2.6.2 Bij levend verlies 

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Risicofactoren

Bij levend verlies is sprake van een blijvende confrontatie met verlies van verwachtingen, mogelijkheden of toekomstbeelden [20]. Het risico op langdurige psychosociale belasting neemt toe wanneer …

  • ouders weinig sociale of professionele steun ervaren;
  • het verdriet van ouders niet wordt erkend; 
  • stigma of schaamte open communicatie belemmert; 
  • ouders herhaaldelijk worden geconfronteerd met medische crises, ontwikkelingsmijlpalen die niet worden bereikt, achteruitgang in functioneren;
  • er sprake is van onzekerheid over diagnose en prognose. 

Ook intensieve zorgtaken, gebrek aan respijt, schuldgevoelens, financiële belasting en miskenning door professionals kunnen chronisch verdriet versterken.

Beschermende factoren:

  • erkenning en normalisering van chronisch verdriet, 
  • empathische en niet-oordelende communicatie, 
  • duidelijke informatie, 
  • sociale steun, 
  • lotgenotencontact, 
  • passende copingstrategieën,
  • praktische ondersteuning, 
  • respijtzorg (een professional of vrijwilliger neemt tijdelijk taken in  het gezin over)
  • langdurige follow-up rond kwetsbare momenten, zoals diagnose, schoolovergangen, puberteit, medische achteruitgang of overgang naar volwassenenzorg. 

De JGZ kan een preventieve rol spelen door ouders proactief te benaderen, psychosociale signalen te volgen en waar nodig warm te verwijzen.

Tabel 3. Risicofactoren bij levend verlies en chronisch verdriet.

Factor Samenvatting/ betekenis voor de JGZ
Weinig sociale of professionele steun Wanneer ouders weinig steun ervaren of zich niet erkend voelen, kan chronisch verdriet verergeren en kan het gezin vastlopen.
Niet-erkende rouw Bij levend verlies is er geen overlijden, waardoor de omgeving het verdriet van ouders soms minder erkent. Dit kan leiden tot eenzaamheid of onbegrip.
Stigma, schaamte en culturele druk Ouders kunnen minder open zijn over de diagnose of beperking uit angst voor stigma, schaamte of sociale afwijzing. Dit kan de communicatie en steun belemmeren.
Medische situaties Operaties, ziekenhuisopnames, verslechtering van gezondheid of confronterende informatie over diagnose/prognose kunnen verdriet opnieuw activeren.
Niet behalen van ontwikkelingsmijlpalen Schoolstart, puberteit, afstuderen, overgang naar volwassenenzorg of vergelijking met leeftijdsgenoten kunnen ouders opnieuw confronteren met verlies.
Onzekerheid over diagnose, prognose of toekomst Onzekerheid kan zorgen, angst en chronisch verdriet versterken, vooral bij zeldzame of ongediagnosticeerde aandoeningen.
Schuldgevoelens en zelfverwijt Ouders kunnen zich verantwoordelijk voelen voor de aandoening, de zorgbelasting of ongelijke aandacht voor andere kinderen.
Intensieve zorgtaken en overbelasting Dagelijkse zorg, medische handelingen, gebrek aan passende opvang en beperkte rustmomenten kunnen de draaglast vergroten.
Psychosociaal Feestjes, vakanties, contact met gezinnen met gezonde kinderen, financiële stress en gedragsproblemen kunnen verliesgevoelens opnieuw oproepen.
Emotionele schommelingen en vermijding Terugkerend verdriet, frustratie, vermijding of sociale terugtrekking kunnen signalen zijn dat ouders moeite hebben om met levend verlies om te gaan.
Disbalans tussen draagkracht en draaglast Wanneer de zorgbelasting langdurig groter is dan wat ouders aankunnen, neemt het risico op psychosociale overbelasting toe.

Tabel 4. Beschermende factoren bij levend verlies en chronisch verdriet

Factor Samenvatting/ betekenis voor de JGZ
Erkenning en normalisering van chronisch verdriet Ouders zijn geholpen wanneer professionals benoemen dat terugkerend verdriet normaal kan zijn bij levend verlies.
Empathische en niet-oordelende communicatie Sensitief, respectvol en open contact helpt ouders om zorgen, verdriet en behoeften te delen.
Duidelijke informatie en psycho-educatie Heldere uitleg over aandoening, zorgmogelijkheden, financiële ondersteuning en chronisch verdriet geeft ouders meer houvast.
Sociale steun en lotgenotencontact Contact met familie, gemeenschap of andere ouders kan herkenning, steun en praktische tips bieden.
Passende copingstrategieën Probleemoplossende coping, betekenisgeving, acceptatie en veerkracht kunnen ouders helpen omgaan met terugkerend verdriet.
Praktische ondersteuning en ontlastende zorg Passende opvang, praktische hulp en tijdelijke verlichting van de zorgrol kunnen overbelasting verminderen.
Langdurige follow-up rond triggers De JGZ kan extra contact plannen rond diagnose, schoolovergangen, puberteit, medische achteruitgang of overgang naar volwassenenzorg.
Samenwerking Overdracht tussen ziekenhuis, huisarts, school, specialist en JGZ moet ook psychosociale context bevatten, niet alleen medische gegevens.
Betrekken van het netwerk Waar passend kan de JGZ samen met ouders kijken welke steun vanuit familie, school, gemeenschap of hulpverlening beschikbaar is.
Proactief contact door professionals De JGZ wacht niet alleen tot ouders hulp vragen, maar benadert ouders actief rond kwetsbare momenten.
Aandacht voor beide ouders Moeders en vaders kunnen verdriet verschillend ervaren en uiten. Beide ouders moeten actief worden uitgenodigd om hun behoeften te delen.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen