Motiverende en Oplossingsgerichte gesprekvoering lijken op elkaar door de nadruk op de samenwerking tussen JGZ-professional en ouder/jongere, en de focus op oplossingen in plaats van op problemen. Het grootste verschil is dat Motiverende gespreksvoering meer gericht is op het ‘waarom’ van veranderen, terwijl de Oplossingsgerichte benadering meer gericht is op het ‘hoe’ van veranderen. Zodoende kunnen beide methodieken elkaar goed aanvullen. Onderstaande figuur biedt een overzicht van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen beide benaderingen [14][49].
2.5 Motiverende en oplossingsgerichte gespreksvoering: overeenkomsten en verschillen
Praktijkmodule Gespreksvoering in de Jeugdgezondheidszorg
Praktijkmodule Gespreksvoering in de Jeugdgezondheidszorg
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Stuur jouw feedback naar onze servicedesk. Zoek het tekstgedeelte waarbij je suggesties voor verbetering hebt. Via de knop ‘Geef jouw feedback’ kun je voor deze JGZ-richtlijn en het specifieke hoofdstuk jouw suggesties doorgeven.
Praktijkmodule tabel
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Praktische toepassingen binnen de JGZ Ga naar pagina over 3 Praktische toepassingen binnen de JGZ
4 Begeleiden Ga naar pagina over 4 Begeleiden
5 Totstandkoming Ga naar pagina over 5 Totstandkoming
6 Verantwoording Ga naar pagina over 6 Verantwoording
7 Bijlage: Werkkaart Gespreksvoering in de JGZ Ga naar pagina over 7 Bijlage: Werkkaart Gespreksvoering in de JGZ
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Praktische toepassingen binnen de JGZ Ga naar pagina over 3 Praktische toepassingen binnen de JGZ
4 Begeleiden Ga naar pagina over 4 Begeleiden
5 Totstandkoming Ga naar pagina over 5 Totstandkoming
6 Verantwoording Ga naar pagina over 6 Verantwoording
7 Bijlage: Werkkaart Gespreksvoering in de JGZ Ga naar pagina over 7 Bijlage: Werkkaart Gespreksvoering in de JGZ
Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?
Geef jouw feedbackDeze praktijkmodule heeft geen bijgevoegde bestanden
Aan deze praktijkmodule zijn geen referenties verbonden.
1 Inleiding
Communicatie is één van de belangrijkste instrumenten van de JGZ-professional en verdient daarom bewust en doelgericht te worden ingezet. Deze Praktijkmodule draagt bij aan het versterken van effectieve mondelinge gespreksvoering tussen JGZ-professionals, ouders en jongeren.
De Praktijkmodule biedt praktische informatie, handvatten, tips en adviezen om effectieve, respectvolle en gelijkwaardige communicatie te bevorderen. Het doel is JGZ-professionals te ondersteunen bij het creëren van een open en veilige gespreksomgeving, waarin ruimte is voor het delen van informatie én voor het bespreken van vragen, twijfels en zorgen. Door bewust, zorgvuldig en vaardig te communiceren, kunnen JGZ-professionals ouders en jongeren beter ondersteunen en bijdragen aan de gezonde ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen en hun gezinnen.
Er zijn verschillende situaties waarin de communicatie met ouders en jongeren extra aandacht vraagt. Denk bijvoorbeeld aan:
- Gesprekken waarin het lastiger kan zijn om goed op elkaar aan te sluiten, bijvoorbeeld door verschillen in culturele achtergrond, taalbarrières of een licht verstandelijke beperking (LVB) bij de ouder of jongere.
- Gesprekken over gevoelige onderwerpen, zoals kindermishandeling, suïcidale gedachten, middelengebruik, overgewicht of gevoelens van onmacht en machteloosheid bij ouders.
- Meer specifiek heeft deze Praktijkmodule als doel JGZ-professionals handvatten te bieden:
• voor een meer methodische aanpak van gespreksvoering;
• voor gesprekken waarin ouders of jongeren terughoudend zijn om een gesprek aan te gaan of een probleem te bespreken;
• voor het bespreken van gevoelige of lastige onderwerpen, zoals hierboven beschreven;
• voor situaties waarin het moeilijker is om goed aan te sluiten bij ouders of jongeren, bijvoorbeeld door verschillen in culturele achtergrond, taalbarrières of een licht verstandelijke beperking (LVB).
In deze Praktijkmodule staat een positieve en krachtgerichte benadering centraal. Gesprekken zijn erop gericht ouders en jongeren te ondersteunen in hun mogelijkheden, hun eigen regie te versterken en hen actief te betrekken bij het contact met de JGZ. De module is gebaseerd op het ZonMw-project ‘Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen’ (ZonMw projectnr. 732000202) en is aangevuld met een literatuuronderzoek.
1.1 Leeswijzer
In de Kennismodule worden twee bekende en goed onderzochte gespreksmodellen beschreven: Motiverende gespreksvoering en Oplossingsgerichte gespreksvoering. Daarnaast is er aandacht voor het omgaan met vertrouwelijke informatie.
Motiverende gespreksvoering (ook wel ‘Motivational Interviewing’, MI) en Oplossingsgerichte gespreksvoering (ook wel ‘Solution-Focused Brief Therapy’, FBT) vormen de basis van effectieve gespreksvoering. Vanuit deze basis zijn binnen de JGZ verschillende praktische gespreksmethodieken ontwikkeld.
In de module Praktische toepassingen komen vier JGZ-methodieken aan bod: Samen Beslissen, de GIZ-methodiek, de SPARK methode en het Vijf-fasenmodel. Deze methodieken helpen professionals om gesprekken op een gestructureerde manier vorm te geven en de uitgangspunten van effectieve gespreksvoering in de dagelijkse praktijk toe te passen. Onderstaande figuur laat zien hoe de onderlinge samenhang is tussen beide gespreksmodellen en de praktische toepassingen in de JGZ.
Positieve Gezondheid is geen gespreksmethodiek, maar een gesprekskader dat helpt om gezondheid en functioneren vanuit een breed perspectief te bespreken. Het kan binnen verschillende gespreksmethodieken worden gebruikt.
De Terugvraagmethode (Teach-back) is een gesprekstechniek die in alle gesprekken kan worden toegepast. Met deze techniek controleert de professional of informatie goed is begrepen en wordt de ouder of jongere gestimuleerd om de informatie in eigen woorden samen te vatten.
De module Begeleiden geeft een set adviezen voor JGZ-professionals bij het voeren van gesprekken. Deze adviezen zijn gebaseerd op een eerder ZonMw-project over gespreksvoering en zijn consensus-based tot stand gekomen. Ook randvoorwaarden komen hier aan bod. Tenslotte, deze Praktijkmodule bevat een werkkaart waar alle praktijkadviezen bij elkaar gezet zijn (zie bijlage).
1.2 Voor wie is deze Praktijkmodule bedoeld?
Deze Praktijkmodule ‘Gespreksvoering in de jeugdgezondheidszorg’ is bedoeld voor alle professionals werkzaam in de JGZ, zoals jeugdartsen, verpleegkundig specialisten, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten en gedragswetenschappers in dienst van de JGZ. De Praktijkmodule geeft achtergrondinformatie, tips en adviezen voor gespreksvoering in de JGZ. Bij deze Praktijkmodule hoort een praktijkkaart met een overzicht van praktische tips en aandachtspunten voor JGZ-professionals over gespreksvoering.
1.3 Afstemming
Bij het opstellen van deze richtlijn is afgestemd met de volgende richtlijnen en modules:
- Praktijkmodule Beeldbellen (2026)
- JGZ-richtlijn Psychosociale problemen (2016, in herziening)
- JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning (2013, in herziening)
- JGZ-richtlijn Kindermishandeling (2025, herzien)
2 Kennismodule
In deze kennismodule maak je kennis met twee veelgebruikte methoden voor effectieve gespreksvoering: Motiverende gespreksvoering en Oplossingsgerichte gespreksvoering. Van beide benaderingen worden de belangrijkste uitgangspunten en de wetenschappelijke onderbouwing beknopt beschreven. Daarna volgt een praktische uitwerking, met enkele handvatten voor toepassing in gesprekken met ouders en jongeren.
Tot slot benoemt deze kennismodule enkele uitgangspunten met betrekking tot het delen van vertrouwelijke informatie.
2.1 Motiverende gespreksvoering: achtergrond
Motiverende gespreksvoering is een gespreksmethode die de motivatie en bereidheid van ouders en jongeren versterkt om hun gedrag te veranderen [15]. De methode is vooral bruikbaar wanneer iemand twijfelt over verandering of ambivalent is: hij of zij wil wel veranderen, maar ziet ook bezwaren of weet niet goed hoe dat aan te pakken. De professional onderzoekt samen met de ouder of jongere de redenen vóór én tegen verandering en ondersteunt hen bij het maken van een eigen keuze.
Een belangrijk uitgangspunt is dat duurzame motivatie van binnenuit komt: de motivatie om te veranderen ontstaat bij de gesprekspartner en kan niet door de professional worden opgelegd. De rol van de JGZ-professional is daarom niet om te overtuigen, maar om samen met de ouder of jongere de ambivalentie te verkennen en de eigen motivatie voor verandering te versterken. Door empathisch te luisteren, open vragen te stellen en de ouder/jongere uit te nodigen zelf redenen voor verandering te verwoorden, groeit het vertrouwen dat verandering mogelijk is.
Motiverende gespreksvoering gaat ervan uit dat ambivalentie een normaal onderdeel is van gedragsverandering. Door deze ambivalentie bespreekbaar te maken en de eigen motivatie te versterken, neemt de kans op duurzame gedragsverandering toe.
Uitgangspunten
De professional …
- Toont acceptatie en respect.
De professional probeert de gevoelens, ervaringen en het perspectief van de ouder of jongere te begrijpen zonder te oordelen of te bekritiseren. Acceptatie betekent niet dat de professional overal mee instemt, maar wel dat verschillen van inzicht met respect worden besproken. - Respecteert de autonomie van de ouder of jongere.
De professional benadrukt dat de ouder of jongere zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die worden gemaakt en houdt de regie bij de gesprekspartner. - Versterkt het vertrouwen in eigen kunnen.
De professional laat merken vertrouwen te ebben in de mogelijkheden van de ouder of jongere en stimuleert daarmee het geloof dat verandering mogelijk is (zelfeffectiviteit). - Normaliseert ambivalentie.
De professional maakt duidelijk dat twijfelen over verandering normaal is en onderdeel uitmaakt van het veranderproces. - Helpt de eigen motivatie te verkennen.
De professional onderzoekt samen met de ouder of jongere wat echt belangrijk is en welke verschillen er bestaan tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. - Erkent weerstand zonder deze te bestrijden.
De professional ziet weerstand als een signaal om verder te onderzoeken waar de twijfel of terughoudendheid vandaan komt, in plaats van te proberen deze weg te nemen met argumenten. - Vermijdt discussie en overtuigen.
De professional probeert de ouder of jongere niet met argumenten over te halen, maar ondersteunt hem of haar om zelf redenen voor verandering te ontdekken en uit te spreken.
Wetenschappelijke onderbouwing
Motiverende gespreksvoering is gebaseerd op de cliëntgerichte therapie van Carl Rogers [56] en het veranderingsmodel van Prochaska en DiClemente [16]. Motiverende gespreksvoering behoort internationaal tot de best onderzochte gesprekstechnieken voor gedragsverandering. Systematische reviews en meta-analyses laten zien dat de methode kleine tot matige positieve effecten heeft op uiteenlopende gedrags- en gezondheidsuitkomsten, zoals mondgezondheid [41], overgewicht bij kinderen [20], therapietrouw bij chronische aandoeningen [17] [28]. De methode is met name effectief wanneer gedragsverandering gewenst is, zoals bij leefstijl, opvoeding, therapietrouw en psychische gezondheid [15]. De effectiviteit van motiverende gespreksvoering lijkt toe te nemen naarmate de interventie uit meerdere gesprekken bestaat. Hoewel ook eenmalige gesprekken effectief kunnen zijn, worden de meest consistente en sterkste effecten gevonden bij interventies met meerdere contactmomenten [68].
2.2 Motiverende gespreksvoering in de praktijk
Motiverende gespreksvoering bestaat uit vier fasen die elkaar opvolgen. In de praktijk beweegt een gesprek vaak heen en weer tussen de verschillende fasen [55]. De vier fasen worden in Figuur 1 weergegeven. In alle fasen wordt gebruikgemaakt van basis-gesprekstechnieken zoals het stellen van open vragen, reflectief luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken), bevestigen, samenvatten en het geven van informatie en advies met toestemming van de gesprekspartner.
Fase 1. Contact maken en verbinden
Een goed gesprek begint met het opbouwen van een gelijkwaardige en vertrouwensvolle relatie. De professional toont oprechte belangstelling, luistert zonder te oordelen en sluit aan bij de beleving van de ouder of jongere. Zo ontstaat een veilige basis om samen te onderzoeken wat belangrijk is.
In deze fase worden de basistechnieken van motiverende gespreksvoering toegepast:
- open vragen stellen;
- reflectief luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken)
- bevestigen;
- samenvatten;
- informatie of advies geven, bij voorkeur nadat hiervoor toestemming is gevraagd.
Fase 2. Focus aanbrengen
Vervolgens wordt samen bepaald waar het gesprek over gaat. Soms is de hulpvraag direct duidelijk, maar vaak spelen meerdere onderwerpen tegelijk. Dan helpt de professional de ouder of jongere om prioriteiten te stellen en een gezamenlijk veranderdoel te formuleren. Het geven van gerichte informatie of advies, bijvoorbeeld over psychische klachten of gezond gedrag, kan helpen om meer focus aan te brengen.
Fase 3. Verandertaal uitlokken
Het stimuleren van verandertaal (Ik zou eigenlijk wel gezonder willen leven, of Vanaf volgende week ga ik twee keer per week wandelen) vormt de kern van motiverende gespreksvoering. Verandertaal bestaat uit uitspraken waarin de ouder of jongere zelf redenen, wensen of plannen voor verandering verwoordt.
- Ik zou eigenlijk wel gezonder willen leven
- Vanaf volgende week ga ik twee keer per week wandelen
Hoe vaker iemand deze motivatie zelf uitspreekt, hoe groter de kans dat daadwerkelijk verandering plaatsvindt.
De professional kan verandertaal stimuleren door:
- open vragen te stellen
- reflectief te luisteren (= begrijpen hoe de ander zich voelt en dat checken)
- schaalvragen te gebruiken, zoals:
- Hoe belangrijk is deze verandering voor jou, op een schaal van 1 tot 10?
- Hoeveel vertrouwen heb je dat dit gaat lukken?
- eerdere successen en sterke kanten te bespreken;
- de ouder of jongere te complimenteren met behaalde stappen;
- Dapper dat je deze stap durft te zetten.
- Goed dat je het volgehouden hebt!
- toekomstgerichte vragen te stellen, zoals:
- Wat levert deze verandering u op?
- Hoe zou uw situatie eruitzien als dit lukt?
Tijdens deze fase kan ook ‘behoudtaal’ ontstaan: uitspraken die pleiten vóór het behouden van de huidige situatie. Daarnaast kan er wrijving ontstaan tussen de professional en de gesprekspartner. Motiverende gespreksvoering helpt beide vormen van weerstand te herkennen en hier zonder discussie of overtuigen op aan te sluiten.
Fase 4. Een plan maken
Pas wanneer voldoende motivatie aanwezig is, wordt samen een concreet plan opgesteld. De professional helpt de ouder of jongere om een algemene intentie (‘Ik wil het anders gaan doen.’) om te zetten in haalbare en specifieke afspraken (‘Vanaf maandag loop ik iedere avond twintig minuten na het eten.’).
Een goed plan is concreet, haalbaar en sluit aan bij wat de ouder of jongere zelf wil en denkt te kunnen. De professional ondersteunt, maar de regie blijft bij de gesprekspartner.
Een veelvoorkomende valkuil is te snel overgaan tot het maken van een actieplan. Eerst moet er voldoende bereidheid tot verandering aanwezig zijn bij de ouder/jeugdige. De professional kan dit toetsen met vragen als:
- Bent u eraan toe om samen te kijken hoe u dit kunt aanpakken?
- Als u alles op een rij zet, wat zou dan een goede eerste stap zijn?
Door deze vier fasen flexibel toe te passen ondersteunt de JGZ-professional ouders en jongeren bij het vinden van hun eigen motivatie en het zetten van haalbare stappen richting gedragsverandering.
Relevante links
- Motiverende gespreksvoering (NJi)
- e-Learning Motiverende gespreksvoeing in de JGZ-academie (NCJ)
- De Academie Motivatie en Gedragsverandering bevat veel bruikbare en praktische informatie over Motiverende Gespreksvoering, bijvoorbeeld:
• Downloads en media over Motiverende Gespreksvoering (MGV)
• E-learning MGV ‘Kennismaking’
• E-learning MGV ‘Verdieping’
• Waaier motiverende gespreksvoering
2.3 Oplossingsgerichte gespreksvoering: achtergrond
Oplossingsgerichte gespreksvoering (Solution-Focused Brief Therapy) is een gespreksbenadering die zich richt op de gewenste toekomst en op de mogelijkheden van ouders en jongeren om deze te bereiken. Niet het probleem, maar de gewenste situatie en de stappen daar naartoe staan centraal [5][50]. De methode sluit goed aan bij de preventieve werkwijze van de JGZ, omdat zij uitgaat van eigen regie, veerkracht en het versterken van beschermende factoren. Bij oplossingsgerichte gespreksvoering staat de ouder of jongere centraal als deskundige over zijn of haar eigen leven. De professional neemt een nieuwsgierige, open houding aan en helpt de gesprekspartner om zelf oplossingen te vinden.
Uitgangspunten
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- de ouder/jongere bepaalt het doel van het gesprek;
- er is veel aandacht voor wat al goed gaat;
- de professional sluit aan bij aanwezige krachten en hulpbronnen van de ouder/jongere;
- kleine, haalbare stappen leiden tot verandering;
- de professional faciliteert het denkproces, maar geeft niet de oplossing.
Globaal komt de werkwijze erop neer dat de professional eerst het probleem samen met de ouder/jongere grondig verkend: wat is er niet goed is aan de huidige situatie en waarom is dit een probleem? Wanneer dit duidelijk is, kijkt de professional naar wat de ouder/jongere zelf kan doen om de situatie te verbeteren. Het is de taak van de professional om gerichte vragen te stellen, zodat iemand er zelf achter komt waar hij/zij vastloopt en hoe dit opgelost kan worden.
Wetenschappelijke onderbouwing
Er zijn diverse meta-analyses en reviews waarin buitenlandse studies naar de effectiviteit van oplossingsgericht werken in het sociale domein worden samengevat [12][26]. Over het algemeen laten deze studies kleine tot matige positieve effecten zien van oplossingsgerichte gespreksvoering op psychosociale uitkomsten, zoals welbevinden, zelfeffectiviteit en probleemoplossend vermogen. De aanpak lijkt vooral geschikt wanneer het versterken van eigen regie en gedragsverandering centraal staan [10][11][12][31][26]. Onderzoek laat ook zien dat de effectiviteit van oplossingsgerichte gespreksvoering groter is, wanneer meer kernelementen van de methode worden toegepast [22].
Onderzoek naar de effectiviteit van oplossingsgerichte gespreksvoering in de JGZ is beperkt. Theuns-Boumans [66] analyseerde 15 gesprekken door jeugdverpleegkundigen over opvoedingsondersteuning. Hoewel de JGZ-professionals positief stonden tegenover oplossingsgericht werken, bleek hun gespreksvoering in de praktijk vooral probleemgericht. Oplossingsgerichte technieken, zoals het benoemen van sterke kanten en het formuleren van gewenste situaties, werden relatief weinig toegepast. Succesvolle implementatie van oplossingsgericht werken vraagt om scholing, oefening en structurele borging in de dagelijkse praktijk.
2.4 Oplossingsgerichte gespreksvoering in de praktijk
Er zijn vijf basisvragen die de professional kan gebruiken in het gesprek met de ouder/jeugdige.
1. Wat is het probleem?
- Waar heeft de ouder/jeugdige last van, wat vindt hij/zij moeilijk?
- Waar loopt de ouder of jeugdige tegenaan?
- Wat maakt deze situatie lastig voor de ouder of jeugdige?
- Waarom is dit een probleem?
2. Wat is de wens?
- Wat zou de ouder/jeugdige graag willen bereiken?
- Wat wil de ouder/jeugdige leren of beter kunnen?
- Wat moet er volgens de ouder/jeugdige gebeuren?
3. Wat gaat er al goed?
- Wat is er al van die gewenste situatie te merken?
- Op welke momenten is het beter?
- Wat lukt nu al?
4. Wat is de volgende stap?
- Waaraan zou de ouder/jeugdige merken dat het beter gaat?
- Wat is er dan anders? Welk verschil maakt dat?
5. Wat is daarvoor nodig?
- Wie of wat zou kunnen helpen om een volgende stap te maken?
- Wat heb je nodig om deze stap te zetten?
De volgende gesprekstechnieken zijn onderdeel van oplossingsgericht werken:
- een ‘niet-weten-houding’: aansluiten bij de kennis en ervaring van de ouder of jongere;
- zoeken naar uitzonderingen: momenten waarop het probleem minder aanwezig is;
- benutten van krachtbronnen: eerdere successen, talenten en sociale steun zichtbaar maken;
- complimenteren en bevestigen: versterken van zelfvertrouwen;
- de nuttigheidsvraag: aan het einde van het gesprek nagaan wat behulpzaam in het gesprek was.
Relevante links
Oplossingsgericht werken (NJi)
Methodebeschrijving-oplossingsgericht-werken-in-sociaal-werk
2.5 Motiverende en oplossingsgerichte gespreksvoering: overeenkomsten en verschillen
Motiverende en Oplossingsgerichte gesprekvoering lijken op elkaar door de nadruk op de samenwerking tussen JGZ-professional en ouder/jongere, en de focus op oplossingen in plaats van op problemen. Het grootste verschil is dat Motiverende gespreksvoering meer gericht is op het ‘waarom’ van veranderen, terwijl de Oplossingsgerichte benadering meer gericht is op het ‘hoe’ van veranderen. Zodoende kunnen beide methodieken elkaar goed aanvullen. Onderstaande figuur biedt een overzicht van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen beide benaderingen [14][49].
2.6 Omgaan met vertrouwelijke informatie van jongeren
Een vertrouwelijk gesprek is een belangrijke voorwaarde om jongeren de ruimte te geven open te praten over vragen of zorgen. Tegelijkertijd spelen ouders een belangrijke rol bij de opvoeding en ontwikkeling van hun kind. De JGZ-professional maakt daarom steeds een zorgvuldige afweging tussen de privacy van de jongere, de betrokkenheid van de ouders en de veiligheid van de jongere. Bespreek aan het begin van het gesprek altijd wat vertrouwelijk is en welke informatie eventueel met ouders wordt gedeeld. Leg ook uit dat vertrouwelijkheid grenzen kent wanneer de veiligheid of gezondheid van de jongere ernstig in gevaar is.
Uitgangspunten per leeftijd
Tot 12 jaar
- Ouders met gezag hebben recht op informatie over de gezondheid en ontwikkeling van hun kind.
- Betrek het kind, passend bij de leeftijd en ontwikkeling, zoveel mogelijk bij het gesprek.
12 tot 16 jaar
- Zowel de jongere als de ouders hebben een belangrijke rol bij beslissingen over zorg.
- Neem de wens van de jongere om informatie vertrouwelijk te houden serieus en bespreek samen of en hoe ouders kunnen worden betrokken.
- Maak steeds een zorgvuldige afweging tussen de privacy van de jongere, de betrokkenheid van de ouders en het belang van goede zorg.
Vanaf 16 jaar
- Jongeren beslissen in principe zelf over hun zorg en over het delen van informatie met ouders.
- Informatie wordt alleen met toestemming van de jongere met ouders gedeeld, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie.
Bij zorgen over de veiligheid
Wanneer sprake is van ernstige zorgen over de veiligheid of gezondheid van de jongere, bijvoorbeeld bij suïcidaliteit, ernstige zelfbeschadiging, mishandeling of verwaarlozing, kan het noodzakelijk zijn om informatie met ouders of andere betrokkenen te delen, ook zonder toestemming van de jongere. Handel daarbij zorgvuldig en volg de geldende wet- en regelgeving en de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.
Praktische aandachtspunten
- Maak aan het begin van het gesprek afspraken over vertrouwelijkheid.
- Bespreek zo mogelijk eerst met de jongere welke informatie met ouders gedeeld kan worden.
- Leg belangrijke afwegingen en afspraken vast in het dossier.
- Raadpleeg bij twijfel een collega, aandachtsfunctionaris of juridisch adviseur.
Meer informatie: zie de Juridische toolkit van het NCJ.
3 Praktische toepassingen binnen de JGZ
In de Kennismodule wordt de basis beschreven van effectieve gespreksvoering binnen de JGZ: Motiverende gespreksvoering en Oplossingsgerichte gespreksvoering. Beide benaderingen gaan uit van een gelijkwaardige samenwerking tussen professional en de ouder of jongere, sluiten aan bij de eigen regie van de gesprekspartner en ondersteunen het gezamenlijk werken aan passende oplossingen.
Vanuit deze uitgangspunten zijn verschillende praktische gespreksmethodieken binnen de JGZ ontwikkeld, zoals
- Samen Beslissen,
- de GIZ-methodiek,
- de SPARK-methode
- het Vijf-fasenmodel.
Deze methodieken helpen JGZ-professionals om gesprekken op een gestructureerde manier vorm te geven en de uitgangspunten van effectieve gespreksvoering in de dagelijkse praktijk toe te passen. In deze module ‘Praktische toepassingen’ komen deze vier methodieken aan bod.
Daarnaast komt ‘Positieve Gezondheid’ aan de orde: dit is geen gespreksmethodiek (hoe voer ik een gesprek?) maar een gesprekskader: ‘waarover voer ik het gesprek?’. Het gesprekskader Postieve Gezondheid helpt het gepstrek met oudesr en jongeren vanuit een breed perspectief te voeren. Dit kader kan binnen verschillende gespreksmethodieken worden gebruikt. Tenslotte komt de zogenaamde ‘Terugvraagmethode’ (Teach-back) aan de orde in deze module. Dit is een gesprekstechniek die in alle gesprekken kan worden toegepast. Met deze techniek controleert de professional of informatie goed is begrepen en wordt de ouder of jongere gestimuleerd om de informatie in eigen woorden samen te vatten. De verschillende onderdelen sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. In de praktijk zal een JGZ-professional vaak elementen uit meerdere benaderingen en methodieken combineren, afhankelijk van de hulpvraag, de leeftijd van het kind of de jongere en de fase van het gesprek.
3.1 Samen Beslissen
Samen Beslissen (Shared Decision Making) is een methode waarbij de JGZ-professional en de ouder of jongere gezamenlijk beslissingen nemen over begeleiding, ondersteuning of eventuele verwijzing ([9]. Uitgangspunt is dat beide partijen vanuit hun eigen deskundigheid een gelijkwaardige bijdrage leveren aan de besluitvorming. De JGZ-professional brengt kennis in over de ontwikkeling van kinderen en jongeren, gezondheid, preventie en de beschikbare mogelijkheden voor ondersteuning. De ouder of jongere brengt kennis in over de eigen ervaringen, waarden, voorkeuren en de thuissituatie. Door deze kennis te combineren ontstaat een keuze die aansluit bij wat voor de ouder of jongere belangrijk en haalbaar is.
Uitgangspunten
Bij Samen Beslissen staan de volgende uitgangspunten centraal:
• de ouder of jongere en de JGZ-professional zijn gelijkwaardige gesprekspartners;
• beslissingen worden zoveel mogelijk gezamenlijk genomen;
• de wensen, voorkeuren en omstandigheden van de ouder of jongere zijn leidend;
• de professional biedt begrijpelijke informatie over de mogelijkheden en ondersteunt bij het afwegen van keuzes;
• de uiteindelijke keuze past bij de situatie, mogelijkheden en waarden van de ouder of jongere.
Praktische toepassing
Samen Beslissen is geschikt voor gesprekken waarin er verschillende mogelijkheden zijn om een vraag of probleem aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan het kiezen van passende begeleiding, opvoedondersteuning, leefstijladviezen of een verwijzing. Het proces van Samen Beslissen bestaat uit de volgende vier stappen:
Stap 1. Bespreek dat er iets te kiezen is
Maak duidelijk dat er verschillende mogelijkheden zijn en dat de mening van de ouder of jongere belangrijk is.
Bijvoorbeeld:
• Er zijn verschillende manieren waarop we hiermee verder kunnen. Zullen we samen bekijken wat het beste past?
Stap 2. Bespreek de mogelijkheden
Leg de verschillende opties uit, inclusief de voor- en nadelen. Bespreek ook de mogelijkheid om af te wachten of (nog) geen actie te ondernemen, als dat verantwoord is. Gebruik eenvoudige taal en controleer of de informatie goed is begrepen.
Stap 3. Verken voorkeuren en afwegingen
Bespreek wat voor de ouder of jongere belangrijk is.
Bijvoorbeeld:
• Welke oplossing past het beste bij jouw situatie?
• Waar maak je je zorgen over?
• Wat verwacht je van de verschillende mogelijkheden?
De professional ondersteunt de ouder of jongere bij het afwegen van de verschillende opties, zonder de keuze over te nemen.
Stap 4. Neem samen een besluit
Bespreek welke keuze het beste aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de ouder of jongere. Soms wordt direct een besluit genomen; soms is extra bedenktijd of aanvullende informatie nodig. Maak vervolgens afspraken over het vervolg, bijvoorbeeld een vervolgafspraak, begeleiding, verwijzing of evaluatie.
Voor wie?
Samen Beslissen kan bij alle ouders en jongeren worden toegepast. Samen Beslissen gaat beter wanneer je als professional visuele hulpmiddelen of praktische tools inzet die de ouder/jeugdige kan bekijken zoals de GIZ-driehoek of een beslishulp.
Wettelijk wordt onderscheid gemaakt tussen drie leeftijdsgroepen:
• Tot 12 jaar: ouders nemen samen met de professional beslissingen. Het kind wordt, passend bij de leeftijd, betrokken bij het gesprek.
• 12 tot 16 jaar: zowel de jongere als de ouders zijn betrokken bij beslissingen over de behandeling.
• Vanaf 16 jaar: de jongere beslist in principe zelf.
In de praktijk kunnen veel kinderen vanaf ongeveer 7 à 8 jaar al actief worden betrokken bij gesprekken en keuzes over hun gezondheid.
Praktische hulpmiddelen
Samen Beslissen wordt ondersteund door hulpmiddelen die ouders en jongeren helpen overzicht te krijgen en voorkeuren te verkennen, zoals:
• de GIZ-driehoek;
• de SPARK-methode
• keuzehulpen of besliskaarten;
• visuele hulpmiddelen.
Wetenschappelijke onderbouwing
Onderzoek laat zien dat Samen Beslissen leidt tot meer betrokkenheid van cliënten bij beslissingen, een betere kennis van de verschillende mogelijkheden en meer duidelijkheid over de voor- en nadelen van keuzes [36] [56] [64]. Daarnaast kan Samen Beslissen bijdragen aan:
• meer tevredenheid over de zorg;
• betere therapietrouw;
• minder twijfel en keuzestress;
• minder spijt over gemaakte keuzes;
• in sommige situaties minder onnodige behandelingen en lagere zorgkosten [8].
De grootste meerwaarde van Samen Beslissen ligt in het verbeteren van de kwaliteit van het besluitvormingsproces. Het ondersteunt ouders en jongeren om keuzes te maken die passen bij hun persoonlijke situatie, waarden en voorkeuren.
Scholing
Er zijn tal van trainingen beschikbaar over Samen Beslissen, onder andere Gratis Masterclasses Samen Beslissen (V&VN).
Relevante links:
• Gratis Masterclasses Samen Beslissen (V&VN)
• Handleiding voor samen beslissen in verschillende rollen (V&VN)
• Hier is een overzicht te vinden van diverse opleidingsmaterialen
• Samenvatting Rapport Leren over samen beslissen
3.2 De GIZ-methodiek
De GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften) is een gespreksmethodiek waarmee de JGZ-professional samen met (aanstaande) ouders, kinderen en jongeren de ontwikkel- en zorgbehoeften van een kind of gezin in kaart brengt [23][47]. De methodiek is gebaseerd op de uitgangspunten van Samen Beslissen, Motiverende Gespreksvoering en Oplossingsgerichte Gespreksvoering. Daarbij worden de ervaringen, wensen en zorgen van ouders en jongeren verbonden met de professionele expertise van de JGZ-professional. Het doel van de GIZ is om in een open dialoog gezamenlijk te verkennen wat goed gaat, welke zorgen er zijn, welke sterke kanten en beschermende factoren aanwezig zijn en welke ondersteuning eventueel nodig is. Vragen die hierbij centraal staan zijn bijvoorbeeld:
- Hoe gaat het?
- Wat gaat goed?
- Waar maken jullie je zorgen over?
- Wat is er nodig?
- Welke ondersteuning past hierbij?
- Hebben eerdere afspraken of acties geholpen?
Op basis van dit gezamenlijke beeld worden, waar nodig, afspraken gemaakt over passende ondersteuning of vervolgstappen.
Voor wie?
De GIZ-methodiek is ontwikkeld voor gesprekken met:
- (aanstaande) ouders vanaf de zwangerschap tot de jongvolwassen leeftijd van het kind (ongeveer -9 maanden tot 23 jaar);
- kinderen en jongeren vanaf ongeveer 8 jaar, passend bij hun ontwikkeling;
- gezinnen die gebruikmaken van de jeugdgezondheidszorg of jeugdhulpverlening.
Wetenschappelijke onderbouwing
Onderzoek laat zien dat de GIZ-methodiek bijdraagt aan:
- het beter bespreekbaar maken van zorgen van ouders;
- meer overeenstemming tussen ouders en JGZ-professionals over zorgen, krachten en vervolgstappen;
- een grotere tevredenheid over het proces van Samen Beslissen.
De GIZ-methodiek is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) met de erkenning ‘Goed onderbouwd’. Dit betekent dat de methodiek is gebaseerd op een duidelijke theoretische onderbouwing en wordt ondersteund door onderzoek.
Scholing
Om de GIZ-methodiek goed toe te passen is een GIZ-basistraining nodig. Tijdens deze training leren professionals de methodiek in gesprekken toe te passen en te integreren in de dagelijkse werkprocessen. Meer informatie over scholing, implementatie en beschikbare materialen is te vinden op de NCJ-website over de GIZ-methodiek.
Relevante links
3.3 De SPARK-methode
De SPARK-methode is een gestructureerde gespreksmethodiek waarmee de JGZ-professional samen met ouders vroegtijdig opvoed- en opgroeivragen, zorgen en risicofactoren in kaart brengt [19] [60]. SPARK staat voor: Signaleren van Problemen en Analyseren van het Risico bij opvoeden en opgroeien van Kinderen. De methodiek ondersteunt het systematisch signaleren van ontwikkelings- en opvoedproblemen en helpt bij het bepalen welke ondersteuning nodig is.
De SPARK-methode combineert de ervaringen en zorgen van ouders met de professionele expertise van de JGZ-professional. De methodiek sluit aan bij de uitgangspunten van Samen Beslissen, Motiverende Gespreksvoering en Oplossingsgerichte Gespreksvoering: ouders en professional verkennen gezamenlijk de situatie en nemen samen besluiten over eventuele vervolgstappen.
Tijdens het gesprek worden verschillende thema’s besproken, zoals de ontwikkeling van het kind, gezondheid, opvoeding, het gezinsfunctioneren en de sociale omgeving. Zowel de ouders als de professional geven per thema aan hoe zij de situatie beoordelen. Op basis hiervan wordt gezamenlijk een risico-inschatting gemaakt en, indien nodig, passende ondersteuning afgesproken .
Voor wie?
De SPARK-methode is ontwikkeld voor gebruik binnen de JGZ, met name door jeugdverpleegkundigen, maar kan ook door andere professionals in het jeugdveld worden toegepast. Er zijn vier leeftijdsspecifieke versies:
- PreSPARK – voor het prenatale huisbezoek in het derde trimester van de zwangerschap;
- SPARK 18 maanden;
- SPARK 36 maanden;
- SPARK 60 maanden.
Wetenschappelijke onderbouwing
Onderzoek laat zien dat de SPARK-methode een betrouwbare en valide methode is voor het vroegtijdig signaleren van risico’s in de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen [19][29][42][58][59] [60].
De methodiek draagt bij aan:
- het systematisch in kaart brengen van zorgen van ouders én professionals;
- een betrouwbare inschatting van opvoed- en opgroeirisico’s;
- tijdige signalering van psychosociale problemen;
- gerichtere verwijzing naar passende ondersteuning.
Daarnaast ervaren zowel ouders als professionals de gesprekken als gestructureerd, volledig en ondersteunend. Onderzoek laat zien dat de integrale risico-inschatting van de SPARK-methode een goede voorspeller is van latere ernstige opvoed- en opgroeiproblemen [29].
In de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is:
- SPARK 18 maanden erkend als ‘Effectief volgens eerste aanwijzingen’
- SPARK 36 maanden en SPARK 60 maanden erkend als ‘Goed onderbouwd’.
Scholing
Voor het werken met de SPARK is een SPARK-training vereist. Tijdens deze training leren professionals de methodiek toepassen in de praktijk en oefenen zij met de gespreksvoering en de risico-inschatting. Daarnaast is een train-de-trainerprogramma beschikbaar, waarmee ervaren professionals kunnen worden opgeleid om collega’s te scholen en te begeleiden bij het werken met de SPARK.
Relevante links
3.4 Het Vijf-fasen model
Het Vijf-fasenmodel biedt JGZ-professionals een praktische structuur voor gesprekken met ouders en jongeren [45]. Het model helpt om een gesprek overzichtelijk op te bouwen, gezamenlijk doelen te formuleren en passende vervolgstappen af te spreken. Ook voor ouders en jongeren biedt het houvast, omdat duidelijk is welke onderwerpen aan bod komen en welke afspraken worden gemaakt.
Het model sluit aan bij de uitgangspunten van Samen Beslissen, Motiverende Gespreksvoering en Oplossingsgerichte Gespreksvoering. De nadruk ligt op een gelijkwaardige samenwerking, het verkennen van de hulpvraag en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen. In tegenstelling tot de GIZ en SPARK, die specifieke gespreksmethodieken zijn, is het Vijf-fasenmodel een meer algemeen model dat binnen uiteenlopende JGZ-contacten kan worden toegepast.”
De vijf fasen
Fase 1. Kennismaken en contact maken. Het gesprek begint met het leggen van contact en het creëren van een open en veilige sfeer. De JGZ-professional nodigt de ouder of jongere uit om zijn of haar verhaal te vertellen, bijvoorbeeld met een open vraag als: Waar zou je vandaag graag over willen praten? Daarnaast geeft de professional aan welke onderwerpen vanuit de JGZ tijdens het gesprek aan bod zullen komen.
Fase 2. Verkennen. Vervolgens wordt de situatie verkend. De professional onderzoekt samen met de ouder of jongere wat er speelt, welke zorgen of vragen er zijn en hoe de situatie wordt beleefd. Hierbij worden open vragen, reflectief luisteren, samenvatten en doorvragen gebruikt. Doel van deze fase is om samen helder te krijgen wat de belangrijkste vraag of het belangrijkste aandachtspunt is.
Fase 3. Gezamenlijk het doel bepalen. In deze fase bespreken de professional en de ouder of jongere wat zij met het gesprek willen bereiken. Door verwachtingen en wensen te verkennen ontstaat een gezamenlijk en haalbaar gespreksdoel.
Fase 4. Plan van aanpak. Wanneer het doel duidelijk is, wordt besproken welke vervolgstappen nodig zijn. Samen worden mogelijke oplossingen verkend en wordt afgesproken wie welke acties onderneemt. Daarbij kan de professional informatie geven, verschillende mogelijkheden bespreken of helpen bij het afwegen van voor- en nadelen.
Fase 5. Afronden en afspraken maken. Aan het einde van het gesprek wordt samen teruggekeken op het gesprek. De professional vat de belangrijkste punten samen, controleert of de vragen voldoende zijn beantwoord en bespreekt welke afspraken zijn gemaakt. Indien nodig worden vervolgafspraken of een verwijzing gepland.
Voor wie?
Het Vijf-fasenmodel kan in principe worden toegepast bij alle gesprekken binnen de JGZ. Bij jonge kinderen voeren ouders het gesprek en nemen zij beslissingen namens hun kind. Vanaf ongeveer 7 à 8 jaar kunnen kinderen, passend bij hun ontwikkeling, actief worden betrokken bij het gesprek. Jongeren worden zoveel mogelijk betrokken bij gesprekken en beslissingen over hun gezondheid en ondersteuning, passend bij hun leeftijd en de wettelijke kaders.
Wetenschappelijke onderbouwing
Het Vijf-fasenmodel is gebaseerd op inzichten uit Motiverende Gespreksvoering, Oplossingsgerichte Gespreksvoering en Samen Beslissen. Het biedt een praktisch raamwerk voor het structureren van gesprekken binnen de JGZ. Voor het model zelf is geen afzonderlijk effectonderzoek beschikbaar. De onderbouwing berust vooral op de wetenschappelijke evidentie voor de onderliggende gespreksbenaderingen en op praktijkervaringen binnen de JGZ.
Scholing
Het Vijf-fasenmodel is relatief eenvoudig toe te passen en kan worden aangeleerd via scholing in gespreksvoering en Samen Beslissen. Het model kan worden gezien als een praktische uitwerking van de principes van Samen Beslissen binnen de JGZ. Voor meer informatie en scholingsmateriaal wordt verwezen naar het Kennisplatform Uitkomstgerichte Zorg.
Relevante links
3.5 Gesprekskader: Positieve Gezondheid
Positieve Gezondheid is een brede visie op gezondheid waarin gezondheid niet alleen wordt gezien als de afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om zich aan te passen, met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren [40].
Binnen de JGZ kan Positieve Gezondheid worden gebruikt als gesprekskader. Het helpt de JGZ-professional om samen met ouders, kinderen of jongeren niet alleen stil te staan bij klachten of problemen, maar ook bij wat goed gaat, wat belangrijk is voor de cliënt en welke mogelijkheden er zijn om gezondheid en welbevinden te versterken.
De benadering sluit goed aan bij de uitgangspunten van Samen Beslissen, Motiverende Gespreksvoering en Oplossingsgerichte Gespreksvoering. De nadruk ligt op eigen regie, veerkracht, mogelijkheden en een brede kijk op gezondheid. Positieve Gezondheid onderscheidt zes dimensies die samen een breed beeld geven van gezondheid en functioneren [62]:
- Lichaamsfuncties
- Mentaal welbevinden
- Zingeving
- Kwaliteit van leven
- Meedoen
- Dagelijks functioneren
Om deze dimensies bespreekbaar te maken, kan gebruik worden gemaakt van een vragenlijst. De antwoorden worden weergegeven in een spinnenwebdiagram. Dit diagram vormt geen diagnose, maar een hulpmiddel om het gesprek te voeren over wat goed gaat, waar zorgen liggen en welke onderwerpen voor de ouder, het kind of de jongere belangrijk zijn. Op basis daarvan kunnen gezamenlijk doelen en vervolgstappen worden bepaald.
Voor wie?
Voor Positieve Gezondheid zijn verschillende instrumenten beschikbaar, passend bij verschillende doelgroepen:
- Kindtool (8–16 jaar);
- Jongerentool (16–25 jaar);
- Volwassenentool;
- Eenvoudige tool, ontwikkeld voor mensen die moeite hebben met lezen of de Nederlandse taal;
- Hier vind je een overzicht van alle materialen.
Wetenschappelijke onderbouwing
Positieve Gezondheid wordt inmiddels breed toegepast binnen de gezondheidszorg, waaronder de jeugdgezondheidszorg [18]. Onderzoek laat zien dat de benadering professionals ondersteunt bij het voeren van brede gesprekken over gezondheid, welzijn en eigen regie. Zowel professionals als cliënten ervaren het spinnenweb als een bruikbaar hulpmiddel om gezamenlijk te verkennen wat voor de cliënt belangrijk is [21].
Praktijkstudies wijzen daarnaast op positieve effecten, zoals meer eigen regie, een grotere motivatie om aan gezondheid te werken en een betere samenwerking tussen professionals en cliënten [4].
Het wetenschappelijke bewijs bestaat vooralsnog vooral uit kwalitatief onderzoek, implementatiestudies en onderzoek naar de ontwikkeling en toepassing van het concept en de meetinstrumenten. Er is nog beperkt bewijs voor effecten op gezondheidsuitkomsten[21][33][48].
Scholing
Er zijn verschillende trainingen beschikbaar waarin professionals leren hoe zij Positieve Gezondheid en het spinnenweb kunnen inzetten als gesprekskader. Daarbij is aandacht voor het voeren van gesprekken die uitgaan van eigen regie, mogelijkheden, veerkracht en wat voor de cliënt werkelijk belangrijk is.
Relevante links
3.6 Gesprekstechniek: de terugvraagmethode
De terugvraagmethode (Teach-back) is een gesprekstechniek waarmee de JGZ-professional nagaat of informatie of adviezen goed zijn begrepen. De professional vraagt de ouder of jongere om in eigen woorden samen te vatten wat is besproken of welke afspraken zijn gemaakt. Op basis van het antwoord kan de professional de uitleg zo nodig verduidelijken of aanvullen.
- De terugvraagmethode is geen toets van de kennis van de gesprekspartner, maar een manier om te na te gaan of de professional de informatie duidelijk heeft uitgelegd.
- De techniek draagt bij aan wederzijds begrip en gezamenlijke besluitvorming.
- De terugvraagmethode kan worden toegepast binnen alle gesprekken en sluit goed aan bij de uitgangspunten van Samen Beslissen, Motiverende Gespreksvoering en Oplossingsgerichte Gespreksvoering.
Praktische toepassing van de terugvraagmethode
Bij de terugvraagmethode vraagt de professional de ouder of jongere om de belangrijkste informatie of afspraken in eigen woorden samen te vatten. Wanneer blijkt dat informatie niet goed is overgekomen, geeft de professional opnieuw uitleg, bij voorkeur op een andere manier of met andere voorbeelden. Bijvoorbeeld:
- Ik wil graag nagaan of ik het duidelijk heb uitgelegd. Kun je in jouw eigen woorden vertellen wat we hebben afgesproken?
- Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd. Kun je vertellen wat je uit dit gesprek meeneemt?
Tips
- Introduceer de vraag vanuit jezelf, zodat de ouder of jongere zich niet gecontroleerd voelt. Bijvoorbeeld: Ik wil graag weten of ik het duidelijk heb uitgelegd.
- Pas de terugvraagmethode toe tijdens het gesprek en niet alleen aan het einde.
- Vraag de gesprekspartner om de informatie in eigen woorden samen te vatten, in plaats van te vragen: Heeft u het begrepen?
- Als de ouder/jongere iets niet goed heeft begrepen, leg het opnieuw uit, bij voorkeur op een andere manier.
- Door de methode regelmatig toe te passen wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van je gespreksvoering.
Voor wie?
De terugvraagmethode kan in principe worden toegepast bij alle gesprekken binnen de JGZ. De methode is met name waardevol wanneer:
• veel of complexe informatie wordt besproken;
• belangrijke keuzes of afspraken worden gemaakt;
• er sprake is van beperkte gezondheidsvaardigheden;
• de gesprekspartner moeite heeft met lezen of schrijven;
• de beheersing van de Nederlandse taal beperkt is.
Wetenschappelijke onderbouwing
Onderzoek laat zien dat de terugvraagmethode het begrip van informatie, de kennis van cliënten en de therapietrouw kan verbeteren, vooral wanneer complexe informatie wordt besproken of wanneer cliënten beperkte gezondheidsvaardigheden hebben [34][39]. Specifiek binnen de jeugdgezondheidszorg is het wetenschappelijke bewijs nog beperkt. De methode wordt echter breed aanbevolen als effectieve communicatiestrategie om misverstanden te voorkomen, gezamenlijke besluitvorming te ondersteunen en ouders en jongeren beter in staat te stellen zelf regie te nemen over gezondheid en ondersteuning.
Scholing
De terugvraagmethode is eenvoudig aan te leren en kan onderdeel zijn van trainingen in effectieve communicatie, gezondheidsvaardigheden en Samen Beslissen. Meer informatie over trainingen, praktische tips en voorbeelden zijn beschikbaar via Pharos.
Relevante links
4 Begeleiden
Inleiding
Goede gespreksvoering vormt de basis voor een sterke samenwerking tussen JGZ-professionals, ouders en jeugdigen. In de praktijk kunnen gesprekken moeilijk zijn omdat het onderwerp gevoelig ligt, of omdat er zorgen zijn over de ontwikkeling of gezondheid van een kind, of wanneer er verschillende verwachtingen zijn. Deze Praktijkmodule biedt praktische handvatten om deze gesprekken op een open, gelijkwaardige en effectieve manier te voeren.
De adviezen in deze module zijn bedoeld als ondersteuning en inspiratie voor JGZ-professionals. Ze kunnen flexibel worden toegepast en aangepast aan de situatie en de professionele inschatting van de JGZ-professional. De praktijkadviezen hebben geen verplichtend karakter; het niet toepassen van een advies heeft geen juridische consequenties en hoeft niet te worden onderbouwd.
De praktijkadviezen zijn opgebouwd rond vier thema’s die samen de kern vormen van goede gespreksvoering binnen de JGZ:
- Thema 1. Communiceren – Hoe voer je het gesprek?
Handvatten voor het voeren van open, duidelijke en passende gesprekken. - Thema 2. Relatie opbouwen – Hoe bouw je aan vertrouwen?
Aandacht voor een respectvolle samenwerking waarin ouders en jeugdigen zich gehoord en gezien voelen. - Thema 3. Eigen kracht versterken – Waar richt je het gesprek op?
Tips om aan te sluiten bij wat ouders en jeugdigen zelf kunnen, willen en belangrijk vinden. - Thema 4. Coachend samenwerken – Hoe begeleid je verandering?
Praktische strategieën om samen stappen te zetten en verandering op een motiverende manier te ondersteunen.
4.1 Uitgangsvragen
- Welke gespreksbenaderingen, gespreksmethodieken en gesprekstechnieken zijn effectief voor het voeren van gesprekken met ouders en jongeren binnen de JGZ?
- (Praktijkvraag) Hoe kunnen bewezen of veelbelovende gespreksbenaderingen en gesprekstechnieken door JGZ-professionals praktisch worden toegepast in de dagelijkse praktijk?
4.2 Praktijkadviezen
De praktijkadviezen zijn ingedeeld in vier thema’s:
- Thema 1. Communiceren: hoe voer je het gesprek?
- Thema 2. Relatie opbouwen: hoe bouw je aan vertrouwen?
- Thema 3. Eigen kracht versterken: waar richt je het gesprek op?
- Thema 4. Coachend samenwerken: hoe begeleid je verandering?
Omdat het om een Praktijkmodule gaat kan de JZG-professional deze tips en adviezen flexibel en naar eigen inzicht gebruiken.
Aanbevelingen
4.3 Randvoorwaarden
Randvoorwaarden zijn fundamentele aspecten die vooraf aanwezig moeten zijn, en blijven, om goede gesprekken met ouders en jongeren in de JGZ mogelijk te maken. Hieronder maken we onderscheid tussen randvoorwaarden voor JGZ-professionals en voor JGZ-organisaties (die op MT niveau geregeld moeten worden).
Randvoorwaarden voor JGZ-professionals
- Zorg voor een rustige en veilige gespreksomgeving: voer gesprekken op een plek met voldoende privacy, waar je ongestoord met de ouder of jongere kunt spreken.
- Houd rekening met de aanwezigheid van jonge kinderen (< 12 jaar):
- Zorg dat er speelgoed aanwezig is voor het kind en eventuele andere broertjes en zusjes. Als er te veel onrust is, probeer dan een extra afspraak te maken waarop de ouder alleen komt.
- Kies een passende gesprekshouding: zorg voor een open en gelijkwaardige opstelling, bijvoorbeeld door in een hoek van ongeveer 90 graden ten opzichte van elkaar te zitten. Dit bevordert een ontspannen gesprek en maakt het mogelijk om afwisselend oogcontact te maken en observaties te doen.
- Bereid moeilijke gesprekken zorgvuldig voor: neem de tijd om gesprekken over gevoelige onderwerpen of gesprekken waarbij weerstand wordt verwacht voor te bereiden. Bespreek de aanpak zo nodig vooraf met een collega.
- Zorg ook online voor goede gespreksomstandigheden: voer beeldbelgesprekken via een veilige internetverbinding, zorg voor voldoende privacy en raadpleeg indien nodig de Praktijkmodule Beeldbellen voor praktische richtlijnen.
Randvoorwaarden voor JGZ-organisaties
- Investeer in scholing in gespreksvoering: faciliteer trainingen in motiverende gespreksvoering en/of oplossingsgericht werken. Ook trainingen in methodieken zoals de GIZ-methodiek, de SPARK-methode of het Vijf-fasenmodel kunnen hieraan bijdragen, omdat deze gebruikmaken van principes uit motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht werken.
- Borg deskundigheidsbevordering: bied scholing niet eenmalig aan, maar zorg voor periodieke opfris- en verdiepingsbijeenkomsten, zodat kennis en vaardigheden onderhouden en verder ontwikkeld worden.
- Maak gespreksvoering en communicatie een vast onderwerp tijdens teamoverleggen, casuïstiekbesprekingen of intervisie, zodat professionals ervaringen kunnen uitwisselen, op hun handelen kunnen reflecteren en van elkaar kunnen leren.
- Bevorder cultuursensitief werken: faciliteer scholing in interculturele communicatie en culturele sensitiviteit, zodat professionals beter kunnen aansluiten bij de diverse achtergronden en behoeften van ouders en jongeren. Maak daarbij gebruik van beschikbare kennis en materialen, bijvoorbeeld van Pharos.
5 Totstandkoming
Inleiding
Met subsidie van ZonMw voerden TNO, het Trimbos-instituut en het NCJ in 2019 gezamenlijk het project ‘Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen’ uit. Het doel van dit project was om te komen tot een eenduidige visie op gespreksvoering met ouders en jeugdigen binnen de JGZ. Omdat de JGZ-richtlijnen afzonderlijk van elkaar zijn ontwikkeld, werd verwacht dat er verschillen zouden bestaan in de aanbevelingen rondom gespreksvoering.
Binnen het project werden de volgende activiteiten uitgevoerd:
- Een analyse van dertien JGZ-richtlijnen, met aandacht voor aanbevelingen over gespreksvoering bij sociale thema’s zoals psychosociale problemen, opvoedondersteuning en kindermishandeling.
- Schriftelijke behoeftepeilingen onder ouders (n=302), jongeren (n=308) en JGZ-professionals (n=165), aangevuld met focusgroepgesprekken met deze doelgroepen.
- Een beknopte literatuurstudie.
De analyse van de JGZ-richtlijnen liet zien dat richtlijnen vooral aandacht besteden aan wat er besproken moet worden, maar minder aan hoe gesprekken gevoerd kunnen worden. Er werden geen inhoudelijke tegenstrijdigheden tussen de richtlijnen gevonden; verschillen betroffen voornamelijk het gebruik van terminologie. Vrijwel alle richtlijnen benadrukken het belang van samenwerking met ouders en jongeren, gelijkwaardigheid, eigen regie en empowerment.
Uit de behoeftepeilingen bleek dat ouders, jongeren en professionals behoefte hebben aan meer praktische ondersteuning bij gespreksvoering, vooral in complexe of gevoelige situaties, zoals bij taal- en cultuurverschillen, of bij gevoelige gespreksonderwerpen zoals overgewicht of een vermoeden van kindermishandeling.
Het project resulteerde in verschillende producten die nog beschikbaar zijn:
- een Kaartenset met 100 losse kaartjes (kennis-, actie-, advies- en reflectiekaarten)
- een Bureaukaart Gespreksvoering waarin een korte toelichting gegeven wordt op de kaartenset
- een informatiedocument waarin alle uitkomsten van de richtlijnanalyse, behoeftepeilingen en literatuurstudie beschreven worden.
Ontwikkeling Praktijkmodule Gespreksvoering in de JGZ
In 2023 stelde ZonMw subsidie beschikbaar om de resultaten van het eerdere project te vertalen naar een Praktijkmodule over gespreksvoering binnen de JGZ. Hiervoor werd een aanvullend literatuuronderzoek uitgevoerd en werd een werkgroep van JGZ-professionals samengesteld om de conceptteksten te beoordelen. De werkgroep kwam twee keer bijeen om de Praktijkmodule te bespreken en gaf daarnaast schriftelijke feedback.
5.1 Werkgroep
Voor het ontwikkelen van een format voor Praktijkmodules en de specifieke Praktijkmodules ‘Beeldbellen’ en ‘Gespreksvoering in de JGZ’ werd de volgende werkgroep samengesteld:
| Naam | Functie | Organisatie |
| Marianne Almac | jeugdarts | CJG Rijnmond |
| Jessica Heijdra | AIOS | CJG Rijnmond |
| Anouk van Doorn | verpleegkundig specialist | GGD Brabant Zuid-Oost |
| Irene Rutte-Remkes | stafverpleegkundige | GGD Zaanstreek Waterland |
| Carmen Beus | doktersassistente | GGD Groningen |
Vanuit TNO zijn de volgende mensen daarbij aangesloten:
• Renate van Zoonen, projectleider bij TNO
• Jacqueline Deurloo, jeugdarts en richtlijnontwikkelaar
• Marianne de Wolff, richtlijnontwikkelaar
5.2 Betrokkenheid ouders en jongeren
In 2019 zijn binnen het ZonMw-project ‘Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen’ ervaringen verzameld van ouders en jongeren over gesprekken binnen de jeugdgezondheidszorg.
Via het Landelijk Ouderpanel werd een vragenlijst onder ouders uitgezet over de vraag hoe zij de contacten met de jeugdarts en de jeugdverpleegkundige ervaren hebben. 302 ouders van kinderen in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar deden aan deze peiling mee.
Via advertenties op Facebook en Instagram werd een online vragenlijst uitgezet onder jongeren van 12–18 jaar over hun ervaringen met gesprekken met professionals. In totaal vulden 259 jongeren de vragenlijst in. De steekproef bestond vrijwel uitsluitend uit meisjes (95%), met een gemiddelde leeftijd van 15,7 jaar (12–18 jaar). Alle opleidingsniveaus waren vertegenwoordigd: 21% volgde vmbo of praktijkonderwijs, 19% mavo of mbo en 60% havo, vwo of hbo.
Als laatste werden focusgroep gesprekken georganiseerd met kleine groepen ouders, jongeren en JGZ-professionals om door te praten over de uitkomsten van de schriftelijke peilingen.
Wat vinden ouders van de gesprekken?
Ouders waarderen gesprekken waarin zij als gelijkwaardige gesprekspartner worden behandeld en waarin de professional goed luistert, begrip toont en niet oordeelt. Zij vinden het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor hun eigen vragen en dat het consult praktische adviezen en duidelijke informatie oplevert. Gesprekken worden minder positief ervaren wanneer zij als te algemeen, te kort of weinig relevant worden ervaren. Gevoelige onderwerpen zijn onder meer opvoedingsonzekerheid, afwijkende groei of ontwikkeling, psychische problemen en relatieproblemen. Ouders geven aan dat een respectvolle houding, oprechte interesse en erkenning van hun rol als deskundige over hun eigen kind bijdragen aan een prettig gesprek.
Wat vinden jongeren?
Jongeren zoeken – wanneer ze niet lekker in hun vel zitten – in eerste instantie steun bij mensen uit hun directe omgeving, zoals familie, vrienden of hun mentor op school. Jongeren zoeken minder snel contact met een professional zoals de huisarts, psycholoog of een jeugdarts.
Wanneer zij gesprekken met JGZ-professionals voeren, zijn de ervaringen wisselend. Jongeren vinden het belangrijk dat zij serieus worden genomen, dat de professional goed luistert, voldoende tijd neemt en een veilige, vertrouwelijke sfeer creëert. Zij willen gelijkwaardig worden behandeld en betrokken worden bij het gesprek. Gesprekken worden bemoeilijkt wanneer gevoelige onderwerpen aan bod komen, wanneer ouders aanwezig zijn, wanneer de professional weinig tijd neemt of wanneer jongeren het gevoel hebben dat zij niet serieus worden genomen. Vertrouwelijkheid en transparantie over het delen van informatie zijn voor jongeren essentieel.
De bevindingen laten zien dat ouders en jongeren dezelfde kenmerken van goede gespreksvoering benoemen: een respectvolle en gelijkwaardige benadering, actief luisteren, voldoende tijd, aandacht voor individuele behoeften en ruimte voor gezamenlijke besluitvorming.
5.3 Ervaringen van JGZ-professionals
In 2019 zijn binnen het ZonMw-project ‘Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen’ ervaringen verzameld van JGZ-professionals over het voeren van gesprekken met ouders en jongeren binnen de JGZ. Via LinkedIn, de GGD GHOR en Kennisnet werd een online vragenlijst gedeeld. 165 JGZ-professionals hebben de vragenlijst ingevuld; ze zijn gemiddeld 14,6 jaar werkzaam in de JGZ (min=0, max = 39 jaar). Bijna 60% van de respondenten werkte als jeugdverpleegkundige of verpleegkundig specialist (n=96), een derde als jeugdarts (n= 56), 5% van de respondenten was doktersassistente (n=8) en de steekproef bevatte tenslotte vijf managers en/of gedragswetenschappers. In een mondeling focusgroep gesprek met een kleine groep JGZ-professionals werden de uitkomsten van de peiling verder geduid.
Uitkomsten peiling naar thema
De uitkomsten van de peiling onder JGZ-professionals worden hieronder per thema beknopt weergegeven.
Thema ‘vaardigheden’
JGZ-professionals zien praktijkervaring als de belangrijkste manier om gespreksvaardigheden te ontwikkelen. Tegelijk geven velen aan dat praktijkervaring alleen niet voldoende is: training, nieuwe inzichten en feedback zijn nodig om vaardigheden verder te verbeteren. Professionals beoordelen hun eigen gespreksvaardigheden gemiddeld met een 7,8 (range 5–10). De meeste gaan gesprekken met vertrouwen aan, maar geven ook aan dat er altijd ruimte is om te blijven leren.
Thema ‘rol van richtlijnen’
Ongeveer twee derde van de professionals vindt dat JGZ-richtlijnen ondersteunend zijn, vooral als bron van kennis en achtergrondinformatie. Ze bieden een basis en helpen bij de voorbereiding van gesprekken. Tegelijkertijd worden richtlijnen als weinig praktisch ervaren voor het voeren van gesprekken, bijvoorbeeld omdat concrete voorbeeldvragen of gesprekstechnieken vaak ontbreken.
Thema ‘belemmeringen bij gesprekken’
De meest genoemde belemmering is tijdgebrek. Daarnaast spelen factoren zoals weerstand van ouders of jongeren, complexe gezinssituaties (bijv. vechtscheidingen), cultuurverschillen, zorgmijdend gedrag en lastige omgevingsomstandigheden (bijv. weinig privacy of onrustige setting tijdens et gesprek). Onderwerpen die professionals het moeilijkst vinden om te bespreken zijn onder andere:
• vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld;
• overgewicht bij kinderen en ouders;
• roken;
• psychische problematiek (bij ouders en jongeren);
• suïcidaliteit, depressie en automutilatie;
• situaties waarin ouders of jongeren zorg mijden.
Thema ‘wat helpt bij moeilijke gesprekken?’
Professionals noemen verschillende factoren die helpen om moeilijke gesprekken goed te voeren. Belangrijk zijn een open en respectvolle houding, goed luisteren, ouders erkennen als deskundigen over hun kind, niet oordelen en nieuwsgierig blijven. Ook helpt het om transparant te zijn, verwachtingen te bespreken en ouders of jongeren ruimte te geven om hun eigen verhaal te vertellen. Veel professionals gebruiken daarbij technieken uit de motiverende gespreksvoering, zoals toestemming vragen om een onderwerp te bespreken, samen de agenda van het gesprek bepalen, aansluiten bij de fase van verandering en ouders of jongeren stimuleren om zelf doelen en oplossingen te formuleren.
6 Verantwoording
Deze Praktijkmodule is gebaseerd op de resultaten van een ZonMw project ‘Gespreksvoering met ouders en jeugdigen: verbinding tussen JGZ-richtlijnen’ (ZonMw projectnr. 732000202), en een aanvullend literatuuronderzoek.
6.1 Methode literatuur searches
Er zijn twee uitgangsvragen geformuleerd: vraag één heeft als doel om de relevante kennis uit gepubliceerde literatuur te verzamelen, terwijl in de tweede vraag de implementatie van deze kennis centraal staat.
De uitgangsvragen voor deze Praktijkmodule luiden:
- Welke gespreksbenaderingen, gespreksmethodieken en gesprekstechnieken zijn effectief voor het voeren van gesprekken met ouders en jongeren binnen de JGZ?
- (Praktijkvraag) Hoe kunnen bewezen of veelbelovende gespreksbenaderingen en gesprekstechnieken door JGZ-professionals praktisch worden toegepast in de dagelijkse praktijk?
| PICO-element | Invulling |
| P (Populatie) | Ouders, jeugdigen (0–23 jaar) en JGZ-professionals binnen de jeugdgezondheidszorg of vergelijkbare preventieve jeugd- of eerstelijnssettingen. |
| I (Interventie) | Gespreksbenaderingen, gespreksmethodieken en gesprekstechnieken gericht op effectieve communicatie, gezamenlijke besluitvorming, gedragsverandering, eigen regie of empowerment (zoals motiverende gespreksvoering, oplossingsgerichte gespreksvoering, shared decision making, teach-back). |
| C (Vergelijking) | Gebruikelijke zorg, andere gespreksmethoden of geen specifieke gespreksmethodiek. |
| O (Uitkomsten) | Kwaliteit van de communicatie, tevredenheid van ouders/jongeren, ervaren gelijkwaardigheid, betrokkenheid, gezamenlijke besluitvorming, vertrouwen, begrip van informatie, therapietrouw, zelfmanagement, eigen regie, gedragsverandering, gezondheid of welzijn. |
Voor de beantwoording van de eerste vraag is een systematisch literatuuronderzoek in PubMed verricht. Op basis van vooraf vastgestelde zoekcriteria is een selectie gemaakt van de gevonden studies. Vanwege het grote aantal zoekresultaten is de search beperkt tot meta-analyses en systematische reviews die werden gepubliceerd in de periode van 2013-2023. In deze reviews staat mondelinge gespreksvoering in de context van de jeugdgezondheidszorg of preventieve gezondheidszorg centraal.
Er werden in totaal 33.085 artikelen gevonden die betrekking hadden op de belangrijke aspecten van gespreksvoering in de JGZ. Dit aantal werd teruggebracht tot 814 na het toevoegen van een filter (systematische reviews en meta-analyses). Na een selectie op titel en na het verwijderen van dubbele studies bleven er 31 studies over die full-tekst beoordeeld zijn. Na lezen bleken 20 van deze 31 studies niet relevant voor de uitgangsvraag, meestal omdat het beschreven onderzoek niet op de JGZ of een vergelijkbare setting van toepassing was of omdat de studie betrekking had op de communicatie tussen zorgprofessionals onderling.
Met betrekking tot Motiverende gespreksvoering werden in de eerste search 384 studies gevonden. Na het toevoegen van de filters ‘gepubliceerd in de afgelopen 10 jaar’ en ‘systematische reviews en meta-analyses’, bleven 16 studies over. Negen daarvan bleken relevant te zijn op basis van de volledige tekst. Met betrekking tot oplossingsgericht werken werden drie relevante reviews gevonden en een Nederlandstalige dissertatie (Theuns, 2024).
Als laatste zijn drie bewijstabellen opgesteld waarin de belangrijkste kenmerken van de individuele reviews/meta-analyses worden beschreven (zie bijlage voor de tabellen).
- Tabel 1. Motiverende gespreksvoering in de JGZ: overzicht van 9 reviews
- Tabel 2. Oplossingsgerichte therapie in het sociaal domein: overzicht van 4 reviews
- Tabel 3. Belangrijk aspecten bij het voeren van mondelinge gesprekken in de JGZ: overzicht van 11 reviews
6.2 Bewijstabel 1: Motiverende gespreksvoering
Tabel 1. Motiverende gespreksvoering (MI) in de JGZ: overzicht van 9 reviews
|
Studie |
Opzet |
Populatie en setting
|
Interventie |
Controle/ Vergelijking |
Uitkomst maten |
Resultaten |
| Mbuagbaw et al. 2012 [54] | Systematic review, 4 studies; 2006-2012 | Adolescenten met HIV in de leeftijd van 10 tot 24 jaar oud | Motiverende gesperksvoering (MI) | Standaardzorg bij jongeren met hiv |
1. Therapietrouw, Mortaliteit (overleving), Kwaliteit van leven (geen studies gevonden) 2. Virale belasting, condoomgebruik, marihuana en alcoholgebruik, retentie |
Er is beperkt bewijs dat motiverende gespreksvoering (MI) de uitkomsten bij jongeren met hiv verbetert. Wel werden op korte termijn positieve effecten gevonden, zoals een lagere virale belasting en minder onbeschermde seksuele contacten. Resultaten voor alcoholgebruik zijn inconsistent Voor marihuanagebruik werd in geen van de studies een vermindering aangetoond. |
| Cushing et al. 2014 [28] | Systematic review en meta-analyse, 15 studies | Adolescenten | MI gericht op verbeteren gezondheids-gedrag bij adolescenten | Standaard zorg | Veranderingen in gezondheidsgedrag (bijv. seksueel risicogedrag, lichaamsbeweging, dieet) | De overall effectgrootte voor MI interventies gericht op gezondheidsgedrag bij adolescenten was klein maar significant- g= 0.16; 95% (CI) [.05, 27]. |
| Schaefer en Kavookjian 2017[17] | Systematicreview, 12 studies; 1990-2016 | Adolescenten (10-24 jaar) met lichamelijke chronische ziekten | MI met adolescenten met diabetes, astma en HIV | Standaard behandeling |
Veranderingen in therapietrouw en symptoomniveaus Kwaliteit van leven |
MI verbetert over de therapietrouw aan medicatie en zelfzorggedrag. Bij jongeren met astma nam de therapietrouw toe, evenals hun motivatie en verantwoordelijkheid voor het ziektebeheer. Ook bij jongeren met diabetes leidde MI tot betere glykemische controle en vaker bloedglucosemonitoring. Jongeren met HIV rapporteerden eveneens een verbeterde medicatietrouw. Daarnaast verbeterde MI bij jongeren met astma en diabetes de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit, het welzijn, emotioneel functioneren en het vertrouwen in hun eigen vermogen om hun ziekte goed te managen. |
| Vallabhan et al. 2018 [30] |
Systematic review; 17 studies; 1997-2017
|
Adolescenten (12-19 jaar) met overgewicht of obesitas | MI gericht op gewichts-beheersing | Standaard zorg |
1. Verandering in pond, kilogram, BMI, BMI z-score. 2. Verandering in voeding, beweging, slaapgedrag, cardiometabolische uitkomsten, of kwaliteit van leven |
Er werden geen significante effecten gevonden op antropometrische of cardiometabole uitkomsten. Er was wel enig bewijs voor positieve effecten op voedings- en beweeggedrag en de kwaliteit van leven. De kwaliteit van het beschikbare bewijs was overwegend matig. |
| Acuff et al. 2019[24] | Meta-analyse, 3 studies; 2010-2018 | Studenten die geen behandeling zoeken | MI en een feedback-module over alcohol-gebruik | andere interventies zonder MI | Door alcoholgebruik veroorzakte black-outs | De resultaten laten zien dat een eenmalige MI geen significant effect had op het verminderen van black-outs door alcohol. Wanneer MI echter werd uitgebreid met extra sessies, nam het aantal black-outs wel significant af, zowel op korte als langere termijn. |
| Colvara et al. 2020 [41] | Systematic review, 14 studies en meta-analyse; 8 studies | (aanstaande)moeders van 0-6-jarigen met een melkgebit, | MI met ouders over cariës bij jonge kinderen | Elke vorm van mondgezondheids-educatie of geen educatie |
1. Nieuwe cariës 2. Kennis van ouders over mondgezondheid, thuiszorggedrag, tandplakindex, tandvleesindex en het gebruik van fluoride |
MI had een beschermend effect op cariës bij kinderen en verbeterde ook mondgezondheidsgedrag, zoals tandenpoetsen, Het effect was het grootst bij kinderen met een hoog risico op cariës. Bovendien leek MI vooral effectief bij bepaalde subgroepen, zoals kinderen van moeders die hun voedsel voorkauwen, in landelijke gebieden wonen of een hoger gezinsinkomen hebben. |
| Steele et al. 2020 [27] | Systematic review; 118 studies; 1992-2018 | Adolescenten (12-20 jaar) met middelen-gebruik |
MI over alcohol gebruik * kort (1 of 2 sessies), of niet-kort (3 of meer sessies) |
Standaard zorg | Alcoholgebruik: zowel de frequentie van zwaar alcoholgebruik en de frequentie van enig gebruik per 30 dagen | MI leidt, vergeleken met standaardbehandeling, tot een kleine vermindering van zwaar alcohol- en middelengebruik. Korte MI heeft echter geen effect op het aantal dagen cannabisgebruik. Zowel MI als cognitieve gedragstherapie (CGT) verminderen alcohol- en ander drugsgebruik |
| Suire et al. 2020 [20] |
Systematic review; 7 studies; 1990-2018
|
Ouders van kinderen (9m – 8 jaar oud) met gewichtsproblemen | MI tussen ouder en professional in de gezondheids-zorg | Standaard zorg |
Uitkomsten bij kinderen: 1. antropometrische uitkomsten (BMI, tailleomtrek, verhouding tussen taille en heup) 2. Veranderingen in leefstijlgedrag |
Diverse studies laten zien dat motiverende gespreksvoering (MI) met ouders kan bijdragen aan een verbetering van het gewicht (BMI en tailleomtrek) van kinderen. Daarnaast rapporteerden verschillende studies verbeteringen in het eetgedrag van kinderen, zoals een hogere consumptie van groente en fruit en een lagere consumptie van suikerhoudende dranken. |
| Amiri et al. 2021 [38] | Systematc review en meta-analyse; 19 studies; 2005-2019 |
Adolescenten Bij 10 van de 19 studies waren ook ouders betrokken |
MI over gewicht met professionals in de gezondheids-zorg en jeugdhulp. | Interventies voor gewichts-beheersing zonder MI of geen interventie |
1. Antropometrische metingen, d.w.z. BMI, BMI Z-score, middelomtrek en vetpercentage 2. Invloed van MI op de levensstijl van adolescenten waaronder dagelijkse lichamelijke activiteit, dieet en cognitieve vaardigheden waaronder zelfredzaamheid, zelfregulatie en zelfcontrole |
MI bij adolescenten heeft geen significant effect heeft op BMI, BMI-z-score, tailleomtrek of groente-inname in vergelijking met controlegroepen. Wel bleek MI significant effectiever in het verminderen van de consumptie van suikerhoudende dranken. Gegevens over fysieke activiteit en cognitieve vaardigheden konden niet worden meegenomen in de analyse vanwege verschillen in de meetmethoden tussen de onderzoeken. |
6.3 Bewijstabel 2: Oplossingsgerichte gespreksvoering
Tabel 2. Oplossingsgerichte therapie (SFBT) in het sociaal domein: overzicht van 4 reviews
|
Studie |
Opzet |
Populatie en setting
|
Interventie |
Controle/ Vergelijking |
Uitkomst maten |
Resultaten |
| Stams et al., 2006 [31] | Meta-analyse; 21 studies | Jeugdigen en volwassenen in jeugdhulp en jeugd ggz | Solution-Focused Brief Therapy (SFBT) | Standaard-zorg; of andere interventies of geen interventie | Psychosociaal functioneren, gedragsproblemen, welzijn | Kleine tot middelgrote effectgrootte (d ≈ 0,37). SFBT was effectiever dan geen behandeling en vergelijkbaar met andere interventies. |
| Kim, 2008 [12] | Meta-analyse, 22 studies | Jeugdigen en volwassenen in jeugdhulp en jeugd ggz en onderwijs | SFBT | Standaard-zorg, andere interventies of geen interventie | Psychosociaal functioneren, gedragsproblemen, mentale gezondheid, relationele problemen | Kleine maar significante positieve effecten van SFBT (gemiddelde effectgrootte ~0,26). Interventie is effectiever dan geen behandeling en vergelijkbaar met andere psychosociale interventies. |
| Gingerich & Peterson, 2013[10] | Systematic review; 43 studies | Jeugdigen en volwassenen in sociale of klinische settings | SFBT | Standaard-zorg, of andere interventies | Psychosociale uitkomsten, gedragsproblemen, functioneren | Meerdere studies tonen positieve effecten van SFBT. De meeste studies laten verbetering zien in psychosociaal functioneren; effectgroottes variëren maar zijn doorgaans klein tot middelgroot. |
| Vermeulen-Oskam et al., 2024[26] | Meta-analyse; 72 studies | Jeugdigen en volwassenen in sociale en klinische settings | SFBT | Standaard-zorg, andere interventies, of wachtlijst | Psychosociaal functioneren, mentale gezondheid, gedragsuitkomsten | Significante positieve effecten van SFBT op psychosociale uitkomsten. Effecten variëren per context en doelgroep; moderatoren zoals setting en type uitkomst beïnvloeden effectgrootte. |
6.4 Bewijstabel 3: Belangrijk aspecten bij het voeren van mondelinge gesprekken in de JGZ:
Tabel 3: Belangrijk aspecten bij het voeren van mondelinge gesprekken in de JGZ: overzicht van 11 reviews
|
Studie |
Opzet |
Populatie en setting
|
Interventie |
Uitkomst maten |
Resultaten |
| Kodjebacheva et al. 2016 [13] | Systematic review; 34 studies; 1937-2015 | Kinderen, ouders en medische professional | Gesprek medische professional met ouder en kind | Interventies om de communicatie tussen kind, ouder en medische zorgverlener te verbeteren | Het is belangrijk dat kinderen actief betrokken worden bij de communicatie met professionals en vaardigheden ontwikkelen om mee te beslissen. Ouders hebben daarnaast behoefte aan empathische en geruststellende zorgverleners die vertrouwen opbouwen, een samenwerkingsrelatie aangaan en positieve, hoopvolle ondersteuning bieden. |
| Ames et al. 2017[2] | Systematic review; 38 studies; 1998-2016 | Ouders en informele zorgverleners zoals oma | Gesprek professional met ouders rond vaccinaties bij kinderen | Meningen en perspectieven van ouders/verzorgers over gesprekken met zorgprofessionals | Ouders zien zorgprofessionals als een belangrijke informatiebron over vaccinaties en hebben behoefte aan open, respectvolle en niet-oordelende gesprekken. Ze willen duidelijke antwoorden op hun vragen en ondersteuning bij het maken van een vaccinatiebeslissing. Daarnaast hebben ouders behoefte aan begrijpelijke, evenwichtige en op hun persoonlijke situatie afgestemde informatie over de voor- en nadelen van vaccinatie. Onvoldoende informatie kan leiden tot onzekerheid, zorgen en spijt over de gemaakte keuze. |
| Bradbury et al. 2018[32] | Systematiscreview; 3 studies; 2002-2014 | Professional (verpleegkundige, arts, diëtist, psycholoog) | Gesprek professional met ouder over gewichts-gerelateerde problemen van kinderen | Ervaringen en belemmeringen van professionals | Zorgverleners ervaren ouders vaak als onvoldoende gemotiveerd om veranderingen door te voeren. Daarnaast zijn professionals terughoudend in het bespreken van het gewicht van een kind, uit angst voor negatieve reacties van ouders. Ook worden taalbarrières en culturele of religieuze overtuigingen van ouders genoemd als factoren die de communicatie en begeleiding konden bemoeilijken. |
| Ames et al. 2020 [72] | Systematic review; 34 studies; 2000-2018 | Ouders en kinderen | Gesprek professional met ouders en kinderen over gewicht van kinderen | Ervaringen en voorkeur van kinderen en ouders | Professionals moeten respectvol communiceren en aansluiten bij de woorden die gezinnen zelf gebruiken om over het gewicht van een kind te praten. Dit bevordert de betrokkenheid van ouders. Ouders zijn bovendien meer tevreden over de ondersteuning wanneer zorgverleners motiverende gespreksvoering (MI) toepassen. |
| Hallman en Bellury 2020 [70] | Systematic review; 28 studies; 2008-2020 | Ouders en zorgverleners | Gesprek medisch professional met ouders op de afdeling spoedeisende zorg | Perspectief van ouders | Artsen en zorgverleners voeren tijdens het contact op de SEH het grootste deel van het gesprek (65%). De professionals stellen weinig vragen vanuit het perspectief van de ouders. Hierdoor was er beperkt inzicht in de behoeften en het begrip van ouders. Ouders hadden bovendien het gevoel dat zij zelf veel moeite moesten doen om tot een gelijkwaardige communicatie te komen door actief vragen te stellen, uitleg te geven en voor hun kind op te komen. |
| Abdin et al. 2021[1] | Systematic review; 26 studies; 2001-2016 | Professionals in de gezondheids zorg (huisartsen, psychologen, jeugd-verpleegkundigen en diëtisten) | Gesprek professionals in de gezondheidszorg met ouders over het gewicht van hun kind | Ervaringen van professionals in de gezondheidszorg (huisartsen, psychologen, schoolverpleegkundigen en diëtisten) over gesprekken met gezinnen over gewicht kind | Zorgprofessionals ervaren soms terughoudendheid bij het bespreken van gevoelige gezondheidsthema’s vanwege angst voor negatieve reacties van gezinnen. Verpleegkundigen gebruiken daarom vaak voorzichtige en niet-stigmatiserende taal, bijvoorbeeld door termen als ‘obesitas’ te vermijden. Artsen gaven aan dat sommige ouders zich beledigd voelden, wat de relatie en toekomstige zorgcontacten kon beïnvloeden. Bij adolescenten verliep het bespreken van deze onderwerpen anders, omdat zij het onderwerp vaker zelf aansneden. |
| Gespreksvoering en communicatie met de jeugdige (4 reviews) | |||||
| Ambresin et al. 2013[25] | Systematic review; 23 studies; 2000-2013 | Jongeren tussen 10-24 jaar oud | Gesprek professional in gezondheids-zorg met jongeren | Ervaringen en perspectieven van jongeren | Jongeren geven de voorkeur aan een directe communicatiestijl, waarbij artsen duidelijke en begrijpelijke informatie geven zonder belerend over te komen. Ook bij het brengen van slecht nieuws waarderen zij een eerlijke en open benadering. Jongeren vinden goede luistervaardigheden van de arts de belangrijkste eigenschap in de communicatie. |
| Daley et al. 2017[37] | Meta-analyse; 13 studies; 1993-2013 | Jongeren tussen 11-21 jaar oud | Gesprek professional in gezondheids-zorg met jongeren | Ervaringen, perspectieven en behoeften van jongeren | Jongeren willen actief betrokken worden bij gesprekken met zorgverleners en verwachten dat er naar hen wordt geluisterd. Zij willen duidelijke, begrijpelijke uitleg krijgen, weten waarom gevoelige vragen worden gesteld en voldoende ruimte krijgen om zelf vragen te stellen. Daarnaast vinden zij het belangrijk dat hun stem wordt gehoord en dat zij ook in aanwezigheid van hun ouders een actieve rol behouden in het gesprek. |
| Navein et al. 2022[52] | Systematic review; 13 studies; 2009-2020 | Jongeren < 18 die ervaring hebben met de gezondheids-zorg | Gesprek professional in gezondheids-zorg met jongeren | Ervaringen van kinderen en jongeren | Jongeren waarderen het wanneer zorgverleners tijd namen om hen als persoon te leren kennen, maar ervoeren soms dat zij te weinig of juist te veel informatie kregen. Zij verwachten open en empathische communicatie, willen serieus genomen worden en zien hun ervaringen en mening graag erkend. Daarnaast geven zij de voorkeur aan creatieve en interactieve communicatiemethoden, zoals apps, digitale verhalen en informele gesprekken. Het is daarom belangrijk dat communicatie toegankelijk en cultureel sensitief is. |
| Smith et al. 2020 [74] |
Systematic review; 12 studies; 2010-2018
|
Adolescenten en jongvolwassenen (13-25 jaar oud) die eerder een levens-bedreigende ziekte hebben gehad | Gesprek zorgverleners met jongeren en jongvolwassenen | Ervaringen van adolescenten en jonge volwassenen | Ouders kunnen een ondersteunende rol spelen door medische informatie op een begrijpelijke manier uit te leggen wanneer de taal van zorgverleners te ingewikkeld is. Tegelijkertijd is het belangrijk dat jongeren ook momenten alleen met hun zorgverlener hebben, zodat zij vrijuit kunnen praten. Humor kan helpen om een vertrouwelijke relatie op te bouwen. Jongeren ervaren vaak moeite met medisch jargon en kunnen overweldigd raken door te veel of te gedetailleerde informatie. |
7 Bijlage: Werkkaart Gespreksvoering in de JGZ
7.1 Werkkaart (tekstversie)
Dit is een niet-opgemaakte versie van de WERKKAART GESPREKSVOERING IN DE JGZ
Thema 1. Communiceren: hoe voer je het gesprek?
- Stem je communicatie af op de ouder of jeugdige:
-
Houd rekening met verschillen in taal, cultuur, sociaaleconomische situatie (SES), gezondheidsvaardigheden en cognitief niveau.
-
Sluit aan bij het referentiekader van de ouder of jeugdige,
-
Zet indien nodig een (telefonische) tolk, een vertaalapp of visuele hulpmiddelen zoals een praatplaat in.
-
- Maak het doel en de verwachtingen van het gesprek duidelijk: leg aan het begin uit waarom het gesprek plaatsvindt, wat er besproken wordt en wat de ouder of jeugdige kan verwachten.
Bijvoorbeeld:
Vandaag wil ik graag met u/jou bespreken hoe het gaat met … We nemen ongeveer 10 minuten de tijd. Ik zal vragen stellen, samen kijken we naar wat goed gaat en waar ondersteuning nodig is. Natuurlijk is er ook ruimte voor uw/jouw vragen. Wat wilt u/ wat wil jij bespreken? - Stel open vragen, vraag door, doe geen aannames en vul niet in voor de ander. Ezelsbruggetjes hierbij zijn:
-
ANNA: Altijd Navragen, Nooit Aannemen,
-
NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander,
-
Laat OMA thuis: geen Oordelen, Meningen of Aannames
-
Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig.
-
- Controleer of de informatie goed begrepen is, bijvoorbeeld met de terugvraagmethode.
- Durf moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken: benoem signalen of zorgen op een respectvolle manier en geef ruimte aan emoties en vragen.
- Zorg voor een goede overdracht naar andere professionals of organisaties en blijf betrokken totdat de overdracht is afgerond.
Thema 2. Relatie opbouwen: hoe bouw je aan vertrouwen?
- Wees vriendelijk, toegankelijk en warm, zodat de ouder of jeugdige zich gehoord en serieus genomen voelt.
- Luister niet alleen naar wat wordt gezegd, maar ook naar wat tussen de regels door wordt gecommuniceerd. Vat regelmatig samen, controleer of je de ander goed begrijpt en vraag door.
- Stel open vragen, toon interesse en geef de ouder of jeugdige de ruimte om het eigen verhaal in het eigen tempo te vertellen.
- Maak bespreekbaar wat je waarneemt, bijvoorbeeld: “Ik zie dat je verdrietig bent.” Geef ruimte aan gevoelens zonder deze te beoordelen of direct op te lossen.
- Creëer een veilige gespreksomgeving: neem de tijd, wees geduldig en laat stiltes toe, zodat de ouder of jeugdige kan nadenken en gevoelens kan verwoorden.
Thema 3. Eigen kracht versterken: waar richt je het gesprek op?
- Richt de aandacht op wat goed gaat, benoem kwaliteiten en successen en sluit aan bij de kennis, ervaringen en mogelijkheden van de ouder of jeugdige.
Bijvoorbeeld:- Wat gaat er op dit moment al goed?
- Wanneer lukt het wél? Wat is er dan anders?
- Waar ben je trots op als ouder?
- Wat heb je eerder gedaan dat goed werkte? Hoe kun je dat nu opnieuw inzetten?
- Welke kwaliteiten of sterke kanten helpen jou in deze situatie?
- Normaliseer waar passend: erken gevoelens en reacties en maak duidelijk dat deze in veel situaties begrijpelijk zijn, zonder onnodig te problematiseren.
Bijvoorbeeld:-
Veel ouders ervaren in zo’n situatie gevoelens van onzekerheid of twijfel. Hoe is dat voor jou?
-
Begrijpelijk dat je je zorgen maakt.
-
Veel jongeren vinden dit spannend. Herken je dat?
-
Het klinkt alsof deze situatie veel van je vraagt. Dat is heel begrijpelijk.
-
- Werk oplossingsgericht: onderzoek samen wat al goed gaat, wat eerder heeft geholpen en welke kleine, haalbare stappen de ouder of jeugdige zelf kan zetten. Dat kan heel goed met behulp van schaalvragen.
Bijvoorbeeld - Als 1 betekent dat het zo slecht mogelijk gaat en 10 dat de situatie is zoals je die graag wilt, waar sta je nu?
Vervolgvragen hierbij kunnen zijn:- Wat maakt dat je geen 1 hebt gegeven?
- Wat is een kleine stap die je dichter bij een 10 brengt?
- Als 10 perfect is en je geeft het cijfer 6 voor wat er nu speelt. Wat zouden we kunnen inzetten om het naar een 7 te brengen?
- Je kunt ook ‘de wondervraag’ stellen met als doel om de aandacht van de ouder/jongere te verleggen naar wat wél gewenst is.
Bijvoorbeeld:- Stel je voor, vannacht gebeurt er een wonder. Het probleem met het drukke gedrag van je zoon is opgelost. Je weet niet hoe, maar op een ochtend is het helemaal anders. Hoe merk je dat als je wakker wordt? Wat doet jouw zoon? Wat doe jij? Hoe voel jij je?
- Stimuleer eigen regie: bespreek welke doelen de ouder of jeugdige wil bereiken en welke eerste stap hij of zij zelf kan zetten. Bijvoorbeed: Wat zou je graag als eerste kleine verbetering willen zien?
- Benut hulpbronnen: onderzoek samen welke talenten, ervaringen en mensen uit het sociale netwerk kunnen bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
Thema 4. Coachend samenwerken: hoe begeleid je verandering?
• Neem ouders en jongeren serieus, betrek hen actief bij beslissingen, vraag naar hun ervaringen, zorgen en wensen en combineer deze met je professionele expertise om samen tot passende doelen, adviezen en afspraken te komen.
• Onderzoek twijfels en ambivalentie bij de ouder/jongere zonder oordeel, help ouders en jongeren hun eigen motivatie te verkennen en houd er rekening mee dat verandering tijd kost en terugval een normaal onderdeel van het veranderproces kan zijn. Bijvoorbeeld:
- Wat zijn voor jou de voordelen van verandering? En wat zou je missen als je verandert?
- Wat maakt dat je wel iets zou willen veranderen?
- Wat houdt je tegen?
- Hoe belangrijk is deze verandering voor jou?
- Als het een keer niet lukt, wat zou je dan kunnen doen om de draad weer op te pakken?
• Help prioriteiten te stellen, maak afspraken concreet: sluit het gesprek af met een kleine, haalbare eerste stap en vraag: Welke stap ga je vandaag of morgen als eerste zetten?
• Onderzoek samen wie uit de omgeving kan ondersteunen bij het bereiken van de gestelde doelen.
Randvoorwaarden voor JGZ-professionals
- Zorg voor een rustige en veilige gespreksomgeving: voer gesprekken op een plek met voldoende privacy, waar je ongestoord met de ouder of jongere kunt spreken.
- Houd rekening met de aanwezigheid van jonge kinderen (< 12 jaar):
- Zorg dat er speelgoed aanwezig is voor het kind en eventuele andere broertjes en zusjes. Als er te veel onrust is, probeer dan een extra afspraak te maken waarop de ouder alleen komt.
- Kies een passende gesprekshouding: zorg voor een open en gelijkwaardige opstelling, bijvoorbeeld door in een hoek van ongeveer 90 graden ten opzichte van elkaar te zitten. Dit bevordert een ontspannen gesprek en maakt het mogelijk om afwisselend oogcontact te maken en observaties te doen.
- Bereid moeilijke gesprekken zorgvuldig voor: neem de tijd om gesprekken over gevoelige onderwerpen of gesprekken waarbij weerstand wordt verwacht voor te bereiden. Bespreek de aanpak zo nodig vooraf met een collega.
- Zorg ook online voor goede gespreksomstandigheden: voer beeldbelgesprekken via een veilige internetverbinding, zorg voor voldoende privacy en raadpleeg indien nodig de Praktijkmodule Beeldbellen voor praktische richtlijnen.
Randvoorwaarden voor JGZ-organisaties
- Investeer in scholing in gespreksvoering: faciliteer trainingen in motiverende gespreksvoering en/of oplossingsgericht werken. Ook trainingen in methodieken zoals de GIZ-methodiek, de SPARK-methode of het Vijf-fasenmodel kunnen hieraan bijdragen, omdat deze gebruikmaken van principes uit motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht werken.
- Borg deskundigheidsbevordering: bied scholing niet eenmalig aan, maar zorg voor periodieke opfris- en verdiepingsbijeenkomsten, zodat kennis en vaardigheden onderhouden en verder ontwikkeld worden.
- Maak gespreksvoering en communicatie een vast onderwerp tijdens teamoverleggen, casuïstiekbesprekingen of intervisie, zodat professionals ervaringen kunnen uitwisselen, op hun handelen kunnen reflecteren en van elkaar kunnen leren.
- Bevorder cultuursensitief werken: faciliteer scholing in interculturele communicatie en culturele sensitiviteit, zodat professionals beter kunnen aansluiten bij de diverse achtergronden en behoeften van ouders en jongeren. Maak daarbij gebruik van beschikbare kennis en materialen, bijvoorbeeld van Pharos.
Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?
Geef jouw feedbackLET OP: print de Praktijkmodule in liggende afdrukstand!
Grote tabellen zijn niet volledig zichtbaar als de Praktijkmodule in staande afdrukstand geprint wordt. Om kleuren in de printversie goed door te laten komen, moet bij de printerinstellingen Achtergrondillustraties aangezet worden.
Disclaimer printversie Praktijkmodule
De printversie van de Praktijkmodule bevat de algemene tekst inclusief de aanbevelingen. De wetenschappelijke onderbouwing is terug te vinden op de website, bij de aanbevelingen onder de link “Evidence”.