Dit is een niet-opgemaakte versie van de WERKKAART GESPREKSVOERING IN DE JGZ
Thema 1. Communiceren: hoe voer je het gesprek?
- Stem je communicatie af op de ouder of jeugdige:
-
Houd rekening met verschillen in taal, cultuur, sociaaleconomische situatie (SES), gezondheidsvaardigheden en cognitief niveau.
-
Sluit aan bij het referentiekader van de ouder of jeugdige,
-
Zet indien nodig een (telefonische) tolk, een vertaalapp of visuele hulpmiddelen zoals een praatplaat in.
-
- Maak het doel en de verwachtingen van het gesprek duidelijk: leg aan het begin uit waarom het gesprek plaatsvindt, wat er besproken wordt en wat de ouder of jeugdige kan verwachten.
Bijvoorbeeld:
Vandaag wil ik graag met u/jou bespreken hoe het gaat met … We nemen ongeveer 10 minuten de tijd. Ik zal vragen stellen, samen kijken we naar wat goed gaat en waar ondersteuning nodig is. Natuurlijk is er ook ruimte voor uw/jouw vragen. Wat wilt u/ wat wil jij bespreken? - Stel open vragen, vraag door, doe geen aannames en vul niet in voor de ander. Ezelsbruggetjes hierbij zijn:
-
ANNA: Altijd Navragen, Nooit Aannemen,
-
NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander,
-
Laat OMA thuis: geen Oordelen, Meningen of Aannames
-
Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig.
-
- Controleer of de informatie goed begrepen is, bijvoorbeeld met de terugvraagmethode.
- Durf moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken: benoem signalen of zorgen op een respectvolle manier en geef ruimte aan emoties en vragen.
- Zorg voor een goede overdracht naar andere professionals of organisaties en blijf betrokken totdat de overdracht is afgerond.
Thema 2. Relatie opbouwen: hoe bouw je aan vertrouwen?
- Wees vriendelijk, toegankelijk en warm, zodat de ouder of jeugdige zich gehoord en serieus genomen voelt.
- Luister niet alleen naar wat wordt gezegd, maar ook naar wat tussen de regels door wordt gecommuniceerd. Vat regelmatig samen, controleer of je de ander goed begrijpt en vraag door.
- Stel open vragen, toon interesse en geef de ouder of jeugdige de ruimte om het eigen verhaal in het eigen tempo te vertellen.
- Maak bespreekbaar wat je waarneemt, bijvoorbeeld: “Ik zie dat je verdrietig bent.” Geef ruimte aan gevoelens zonder deze te beoordelen of direct op te lossen.
- Creëer een veilige gespreksomgeving: neem de tijd, wees geduldig en laat stiltes toe, zodat de ouder of jeugdige kan nadenken en gevoelens kan verwoorden.
Thema 3. Eigen kracht versterken: waar richt je het gesprek op?
- Richt de aandacht op wat goed gaat, benoem kwaliteiten en successen en sluit aan bij de kennis, ervaringen en mogelijkheden van de ouder of jeugdige.
Bijvoorbeeld:- Wat gaat er op dit moment al goed?
- Wanneer lukt het wél? Wat is er dan anders?
- Waar ben je trots op als ouder?
- Wat heb je eerder gedaan dat goed werkte? Hoe kun je dat nu opnieuw inzetten?
- Welke kwaliteiten of sterke kanten helpen jou in deze situatie?
- Normaliseer waar passend: erken gevoelens en reacties en maak duidelijk dat deze in veel situaties begrijpelijk zijn, zonder onnodig te problematiseren.
Bijvoorbeeld:-
Veel ouders ervaren in zo’n situatie gevoelens van onzekerheid of twijfel. Hoe is dat voor jou?
-
Begrijpelijk dat je je zorgen maakt.
-
Veel jongeren vinden dit spannend. Herken je dat?
-
Het klinkt alsof deze situatie veel van je vraagt. Dat is heel begrijpelijk.
-
- Werk oplossingsgericht: onderzoek samen wat al goed gaat, wat eerder heeft geholpen en welke kleine, haalbare stappen de ouder of jeugdige zelf kan zetten. Dat kan heel goed met behulp van schaalvragen.
Bijvoorbeeld - Als 1 betekent dat het zo slecht mogelijk gaat en 10 dat de situatie is zoals je die graag wilt, waar sta je nu?
Vervolgvragen hierbij kunnen zijn:- Wat maakt dat je geen 1 hebt gegeven?
- Wat is een kleine stap die je dichter bij een 10 brengt?
- Als 10 perfect is en je geeft het cijfer 6 voor wat er nu speelt. Wat zouden we kunnen inzetten om het naar een 7 te brengen?
- Je kunt ook ‘de wondervraag’ stellen met als doel om de aandacht van de ouder/jongere te verleggen naar wat wél gewenst is.
Bijvoorbeeld:- Stel je voor, vannacht gebeurt er een wonder. Het probleem met het drukke gedrag van je zoon is opgelost. Je weet niet hoe, maar op een ochtend is het helemaal anders. Hoe merk je dat als je wakker wordt? Wat doet jouw zoon? Wat doe jij? Hoe voel jij je?
- Stimuleer eigen regie: bespreek welke doelen de ouder of jeugdige wil bereiken en welke eerste stap hij of zij zelf kan zetten. Bijvoorbeed: Wat zou je graag als eerste kleine verbetering willen zien?
- Benut hulpbronnen: onderzoek samen welke talenten, ervaringen en mensen uit het sociale netwerk kunnen bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
Thema 4. Coachend samenwerken: hoe begeleid je verandering?
• Neem ouders en jongeren serieus, betrek hen actief bij beslissingen, vraag naar hun ervaringen, zorgen en wensen en combineer deze met je professionele expertise om samen tot passende doelen, adviezen en afspraken te komen.
• Onderzoek twijfels en ambivalentie bij de ouder/jongere zonder oordeel, help ouders en jongeren hun eigen motivatie te verkennen en houd er rekening mee dat verandering tijd kost en terugval een normaal onderdeel van het veranderproces kan zijn. Bijvoorbeeld:
- Wat zijn voor jou de voordelen van verandering? En wat zou je missen als je verandert?
- Wat maakt dat je wel iets zou willen veranderen?
- Wat houdt je tegen?
- Hoe belangrijk is deze verandering voor jou?
- Als het een keer niet lukt, wat zou je dan kunnen doen om de draad weer op te pakken?
• Help prioriteiten te stellen, maak afspraken concreet: sluit het gesprek af met een kleine, haalbare eerste stap en vraag: Welke stap ga je vandaag of morgen als eerste zetten?
• Onderzoek samen wie uit de omgeving kan ondersteunen bij het bereiken van de gestelde doelen.
Randvoorwaarden voor JGZ-professionals
- Zorg voor een rustige en veilige gespreksomgeving: voer gesprekken op een plek met voldoende privacy, waar je ongestoord met de ouder of jongere kunt spreken.
- Houd rekening met de aanwezigheid van jonge kinderen (< 12 jaar):
- Zorg dat er speelgoed aanwezig is voor het kind en eventuele andere broertjes en zusjes. Als er te veel onrust is, probeer dan een extra afspraak te maken waarop de ouder alleen komt.
- Kies een passende gesprekshouding: zorg voor een open en gelijkwaardige opstelling, bijvoorbeeld door in een hoek van ongeveer 90 graden ten opzichte van elkaar te zitten. Dit bevordert een ontspannen gesprek en maakt het mogelijk om afwisselend oogcontact te maken en observaties te doen.
- Bereid moeilijke gesprekken zorgvuldig voor: neem de tijd om gesprekken over gevoelige onderwerpen of gesprekken waarbij weerstand wordt verwacht voor te bereiden. Bespreek de aanpak zo nodig vooraf met een collega.
- Zorg ook online voor goede gespreksomstandigheden: voer beeldbelgesprekken via een veilige internetverbinding, zorg voor voldoende privacy en raadpleeg indien nodig de Praktijkmodule Beeldbellen Deze linkt opent in een nieuw tabblad voor praktische richtlijnen.
Randvoorwaarden voor JGZ-organisaties
- Investeer in scholing in gespreksvoering: faciliteer trainingen in motiverende gespreksvoering en/of oplossingsgericht werken. Ook trainingen in methodieken zoals de GIZ-methodiek, de SPARK-methode of het Vijf-fasenmodel kunnen hieraan bijdragen, omdat deze gebruikmaken van principes uit motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht werken.
- Borg deskundigheidsbevordering: bied scholing niet eenmalig aan, maar zorg voor periodieke opfris- en verdiepingsbijeenkomsten, zodat kennis en vaardigheden onderhouden en verder ontwikkeld worden.
- Maak gespreksvoering en communicatie een vast onderwerp tijdens teamoverleggen, casuïstiekbesprekingen of intervisie, zodat professionals ervaringen kunnen uitwisselen, op hun handelen kunnen reflecteren en van elkaar kunnen leren.
- Bevorder cultuursensitief werken: faciliteer scholing in interculturele communicatie en culturele sensitiviteit, zodat professionals beter kunnen aansluiten bij de diverse achtergronden en behoeften van ouders en jongeren. Maak daarbij gebruik van beschikbare kennis en materialen, bijvoorbeeld van Pharos Deze linkt opent in een nieuw tabblad.