3.4.1 Benaderen na overlijden van een kind

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Na het overlijden van een kind is het wenselijk dat de JGZ het gezin actief en zorgvuldig benadert. Ouders hebben in deze periode behoefte aan duidelijkheid over waar zij terechtkunnen met vragen, zorgen of behoefte aan ondersteuning. Daarom is het belangrijk om binnen de JGZ één vast aanspreekpunt aan te bieden. Dit sluit aan bij een werkwijze waarin ouders zelf kunnen bepalen of, wanneer en in welke vorm zij contact willen.

Wanneer de JGZ op de hoogte is van het overlijden van een kind, wordt bij voorkeur binnen twee weken contact gezocht. Deze termijn is richtinggevend en geen harde norm. Het moment en de vorm van het contact worden afgestemd op de situatie, de bestaande relatie met het gezin en de wensen van de ouders.

Een passende eerste benadering is het sturen van een persoonlijke condoleancekaart met een brief. Hierin kan de JGZ:

  • medeleven betuigen;
  • aangeven hoe de JGZ op de hoogte is gesteld van het overlijden;
  • uitleggen waarom contact wordt aangeboden;
  • vermelden wie het vaste aanspreekpunt is en hoe deze persoon bereikbaar is;
  • informatie geven over wat de JGZ voor het gezin kan betekenen;
  • een concreet moment voor telefonisch contact voorstellen;
  • aangeven dat ouders dit contact kunnen verzetten of ervan kunnen afzien als zij daar op dat moment geen behoefte aan hebben;
  • benadrukken dat ouders ook op een later moment opnieuw contact kunnen opnemen.

Het kan helpend zijn om bij de brief een korte informatiefolder mee te sturen over de ondersteuning die de JGZ kan bieden aan gezinnen, zowel aan ouders als aan eventuele andere kinderen.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen