2.6.1 Bij rouw na overlijden

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Risicofactoren

Risicofactoren zijn onder meer een onverwacht, gewelddadig, traumatisch of onnatuurlijk overlijden, het overlijden van een kind of partner, eerdere psychische klachten, depressieve klachten, angstige hechting, weinig sociale steun, lage sociaaleconomische positie, overbelasting van de achterblijvende ouder en onvoldoende open communicatie binnen het gezin.

Bij kinderen wordt het risico groter wanneer de achterblijvende ouder of verzorger onvoldoende beschikbaar is door eigen rouw of overbelasting. Ook broers en zussen verdienen expliciete aandacht, omdat hun rouw minder zichtbaar kan zijn en daardoor gemakkelijk wordt gemist. Aanhoudende angst, schuldgevoelens, sociale terugtrekking, lichamelijke klachten, slaap- en eetproblemen, schoolproblemen, agressief of destructief gedrag, risicogedrag of doodsverlangen vragen om extra alertheid en zo nodig verwijzing.

Beschermende factoren:

  • Erkenning van het verlies, 
  • Open en eerlijke communicatie binnen het gezin, 
  • Steun aan de achterblijvende ouder of verzorger, 
  • Aandacht voor broers en zussen, 
  • Ruimte voor herinnering en betekenisgeving, 
  • Vervolgcontact, 
  • Informatie en psycho-educatie, 
  • Sociale steun en lotgenotencontact 
  • De samenwerking tussen JGZ, huisarts, school, ziekenhuis en andere betrokken professionals. 

De JGZ kan bijdragen door rouwreacties te normaliseren waar passend, draagkracht en draaglast te blijven volgen en tijdig te verwijzen bij signalen van ontregeling.

Tabel 1. Risicofactoren bij overlijden van kind, ouder/verzorger of broer/zus

Factor Samenvatting/ betekenis voor de JGZ
Aard van het overlijden Plotseling, onverwacht, traumatisch, gewelddadig of onnatuurlijk overlijden vergroot het risico op langdurige of gecompliceerde rouw. De JGZ moet bij deze gezinnen extra alert zijn op signalen van ontregeling.
Draagkracht en draaglast uit balans De achterblijvende ouder/verzorger moet zelf rouwen en tegelijk beschikbaar blijven voor kinderen. Wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, neemt het risico op overbelasting toe.
Onvoldoende open communicatie binnen het gezin Ouders en kinderen kunnen emoties onderdrukken om elkaar te beschermen. Hierdoor krijgen kinderen soms onvoldoende ruimte om vragen, angst of verdriet te uiten.
Onvoldoende aandacht voor broers/zussen Rouw bij broers en zussen kan minder zichtbaar zijn. Wanneer hun verdriet niet wordt herkend, kan dit leiden tot psychosociale problemen.
Gedrags- en stemmingsproblemen Aanhoudende stemmingswisselingen, agressief of destructief gedrag, angst, schuldgevoelens of depressieve klachten kunnen wijzen op een verstoord rouwproces.
Lichamelijke klachten Hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, slaapproblemen, nachtmerries of eetproblemen kunnen signalen zijn van aanhoudende rouwbelasting.
Sociale isolatie en schoolproblemen Terugtrekgedrag, eenzaamheid, concentratieproblemen en leer- of schoolproblemen kunnen wijzen op onvoldoende verwerking of overbelasting.
Risicogedrag of doodsverlangen Zelfdestructief gedrag, risicogedrag of uitspraken over niet meer willen leven zijn ernstige signalen en vragen om snelle verwijzing.
Leeftijdsgebonden kwetsbaarheid Kinderen rouwen anders per ontwikkelingsfase. Jonge kinderen kunnen regressie of angst tonen; pubers kunnen zich terugtrekken of worstelen met identiteit, zelfstandigheid en erbij willen horen.
Gebrek aan ruimte om te rouwen Wanneer verlies wordt weggestopt of kinderen niet worden betrokken, kan rouw later opnieuw of sterker naar voren komen.

Tabel 2. Beschermende factoren bij overlijden van kind, ouder/verzorger of broer/zus

Factor Samenvatting/ betekenis voor de JGZ
Erkenning van het verlies Ouders en kinderen hebben behoefte aan erkenning van het overleden kind, de overleden ouder/verzorger of broer/zus. Het benoemen van het verlies kan steunend zijn.
Open en eerlijke communicatie Kinderen zijn gebaat bij duidelijke uitleg, betrokkenheid bij wat er gebeurt en ruimte om vragen te stellen.
Ondersteuning van de achterblijvende ouder/verzorger Wanneer de ouder/verzorger steun krijgt, kan deze beter beschikbaar blijven voor het kind. Ondersteuning van ouder en kind moet daarom samen worden bekeken.
Follow-up contacten Rouw kan opnieuw actueel worden bij verjaardagen, sterfdata, feestdagen, schoolovergangen of nieuwe levensfasen. Vervolgcontact helpt om tijdig signalen op te merken.
Leeftijds- en ontwikkelingsgerichte ondersteuning Begeleiding moet aansluiten bij leeftijd, ontwikkelingsniveau en de manier waarop het kind verdriet uit.
Ruimte voor herinnering en betekenisgeving Herinneringen, rituelen, herdenken en praten over de overledene kunnen helpen om het verlies een plek te geven.
Sociale steun en lotgenotencontact Steun vanuit familie, vrienden, school, JGZ en lotgenotenorganisaties kan gevoelens van eenzaamheid verminderen.
Samenwerking Afstemming met huisarts, school, ziekenhuis, kinderopvang, wijkteam, maatschappelijk werk, GGZ of rouwtherapeut helpt om passende ondersteuning te organiseren.
Tijdige verwijzing bij ernstige signalen Wanneer sprake is van aanhoudende of ernstige ontregeling, verwijst de JGZ naar passende hulpverlening, zoals rouwbegeleiding, GGZ, maatschappelijk werk of lotgenotencontact.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen