5.7 Tips bij levend verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Praktijkmodule Rouw en verlies

Een beperking, chronische aandoening of ontwikkelingsprobleem kan veel invloed hebben op het dagelijks leven van een kind. Het kind kan bijvoorbeeld minder makkelijk meedoen, trager zijn in ontwikkeling, moeite hebben met praten, bewegen of het begrijpen van regels en sociale situaties. Niet elk kind merkt of begrijpt dit zelf, bijvoorbeeld door jonge leeftijd, een verstandelijke beperking of beperkte taalontwikkeling.

Wanneer een kind wel ervaart dat de beperking invloed heeft op het leven, kan dit gevoelens oproepen zoals frustratie, boosheid, verdriet of machteloosheid. De JGZ-professional kan ouders helpen om deze signalen te herkennen en hun kind hierin te ondersteunen.

Belangrijke aandachtspunten voor ouders zijn:

Gevoelens en emoties

  • Leer je kind dat gevoelens en emoties er mogen zijn
  • Help je kind frustraties onder ogen te zien en emoties te ervaren zoals boosheid en verdriet.
  •  Laat je kind weten dat het oké is dat deze gevoelens en emoties er zijn.
  • Praat binnen je gezin over emoties. Door in je gezin vaker te praten over emoties, positief en negatief, wordt het voor je kind ook gewoner om met emoties bezig te zijn. Als je zelf vaker vertelt over je eigen emoties of die van andere gezinsleden, ze benoemt en uitlegt, geef je een behulpzaam voorbeeld aan je kind.
  • Benoem de gevoelens en emoties
  • Benoem dat je frustraties of emoties bij je kind ziet, en bedenk samen waardoor dit komt.

Omgaan met de situatie

  • Help je kind de situatie te accepteren
  • Leer je kind om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Bijvoorbeeld door te proberen positief te denken en te kijken naar wat het allemaal wel kan. Of door te kijken hoe jullie samen iets kunnen oplossen. Zo kan je kind uiteindelijk opnieuw leren genieten, ook al kunnen bepaalde dingen niet of niet meer.

Terugkerende uitdagingen

  • Het verwerken van frustraties is nooit helemaal klaar. Je kind kan steeds weer situaties met nieuwe uitdagingen tegenkomen. Bij sommige beperkingen kunnen kinderen steeds minder. Ook kunnen de reacties van anderen voor frustraties zorgen. Bijvoorbeeld omdat de aandoening aan de buitenkant niet goed zichtbaar is, waardoor anderen niet begrijpen waarom je kind zich op deze manier gedraagt. De volgende dingen kunnen helpen:
  • Leg je kind uit dat andere mensen reageren vanuit onbegrip. Vertel dat sommige mensen niet weten, en misschien niet begrijpen, wat er aan de hand is en daarom onhandig kunnen reageren.
  • Leg aan anderen uit wat er met je kind aan de hand is. Anderen begrijpen het dan beter en kunnen hier rekening mee houden.

Aandacht voor de ouder zelf

  • Let ook op je eigen gevoelens en emoties als ouder. Tijdens de opvoeding van een kind komt er veel op je af als ouder. Als je kind een beperking heeft, kan dit ervoor zorgen dat het een andere opvoeding nodig heeft dan je andere kinderen. Dit kost energie en kan invloed hebben op je eigen gevoelens en emoties. Daarnaast wil je voorkomen dat je als ouder overbelast raakt.

Heb je suggesties voor verbetering van deze Praktijkmodule?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen