3.3 Schedelomtrek

JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen

JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen

Wegen meten en groeidiagrammen

Aanbevelingen

Materiaal

Het meten van de schedelomtrek gebeurt met een soepel, niet rekkend meetlint. Hiervoor zijn eventueel speciale meetlinten verkrijgbaar. Deze worden niet speciaal geadviseerd, zoalg een meetlint maar soepel en niet rekkend is. 
Meetlinten kunnen uitrekken in de loop van de tijd. Daarom wordt het aanbevolen om deze jaarlijks te controleren (bijvoorbeeld door het meetlint te vergelijken met een metalen meetlint) en zo nodig te vervangen.

Techniek

  • Bij zuigelingen kan de hoofdomtrek makkelijk worden gemeten als het kind ligt, of rechtop bij de moeder tegen de schouder ligt. 
  • De stand van het hoofd is niet van belang voor de meting.
  • Verwijder zo nodig dingen (zoals staartjes en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
  • Hou het oprolbare deel van het meetlint in de ene hand, en het vrije eind (de ‘nulzijde’) in de andere.
  • Leg het meetlint achter over de achterhoofdsknobbel (de grootste uitstulping van het achterhoofd) en verder boven de oren en net boven de wenkbrauwen. Let op dat de oorschelp niet onder het meetlint geklemd zit (figuur 2). 
  • Zorg dat je goed ziet waar het meetlint kruist zodat de omtrek goed afgelezen kan worden. 
  • Lees de hoofdomtrek af tot op 1 mm nauwkeurig, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
  • Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
  • De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.

 

Figuur 2: Het meten van de schedelomtrek (Bron; iStock).

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen