4.7 Passende hulp kiezen

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Bepaal eerst samen met het gezin wat het doel van aanvullende ondersteuning is. Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • verminderen van psychische of emotionele klachten;
  • ondersteunen van het kind of de jongere;
  • ondersteunen van het gezinsfunctioneren;
  • ontlasten van ouders of verzorgers;
  • verbeteren van de samenwerking met school;
  • bieden van praktische ondersteuning;
  • gespecialiseerde rouw- of verliesbegeleiding;
  • lotgenotencontact.

Maak onderscheid tussen de hulpvraag van het kind en die van een ouder. Bij problemen die vooral een ouder betreffen, kan de huisarts worden betrokken. Wanneer problemen het hele gezin raken, kan gezinsgerichte ondersteuning passend zijn.

Gebruik bij het kiezen van hulp een actuele sociale kaart. Deze bevat bij voorkeur informatie over:

  • jeugd-GGZ en volwassen-GGZ;
  • huisartsenzorg en medische zorg;
  • maatschappelijk werk, wijkteams en gezinsondersteuning;
  • gespecialiseerde rouw- en verliesbegeleiding;
  • geestelijke verzorging;
  • ondersteuning bij chronische aandoeningen en beperkingen;
  • praktische ondersteuning en respijtzorg;
  • lotgenotencontact voor ouders, kinderen en broers en zussen.

Controleer bij gespecialiseerde of zelfstandige aanbieders de deskundigheid, relevante opleiding en registratie en informeer zo nodig naar kosten en wachttijden.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen