2.2 Motiverende gespreksvoering in de praktijk  

Praktijkmodule Gespreksvoering in de Jeugdgezondheidszorg

Praktijkmodule Gespreksvoering in de Jeugdgezondheidszorg

Motiverende gespreksvoering bestaat uit vier fasen die elkaar opvolgen. In de praktijk beweegt een gesprek vaak heen en weer tussen de verschillende fasen [55]. De vier fasen worden in Figuur 1 weergegeven. In alle fasen wordt gebruikgemaakt van basis-gesprekstechnieken zoals het stellen van open vragen, reflectief luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken), bevestigen, samenvatten en het geven van informatie en advies met toestemming van de gesprekspartner. 

Fase 1. Contact maken en verbinden

Een goed gesprek begint met het opbouwen van een gelijkwaardige en vertrouwensvolle relatie. De professional toont oprechte belangstelling, luistert zonder te oordelen en sluit aan bij de beleving van de ouder of jongere. Zo ontstaat een veilige basis om samen te onderzoeken wat belangrijk is.

In deze fase worden de basistechnieken van motiverende gespreksvoering toegepast:

  • open vragen stellen;
  • reflectief luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken)
  • bevestigen;
  • samenvatten;
  • informatie of advies geven, bij voorkeur nadat hiervoor toestemming is gevraagd.
     

Fase 2. Focus aanbrengen

Vervolgens wordt samen bepaald waar het gesprek over gaat. Soms is de hulpvraag direct duidelijk, maar vaak spelen meerdere onderwerpen tegelijk. Dan helpt de professional de ouder of jongere om prioriteiten te stellen en een gezamenlijk veranderdoel te formuleren. Het geven van gerichte informatie of advies, bijvoorbeeld over psychische klachten of gezond gedrag, kan helpen om meer focus aan te brengen.

Fase 3. Verandertaal uitlokken

Het stimuleren van verandertaal (Ik zou eigenlijk wel gezonder willen leven, of Vanaf volgende week ga ik twee keer per week wandelen) vormt de kern van motiverende gespreksvoering. Verandertaal bestaat uit uitspraken waarin de ouder of jongere zelf redenen, wensen of plannen voor verandering verwoordt. 

  • Ik zou eigenlijk wel gezonder willen leven
  • Vanaf volgende week ga ik twee keer per week wandelen

Hoe vaker iemand deze motivatie zelf uitspreekt, hoe groter de kans dat daadwerkelijk verandering plaatsvindt.

De professional kan verandertaal stimuleren door:

  • open vragen te stellen
  • reflectief te luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken)
  • schaalvragen te gebruiken, zoals: 
    • Hoe belangrijk is deze verandering voor jou, op een schaal van 1 tot 10?
    • Hoeveel vertrouwen heb je dat dit gaat lukken?
  • eerdere successen en sterke kanten te bespreken;
  • de ouder of jongere te complimenteren met behaalde stappen;
    • Dapper dat je deze stap durft te zetten.
    • Goed dat je het volgehouden hebt!
  • toekomstgerichte vragen te stellen, zoals: 
    • Wat levert deze verandering u op?
    • Hoe zou uw situatie eruitzien als dit lukt?

Tijdens deze fase kan ook ‘behoudtaal’ ontstaan: uitspraken die pleiten vóór het behouden van de huidige situatie. Daarnaast kan er wrijving ontstaan tussen de professional en de gesprekspartner. Motiverende gespreksvoering helpt beide vormen van weerstand te herkennen en hier zonder discussie of overtuigen op aan te sluiten.

Fase 4. Een plan maken

Pas wanneer voldoende motivatie aanwezig is, wordt samen een concreet plan opgesteld. De professional helpt de ouder of jongere om een algemene intentie (‘Ik wil het anders gaan doen.’) om te zetten in haalbare en specifieke afspraken (‘Vanaf maandag loop ik iedere avond twintig minuten na het eten.’).

Een goed plan is concreet, haalbaar en sluit aan bij wat de ouder of jongere zelf wil en denkt te kunnen. De professional ondersteunt, maar de regie blijft bij de gesprekspartner.

Een veelvoorkomende valkuil is te snel overgaan tot het maken van een actieplan. Eerst moet er voldoende bereidheid tot verandering aanwezig zijn bij de ouder/jeugdige. De professional kan dit toetsen met vragen als:

  • Bent u eraan toe om samen te kijken hoe u dit kunt aanpakken?
  • Als u alles op een rij zet, wat zou dan een goede eerste stap zijn?

Door deze vier fasen flexibel toe te passen ondersteunt de JGZ-professional ouders en jongeren bij het vinden van hun eigen motivatie en het zetten van haalbare stappen richting gedragsverandering.

Relevante links

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen