (afkomstig van verkeer en industrie en van natuurlijke bronnen zoals opstuivend zand en (bodem)stof, zeezout, plantmateriaal) en aan door verkeer uitgestoten luchtverontreiniging (NO2, NOx, CO, SO2) bijdraagt aan een toename en verergering van luchtwegklachten, waaronder episodisch piepen en astma (WHO 2013), {73}, {19}, {22}, {44}. Uit onderzoek komt naar voren dat jeugdigen die in een omgeving wonen met veel verkeer, of daar naar school of een kinderopvang gaan, een verhoogde kans hebben om luchtwegklachten te ontwikkelen {15}.

Tijdens of vlak na een smogepisode kan er sprake zijn van een verhoogde gevoeligheid voor luchtwegklachten {34}{41}{77}. Dit is bijvoorbeeld het geval bij aanhoudend en erg warm zomerweer wanneer er veel ozon in de lucht is. Ook in de winter kan er sprake zijn van smogepisodes en daaraan gerelateerde klachten, in dat geval veroorzaakt door fijn stof. Bij kinderen met astma die in de buurt van Schiphol wonen nemen de klachten en het gebruik van medicatie toe op dagen waarop er door de windrichting een verhoogde blootstelling aan ultrafijn stof is {37}.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen