3.4.5 Benaderen na overlijden van een ouder, verzorger, broer of zus

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Het overlijden van een ouder, verzorger, broer of zus kan ingrijpende gevolgen hebben voor een kind en het gezin. Vanuit haar preventieve en signalerende taak kan de JGZ bijdragen aan het volgen van de psychosociale gezondheid en het tijdig signaleren van problemen in de verwerking en ontwikkeling.

Een overlijden wordt niet altijd automatisch aan de JGZ gemeld. De JGZ kan daarom gebruikmaken van beschikbare informatiebronnen, zoals ouders en kinderen zelf, reguliere contacten, gemeentelijke registraties en signalen uit de omgeving. Tijdens momenten van contact kan laagdrempelig worden gevraagd naar ingrijpende gebeurtenissen of veranderingen in de gezinssituatie. Lokaal kan worden verkend hoe signalering en informatie-uitwisseling zo goed mogelijk kunnen worden ingericht, met inachtneming van privacywetgeving.     

Wanneer de JGZ op de hoogte is van een overlijden, is het wenselijk om op een passende manier contact te leggen met het gezin. Een kaart of persoonlijk bericht van medeleven kan hierbij een laagdrempelige eerste stap zijn. Daarbij kan worden aangegeven wie binnen de JGZ het aanspreekpunt is en dat ouders of kinderen bij vragen of behoefte aan ondersteuning contact kunnen opnemen. De wensen en behoeften van het gezin zijn leidend: ouders bepalen zelf of, wanneer en in welke vorm contact gewenst is.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen