In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van specialistische interventies, die de veiligheid in het gezin vergroten en schadelijke effecten van kindermishandeling behandelen. Al deze interventies worden aangeboden in de specialistische jeugdhulpverlening en vereisen dus een verwijzing van de huisarts of jeugdarts.
4.2.4 Interventies gericht op het stoppen en herstellen van kindermishandeling
JGZ-richtlijn Kindermishandeling
JGZ-richtlijn Kindermishandeling
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Richtlijn inhoudsopgave
1 Definities en achtergrondinformatie Ga naar pagina over 1 Definities en achtergrondinformatie
2 Signaleren Ga naar pagina over 2 Signaleren
3 Werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld Ga naar pagina over 3 Werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
4 Preventieve interventies kindermishandeling Ga naar pagina over 4 Preventieve interventies kindermishandeling
5 Verantwoording Ga naar pagina over 5 Verantwoording
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
1 Definities en achtergrondinformatie Ga naar pagina over 1 Definities en achtergrondinformatie
2 Signaleren Ga naar pagina over 2 Signaleren
3 Werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld Ga naar pagina over 3 Werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
4 Preventieve interventies kindermishandeling Ga naar pagina over 4 Preventieve interventies kindermishandeling
5 Verantwoording Ga naar pagina over 5 Verantwoording
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedback[1] Baartman H. Het begrip kindermishandeling: pleidooi voor een herbezinning en voor bezonnen beleid. Driebergen-Rijsenburg: Augeo Foundation. 2009
[1] Zahrt DM, Melzer-Lange MD. Aggressive Behavior in Children and Adolescents Pediatrics In Review 2011;32(8):325
http://dx.doi.org/10.1542/pir.32-8-325 https://doi.org/10.1542/pir.32-8-325[2] Baer JC, Martinez CD. Child maltreatment and insecure attachment: a meta-analysis. Reproductive and Infant Psychology 2006;24():187
[2] Younas F, Gutman LM. Parental Risk and Protective Factors in Child Maltreatment: A Systematic Review of the Evidence Trauma, Violence & Abuse 2023;24(5):3697
http://dx.doi.org/10.1177/15248380221134634 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36448533 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36448533/[3] Cicchetti D, Toth SL. Child maltreatment. Annual review of clinical psychology 2005;1():409-38
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17716094[3] Yeo G, Lansford JE, Hirshberg MJ, Tong EMW. Associations of childhood adversity with emotional well-being and educational achievement: A review and meta-analysis Journal of Affective Disorders 2024;347():387
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2023.11.083 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38000469 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38000469/[4] Cicchetti D, Rogosch FA, Toth SL. Fostering secure attachment in infants in maltreating families through preventive interventions. Development and psychopathology 2006;18(3):623-49
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394[4] Yang L, Huang M. Childhood maltreatment and mentalizing capacity: A meta-analysis Child Abuse & Neglect 2024;149():106623
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106623 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213423006117[5] Cunningham SM. The joint contribution of experiencing and witnessing violence during childhood on child abuse in the parent role. Violence and victims 2003;18(6):619-39
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117[5] Wolfe DA, McIsaac C. Distinguishing between poor/dysfunctional parenting and child emotional maltreatment Child Abuse & Neglect 2011;35(10):802
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2010.12.009 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213411002055[6] Edleson JL. Children's witnessing of adult domestic violence Journal of Interpersonal Violence 1999;14():839
[6] Wet Seksuele Misdrijven 2024
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/seksuele-misdrijven/wet-seksuele-misdrijven[7] Felitti VJ, Anda RF, Nordenberg D, Williamson DF, Spitz AM, Edwards V, Koss MP, Marks JS. Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study. American journal of preventive medicine 1998;14(4):245-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069[7] Wet Publieke Gezondheid 2008
http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/geldigheidsdatum_03-11-2015[8] Fergusson DM, Boden JM, Horwood LJ. Exposure to childhood sexual and physical abuse and adjustment in early adulthood. Child abuse & neglect 2008;32(6):607-19
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2006.12.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18565580[8] Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2018
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2018-08-01[9] Finkelhor D, Ormrod R, Turner H, Hamby S. School, police, and medical authority involvement with children who have experienced victimization. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2011;165(1):9-15
http://dx.doi.org/10.1001/archpediatrics.2010.240 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21199974[9] Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037173/2023-10-05[10] Vink RM, van Dommelen P, van der Pal SM, Eekhout I, Pannebakker FD, Klein Velderman M, Haagmans M, Mulder T, Dekker M. Self-reported adverse childhood experiences and quality of life among children in the two last grades of Dutch elementary education Child Abuse & Neglect 2019;95():104051
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2019.104051 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213419302303[10] Gilbert R, Widom CS, Browne K, Fergusson D, Webb E, Janson S. Burden and consequences of child maltreatment in high-income countries. Lancet (London, England) 2009;373(9657):68-81
http://dx.doi.org/10.1016/S0140-6736(08)61706-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114[11] Heim C, Newport DJ, Heit S, Graham YP, Wilcox M, Bonsall R, Miller AH, Nemeroff CB. Pituitary-adrenal and autonomic responses to stress in women after sexual and physical abuse in childhood. JAMA 2000;284(5):592-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10918705[11] Verlinden E, van Meijel EPM, Opmeer BC, Beer R, de Roos C, Bicanic IAE, Bicanic IAE, Lamers-Winkelman F, Olff M, Boer F, Lindauer RJL. Signaleren van posttraumatische stressklachten bij kinderen en adolescenten: betrouwbaarheid en validiteit van de screeningslijst CRIES-13 Kind & Adolescent 2014;35(3):165
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-014-0023-6 https://doi.org/10.1007/s12453-014-0023-6[12] Heim C, Newport DJ, Mletzko T, Miller AH, Nemeroff CB. The link between childhood trauma and depression: insights from HPA axis studies in humans. Psychoneuroendocrinology 2008;33(6):693-710
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2008.03.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18602762[12] Verenigde Naties. Verdrag inzake de rechten van het kind 1989
https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/2002-11-18[13] Heim C, Shugart M, Craighead WE, Nemeroff CB. Neurobiological and psychiatric consequences of child abuse and neglect. Developmental psychobiology 2010;52(7):671-90
http://dx.doi.org/10.1002/dev.20494 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20882586[13] Vanneste Y, Struijf E, Staal I. De implementatie van het prenatale huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg: een eerste verkenning in de jeugdgezondheidszorg. : Verkenning implementatie prenatale huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/zdnz9c15 https://tijdschriftjeugdgezondheidszorg.nl/article/view/19109[14] van Ijzendoorn MH, Schuengel C, Bakermans-Kranenburg MJ. Disorganized attachment in early childhood: meta-analysis of precursors, concomitants, and sequelae. Development and psychopathology 1999;11(2):225-49
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16506532[14] Van den Heuvel - Berns J.M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Moeders Informeren Moeders’ 2022
https://www.nji.nl/interventies/moeders-informeren-moeders-mim[15] Jonson-Reid M, Drake B, Kim J, Porterfield S, Han LU. A prospective analysis of the relationship between reported child maltreatment and special education eligibility among poor children. Child maltreatment 2004;9(4):382-94
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037[15] V&VN. Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling, Stappenplan voor Verzorgenden, Verpleegkundigen en Verpleegkundig specialisten
https://www.venvn.nl/media/ozmlihjq/venvn-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-2018.pdf[16] Jeugdwet (2015). Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet).
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-201.[16] Tsang TW, Lucas BR, Carmichael Olson H, Pinto RZ, Elliott EJ. Prenatal Alcohol Exposure, FASD, and Child Behavior: A Meta-analysis Pediatrics 2016;137(3):
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2015-2542 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26908693 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26908693/[17] Kaufman J, Charney D. Effects of early stress on brain structure and function: implications for understanding the relationship between child maltreatment and depression. Development and psychopathology 2001;13(3):451-71
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11523843[17] Toolkit meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling 2019
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/documenten/publicaties/2018/07/01/toolkit-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling[18] Kitzmann KM, Gaylord NK, Holt AR, Kenny ED. Child witnesses to domestic violence: a meta-analytic review. Journal of consulting and clinical psychology 2003;71(2):339-52
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028[18] Tennant C. Life events, stress and depression: a review of recent findings The Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 2002;36(2):173
http://dx.doi.org/10.1046/j.1440-1614.2002.01007.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537/[19] Kuyvenhoven MM, Hekkink CF, Voorn TB. [Deaths due to abuse for the age group 0-18 years; an estimate of 40 cases in 1996 based on a survey of family practitioners and pediatricians]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 1998;142(46):2515-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10028340[19] Struijf E, van der Meulen M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘VoorZorg’ 2021
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Uitgebreide-beschrijving-VoorZorg.pdf[20] Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2014). Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen Den Haag: Nationaal Rapporteur 2014
[20] Staal I, Stolwijk I, Put C. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/rsw8p418 https://www.researchgate.net/publication/382275207_Vroegsignalering_van_risico_op_kindermishandeling_binnen_de_jeugdgezondheidszorg_Evaluatie_van_de_voorspelkracht_van_de_SPARK-methode[21] Stith SM, Liu T, Davies LC, Boykin EL, Alder MC, Harris JM, Som A, McPherson M, Dees JEMEG. Risk factors in child maltreatment: A meta-analytic review of the literature Aggression and Violent Behavior 2009;14(1):13
http://dx.doi.org/10.1016/j.avb.2006.03.006 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1359178908000608[21] Nanni V, Uher R, Danese A. Childhood maltreatment predicts unfavorable course of illness and treatment outcome in depression: a meta-analysis. The American journal of psychiatry 2012;169(2):141-51
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036[22] Olds DL, Kitzman H, Cole R, Robinson J, Sidora K, Luckey DW, Henderson CR, Hanks C, Bondy J, Holmberg J. Effects of nurse home-visiting on maternal life course and child development: age 6 follow-up results of a randomized trial. Pediatrics 2004;114(6):1550-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15574614[22] van Stel HF, Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP. Validity and reliability of a structured interview for early detection and risk assessment of parenting and developmental problems in young children: a cross-sectional study BMC Pediatrics 2012;12():71
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-12-71 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218/[23] van de Putte EM, Kamphuis M, Kramer AWM. Hoe signaleren we kindermishandeling in Nederland? Medisch handboek kindermishandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 2013
[23] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect Child Abuse & Neglect 2013;37(7):475
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082/[24] Ronan KR, Canoy DF, Burke KJ. Child maltreatment: Prevalence, risk, solutions, obstacles Australian Psychologist 2009;44():195
[24] Staal IIE. Early detection of parenting and developmental problems in young children: a structured dialogue with parents. Academisch Proefschrift. Universiteit van Utrecht 2016
https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/326437[25] Soerdjbalie-Maikoe V, Bilo RAC, van den Akker E, Maes A. [Unnatural death due to child abuse--forensic autopsies 1996-2009]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010;154():A2285
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21176266[25] Schroeder K, Schuler BR, Kobulsky JM, Sarwer DB. The association between adverse childhood experiences and childhood obesity: A systematic review Obesity Reviews: An Official Journal of the International Association for the Study of Obesity 2021;22(7):
http://dx.doi.org/10.1111/obr.13204 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33506595 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33506595/[26] Tennant C. Life events, stress and depression: a review of recent findings. The Australian and New Zealand journal of psychiatry 2002;36(2):173-82
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537[26] Schønning V, Sivertsen B, Hysing M, Dovran A, Askeland KG. Childhood maltreatment and sleep in children and adolescents: A systematic review and meta-analysis Sleep Medicine Reviews 2022;63():101617
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2022.101617 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35313257 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35313257/[27] Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015).
http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/geldigheidsdatum_03-11-2015[27] Schlattmann N, van der Hoeven H. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling voor Kinderen (IGT-K)’ 2023
https://www.nji.nl/uploads/2024-04/Integratieve-Gehechtheidsbevorderende-Traumabehandeling-voor-Kinderen.pdf[28] Wet Publieke gezondheid (2008)
http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/geldigheidsdatum_03-11-2015[28] Schellingerhout R, Ramakers C. Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016
https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/2237/2668B_Volledige_Tekst_tcm28-257873.pdf[29] Widom CS, Weiler BL, Cottler LB. Childhood victimization and drug abuse: a comparison of prospective and retrospective findings. Journal of consulting and clinical psychology 1999;67(6):867-80
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10596509[29] Schappin R., de Graaf IM, Reijneveld SA. Effectiviteit van Triple P in Nederland: stand van zaken en controverse Kind en adolescent 2017;38(2):75
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-017-0140-0 https://doi.org/10.1007/s12453-017-0140-0[30] Willems JCM. Wie zal de Opvoeders Opvoeden? Kindermishandeling en het Recht van het Kind op Persoonswording. Den Haag: T.M.C. Asser Press 1999
[30] Saperia J, Lakhanpaul M, Kemp A, Glaser D. When to suspect child maltreatment: summary of NICE guidance The BMJ 2009;339():
http://dx.doi.org/10.1136/bmj.b2689 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3230234/[31] Zahrt DM, Melzer-Lange MD. Aggressive behavior in children and adolescents. Pediatrics in review 2011;32(8):325-32
http://dx.doi.org/10.1542/pir.32-8-325 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21807873[31] Sanders MR, Kirby JN, Tellegen CL, Day JJ. The Triple P-Positive Parenting Program: a systematic review and meta-analysis of a multi-level system of parenting support Clinical Psychology Review 2014;34(4):337
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2014.04.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24842549 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24842549/[32] Alink L, van IJzendoorn R, Bakermans-Kranenburg M, Pannebakker F, Vogels T, Euser S. Kindermishandeling in Nederland anno 2010 : De tweede nationale prevalentiestudie van mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM - 2010). Leiden: TNO Child Health, Universiteit Leiden, Centrum voor Gezinsstudies. 2011
[32] de Roo M, Veenstra R, Kretschmer T. Internalizing and externalizing correlates of parental overprotection as measured by the EMBU: A systematic review and meta-analysis Social Development (Oxford, England) 2022;31(4):962
http://dx.doi.org/10.1111/sode.12590 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36588978 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36588978/[33] Berger LM. Income, family structure, and child maltreatment risk Children and Youth Services Review 2004;26():725
[33] Ronan KR, Canoy DF, Burke KJ. Child maltreatment: Prevalence, risk, solutions, obstacles Australian Psychologist 2009;44(3):195
http://dx.doi.org/10.1080/00050060903148560 https://doi.org/10.1080/00050060903148560[34] Berger MA, ten Berge I, Geurts E. Samenhangende hulp: Interventies voor mishandelde kinderen en hun ouders Utrecht: NIZW
[34] Riegman E. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Families First’ 2023
https://www.nji.nl/interventies/families-first[35] Bronfenbrenner U. The ecology of human development: Experiments by nature and design Cambridge, MA: Harvard University Press 1979
[35] NVK. Blauwe plekken bij kinderen (in revisie 2024) 2016
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/blauwe_plekken_bij_kinderen/kindkenmerken_bij_blauwe_plekken.html[36] Bronfenbrenner U, Evans GW. Developmental science in the 21st century: Emerging questions, theoretical models, research designs, and empirical findings Social Development 2000;9():15
[36] van de Putte E.M., Russel I.M.B, Teeuw A.H.. Medisch Handboek Kindermishandeling 2024
http://dx.doi.org/https://www.bsl.nl/shop/medisch-handboek-kindermishandeling-9789036829595[37] Development Services Group (2013). Protective factors for Populations Served by the administration on children, youth and families: A literature review and theoretical framework Bethesda, MD: Development Services Group, Inc.
[37] Van der Put CE, Stolwijk IJ, Staal IIE. Early detection of risk for maltreatment within Dutch preventive child health care: A proxy-based evaluation of the long-term predictive validity of the SPARK method Child Abuse & Neglect 2023;143():106316
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106316 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774/[38] Flisher AJ, Kramer RA, Hoven CW, Greenwald S, Alegria M, Bird HR, Canino G, Connell R, Moore RE. Psychosocial characteristics of physically abused children and adolescents. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1997;36(1):123-31
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9000790[38] van der Put CE, Bouwmeester-Landweer MBR, Landsmeer-Beker EA, Wit JM, Dekker FW, Kousemaker NPJ, Baartman HEM. De predictieve validiteit van de Screeningsvragenlijst Stevig Ouderschap JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2018;50(2):33
http://dx.doi.org/10.1007/s12452-018-0137-y https://doi.org/10.1007/s12452-018-0137-y[39] Folger SF, Wright MOD. Altering risk following child maltreatment: Family and friend support as protective factors Journal of Family Violence 2013;28():325
[39] van der Put CE, Bouwmeester-Landweer MBR, Landsmeer-Beker EA, Wit JM, Dekker FW, Kousemaker NPJ, Baartman HEM. Screening for potential child maltreatment in parents of a newborn baby: The predictive validity of an Instrument for early identification of Parents At Risk for child Abuse and Neglect (IPARAN) Child Abuse & Neglect 2017;70():160
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.05.016 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213417302120[40] Horton A. Disproportionality in Illinois Child Welfare: The Need for Improved Substance Abuse Services Journal of Alcohol and Drugs Dependency 2013;2(2):
[40] Olff M. Dutch version of the Children's Impact of Event Scale (CRIES-13) 2005
https://www.nji.nl/instrumenten/childrens-revised-impact-of-event-scale-cries-13[41] Hox J. Multilevel analysis: Techniques and applications Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates 2002
[41] NVK/VVAK. Richtlijn Kindermishandeling door falsificatie 2023
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/kindermishandeling_door_falsificatie/startpagina_-_kindermishandeling_door_falsificatie.html[42] NVDA. Beroepscode Doktersassistent. Ethische en praktische richtlijnen voor de beroepsuitoefening
https://www.nvda.nl/themas/beroepscode/[42] Jenson JM, Fraser MW. Social policy for children and families: A risk and resilience perspective London: Sage 2011
[43] de Jong N, Meeuwsen M. Predictieve factoren seksueel misbruik bij kinderen: Een multi-level meta-analyse. Universiteit van Amsterdam. Ongepubliceerde masterscriptie Forensische Orthopedagogiek. 2014
[43] NCJ. Juridische Toolkit. Omgaan met privacy in de jeugdgezondheidszorg 2021
https://www.ncj.nl/inspiratie/juridische-toolkit-beschikbaar/[44] Kraemer HC, Stice E, Kazdin A, Offord D, Kupfer D. How do risk factors work together? Mediators, moderators, and independent, overlapping, and proxy risk factors. The American journal of psychiatry 2001;158(6):848-56
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11384888[44] National Collaborating Centre for Women’s and, Children’s Health . NICE Clinical guideline 89: When to suspect child maltreatment. 2009
https://www.nice.org.uk/guidance/cg89[45] Langford W, Lewis C, Solomon Y, Warin J. Family understandings: Closeness and authority in families with a teenage child London: Family Policy Studies Centre 2001
[45] Nanni V, Uher R, Danese A. Childhood maltreatment predicts unfavorable course of illness and treatment outcome in depression: a meta-analysis The American Journal of Psychiatry 2012;169(2):141
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.2011.11020335 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036/[46] Li F, Godinet MT, Arnsberger P. Protective factors among families with children at risk of maltreatment: Follow up to early school years Children and Youth Services Review 2011;33():139
[46] Mulder TM, Kuiper KC, van der Put CE, Stams G-JJM, Assink M. Risk factors for child neglect: A meta-analytic review Child Abuse & Neglect 2018;77():198
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2018.01.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29358122 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29358122/[47] Mackenzie MJ, Kotch JB, Lee L-C. Toward a cumulative ecological risk model for the etiology of child maltreatment. Children and youth services review 2011;33(9):1638-1647
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24817777[47] Ministerie van Volksgezondheid WES. Wet Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2013
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode[48] Mulder TM. Risk factors for child abuse and neglect: A meta-analytic review Unpublished master thesis, Forensic Child and Youth Care Sciences. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam 2014
[48] Milner JS, Crouch JL, McCarthy RJ, Ammar J, Dominguez-Martinez R, Thomas CL, Jensen AP. Child physical abuse risk factors: A systematic review and a meta-analysis Aggression and Violent Behavior 2022;66():101778
http://dx.doi.org/10.1016/j.avb.2022.101778 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1359178922000593[49] National Collaborating Centre for Women’s and Children’s Health. NICE Clinical guideline 89: When to suspect child maltreatment. London: National Institute for Health and Care Excellence 2009
[49] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Crone M, Crijnen A, HiraSing RA. Effects of nurse home visitation on cigarette smoking, pregnancy outcomes and breastfeeding: a randomized controlled trial Midwifery 2014;30(6):688
http://dx.doi.org/10.1016/j.midw.2013.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24041564 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24041564/[50] van den Noortgate W, Onghena P. Combining Single-Case Experimental Data Using Hierarchical Linear Models School Psychology Quarterly 2003;18():325
[50] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Heymans MW, Hirasing RA, Crijnen AAM. Effect of nurse home visits vs. usual care on reducing intimate partner violence in young high-risk pregnant women: a randomized controlled trial PloS One 2013;8(10):
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0078185 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24205150 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24205150/[51] van Rooijen K, Berg T, Bartelink C. Wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 2013
[51] Mejdoubi J, Heijkant S, Struijf E, Leerdam F, Crijnen A, Hirasing R. The Identification of Pregnant Women at Risk for Child Abuse: Methodology Gynecology and Obstetrics Research - Open Journal 2015;2():18
http://dx.doi.org/10.17140/GOROJ-2-105[52] Rose BM, Holmbeck GN, Coakley RM, Franks EA. Mediator and moderator effects in developmental and behavioral pediatric research. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2004;25(1):58-67
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14767360[52] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Heymans MW, Crijnen A, Hirasing RA. The effect of VoorZorg, the Dutch nurse-family partnership, on child maltreatment and development: a randomized controlled trial PloS One 2015;10(4):
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0120182 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25830242 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25830242/[53] Meijer E, Hollander M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Home-Start’ 2019
https://www.nji.nl/interventies/home-start[53] Rosenthal R. Meta-analytic procedures for social research (Vol. 86) Newbury Park: Sage 1991
[54] Sahlberg ML. Research Review: Resilience in Child Maltreatment and Abuse Unpublished master thesis, University of Washington. 2012
[54] Liu P, Huang W, Chen S, Xiang H, Lin W, Wang HE, Wang Y. The association among childhood maltreatment, sleep duration and suicide behaviors in Chinese young people Journal of Affective Disorders 2023;327():190
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2022.12.136 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36586614 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36586614/[55] Stith SM, Liu T, Davies LC, Boykin EL, Alder M, Harris JM, Som A, McPherson M, Dees J. Risk factors in child maltreatment: A meta-analytic review of the literature Aggression and Violent Behavior 2009;14():13
[55] Lavi I, Katz LF, Ozer EJ, Gross JJ. Emotion Reactivity and Regulation in Maltreated Children: A Meta-Analysis Child Development 2019;90(5):1503
http://dx.doi.org/10.1111/cdev.13272 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31281975 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31281975/[56] van Yperen T. Met kennis oogsten: monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd Kind & Adolescent 2013;34():136
[56] KNMG. KNMG-Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld 2023
https://www.knmg.nl/actueel/dossiers/zorg-voor-mensen-in-een-kwetsbare-positie/kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-5[57] Augeo Foundation. Handleiding Kindcheck voor GGZ en Verslavingszorg Driebergen-Rijsenburg: Augeo Foundation 2013
[57] Kitzmann KM, Gaylord NK, Holt AR, Kenny ED. Child witnesses to domestic violence: a meta-analytic review Journal of Consulting and Clinical Psychology 2003;71(2):339
http://dx.doi.org/10.1037/0022-006x.71.2.339 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028/[58] Baartman H. Ouderschap en de betekenis van solidariteit om je heen Ouderschapskennis 2010;13():182
[59] Baartman H. Eigen kracht, daadkracht en de kracht van solidariteit Mulock Houwer lezing 2013 Leiden 2013
[59] Kielstra C. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Triple P niveau 3’ 2021
https://www.nji.nl/interventies/triple-p-niveau-3[60] Bakker I, Bakker K, van Dijk A, Terpstra L. Het Balansmodel. O & O in perspectief Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) 1998
[60] Khoury JE, Milligan K, Girard TA. Executive Functioning in Children and Adolescents Prenatally Exposed to Alcohol: A Meta-Analytic Review Neuropsychology Review 2015;25(2):149
http://dx.doi.org/10.1007/s11065-015-9289-6 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26037669 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26037669/[61] Bartelink C, Kooijman K. Inschatten van veiligheid en kans op kindermishandeling: noodzaak, instrumenten en ontwikkelingen Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 2013;7():391
[61] Jonson-Reid M, Drake B, Kim J, Porterfield S, Han LU. A prospective analysis of the relationship between reported child maltreatment and special education eligibility among poor children Child Maltreatment 2004;9(4):382
http://dx.doi.org/10.1177/1077559504269192 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037/[62] Bartelink C, ten Berge I, van Yperen T. Beslissen over effectieve hulp. Wat werkt in indicatiestelling? Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut 2010
[62] Jeugdwet. Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen 2015
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-2015[63] Bartelink C, Kwaadsteniet L, ten Berge I, Witteman C, van Gastel W. Betrouwbaarheid en validiteit van de LIRIK. Eindrapport LIRIK valideringsonderzoek Utrecht/Nijmegen: Nederlands Jeugdinstituut/Radboud Universiteit Nijmegen 2015
[63] Jean-Thorn A, Tremblay-Perreault A, Dubé V, Hébert M. A Systematic Review of Community-Level Protective Factors in Children Exposed to Maltreatment Trauma, Violence & Abuse 2023;24(4):2827
http://dx.doi.org/10.1177/15248380221117234 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36047717 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36047717/[64] Beer R, Verlinden E, Lindauer R. Protocol Classificatie, screening en diagnostiek van kinderen en adolescenten met traumagerelateerde problematiek Amsterdam: de Bascule 2013
http://www.nji.nl[64] Hunter AA, Flores G. Social determinants of health and child maltreatment: a systematic review Pediatric Research 2021;89(2):269
http://dx.doi.org/10.1038/s41390-020-01175-x https://www.nature.com/articles/s41390-020-01175-x[65] Berg IK. Family-based services: A solution-focused approach New York: WW Norton & Co. 1994
[65] Hughes K, Bellis MA, Hardcastle KA, Sethi D, Butchart A, Mikton C, Jones L, Dunne MP. The effect of multiple adverse childhood experiences on health: a systematic review and meta-analysis The Lancet. Public Health 2017;2(8):e356
http://dx.doi.org/10.1016/S2468-2667(17)30118-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29253477 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29253477/[66] ten Berge I, Addink A, de Baat M, Bartelink C, van Rossum J, Vinke A. Stoppen en helpen: Een adequaat antwoord op kindermishandeling Utrecht: SWP. 2012
[66] van der Hoeven ML, Plukaard SC, Schlattmann NEF, Lindauer RJL, Hein IM. An integrative treatment model of EMDR and family therapy for children with severe symptomatology after child abuse and neglect: A SCED study Children and Youth Services Review 2023;152():107064
http://dx.doi.org/10.1016/j.childyouth.2023.107064 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0190740923002591[67] ten Berge I, Eijgenraam K, Bartelink C. Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK). Toelichting en instructie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2014
[67] van Hoek T, Spijkerman L, van de Ven O. Drijfveren, obstakels en kansrijke aanknopingspunten bij het signaleren van kwetsbare gezinnen. Rapportage onderzoek onder eerstelijns verloskundigen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen in Nederland. 2021
https://www.kansrijkestartnl.nl/documenten/rapporten/2021/02/25/onderzoeksrapport---drijfveren-obstakels-en-kansrijke-aanknopingspunten-bij-het-signaleren-van-kwetsbare-gezinnen[68] ten Berge I, Vinke A. Beslissen over vermoedens van kindermishandeling: Handreiking en hulpmiddelen voor het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling Utrecht/Woerden: NIZW Jeugd/Adviesbureau Van Montfoort. 2006
[68] Hanrahan-Cahuzak M.. Mum to Mum: an evaluation of a community based health promotion programm for first-time mothers in the Netherlands 2002
http://dx.doi.org/https://research.wur.nl/en/publications/mum-to-mum-an-evaluation-of-a-community-based-health-promotion-pr[69] Bontje M. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ). Tijdschrift Sociale Geneeskunde 2013;91():374
[69] Gruhn MA, Compas BE. Effects of maltreatment on coping and emotion regulation in childhood and adolescence: A meta-analytic review Child Abuse & Neglect 2020;103():104446
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2020.104446 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32200195 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32200195/[70] Bouwmeester-Landweer MBR. Early home visitation in families at risk for child maltreatment Leiden: Leiden University, Department Paediatrics, Faculty of Medicine/Leiden University Medical Center (LUMC). 2006
[70] van Grieken A, Horrevorts EMB, Mieloo CL, Bannink R, Bouwmeester-Landweer MBR, Hafkamp-de Groen E, Broeren S, Raat H. A Controlled Trial in Community Pediatrics to Empower Parents Who Are at Risk for Parenting Stress: The Supportive Parenting Intervention International Journal of Environmental Research and Public Health 2019;16(22):4508
http://dx.doi.org/10.3390/ijerph16224508 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6888243/[71] Bronfenbrenner U. The ecology of human development Cambridge, MA: Harvard University Press. 1979
[71] de Graaf I, Onrust S, Haverman M, Janssens J. Helping families improve: an evaluation of two primary care approaches to parenting support in the Netherlands Infant and Child Development 2009;18(6):481
http://dx.doi.org/10.1002/icd.634 https://doi.org/10.1002/icd.634[72] Bronfenbrenner U. Ecological theory. In A. Kazdin (Ed.), Encyclopedia of psychology. Washington, DC: American Psychological Association and Oxford University Press. 2000
[72] de Graaf I, Haverman M, Onrust S, van Breukelen I, Overgaag M, Tavecchio L. What are the results of Group and Standard Triple P for parents and children in the Dutch mental health care and youth care? In: Helping families Change: the adoption of the Triple P- Positive Parenting Program in The Netherlands 2009
https://dare.uva.nl/search?identifier=c715c921-ea90-4e67-b698-e4b4b245f620[73] Copeland WE, Keeler G, Angold A, Costello EJ. Traumatic events and posttraumatic stress in childhood. Archives of general psychiatry 2007;64(5):577-84
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17485609[73] de Graaf H, Oldenhof, A, Kraan Y, Beek T, Kuipers L, Vermey K. Seks onder je 25e: Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2023 2024
https://rutgers.nl/onderzoeken/seks-onder-je-25e-2023/[74] Goncy EA, Basting EJ, Dunn CB. A Meta-Analysis Linking Parent-to-Child Aggression and Dating Abuse During Adolescence and Young Adulthood Trauma, Violence & Abuse 2021;22(5):1248
http://dx.doi.org/10.1177/1524838020915602 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32253990 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32253990/[74] Dalgleish LI. Risk assessment and decision-making in child protection Brisbane, Australia: University of Queensland, Department of Psychology 1997
[75] Department of Health/Department for Education and Employment/Home Office. Framework for the Assessment of Children in Need and their Families London. The Stationery Office. 1997
[75] Glaser D. How to deal with emotional abuse and neglect: further development of a conceptual framework (FRAMEA) Child Abuse & Neglect 2011;35(10):866
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553/[76] De Shazer S. Creative misunderstanding: There is no escape from language. In S. Giligan & R. Price (Eds). Therapeutic Conversations New York: W.W. Norton & Co. 1993;1():81
[76] Gilbert R, Widom CS, Browne K, Fergusson D, Webb E, Janson S. Burden and consequences of child maltreatment in high-income countries Lancet (London, England) 2009;373(9657):68
http://dx.doi.org/10.1016/S0140-6736(08)61706-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114/[77] Doeven I. Meldcodes kindermishandeling. Beschikking, waardering, gebruik en scholing. Verslag van onderzoek naar de beschikking over, de waardering van en scholing in het gebruik van meldcodes kindermishandeling. Amsterdam: Bureau Veldkamp. 2008
[77] Fry D, Fang X, Elliott S, Casey T, Zheng X, Li J, Florian L, McCluskey G. The relationships between violence in childhood and educational outcomes: A global systematic review and meta-analysis Child abuse & neglect 2018;75():6
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.06.021 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213417302491[78] Fassaert T, Lauriks S, van de Weerd S, de Wit M, Buster M. Ontwikkeling en betrouwbaarheid van de Zelfredzaamheid-Matrix. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2013;91(3):169
[78] Felitti VJ, Anda RF, Nordenberg D., Williamson DF, Spitz AM, Edwards V., Koss MP, Marks JS. Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study American Journal of Preventive Medicine 1998;14(4):245
http://dx.doi.org/10.1016/s0749-3797(98)00017-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069/[79] Hielkema M, de Winter AF, de Meer G, Reijneveld SA. Effectiveness of a family-centered method for the early identification of social-emotional and behavioral problems in children: a quasi experimental study. BMC public health 2011;11():636
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2458-11-636 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21827654[80] Jeugdwet. Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet) 2015
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-201[80] Factsheet Eergerelateerd geweld 2020
https://www.huiselijkgeweld.nl/vormen/eergerelateerd-geweld/publicaties/factsheets/2018/11/01/eergerelateerd-geweld[81] de Jong EM. Kind in nood II: Besluitvormingsprocessen en risicotaxatie in multidisciplinair teamverband Amsterdam: Universiteit van Amsterdam 2004
[81] Edleson JL. Problems associated with children’s witnessing of domestic violence Violence Against Women Online Resources 1999
https://vawnet.org/sites/default/files/materials/files/2016-09/AR_Witness.pdf[82] Kamphuis, Sachse, Schwarte. JGZ onmisbaar bij preventie kindermishandeling Medisch Contact 2014;46():2289
[82] van Driessche A, van Stel HF, Vink RM, Staal IIE. Assessing Concerns and Care Needs of Expectant Parents: Development and Feasibility of a Structured Interview International Journal of Environmental Research and Public Health 2021;18(18):9585
http://dx.doi.org/10.3390/ijerph18189585 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34574510 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34574510/[83] Konijnendijk AAJ, Boere-Boonekamp MM, Haasnoot ME, Need A. Belemmerende en bevorderende factoren bij het gebruik van de JGZ-richtlijn Secundaire Preventie Kindermishandeling JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2013;45(5):105
[83] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing Changes in Families Who Participated in the Home-Start Parenting Program: Parental Sense of Competence as Mechanism of Change Prevention Science 2010;11(3):263
http://dx.doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5 https://doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5[84] Kooijman K. Lessen van en voor Regio's RAAK Kindermishandeling: voorkomen en helpen Utrecht: NJi 1997
[84] Damen H, Veerman JW. Voorkomen van uithuisplaatsing bij Families First door behandelingsgetrouw handelen Kind & Adolescent 2013;34(3):147
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-013-0016-x https://doi.org/10.1007/s12453-013-0016-x[85] Cunningham SM. The joint contribution of experiencing and witnessing violence during childhood on child abuse in the parent role Violence and Victims 2003;18(6):619
http://dx.doi.org/10.1891/vivi.2003.18.6.619 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117/[85] KNMG. Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld Utrecht: KNMG 2014
[86] Kruizinga I, Jansen W, de Haan CL, van der Ende J, Carter AS, Raat H. Reliability and validity of the Dutch version of the Brief Infant-Toddler Social and Emotional Assessment (BITSEA). PloS one 2012;7(6):e38762
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0038762 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22715411[86] Conrad-Hiebner A, Byram E. The Temporal Impact of Economic Insecurity on Child Maltreatment: A Systematic Review Trauma, Violence & Abuse 2020;21(1):157
http://dx.doi.org/10.1177/1524838018756122 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29400135 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29400135/[87] Lamb ME, Orbach Y, Hershkowitz I, Esplin PW, Horowitz D. A structured forensic interview protocol improves the quality and informativeness of investigative interviews with children: a review of research using the NICHD Investigative Interview Protocol. Child abuse & neglect 2007;31(11-12):1201-31
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18023872[87] Cicchetti D, Rogosch FA, Toth SL. Fostering secure attachment in infants in maltreating families through preventive interventions Development and Psychopathology 2006;18(3):623
http://dx.doi.org/10.1017/s0954579406060329 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394/[88] Landsmeer-Beker EA, Bouwmeester-Landweer MBR. Project OKé (Ouder- en Kindzorg Extra) Lezing Symposium 'Met ijken meer bereiken', maart 2004. Middelburg: Stichting Zorg-Saam 2004
[88] Cicchetti D, Toth SL. Child Maltreatment Annual Review of Clinical Psychology 2005;1(Volume 1, 2005):409
http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.1.102803.144029 https://www.annualreviews.org/content/journals/10.1146/annurev.clinpsy.1.102803.144029[89] de Langen HC. Nulmeting AMK’s Leiden: TNO Preventie en gezondheid. 2004
[89] Castellví P., Miranda-Mendizábal A., Parés-Badell O., Almenara J., Alonso I., Blasco MJ, Cebrià A., Gabilondo A., Gili M., Lagares C., Piqueras JA, Roca M., Rodríguez-Marín J., Rodríguez-Jimenez T., Soto-Sanz V., Alonso J.. Exposure to violence, a risk for suicide in youths and young adults. A meta-analysis of longitudinal studies Acta Psychiatrica Scandinavica 2017;135(3):195
http://dx.doi.org/10.1111/acps.12679 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27995627 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27995627/[90] Maessen MCGH. Model samenwerkingsconvenant Verwijsindex 2014
http://www.multisignaal.nl/wp-content/uploads/2015/06/model-samenwerkingsconvenant-verwijsindex.pdf.[90] Caslini M, Bartoli F, Crocamo C, Dakanalis A, Clerici M, Carrà G. Disentangling the Association Between Child Abuse and Eating Disorders: A Systematic Review and Meta-Analysis Psychosomatic Medicine 2016;78(1):79
http://dx.doi.org/10.1097/PSY.0000000000000233 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26461853 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26461853/[91] Mejdoubi J. The primary prevention of child maltreatment in early life: Study on the effectiveness of VoorZorg. Proefschrift. Amsterdam: Vrije Universiteit. 2014
[91] Bunting L, Davidson G, McCartan C, Hanratty J, Bywaters P, Mason W, Steils N. The association between child maltreatment and adult poverty - A systematic review of longitudinal research Child Abuse & Neglect 2018;77():121
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.12.022 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29346067 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29346067/[92] Munro E. Common errors of reasoning in child protection work Child Abuse and Neglect ;23():745
[92] Bouwmeester-Landweer MBR. Early home visitation in families at risk for child maltreatment 2006
https://hdl.handle.net/1887/4396[93] Munro E. Improving practice: Child protection as a systems problem Children and Youth Services Review 2005;27(4):375
[93] Bouwmeester-Landweer M. Stevig Ouderschap Landelijk Evaluatierapport 2023
https://www.stevigouderschap.nl/downloads/download-info/rapport-landelijke-evaluatie-2023[94] Olff M. Nederlandse vertaling van de Children's Impact of Event Scale (CRIES-13). Herziene Kinder schokverwerkingslijst Amsterdam: AMC de Meren, afdeling psychotrauma 2005
[94] Bouwmeester-Landweer M. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Stevig Ouderschap’ 2023
https://www.nji.nl/uploads/2024-05/Stevig-Ouderschap.pdf[95] Oudhof M, de Wolff MS, de Ruiter M, Kamphuis M, L'hoir MP, Prinsen B. JGZ-Richtlijn Opvoedingsondersteuning voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid 2013
[95] ten Boom A, Wittebrood K. De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland Den Haag: WODC. Cahier 2019-1. 2019
https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/rapporten/2019/02/06/de-prevalentie-van-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-in-nederland[96] Pijnenburg HM. Psychodiagnostic decision-making within clinical conferences. Exploring a domain. Proefschrift. Nijmegen: NICI. 1996
[96] Bontje M. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 2013;91(7):374
http://dx.doi.org/10.1007/s12508-013-0128-y https://doi.org/10.1007/s12508-013-0128-y[97] PI Research, van Montfoort A. Handboek Deltamethode Gezinsvoogdij: De nieuwe methode voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling Duivendrecht/Woerden: PI Research/Van Montfoort. 2009
[97] Blokland A. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Triple P niveau 4/5’ 2019
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/uitgebreide-beschrijving-TripleP-4-en-5.pdf[98] Postma S. JGZ-richtlijn Vroegsignalering van psychosociale problemen. Utrecht: Nederlands Centrum jeugdgezondheidszorg. 2008
[98] Bijlsma AME, Assink M, Overbeek G, van Geffen M, van der Put CE. Differences in developmental problems between victims of different types of child maltreatment Journal of Public Child Welfare 2022;17(2):408
http://dx.doi.org/10.1080/15548732.2022.2044429 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9988305/[99] de Ruiter C. Risicotaxatie van kindermishandeling. In: M. Lambregtse-van den Berg, I. van Kamp, & H. Wennink (Red.). Handboek psychiatrie en zwangerschap. Utrecht: De Tijdstroom. 2014
[99] Berns JM. Praktijkevaluatie Moeders Informeren Moeders (MIM). 2020
[100] de Ruiter C, de Jong EM. CARE-NL Richtlijn voor gestructureerde beoordeling van het risico van kindermishandeling. Utrecht: Corine de Ruiter. 2005
[100] Bakker H, Schakenraad W, van Gent E. De Meldcode bij (vermoedens van) eergerelateerd geweld 2022
https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/factsheets/2020/05/18/de-meldcode-bij-vermoedens-van-eergerelateerd-geweld[101] de Ruiter C, de Jong EM, Reus M. Risicotaxatie van kindermishandeling in teamverband: Een experimenteel onderzoek. Kind en Adolescent 2013;34():30
[101] Baer JC, Martinez CD. Child maltreatment and insecure attachment: a meta‐analysis Journal of Reproductive and Infant Psychology 2006;24(3):187
http://dx.doi.org/10.1080/02646830600821231 https://doi.org/10.1080/02646830600821231[102] San Diego County Child Protection Team. Child victim witness checklists. 2012
http://www.chadwickcenter.org/Documents/Checklist-%20Online%20version%20-%2001.2013.pdf[102] Assink M, van der Put CE, Kuiper K, Mulder T, Stams GJJM. Risicofactoren voor kindermishandeling: Een meta-analytisch onderzoek naar risicofactoren voor seksuele mishandeling, fysieke mishandeling en verwaarlozing. 2016
https://www.researchgate.net/publication/311329657_Risicofactoren_voor_kindermishandeling_Een_meta-analytisch_onderzoek_naar_risicofactoren_voor_seksuele_mishandeling_fysieke_mishandeling_en_verwaarlozing[103] Sidebotham P, Blair PS, Evason-Coombe C, Edmond M, Heckstall-Smith E, Fleming P. Responding to unexpected infant deaths: experience in one English region. Archives of disease in childhood 2010;95(4):291-5
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2009.167619 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19948508[103] Assink M, Spruit A, Schuts M, Lindauer R, van der Put CE, Stams G-JJM. The intergenerational transmission of child maltreatment: A three-level meta-analysis Child Abuse & Neglect 2018;84():131
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2018.07.037 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30086419 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30086419/[104] Sidebotham P, Heron J, . Child maltreatment in the "children of the nineties": a cohort study of risk factors. Child abuse & neglect 2006;30(5):497-522
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16701895[104] Assink M, van der Put CE, Meeuwsen MWCM, de Jong NM, Oort FJ, Stams GJJM, Hoeve M. Risk factors for child sexual abuse victimization: A meta-analytic review Psychological Bulletin 2019;145(5):459
http://dx.doi.org/10.1037/bul0000188 https://psycnet.apa.org/doiLanding?doi=10.1037%2Fbul0000188[105] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijver AJP, van Stel HF. Vroegsignalering van opvoed- en opgroeiproblemen bij peuters: validiteit en betrouwbaarheid en van een gestructureerd interview. 2013;45(1):7
http://dx.doi.org/Tijdschrift%20JGZ[105] Asscher JJ, Deković M, Prinzie P, Hermanns J. Assessing change in families following the Home-Start parenting program: Clinical significance and predictors of change. Family Relations 2008;57(3):345
https://www.home-start.nl/documenten/Onderzoek%20publicaties%20artikelen/2008%20Artikel%20Engels%20Onderzoek%20Asscher.pdf[106] Angelakis I, Austin JL, Gooding P. Association of Childhood Maltreatment With Suicide Behaviors Among Young People: A Systematic Review and Meta-analysis JAMA network open 2020;3(8):
http://dx.doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2020.12563 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32756929 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32756929/[106] Staal IIE, van Stel HF. Handleiding SPARK. Vraaggesprek bij ouders met kinderen op de leeftijd van 18 maanden. Utrecht/Zeeland: Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde/GGD Zeeland. 2013
[107] van Stel HF, Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP. Validity and reliability of a structured interview for early detection and risk assessment of parenting and developmental problems in young children: a cross-sectional study. BMC pediatrics 2012;12():71
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-12-71 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218[107] Alink L, Pannebakker FD, Prevoo M, van Berkel S, Linting M, Klein Velderman M. NPM-2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen. 2018
https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/2241/2668G_volledige_tekst_tcm28-373868.pdf[108] Turnell A, Edwards S. Signs of safety: A solution and safety oriented approach to child protection casework. New York/London: Norton. 1999
[108] Ministerie van Veiligheid en Justitie, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Basisdocument Het afwegingskader in de meldcode 2017
https://www.nji.nl/uploads/2021-05/Het-afwegingskader-in-de-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling.pdf[109] Turnell A, Essex S. Working with 'denied' child abuse: The resolutions approach. Maidenhaid: Open University Press. 2006
[109] Abdullah A, R Emery C, P Jordan L. Neighbourhood collective efficacy and protective effects on child maltreatment: A systematic literature review Health & Social Care in the Community 2020;28(6):1863
http://dx.doi.org/10.1111/hsc.13047 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32564490 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32564490/[110] Turnell A, Essex S, Kaaij PAAM. Als er ‘niets aan de hand' is: een oplossingsgerichte methode bij ontkenning van kindermishandeling Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 2010
[110] van Aar JV, Asscher JJ, Zijlstra BJH, Deković M, Hoffenaar PJ. Changes in parenting and child behavior after the home-start family support program: A 10 year follow-up Children and Youth Services Review 2015;53():166
http://dx.doi.org/10.1016/j.childyouth.2015.03.029 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0190740915001267[111] Verlinden E, van Meijel EP, Opmeer BC, Beer R, de Roos C, Bicanic IA, Lindauer RJ. Signaleren van posttraumatische stressklachten bij kinderen en adolescenten: Betrouwbaarheid en validiteit van de screeningslijst CRIES-13. Kind & Adolescent 2014;35():165
[111] Vink R, Van der Pal S, Eekhout I, Pannebakker F, Mulder T. Ik heb al veel meegemaakt: Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs 2016
[112] Vogels AGC, Siebelink BM, Theunissen MHC, Wolff MS, Reijneveld SA. Vergelijking van de KIVPA en de SDQ als signaleringsinstrument voor problemen bij adolescenten in de Jeugdgezondheidszorg. Leiden: TNO 2011
[112] Teeuw AH, Lindauer RJL. Somatische en psychische gevolgen van kindermishandeling Medisch handboek kindermishandeling 2024
[113] van Yperen TA. Met kennis oogsten: Monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd Kind & Adolescent 2013;34():136
[113] Goedhart A, Treffers F, Van Widenfelt B. Vragen naar psychische problemen bij kinderen en adolescenten [Measuring psychological problems in children and adolescents]: Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 2003;58():1018
[114] van Widenfelt BM, Goedhart AW, Treffers PDA, Goodman R. Dutch version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). European child & adolescent psychiatry 2003;12(6):281-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14689260[114] van Dijk T, van Veen M, Cox E. Slachtofferschap van huiselijk geweld: aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag. Hilversum: Infomart. 2010
https://www.nji.nl/cijfers/huiselijk-geweld-aard-omvang-en-hulpverlening[115] Addink AM, ten Berge IM, Knaap M, van Meeuwen MA. Checklist Samenwerking aan hulp voor mishandelde kinderen en hun ouders Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 2012
[115] Steketee M, van Loon-Dikkers L, Lünnemann M, Dusault Y, Tierolf B. Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem Derde Cohortstudie: Resultaten van de aanpak partnergeweld en kindermishandeling. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2023
https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2023/09/220520_Huiselijk-geweld-een-complex-en-hardnekkig-probleem.pdf[116] Baeten P. VNG-model handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Den Haag: VNG 2014
[116] Bontje MC, de Ronde RW, Dubbeldeman EM, Kamphuis M, Reis R, Crone MR. Parental engagement in preventive youth health care: Effect evaluation Children and Youth Services Review 2021;120():105724
[117] Stolwijk I, van der Put C, Staal I. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
[117] van Delden P. Samenwerking in de publieke dienstverlening: Ontwikkelingsverloop en resultaten. Proefschrift. Delft/Zutphen: Eburon. 2009
[118] Klein Ikkink AJ, Boere-Boonekamp MM, Bont MD, Boer AD, Duys H, Haasnoot R, Lo Fo Wong S, Sachse H, Van Sleuwen BE, Veraart-Schelfhout L, Vriezen JA, Westerveld MC. Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Kindermishandeling. Huisarts en Wetenschap 2010;53(8):S15
[118] Gagné M-H, Clément M-È, Milot T, Paradis H, Voyer-Perron P. Comparative efficacy of the Triple P program on parenting practices and family violence against children Child Abuse & Neglect 2023;141():106204
[119] Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. KNMG-visie Versterking medische zorg aan jeugdigen Utrecht: KNMG 2013
[119] Bontje M.C.A., Stolwijk I.J., Vial A., Van der Put C.E.. Early assessment of risks of child abuse in preventive youth healthcare Submitted 2024
[120] Konijnendijk AAJ, Boere-Boonekamp MM, Haasnoot-Smallegange RME, Need A. A qualitative exploration of factors that facilitate and impede adherence to child abuse prevention guidelines in Dutch preventive child health care. Journal of evaluation in clinical practice 2014;20(4):417-24
http://dx.doi.org/10.1111/jep.12155 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24814668[120] Crean E., Kuipers N., Bouwmeester M., Geurts S.. Eindrapport implementatieonderzoek Prenatale Huisbezoeken JGZ Implementatieonderzoek - Eindrapport 2024
https://open.overheid.nl/documenten/f7bd4a34-ee2b-4907-ad7d-2371a7c70edf/file[121] Rosendal H, Polderman F. Bete Samen. Een handreiking om te komen tot effectieve samenwerking in de zorg voor jeugd Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NJC) 2014
[121] Rijlaarsdam CW, Leget CJ, Steegers EA. Onbedoelde zwangerschap bij complexe problematiek. Hoe kunnen we dit voorkomen? Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2022;166():166
[122] Rutte F, Pijpers F, Timmermans M. Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen: Een literatuurstudie Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) 2013
[122] Rijlaarsdam CW. Contraceptives, what helps A qualitative explorative case study on a pilot programme, offering birth control to vulnerable clients. Research Dissertation, Birmingham City University 2015
[123] V&VN-meldcode. Kindermishandeling en huiselijk geweld. Stappenplan voor verpleegkundigen en verzorgenden Utrecht: V&VN 2011
[123] Le DQ, Le LK-D, Le PH, Yap MBH, Mihalopoulos C. Cost effectiveness of interventions to prevent the occurrence and the associated economic impacts of child maltreatment: A systematic review Child Abuse & Neglect 2024
http://dx.doi.org/https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2024.106863 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213424002539[124] Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland. De jeugdverpleegkundige als schakel in het Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht: V&VN 2011
[124] Miralles P, Godoy C, Hidalgo MD. Long-term emotional consequences of parental alienation exposure in children of divorced parents: A systematic review Current Psychology 2023;42(14):12055
http://dx.doi.org/10.1007/s12144-021-02537-2 https://doi.org/10.1007/s12144-021-02537-2[125] Antle BF, Barbee AP, Christensen DN, Sullivan DJ. he prevention of child maltreatment recidivism through the Solution-Based Casework model of child welfare practice Children and Youth Services Review 2009;31(12):1346
[125] Haarsma L. Ouderverstoting: een actueel thema Vakblad Sociaal Werk 2021;22(3):36
http://dx.doi.org/10.1007/s12459-021-0886-6 https://doi.org/10.1007/s12459-021-0886-6[126] Antle BF, Christensen DN, van Zyl MA, Barbee AP. The impact of the Solution Based Casework (SBC) practice model on federal outcomes in public child welfare. Child abuse & neglect 2012;36(4):342-53
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.10.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22502985[127] Asscher JJ. Parenting Support in Community Settings. Parental Effectiveness of the Home-Start program Proefschrift. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut. 2005
[128] Asscher JJ, Paulussen-Hoogeboom MC. De invloed van protectieve en risicofactoren op de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen Kind en Adolescent 2005;26():56
[129] Asscher JJ, Deković M, Prinzie P, Hermans J. Assessing Change in Families Following the Home-Start Parenting Program: Clinical Significance and Predictors of Change Family Relations 2008;57():351
[130] Bartelink C. Wat werkt bij het versterken van het sociale netwerk van het gezin? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2012
[131] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing changes in families who participated in the home-start parenting program: parental sense of competence as mechanism of change. Prevention science : the official journal of the Society for Prevention Research 2010;11(3):263-74
http://dx.doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20101464[132] Hanrahan-Cahuzak M. Mum to mum: An evaluation of a community based health promotion programm for first-time mothers in the Netherlands Proefschrift. Wageningen: Universiteit van Wageningen 2002
[133] Hermanns J, van de Venne L, Leseman P. Home-Start geëvalueerd Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut 1997
[134] Hermanns JMA, Asscher JJ, Zijlstra BJN, Hoffenaar PJ, Deković M. Long-term changes in parenting and child behavior after the Home-Start family support program Children and Youth Services Review 2013;35():678
[135] Lohrbach S, Sawyer R. Creating a constructive practice: family and professional partnership in high-risk child protection case conferences Protecting Children 2004;19(2):26
[136] Molloy 2002. Still Going Strong: A Tracer Study of the Community Mothers Programme, Dublin, Ireland. Early Childhood Development: Practice and Reflections Following Footsteps. Den Haag: Bernard van Leer Foundation 2002
[137] Mutsaers K, Berg T. Risicofactoren en beschermende factoren voor kindermishandeling Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2010
[138] van Pagée R. Eigen Kracht (Family Group Conference in Nederland): Van model naar invoering Amsterdam: SWP 2003
[139] Skrypek M, Idzelis M, Pecora P. Signs of Safety in Minnesota: parent perceptions of a child protection Signs of Safety experiment St. Paul NM: Wilder Research 2012
[140] Wheeler J, Hogg V. Signs of safety and the child protection movement, in C. Franklin, T. Trepper, Gingerich, W. and E. McCoolum, Solution-focused brief therapy: a handbook of evidence based practice New York: Oxford Press 2011
[141] Wijnen-Lunenburg P, van Beek F, Bijl B, Gramberg P, Slot W. De familie aan zet: De uitkomsten van Eigen Kracht-conferenties in de jeugdbescherming met betrekking tot veiligheid, sociale cohesie en regie Duivendrecht/Voorhout: PI Research/WESP Jeugdzorg 2008
[142] Konijnendijk AAJ, Haasnoot R, Meijvogel A, Waltz M, Westerveld E, Kokhuis M. Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld, versie 1.9 Enschede: GGD Twente 2015
[143] http://decor.nictiz.nl/jeugdgezondheidszorg/BDS322/
http://decor.nictiz.nl/jeugdgezondheidszorg/BDS322/[144] https://www.ncj.nl/informatisering/basisdataset
https://www.ncj.nl/informatisering/basisdataset[145] Almeida CP, Cunha FF, Pires EP, Sá E. Common mental disorders in pregnancy in the context of interpartner violence. Journal of psychiatric and mental health nursing 2013;20(5):419-25
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2850.2012.01937.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22672493[146] Barlow J, Smailagic N, Bennett C, Huband N, Jones H, Coren E. Individual and group based parenting programmes for improving psychosocial outcomes for teenage parents and their children. The Cochrane database of systematic reviews 2011;2011(3):CD002964
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD002964.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21412881[147] Berlin LJ, Dodge KA, Reznick JS. Examining pregnant women's hostile attributions about infants as a predictor of offspring maltreatment. JAMA pediatrics 2013;167(6):549-53
http://dx.doi.org/10.1001/jamapediatrics.2013.1212 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23588683[148] Bonsel GJ, Binie E, Denktas S, Steegers EAP. Signalementstudie zwangerschap en geboorte, lijnen in de perinatale sterfte Rotterdam, Erasmus MC 2009
[149] Casanueva CE, Martin SL. Intimate partner violence during pregnancy and mothers' child abuse potential. Journal of interpersonal violence 2007;22(5):603-22
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17429025[150] Chan KL, Brownridge DA, Fong DYT, Tiwari A, Leung WC, Ho PC. Violence against pregnant women can increase the risk of child abuse: a longitudinal study. Child abuse & neglect 2012;36(4):275-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.12.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22565038[151] Cox JL, Holden JM, Sagovsky R. Detection of postnatal depression. Development of the 10-item Edinburgh Postnatal Depression Scale. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 1987;150():782-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3651732[152] Hermanns J, Öry F, Schrijvers G. Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen Utrecht: Julius Centrum 2005
[153] Hornor G. Domestic violence and children. Journal of pediatric health care : official publication of National Association of Pediatric Nurse Associates & Practitioners 2005;19(4):206-12
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16010259[154] de Jonge A, Korfker DG, Vogels ACG, van der Pal SM, Vink RM, Buitendijk SE. Preventie en Vroegsignalering van Risicogezinnen in de Kraamperiode Leiden: TNO 2007
[155] Keinemans JS. Eervol jong moederschap: Een studie naar de leefwereld van adolescente moeders Delft: Eburon 2010
[156] Kooijman K, Zwikker M. Kindermishandeling voorkomen door gezinnen te steunen: beschrijving en analyse van home visitation programma's ter preventie van kindermishandeling en verwaarlozing. Utrecht: NIZW 2001
[157] Leeners B, Rath W, Block E, Görres G, Tschudin S. Risk factors for unfavorable pregnancy outcome in women with adverse childhood experiences. Journal of perinatal medicine 2014;42(2):171-8
http://dx.doi.org/10.1515/jpm-2013-0003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24334452[158] Lukasse M, Schei B, Ryding EL, . Prevalence and associated factors of fear of childbirth in six European countries. Sexual & reproductive healthcare : official journal of the Swedish Association of Midwives 2014;5(3):99-106
http://dx.doi.org/10.1016/j.srhc.2014.06.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25200969[159] Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Verbetering nodig in de samenwerking tussen kraamzorg en JGZ voor verantwoorde geboortezorg Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg 2014
[160] Myhre MC, Thoresen S, Grøgaard JB, Dyb G. Familial factors and child characteristics as predictors of injuries in toddlers: a prospective cohort study. BMJ open 2012;2(2):e000740
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2011-000740 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403343[161] Moran G, Pederson DR, Krupka A. Maternal unresolved attachment status impedes the effectiveness of interventions with adolescent mothers. Infant mental health journal 2005;26(3):231-249
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.20045 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28682506[162] Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg. Standpunt Gegevensoverdracht van kraamzorg en verloskunde naar de jeugdgezondheidszorg Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg
[163] Olds DL, Eckenrode J, Henderson CR, Kitzman H, Powers J, Cole R, Sidora K, Morris P, Pettitt LM, Luckey D. Long-term effects of home visitation on maternal life course and child abuse and neglect. Fifteen-year follow-up of a randomized trial. JAMA 1997;278(8):637-43
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9272895[164] Oudhof M, Zoon M, van der Steege M. Wat werkt voor jonge moeders? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2013
[165] Plant DT, Barker ED, Waters CS, Pawlby S, Pariante CM. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression. Psychological medicine 2013;43(3):519-28
http://dx.doi.org/10.1017/S0033291712001298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795[166] Pop VJ, Komproe IH, van Son MJ. Characteristics of the Edinburgh Post Natal Depression Scale in The Netherlands. Journal of affective disorders 1992;26(2):105-10
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/1447427[167] Quispel C. Psychopathologie, psychosociale problematiek en middelengebruik tijdens de zwangerschap - screening en zorgtoeleiding Proefschrift. Rotterdam: Universiteit van Rotterdam 2014
[168] van Sleuwen BE, Vink RM, van Stel H, Staal IE. VIMP Prenatale Huisbezoeken JGZ Leiden/Utrecht/Goes: TNO/UMCU/GGD Zeeland 2015
[169] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect. Child abuse & neglect 2013;37(7):475-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082[170] van Velden J, Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte. Een goed Begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte 2009
[171] Vink RM, Detmar SM. Psychosociale risicosignalering in de zwangerschap, een overzicht van Nederlandse instrumenten Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 2012;90(8):531
[172] Vink RM, Rijnders MEB, van Dommelen P, Broerse A. Vroeg signaleren van ongunstige opgroei-omstandigheden door verloskundigen in Zaanstad en Amsterdam-Noord Leiden: TNO 2009
[173] Vink RM, Rijnders MEB, Buitendijk S, Broerse A, Korfker D, Öry F. Vroeg erbij. Vroegsignalering met de ALPHA-NL Tijdschrift voor verloskundigen. Utrecht: KNOV 2010
[174] Vink R, van Sleuwen B, Boere-Boonekamp M. Evaluatie Prenatale Huisbezoeken JGZ Leiden: TNO 2013
[175] de Wolff MS, Pannebakker FD, Bouwmeester-Landweer MBR. Samen Starten met Stevig Ouderschap. Stevig Starten, een combinatie van methodes vanuit de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 0-4 jaar voor het signaleren van risicovolle opvoedingssituaties met inbegrip van kindermishandeling en het ondersteunen van gezinnen met jonge kinderen Leiden: TNO 2012
[176] Altman RL, Canter J, Patrick PA, Daley N, Butt NK, Brand DA. Parent education by maternity nurses and prevention of abusive head trauma. Pediatrics 2011;128(5):e1164-72
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-3260 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22025587[177] . Shaken baby syndrome: rotational cranial injuries-technical report. Pediatrics 2001;108(1):206-10
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11433079[178] Barr RG, Barr M, Fujiwara T, Conway J, Catherine N, Brant R. Do educational materials change knowledge and behaviour about crying and shaken baby syndrome? A randomized controlled trial. CMAJ : Canadian Medical Association journal = journal de l'Association medicale canadienne 2009;180(7):727-33
http://dx.doi.org/10.1503/cmaj.081419 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19255065[179] Black DA, Heyman RE, Smith Slep AM. Risk factors for child physical abuse Aggressive Violent Behaviour 2001;6():88
[180] Bonnier C, Nassogne M-C, Saint-Martin C, Mesples B, Kadhim H, Sébire G. Neuroimaging of intraparenchymal lesions predicts outcome in shaken baby syndrome. Pediatrics 2003;112(4):808-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14523171[181] Bruce DA, Zimmerman RA. Shaken impact syndrome. Pediatric annals 1989;18(8):482-4, 486-9, 492-4
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/2671890[182] Carbaugh SF. Understanding shaken baby syndrome. Advances in neonatal care : official journal of the National Association of Neonatal Nurses 2004;4(2):105-14; quiz 15-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15138993[183] Center for Disease Control and Prevention, national Center for Injury Prevention and Control, Division of Violence Prevention. Shaken baby syndrome Tip sheet Nonfatal Maltreatment of Infants
http://www.cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/mm5713a2.htm[184] Dias MS, Smith K, DeGuehery K, Mazur P, Li V, Shaffer ML. Preventing abusive head trauma among infants and young children: a hospital-based, parent education program. Pediatrics 2005;115(4):e470-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15805350[185] Ellingson KD, Leventhal JM, Weiss HB. Using hospital discharge data to track inflicted traumatic brain injury. American journal of preventive medicine 2008;34(4 Suppl):S157-62
http://dx.doi.org/10.1016/j.amepre.2007.12.021 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18374268[186] Ewing-Cobbs L, Kramer L, Prasad M, Canales DN, Louis PT, Fletcher JM, Vollero H, Landry SH, Cheung K. Neuroimaging, physical, and developmental findings after inflicted and noninflicted traumatic brain injury in young children. Pediatrics 1998;102(2 Pt 1):300-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9685430[187] Gillham B, Tanner G, Cheyne B, Freeman I, Rooney M, Lambie A. Unemployment rates, single parent density, and indices of child poverty: their relationship to different categories of child abuse and neglect. Child abuse & neglect 1998;22(2):79-90
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9504211[188] Hoffman JM. A case of shaken baby syndrome after discharge from the newborn intensive care unit. Advances in neonatal care : official journal of the National Association of Neonatal Nurses 2005;5(3):135-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16034736[189] Keenan HT. Epidemiology of abusive head trauma. In: Jenny, C. (Red) Child abuse and neglect: diagnosis, treatment, and evidence. Louis: Saunders 2001
[190] Keenan HT, Runyan DK, Marshall SW, Nocera MA, Merten DF, Sinal SH. A population-based study of inflicted traumatic brain injury in young children. JAMA 2003;290(5):621-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12902365[191] Kemp AM. Abusive head trauma: recognition and the essential investigation. Archives of disease in childhood. Education and practice edition 2011;96(6):202-8
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2009.170449 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21954224[192] King WJ, MacKay M, Sirnick A, . Shaken baby syndrome in Canada: clinical characteristics and outcomes of hospital cases. CMAJ : Canadian Medical Association journal = journal de l'Association medicale canadienne 2003;168(2):155-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12538542[193] Klein Velderman M, Pannebakker FD, Fukkink RG, de Wolff MS, van Dommelen P, Luijk PCM, van Sleuwen BE, Reijneveld SA. De effectiviteit van kortdurende videohometraining in de jeugdgezondheidszorg. Resultaten van een studie in gezinnen met overmatige spanning als gevolg van een excessief huilende baby Leiden: TNO 2011
[194] Miehl NJ. Shaken baby syndrome. Journal of forensic nursing 2005;1(3):111-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17073042[195] Minns RA, Jones PA, Mok JY-Q. Incidence and demography of non-accidental head injury in southeast Scotland from a national database. American journal of preventive medicine 2008;34(4 Suppl):S126-33
http://dx.doi.org/10.1016/j.amepre.2008.01.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18374262[196] Narang S, Clarke J. Abusive head trauma: past, present, and future. Journal of child neurology 2014;29(12):1747-56
http://dx.doi.org/10.1177/0883073814549995 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25316728[197] Onderzoeksraad voor Veiligheid. Over de fysieke veiligheid van het jonge kind. Een themastudie: voorvallen van kindermishandeling met fatale en bijna fatale afloop Den Haag: Onderzoeksraad voor Veiligheid 2011
[198] Reijneveld SA, van der Wal MF, Brugman E, Sing RAH, Verloove-Vanhorick SP. Infant crying and abuse. Lancet (London, England) ;364(9442):1340-2
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15474137[199] Rentz ED, Marshall SW, Loomis D, Casteel C, Martin SL, Gibbs DA. Effect of deployment on the occurrence of child maltreatment in military and nonmilitary families. American journal of epidemiology 2007;165(10):1199-206
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17329716[200] van Sleuwen BE, Vlasblom E, L'Hoir MP. Implementatie van de aanpak ter preventie van het shaken baby syndroom Leiden: TNO Innovation for life 2012
[201] Starling SP, Holden JR. Perpetrators of abusive head trauma: a comparison of two geographic populations. Southern medical journal 2000;93(5):463-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10832941[202] van der Veen NM, Boere-Boonekamp MM, L'Hoir M, Bosschaart PAN, Rodrigues Pereira R. Intracranial haemorrhages in young children in the Netherlands
[203] American Psychiatric Association. Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., DSM-5) Washington: American Psychiatric Pub 2013
[204] Beck CT. Maternal depression and child behaviour problems: a meta-analysis. Journal of advanced nursing 1999;29(3):623-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10210459[205] Beck CT. Postpartum depression: it isn't just the blues. The American journal of nursing 2006;106(5):40-50; quiz 50-1
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16639243[206] Beek V. De jeugdverpleegkundige en postpartum depressie: Een onderzoek naar het professioneel verpleegkundig handelen van jeugdverpleegkundigen bij het afleggen van huisbezoeken ter signalering van postpartum depressie Bachelorscriptie Universiteit Twente 2013
[207] Beijers F, Bellemakers T, Senders A, Veldhoen N. Lijst voor Screening en Interventie Keuze Utrecht: Landelijk Preventie Platform KOPP/Trimbos-instituut 2010
[208] Bergink V, Kooistra L, Lambregtse-van den Berg MP, Wijnen H, Bunevicius R, van Baar A, Pop V. Validation of the Edinburgh Depression Scale during pregnancy. Journal of psychosomatic research 2011;70(4):385-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpsychores.2010.07.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21414460[209] Bifulco A, Moran PM, Baines R, Bunn A, Stanford K. Exploring psychological abuse in childhood: II. Association with other abuse and adult clinical depression. Bulletin of the Menninger Clinic 2002;66(3):241-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12448629[210] Cooper PJ, Murray L. Fortnightly review: Postnatal depression British Medical Journal 1998;316():1884
[211] Cooper PJ, Murray L, Wilson A, Romaniuk H. Controlled trial of the short- and long-term effect of psychological treatment of post-partum depression. I. Impact on maternal mood. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2003;182():412-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12724244[212] Cox AD, Puckering C, Pound A, Mills M. The impact of maternal depression in young children. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 1987;28(6):917-28
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3436997[213] Cuijpers P, van Straten A, Smit F, Mihalopoulos C, Beekman A. Preventing the onset of depressive disorders: a meta-analytic review of psychological interventions. The American journal of psychiatry 2008;165(10):1272-80
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.2008.07091422 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18765483[214] Cummings EM, Davies PT. Maternal depression and child development. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 1994;35(1):73-112
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8163630[215] De Graaf R, Ten Have M, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. Nemesis-2: Opzet en eerste resultaten Utrecht: Trimbos-Instituut 2010
[216] Dennis C-LE. Treatment of postpartum depression, part 2: a critical review of nonbiological interventions. The Journal of clinical psychiatry 2004;65(9):1252-65
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15367054[217] Duggal S, Carlson EA, Sroufe LA, Egeland B. Depressive symptomatology in childhood and adolescence. Development and psychopathology 2001;13(1):143-64
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11346049[218] Durinck K, Racquet L. Opvoedingsondersteuning. Een leidraad voor ouderbegeleiders Antwerpen/Apeldoorn: Garant Maklu 2003
[219] Engels E, Haspels AA. Een behandeling van postpartum depressie (PPD) Tijdschrift voor Huisartsgeneeskunde 2003;20():244
[220] Fayyad J, De Graaf R, Kessler R, Alonso J, Angermeyer M, Demyttenaere K, De Girolamo G, Haro JM, Karam EG, Lara C, Lépine J-P, Ormel J, Posada-Villa J, Zaslavsky AM, Jin R. Cross-national prevalence and correlates of adult attention-deficit hyperactivity disorder. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2007;190():402-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17470954[221] Fassaert T, Lauriks S, van de Weerd S, de Wit M, Buster M. Ontwikkeling en betrouwbaarheid van de Zelfredzaamheid-Matrix Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2013;91():169
[222] Gaynes BN, Gavin N, Meltzer-Brody S, Lohr KN, Swinson T, Gartlehner G, Brody S, Miller WC. Perinatal depression: prevalence, screening accuracy, and screening outcomes. Evidence report/technology assessment (Summary) 2005
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15760246[223] Goossens FX, van der Zanden AP. Factsheet KOPP/KVO Kinderen van ouders met psychische problemen, Kinderen van verslaafde ouders Utrecht: Trimbos Instituut 2012
[224] de Graaf R, Tuithof M, Van Dorsselaer S, Ten Have M. Verzuim door psychische en somatische aandoeningen bij werkenden. Resultaten van de 'Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2' (NEMESIS-2) Utrecht: Trimbos Instituut 2011
[225] Halligan SL, Murray L, Martins C, Cooper PJ. Maternal depression and psychiatric outcomes in adolescent offspring: a 13-year longitudinal study. Journal of affective disorders 2007;97(1-3):145-54
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16863660[226] Harnish JD, Dodge KA, Valente E. Mother-child interaction quality as a partial mediator of the roles of maternal depressive symptomatology and socioeconomic status in the development of child behavior problems. Conduct Problems Prevention Research Group. Child development 1995;66(3):739-53
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/7789199[227] Hipwell AE, Goossens FA, Melhuish EC, Kumar R. Severe maternal psychopathology and infant-mother attachment. Development and psychopathology 2000;12(2):157-75
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10847622[228] Hosman CMH, van Doesum KTM, Van Santvoort F. Prevention of emotional problems and psychiatric risks in children of parents with a mental illness in the Netherlands: The scientific basis to a comprehensive approach Australian e-Journal for the Advancement of Mental Health 2009;8():250
[229] de Jong A, Stremmelaar B, Looij J. Goed genoeg opvoederschap: Handreiking voor ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking De Amerpoort 2014
http://www.amerpoort.nl/over-amerpoort/publicaties/boeken.html[230] Klompenhouwer JL, van Hulst AM. [Psychiatric disorders in women in the puerperium]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 1994;138(20):1009-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8196800[231] Landelijk kenniscentrum LVB. Handreiking vroegsignalering van een licht verstandelijke beperking (LVB) Signalering van achterstanden en risico’s in de kinderlijke ontwikkeling en/of de omgeving die wijzen op of kunnen leiden tot sociale kwetsbaarheid en/of een licht verstandelijke beperking Netwerk Gewoon Meedoen 2015
http://www.kenniscentrumlvb.nl/[232] Lanes A, Kuk JL, Tamim H. Prevalence and characteristics of postpartum depression symptomatology among Canadian women: a cross-sectional study BioMed Central Public Health 2011;11():302
[233] Lara C, Fayyad J, de Graaf R, Kessler RC, Aguilar-Gaxiola S, Angermeyer M, Demytteneare K, de Girolamo G, Haro JM, Jin R, Karam EG, Lépine J-P, Mora MEM, Ormel J, Posada-Villa J, Sampson N. Childhood predictors of adult attention-deficit/hyperactivity disorder: results from the World Health Organization World Mental Health Survey Initiative. Biological psychiatry 2009;65(1):46-54
http://dx.doi.org/10.1016/j.biopsych.2008.10.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19006789[234] Murray L, Cooper PJ. The impact of postpartum depression on child development. In: Goodyer, I. (Red). Aetiological Mechanisms in Developmental Psychopathology Oxford, England: Oxford University Press 2004
[235] O'Hara MW, Swain AM. Rates and risk of postpartum depression-a meta-analysis International Review of Psychiatry 1996;8():37
[236] O'Hara MW. Postpartum depression: what we know. Journal of clinical psychology 2009;65(12):1258-69
http://dx.doi.org/10.1002/jclp.20644 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19827112[237] Pawlby S, Hay D, Sharp D, Waters CS, Pariante CM. Antenatal depression and offspring psychopathology: the influence of childhood maltreatment. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2011;199(2):106-12
http://dx.doi.org/10.1192/bjp.bp.110.087734 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21727235[238] Rogosch FA, Cicchetti D, Toth SL. Expressed emotion in multiple subsystems of the families of toddlers with depressed mothers. Development and psychopathology 2004;16(3):689-709
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15605632[239] Smit F, Vlasveld M, Beekman A, Ciujpers A, Schoevers R, Ruiter M, Boon B. Depressiepreventie: Stand van zaken, nieuwe richtingen. (Programmeringsstudie ZonMw) Utrecht: Trimbos-instituut 2013
[240] Terluin B, Duijsens IJ. Handleiding van de Vierdimensionale Klachtenlijst Leiderdorp: Datec 2006
[241] Torgersen S, Kringlen E, Cramer V. The prevalence of personality disorders in a community sample. Archives of general psychiatry 2001;58(6):590-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11386989[242] Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. DHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis: Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2 Utrecht: Trimbos-instituut 2010
[243] de Vries JN, Willems DL, Isarin J, Reinders JS. Samenspel van factoren. Inventariserend onderzoek naar de ouderschapscompetenties van mensen met een verstandelijke handicap Amsterdam: Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit Amsterdam 2005
[244] Wade C, Llewellyn G, Matthews J. Review of parent training interventions for parents with intellectual disability Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities 2008;21():351
[245] de Waal J, Tuerlings JHAM, de Boer K, Smal JC, van Waarde JA. [Recognition of psychiatrically vulnerable pregnant women]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010;154(47):A2344
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21118602[246] Willems DL, de Vries J-N, Isarin J, Reinders JS. Parenting by persons with intellectual disability: an explorative study in the Netherlands. Journal of intellectual disability research : JIDR 2007;51(Pt 7):537-44
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17537167[247] Wisner KL, Chambers C, Sit DKY. Postpartum depression: a major public health problem. JAMA 2006;296(21):2616-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17148727[248] Zoon M, Foolen N. Wat werkt bij licht verstandelijk beperkte ouders? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2014
[249] Erickson MF, Egeland B, Pianta R. The effects of maltreatment on the development of young children 1989
http://ebooks.cambridge.org/chapter.jsf?bid=CBO9780511665707&cid=CBO9780511665707A030[250] Glaser D, Prior V, Lynch M. Emotional Abuse and Emotional Neglect: Antecedents, Operational Definitions and Consequences York: British Association for the Study and Prevention of Child Abuse and Neglect 2001
[251] Glaser D. How to deal with emotional abuse and neglect: further development of a conceptual framework (FRAMEA). Child abuse & neglect 2011;35(10):866-75
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553[252] Haasnoot M. Kinderverwaarlozing beter in beeld-Fysiek mishandelde kinderen worden nog wel opgemerkt in ziekenhuizen, maar verwaarloosde kinderen glippen er vaak tussendoor. Een nieuw ontwikkeld signalerings-instrument moet daar een einde aan maken Medisch Contact 2012;67():1213
[253] van IJzendoorn MH, Prinzie P, Euser EM, Groeneveld MG, Brilleslijper-Kater SN, van Noort-Van der Linden AMT, San Martin Beuk M. Kindermishandeling in Nederland Anno 2005. De nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM-2005) Leiden: Universiteit Leiden, Algemene en Gezinspedagogiek–Datatheorie 2007
[254] Naughton AM, Maguire SA, Mann MK, Lumb RC, Tempest V, Gracias S, Kemp AM. Emotional, behavioral, and developmental features indicative of neglect or emotional abuse in preschool children: a systematic review. JAMA pediatrics 2013;167(8):769-75
http://dx.doi.org/10.1001/jamapediatrics.2013.192 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23754198[255] van de Putte EM, Kamphuis M, Kramer AWM. Medisch handboek kindermishandeling Houten: Bohn Stafleu van Loghum 2013
[256] Simons M. Bespreekbaar maken van (het vermoeden van) kindermishandeling Standby 2012;26(3):6
[257] Wolfe DA, McIsaac C. Distinguishing between poor/dysfunctional parenting and child emotional maltreatment. Child abuse & neglect 2011;35(10):802-13
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2010.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22015202[258] Dalziel K, Segal L. Home visiting programmes for the prevention of child maltreatment: cost-effectiveness of 33 programmes. Archives of disease in childhood 2012;97(9):787-98
http://dx.doi.org/10.1136/archdischild-2011-300795 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22764090[259] Dunnink G. Standpunt Bereik van de Jeugdgezondheidszorg Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2010
[260] Inspectie voor de Gezondheidszorg. De jeugdgezondheidszorg in beweging Den Haag: IGZ 2009
[261] Kooijman K. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving 'Bemoeizorg in de jeugdgezondheidszorg' Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2016
http://www.nji.nl/jeugdinterventies[262] Sieverink F. Rapport Klein-en-Fijn project ‘Niet Verschenen’. In opdracht van de Academische Werkplaats Jeugd in Twente 2013
[263] Addink A, Kooijman K. nventariserend onderzoek naar signalen van kindermishandeling in de sociale leefomgeving van kinderen Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2011
[264] AJN Nota. Kindermishandeling in de sociale leefomgeving. 2010
[265] RIVM. Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) door de Jeugdgezondheidszorg Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2010
[266] NVOG. Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) Utrecht: NVOG 2010
[267] van Eerdenburg-Keuning IA. Gesprekprotocol Meisjesbesnijdenis Lisse: AJN 2005
[268] KNOV. KNOV-standpunt Vrouwelijke genitale verminking Utrecht: KNOV 2012
[269] Pharos. Handelingsprotocol Vrouwelijke Genitale Verminking bij minderjarigen. Uitleg en handvatten bij aanpak VGV voor AMK, RvdK en Politie Utrecht: Pharos 2013
[270] Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Bestrijding vrouwelijke genitale verminking. Beleidsadvies Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid 2005
[271] Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Vrouwelijke genitale verminking in juridisch perspectief. Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid 2005
[272] Commissie Bestrijding Vrouwelijke Genitale Verminking. Bestrijding vrouwelijke genitale verminking, Onderbouwing advies Zoetermeer 2005
[273] Assembly of the Union of African States. Protocol to the African Charter on human and peoples’ rights on the rights of women in Africa Maputo: Union of African States 2003
[274] Korfker D, Snijder M, Detmar S. Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of (VGV) Vrouwelijke Genitale Verminking in de verloskundigenpraktijk Leiden: TNO 2008
[275] www.meisjesbesnijdenis.nl
http://www.meisjesbesnijdenis.nl[276] www.tegenvrouwenbesnijdenis.nl
http://www.tegenvrouwenbesnijdenis.nl[277] http://www.nvog.nl
http://www.nvog.nl[278] http://vgv.ggd.nl
http://vgv.ggd.nl1 Definities en achtergrondinformatie
Kernpunten
Definitie van kindermishandeling: “elke vorm van, voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel” [62].
De vier hoofdvormen van kindermishandeling zijn [36]:
- Lichamelijke (fysieke) mishandeling
- Emotionele (psychische) mishandeling
- Lichamelijke (fysieke) verwaarlozing
- Emotionele (psychische) verwaarlozing
Specifieke vormen van kindermishandeling zijn:
- Getuige zijn van partnergeweld of ander huiselijk geweld
- Seksueel misbruik
- Kindermishandeling door falsificatie (KMdF)
- Prenatale mishandeling
- Schadelijke praktijken zoals (Vrouwelijke) genitale verminking (VGV), huwelijksdwang, achterlating en eergerelateerd geweld
- Combinaties van vormen van kindermishandeling.
Epidemiologie
- Kindermishandeling komt in Nederland jaarlijks bij 90.000 à 127.000 jeugdigen voor; dat is ruim 3% van alle jeugdigen tot 18 jaar. Ongeveer een kwart van de jeugdigen tot 18 jaar zegt ooit in het leven een vorm van niet-incidentele kindermishandeling te hebben meegemaakt [10];[28]; [107];[111].
- Verwaarlozing komt van alle vormen van kindermishandeling het meest voor [95];[107];
- Kindermishandeling komt het meest voor in de leeftijd van 0 tot 3 jaar [107];
- Meisjes zijn vaker slachtoffer van kindermishandeling dan jongens [10];[28];[107];[111].
- Hoewel kindermishandeling in alle lagen van de bevolking voorkomt, is de kans daarop groter in groepen waar (combinaties van) ongunstige factoren voorkomen. Dit is vermoedelijk gerelateerd aan armoede. Kindermishandeling komt vaker voor [107]:
- in gezinnen met een laag opleidingsniveau en/of
- in gezinnen met ouders die werkloos zijn en/of
- in gezinnen die een niet-Nederlandse afkomst hebben en/of
- in eenoudergezinnen, stiefgezinnen en grote gezinnen.
Risicofactoren die betrekking hebben op de ouder(s) wegen het zwaarst in de kans op kindermishandeling. Dit geldt voor alle vormen van kindermishandeling [21];[46];[48];[104]. Belangrijke risicofactoren voor alle vormen van kindermishandeling zijn:
- Eerdere betrokkenheid van Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming.
- Negatieve interacties en conflicten in het gezin (waaronder partnergeweld), een gebrek aan samenhang in het gezin, hechtingsproblemen en gebrek aan sociale steun.
- Chronische stress zoals bijvoorbeeld door armoede, een laag zelfbeeld en een gebrekkige impulscontrole en gebrek aan empathie bij de ouder(s).
- Psychiatrische problemen en/of verslaving bij de ouder(s) zoals depressie, angst,
- Ouders met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB).
- Neiging van de ouder(s) om het gedrag van het kind negatief te interpreteren.
- Ouders die in hun jeugd kindermishandeling meegemaakt hebben.
Beschermende en bevorderende factoren zijn [2]:
- Sociale steun voor de jeugdige en het gezin, is een beschermende factor voor kindermishandeling. Alleen voor seksueel misbruik is de beschermende werking van sociale steun niet aangetoond.
- Dagelijkse betrokkenheid van een partner bij de opvoeding is een beschermende factor tegen verwaarlozing.
Gevolgen van kindermishandeling kunnen fysiek, psychisch en sociaal-emotioneel van aard zijn.
- Ongezonde en chronische stress spelen daarbij een belangrijke rol.
- De gevolgen van kindermishandeling kunnen een leven lang van invloed zijn maar zich al tijdens de jeugd openbaren (langetermijngevolgen resp. kortetermijngevolgen).
Vroegtijdige signalering is essentieel om kindermishandeling zo snel mogelijk te voorkomen of te stoppen en de gevolgen ervan zoveel mogelijk te beperken.
1.1 Onderbouwing
Scope
De JGZ-richtlijn Kindermishandeling is gericht op de preventie en vroegtijdige signalering van allerlei vormen van kindermishandeling bij kinderen en jongeren van 0-18 jaar.
Deze module Definities en achtergrondinformatie gaat over: definities en vormen van kindermishandeling, de omvang ervan in Nederland, over risico- en beschermende factoren en de gevolgen van kindermishandeling. Aanbevelingen met betrekking tot preventie, signalering en handelen bij kindermishandeling worden gegeven in de modules Signaleren van kindermishandeling; Werken met de meldcode; en Preventieve Interventies.
1.1.1 Afstemming
Links met JGZ-richtlijnen en andere relevante richtlijnen:
- JGZ-Richtlijn Psychosociale problemen
- JGZ Richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV)
- JGZ-richtlijn Excessief Huilen (in verband met toegebracht schedel-hersenletsel (TSHL)
- JGZ-Richtlijn Huidafwijkingen
- Richtlijn Kindermishandeling door falsificatie (KMdF)
- Richtlijn Kwetsbaarheid eerste 1000 dagen – Kennisplatform V&VN
- Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming
-
FMS Richtlijn Diagnostiek seksueel misbruik bij kinderen
1.1.2 Uitgangsvragen
- Wat is kindermishandeling?
- Welke vormen van kindermishandeling kunnen onderscheiden worden?
- Hoe vaak komt kindermishandeling in Nederland voor?
- Wat zijn risicofactoren voor kindermishandeling?
- Wat zijn beschermende factoren voor kindermishandeling?
- Wat zijn de gevolgen van kindermishandeling?
1.1.3 Achtergrond: begrippenlijst en verschillende vormen van kindermishandeling
Wat is kindermishandeling en welke vormen zijn er?
In het vervolg van de richtlijn gebruiken we de algemene term ‘kindermishandeling’ voor alle vormen. Hieronder worden de verschillende vormen van kindermishandeling toegelicht.
Lichamelijke (fysieke) mishandeling
Onder lichamelijke mishandeling vallen alle vormen van lijfelijk geweld tegen een jeugdige, ook wel niet-accidentele verwondingen en toegebracht letsel genoemd [36];[112]. Bijvoorbeeld: slaan, stompen, schoppen, bijten, krabben, haren trekken, brandwonden toebrengen, letsel toebrengen met voorwerp, botbreuken toebrengen, (potentieel) giftige of gevaarlijke stof toedienen, gooien, (poging tot) wurging, schudden en smoren. De gevolgen van lichamelijke mishandeling worden ook wel ‘niet-accidentele verwondingen’ en ‘toegebracht letsel’ genoemd [36]; [112]. De ernst van de mishandeling kan variëren van licht tot zeer ernstig of zelfs fataal. De frequentie en duur kunnen variëren van eenmalig tot structureel en langdurig.
Een specifieke vorm van lichamelijke mishandeling is Toegebracht Schedel-HersenLetsel bij kinderen (TSHL) / Abusive Head Trauma (AHT) / Inflicted Traumatic Brain Injury (ITBI). Dit betreft “letsel van de schedel en/of de intracraniële structuren als gevolg van een of meer (in)directe krachtsinwerkingen op het hoofd veroorzaakt door derden, ongeacht de intentie” [36].
Emotionele (psychische) mishandeling
Van emotionele mishandeling is sprake wanneer ouders stelselmatig vijandigheid of afwijzing richting de jeugdige vertonen. Daartoe behoren bijvoorbeeld: uitschelden, treiteren, vernederen, manipuleren, kleineren, (be)dreigen, bang maken, isoleren, uitsluiten, opsluiten, te hoge eisen stellen op cognitief of bijvoorbeeld sportief gebied. Ook de ‘inzet’ van de jeugdige bij partnergeweld of complexe scheiding en soms ook bij ziekte (parentificatie) kan onder emotionele mishandeling geschaard worden.
Lichamelijke (fysieke) verwaarlozing
Bij lichamelijke verwaarlozing laten ouders langdurig na om hun kind(eren) te voorzien in de noodzakelijke basisbehoeften zoals voeding, kleding, onderdak, bescherming, (medische) verzorging, leefruimte, rust en regelmaat, zodanig dat de jeugdige daar schade van ondervindt of dreigt te ondervinden. Waar bij mishandeling sprake is van actief handelen, is bij verwaarlozing juist sprake van (niet-incidenteel) ‘nalaten’. De ernst van lichamelijke verwaarlozing kan variëren van licht tot ernstig of zelfs fataal. Kenmerken van lichamelijke verwaarlozing zijn [36];[107].
Onachtzaamheid:
- Structureel te weinig, te veel, ongezonde of onregelmatige voeding aanbieden;
- Onvoldoende aandacht voor de kleding van de jeugdige (bijvoorbeeld onvoldoende bescherming tegen kou);
- Onvoldoende aandacht voor de persoonlijke hygiëne en uiterlijk van de jeugdige;
- Onachtzaamheid voor andere lichamelijke behoeften van de jeugdige, zoals aandacht voor de fysieke veiligheid in de auto (gordelgebruik, alcoholgebruik door bestuurder);
- Onvoldoende aandacht voor een veilige huisvesting van de jeugdige, instabiele woonomgeving of het ontbreken van onderdak voor het gezin.
Ontoereikend toezicht:
- Er is een terugkerend patroon van onvoldoende toezicht op de jeugdige passend bij de leeftijd;
- Onvoldoende toezicht op de fysieke veiligheid door de jeugdige aan zijn/haar lot over te laten; of de jeugdige begeeft zich in gevaarlijke situaties (verkeer, vuurwerk, intoxicaties) zonder toezicht.
Weigering van zorg voor het kind:
- Weigering om de zorg voor de jeugdige op zich te nemen (bijv. onderdak te bieden en de noodzakelijke lichamelijke verzorging op zich te nemen) en bijvoorbeeld de jeugdige in de steek laten;
- Uit huis sturen of achterlaten van een kind (permanent of voor onbepaalde tijd) zonder een geschikte regeling voor zorg door anderen;
- Illegale wijzigingen van de voogdij (kind kopen of verkopen, illegale adoptie).
Weigering van medische zorg voor het kind:
- Weigering van of onverantwoordelijk uitstel van noodzakelijke medische zorg in geval van een diagnostische indicatie daarvoor van een medisch professional.
- Zonder nadere toelichting of uitleg onthouden van preventieve gezondheidszorg zoals Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en mondzorg.
- Zie ook Ben ik in beeld (NCJ)
Emotionele (psychische) verwaarlozing
Bij emotionele verwaarlozing gaat het om chronisch ontoereikende emotionele zorg, het bewust toestaan van onaangepast gedrag, het in gebreke blijven bij de noodzakelijke zorg voor emotionele beschadiging/problemen of gedragsproblemen en/of een ander gebrek aan aandacht voor de ontwikkeling en de emotionele behoeften van een kind [36];[107]. Bij emotionele verwaarlozing is er sprake van een gebrek aan contact, dus een passieve vorm van kindermishandeling, terwijl er bij emotionele mishandeling juist wél sprake is van contact, maar dit contact is negatief van aard [5]. Voorbeelden van emotionele verwaarlozing zijn (naar [75]):
- De ouder is (structureel) niet emotioneel beschikbaar of reageert niet op de (emotionele) basisbehoeften van de jeugdige.
- De ouder vertoont (structureel) interacties met de jeugdige die niet zijn afgestemd op de (ontwikkelings)leeftijd, inconsequent of autoritair zijn, of veel te hoge of te lage verwachtingen tonen, extreem overbeschermend zijn.
- De ouder gebruikt de jeugdige voor de behoeftevervulling van de ouder en ontkent de eigen behoefte en gevoelens van de jeugdige als individu (bijvoorbeeld bij complexe scheiding of kindermishandeling door falsificatie).
- De ouder belemmert de jeugdige bij de socialisatie in zijn of haar omgeving of belemmert de mogelijkheden van de jeugdige om te leren: bijvoorbeeld door isoleren, opsluiten of thuishouden (bijvoorbeeld van school).
- Weigeren van noodzakelijke psychische zorg, zonder dat daartoe bijzondere redenen bestaan.
Bijzondere vormen van emotionele verwaarlozing zijn:
- Pedagogische verwaarlozing is een verzamelnaam voor onvoldoende pedagogisch besef, onvoldoende ouderlijk gezag en onvoldoende structuur.
Tegenwoordig wordt ook pleidooi gehouden om het structureel ‘overbeschermen’ en ‘verwennen’ van kinderen of een te ‘permissieve opvoedstijl’ te scharen onder emotionele verwaarlozing. Deze kinderen krijgen alles wat ze willen, zowel in gedragsmatig als materieel opzicht, terwijl er onvoldoende tegemoet gekomen wordt aan de pedagogische ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige, zoals het bieden van structuur, grenzen en uitdagingen [32].
- Educatieve verwaarlozing: ouders of opvoeders komen langdurig onvoldoende tegemoet aan de behoefte en verplichting van adequaat onderwijs voor de jeugdige. Kenmerken van educatieve verwaarlozing zijn [107]:
- De jeugdige zonder opgaaf van geldige reden regelmatig schooldagen laten missen of chronisch laten spijbelen.
- De jeugdige bewust schooldagen laten missen, bijvoorbeeld omdat de jeugdige op een jonger kind moet passen.
- De jeugdige niet registreren of inschrijven op een school, terwijl de jeugdige leerplichtig is.
- Het weigeren om erkende (gediagnosticeerde) onderwijskundige behoeften van een jeugdige (bijvoorbeeld bij een vastgesteld leerprobleem) te erkennen en te ondersteunen, zonder dat daar gegronde redenen voor zijn.
1.1.4 Specifieke vormen van kindermishandeling
Hieronder worden de volgende, meer specifieke vormen van kindermishandeling beschreven:
- Getuige zijn van partnergeweld of andere vormen van huiselijk geweld
- Seksueel misbruik
- Schadelijke praktijken (Eergerelateerd geweld en Vrouwelijke genitale verminking (VGV))
- Prenatale kindermishandeling
- Kindermishandeling door falsificatie (KMdF)
- Combinaties van vormen van kindermishandeling
1. Getuige zijn van partnergeweld of andere vormen van huiselijk geweld
Kinderen die getuige zijn van partnergeweld groeien op met geweld tussen de ouders. Dit kan ook bij een complexe scheiding voorkomen. Met het ‘getuige zijn van geweld’ bedoelen we “alle manieren waarop kinderen kunnen merken dat er sprake is van geweld tussen hun ouders.” Kinderen kunnen het geweld zien of horen, maar ook als zij niet zelf daarbij aanwezig zijn, de dreiging voelen als er sprake is van herhaald geweld of ‘Intieme terreur’ (factsheet) en de gevolgen meemaken, zoals letsel bij (een van de) ouders of een vlucht naar een veilige plek. Ouders kunnen hun kinderen gebruiken om hen af te keren van de andere ouder (‘ouderverstoting’) of om controle uit te oefenen over die ouder [125]. Ouderverstoting wordt beschouwd als een vorm van psychische kindermishandeling, omdat de jeugdige gedwongen wordt partij te kiezen (loyaliteitsconflict). Bovendien wordt de jeugdige ‘beroofd’ van een gezonde relatie met een van de ouders, wat kan leiden tot emotionele en psychologische schade [124].
Onder huiselijk geweld wordt verstaan: “geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer wordt gepleegd. ‘Huiselijk’ verwijst naar de relatie tussen slachtoffer en pleger zoals (ex-)partner, gezins- en familieleden, grootouders en (huis)vrienden, en niet naar de plaats waar het geweld plaatsvindt; er is meestal sprake van een machtsverschil” [114]. Huiselijk geweld is een overkoepelend begrip dat onder andere (ex-)partnergeweld, kindermishandeling, geweld van jongeren tegen hun ouders en onderling geweld tussen jeugdigen (zoals broers en zussen) omvat.
2. Seksueel misbruik
Seksueel misbruik omvat alle seksuele handelingen die een jeugdige tegen zijn of haar wil worden opgelegd, meestal met als doel de seksuele bevrediging van een volwassene (of een ouder familielid, zoals een broer of zus) of het verkrijgen van financieel gewin. De ernst kan variëren van ‘licht’ (begluren, dwingen te kijken) tot ernstig (verkrachting, seksuele exploitatie) en van eenmalig tot frequent en jarenlang. Meer specifiek is seksueel misbruik aan de orde bij de volgende leeftijdsgroepen [6]; [36]:
- Tot 12 jaar: elk seksueel contact al of niet met dwang, zowel seksueel binnendringen als betasten. Seksueel spel tussen kinderen van dezelfde (ontwikkelings)leeftijd tot maximaal drie jaar leeftijdsverschil, valt hier niet onder.
- Van 12 tot 16 jaar en kwetsbare/afhankelijke kinderen tot 18 jaar: in beginsel elk seksueel contact al of niet met dwang, zowel seksueel binnendringen als betasten, tenzij er sprake is van vrijwilligheid in een relatie tussen gelijkwaardige partners van ongeveer dezelfde (ontwikkelings)leeftijd.
- Onder 16 jaar en kwetsbare /afhankelijke kinderen tot 18 jaar: aan de jeugdige pornografische afbeeldingen tonen, dwingen tot aanwezigheid bij seks tussen anderen, afspraak maken van een volwassene met de jeugdige om seks te hebben, sexchatting (het online seksueel benaderen van kinderen onder de 16, op een wijze die schadelijk te achten is), seksueel corrumperen en grooming.
- Van 16 tot 18 jaar: elk seksueel contact, zowel seksueel binnendringen als betasten, waarbij sprake is van:
- het weten, of het behoren te weten, of een ernstige reden hebben te vermoeden dat de wil bij de ander ontbreekt
- Dwang of geweld (door pleger of een derde)
- Giften van geld of goederen
- Een afhankelijkheidsrelatie tussen pleger en jeugdige
- Prostitutie, seksshows ed.
- Onder de 18 jaar: pornografische afbeeldingen van een jeugdige maken of andere vorm van seksuele uitbating zoals kinderprostitutie.
- Elke leeftijd: seksuele intimidatie in de openbare ruimte is strafbaar (online en offline, een ander indringend seksueel benaderen, door middel van opmerkingen, gebaren, geluiden (bijv. sissen) of aanrakingen, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is te achten).
3. Schadelijke praktijken
Schadelijke (traditionele) praktijken is een verzamelnaam voor “bijzondere verschijningsvormen van huiselijk geweld die voortkomen uit orthodoxe of conservatieve tradities en strikte opvattingen over genderrollen, seksualiteit en ongelijke machtsverhoudingen tussen man en vrouw” (maar zijn niet altijd gebonden aan een specifieke cultuur en/of religie). Zie Routekaart Schadelijke Praktijken
Eergerelateerd geweld: deze vorm van geweld heeft altijd een ‘eermotief’ en betreft “alle vormen van dwang en psychisch en fysiek geweld om te voorkomen dat een lid van de familie een ‘misstap’ zet die de familie-eer in de gemeenschap kan schaden, en voor alle geweld tegen de (vermeende) ‘eerschender’ om de geschonden eer te herstellen.” [100]. Wordt ook wel aangeduid als een vorm van ‘schadelijke (traditionele) praktijken’.
Eergerelateerd geweld kent verschillende uitingen en gradaties van ernst, bijvoorbeeld dreigen, grote psychische druk, beperken vrijheden, controleren, isoleren, genezingsrituelen en bezweringen, (gedwongen) abortus of afstand moeten doen van een kind, lichamelijk geweld, gedwongen (kind-) huwelijk, huwelijkse gevangenschap, verstoting, gedwongen achterlating in een ander land, (vrouwelijke genitale) verminking, gedwongen worden tot zelfmoord en eermoord.
(Vrouwelijke) genitale verminking (VGV) wordt omschreven als een ingreep aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak (WHO). Wordt ook wel meisjesbesnijdenis genoemd of vorm van ‘schadelijke (traditionele) praktijken’. Zie JGZ Richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV)
Huwelijksdwang en achterlating is schadelijk. Het onder druk zetten of dwingen van een jongere om te trouwen, vaak door familie. Voortdurend verzet hiertegen kan in sommige gevallen leiden tot eergerelateerd geweld, zoals eerwraak, of tot het achterlaten van de jongen en/of het meisje in het land van herkomst.
4. Prenatale kindermishandeling
De gezondheid van de ongeboren baby kan worden bedreigd door het gebruik van drugs, alcohol of medicatie, door zelfverwaarlozing als gevolg van bijvoorbeeld psychiatrische problematiek of door directe lichamelijke inwerking van derden, zoals bij partnergeweld [112].
5. Kindermishandeling door falsificatie (KMdF)
‘Kindermishandeling door falsificatie’ betreft de “klinische situatie waarin een kind nu of in de toekomst wordt geschaad door falsificerend gedrag van de ouder(s). Doel van dit gedrag is om zorgprofessionals te overtuigen van het verstoorde welzijn (of meer verstoorde welzijn dan in werkelijkheid het geval is) van het kind op lichamelijk, psychisch of mentaal vlak, dan wel betreffende de neurocognitieve ontwikkeling. Kindermishandeling door falsificatie is een direct gevolg van handelingen, gedrag of overtuiging van ouder(s) of verzorger(s), en de respons van dokters hierop; het kind wordt daarbij op fysiek en/of psychosociaal vlak geschaad. Het is daarbij van belang om op te merken dat de ouders niet noodzakelijk de intentie hebben om te bedriegen en dat hun motief niet altijd duidelijk is.” [41]. Zie NVK-Richtlijn Kindermishandeling door Falsificatie.
6. Combinaties van vormen van kindermishandeling
In de praktijk komen vaak combinaties van vormen van kindermishandeling voor. Lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik hebben ook altijd een emotionele component, onder andere door de dreiging die ervan uitgaat. Omgekeerd hebben emotionele mishandeling en verwaarlozing niet altijd ook een lichamelijk component en komt seksueel misbruik ook op zichzelf voor, zonder dat daarbij sprake is van andere vormen van kindermishandeling (met uitzondering van de eerdergenoemde emotionele component).
1.1.5 Epidemiologie: hoe vaak komt kindermishandeling voor?
Kernpunten over de omvang van kindermishandeling in Nederland zijn:
- De jaarprevalentie van kindermishandeling (in al zijn verschijningsvormen) betreft naar schatting 90.000 à 127.000 jeugdigen. Dat betekent dat er op jaarbasis per 1000 jeugdigen 26 tot 37 het slachtoffer zijn van kindermishandeling. Dat is rond de 3% van alle kinderen van 0 tot 17 jaar [107].
- Naar schatting heeft 12% van de scholieren tussen de 12 en 17 jaar in het regulier voortgezet onderwijs naar eigen zeggen het afgelopen jaar wel eens met kindermishandeling te maken gehad, en bijna een kwart (24,7%) van de scholieren heeft naar eigen zeggen ‘ooit in het leven’ kindermishandeling meegemaakt. Dit betreft alle vormen van kindermishandeling; alleen bij seksueel misbruik kan dit ook geweld buiten het gezin betreffen [28].
- In de Nederlandse ACE-study (Adverse Childhood Experiences) [10]; [111] onder leerlingen van groepen 7 en 8 in het reguliere basisonderwijs rapporteerde ruim een kwart (26,4%) (ooit) slachtoffer te zijn (geweest) van kindermishandeling.
Toelichting op bovenstaande prevalentiecijfers: Het verschil in percentages tussen de twee zelfrapportagestudies is te verklaren door het verschil in het type prevalentie dat is gemeten. In de studie van Schellingerhout en Ramakers [28] heeft de gerapporteerde 12% betrekking op de prevalentie over ‘het afgelopen jaar’. Bij Vink en collega’s [111] gaat het daarentegen om een combinatie van de huidige prevalentie (‘nu’), en de prevalentie ‘ooit in het leven’. Wanneer we bij Schellingerhout en Ramakers kijken naar de levenslange prevalentie, dan is die met 24,7% goed vergelijkbaar.
Het verschil tussen de jaarprevalenties van Alink et al. [107] (3%) en die van Schellingerhout en Ramakers [28] (12%) wordt waarschijnlijk veroorzaakt door verschil in methodologie (informanten onderzoek respectievelijk zelfrapportage -bij alleen de groep adolescenten) en kan beschouwd worden als een ondergrens.
Prevalenties van vormen van kindermishandeling
- Verwaarlozing (emotioneel en fysiek) is met 60% van alle vormen van kindermishandeling de meest voorkomende vorm [107];[95].
- Ongeveer een derde van de mishandelde kinderen heeft te maken met meerdere vormen van kindermishandeling [28]; [107].
- Kindermishandeling komt twee keer vaker voor bij een relatiebreuk/gescheiden ouders dan bij niet-gescheiden ouders [36];[107];
- Bij bijna de helft van de mishandelde kinderen was daarnaast sprake van andere vormen van huiselijk geweld binnen het gezin. In ruim de helft van deze gevallen betrof het geweld tussen de ouders onderling (partnergeweld) [107].
- Bijna een derde van de leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs rapporteert nu of ooit getuige te zijn (geweest) van geweld tussen de ouders [10]; [111].
Seksueel misbruik
- naar schatting 7.800 jongens en 13.000 meisjes tussen de 12 en 16 jaar maken jaarlijks een ernstige vorm van fysiek, seksueel geweld mee [36].
- Daarnaast krijgt 29% van de meisjes en 9% van de jongens van 16 en 17 jaar te maken met online seksueel geweld. In driekwart van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer, en in de helft van die gevallen gaat het om een leeftijdgenoot.
- In 2021 registreerde de politie 3.332 meldingen van seksueel geweld tegen kinderen. Het merendeel van deze meldingen (63%) betrof jongeren tussen de 13 en 17 jaar. In 35% van de gevallen ging het om kinderen op de basisschoolleeftijd, en in 7% om kinderen tussen 0 tot en met 3 jaar oud.
- Uit onderzoek van De Graaf en collega’s [73] blijkt dat 22% van de meisjes en 5% van de jongens tussen de 13 en 25 jaar aangeeft ooit in hun leven seksueel geweld te hebben meegemaakt.
Voor toegebracht schedel-hersenletsel (TSHL; voorheen bekend als het Shaken Baby Syndroom) zijn geen exacte cijfers beschikbaar voor Nederland. Internationaal wordt de incidentie geschat op 36 per 100.000 kinderen jonger dan 6 maanden; 14,7 tot 36,1 per 100.000 bij kinderen jonger dan 12 maanden; en 12,4 tot 29,7 per 100.000 bij kinderen tot 2 jaar. TSHL komt met name voor bij kinderen jonger dan 2 jaar. De piekleeftijd ligt tussen de 3 en 6 maanden. Naar schatting belanden jaarlijks 80 kinderen op de eerste hulp met ernstig hersenletsel. Bij ongeveer 30 kinderen blijkt dit een direct gevolg te zijn van hard schudden [36]. Volgens het CBS overlijden er jaarlijks drie tot vier 0-jarigen in Nederland aan hersenletsel ten gevolge van ‘babymishandeling’. Zie ook JGZ-richtlijn Excessief huilen.
Schadelijke praktijken
- In Nederland wonen ruim 95.000 meisjes die afkomstig zijn uit landen waar Vrouwelijke Genitale Verminking een (cultureel) gebruik is; naar schatting is 43% van deze meisjes en vrouwen in het verleden besneden [36]. Zie JGZ Richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV)
- Eergerelateerd geweld: Jaarlijks registreert de politie tussen de 2.500 en 3.000 misdrijven waarbij familie-eer vermoedelijk een rol speelt. Vanwege de complexiteit worden gemiddeld 460 van deze zaken behandeld door het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld. Elk jaar eindigen 7 tot 17 van deze incidenten fataal, in de vorm van moord, doodslag of suïcide (Rijksoverheid, geraadpleegd 2024) [80].
1.1.6 Risico- en beschermende factoren
Kindermishandeling is doorgaans het gevolg van een opeenstapeling van – en interactie tussen verschillende risicofactoren bij en kenmerken van ouder(s), de omgeving en de jeugdige. Er is vrijwel nooit één oorzaak aan te wijzen.
Risicofactoren voor kindermishandeling
LET OP:
- Het verband tussen een specifieke risicofactor en kindermishandeling kan in een wetenschappelijk onderzoek zijn aangetoond, maar dat betekent niet dat het verband ook altijd optreedt in individuele gevallen. Er is een verhoogde kans (risico) maar dit hoeft niet daadwerkelijk te gebeuren in individuele situaties.
- Een signaal van kindermishandeling is een actueel teken of kenmerk bij de jeugdige of vanuit zijn omgeving dat er iets aan de hand is met de jeugdige of het gezin (zie module Signaleren). Een signaal van kindermishandeling is niet hetzelfde als een risicofactor. Risicofactoren kunnen wel een signaalfunctie voor kindermishandeling hebben.
Hieronder wordt in Figuur 1 een overzicht gegeven van risicofactoren voor fysieke kindermishandeling. Het gaat om correlatie coefficienten (r) tussen 0 en 1. De belangrijkste risicofactoren voor kindermishandeling hebben met de ouder(s) zelf te maken: opvoedstress, gebrek aan empathie, een laag zelfbeeld en een gebrekkige impulscontrole bij de ouder kunnen het risico op mishandeling verhogen. Maar ook eenzaamheid, algemene stress, depressie, angst, cognitieve beperkingen, de neiging om het gedrag van het kind negatief te interpreteren en een gebrek aan kennis over de kinderlijke ontwikkeling hangen gematigd samen met het voorkomen van kindermishandeling. Zie ook: factsheet KOPP/KVO (Trimbos.nl) en LVB.
Figuur 1. Risicofactoren voor fysieke kindermishandeling, gerangschikt naar de sterkte van de samenhang met mishandeling (r)
Risicofactoren voor verwaarlozing
In Figuur 2 wordt een overzicht gegeven van risicofactoren voor verwaarlozing, gebaseerd op de meta-analyse van Mulder en collega’s [46]. Ook voor verwaarlozing geldt dat de meeste risicofactoren met de ouder(s) te maken hebben, zoals een voorgeschiedenis van de ouder met antisociaal of crimineel gedrag, ongezond gedrag tijdens de zwangerschap zoals roken en psychische problemen bij de ouder. Kinderen die bij de geboorte een moeilijke start maken (in Figuur 2 ‘perinatale problemen’) hebben ook een verhoogd risico op verwaarlozing: het kan hier gaan om kinderen die te vroeg geboren worden of kinderen die excessief huilen (zie JGZ-richtlijn Excessief huilen). Zie ook: factsheet KOPP/KVO (Trimbos.nl) en LVB.
Figuur 2. Risicofactoren voor verwaarlozing, gerangschikt naar de sterkte van de samenhang met mishandeling (r).
Risicofactoren voor seksueel misbruik
In Figuur 3 wordt een overzicht gegeven van risicofactoren voor seksueel misbruik, gebaseerd op de meta-analyse van Assink en collega’s [104]. De sterkste effecten werden gevonden voor andere vormen van kindermishandeling in het gezin en het eerder meegemaakt hebben van seksueel misbruik. Daarnaast zijn een slechte ouder-kind relatie, ouders die in hun jeugd kindermishandeling hebben meegemaakt en wanneer de jeugdige een meisje is, risicofactoren voor seksueel misbruik.
Figuur 3. Risicofactoren voor seksueel misbruik, gerangschikt naar de sterkte van de samenhang met mishandeling (r).
Beschermende factoren voor kindermishandeling
De impact van risicofactoren is afhankelijk van de context en dient altijd te worden beoordeeld in samenhang met andere risicofactoren én beschermende factoren. Daarbij is het essentieel om te kijken naar hoe de ouder op een risicofactor reageert, en welk gedrag daarbij wordt vertoond.
Beschermende factoren kunnen een buffer vormen tegen de risico’s waaraan jeugdigen worden blootgesteld. Hoewel ze de mogelijke negatieve impact van risicofactoren kunnen beperken, bieden ze niet automatisch volledige compensatie. Factoren die de veiligheid bevorderen, kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen van kindermishandeling. Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar beschermende en veiligheidsbevorderende factoren voor kindermishandeling.
Younas en Gutman [2] hebben een systematisch literatuuroverzicht geschreven over beschermende factoren van kindermishandeling. In de primaire onderzoeken werd gekeken naar diverse aspecten van sociale steun, zoals de beschikbaarheid van hulp, counseling, emotionele en praktische steun, evenals kameraadschap. De resultaten lieten zien dat een sociaal netwerk en sociale steun de belangrijkste beschermende factoren tegen (de gevolgen van) kindermishandeling vormden. Alleen voor seksueel misbruik is het beschermende effect van sociale steun niet aangetoond. Dagelijkse betrokkenheid van een ouder bij de kinderen is een beschermende factor tegen verwaarlozing. Younas en Gutman [2] onderzochten dit specifiek voor vaders maar het is aannemelijk dat dit voor ouders in het algemeen geldt.
Een ‘Top tien‘ van beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen zijn door het NJi geformuleerd en kunnen factoren zijn die de ouder(s), de jeugdige of de omgeving betreffen:
- Sociale binding
- Kansen voor betrokkenheid
- Prosociale normen binnen gezin en omgeving
- Erkenning en waardering voor positief gedrag
- Steun van belangrijke volwassenen en voorzieningen in de omgeving
- Constructieve tijdsbesteding
- Competenties van de jeugdige
- Cognitieve vaardigheden van de jeugdige
- Schoolmotivatie van de jeugdige
- Positieve identiteit, eigenwaarde van de jeugdige
Risicogroepen (kind gerelateerde risicofactoren)
- Meisjes zijn vaker slachtoffer van kindermishandeling dan jongens [107].
- Vooral op het gebied van seksueel misbruik en emotionele mishandeling worden meisjes vaker getroffen dan jongens [10]; [28]; [107]; [111].
- Bij kinderen onder de 12 jaar is het slachtofferschap van seksueel misbruik ongeveer even vaak verdeeld tussen jongens en meisjes (Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen)..
- Kindermishandeling komt het meest voor bij kinderen tussen 0 en 3 jaar [107].
- Moeders zijn vaker pleger van kindermishandeling dan vaders (respectievelijk 86% en 62%). In sommige gevallen zijn beide ouders betrokken als pleger [95].
- Kindermishandeling komt vaker voor in gezinnen waarin sprake is van een laag opleidingsniveau van de ouders, werkloosheid, een niet-Nederlandse achtergrond, eenoudergezinnen, stiefgezinnen of grote gezinnen. Deze factoren hangen vermoedelijk samen met armoede [107].
- Kinderen die opgroeien in ongunstige omstandigheden, waar sprake is van meerdere risicofactoren, lopen een groter risico op mishandeling [107].
- Kindermishandeling komt twee keer zo vaak voor bij kinderen van gescheiden ouders of bij relatiebreuken dan bij kinderen van ouders die samen zijn [10];[111].
- Ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) lopen een verhoogd risico op het plegen van kinderverwaarlozing [46].
- Ook ouders met een psychiatrische aandoening en/of een verslaving hebben een verhoogd risico om hun kind te mishandelen [46];
- Er is geen eenduidig bewijs dat vroeggeboorte (prematuriteit) op zichzelf een risicofactor vormt voor kindermishandeling [46]; [21].
- Evenmin is er duidelijk bewijs dat kinderen met gedragsproblemen een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van mishandeling [46]; [21].
Comorbiditeit
Combinaties van verschillende vormen van kindermishandeling komen vaak voor. Ongeveer een derde van de mishandelde kinderen heeft te maken met meerdere vormen van kindermishandeling [28]; [107].
1.1.7 Gevolgen van kindermishandeling voor de jeugdige, ouder(s) en gezin
De gevolgen van kindermishandeling kunnen zowel op korte termijn – tijdens de jeugd- als op lange(re) termijn, soms pas na jaren, zichtbaar worden. Gevolgen die al in de jeugd merkbaar zijn, zijn dus tevens signalen van eerdere of actuele kindermishandeling. Het tijdig signaleren van (de gevolgen van) kindermishandeling is belangrijk om kindermishandeling te kunnen stoppen en de schade ervan te beperken (zie Module Signaleren).
Gevolgen kunnen direct gerelateerd zijn aan kindermishandeling of indirect via andere factoren ontstaan. Bijvoorbeeld: blauwe plekken zijn een direct gevolg van mishandeling; verminderde schoolprestaties kunnen door stress, verminderde concentratie en verzuim ontstaan. Hoe jonger de jeugdige is ten tijde van de mishandeling en hoe langer de mishandeling voortduurt, des te ernstiger de impact is op de ontwikkeling [85].
Fysieke gevolgen
De gevolgen van kindermishandeling kunnen (uiterlijk) zichtbaar zijn, zoals hieronder (niet uitputtend) is weergegeven. De gevolgen zijn aspecifiek en kunnen ook op andere (medische) aandoeningen wijzen (zie ook [36]).
- Lichamelijke mishandeling: (oude) verwondingen en littekens, (oude) breuken, blauwe plekken, (oude) bijtwonden, (oude) brandwonden, buiktrauma, letsel in hoofd-hals gebied, overlijden.
- Toegebracht Schedel-HersenLetsel (TSHL): ongeveer één op drie baby’s met TSHL overlijdt aan de gevolgen daarvan. Van de kinderen die overleven, heeft tot 80% blijvende schade. Het kan gaan om een verstandelijke beperking, ontwikkelingsachterstand, lichamelijke handicap, zoals verlamming of spasticiteit, ernstige motorische stoornis, gedragsproblemen, leerproblemen, blindheid en epileptische aanvallen [112].
- Lichamelijke verwaarlozing: ondervoeding, gebitsproblemen en cariës, obesitas, bevriezing, ‘failure to thrive’ en andere groei- en ontwikkelingsachterstanden. Studies laten zien dat de lichamelijke gevolgen van verwaarlozing net zo groot kunnen zijn als de gevolgen van mishandeling [76].
- Prenatale kindermishandeling: verhoogd risico op zwangerschapscomplicaties, prematuriteit en laag geboortegewicht.
- Foetaal Alcohol Syndroom (FAS): een hersenaandoening die ontstaat door blootstelling van de foetus aan alcohol tijdens de zwangerschap. Kinderen met FAS kunnen problemen ondervinden met hun groei en motoriek, met leren, concentratie en geheugen, met sociale contacten en emoties, planning, en prikkelverwerking [60];[16].
- Seksueel misbruik: zwangerschap, seksueel overdraagbare aandoeningen en infecties in genitaal gebied, scheurtjes in de anus, buikpijn en misselijkheid.
- (Vrouwelijke) genitale verminking (zie Richtlijn VGV): urinewegklachten, overmatig bloedverlies en menstruatieklachten, (chronische) vaginale of urineweg infecties, fracturen aan sleutelbeen, arm- of bovenbeen (in verband met fixatie bij de uitvoering), chronische onderbuik pijn.
- Eergerelateerd geweld: (dreigen met) verminking of verwonding, (zelf)moord, (gedwongen) abortus, vrouwelijke genitale verminking (VGV).
- Kindermishandeling door falsificatie: (ernstige) lichamelijke klachten, onnodige operaties of behandelingen, bijwerkingen en complicaties (o.a. verminking of overlijden).
Psychische en sociaal-emotionele gevolgen
Deze gevolgen kunnen zich uiten in afwijkend gedrag of een verstoorde ontwikkeling van een kind. Er is toenemend bewijs dat psychische vormen van en de psychische aspecten aan kindermishandeling, meer en langduriger impact hebben dan lichamelijke vormen en aspecten van kindermishandeling. Bij slachtoffers van lichamelijke kindermishandeling is significant vaker sprake van externaliserende problematiek (o.a. agressiviteit) dan bij slachtoffers van emotionele kindermishandeling [98];[112]. Slachtoffers zeggen terugkijkend vaak dat zij ‘de klappen kunnen vergeten, maar dat de vernedering, schaamte en angst hen bijblijft’. Daarnaast spelen dreiging en onvoorspelbaarheid meestal een rol bij actieve vormen van kindermishandeling: de dreiging dat het weer kan gebeuren en/of concrete dreigementen die geuit worden door de pleger(s).
Tussen slachtoffers van (fysieke of emotionele) mishandeling en slachtoffers van (fysieke of emotionele) verwaarlozing is geen significant verschil in ontwikkelingsproblematiek (externaliserend gedrag of internaliserende problematiek). Verder wordt er meer gedragsproblematiek (o.a. sociale problemen, aandachtsproblemen en traumasymptomen) gezien bij slachtoffers van meerdere vormen van kindermishandeling vergeleken met slachtoffers van één type kindermishandeling.
Het getuige zijn van partnergeweld heeft grote impact: de gevolgen van directe of indirecte blootstelling aan partnergeweld tussen ouders, zijn vergelijkbaar met de gevolgen die jeugdigen ondervinden wanneer zij zelf mishandeld worden [57].
Bij de psychische en sociaal-emotionele gevolgen van kindermishandeling spelen stress en stress-gerelateerde reactiemechanismen (‘vluchten’, ‘vechten’ of ‘bevriezen’) een belangrijke rol. Kindermishandeling geeft zogenaamde toxische of ongezonde en chronische stress. Een permanente staat van waakzaamheid kan leiden tot verstoringen in de hersenontwikkeling, zoals:
- verhoogde amygdala activiteit,
- vermindering grijze stof in de prefrontale cortex,
- afwijkende witte stof,
- verstoorde ontwikkeling hypocampus,
- kleiner corpus callosum,
- gevoelige HPA-as,
- disbalans in het niveau van het hormoon cortisol.
Deze neurobiologische ontwikkelingsverstoringen beïnvloeden op hun beurt de concentratie, het geheugen, planning, emotieregulatie en de gevoeligheid voor psychiatrische aandoeningen [112]. Hoewel het meemaken van kindermishandeling het DNA/de genen van jeugdigen op zichzelf niet beïnvloedt, kan het wel van invloed zijn op de manier waarop genen tot expressie komen in de loop van de ontwikkeling. Aangetoond is dat omgevingsfactoren, zoals het meemaken van kindermishandeling, een aantal genen ‘aan’ of ‘uit’ kan zetten [112]. Psychische en sociaal-emotionele gevolgen van kindermishandeling zijn aspecifiek en kunnen vele zijn, vaak in combinatie (comorbiditeit). Het onderstaande overzicht is dan ook niet uitputtend. Zie JGZ-richtlijn Psychosociale problemen
Jeugdigen die kindermishandeling meemaken of hebben meegemaakt, lopen verhoogde risico’s op diverse terreinen van hun ontwikkeling en welzijn:
- Ze hebben twee tot drie keer zo vaak een onveilige gehechtheidsrelatie [101].
- Ze ontwikkelen vaker een negatief zelfbeeld en voelen zich niet gehoord of erkend. Vooral jonge kinderen geven zichzelf vaak de schuld van de mishandeling [45].
- Ze ervaren vaker negatieve emoties, vertonen vaker negatief gedrag en hebben vaker moeite met het reguleren van hun emoties [55].
- Er is een verhoogde kans op externaliserende gedragsproblemen, zoals agressie en antisociaal gedrag. Dit kan voortkomen uit een gebrek aan grenzen door ouders of doordat het kind gedrag van mishandelende ouders herhaalt [1].
- Ze kampen vaker met internaliserende psychische problemen, zoals depressie, angststoornissen en (chronische) posttraumatische stressstoornis ((C)PTSS) [76].
- Ze hebben een groter risico op spijbelen en voortijdige schooluitval [77].
- Ze volgen vaker lager onderwijsniveau en zitten vaker in het speciaal (basis)onderwijs [61].
- De kans op armoede op volwassen leeftijd is verhoogd [91].
- Ze hebben vaker slaapproblemen [26].
- De kans op suïcidale gedachten, plannen of pogingen is tweemaal zo groot [106].
- Ze hebben vaker eetstoornissen, vooral boulimia en ‘binge eating’, die zich vaak al in de jeugd ontwikkelen [91]. Deze komen vaker voor bij meisjes dan bij jongens [25].
- Op volwassen leeftijd is er tot 50% meer kans om opnieuw betrokken te raken bij mishandeling, als slachtoffer of pleger [33];[81];[88]. Dit wordt ‘intergenerationele overdracht van geweld’ genoemd.
Gevolgen seksueel misbruik
De korte-termijn gevolgen van seksueel misbruik verschillen per leeftijdscategorie [36]. Peuters en kleuters kunnen heel prikkelbaar worden, wat zich kan uiten in onverwachte woede-uitbarstingen. Daarbij zijn ze vaak angstig, hebben ze een terugval in kinderlijke gedrag (gaan bijvoorbeeld weer duimen) en ontwikkelen ze verlatingsangst. Dit kan zelfs zo ver gaan dat de jeugdige extreem bang of verdrietig is als de ouder even kort de kamer verlaat. Kinderen in de basisschoolleeftijd en tieners sluiten zich daarentegen vaak helemaal af van de buitenwereld. Dit kan zich uiten in opstandig gedrag en leidt niet zelden tot conflicten met ouders en problemen op school. Andere psychische gevolgen waarmee seksueel misbruikte kinderen te maken kunnen krijgen, zijn:
- Onzekerheid over zichzelf, het uiterlijk, de eigen gezondheid.
- Schuldgevoel over wat gebeurd is.
- Slaapproblemen, zoals inslaapproblemen of nachtmerries.
- Geseksualiseerd gedrag, zoals overmatige belangstelling voor seksualiteit of seksueel getinte spelletjes.
De lange-termijn gevolgen van seksueel misbruik in de jeugd zijn ernstig: misbruikslachtoffers kunnen last houden van slaapproblemen, schuldgevoelens en een negatief zelfbeeld. Vaak vinden slachtoffers het lastig om hun eigen koers te varen. Ze laten zich eerder leiden door wat de buitenwereld wil, dan door wat zij zelf willen. Grenzen stellen is daardoor ook moeilijk, waardoor opnieuw dingen (op het werk of in een relatie) tegen de wil of zin in gebeuren. Verder kunnen de volgende problemen zich op latere leeftijd voordoen:
- Posttraumatische stressstoornis.
- Angststoornis met angstaanvallen.
- Stemmingsstoornis.
- Zelfmoordneigingen.
- Zelfverwonding.
- Agressiviteit.
- Overmatig alcohol- en drugsgebruik.
- Depressiviteit, gevoelens van wanhoop en hopeloosheid.
- (Borderline)persoonlijkheidsstoornis. Dit komt doordat kinderen zich tijdens het misbruik vaak verplaatsen in een subpersoonlijkheid om zo de gevoelens en pijn de baas te blijven.
- Psychosen.
- Emotionele labiliteit.
- Eenzaamheid.
- Moeite met het aangaan van (seksuele) relaties.
- Seksuele problemen.
- Crimineel gedrag.
- Woede-uitbarsting onder andere door projecties. Door bepaalde mensen – voornamelijk met autoriteit – kunnen oude ervaringen worden opgeroepen.
Adverse Childhood Experiences (ACE’s)
De gevolgen van kindermishandeling reiken verder dan de jeugd. De zogenaamde ACE-studie [78] heeft het verband aangetoond tussen ingrijpende jeugdervaringen en ongunstige opgroei-omstandigheden (waaronder kindermishandeling, scheiding, verslaving of psychiatrische problematiek in het gezin) en latere problemen zoals diabetes en hart- en vaatziekten, ernstig overgewicht, lichamelijke inactiviteit, riskant seksueel en ander gedrag zoals roken en verslaving, een lager inkomen, depressieve stemmingen, laag zelfbeeld en poging tot suïcide. Hoe meer ACE’s men heeft meegemaakt, hoe hoger het risico [65]. Hoe meer ACE’s, hoe lager het welbevinden. Leerlingen in groep 8 van het regulier basisonderwijs, blijken minder kwaliteit van leven te ervaren naarmate zij meer ACEs hebben; deze associatie werd vooral beïnvloed door kindermishandeling als ACE [10]; [111]. Hetzelfde geldt ten aanzien van het welbevinden van adolescenten [3].
1.2 Samenvatting en conclusies wetenschappelijk bewijs
In deze paragraaf worden eerst de uitkomsten van verschillende meta-analyses naar risicofactoren beschreven (gerangschikt naar ‘type’ kindermishandeling). Vervolgens komen enkele systematische reviews naar risicofactoren aan bod. Tenslotte staan meta-analyses naar de gevolgen van kindermishandeling centraal. Dit hoofdstuk sluit af met drie evidentietabellen waarin de beschreven studies overzichtelijk weergegeven worden.
1.2.1 Meta-analyses naar risicofactoren van mishandeling
Meta-analyses naar risicofactoren fysieke kindermishandeling
De meest recente meta-analyse is van Milner en collega’s [48] en is bedoeld als een actualisatie van de meta-analyse van Stith et al. [21]. De auteurs zijn daarbij uitgegaan van conceptuele verklaringsmodellen voor fysieke kindermishandeling. De literatuur review leverde meer dan 70 verklarende modellen van fysieke kindermishandeling op, waaruit 140 mogelijke risicofactoren voor kindermishandeling werden geëxtraheerd op drie niveaus: ouderniveau, gezins- of relatieniveau en het ecologische niveau. 58 primaire studies voldeden aan de inclusiecriteria, waaruit 300 effectgrootteschattingen (ES) werden geïdentificeerd. In de meta-analyse werden 292 ES’s geplaatst in 38 verschillende risicofactordomeinen. Twintig risicofactoren op ouderniveau bleken significant samen te hangen met kindermishandeling en er werden vijf significante risicofactoren op gezinsniveau gevonden.
Opvoedstress, gebrek aan empathie, een laag zelfbeeld en een gebrekkige impulscontrole bij de ouder bleken belangrijke risicofactoren voor mishandeling in deze meta-analyse. Maar ook eenzaamheid, algemene stress, depressie, angst, cognitieve beperkingen, de neiging om het gedrag van het kind negatief te interpreteren en gebrek aan kennis over de kinderlijke ontwikkeling hangen gematigd samen met het voorkomen van mishandeling door ouders.
Risicofactoren die weliswaar relevant zijn, maar een klein effect hebben op de prevalentie van fysieke kindermishandeling door de ouderfiguur zijn psychopathologie bij de ouder; wanneer de ouder zelf slachtoffer is geweest van mishandeling in de jeugd; gebrekkige vaardigheid om problemen op te lossen; en gebrek aan steun bij de opvoeding. Belangrijke risicofactoren op gezinsniveau bleken een negatieve ouder-kind interactie en een gebrek aan samenhang in het gezin.
De meta-analyse van Assink en collega’s [103] naar intergenerationele overdracht van (alle vormen van) kindermishandeling is ouder dan de meta-analyse van Milner et al. [48] en bevat deels dezelfde studies. Deze meta-analyse heeft 84 primaire studies naar risicofactoren van kindermishandeling geïncludeerd, die rapporteerden over 285 effectgroottes. Anders dan alle uitkomsten per studie te middelen, werd in deze meta een drie-level methode toegepast om de oorspronkelijke variatie in de studie-uitkomsten zoveel mogelijk te handhaven.
Er werd een gemiddelde effectgrootte gevonden van r = 0,289; 95% CI [0,257, 0,337]. Geconcludeerd werd dat een voorgeschiedenis van kindermishandeling bij de ouder(s) de belangrijke risicofactor is voor mishandeling. In gezinnen van ouders die in hun eigen jeugd mishandeling hebben meegemaakt, is de kans op kindermishandeling bijna drie keer zo groot is als de kans op kindermishandeling in gezinnen van ouders zonder een geschiedenis van kindermishandeling (OR = 2,990). Omdat er echter aanwijzingen voor vertekening werden gevonden, is voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van dit effect.
Meta-analyses naar risicofactoren voor verwaarlozing
De meta-analyse van Mulder en collega’s [46] richt zich op risicofactoren voor kinderverwaarlozing en biedt een geactualiseerd overzicht van eerder onderzoek op dit gebied. In totaal werden 315 effectgroottes geëxtraheerd uit 36 primaire studies. Deze studie-uitkomsten werden geclassificeerd in 24 risicodomeinen. Voor 15 van de 24 risicodomeinen werden significante effecten gevonden die varieerden van klein (r = .110) tot groot (r = .372) in omvang. De meeste risico’s werden gevonden op het niveau van de ouders, zoals het hebben van een geschiedenis van antisociaal gedrag/criminele overtredingen (r = .372); het hebben van een geschiedenis van geestelijke/psychiatrische problemen (r = . 259); het hebben van mentale of lichamelijke problemen (r = .207); en ervaring en met misbruik in de eigen jeugd (r = .182).
Het effect van moeder-gerelateerde risicofactoren was niet significant verschillend van het effect van vader-gerelateerde risicofactoren. Geconcludeerd werd dat verwaarlozing wordt bepaald door meerdere risicodomeinen en dat vooral ouder-gerelateerde risicofactoren factoren belangrijk zijn bij het voorkomen en verminderen van verwaarlozing.
Meta-analyses naar risicofactoren van seksueel misbruik
De meta-analyse Assink en collega’s [104] tenslotte focust op risicofactoren voor seksueel misbruik door de ouderfiguur. In totaal werden 765 risicofactoren geëxtraheerd uit 72 studies, die werden ingedeeld in 35 risicodomeinen, op drie niveaus: ouder- , kind- en gezinsniveau. Een reeks meta-analyses leverde een significant gemiddeld effect op voor 23 van de 35 risicodomeinen, variërend van r =.101 tot r =.36. De sterkste effecten werden gevonden voor eerder slachtofferschap van het kind en/of gezinsleden (r= .360), of gelijktijdige vormen van kindermishandeling in de thuissituatie van het kind (r = .267), en een voorgeschiedenis van kindermishandeling bij de ouders (r = .265). Andere geïdentificeerde risico’s waren gerelateerd aan ouderlijke problemen (bijv. partnergeweld, r = .188), opvoedingsproblemen (bijv. lage kwaliteit ouder-kind relatie, r = .292), een losse gezinsstructuur (bijv. het hebben van een stiefvader, r = .118), gezinsproblemen (bijv. sociaal isolement, r = .191), problemen bij het kind (bijv. het hebben van een mentale/fysieke, chronische aandoening, r = .193) en andere kindkenmerken (bijv. vrouwelijk geslacht, r =.29).
1.2.2 Systematische reviews naar risicofactoren van mishandeling
Younas en Gutman [2] hebben een systematisch literatuuroverzicht geschreven van 68 kwantitatieve, gepubliceerde, empirische studies naar ouderlijke risico- en beschermende factoren van mishandeling. De resultaten werden narratief samengevat met behulp van het ‘Risk and Resilience Ecological Framework’. De uitkomsten werden geordend naar risicofactoren op microniveau (individueel en gezinsniveau), meso- en macroniveau. Op microniveau werden factoren gevonden zoals middelenmisbruik door de ouders, wanneer de ouder zelf mishandeling heeft meegemaakt in de kindertijd en partnergeweld. Op mesoniveau bleken een laag inkomen en sociaal isolement relevante risicofactoren. Sociale steun bleek de meest significante beschermende factor op alle niveaus en voor alle mishandelingstypes behalve seksueel misbruik van kinderen, maar de definitie verschilde sterk tussen de studies. Fysieke mishandeling had de meeste risicofactoren die uniek waren voor dit type, gevolgd door verwaarlozing, en partnergeweld was een gemeenschappelijke risicofactor voor alle typen mishandeling. Er werden minder studies naar emotionele mishandeling, seksueel misbruik en beschermende factoren gevonden.
Hunter en Flores [64] hebben een systematische review uitgevoerd van 33 studies naar sociale determinanten van mishandeling. Het grootste aantal studies leverde bewijs voor de samenhang tussen armoede en mishandeling (29 studies), gevolgd door gebrek aan stabiele huisvesting (13 studies) en een laag opleidingsniveau van de ouders (8 studies). De auteurs concluderen dat armoede, opleidingsniveau van de ouders, en huisvestingsproblematiek geassocieerd zijn met mishandeling.
Conrad-Hiebner en Byram [86] focussen in hun systematische literatuur review op de invloed van economische onzekerheid op het voorkomen van mishandeling. In de review werden de bevindingen van 26 longitudinale studies over de relatie tussen economische onzekerheid en mishandeling samengevoegd op narratieve wijze. Kinderen die opgroeien met economisch onzekerheid (laag inkomen, armoede) ervaren 3-9 keer vaker mishandeling dan kinderen in economisch zekere omstandigheden. De resultaten laten zien dat inkomensverlies, materiële ontberingen en huisvestingsproblemen de meest betrouwbare voorspellers zijn van kindermishandeling. De conclusie luidt dat economische onzekerheid een risicofactor is voor kindermishandeling, maar er is weinig bekend over de causale aard van deze relatie.
1.2.3 Meta-analyses naar de gevolgen van kindermishandeling
In totaal werden twaalf meta-analyses gevonden waarin primaire studies naar de gevolgen van mishandeling en verwaarlozing in de jeugd gekoppeld werd aan psychosociale of cognitieve uitkomsten bij de jongeren en jongvolwassenen op latere leeftijd.
In twee meta-analyses [16]; [60] werden de uitkomsten van 62 studies samengevoegd naar de samenhang tussen prenataal alcoholgebruik door de moeder en probleemgedrag bij het kind in de leeftijd van 4 -18 jaar. Er werd een middelgroot effect gevonden van overmatig alcoholgebruik voor de geboorte en internaliserend en externaliserend probleemgedrag bij het kind.
Er zijn twee grote meta-analyses [89]; [106] uitgevoerd om de samenhang tussen het meemaken van mishandeling in de jeugd en het ondernemen van – of denken aan een zelfmoordpoging in de adolescentie onderzocht werd. De uitkomsten van 108 primaire studies werden samengevoegd. Kinderen en jongvolwassenen die ooit blootgesteld zijn aan welke vorm van mishandeling en verwaarlozing dan ook, bleken een meer dan drievoudig verhoogde kans te hebben op zelfmoordpogingen.
In de meta-analyse van Fry en collega’s [77] werd onderzocht in hoeverre verschillende vormen van fysieke mishandeling en geweld in de kindertijd samenhangen met de schoolprestaties van de jeugdige. Jongens die gepest worden, hebben bijna drie keer zoveel kans om te verzuimen op school, vergeleken met jongens die niet gepest worden. Na pesten hebben fysiek geweld en seksueel geweld in de kindertijd de sterkste associaties met ziekteverzuim onder jongens. Voor meisjes heeft seksueel geweld tijdens de kindertijd veel impact op schoolverzuim. Meisjes die seksueel geweld ervaren, hebben drie keer meer kans om afwezig te zijn op school dan meisjes die geen seksueel geweld ervaren. De conclusie in deze meta-analyse luidt dat alle vormen van mishandeling in de kindertijd samengaan met schoolverzuim en een achteruitgang van de schoolprestaties.
Vijf verschillende meta-analyses laten zien dat het meemaken van mishandeling gevolgen heeft voor het mentale welzijn van de jeugdige. Kinderen en jongeren die mishandeld zijn, ervaren meer negatieve emoties, kunnen hun emoties minder goed reguleren [55]; [69] kunnen minder goed mentaliseren [4]; hebben meer last van sociale angst [54] en van slaapproblemen [26].
In de meta-analyse van Goncy et al.[74] werd onderzocht of het meemaken van agressie tussen ouders onderling samenhangt met het voorkomen van misbruik tijdens het daten (dwz. de jeugdige is zowel slachtoffer als dader van geweld/agressie misbruik tijdens het daten). Die samenhang blijkt er te zijn.
In de meta-analyse van Yeo et al.[3] werden de gevolgen van ACE’s onderzocht. ACE’s bleken sterk gerelateerd aan een lager emotioneel welzijn van de jeugdige en aan lagere onderwijsprestaties.
1.3 Evidentietabellen
Hieronder worden drie evidentietabellen weergegeven waarin de uitkomsten van de diverse meta-analyses en systematische reviews beknopt weer gegeven worden.
- Evidentietabel 1. Risicofactoren van mishandeling (7 meta-analyses of systematische reviews)
- Evidentietabel 2. Beschermende factoren van mishandeling (4 meta-analyses of systematische reviews)
- Evidentietabel 3. Gevolgen van mishandeling (12 meta-analyses of systematische reviews).
1.3.1 Tabel 1 Risicofactoren voor mishandeling
Evidentietabel 1. Riscofactoren voor kindermishandeling (7 meta-analyses of systematische reviews)
|
Study reference |
Title |
Population and setting |
Results |
#1. Child Neglect |
Mulder et al. (2018) |
Risk factors for child neglect: A meta-analytic review |
36 primary studies (729,840 children, of which n = 19,851 were victims of neglect, and n = 706,936 were not a victim of neglect) |
Verwaarlozing hangt sterk samen met ouderlijke kenmerken zoals een crimineel verleden, psychische problemen en een laag opleidingsniveau. Dit sluit aan bij ecologische modellen die stellen dat directe omgevingsfactoren de grootste invloed hebben op een kind. Daarnaast blijkt dat verwaarlozing van generatie op generatie kan worden doorgegeven, hoewel dit effect statistisch klein is.
|
#2 Child Physical Abuse |
Milner et al. (2022) |
Child physical abuse risk factors: A systematic review and a meta-analysis |
58 articles (total sample size of 3576 participants) |
Van de 25 significante risicofactoren voor kindermishandeling (CPA) bevonden 20 zich op individueel niveau (verzorger) en vijf op relationeel niveau (interpersoonlijk). Individueel ouderniveau: Eenzaamheid, psychische problemen (zoals depressie, angst en psychopathologie) en negatieve denkpatronen. Beperkte kennis over kindontwikkeling, vijandigheid, sociale isolatie en een geschiedenis van mishandeling in de eigen jeugd. Relationeel niveau (interpersoonlijk): Negatieve ouder-kind interactie en gebrek aan familiecohesie verhogen het risico. Positief opvoedgedrag vermindert het risico. Familieconflicten en een sterke behoefte aan controle zijn ook risicofactoren. Deze bevindingen benadrukken de rol van zowel persoonlijke kenmerken van de verzorger als de bredere gezinsdynamiek in het risico op kindermishandeling. |
#3 Child Sexual Abuse. |
Assink et al. (2019) |
Risk factors for child sexual abuse victimization: A meta-analytic review. |
72 studies |
Onze resultaten tonen aan dat 25 van de 35 onderzochte risicodomeinen verband houden met slachtofferschap van seksueel misbruik bij kinderen. Dit suggereert dat een groot aantal factoren bijdraagt aan het risico op seksueel misbruik. Belangrijkste risicofactoren: Kindgerelateerde factoren: Slachtofferschap van andere vormen van geweld, slechte ouder-kindrelatie, vrouwelijk geslacht, verlegenheid, chronische aandoeningen, internetgebruik en risicogedrag (zoals drugsgebruik). Oudergerelateerde factoren: Geschiedenis van misbruik, overbescherming, huiselijk geweld, relatieproblemen, middelengebruik, mentale en fysieke gezondheidsproblemen, lage opleiding en beperkte ouderlijke zorg. Gezinsgerelateerde factoren: Eerder seksueel misbruik binnen het gezin, frequente verhuizingen, slachtofferschap van familieleden, andere vormen van kindermishandeling, disfunctionele familieverhoudingen, sociale isolatie en bepaalde gezinsstructuren (zoals een stiefvader). |
#4 Child Maltreatment |
Hunter and |
Social determinants of health and child maltreatment: |
33 studies (5 chart reviews, 7 cohort study designs, 7 cross-sectional designs, and 14 ecological analyses) |
Armoede bleek consequent en sterk samen te hangen met kindermishandeling. Op drie studies na vonden alle onderzoeken een significante relatie tussen armoede op gezins- of gemeenschapsniveau en kindermishandeling. Woononzekerheid: De meeste (van 13) studies bevestigden dat instabiele huisvesting het risico op kindermishandeling vergroot. Voedselonzekerheid: Slechts één studie onderzocht de relatie tussen voedselonzekerheid en kindermishandeling. Gezinnen met voedseltekorten vertoonden een hoger percentage ouderlijke agressie (7% versus 20%). Opleidingsniveau van ouders: Acht studies bekeken de invloed van het opleidingsniveau van ouders op kindermishandeling. De meeste resultaten wijzen erop dat een laag opleidingsniveau geassocieerd is met een verhoogd risico op kindermishandeling. Gebrek aan zorgverzekering: Eén studie onderzocht het verband tussen een kind zonder zorgverzekering en kindermishandeling. |
#5 Child Maltreatment |
Conrad-Hiebner and Byram (2018) |
The Temporal Impact of Economic Insecurity on Child Maltreatment: A Systematic Review |
26 articles |
Er is een duidelijke relatie tussen economische onzekerheid en toekomstig kindermisbruik, hoewel er verschillen bestaan tussen de onderzochte studies. Inkomensverlies Acht studies toonden aan dat inkomensverlies samenhangt met een verhoogd risico op kindermisbruik. Dit betrof niet alleen verminderde uitkeringen, maar ook minder alimentatie en instabiele inkomsten. Zo werd inkomensverlies in verband gebracht met meer meldingen van kindermisbruik en een toename van fysieke strafmaatregelen. Materiële tekorten Hoe meer tekorten een gezin ervaart, hoe groter het risico op kindermisbruik. Eén studie wees uit dat één vorm van materiële ontbering het risico op bevestigde mishandeling met een factor 9,58 verhoogde, terwijl vier vormen van ontbering dit risico met een factor 111,36 verhoogden. Specifieke tekorten De resultaten waren tegenstrijdig: Over het algemeen bevestigen de studies dat financiële problemen en materiële tekorten het risico op kindermisbruik verhogen, al zijn er nuances en tegenstrijdige bevindingen tussen de verschillende onderzoeken. |
#6 Child Maltreatment |
Assink et al. (2018) |
The intergenerational transmission of child maltreatment: A three level meta-analysis |
84 primary studies |
Deze meta-analyse toont een significante samenhang tussen ouderlijke kindermishandeling en mishandeling van hun eigen kinderen (r = 0.289, p < .001). Dit effect is middelgroot volgens de criteria van Rice & Harris (2005). Kinderen van ouders met een verleden van mishandeling lopen bijna drie keer zoveel risico om zelf mishandeld te worden vergeleken met kinderen van ouders zonder deze geschiedenis |
#7 Child Maltreatment |
Younas and Gutman (2022) |
Parental Risk and Protective Factors in Child maltreatment: A Systematic Review of the Evidence |
68 studies |
Macro-niveau: Individuele risicofactoren 1. Ouderlijk mentaal welzijn: 21 van de 34 studies vonden een significante relatie tussen ouderlijke psychische problemen en kindermishandeling. 2. Geschiedenis van mishandeling bij ouders: 21 van de 25 studies toonden aan dat ouders met een verleden van mishandeling een verhoogd risico hadden om hun eigen kinderen te verwaarlozen. Moeders met een dergelijke achtergrond waren 2,5 keer vaker geneigd tot verwaarlozing. 3. Middelenmisbruik bij ouders: 18 van de 28 studies lieten een verband zien tussen middelenmisbruik en kindermishandeling. Alcoholmisbruik verhoogde de kans op herhaaldelijke mishandeling. Micro-niveau: Gezinsrisicofactoren 1. Alleenstaand ouderschap: 9 van de 21 studies vonden een verband tussen alleenstaand ouderschap en kindermishandeling. 2. Huwelijksproblemen: 5 van de 6 studies toonden aan dat conflicten tussen ouders het risico op mishandeling vergrootten. Daarnaast rapporteerden fysiek gewelddadige moeders significant meer huwelijksproblemen en minder tevredenheid in hun relatie. Meso-niveau: Sociale risicofactoren 1. Economische achterstand: 5 studies vonden een verband tussen armoede en kindermishandeling. 2. Sociale isolatie: 2 studies toonden een sterk verband aan. Mishandelende moeders waren minder tevreden met hun sociale steun (p < .01) en hadden minder hulp bij de opvoeding (p < .05). Ouders die de cyclus van kindermishandeling doorbraken, ervoeren minder eenzaamheid dan ouders die de cyclus voortzetten (p < .008). Macro-niveau: Structurele risicofactoren Slechts één studie onderzocht een macro-niveau risicofactor: het gebruik van geestelijke gezondheidszorg tijdens de zwangerschap. Dit onderzoek (Bartlett et al., 2014) wees uit dat tienermoeders die eerder partnergeweld hadden meegemaakt en psychische zorg ontvingen tijdens de zwangerschap een verhoogd risico hadden op het verwaarlozen van hun baby (p < .001). |
1.3.2 Tabel 2. Beschermende factoren
Evidentietabel 2. Beschermende factoren mishandeling (4 meta-analyses en/of systematische reviews).
Nr |
Study reference |
Title |
Population and setting |
Results |
#1 Child Maltreatment |
Conrad-Hiebner and Byram (2018) |
The Temporal Impact of Economic Insecurity on Child Maltreatment: A Systematic Review |
26 articles |
Betaald werk is een beschermende factor tegen kindermishandeling. Van de 10 studies die ‘werk’ als variabele hadden meegenomen, gaven zeven onderzoeksteams aan dat werk samengaat met minder meldingen van mishandeling. |
#2 Maltreated children |
Jean-Thorn et |
A Systematic Review of Community-Level |
44 studies |
Schoolorganisatie en -klimaat: Een ondersteunende schoolomgeving leidt tot minder gedragsproblemen, betere schoolprestaties en een lager risico op suïcidale gedachten bij mishandelde jongeren. Schoolverbondenheid: vermindert psychische stress en gedragsproblemen bij mishandelde jongeren en heeft meer invloed op depressieve gevoelens dan ouderlijke steun. Sociale ondersteuning via school vermindert gedragsproblemen en vergroot de kans op het behalen van een diploma. Informele steun van volwassenen buiten het gezin kan positieve effecten hebben op veerkracht,. Buitenschoolse activiteiten leiden tot betere schoolprestaties en welzijn. Buurtklimaat: bevordert positieve ontwikkeling, maar de impact van buurtveiligheid op gedragsproblemen is niet eenduidig. Sociale samenhang en gedeelde verantwoordelijkheid in een buurt verminderen gedragsproblemen bij mishandelde kinderen en verhogen hun veerkracht. Stabiele pleegzorg: verbetert het welzijn van mishandelde kinderen, hoewel het type opvang geen significante invloed heeft op positieve aanpassing. |
#3 Child Maltreatment |
Abdullah et |
Neighbourhood collective efficacy and protective effects on child maltreatment: A systematic literature review |
21 articles |
Sociale cohesie kan een beschermend effect hebben tegen kindermishandeling, vooral door collectieve opvoeding en buurtbetrokkenheid. Informele sociale controle door buren kan kindermishandeling en verwaarlozing verminderen, maar niet alle studies bevestigen dit. Straffende maatregelen tegen ouders voorspelden geen afname van kindermishandeling. |
#4 Child maltreatment |
Younas and Gutman (2022) |
Parental Risk and Protective Factors in Child Maltreatment: A Systematic Review of the Evidence |
68 studies |
Sociale steun is een belangrijke beschermende factor tegen kindermishandeling in 10 van de 14 studies. Dagelijkse betrokkenheid van vaders bij hun kinderen had in twee studies een beschermend effect tegen verwaarlozing. Tot slot werd samenwonen of ‘getrouwd zijn’ geassocieerd met een lagere kans op fysieke kindermishandeling. |
1.3.3 Tabel 3. Gevolgen van mishandeling
Evidentietabel 3: Gevolgen van mishandeling (12 meta-analyses en/of systematische reviews).
Study |
Title |
Cause |
Outcome |
Population |
Results |
1. Tsang et |
Prenatal Alcohol Exposure, FASD, and Child |
Fetal alcohol |
Child behavioral |
16 articles (participants |
Kinderen met FASD hebben grotere kans op probleemgedrag gemeten met de CBCL (OR 34,0, 95% BI 2,6–450,8]), internaliserende (OR 10,0, 95% BI 1,3–77,6) en externaliserende problemen (OR 18,2, 1,8). –186,6). Ook kwalitatieve beoordelingen door ouders, leerkrachten en zelfrapportages laten slechtere gedragsbeoordelingen zien bij kinderen met FASD. |
2. Khoury et al.(2015) |
Executive Functioning in Children and Adolescents |
Fetal alcohol |
Executive |
46 studies, 3735
|
de FASD-groep laat significant lagere prestaties zien op executief functioneren (werkgeheugen en emotie-regulatie) vergeleken met kinderen die geen FASD hebben. |
3.Castellví et al.(2016) |
Exposure to violence, a risk for suicide in youths |
Child abuse |
Suicide risk |
29 articles |
Lichamelijke mishandeling verhoogt het risico op zelfmoord aanzienlijk: OR = 2,53, 95% BI: 1,66–3,87). Seksueel misbruik bij kinderen heeft het grootste effect op het risico voor zelfmoord (OR = 3,87, 95% BI: 2,31–6,49); Verwaarlozing hangt niet samen met een verhoogd risico op zelfmoord (OR = 1,76,95% BI 0,71–4,36). De gepoolde OR van zelfmoordpogingen onder mishandelde kinderen (van 32 steekproeven) was 2,25 (95% BI: 1,85-2,73). De set van studies was zeer heterogeen. Conclusie: Vroegtijdige blootstelling aan geweld gaat samen met een verhoogd risico op zelfmoordpogingen bij jongeren en jongvolwassenen. |
4. Angelakis et al. (2020) |
Association of Childhood Maltreatment With Suicide Behaviors Among Young People |
Child abuse |
Suicide risk |
79 studies |
Kinderen en jongvolwassenen die slachtoffer zijn van mishandeling hebben meer dan drie keer zo veel kans om een zelfmoordpoging te doen.(OR, 3,38; 95% BI, 2,09-5,47; I2 = 92,6%). |
5. Fry et al. (2018) |
The relationships between violence in childhood |
Child abuse |
Educational |
43 studies, abuse |
Alle verschillende vormen van geweld in de kindertijd verhogen de kans op schooluitval (OR 2,277, 95% BI (1,644–2,91). Emotioneel geweld verhoogt ook het risico op schoolverlating. Jongens die gepest worden, hebben bijna drie keer zoveel kans om afwezig te zijn op school vergeleken met jongens die geen pesterijen ervaren, (OR 2,912, 95% BI (0,904–4,92). Meisjes die seksueel geweld ervaren, hebben drie keer meer kans om afwezig te zijn op school (OR= 3,147, 95% BI (0,033–4,57). Alle vormen van geweld in de kindertijd hebben een redelijk gelijke (negatieve) impact op schoolprestaties (OR 1,22, 95% BI (1,105-1,34). |
6. Goncy et al. |
A Meta-Analysis Linking Parent-to-Child |
Parent-child |
Dating Abuse |
66 studies in meta-analyse 12-18 years old (n=21) |
Kinderen die geweld tussen hun ouders meemaken, zijn als adolescent of jongvolwassene meer geweldadig bij het ‘daten’. Gemiddelde effectgrootte (r = .166, SE = .017, CI [.149, .183], p < .001) voor agressie tussen ouders en datingmisbruik (fysiek, psychologisch, gecombineerd) inclusief van zowel daderschap als slachtofferschap. De studies waren wel heterogeen (Q = 244,88, df = 93, p < .001). |
7. Lavi et al. (2019) |
Emotion Reactivity and Regulation in Maltreated Children: A Meta-Analysis |
child maltreatment |
Emotion Reactivity |
58 studies |
In vergelijking met niet-mishandelde kinderen ervaren mishandelde kinderen meer negatieve emoties, hebben ze meer negatieve emoties en vertonen ze ontregeling van emoties. |
8. Liu et al. (2023) |
The relationship between child maltreatment and |
child maltreatment |
Social anxiety |
29 studies (9 focused on adolescents) |
Kindermishandeling was positief gecorreleerd met sociale angst bij adolescenten (r = 0,239, 95% BI [0,180, 0,297]). Emotionele mishandeling (r = 0,251, 95% BI [0,201, 0,298]) heeft een sterkere relatie met sociale angst dan fysieke mishandeling (r = 0,138 95% BI [0,085, 0,191]). |
9. Yang and |
Childhood maltreatment and mentalizing capacity |
child maltreatment |
Mentalizing capacity |
23 studies involving |
De samenhang tussen kindermishandeling en het mentaliserend vermogen bleek sterker zichtbaar in studies met steekproeven onder kinderen (r = −0,35, 95% BI [−0,44, −0,26], p < 0,001) vergeleken met onderzoeken met steekproeven onder adolescenten (r = −0,19, 95% BI [−0,26, −0,10], p < 0,001) en steekproeven van volwassenen (r = −0,18, 95% BI [−0,26, −0,09], p < 0,001). Dit geeft aan dat een verhoogde ernst van kindermishandeling overeenkomt met een lager mentaliserend vermogen bij het kind. |
10. Schønning et |
Childhood maltreatment and sleep in children and |
child maltreatment |
Sleep problems |
26 articles, age range |
Kinderen en adolescenten die mishandeling hebben meegemaakt, hebben significant hogere kansen op slaapproblemen (OR 3,91, (95%CI: 2,64–5,79, p < 0,001). Daarnaast rapporteren deze kinderen en adolescenten een significant kortere slaapduur. De effectgrootte was −0,23 (SE: 0,04 95%CI: −0,31, −0,15). En hadden ze aanzienlijk grotere kans op nachtmerries (OR=3,15 (95%CI: 2,38–4,18, p < .001). |
11. Gruhn and |
Effects of maltreatment on coping and emotion |
child maltreatment |
Coping and emotion |
35 studies (Participant |
Een geschiedenis van mishandeling is gerelateerd aan ontregeling van emoties (r=.28, p<.001) en emotieregulatie (r=−.24, p<.001). |
12. Yeo et al. (2024) |
Associations of childhood adversity with emotional |
ACEs (abuse, neglect, |
Emotional well-being |
children and |
ACE’s waren bijzonder sterk gerelateerd aan een lager emotioneel welzijn, r = − 0,32, p < 0,001; [95% BI: − 0,44 tot 0,01], lagere onderwijsprestaties, r = − 0,18, p < .001; [95% BI: − 0,21 tot − 0,05]. De associaties waren sterker voor misbruik en samengestelde indicatoren van ACE’s dan voor huishoudelijke disfuncties. |
2 Signaleren
Deze module heeft betrekking op mogelijke signalen van kindermishandeling en instrumenten die in de JGZ kunnen worden ingezet om meer systematisch te kijken naar signalen van kindermishandeling.
Aanbevelingen
2.1 Uitgangsvragen
- Wat zijn signalen van kindermishandeling?
- Hoe kan het signaleren van kindermishandeling het beste plaatsvinden?
2.2 Achtergrond
Een signaal is een teken dat er iets aan de hand is. Je ziet, hoort of voelt iets en maakt je daardoor zorgen. De verklaring voor zo’n signaal kàn kindermishandeling zijn, maar er kan ook een andere verklaring zijn. Veel signalen van kindermishandeling zijn namelijk niet specifiek.
Er zijn veel signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling. Eigenlijk kan alles een signaal zijn. Een lijst met signalen is daarom nooit volledig. Wel is het zo dat hoe meer signalen je waarneemt, hoe groter de kans is dat er sprake is van kindermishandeling, op dit moment of in het verleden.
De aanwezigheid van één of meer signalen betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat er sprake is van kindermishandeling en er is daarnaast bijna nooit één oorzaak voor kindermishandeling aan te wijzen. Omgekeerd: wanneer er geen signalen bij het kind worden waargenomen, wil dit niet zeggen dat er geen kindermishandeling speelt. Signalen leiden tot zorg maar er kunnen verschillende verklaringen voor zijn. Signalen kunnen reden zijn voor verder onderzoek binnen de JGZ en/of andere ter zake deskundige professionals. Praat tijdig met de ouders en/of de jeugdige (alleen) over je zorgen en wat mogelijke verklaringen kunnen zijn. Beoordeel of deze verklaringen [30]:
- passend zijn (past bijvoorbeeld niet bij het ontwikkelingsniveau van de jeugdige),
- aannemelijk zijn (bijvoorbeeld fysiek onmogelijk of medisch onjuist),
- consistent zijn (bijvoorbeeld wisselt in de tijd of tussen personen, of een broertje of zusje krijgt de schuld),
- gebaseerd zijn op overtuigingen (bijv. culturele, religieuze, levenswijze) die niet stroken met de veiligheid van de jeugdige.
Wanneer je zorgen niet direct zijn weggenomen, start je de meldcode. Twijfel je hierover, overleg dan met de aandachtsfunctionaris Kindermishandeling. En overleg met Veilig Thuis. Zie module Werken met de meldcode.
2.2.1 Signalen
Hieronder volgt een overzicht van signalen die wetenschappelijk onderbouwd zijn en kunnen wijzen op kindermishandeling. LET OP: deze lijst is niet uitputtend. Ook de kortetermijngevolgen van kindermishandeling (die al in de jeugd merkbaar zijn) kunnen beschouwd worden als signalen van (actuele of eerdere) kindermishandeling. Gevolgen kunnen bijvoorbeeld verwondingen of gedragsproblemen bij de jeugdige zijn, maar zijn dan tevens een mogelijk signaal van kindermishandeling. Zie de module Definities en achtergrondinformatie.
Lichamelijke signalen bij de jeugdige
- Verwondingen (blauwe plekken, brandwonden, snijwonden, schedel-hersenletsel of botbreuken) die niet goed kunnen worden verklaard of overeenkomen met de uitleg van de jeugdige of de ouders.
- Elke blauwe plek bij een niet-mobiel kind (baby).
- Verwondingen op ongebruikelijke plaatsen, bijvoorbeeld blauwe plekken op locaties zonder direct onderliggend bot zoals zachte wanggedeelte, oor, genitaliën (inclusief vrouwelijke genitale verminking (VGV); zie richtlijn VGV), op de dijbenen of billen, waar jeugdigen normaal gesproken geen verwondingen oplopen door alledaagse activiteiten.
- Verwondingen in verschillende stadia van genezing: dit kan duiden op herhaaldelijk letsel.
- Specifieke patronen van verwondingen: letsels in de vorm van objecten zoals een riem, handafdrukken, bijtletsel.
- Lichamelijke signalen van seksueel misbruik: pijn, bloedingen, of afscheiding in het genitale of anale gebied, SOA’s, zwangerschap. Zie JGZ-Richtlijn Huidafwijkingen.
Emotionele en gedragsmatige signalen bij de jeugdige
- Plotselinge en onverklaarbare veranderingen in gedrag.
- Extreme waakzaamheid of schrikreacties : kinderen die overmatig waakzaam zijn of relatief snel schrikken.
- Terugtrekking of isolatie: kinderen die zich terugtrekken van sociale interacties en weinig interesse tonen in spel of activiteiten.
- Overmatig agressief gedrag naar anderen of destructief gedrag naar eigendommen.
- Angst voor bepaalde personen of plekken: de jeugdige laat extreme angst zien voor een specifieke persoon of omgeving.
- Terugval in ontwikkeling zoals weer gaan bedplassen, duimzuigen of terugval in babytaal. Zie JGZ-Richtlijn Psychosociale problemen
Signalen van verwaarlozing
- Onvoldoende hygiëne en verzorging: het kind oogt vies (bijv. vuilkorsten), onverzorgd, stinkt (bijv. naar urine, ontlasting, transpiratie), of draagt slecht passende of ongepaste kleding met het oog op de weersomstandigheden.
- Onvoldoende voeding: ondergewicht, honger, of bedelen om voedsel.
- Het herhaaldelijk zonder bericht niet verschijnen bij de jeugdgezondheidszorg (JGZ) of andere (medische) zorgverleners.
- Uitstel in (medische) hulp zoeken zonder dat daar een bevredigende verklaring voor is; of (medische) hulp wordt op een erg laat moment ingeschakeld.
- Gebrek aan medische zorg: onbehandelde medische problemen, zoals infecties, gebitsproblemen of slecht gezichtsvermogen. Het niet opvolgen van verwijzing naar een specialist. Niet of verkeerd toedienen medicijnen. Verwaarloosde (luier- of huid)uitslag.
- Schoolverzuim: jeugdige is regelmatig of langdurig afwezig op school zonder duidelijke reden.
Signalen die met de ouders te maken hebben
- Problematisch alcohol-/drugsgebruik door ouders;
- Psychiatrische problemen van ouders;
- Relatieconflicten en partnergeweld tussen ouders;
- Afwijkende of zeer negatieve ouder-kind interactie; bijv. de ouder toont vijandigheid, afwijzing of desinteresse ten aanzien van het kind.
- ‘Shoppen’ langs hulpverleners, te veel (onnodige) zorg en kind veel thuis houden;
- Veelvuldig verhuizen;
- Dierenmishandeling.
Gedragssignalen van seksueel misbruik
- De jeugdige heeft meer kennis of interesse in seksuele handelingen dan op basis van de (ontwikkelings)leeftijd verwacht mag worden.
- De jeugdige vertoont seksueel expliciet gedrag of seksuele spelletjes die niet passen bij hun (ontwikkelings)leeftijd.
- Peuters en kleuters: bijvoorbeeld: prikkelbaarheid, onverwachte woede-uitbarstingen, (verlatings)angst, terugval in kinderlijke gedrag (gaan bijvoorbeeld weer duimen)
- Basisschoolleeftijd en tieners: bijvoorbeeld: afsluiten van de buitenwereld, opstandig gedrag, conflicten met ouders en problemen op school, onzekerheid over zichzelf (uiterlijk, eigen gezondheid), slaapproblemen (inslaapproblemen of nachtmerries) en zelfverwonding.
2.2.2 Signaleren en signaleringsinstrumenten
Om signalen van kindermishandeling te kunnen constateren kijk je naar de (uiterlijke) kenmerken en gedragingen van de jeugdige, naar de ouder-jeugdige interactie, naar de ouder als persoon en als opvoeder en naar de psychosociale context van de jeugdige. Als JGZ-professional ben je altijd, tijdens alle momenten van contact, alert op mogelijke signalen van kindermishandeling.
Screenen op fysieke signalen
- Tijdens lichamelijk onderzoek van baby’s (wegen/meten; controle heupen; op indicatie; op verzoek; etc.) inspecteer je ook altijd de huid op lichamelijke signalen. Blauwe plekken bij een niet-mobiel kind (baby) dienen altijd nader onderzocht te worden door een kinderarts.
- Bij baby’s en peuters die in luier/onderbroek worden gezien: inspecteer altijd de zichtbare huid en globaal de billen op blauwe plekken door bij de onderrug de luier/onderbroek even te openen.
- Bij jeugdigen vanaf 4 jaar: observeer altijd de zichtbare huid tijdens contactmomenten of ook de bedekte huid wanneer dit op indicatie of op verzoek van de ouder/de jeugdige is (bijv. wanneer ouders vragen naar uitslag of verkleuring te kijken, kijk je ook naar de rest van de zichtbaar geworden huid).
- Zie ook de JGZ-Richtlijn Huidafwijkingen en Richtlijn Blauwe plekken bij kinderen – NVK (o.a. in verband met differentiaaldiagnose bij bijvoorbeeld archipel-vlekken, Ehler Danlos syndroom (EDS), stollingsziekten en andere aangeboren huidaandoeningen, en osteogenesis imperfecta).
- Bij twijfel of vermoedens van toegebracht letsel is nader medisch onderzoek door een ter zake deskundige arts nodig. Maak eventueel een foto van letsel. Zie Module Werken met de meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld.
Screenen op signalen in de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag en in de omgeving van de jeugdige
Voor de JGZ zijn hiervoor momenteel de volgende twee methodieken[1] en een vragenlijst beschikbaar:
- SPARK (Signaleren van Problemen en Analyseren van het Risico bij opvoeden en opgroeien van kinderen; [22][23] en Pre-SPARK bij prenatale huisbezoeken JGZ [82].
- GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoefte) [96];[116]
- Vragenlijst Stevig Ouderschap [92];[38];[39].
Het werken met één van deze methodieken heeft de voorkeur boven het werken zonder methodiek. Daarbij zijn de SPARK en GIZ voorspellend voor kindermishandeling [37];[20];[119]. Aan zowel de GIZ als de SPARK is een zogenaamde actuariële module toegevoegd waarbij het eindoordeel ten aanzien van kind(on)veiligheid, na het vaststellen van de risicofactoren, (automatisch) volgt. Dit verhoogt de voorspellende waarde van beide methodieken.1
De Vragenlijst Stevig Ouderschap is eveneens een voorspellend instrument voor kindermishandeling [38];[39], maar kan alleen worden ingezet wanneer de preventieve interventie Stevig Ouderschap daadwerkelijk beschikbaar is om te worden aangeboden bij een positieve screening.
[1] Ook het DMO-protocol van Samen Starten blijkt in combinatie met een actuariële module voorspellend te zijn voor kindermishandeling, echter minder dan de GIZ-methodiek en SPARK (van der Put e.a., submitted). Samen Starten wordt echter uitgefaseerd en niet meer met training en/of e-learning ondersteund.
2.2.3 SPARK
SPARK [20]; [22]; [23]; [24] staat voor Signaleren van Problemen en Analyseren van het Risico bij opvoeden en opgroeien van Kinderen. Doel van de SPARK is het vroegtijdig signaleren van (risico op) opvoed- en opgroeiproblemen bij jonge kinderen en in kaart brengen van beschermende en versterkende factoren. De SPARK is een gevalideerd en gestructureerd vraaggesprek dat het perspectief en de ervaring van ouders combineert met de expertise van de jeugdverpleegkundige [20]; [24]. Het ondersteunt de ouders en de jeugdverpleegkundige bij het voeren van gesprekken over het opvoeden en opgroeien van het jonge kind, via oplossingsgerichte gespreksvoering en een vaste gespreksstructuur. Er zijn vier SPARK-versies beschikbaar, voor toepassing vóór de geboorte (PreSPARK) en wanneer het kind 18, 36 en 60 maanden oud is.
De SPARK (voor de leeftijd van 18 maanden) is een betrouwbare voorspeller van kindermishandeling, waarbij de betrouwbaarheid bovendien wordt verhoogd door toepassing van de actuariële module [37]; [117]. Deze module maakt deel uit van de reguliere (opfris)training, handleiding en het digitale SPARK-formulier (via een pop-up). De SPARK kan dus worden gebruikt om professionals in de JGZ te ondersteunen bij het inschatten van een risico op kindermishandeling en het bepalen van vervolgacties in het gezin.
Links voor de SPARK:
2.2.4 De GIZ-methodiek
De GIZ-methodiek [96], [116] is een methodiek waarmee ouders, jongeren en professionals samen de zorgbehoeften van een jeugdige of gezin in kaart kunnen brengen. De afkorting ‘GIZ’ staat voor ‘Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften’, waarbij technieken uit zowel motiverende gespreksvoering als oplossingsgericht werken worden toegepast. Doel is om in dialoog met (aanstaande) ouders, kinderen en jongeren (en eventueel andere professionals) ontwikkel- en zorgbehoeften efficiënt, effectief en adequaat in kaart te brengen en samen te beslissen over passende ondersteuning. De GIZ-methodiek combineert de ervaringen van de ouder/jongere met de deskundigheid van de professional. De GIZ-methodiek is geschikt voor (aanstaande) ouders met kinderen (- 9 maanden tot 23 jaar) en voor kinderen en jongeren zelf, vanaf 8 jaar.
De GIZ blijkt in combinatie met de zogenaamde ‘actuariële module’ een betrouwbare voorspeller te zijn van kindermishandeling [119]. De actuariële module maakt deel uit van een (opfris)training en handleiding.
Links naar de GIZ:
2.2.5 Vragenlijst Stevig Ouderschap
JGZ-organisaties die de preventieve interventie Stevig Ouderschap aanbieden in hun regio, kunnen overwegen om alle ouders vlak na de geboorte van hun kind de Vragenlijst Stevig Ouderschap [92] voor te leggen. Deze vragenlijst is oorspronkelijk ontwikkeld als een instrument voor de JGZ om te bepalen welke ouders in aanmerking komen voor de preventieve interventie Stevig Ouderschap (zie Module Begeleiden). De vragenlijst bevat 17 vragen over de ervaringen van ouders tijdens hun eigen jeugd, hun huidige sociale netwerk, en eventuele stressfactoren die zij ervaren. Voorbeelden van vragen zijn: “Voelde u zich als kind veilig bij uw ouders?” en “Maakt u zich zorgen over het grootbrengen van uw kind?”. Beide ouders vullen de vragenlijst in.
Onderzoek laat zien dat de uitkomst van de Vragenlijst Stevig Ouderschap kindermishandeling goed kan voorspellen [38]; [39]. De Vragenlijst Stevig Ouderschap, al dan niet in combinatie met de klinische inschatting van de jeugdverpleegkundige, stelt JGZ-professionals beter in staat om risico’s van kindermishandeling vroegtijdig in te schatten en gezinnen door te verwijzen naar preventieve interventies.
- NCJ Website over Stevig Ouderschap
- Vragenlijst Stevig Ouderschap
- Zie ook: Module Preventieve interventies
2.2.6 Wanneer start je de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling?
Start de KNMG Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld wanneer je een vermoeden of verdenking van kindermishdandeling hebt en de zorgen in een gesprek met ouders en/of jeugdige niet direct zijn weggenomen. Als je twijfelt of je de meldcode moet starten, overleg dan met een aandachtsfunctionaris Kindermishandeling
Zie: Module Werken met de meldcode.
2.3 Samenvatting en conclusie(s) wetenschappelijk bewijs
Hieronder worden de wetenschappelijke uitkomsten beschreven van de gevonden studies naar de validiteit en betrouwbaarheid van signaleringsinstrumenten die ingezet kunnen worden bij een vermoeden van kindermishandeling.
Onderzoek naar de voorspellende waarde van de SPARK
Van der Put et al. [37] onderzochten de predictieve validiteit van de SPARK-methode voor het voorspellen van kindermishandeling, en of inschatting met de SPARK kan worden verbeterd met een actuariële module. Bij een actuariële module volgt het eindoordeel in een somscore (automatisch) na het vaststellen van risicofactoren. Een steekproef bestond uit 1582 kinderen van ongeveer 18 maanden oud, bij wie de SPARK werd afgenomen tijdens JGZ bezoeken thuis (51%) of op de geboortekliniek (49%). De SPARK uitkomsten werden gekoppeld aan CBS-gegevens over ‘kinderbeschermingsmaatregelen’ en ‘jeugdhulp met verblijf’ over een follow-up periode van 10 jaar. De voorspellende waarde werd geëvalueerd met behulp van (AUC)-waarden (Area Under the receiver operating characteristic Curve).
De resultaten toonden een goede voorspellende waarde voor de SPARK klinische risicobeoordeling (AUC = 0,723; groot effect). De actuariële module leidde tot een significante verbetering van de predictieve validiteit (AUC = 0,802; groot effect), z = 2,05, p = .04. Deze resultaten laten zien dat de SPARK op zichzelf geschikt is voor het inschatten van het risico op kindermishandeling en dat de actuariële module een waardevolle aanvulling is.
Onderzoek naar de voorspellende waarde van de GIZ-methodiek
Bontje en collega’s [119] onderzochten in hoeverre de GIZ-methodiek ook geschikt is om het risico op kindermishandeling in te schatten. De GIZ-methodiek bestaat uit twee onderdelen, namelijk: een globale screening van krachten, beschermende factoren, en ontwikkel- en zorgbehoeften bestaande uit een GIZ-driehoek met drie domeinen; en een uitgebreider screening bestaande uit een matrix met tien domeinen (de GOM-matrix) . Voor de GOM-matrix werd onderzocht of de risico-inschatting verbeterd kon worden door de toepassing van een actuariële module (toekenning van een somscore). Hiertoe werden secundaire analyses uitgevoerd op 36.989 GIZ-metingen waaraan CBS-gegevens over ‘jeugdbeschermingsmaatregelen’ en ‘jeugdhulp met verblijf’ werden gekoppeld in een follow-up periode van vijf jaar. De predictieve validiteit werd geëvalueerd aan de hand van AUC-waarden (Area Under the receiver operating characteristic Curve). Resultaten lieten een gematigde predictieve validiteit zien voor de klinische risico-inschatting van de GIZ, met AUC = .681 voor de GIZ-driehoek, en AUC = .698 voor de GOM-matrix. Verder lieten resultaten zien dat bij gebruik van een actuariële module de predictieve validiteit van de GOM-matrix significant toeneemt (AUC = .776), en daarmee uitkomt boven de grenswaarde van een groot effect. De actuariële module kan gebruikt worden om de JGZ-professional die de GIZ-methodiek gebruikt, te ondersteunen bij de beslissing om gezinnen te verwijzen voor aanvullende (jeugd)hulp.
Onderzoek naar de voorspellende waarde van de Vragenlijst Stevig Ouderschap
De Vragenlijst Stevig Ouderschap [92]; [93] is een instrument dat binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt gebruikt om te bepalen welke ouders extra ondersteuning nodig hebben bij de opvoeding van hun pasgeboren kind. De vragenlijst brengt diverse risicofactoren in kaart die het opvoedproces kunnen bemoeilijken, zoals de jeugd van de ouder(s), sociale steun en persoonlijke problemen. Hoewel de Vragenlijst Stevig Ouderschap niet specifiek is ontwikkeld voor het signaleren van kindermishandeling, is het doel ervan om risicofactoren voor opvoedproblemen tijdig te herkennen en ouders zo nodig door te verwijzen naar de preventieve interventie Stevig Ouderschap.
Van der Put en collega’s [38] onderzochten in een grootschalige studie de voorspellende waarde van de vragenlijst voor toekomstige meldingen van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Daarbij werd ook gekeken of de voorspellende waarde verbeterde wanneer de vragenlijst werd gecombineerd met een klinische inschatting van de jeugdverpleegkundige. Uit het onderzoek bleek dat de Vragenlijst Stevig Ouderschap — zowel op zichzelf als in combinatie met een klinische inschatting — JGZ-professionals beter in staat stelt om het risico op kindermishandeling vroegtijdig te herkennen en gezinnen gericht door te verwijzen naar preventieve interventies. Dit bleek effectiever dan het maken van een inschatting zonder de inzet van instrumenten, zoals de Vragenlijst Stevig Ouderschap. De belangrijkste risicofactoren die voorspellend waren voor een latere melding bij Veilig Thuis, waren:
- partnergeweld;
- moeite met het reguleren van boosheid;
- een beperkte beschikbaarheid van sociale steun;
- een voorgeschiedenis van lichamelijke mishandeling bij de ouder;
- psychische problemen bij de moeder;
- middelengebruik bij de vader.
De voorspellende nauwkeurigheid van de Vragenlijst Stevig Ouderschap was acceptabel, met een AUC-waarde van 0,70. De klinische inschatting van de jeugdverpleegkundige scoorde lager (AUC = 0,59). De combinatie van beide methoden (klinische inschatting door de JGZ-professional en de Vragenlijst Stevig Ouderschap) resulteerde in de hoogste AUC-waarde (0,72), al was het verschil met de vragenlijst alleen niet statistisch significant.
Een beperking van het onderzoek is dat het aantal meldingen bij Veilig Thuis in de steekproef relatief laag was (0,4% van de gezinnen). Dit kan te maken hebben met de beperkte follow-upduur van drie jaar en het feit dat veel gevallen van kindermishandeling niet worden gemeld. De conclusie is dat de Vragenlijst Stevig Ouderschap in combinatie met de eigen inschatting JGZ-professionals beter in staat stelt om risico’s vroegtijdig in te schatten en gezinnen door te verwijzen.
3 Werken met de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
In deze module wordt beschreven hoe je als JGZ-professional de KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld volgt bij signalen of vermoedens van kindermishandeling. Tevens wordt er aandacht besteed aan de verschillen tussen de V&VN-meldcode [15] en de KNMG-meldcode. [56]
Aanbevelingen
3.1 Uitgangsvraag
Hoe kan bij vermoedens of verdenking van kindermishandeling het best gehandeld worden?
3.2 Achtergrond: de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld
In 2013 is de Wet ‘Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ [47] ingevoerd voor alle zorgaanbieders in de zin van de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen [9] en dus ook voor JGZ-organisaties.
De wet verplicht organisaties en zelfstandige beroepskrachten om …
- een meldcode over huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen;
- het gebruik van de meldcode te bevorderen; en
- de beroepskracht te ondersteunen bij het handelen naar aanleiding van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling.
De Meldcode geeft ondersteuning bij handelingsverlegenheid, twijfel en ongeloof wanneer kindermishandeling gesignaleerd of vermoed wordt. Als de meldcode zorgvuldig is doorlopen, en de uitkomst is dat een melding noodzakelijk is, geeft dit de beroepskracht de legitimatie om een melding bij Veilig Thuis te doen (ook als de betrokkene geen toestemming geeft). Zie voor meer informatie: Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 [8] en de Toolkit meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling
De ‘Kindcheck’ [58] is een verplicht onderdeel van Meldcode en geldt voor alle professionals die onder de Wet verplichte Meldcode vallen. De Kindcheck is gericht op beroepskrachten die contacten hebben met volwassen cliënten en niet met hun (klein-)kinderen, en daarom ook niet beschikken over kindsignalen. De Kindcheck is in alle gevallen aan de orde waarin de beroepskracht zich, vanwege de ernstige situatie van zijn volwassen cliënt, zorgen maakt over mogelijk aanwezige minderjarige kinderen. De Kindcheck geldt als een beroepskracht meent dat er, vanwege de toestand van zijn volwassen cliënt, risico’s zijn op ernstige schade voor kinderen of een bedreiging van de veiligheid van kinderen die afhankelijk zijn van de zorg van cliënt. Zo geldt de Kindcheck bijvoorbeeld in geval er bij de ouders sprake is van een ernstige (chronische) depressie, zware verslaving, (dreigende) huisuitzetting, geweld tussen huisgenoten, suïcidepoging.
In 2019 is de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling uitgebreid met het ‘Afwegingskader’ dat professionals ondersteunt bij de beslissing of een melding bij Veilig Thuis moet worden gedaan. De verschillende beroepsgroepen hebben daarnaast professionele normen/ meldnormen vastgesteld: criteria waarvoor een melding noodzakelijk is. Zie: Het afwegingskader in de meldcode
De wet noemt de volgende stappen van de Meldcode
Stap 1: In kaart brengen van signalen.
Stap 2: Overleggen met een collega en/of Veilig Thuis
Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n).
Stap 4: Wegen van de kindermishandeling.
Stap 5: Beslissen over melden en/of hulp organiseren
De stappen hoeven niet in de beschreven volgorde doorlopen te worden en hoeven niet afgerond te worden alvorens een volgende stap te zetten. Ook kan een stap opnieuw doorlopen worden. De stappen moeten wel alle doorlopen zijn alvorens een melding wordt gedaan, tenzij een stap om veiligheidsredenen niet kan worden genomen, zoals bij eerwraak of acute dreiging.
JGZ-instellingsmeldcode
Voor JGZ-professionals zijn de volgende meldcodes per beroepsgroep landelijk uitgewerkt:
- Artsen: KNMG Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2023) [56]
- Verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten: V&VN meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2018) [15]
- Doktersassistenten: Kindermishandeling en huiselijk geweld – NVDA (2019) [42]
LET OP: De drie meldcodes verschillen van elkaar in uitwerking.
- De KNMG- en V&VN-meldcodes verschillen van elkaar qua:
- benaming van stappen 4 en 5
- invulling van de stappen 2, 4 en 5.
- De NVDA-meldcode baseert zich volledig op de KNMG-meldcode als “professionele norm voor artsen en ondersteunende medewerkers”.
- Maak binnen de JGZ-organisatie concrete afspraken en leg dit vast in een ‘instellingsmeldcode’. Geadviseerd wordt om daarbij de benaming en invulling van de stappen van de KNMG Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2023) [56] te volgen.
Neem hier in op:
- Wie wat moet doen en waarvoor verantwoordelijk is binnen de samenwerking tussen jeugdarts en jeugdverpleegkundige, verpleegkundig specialist, doktersassistent en aandachtsfunctionaris Kindermishandeling.
- Aanbevolen wordt om binnen iedere JGZ-organisatie minimaal één aandachtsfunctionaris Kindermishandeling aan te stellen (zie www.lvak.nl/).
- Wie wat moet doen en waarvoor verantwoordelijk is met betrekking tot de samenwerking met externe partners (Veilig Thuis, geboortezorgprofessionals, hulporganisaties en onderwijs).
- Maak afspraken over het onderhouden van deze relaties.
- Contactgegevens en bereikbaarheid van relevante interne en externe professionals en organisaties.
- Afspraken over dossiervorming.
- Afspraken over informatie- en gegevensdeling (bijvoorbeeld met betrekking to het maken en delen van foto’s van letsel). Betrek hierbij de functionaris ‘gegevensdeling’ van de JGZ-organisatie.
Zie: Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en voorbeeldprotocollen.
Informatie- en gegevensdeling
Ouders en/of de jeugdige moeten in beginsel toestemming geven voor het uitwisselen van informatie met andere professionals buiten de JGZ. Tegelijkertijd heeft de JGZ de plicht om te handelen in belang van de jeugdige wanneer er zorgen over diens ontwikkeling en gezondheid bestaan. Dit kan bij de professional leiden tot een ‘conflict van plichten’ wanneer ouders of de jeugdige vanaf 12 jaar geen toestemming geven. Op grond van Artikel 5.2.6. van de WMO (2015) mogen beroepsbeoefenaren met een beroepsgeheim zonder toestemming gegevens verstrekken aan Veilig Thuis. Dit is een meldrecht (geen meldplicht).
Dit mag alleen:
- als dat noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen, of
- als de beroepsbeoefenaar een vermoeden heeft van kindermishandeling en hij/zij dat wil laten onderzoeken.
Hoe te handelen bij een ‘conflict van plichten’ en over informatiedeling (en -verstrekking) binnen en buiten de JGZ: Raadpleeg de Juridische Toolkit NCJ, deze toolkit is van toepassing op alle JGZ-professionals, of Onderdeel II Informatieverstrekking en Bijlage 2 Beroepsgeheim van de KNMG-meldcode, en de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens.
Dossiervorming
Noteer signalen, acties en afspraken die naar aanleiding van een vermoeden van kindermishandeling worden gemaakt en laat daarbij zo mogelijk een collega of de aandachtsfunctionaris Kindermishandeling meekijken bij de (geanonimiseerde) tekst.
LET OP: in het digitaal dossier is het niet mogelijk met verschillende meldcodes tegelijk te werken; geadviseerd wordt zo veel mogelijk de benamingen van KNMG-meldcode toe te passen.
De JGZ-professional is verantwoordelijk voor een zorgvuldige en adequate dossiervorming en zorgt dat in het JGZ-dossier ten aanzien van vermoedens en/of signalen van kindermishandeling tenminste is opgenomen (zie ook paragraaf Dossiervorming in de KNMG-meldcode):
- Relevante en feitelijke informatie rond (aanwijzingen voor) kindermishandeling en onderzoek daarnaar. Wees objectief en zo concreet mogelijk (dus: “Moeder is drie nachten in de week bij haar vriend, X is dan alleen thuis en gaat zelfstandig naar school, moeder weet niet of hij ontbijt”). Eventuele verklaringen voor letsel, gedrag, psychische gesteldheid, veronderstellingen, overwegingen of hypothesen worden concreet weergegeven met vermelding van de bron (“Volgens de leerkracht …”).
- Inhoud van overleg met collega’s, andere beroepskrachten en/of Veilig Thuis en de bijbehorende correspondentie.
- Vragen van en het wel/niet verkrijgen van toestemming voor het verstrekken of opvragen van informatie.
- Wanneer de meldcode is gestart, wanneer deze is afgesloten na stap 5, en in voorkomende gevallen wanneer de meldcode is gestopt (bij conclusie onterecht vermoeden).
- Welke stappen van de meldcode zijn doorlopen met welk resultaat.
- Welke afwegingen zijn gemaakt bij besluiten rond wel/niet adviesvragen en melden, wel/niet inzage geven in dossier, wel/ niet vernietigen (gedeelten) van dossier.
3.3 De stappen van de Meldcode
De stappen van de meldcode worden hieronder uitgewerkt, specifiek toegespitst op de JGZ. Hierbij is de benaming en inhoud van de stappen uit de KNMG Meldcode [56] als leidraad gebruikt. Zie stroomdiagram van van de KNMG-meldcode,
3.3.1 Stap 1: In kaart brengen van signalen
Maak een eerste inschatting van de veiligheid van de jeugdige, broertjes/zusjes en andere betrokkenen. Bij acute onveiligheid: meld direct bij Veilig Thuis (0800 2000; 24 uur per dag) en/of schakel indien nodig de politie in (112).
- Onderzoek en concretiseer de signalen op grond waarvan je een vermoeden van kindermishandeling hebt: verzamel aanwijzingen die een vermoeden onderbouwen en/of ontkrachten. Ga na: waaruit bestaan de zorgen?
- Noteer concreet en feitelijk je bevindingen en (voorgenomen) acties in het dossier.
- Naast inzicht in de dingen die niet goed gaan is het voor een adequate afweging belangrijk in kaart te brengen wat er wél goed gaat in het gezin en met de jeugdige of wat signalen zijn die een vermoeden ontkrachten.
Onderzoek en concretiseer de signalen met behulp van:
- Het JGZ-dossier: Let op opvallende punten in de ontwikkeling die kunnen wijzen op problemen thuis, op school of op psychische en medische risicofactoren. Denk hierbij ook aan signalen die betrekking hebben op broertjes en zusjes.
- Navraag bij betrokkenen (ouders en/of jeugdige), al dan niet met behulp van de GIZ-methodiek[96] of de SPARK [20] (inclusief actuariële module, die na vaststelling van risicofactoren automatisch een oordeel over kind(on)veiligheid geeft).
- Bij individuele jeugdigen die tot een risicogroep behoren kan het noodzakelijk zijn om hen vaker te zien en vinger aan de pols te houden; vervolgonderzoek binnen de JGZ; extra contactmoment(en) op indicatie (bijvoorbeeld prenatale huisbezoek(en) PHB-JGZ).
Doe de Mantelzorgverleningscheck
De mantelzorgverleningscheck houdt in dat je nagaat of er in de omgeving van de jeugdige personen zijn die voor mantelzorg van hem/haar afhankelijk zijn. Denk hierbij aan kinderen met een chronisch zieke ouder, ouder met een beperking of kinderen die als tolk optreden voor hun ouder(s). Zie Stap 1. KNMG Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2023)
Doe de Kindcheck (oudersignalen)
Strikt genomen is de Kindcheck niet van toepassing op de JGZ omdat die het kind op enig moment wel ziet en dus kindsignalen kan opvangen. Wanneer er geen kindsignalen zijn, wil dit niet zeggen dat er geen sprake is van kindermishandeling. Voor de JGZ-professional betekent de Kindcheck dat ook eventuele oudersignalen in kaart gebracht moeten worden om te kunnen vaststellen of de ouder zijn/haar ouderrol adequaat kan vervullen. Kijk indien van toepassing naar beide ouders. Maak onderscheid tussen:
- de ouder als persoon, bijvoorbeeld: heeft de ouder zelf (psychische of psychiatrische) problemen, een verslaving, hoe is hun temperament, zijn er agressieregulatie-problemen, hoe gaan zij om met psychosociale problemen (‘coping’)?
- de ouder als opvoeder, bijvoorbeeld: hoe is de interactie tussen ouder en jeugdige, is er toezicht, is er betrokkenheid bij elkaar in het gezin?
Ga ook na of er broertjes en zusjes in het gezin zijn, of er signalen van kindermishandeling zijn en hoe het met hen gaat. De Kindcheck is tevens van toepassing in de zwangerschap met betrekking tot de aanstaande ouder(s) en eventuele oudersignalen. Zie voor meer informatie:
- Factsheet Signaleren van kindermishandeling op basis van oudersignalen;
- Achtergrondinformatie over de kindcheck.
Sociaal-emotionele en psychische signalen bij de jeugdige
Kinderen en jongeren die slachtoffer zijn van kindermishandeling kunnen een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling doormaken, stilstand in hun ontwikkeling ervaren en psychische klachten of een psychotrauma ontwikkelen. Zie de module Definities en achtergrondinformatie.
Ga na hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van de jeugdige verloopt en of er sprake is van internaliserende problemen of gedragsproblemen. Dit kan bijvoorbeeld worden onderzocht met behulp van de SDQ (Strengths & Difficulties Questionnaire [113]), mits deze beschikbaar is binnen de JGZ-organisatie. Bij een vermoeden van psychotrauma of PTSS kan de JGZ-professional de Children’s Revised Impact of Event Scale (CRIES-13) toepassen [11]; [40]. De CRIES-13 is een gevalideerde, korte zelfrapportage lijst voor de screening van PTSS-symptomen, geschikt voor jeugdigen van 8 tot 18 jaar [11]. Deze vragenlijst is vrij beschikbaar online, maar het gebruik ervan dient op organisatieniveau binnen de JGZ te worden besloten.
Fysieke signalen bij de jeugdige
- Wanneer fysiek letsel, fysieke verwaarlozing en/of seksueel misbruik wordt geconstateerd, is een nader medisch onderzoek door een deskundige arts nodig.
- Blauwe plekken en botbreuken bij een niet-mobiel kind (baby) moeten altijd beoordeeld worden door een kinderarts (zie Module Signaleren).
- Maak bij zichtbaar letsel een uitgebreide letselbeschrijving en zo mogelijk foto’s van het letsel. Raadpleeg de website van LECK voor het maken van letselfoto’s.
- Overleg met Veilig Thuis, het LECK of een forensisch arts over de aandachtspunten en de noodzaak van aanvullend medisch onderzoek.
3.3.2 Stap 2: Overleg met collega’s en veilig Thuis
Geadviseerd wordt de KNMG-meldcode te volgen:
- Overweeg en handel bij een vermoeden van kindermishandeling nooit alleen.
- Bespreek je vermoeden van kindermishandeling binnen het JGZ-team waarin je werkzaam bent en met een ter zake deskundige collega die niet bij het gezin betrokken is, bijvoorbeeld de aandachtfunctionaris Kindermishandeling.
- Vraag advies aan Veilig Thuis.
|
KNMG-meldcode |
V&VN-meldcode |
Stap 2 |
U vraagt advies over uw vermoeden en bevindingen aan een of meer ter zake deskundige collega’s en aan (bij voorkeur een vertrouwensarts van) Veilig Thuis. |
Bespreek de signalen met de aandachtsfunctionaris kindermishandeling … ; vraag zo nodig advies aan Veilig Thuis; raadpleeg zo nodig een deskundige op het gebied van letselduiding. |
Aanbeveling:
|
Een adviesvraag aan Veilig Thuis gebeurt anoniem. ‘Anoniem’ wil zeggen dat de casusbeschrijving niet naar personen herleidbaar is: er worden geen persoonsgegevens van de betrokkenen genoemd. Doel van dit advies vragen is bijvoorbeeld om na gaan (zie KNMG Meldcode):
- of er sprake is of kan zijn van kindermishandeling,
- welke acties ondernomen moeten worden om (meer) duidelijkheid te krijgen,
- op welke manier het vermoeden met de betrokkene(n) besproken kan worden,
- welke hulpverlening kan worden ingezet om het risico voor kindermishandeling af te wenden,
- of het raadzaam is om een melding te doen,
- hoe de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken professionals het best verdeeld kunnen worden.
Wanneer een collega of de aandachtsfunctionaris Kindermishandeling adviseert om een melding te doen, volg je alsnog de volledige stappen van de meldcode. Het maken van een melding is een eigen professioneel besluit, waarbij je de ontvangen adviezen — ook die van Veilig Thuis — zorgvuldig meeweegt. De stappen van de meldcode ondersteunen je bij het onderbouwen van dit besluit en helpen je om deze afweging goed vast te leggen in het dossier.
Overleg samen met Veilig Thuis en/of de aandachtsfunctionaris Kindermishandeling welke aanvullende informatie of diagnostiek nodig is om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te krijgen.
Fysieke signalen bij de jeugdige
- Bepaal wie de aangewezen arts is voor een medisch onderzoek zodat de jeugdige maar één keer onderzocht hoeft te worden.
- Overleg met een vertrouwensarts, gespecialiseerde kinderarts in de regio, forensisch arts (met aandachtsgebied kinderen) of het (Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling (LECK) om na te gaan of en welk (verder) onderzoek van fysieke tekenen van kindermishandeling nodig is. Leg de eventueel gemaakte foto’s voor, voor duiding en advies. Verstuur foto’s alleen op beveiligde wijze (met end-to-end encryptie). Medisch differentiaal diagnostisch onderzoek naar mogelijke andere medische oorzaken (zoals archipel vlekken, osteogenesis imperfecta, Ehler Danlos syndroom (EDS), stollingsziekten) kan bij de gevonden afwijkingen of onderliggend lijden nodig zijn.
Bij een onthulling of een vermoeden van seksueel misbruik:
- vraag advies bij Veilig Thuis en bespreek een aanpak,
- Bij een vermoeden van een incident in de afgelopen zeven dagen: verwijs naar en neem direct contact op met een Centrum Seksueel Geweld (tel. 0800 0188);
- Bij een vermoeden van een incident dat langer dan 7 dagen geleden heeft plaatsgevonden: neem contact op met een gespecialiseerde kinderarts, eventueel in overleg met Veilig Thuis en/of het LECK.
Bij een vermoeden van (dreigende) vrouwelijke genitale verminking (VGV): vraag advies aan Veilig Thuis. Elke Veilig Thuis-organisatie heeft een aandachtsfunctionaris VGV. Pharos is het landelijk expertisecentrum op het gebied van VGV en kan aanvullend worden geraadpleegd. Zie JGZ richtlijn VGV.
3.3.3 Stap 3: Gesprek met ouder(s) en jeugdige
Het uitgangspunt is altijd om vanaf het eerste vermoeden de zorgen en de te nemen stappen in openheid te bespreken met beide gezaghebbende ouders (of wettelijk vertegenwoordigers) en/of alleen de jeugdige. Openheid is essentieel voor de verdere stappen en het behoud van een vertrouwensrelatie.
Dit gesprek moet altijd gevoerd worden, tenzij:
- dit een ernstig risico oplevert voor de veiligheid of gezondheid van de cliënt of van andere personen uit diens huiselijke kring (denk aan seksueel geweld, huwelijksdwang, eergerelateerd geweld, loverboy problematiek, suïcide gevaar);
- je vreest voor de eigen veiligheid of die van collega’s;
- contact met de betrokkene(n) niet mogelijk blijkt, ondanks herhaaldelijke pogingen daartoe. Vraag dan advies aan Veilig Thuis, soms is het wel mogelijk om samen met een andere professional het gesprek aan te gaan.
Doorloop altijd het stappenplan conflict van plichten (zie Juridische Toolkit NCJ) om het besluit te onderbouwen. Noteer de afwegingen waarom je de ouders en/of jeugdige wel of niet informeert altijd in het dossier. Weeg af of met het kind of de jeugdige apart van de ouders gesproken kan worden. De aanwezigheid van ouders/verzorgers is niet altijd in het belang van het kind. Zet indien nodig een erkende tolk in (via Tolk- en Vertaal Centrum Nederland) bij ouders en jeugdigen die onvoldoende Nederlands spreken.
Belangrijke aandachtspunten bij het gesprek met ouder(s):
- Bereid een gesprek over de zorgen omtrent de veiligheid van de jeugdige voor met de aandachtsfunctionaris Kindermishandeling of Veilig Thuis.
- Een gesprek met de ouder(s) bevat altijd de volgende onderdelen:
- Leg duidelijk het doel van het gesprek uit, zodat helder is waarom het plaatsvindt.
- Bespreek objectief de feiten en waarnemingen die je hebt vastgesteld, zonder oordeel.
- Nodig de ouder(s) uit om hierop te reageren.
- Geef pas daarna, indien nodig en mogelijk, je interpretatie van wat je hebt gezien of gehoord. Formuleer dit in termen van ‘zorgen maken over’.
- Noteer concreet en feitelijk je bevindingen en (voorgenomen) acties in het dossier.
Jeugdigen hebben recht op participatie en informatie, toegesneden op hun ontwikkelingsniveau (IVRK, 1989). De KNMG-meldcode stelt dat in principe altijd ook met de jeugdige zelf moet worden gesproken, aangepast op zijn/haar ontwikkelingsniveau, tenzij dit vanwege de leeftijd (jonger dan 3 à 4 jaar) of specifieke problematiek niet mogelijk is.
Voor tips over gespreksvoering met ouders en jeugdigen, zie:
3.3.4 Stap 4: Zo nodig: overleg met andere professionals
De verschillen in uitwerking van stap 4 in de KNMG- en V&VN meldcodes worden hieronder in de tabel weergegeven. Geadviseerd wordt de KNMG Meldcode te volgen.
KNMG-meldcode | V&VN-meldcode | |
Stap 4 Benaming |
Zo nodig overleg met betrokken professionals. |
Weging van de informatie die is verzameld en bij twijfel (opnieuw) Veilig Thuis raadplegen. |
Stap 4 Uitwerking |
U kunt met inachtneming van de regels rond het beroepsgeheim ook overleggen met andere hulpverleners betrokken bij het gezin om uw vermoedens nader te onderzoeken.
|
Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met ouders (en jeugdige) het risico op kindermishandeling. Weeg eveneens de aard en de ernst van de kindermishandeling. Pas de vragen 1 en 2 van het afwegingskader toe: 1. Heb je op basis van de verzamelde informatie een vermoeden van (dreiging van) kindermishandeling? Nee: Afsluiten en vastleggen in het dossier. Ja: Ga verder met afweging 2. 2. Schat ik in of er sprake is van een vermoeden van acute of structurele onveiligheid. Nee: Ga verder met afweging 3. Ja: Melden bij Veilig Thuis (professionele meldnorm). De afwegingen 3 tot en met 5 worden samen met Veilig Thuis doorlopen. Zie onder. Raadpleeg in alle gevallen waarin je twijfelt over je vervolgstap (opnieuw) Veilig Thuis. |
Aanbeveling:
|
- Overleg met professionals buiten de JGZ kan alleen met toestemming van de ouder(s) of jeugdige vanaf 12 jaar conform de WGBO (Wet Geneeskundige BehandelOvereenkomst). Zie ook:
- Juridische Toolkit NCJ (van toepassing op alle JGZ-professionals) Onderdeel II Informatieverstrekking ;
- Bijlage 2 Beroepsgeheim van de KNMG-meldcode,
- de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens.
- Bij vermoedens van eergerelateerd geweld kan via Veilig Thuis advies worden ingewonnen en een taxatie en analyse worden uitgevoerd door het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld. Vanwege de aard van de problematiek is het raadzaam om niet (direct) met de ouder(s) in gesprek te gaan maar eerst advies te vragen aan Veilig Thuis (zie Stap 3). Zie ook:
3.3.5 Stap 5: Beslissen over melden en hulp (organiseren) met het afwegingskader en de professionele norm
De verschillen in uitwerking van stap 5 in de KNMG- en V&VN-meldcodes worden hieronder in de tabel weergegeven. Geadviseerd wordt de KNMG-meldcode te volgen.
|
KNMG-meldcode |
V&VN-meldcode |
Stap 5 Benaming |
Beslissen over melding via afwegingskader. |
Beslissen:
|
Stap 5 Uitwerking |
Aan de hand van 5 afwegingsvragen beslist u om al dan niet te melden en/of hulp te verlenen.” 1. Heb ik op basis van stap 1 t/m 4 nog steeds een vermoeden van (dreigende) kindermishandeling? 2. Schat ik op basis van stap 1 t/m 4 in dat er sprake is van acute of structurele onveiligheid? 3. Ben ik in staat om effectieve hulp te bieden of te organiseren om (dreigende) kindermishandeling af te wenden en te monitoren? 4. Aanvaarden de betrokkenen hulp om (dreigende) kindermishandeling af te wenden en zijn zij bereid en in staat om zich hiervoor in te zetten? 5. Leidt de hulp binnen aanvaardbare of afgesproken tijd tot (herstel van) duurzame veiligheid en/of (herstel van) welzijn van de betrokkene(n)? Het is de professionele norm om te melden in de volgende situaties. 1. In gevallen van acute en/of structurele onveiligheid. 2. In niet-acuut en/of niet-structureel onveilige situaties waarin de arts meent dat hij/zij, gelet op zijn/haar competenties, verantwoordelijkheden en professionele grenzen, in onvoldoende mate effectieve hulp kan bieden of organiseren. 3. Als de arts die hulp biedt of organiseert om de betrokkene(n) te beschermen tegen (het risico op) kindermishandeling en/of huiselijk geweld, constateert dat de onveiligheid niet stopt of zich herhaalt. |
Pas de vragen 3, 4 en 5 van het afwegingskader en de professionele meldnormen toe: 3. Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of organiseren om dreiging van (toekomstig) kindermishandeling af te wenden? Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen. Nee: Melden bij Veilig Thuis Ja: Ga verder met afweging 4 4. Aanvaarden de ouders hulp om dreiging van (toekomstig) kindermishandeling af te wenden en zijn zij bereid zich hiervoor in te zetten? Ofwel: Ben ik in staat de hulp in samenwerking met de betrokkenen te bieden of organiseren? Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen. Nee: Melden bij Veilig Thuis Ja: Hulp bieden of organiseren, ga verder met afweging 5. 5. Leidt de hulp binnen de gewenste termijn tot duurzame veiligheid en/of het welzijn (herstel) van alle betrokkenen? Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen. Nee: (Opnieuw) melden bij Veilig Thuis. Ja: Hulp afsluiten met afspraken over het volgen van toekomstige (on)veiligheid met betrokkenen en samenwerkingspartners. |
Aanbeveling:
|
4 Preventieve interventies kindermishandeling
In deze module worden effectieve of veelbelovende interventies beschreven die in de JGZ ingezet kunnen worden ter preventie van kindermishandeling. Verder besteedt de module aandacht aan de vraag hoe je als JGZ-professional aanstaande, kwetsbare ouders kunt begeleiden tijdens de zwangerschap, om kindermishandeling te voorkomen.
Aanbevelingen
4.1 Uitgangsvragen
- Hoe kunnen kwetsbare gezinnen het best begeleid worden tijdens de zwangerschap?
- Wat zijn effectieve/veelbelovende interventies voor de preventie van kindermishandeling?
4.2 Achtergrond
Welke mogelijkheden hebben JGZ-professionals om kindermishandeling te voorkomen, te doen stoppen of van te herstellen?
- Voorkomen:
- Universele voorlichting (bv. over ‘positief opvoeden’, early life stress, bespreken kinderwens, voorkomen van ‘schudden’ (preventie toegebracht schedel-hersenletsel (TSHL)).
- Algemene opvoedondersteuning of verwijzen naar opvoedingsondersteuningsprogramma’s die buiten de JGZ worden aangeboden.
- Tijdige signalering van kwetsbare omstandigheden (zie module Signaleren van kindermishandeling) Zie JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning.
- Gerichte (opvoedings)ondersteuning voor (aanstaande) ouders met een verhoogd risico Zie JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning.
- Stoppen:
- Melden bij Veilig Thuis (zie module Werken met de meldcode)
- Verwijzen naar hulp (sociaal wijkteam, (jeugd)GGZ, jeugdhulp, huisarts)
- Vinger aan de pols houden, ook met betrekking tot broertjes/zusjes
- Momenten van contact op indicatie
- Herstellen:
- Verwijzen naar hulp (sociaal wijkteam, (jeugd)GGZ, jeugdhulp, specialistische (trauma)behandeling, huisarts).
Voor deze module is in de Databank Effectieve jeugdinterventies en in de Databank Loket Gezond Leven gezocht naar interventies die in Nederland beschikbaar zijn en die relevant zijn voor het thema kindermishandeling. Op basis daarvan wordt in Bijlage 1 een overzicht gegeven van preventieve JGZ-interventies gericht op het voorkomen van kindermishandeling en/of versterken van de opvoedvaardigheden van ouders.
4.2.1 Contact JGZ in de prenatale fase
Sinds 2022 zijn gemeenten wettelijk verplicht om een prenataal huisbezoek door de JGZ (PHB JGZ) aan de zwangere en/of het gezin in een kwetsbare situatie te bieden.
PHB JGZ is een moment van contact op indicatie tijdens de zwangerschap, meestal na signalering door de geboortezorgverlener. De jeugdverpleegkundige luistert naar de wensen, behoeften en eventuele zorgen van de aanstaande ouder(s) en kijkt samen met hen, waar nodig naar mogelijkheden voor extra ondersteuning (vanuit de JGZ of doorgeleiding naar andere hulp) al in de zwangerschap.
Een gezin in een kwetsbare situatie wordt omschreven als: “een gezin waarbij enkele maatschappelijke en/of psychosociale risicofactoren gesignaleerd worden, die de zwangerschap, het ouderschap, de opvoeding en de ontwikkelingskansen van een kind negatief kunnen beïnvloeden. (…) Het is aan degene die signaleert om samen met de zwangere/het gezin zich een beeld te vormen van de mate van kwetsbaarheid.” (Handreiking PHB JGZ).
Zie:
- een Thema-dossier Prenataal huisbezoek
- een Handreiking PHB JGZ met informatiefolders voor ouders
- samenvattingskaarten voor signaleerders, uitvoerende JGZ-professionals en gemeenten.
- een e-learning ‘Prenataal huisbezoek JGZ’ beschikbaar in de JGZ Academie
Hoewel de implementatie van het PHB JGZ breed is opgepakt door de JGZ, is er veel variatie in de uitvoering ervan. De doelgroep wordt nog onvoldoende bereikt en een eenmalig huisbezoek blijkt meestal niet voldoende is om het betreffende gezin te ondersteunen. De JGZ is in grote mate ‘afhankelijk’ van de signalering door geboortezorgverleners. Dit geldt vooral bij gezinnen met een eerste zwangerschap of kind, waarvan nog geen broertjes of zusjes bekend zijn bij de JGZ [13]; [120]. Hoewel geboortezorgverleners aanbevolen wordt om gebruik te maken van een signaleringsinstrument, wordt dit in de praktijk nog onvoldoende gebruikt ([67]. De verdere implementatie van het PHB-JGZ en de samenwerking tussen JGZ-professionals en geboortezorgverleners verdient dus blijvende aandacht. De preSPARK [82] en de GIZ-methodiek [96] kunnen een goede structuur bieden voor de invulling PHB JGZ.
4.2.2 Interventies voor (aanstaande) ouders met verhoogd risico
Zowel Stevig Ouderschap als Voorzorg richten zich op (aanstaande) ouders die een verhoogd risico hebben op problemen in de opvoeding en op kindermishandeling. Doel van de interventies is het versterken van de (opvoed)vaardigheden van de ouder door hen voor te bereiden op het ouderschap, door psychosociale problemen bij hun kind te voorkomen of daarmee beter om te gaan. Gedurende een aantal huisbezoeken tijdens de zwangerschap en de eerste twee jaar daarna worden door speciaal opgeleide jeugdverpleegkundigen allerlei thema’s met de (aanstaande) ouders besproken. Beide programma’s zijn effectief gebleken voor de preventie van kindermishandeling.
Stevig Ouderschap [92]; [94] geeft door middel van huisbezoeken extra ondersteuning aan gezinnen waar de omstandigheden zwaarder zijn dan gemiddeld, zodat problemen tijdig worden gesignaleerd en voorkomen. Deze interventie draagt bij aan een positieve en veilige opvoeding. Stevig Ouderschap bevat 6 tot 10 huisbezoeken, waarvan er vier prenataal worden uitgevoerd. Voor het programma Stevig Ouderschap werden eerste aanwijzingen voor de effectiviteit gevonden: moeders in de ‘Stevig Ouderschap-groep’ zeggen zich meer competent te voelen als ouder en het risico op kindermishandeling bleek aantoonbaar gedaald [92]; [94].
VoorZorg [50]; [51];[52] is een intensief huisbezoekprogramma voor aanstaande moeders in een zeer kwetsbare situatie, die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen van problemen. Zij krijgen ondersteuning van een gespecialiseerd VoorZorgverpleegkundige die ondersteunt bij de zwangerschap, het ouderschap, de verzorging en opvoeding, gezondheid en levensloopontwikkeling en bij het krijgen van betere toegang tot hulp. VoorZorg bevat circa 40 tot 60 huisbezoeken [19]. Moeders die meegedaan hebben aan VoorZorg rookten minder tijdens de zwangerschap, gaven vaker borstvoeding, en er werd minder huiselijk geweld gerapporteerd in vergelijking met een controlegroep [49];[50];[51]; [52].
Het programma Nu Niet Zwanger [122] richt zich op mannen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd die (tijdelijk) in een kwetsbare situatie zitten en bijvoorbeeld te maken hebben met psychiatrische problemen, schulden, armoede, verslaving of huiselijk geweld. Doel is om de cliënt een weloverwogen keuze te kunnen laten maken of deze nu, wel of geen zwangerschap wil laten ontstaan. Daarmee kunnen onbedoelde zwangerschappen worden voorkomen. Het programma is erkend als ‘goed onderbouwd’ door de Erkenningscommissie Gezondheidsbevordering van het RIVM (2022). Aanhoudende aandacht voor anticonceptie bij mensen in kwetsbare situatie blijkt onbedoelde zwangerschappen te kunnen voorkomen [121].
4.2.3 Preventieve JGZ-interventies gericht op opvoedvaardigheden
Er zijn vier preventieve interventies beschikbaar voor de JGZ die de opvoedvaardigheden van ouders beogen te versterken om op die manier gedragsproblemen bij kind te voorkomen: Home Start [53], Triple P niveau 3 [71];[72], Triple P niveau 4 en 5 [97], en Moeders Informeren Moeders (MIM)[14]. Deze interventies zijn bedoeld als basisvoorziening en kunnen ingezet worden in de JGZ, in een centrum Jeugd en Gezin (CJG) of op school. Zie bijlage 1 voor een overzichtstabel. Zie ook JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning.
Home Start is een laagdrempelig, preventief programma waarin getrainde vrijwilligers ouders met kinderen tussen 0-6 jaar wekelijks bezoeken om hun opvoedcompetenties te versterken [53]. De duur varieert van enkele maanden tot anderhalf jaar. Er zijn goede aanwijzingen voor de effectiviteit van Home Start: drie studies laten redelijke en duurzame effecten zien op welzijn moeder, opvoedgedrag en het gedrag van het kind [83]; [105]; [110].
Triple P niveau 3 is een opvoedtraining met betrekking tot lichte opvoedvragen [31]. Er zijn twee versies: voor ouders met kinderen onder de 12 jaar en voor ouders van 12-plussers. Voor de hele doelgroep zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit op ervaren ouderlijke competentie en welbevinden bij ouders en jeugdigen [71]; [72]. Voor de leeftijdsgroep tussen 9-11 jaar is het bewijs van Triple P niveau 3 sterker [59]m, namelijk: ‘goede aanwijzingen voor effectiviteit’).
Triple P niveau 4 en 5 is een opvoedtraining en beoogt ernstige gedrags-, emotionele problemen bij jeugdigen (0-18 jaar) te voorkomen [97]. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies met informatie, opdrachten uit het werkboek, video-instructie en het toepassen van opvoedstrategieën in een rollenspel. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand. Er zijn eerste aanwijzingen gevonden voor de effectiviteit van Triple P niveau 4/5: Bij ouders nemen dysfunctioneel opvoedgedrag en psychische klachten af, en daarnaast is een daling van probleemgedrag bij het kind te zien ([71]; [72] .
Moeders Informeren Moeders (MIM) is bedoeld voor moeders van een eerste kind tot de leeftijd van 18 maanden met opvoedvragen en weinig sociale steun [14]. Minstens eens per maand krijgen de moeders een huisbezoek van een vrijwilliger moeder met veel ervaring. De huisbezoeken beogen het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van de deelnemers te versterken [68]; [103]. De interventie is nog niet onderzocht op effectiviteit maar als ‘goed onderbouwd’ opgenomen in de Databank Effectieve jeugdinterventies.
4.2.4 Interventies gericht op het stoppen en herstellen van kindermishandeling
In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van specialistische interventies, die de veiligheid in het gezin vergroten en schadelijke effecten van kindermishandeling behandelen. Al deze interventies worden aangeboden in de specialistische jeugdhulpverlening en vereisen dus een verwijzing van de huisarts of jeugdarts.
4.3 Samenvatting en conclusie(s) wetenschappelijk bewijs
- Er is nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de implementatie en mogelijke effecten van het PHB JGZ. In een eerste verkenning van het PHB JGZ blijkt dat Het PHB JGZ wordt door uitvoerende jeugdverpleegkundigen als waardevol wordt gezien, al is er nog veel variatie in de uitvoering en worden gezinnen in kwetsbare omstandigheden nog onvoldoende bereikt [13]; [120].
- Stevig Ouderschap [94] en VoorZorg [19] zijn twee preventieve programma’s in de JGZ voor kwetsbare (aanstaande) ouders met als belangrijkste doel het voorkomen van kindermishandeling. Beide programma’s zijn effectief gebleken.
- Voor het programma Stevig Ouderschap werden eerste aanwijzingen voor de effectiviteit gevonden: moeders in de ‘Stevig Ouderschap-groep’ zeggen zich meer competent te voelen als ouder en het risico op kindermishandeling bleek aantoonbaar gedaald [93].
- Moeders die meegedaan hebben aan VoorZorg rookten minder tijdens de zwangerschap, gaven vaker borstvoeding, en er werd minder huiselijk geweld gerapporteerd in vergelijking met een controlegroep [49]; [50]; [51]; [52].
- Voor het versterken van opvoedvaardigheden van ouders zijn effectieve programma’s voorhanden, die ook binnen de JGZ kunnen worden aangeboden zoals Home Start, Triple P niveau 3 en Triple P niveau 4/5. De programma’s laten kleine, positieve effecten zien op het gedrag van het kind, competentie van de ouder en welbevinden van de ouder.
4.4 Rationale
Hier worden belangrijke afwegingen beschreven bij het tot stand komen van de aanbevelingen.
Tabel 1. Rationale op basis van de afwegingen met betrekking tot preventies interventies
Interventie | Rationale |
Preventieve JGZ-interventies om kindermishandeling te voorkomen | |
Prenataal Huisbezoek JGZ | Door middel van één of enkele huisbezoeken wordt contact gelegd met aanstaande ouders in een kwetsbare situatie. Het huisbezoek door de JGZ verpleegkundige beoogt bij te dragen aan een beter verloop van de zwangerschap, betere geboorte-uitkomsten en een beter toekomstperspectief voor ouder(s) en kind door eerdere en betere ondersteuning; betere samenwerking tussen de JGZ, geboortezorg en sociaal domein; en een goede ingang voor de JGZ bij kwetsbare gezinnen. |
Stevig Ouderschap (JGZ) | Met behulp van 6-10 huisbezoeken (waarvan 4 prenataal) wordt het risico op kindermishandeling aantoonbaar verkleind. Ouders die hebben meegedaan aan Stevig Ouderschap voelen zich competenter en het risico op kindermishandeling gaat naar beneden. De interventie is goed ingebed in de JGZ, wordt veel gebruik en professionals zijn tevreden over de ondersteuning die goed aansluit bij de doelgroep. |
VoorZorg | Een intensief bezoekprogramma met 40 tot 60 huisbezoeken voor risicomoeders en hun jonge kind vanaf de zwangerschap tot 2 jaar. Er wordt gewerkt aan hechting, opvoedvaardigheden, gezondheid, veiligheid, financiële stabiliteit, en de relatie met partner en familie. Er zijn goede aanwijzingen voor de effectiviteit gevonden op deze uitkomsten: minder roken tijdens de zwangerschap, vaker borstvoeding geven en minder huiselijk geweld. De interventie vraagt veel tijd en inzet van zowel de professionals als de aanstaande moeders, maar deze nadelen wegen niet op tegen de voordelen: de risico’s op kindermishandeling worden aantoonbaar verlaagd. |
Preventieve interventies gericht op het versterken van de opvoedcompetenties van ouders | |
Home Start | Een laagdrempelig, preventief en effectief programma waarin getrainde vrijwilligers ouders wekelijks bezoeken om hun opvoedcompetenties te versterken. De duur varieert van enkele maanden tot anderhalf jaar. Er zijn goede aanwijzingen voor de effectiviteit: drie studies laten redelijke en duurzame effecten zien op welzijn moeder, gedrag van het kind en opvoedgedrag. Het programma is – onder andere door de inzet van vrijwilligers – kosteneffectief gebleken. |
Triple P niveau 3 | Een gerichte opvoedtraining (2 uur) gericht op lichte, veelvoorkomende opvoedvragen. Er zijn twee versies: 12- en 12+. Voor de hele doelgroep zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit op ervaren ouderlijke competentie en welbevinden bij ouders en jeugdigen. Voor de leeftijdsgroep 9-11 is het bewijs sterker (goede aanwijzingen). De interventie is kosteneffectief gebleken. |
Triple P niveau 4/5 | Opvoedtraining die ernstige gedrags-, en emotionele problemen wil voorkomen. Er zijn eerste aanwijzingen gevonden voor effectiviteit: probleemgedrag van de jeugdige, dysfunctioneel opvoedgedrag en psychische klachten bij ouders nemen af. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand, en de opvoedtraining is kosteneffectief gebleken. |
Moeders Informeren Moeders (MIM) | Moeders (van een eerste kind tot 18 maanden) die lichte opvoedvragen hebben en weinig sociale steun hebben. Minstens eens per maand een huisbezoek van vrijwillige moeder met veel ervaring. De huisbezoeken beogen het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van de moeders te versterken. Er is nog geen effectonderzoek gedaan naar MIM, wel is de interventie als ‘theoretisch goed onderbouwd’ opgenomen in de Databank Effectieve jeugdinterventies van het NJi. |
5 Verantwoording
Een belangrijke reden voor de herziening van de richtlijn Kindermishandeling was de toevoeging van het ‘Afwegingskader’ en ‘Professionele norm’ aan de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, in 2019.
Daarnaast is de KNMG-Meldcode in 2023 herzien en overzichtelijk toegelicht. Dit maakt het mogelijk om binnen JGZ-organisaties met één meldcode (KNMG) te werken.
De module Definities en achtergrondinformatie werd herzien op grond van overzichtsartikelen en op geleide van de werkgroep ‘Kindermishandeling’ aanwezige kennis en praktijkervaring. Deze module is gebaseerd op de JGZ-Richtlijn Kindermishandeling 2016, geactualiseerd met kennis vanaf 2016 tot en met 2024, via:
- Nederlandse wetgeving (definities van kindermishandeling), aanpalende richtlijnen zoals de Richtlijn Kindermishandeling door falsificatie (KMdF) en het Medisch Handboek Kindermishandeling [36].
- niet systematisch gezochte en geselecteerde Nederlandse prevalentiestudies;
- niet systematisch gezochte en geselecteerde meta-analyses en reviews betreffende risico- en beschermende factoren van kindermishandeling.
- niet systematische gezochte en geselecteerde meta-analyses betreffende de gevolgen van kindermishandeling,
- aangevuld met kennis van de project- en werkgroep en klankbordgroep Kindermishandeling.
De JGZ Richtlijn Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) is in ontwikkeling.
De modules Signaleren, Werken met de meldcode, en Preventieve interventies zijn herzien op grond van actueel wetenschappelijke bewijs en door de werkgroep aangeboden expertise.
5.1 Methode literatuuronderzoek
Oriënterend literatuuronderzoek
In eerste instantie is uitgegaan van de JGZ-richtlijn Kindermishandeling van 2016. Vervolgens is gezocht naar systematische reviews en (inter)nationale evidence-based richtlijnen. Vervolgens zijn twee specifieke systematische zoekacties uitgevoerd voor de herziening en update van de module module Definities en achtergrondinformatie: een search naar risico- en beschermende factoren van kindermishandeling, en een search naar de gevolgen van kindermishandeling voor de jeugdige.
Deze searches hadden een hiërarchische aanpak:
-
Zoeken naar bestaande geaggregeerde literatuur, zoals richtlijnen, systematische reviews en meta-analyses
-
De leden uit de clusterwerkgroep werden gevraagd om relevante literatuur aan te leveren.
-
Op basis van aangeleverde sleutelpublicaties werd met behulp van de ‘sneeuwbalmethode’ gezocht naar aanvullende, relevante literatuur.
-
Bij onvoldoende onderzochten methoden of onderwerpen werd uitgegaan van in de werkgroep beschikbare kennis en praktijkervaring.
-
Tenslotte is gezocht in twee interventiedatabases – Databank Effectieve Jeugdinterventies en Loket Gezond Leven (met name voor de Module Preventieve interventies) .
Specieke literatuur searches
Er zijn drie searches uitgevoerd voor de risico- en beschermende factoren van kindermishandeling en de mogelijke gevolgen van mishandeling.
Tabel 1. Search Risicofactoren voor kindermishandeling
Uitgangsvraag: Wat zijn risicofactoren in de omgeving, de ouder of het kind voor kindermishandeling? | |
Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Meta-analyses en systematische reviews |
Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
Databases (s): | PubMed en Scopus |
Datum search | juli 2024 |
Publicatie periode | 2015-2024 |
Talen | Engels en Nederlands |
Toelichting en opmerkingen:: Het gaat hierbij om risicofactoren voor lichamelijke en emotionele mishandeling en verwaarlozing, waaronder Shakenbaby syndroom, Kindermishandeling door falsificatie en Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). |
|
Database | Zoekstrategie voor risicofactoren van kindermishandeling |
PubMed |
AND
AND
= 123 hits |
Scopus |
AND
AND
AND
AND
AND
AND
= 422 hits |
In totaal (Scopus+Pubmed)= 545; Duplicates = 75; 470 unieke studies |
Tabel 2. Search beschermende factoren voor kindermishandeling.
Uitgangsvraag: Wat zijn beschermende factoren voor kindermishandeling? | |
Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Meta-analyses en systematische reviews |
Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
Databases (s): | PubMed en Scopus |
Datum search | juli 2024 |
Publicatie periode | 2015-2024 |
Talen | Engels en Nederlands |
Toelichting en opmerkingen: Het gaat hierbij om beschermende factoren voor lichamelijke en emotionele mishandeling en verwaarlozing, waaronder Shakenbaby syndroom, Kindermishandeling door falsificatie en Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). |
|
Database | Zoekstrategie |
PubMed |
AND
AND
= 27 hits |
Scopus |
AND
AND
AND
AND
AND
AND
=42 hits |
In totaal (Scopus+Pubmed) = 69; Duplicates = 12, 57 unieke studies |
Tabel 3. Search gevolgen van kindermishandeling voor de jeugdige.
Uitgangsvraag: Wat zijn gevolgen van kindermishandeling voor de jeugdige? | |
Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Meta-analyses en systematische reviews |
Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
Databases (s): | PubMed en Scopus |
Datum search | juli 2024 |
Publicatie periode | 2015-2024 |
Talen | Engels en Nederlands |
Toelichting en opmerkingen:: Het gaat hierbij om de gevolgen van lichamelijke en emotionele mishandeling en verwaarlozing, waaronder Shakenbabysyndroom, Kindermishandeling door falsificatie en Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) voor de jeugdige. |
|
Database | Zoekstrategie voor gevolgen van kindermishandeling voor jeugdige |
PubMed |
AND
AND
= 123 hits |
Scopus |
AND
AND
AND
AND
AND
AND
|
In totaal (Scopus+Pubmed) = 354 ; Duplicates=50; Excluded=278 26 unieke studies |
De reviewers selecteerden de studies in drie fases:
- De eerste selectie vond plaats op grond van titel en abstract
- De tweede selectie na het lezen van de full-tekst.
- Primaire studies (met voorkeur voor studies die in Nederland zijn uitgevoerd en in de JGZ) werden alleen dan gebruikt als up-to-date systematische reviews niet voorhanden waren.
De selectiecriteria berustten op:
-
Publicatieperiode: 2016-2024.
-
Publicatie taal: Engels en Nederlands.
-
Methodologische criteria: Deze zijn afhankelijk van de uitgangsvraag (gericht op interventie, preventie, diagnostiek, prognose, etiologie, etc.). Voor interventie vragen wordt bijvoorbeeld in eerste instantie gezocht naar (meta-analyses van) RCTs omdat hier de minste kans is op vertekening. Voor etiologische en diagnostische vragen is een observationeel onderzoeksdesign meestal meer van toepassing.
-
Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn (e.g. vertaald en/of materialen beschikbaar).
-
Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die binnen de JGZ toepasbaar en uitvoerbaar zijn.
5.2 Totstand koming
Deze richtlijntekst is gebaseerd op de ‘JGZ Richtlijn Kindermishandeling’, gepubliceerd in 2016. Bij het herzien van de richtlijn is de clusterwerkgroep ‘Opvoeden en Ondersteunen’ ook betrokken geweest. Deze grotere clusterwerkgroep bestond uit JGZ-professionals met praktijkervaring als inhoudsdeskundigen op het gebied van opvoeding, huilen, slapen of de ouder-kind interactie. Gedurende het gehele herzieningsproces zijn de leden van de clusterwerkgroep betrokken geweest via plenaire bijeenkomsten en schriftelijke feedbackrondes, waarbij hun opmerkingen en suggesties zijn verzameld en verwerkt in de richtlijnmodules.
Concept teksten werden geschreven door het projectteam van TNO, samen met leden van de ‘werkgroep Kindermishandeling’ die speciale expertise hebben op het terrein van kindermishandeling.
- Werkgroep
Bij de formatie van de werkgroep Kindermishandeling is gelet op een goede balans tussen wetenschappers, inhoudelijke experts en uitvoerende JGZ professionals. De werkgroep bestond uit zes personen:
- Karin Laan, Beleidsadviseur en aandachtsfunctionaris kindermishandeling, huiselijk geweld en privacy bij GGD Hollands Noorden.
- Henrique Sachse, Vertrouwensarts, Jeugdarts, Arts M&G, Onderwijsadviseur, oud voorzitter Eusuhm
- Claudia van der Put, Universitair docent Forensische Orthopedagogiek, Universiteit van Amsterdam
- Rian Teeuw, kinderarts sociale pediatrie, LECK kinderarts, voorzitter TASK-Amsterdam UMC
Projectteam TNO:
- Remy Vink, inhoudsdeskundige en projectleider
- Marianne de Wolff, inhoudsdeskundige, richtlijnontwikkelaar
Betrokkenheid ouders en jeugdigen
De oudervertegenwoordiger bij het Cluster Opvoeden en Ondersteunen (waarvan de richtlijn Kindermishandeling deel uitmaakt) heeft deelgenomen aan de vergaderingen van het brede cluster bijgewoond. Verder heeft zij schriftelijk commentaar gegeven op alle aanbevelingen van de richtlijn Kindermishandeling. Op basis van deze opmerkingen hebben we kleine aanpassingen gedaan in de tekst van de Module ‘Signaleren’ en de Module ‘Werken met de Meldcode’.
Daarnaast zijn ouders van kinderen (0-18 jaar) via sociale media benaderd om hun ervaringen in kaart te brengen.
6 Bijlagen
Overzicht van de bijlagen:
Bijlage 1: Overzicht preventieve interventies voor de JGZ gericht op het voorkomen van kindermishandeling en/of versterken van opvoedvaardigheden bij de ouder(s); (Bron: Databank Effectieve jeugdinterventies).
Bijlage 2: Overzicht specialistische interventies (buiten de JGZ) gericht op vergroten veiligheid en het behandelen van de negatieve gevolgen van kindermishandeling (Bron: Databank Effectieve jeugdinterventies).
6.1 Bijlage 1
Bijlage 1. Overzicht preventieve interventies voor de JGZ gericht op het voorkomen van kindermishandeling en/of versterken van opvoedvaardigheden bij de ouder(s); (Bron: Databank Effectieve jeugdinterventies).
Referentie |
Kwaliteit bewijs |
Doelgroep |
Doel |
Beschrijving |
Uitkomsten in onderzoek of uitkomstmaten die nagestreefd worden |
|
Effectief volgens sterke |
Jonge vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind en die te maken hebben met een opeenstapeling van risicofactoren en problemen. |
Het terugdringen van kindermishandeling of het risico daarop. |
VoorZorg bestaat uit gestructureerde huisbezoeken, tijdens de zwangerschap en eerste twee levensjaren. VoorZorg heeft leeftijdsspecifieke aandachtspunten en vaardigheidstrainingen die op de doelgroep zijn toegesneden. Het traject omvat 40-60 huisbezoeken. |
Uit onderzoek [49];[50];[51];[52] blijken de volgende effecten: minder roken tijdens de zwangerschap, vaker borstvoeding geven en minder huiselijk geweld in de interventiegroep. |
|
Effectief volgens eerste |
Kinderen in de leeftijd van -5 mnd maanden tot 2,5 jaar en hun (aanstaande) ouders met een of meerdere kenmerken: belast voorgeschiedenis, persoonlijke problemen, onvoldoende steunende context en/of verzwaarde opvoeding |
Het verkleinen van het risico op ernstige opvoedingsproblemen, waaronder kindermishandeling. |
Met circa 4 pre- en 6-10 postnatale huisbezoeken (tot 2 jaar) worden ouders geholpen hun zelfvertrouwen en zelfredzaamheid te vergroten en hun sociale netwerk te versterken. |
Onderzoek [93] heeft aangetoond dat in gezinnen die Stevig Ouderschap hebben gevolgd er sprake is van: 1. minder kans op |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
Ouders met minstens één kind dat jonger is dan 7 jaar, die alledaagse opvoedvragen hebben, zich niet voldoende competent voelen in de opvoeding en weinig steun ervaren vanuit hun omgeving. |
Ouders helpen om hun opvoedvaardig-heden en sociale netwerk te vergroten. |
Door het samendoen van activiteiten binnens- en buitenshuis, al dan niet met de kinderen, ondersteunt de vrijwilliger de ouders op een praktische manier en fungeert de vrijwilliger als rolmodel. De ondersteuning is vraaggericht, gericht op empowerment, biedt tijd en aandacht en is gebaseerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen. De duur varieert van enkele maanden tot 1,5 jaar. |
De Home-Start groep laat positieve veranderingen zien op zowel het welzijn van moeders, als op hun opvoedgedrag, als op kindgedrag [83]; [105]; [110] Oordeel commissie Databank NJi: “Drie studies die zijn gedaan naar Home-Start laten redelijke en duurzame effecten zien op een deel van de relevante uitkomsten.”
|
|
Effectief volgens eerste |
Ouders van 0- tot 18-jarigen met specifieke opvoedvragen (enkelvoudig probleemgedrag dat niet langer dan zes maanden bestaat) |
Vergroten van de competentie en het zelfvertrouwen bij ouders om gedrags- en emotionele problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen of te verminderen. |
Triple P niveau 3 is een opvoedtraining voor ouders met lichte opvoedvragen. Er zijn twee versies: tot 12 jaar, en boven de 12 jaar, individueel (4 gesprekken) of in een groep (workshop van 2 uur). Ouders worden getraind in de toepassing van positieve opvoedstrategieën om te kunnen omgaan met veel voorkomende problemen. |
Onderzoek [118] heeft laten zien dat de interventie leidt tot: 1. Toegenomen mate van ervaren ouderlijke competentie; |
|
Effectief volgens eerste |
Kinderen tot 16 jaar met milde tot ernstige emotionele en gedragsproblemen. De intermediaire doelgroep zijn ouders van deze kinderen die het gedrag van hun kind moeilijk hanteerbaar vinden. |
Het voorkomen en/of verminderen van ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelings-problemen bij kinderen |
Oudertraining gericht op het voorkomen of verminderen van ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelingsproblemen bij kinderen. Triple P niveau 4 omvat 17 opvoedstrategieën voor ouders. Triple P niveau 5 is gericht op het opheffen van belemmerende factoren in het gezin, zoals persoonlijke problemen of relatieproblemen. |
Triple P niveau 4 gaat samen met afname van [71]; [72].
|
Goed onderbouwd |
Moeders met een eerste kind tot 18 maanden die alledaagse vragen hebben over de opvoeding en verzorging van hun kind en weinig ondersteuning ervaren vanuit hun sociale netwerk. |
Vergroten van de opvoedcompetentie van moeders bij alledaagse vragen over de verzorging en opvoeding van hun kind. |
Deelnemende moeders krijgen iedere maand bezoek van een vrijwilliger. De huisbezoeken zijn gericht op het versterken van het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid en het sociale netwerk. |
MIM beoogt bij te dragen aan opvoedcompetentie [14]; [68]; [99]
|
6.2 Bijlage 2
Bijlage 2. Overzicht specialistische interventies (buiten de JGZ) gericht op vergroten veiligheid en het behandelen van de negatieve gevolgen van kindermishandeling. (Bron: Databank Effectieve jeugdinterventiest).
Referentie |
Kwaliteit bewijs |
Doelgroep |
Doel |
Beschrijving |
Uitkomsten in onderzoek of uitkomstmaten die nagestreefd worden |
Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling
|
Effectief volgens goede |
Kinderen van 6 tot 16 jaar en hun gezinnen, die op jonge leeftijd kindermishandeling hebben meegemaakt. |
Traumaverwerking bij het kind; verbetering van de gehechtheidsrelatie; Verbeteren van emotieregulatie en verminderen van gedragsproblemen. |
IGT-K is een multidisciplinaire behandeling na kindermishandeling bij kinderen die complexe problemen hebben. Doelen zijn: traumaverwerking, verbetering van de relatie met de ouder, emotieregulatie en verminderen van gedragsproblemen. Eerst wordt gewerkt aan een vertrouwensrelatie met de ouder en aan de vaardigheden bij het kind. Daarna komt traumabehandeling. |
Effecten gevonden op drie van de vier uitkomstmaten, namelijk gehechtheidsproblematiek, gedragsproblemen en emotie regulatie. “De interventie is complex, maar helder beschreven ”aldus de Databank Effectieve jeugdinterventies. En het programma is effectief gebleken, zij het dat er geen effecten zijn gevonden op traumaverwerking van het kind [27]. |
|
Effectief volgens eerste |
Jeugdigen van 0 tot 18 jaar in gezinnen die in acute crisis verkeren met dreigende uithuisplaatsing. Alle gezinsleden worden actief betrokken bij deze interventie. |
Een crisis in een gezin oplossen en de veiligheid te vergroten, met als doel de dreigende uithuisplaatsing van jongeren te voorkomen. |
Families First biedt intensieve hulp om een crisis in een gezin op te lossen en de veiligheid te vergroten, zodat uithuisplaatsing wordt voorkomen. Families First heeft drie fasen: 1) Vergroten van de veiligheid en plan van aanpak, 2). Concretisering en realisering van de doelen en 3). Afrondingsfase van 4 dagen. |
Er zijn positieve effecten gemeten op het functioneren van de kinderen in het gezin en op de ervaren opvoedingsbelasting bij de ouders [34]; [84]. |
|
Goed onderbouwd |
Meiden van 11 tot en met 23 jaar die in het loverboycircuit of de prostitutie terecht zijn gekomen. Het programma richt zich ook op ouders en andere gezinsleden. |
Het risico op (herhaald) slachtofferschap en |
Asja is een opvang- en behandelvoorziening voor meisjes die in de prostitutie zijn beland of risico daarop lopen. De interventie duurt maximaal een jaar en bestaat uit vier fasen: (1) stabilisatie en normalisatie, (2) verwerking/behandeling, (3) integratie en (4) uitstroom/vervolgzorg. Traumabehandeling wordt zo snel als mogelijk al in de 1e fase ingezet. |
Weerbaarheid en voorkomen herhaald slachtofferschap. Er is nog geen effectonderzoek gedaan. |
Referentie |
Kwaliteit bewijs |
Doelgroep |
Doel |
Beschrijving |
Uitkomsten in onderzoek of uitkomstmaten die nagestreefd worden |
Goed onderbouwd |
Meiden en jonge vrouwen van 14 t/m 23 jaar uit die te maken hebben met (dreigend) eergerelateerd geweld |
Afname van het (dreigende) eergerelateerde geweld en andere persoonlijke en/of systeem problematiek zodat het meisje veilig terug kan keren naar huis of elders en kan deelnemen aan de maatschappij. |
EVA-Zahir is een gestructureerd 7×24 uursprogramma voor meisjes die die te maken hebben met eergerelateerd geweld. Het programma werkt aan de mogelijkheid dat de meiden zich in een veilige (thuis)situatie verder kunnen ontwikkelen. Het programma duurt 6-12 maanden en richt zich op wonen, school of werk en vrije tijd. |
Eergerelateerde geweld, veiligheid. Er is nog geen effectonderzoek gedaan. |
|
Goed onderbouwd |
Meisjes van 12 tot en met 18 jaar die seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt of signalen daarvan vertonen. |
Gezonde seksuele ontwikkeling bevorderen om het risico te verkleinen dat meisjes opnieuw slachtoffer worden van een loverboy of mensenhandelaar. |
De meisjes krijgen individuele (ambulante) hulp van een vrouwelijke hulpverlener. Kern van de aanpak is een cognitief-gedragstherapeutische en oplossingsgerichte benadering, gericht op seksueel plezier. Thema’s rondom seksualiteit, relaties en liefde komen aan bod. Met als doel kennis te vergroten en atttudes en vaardigheden te verbeteren. |
Weerbaarheid en gezonde seksuele ontwikkeling. Er is nog geen effect onderzoek gedaan, wel is de interventie aan de hand van meerdere procesevaluaties bijgesteld en is goed ingebed in de hulpverlening. |
|
Goed onderbouwd |
Gezinnen waarbij sprake is (geweest) van kindermishandeling en/of meervoudige risico’s in de opvoedingscontext en waarbij de opvoeder ‘verstorend opvoedgedrag’ laat zien |
Voorkomen/ verminderen van psychische en gedragsproblemen bij het kind (op latere leeftijd) als gevolg van gedesorganiseerde hechting. |
NIKA heeft tot doel het voorkomen of verminderen van psychische en gedragsproblemen bij het kind (0-6 jaar) als gevolg van gedesorganiseerde hechting. In vijf sessies wordt, met behulp van video feedback, psycho-educatie en huiswerkopdrachten, verstorend en beangstigend opvoedgedrag van de ouders afgeleerd en sensitief opvoedgedrag aangeleerd. |
Verstorend opvoedgedrag. Er is (nog) geen effectonderzoek gedaan. |
|
Goed onderbouwd |
gezinnen met kinderen (0-18 jaar) met uiteenlopende etnische, culturele en maatschappelijke achtergronden die te maken hebben met huiselijk geweld en hiervoor een beroep doen op de vrouwenopvang. |
Het duurzaam stoppen van het huiselijk geweld in het gezin en het bevorderen van herstel van gevolgen van geweld. |
Kern van de aanpak is het in kaart brengen van de situatie, het stapsgewijs vergroten van de veiligheid en het versterken van de regie van cliënten. Hiertoe wordt een gezinstaxatie gemaakt en wordt er gewerkt aan veiligheids- en actieplannen. De voortgang in het hulptraject wordt vastgelegd in het Veiligheids- en actieplan. |
Huiselijk geweld en veiligheid in het gezin. Er is nog geen effectonderzoek gedaan naar deze aanpak. Zie ook Oranje Huis Aanpak – Blijf Groep. |
|
Goed onderbouwd |
Kinderen van 0 tot 10 jaar en hun moeders in de (vrouwen)opvang die in een (vrouwen)opvang verblijven en getuige dan wel slachtoffer zijn (geweest) van huiselijk geweld in het gezin. |
Voorkomen of verminderen van de gevolgen van huiselijk geweld bij kinderen (0-10) die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en bevorderen stabiele hechting. |
De interventie bestaat uit een moeder-kindgroep (voor 0-4 jaar), een kindgroep (4-10 jaar) en een moedergroep. Voor de 0-4 jarigen staan de interacties tussen moeder en kind centraal. Vanaf 4 jaar wordt actief met de kinderen zelf gewerkt door ze opdrachten te laten doen of gesprekjes te voeren. |
Huiselijk geweld, trauma en hechting. Er is nog geen effectonderzoek gedaan. |
Referenties
[1] Baartman H. Het begrip kindermishandeling: pleidooi voor een herbezinning en voor bezonnen beleid. Driebergen-Rijsenburg: Augeo Foundation. 2009
[1] Zahrt DM, Melzer-Lange MD. Aggressive Behavior in Children and Adolescents Pediatrics In Review 2011;32(8):325
http://dx.doi.org/10.1542/pir.32-8-325 https://doi.org/10.1542/pir.32-8-325[2] Baer JC, Martinez CD. Child maltreatment and insecure attachment: a meta-analysis. Reproductive and Infant Psychology 2006;24():187
[2] Younas F, Gutman LM. Parental Risk and Protective Factors in Child Maltreatment: A Systematic Review of the Evidence Trauma, Violence & Abuse 2023;24(5):3697
http://dx.doi.org/10.1177/15248380221134634 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36448533 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36448533/[3] Cicchetti D, Toth SL. Child maltreatment. Annual review of clinical psychology 2005;1():409-38
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17716094[3] Yeo G, Lansford JE, Hirshberg MJ, Tong EMW. Associations of childhood adversity with emotional well-being and educational achievement: A review and meta-analysis Journal of Affective Disorders 2024;347():387
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2023.11.083 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38000469 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38000469/[4] Cicchetti D, Rogosch FA, Toth SL. Fostering secure attachment in infants in maltreating families through preventive interventions. Development and psychopathology 2006;18(3):623-49
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394[4] Yang L, Huang M. Childhood maltreatment and mentalizing capacity: A meta-analysis Child Abuse & Neglect 2024;149():106623
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106623 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213423006117[5] Cunningham SM. The joint contribution of experiencing and witnessing violence during childhood on child abuse in the parent role. Violence and victims 2003;18(6):619-39
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117[5] Wolfe DA, McIsaac C. Distinguishing between poor/dysfunctional parenting and child emotional maltreatment Child Abuse & Neglect 2011;35(10):802
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2010.12.009 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213411002055[6] Edleson JL. Children's witnessing of adult domestic violence Journal of Interpersonal Violence 1999;14():839
[6] Wet Seksuele Misdrijven 2024
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/seksuele-misdrijven/wet-seksuele-misdrijven[7] Felitti VJ, Anda RF, Nordenberg D, Williamson DF, Spitz AM, Edwards V, Koss MP, Marks JS. Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study. American journal of preventive medicine 1998;14(4):245-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069[7] Wet Publieke Gezondheid 2008
http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/geldigheidsdatum_03-11-2015[8] Fergusson DM, Boden JM, Horwood LJ. Exposure to childhood sexual and physical abuse and adjustment in early adulthood. Child abuse & neglect 2008;32(6):607-19
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2006.12.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18565580[8] Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2018
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2018-08-01[9] Finkelhor D, Ormrod R, Turner H, Hamby S. School, police, and medical authority involvement with children who have experienced victimization. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2011;165(1):9-15
http://dx.doi.org/10.1001/archpediatrics.2010.240 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21199974[9] Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037173/2023-10-05[10] Vink RM, van Dommelen P, van der Pal SM, Eekhout I, Pannebakker FD, Klein Velderman M, Haagmans M, Mulder T, Dekker M. Self-reported adverse childhood experiences and quality of life among children in the two last grades of Dutch elementary education Child Abuse & Neglect 2019;95():104051
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2019.104051 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213419302303[10] Gilbert R, Widom CS, Browne K, Fergusson D, Webb E, Janson S. Burden and consequences of child maltreatment in high-income countries. Lancet (London, England) 2009;373(9657):68-81
http://dx.doi.org/10.1016/S0140-6736(08)61706-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114[11] Heim C, Newport DJ, Heit S, Graham YP, Wilcox M, Bonsall R, Miller AH, Nemeroff CB. Pituitary-adrenal and autonomic responses to stress in women after sexual and physical abuse in childhood. JAMA 2000;284(5):592-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10918705[11] Verlinden E, van Meijel EPM, Opmeer BC, Beer R, de Roos C, Bicanic IAE, Bicanic IAE, Lamers-Winkelman F, Olff M, Boer F, Lindauer RJL. Signaleren van posttraumatische stressklachten bij kinderen en adolescenten: betrouwbaarheid en validiteit van de screeningslijst CRIES-13 Kind & Adolescent 2014;35(3):165
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-014-0023-6 https://doi.org/10.1007/s12453-014-0023-6[12] Heim C, Newport DJ, Mletzko T, Miller AH, Nemeroff CB. The link between childhood trauma and depression: insights from HPA axis studies in humans. Psychoneuroendocrinology 2008;33(6):693-710
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2008.03.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18602762[12] Verenigde Naties. Verdrag inzake de rechten van het kind 1989
https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/2002-11-18[13] Heim C, Shugart M, Craighead WE, Nemeroff CB. Neurobiological and psychiatric consequences of child abuse and neglect. Developmental psychobiology 2010;52(7):671-90
http://dx.doi.org/10.1002/dev.20494 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20882586[13] Vanneste Y, Struijf E, Staal I. De implementatie van het prenatale huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg: een eerste verkenning in de jeugdgezondheidszorg. : Verkenning implementatie prenatale huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/zdnz9c15 https://tijdschriftjeugdgezondheidszorg.nl/article/view/19109[14] van Ijzendoorn MH, Schuengel C, Bakermans-Kranenburg MJ. Disorganized attachment in early childhood: meta-analysis of precursors, concomitants, and sequelae. Development and psychopathology 1999;11(2):225-49
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16506532[14] Van den Heuvel - Berns J.M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Moeders Informeren Moeders’ 2022
https://www.nji.nl/interventies/moeders-informeren-moeders-mim[15] Jonson-Reid M, Drake B, Kim J, Porterfield S, Han LU. A prospective analysis of the relationship between reported child maltreatment and special education eligibility among poor children. Child maltreatment 2004;9(4):382-94
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037[15] V&VN. Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling, Stappenplan voor Verzorgenden, Verpleegkundigen en Verpleegkundig specialisten
https://www.venvn.nl/media/ozmlihjq/venvn-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-2018.pdf[16] Jeugdwet (2015). Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet).
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-201.[16] Tsang TW, Lucas BR, Carmichael Olson H, Pinto RZ, Elliott EJ. Prenatal Alcohol Exposure, FASD, and Child Behavior: A Meta-analysis Pediatrics 2016;137(3):
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2015-2542 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26908693 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26908693/[17] Kaufman J, Charney D. Effects of early stress on brain structure and function: implications for understanding the relationship between child maltreatment and depression. Development and psychopathology 2001;13(3):451-71
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11523843[17] Toolkit meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling 2019
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/documenten/publicaties/2018/07/01/toolkit-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling[18] Kitzmann KM, Gaylord NK, Holt AR, Kenny ED. Child witnesses to domestic violence: a meta-analytic review. Journal of consulting and clinical psychology 2003;71(2):339-52
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028[18] Tennant C. Life events, stress and depression: a review of recent findings The Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 2002;36(2):173
http://dx.doi.org/10.1046/j.1440-1614.2002.01007.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537/[19] Kuyvenhoven MM, Hekkink CF, Voorn TB. [Deaths due to abuse for the age group 0-18 years; an estimate of 40 cases in 1996 based on a survey of family practitioners and pediatricians]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 1998;142(46):2515-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10028340[19] Struijf E, van der Meulen M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘VoorZorg’ 2021
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Uitgebreide-beschrijving-VoorZorg.pdf[20] Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2014). Op goede grond. De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen Den Haag: Nationaal Rapporteur 2014
[20] Staal I, Stolwijk I, Put C. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
http://dx.doi.org/10.61431/rsw8p418 https://www.researchgate.net/publication/382275207_Vroegsignalering_van_risico_op_kindermishandeling_binnen_de_jeugdgezondheidszorg_Evaluatie_van_de_voorspelkracht_van_de_SPARK-methode[21] Stith SM, Liu T, Davies LC, Boykin EL, Alder MC, Harris JM, Som A, McPherson M, Dees JEMEG. Risk factors in child maltreatment: A meta-analytic review of the literature Aggression and Violent Behavior 2009;14(1):13
http://dx.doi.org/10.1016/j.avb.2006.03.006 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1359178908000608[21] Nanni V, Uher R, Danese A. Childhood maltreatment predicts unfavorable course of illness and treatment outcome in depression: a meta-analysis. The American journal of psychiatry 2012;169(2):141-51
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036[22] Olds DL, Kitzman H, Cole R, Robinson J, Sidora K, Luckey DW, Henderson CR, Hanks C, Bondy J, Holmberg J. Effects of nurse home-visiting on maternal life course and child development: age 6 follow-up results of a randomized trial. Pediatrics 2004;114(6):1550-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15574614[22] van Stel HF, Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP. Validity and reliability of a structured interview for early detection and risk assessment of parenting and developmental problems in young children: a cross-sectional study BMC Pediatrics 2012;12():71
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-12-71 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218/[23] van de Putte EM, Kamphuis M, Kramer AWM. Hoe signaleren we kindermishandeling in Nederland? Medisch handboek kindermishandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 2013
[23] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect Child Abuse & Neglect 2013;37(7):475
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082/[24] Ronan KR, Canoy DF, Burke KJ. Child maltreatment: Prevalence, risk, solutions, obstacles Australian Psychologist 2009;44():195
[24] Staal IIE. Early detection of parenting and developmental problems in young children: a structured dialogue with parents. Academisch Proefschrift. Universiteit van Utrecht 2016
https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/326437[25] Soerdjbalie-Maikoe V, Bilo RAC, van den Akker E, Maes A. [Unnatural death due to child abuse--forensic autopsies 1996-2009]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010;154():A2285
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21176266[25] Schroeder K, Schuler BR, Kobulsky JM, Sarwer DB. The association between adverse childhood experiences and childhood obesity: A systematic review Obesity Reviews: An Official Journal of the International Association for the Study of Obesity 2021;22(7):
http://dx.doi.org/10.1111/obr.13204 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33506595 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33506595/[26] Tennant C. Life events, stress and depression: a review of recent findings. The Australian and New Zealand journal of psychiatry 2002;36(2):173-82
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11982537[26] Schønning V, Sivertsen B, Hysing M, Dovran A, Askeland KG. Childhood maltreatment and sleep in children and adolescents: A systematic review and meta-analysis Sleep Medicine Reviews 2022;63():101617
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2022.101617 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35313257 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35313257/[27] Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015).
http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/geldigheidsdatum_03-11-2015[27] Schlattmann N, van der Hoeven H. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling voor Kinderen (IGT-K)’ 2023
https://www.nji.nl/uploads/2024-04/Integratieve-Gehechtheidsbevorderende-Traumabehandeling-voor-Kinderen.pdf[28] Wet Publieke gezondheid (2008)
http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/geldigheidsdatum_03-11-2015[28] Schellingerhout R, Ramakers C. Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016
https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/2237/2668B_Volledige_Tekst_tcm28-257873.pdf[29] Widom CS, Weiler BL, Cottler LB. Childhood victimization and drug abuse: a comparison of prospective and retrospective findings. Journal of consulting and clinical psychology 1999;67(6):867-80
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10596509[29] Schappin R., de Graaf IM, Reijneveld SA. Effectiviteit van Triple P in Nederland: stand van zaken en controverse Kind en adolescent 2017;38(2):75
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-017-0140-0 https://doi.org/10.1007/s12453-017-0140-0[30] Willems JCM. Wie zal de Opvoeders Opvoeden? Kindermishandeling en het Recht van het Kind op Persoonswording. Den Haag: T.M.C. Asser Press 1999
[30] Saperia J, Lakhanpaul M, Kemp A, Glaser D. When to suspect child maltreatment: summary of NICE guidance The BMJ 2009;339():
http://dx.doi.org/10.1136/bmj.b2689 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3230234/[31] Zahrt DM, Melzer-Lange MD. Aggressive behavior in children and adolescents. Pediatrics in review 2011;32(8):325-32
http://dx.doi.org/10.1542/pir.32-8-325 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21807873[31] Sanders MR, Kirby JN, Tellegen CL, Day JJ. The Triple P-Positive Parenting Program: a systematic review and meta-analysis of a multi-level system of parenting support Clinical Psychology Review 2014;34(4):337
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2014.04.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24842549 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24842549/[32] Alink L, van IJzendoorn R, Bakermans-Kranenburg M, Pannebakker F, Vogels T, Euser S. Kindermishandeling in Nederland anno 2010 : De tweede nationale prevalentiestudie van mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM - 2010). Leiden: TNO Child Health, Universiteit Leiden, Centrum voor Gezinsstudies. 2011
[32] de Roo M, Veenstra R, Kretschmer T. Internalizing and externalizing correlates of parental overprotection as measured by the EMBU: A systematic review and meta-analysis Social Development (Oxford, England) 2022;31(4):962
http://dx.doi.org/10.1111/sode.12590 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36588978 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36588978/[33] Berger LM. Income, family structure, and child maltreatment risk Children and Youth Services Review 2004;26():725
[33] Ronan KR, Canoy DF, Burke KJ. Child maltreatment: Prevalence, risk, solutions, obstacles Australian Psychologist 2009;44(3):195
http://dx.doi.org/10.1080/00050060903148560 https://doi.org/10.1080/00050060903148560[34] Berger MA, ten Berge I, Geurts E. Samenhangende hulp: Interventies voor mishandelde kinderen en hun ouders Utrecht: NIZW
[34] Riegman E. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Families First’ 2023
https://www.nji.nl/interventies/families-first[35] Bronfenbrenner U. The ecology of human development: Experiments by nature and design Cambridge, MA: Harvard University Press 1979
[35] NVK. Blauwe plekken bij kinderen (in revisie 2024) 2016
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/blauwe_plekken_bij_kinderen/kindkenmerken_bij_blauwe_plekken.html[36] Bronfenbrenner U, Evans GW. Developmental science in the 21st century: Emerging questions, theoretical models, research designs, and empirical findings Social Development 2000;9():15
[36] van de Putte E.M., Russel I.M.B, Teeuw A.H.. Medisch Handboek Kindermishandeling 2024
http://dx.doi.org/https://www.bsl.nl/shop/medisch-handboek-kindermishandeling-9789036829595[37] Development Services Group (2013). Protective factors for Populations Served by the administration on children, youth and families: A literature review and theoretical framework Bethesda, MD: Development Services Group, Inc.
[37] Van der Put CE, Stolwijk IJ, Staal IIE. Early detection of risk for maltreatment within Dutch preventive child health care: A proxy-based evaluation of the long-term predictive validity of the SPARK method Child Abuse & Neglect 2023;143():106316
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2023.106316 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37421774/[38] Flisher AJ, Kramer RA, Hoven CW, Greenwald S, Alegria M, Bird HR, Canino G, Connell R, Moore RE. Psychosocial characteristics of physically abused children and adolescents. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1997;36(1):123-31
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9000790[38] van der Put CE, Bouwmeester-Landweer MBR, Landsmeer-Beker EA, Wit JM, Dekker FW, Kousemaker NPJ, Baartman HEM. De predictieve validiteit van de Screeningsvragenlijst Stevig Ouderschap JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2018;50(2):33
http://dx.doi.org/10.1007/s12452-018-0137-y https://doi.org/10.1007/s12452-018-0137-y[39] Folger SF, Wright MOD. Altering risk following child maltreatment: Family and friend support as protective factors Journal of Family Violence 2013;28():325
[39] van der Put CE, Bouwmeester-Landweer MBR, Landsmeer-Beker EA, Wit JM, Dekker FW, Kousemaker NPJ, Baartman HEM. Screening for potential child maltreatment in parents of a newborn baby: The predictive validity of an Instrument for early identification of Parents At Risk for child Abuse and Neglect (IPARAN) Child Abuse & Neglect 2017;70():160
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.05.016 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213417302120[40] Horton A. Disproportionality in Illinois Child Welfare: The Need for Improved Substance Abuse Services Journal of Alcohol and Drugs Dependency 2013;2(2):
[40] Olff M. Dutch version of the Children's Impact of Event Scale (CRIES-13) 2005
https://www.nji.nl/instrumenten/childrens-revised-impact-of-event-scale-cries-13[41] Hox J. Multilevel analysis: Techniques and applications Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates 2002
[41] NVK/VVAK. Richtlijn Kindermishandeling door falsificatie 2023
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/kindermishandeling_door_falsificatie/startpagina_-_kindermishandeling_door_falsificatie.html[42] NVDA. Beroepscode Doktersassistent. Ethische en praktische richtlijnen voor de beroepsuitoefening
https://www.nvda.nl/themas/beroepscode/[42] Jenson JM, Fraser MW. Social policy for children and families: A risk and resilience perspective London: Sage 2011
[43] de Jong N, Meeuwsen M. Predictieve factoren seksueel misbruik bij kinderen: Een multi-level meta-analyse. Universiteit van Amsterdam. Ongepubliceerde masterscriptie Forensische Orthopedagogiek. 2014
[43] NCJ. Juridische Toolkit. Omgaan met privacy in de jeugdgezondheidszorg 2021
https://www.ncj.nl/inspiratie/juridische-toolkit-beschikbaar/[44] Kraemer HC, Stice E, Kazdin A, Offord D, Kupfer D. How do risk factors work together? Mediators, moderators, and independent, overlapping, and proxy risk factors. The American journal of psychiatry 2001;158(6):848-56
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11384888[44] National Collaborating Centre for Women’s and, Children’s Health . NICE Clinical guideline 89: When to suspect child maltreatment. 2009
https://www.nice.org.uk/guidance/cg89[45] Langford W, Lewis C, Solomon Y, Warin J. Family understandings: Closeness and authority in families with a teenage child London: Family Policy Studies Centre 2001
[45] Nanni V, Uher R, Danese A. Childhood maltreatment predicts unfavorable course of illness and treatment outcome in depression: a meta-analysis The American Journal of Psychiatry 2012;169(2):141
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.2011.11020335 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22420036/[46] Li F, Godinet MT, Arnsberger P. Protective factors among families with children at risk of maltreatment: Follow up to early school years Children and Youth Services Review 2011;33():139
[46] Mulder TM, Kuiper KC, van der Put CE, Stams G-JJM, Assink M. Risk factors for child neglect: A meta-analytic review Child Abuse & Neglect 2018;77():198
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2018.01.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29358122 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29358122/[47] Mackenzie MJ, Kotch JB, Lee L-C. Toward a cumulative ecological risk model for the etiology of child maltreatment. Children and youth services review 2011;33(9):1638-1647
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24817777[47] Ministerie van Volksgezondheid WES. Wet Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2013
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode[48] Mulder TM. Risk factors for child abuse and neglect: A meta-analytic review Unpublished master thesis, Forensic Child and Youth Care Sciences. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam 2014
[48] Milner JS, Crouch JL, McCarthy RJ, Ammar J, Dominguez-Martinez R, Thomas CL, Jensen AP. Child physical abuse risk factors: A systematic review and a meta-analysis Aggression and Violent Behavior 2022;66():101778
http://dx.doi.org/10.1016/j.avb.2022.101778 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1359178922000593[49] National Collaborating Centre for Women’s and Children’s Health. NICE Clinical guideline 89: When to suspect child maltreatment. London: National Institute for Health and Care Excellence 2009
[49] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Crone M, Crijnen A, HiraSing RA. Effects of nurse home visitation on cigarette smoking, pregnancy outcomes and breastfeeding: a randomized controlled trial Midwifery 2014;30(6):688
http://dx.doi.org/10.1016/j.midw.2013.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24041564 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24041564/[50] van den Noortgate W, Onghena P. Combining Single-Case Experimental Data Using Hierarchical Linear Models School Psychology Quarterly 2003;18():325
[50] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Heymans MW, Hirasing RA, Crijnen AAM. Effect of nurse home visits vs. usual care on reducing intimate partner violence in young high-risk pregnant women: a randomized controlled trial PloS One 2013;8(10):
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0078185 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24205150 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24205150/[51] van Rooijen K, Berg T, Bartelink C. Wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 2013
[51] Mejdoubi J, Heijkant S, Struijf E, Leerdam F, Crijnen A, Hirasing R. The Identification of Pregnant Women at Risk for Child Abuse: Methodology Gynecology and Obstetrics Research - Open Journal 2015;2():18
http://dx.doi.org/10.17140/GOROJ-2-105[52] Rose BM, Holmbeck GN, Coakley RM, Franks EA. Mediator and moderator effects in developmental and behavioral pediatric research. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2004;25(1):58-67
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14767360[52] Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM, Heymans MW, Crijnen A, Hirasing RA. The effect of VoorZorg, the Dutch nurse-family partnership, on child maltreatment and development: a randomized controlled trial PloS One 2015;10(4):
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0120182 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25830242 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25830242/[53] Meijer E, Hollander M. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Home-Start’ 2019
https://www.nji.nl/interventies/home-start[53] Rosenthal R. Meta-analytic procedures for social research (Vol. 86) Newbury Park: Sage 1991
[54] Sahlberg ML. Research Review: Resilience in Child Maltreatment and Abuse Unpublished master thesis, University of Washington. 2012
[54] Liu P, Huang W, Chen S, Xiang H, Lin W, Wang HE, Wang Y. The association among childhood maltreatment, sleep duration and suicide behaviors in Chinese young people Journal of Affective Disorders 2023;327():190
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2022.12.136 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36586614 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36586614/[55] Stith SM, Liu T, Davies LC, Boykin EL, Alder M, Harris JM, Som A, McPherson M, Dees J. Risk factors in child maltreatment: A meta-analytic review of the literature Aggression and Violent Behavior 2009;14():13
[55] Lavi I, Katz LF, Ozer EJ, Gross JJ. Emotion Reactivity and Regulation in Maltreated Children: A Meta-Analysis Child Development 2019;90(5):1503
http://dx.doi.org/10.1111/cdev.13272 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31281975 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31281975/[56] van Yperen T. Met kennis oogsten: monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd Kind & Adolescent 2013;34():136
[56] KNMG. KNMG-Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld 2023
https://www.knmg.nl/actueel/dossiers/zorg-voor-mensen-in-een-kwetsbare-positie/kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-5[57] Augeo Foundation. Handleiding Kindcheck voor GGZ en Verslavingszorg Driebergen-Rijsenburg: Augeo Foundation 2013
[57] Kitzmann KM, Gaylord NK, Holt AR, Kenny ED. Child witnesses to domestic violence: a meta-analytic review Journal of Consulting and Clinical Psychology 2003;71(2):339
http://dx.doi.org/10.1037/0022-006x.71.2.339 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12699028/[58] Baartman H. Ouderschap en de betekenis van solidariteit om je heen Ouderschapskennis 2010;13():182
[59] Baartman H. Eigen kracht, daadkracht en de kracht van solidariteit Mulock Houwer lezing 2013 Leiden 2013
[59] Kielstra C. Databank Effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Triple P niveau 3’ 2021
https://www.nji.nl/interventies/triple-p-niveau-3[60] Bakker I, Bakker K, van Dijk A, Terpstra L. Het Balansmodel. O & O in perspectief Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) 1998
[60] Khoury JE, Milligan K, Girard TA. Executive Functioning in Children and Adolescents Prenatally Exposed to Alcohol: A Meta-Analytic Review Neuropsychology Review 2015;25(2):149
http://dx.doi.org/10.1007/s11065-015-9289-6 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26037669 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26037669/[61] Bartelink C, Kooijman K. Inschatten van veiligheid en kans op kindermishandeling: noodzaak, instrumenten en ontwikkelingen Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 2013;7():391
[61] Jonson-Reid M, Drake B, Kim J, Porterfield S, Han LU. A prospective analysis of the relationship between reported child maltreatment and special education eligibility among poor children Child Maltreatment 2004;9(4):382
http://dx.doi.org/10.1177/1077559504269192 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15538037/[62] Bartelink C, ten Berge I, van Yperen T. Beslissen over effectieve hulp. Wat werkt in indicatiestelling? Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut 2010
[62] Jeugdwet. Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen 2015
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-2015[63] Bartelink C, Kwaadsteniet L, ten Berge I, Witteman C, van Gastel W. Betrouwbaarheid en validiteit van de LIRIK. Eindrapport LIRIK valideringsonderzoek Utrecht/Nijmegen: Nederlands Jeugdinstituut/Radboud Universiteit Nijmegen 2015
[63] Jean-Thorn A, Tremblay-Perreault A, Dubé V, Hébert M. A Systematic Review of Community-Level Protective Factors in Children Exposed to Maltreatment Trauma, Violence & Abuse 2023;24(4):2827
http://dx.doi.org/10.1177/15248380221117234 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36047717 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36047717/[64] Beer R, Verlinden E, Lindauer R. Protocol Classificatie, screening en diagnostiek van kinderen en adolescenten met traumagerelateerde problematiek Amsterdam: de Bascule 2013
http://www.nji.nl[64] Hunter AA, Flores G. Social determinants of health and child maltreatment: a systematic review Pediatric Research 2021;89(2):269
http://dx.doi.org/10.1038/s41390-020-01175-x https://www.nature.com/articles/s41390-020-01175-x[65] Berg IK. Family-based services: A solution-focused approach New York: WW Norton & Co. 1994
[65] Hughes K, Bellis MA, Hardcastle KA, Sethi D, Butchart A, Mikton C, Jones L, Dunne MP. The effect of multiple adverse childhood experiences on health: a systematic review and meta-analysis The Lancet. Public Health 2017;2(8):e356
http://dx.doi.org/10.1016/S2468-2667(17)30118-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29253477 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29253477/[66] ten Berge I, Addink A, de Baat M, Bartelink C, van Rossum J, Vinke A. Stoppen en helpen: Een adequaat antwoord op kindermishandeling Utrecht: SWP. 2012
[66] van der Hoeven ML, Plukaard SC, Schlattmann NEF, Lindauer RJL, Hein IM. An integrative treatment model of EMDR and family therapy for children with severe symptomatology after child abuse and neglect: A SCED study Children and Youth Services Review 2023;152():107064
http://dx.doi.org/10.1016/j.childyouth.2023.107064 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0190740923002591[67] ten Berge I, Eijgenraam K, Bartelink C. Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK). Toelichting en instructie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2014
[67] van Hoek T, Spijkerman L, van de Ven O. Drijfveren, obstakels en kansrijke aanknopingspunten bij het signaleren van kwetsbare gezinnen. Rapportage onderzoek onder eerstelijns verloskundigen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen in Nederland. 2021
https://www.kansrijkestartnl.nl/documenten/rapporten/2021/02/25/onderzoeksrapport---drijfveren-obstakels-en-kansrijke-aanknopingspunten-bij-het-signaleren-van-kwetsbare-gezinnen[68] ten Berge I, Vinke A. Beslissen over vermoedens van kindermishandeling: Handreiking en hulpmiddelen voor het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling Utrecht/Woerden: NIZW Jeugd/Adviesbureau Van Montfoort. 2006
[68] Hanrahan-Cahuzak M.. Mum to Mum: an evaluation of a community based health promotion programm for first-time mothers in the Netherlands 2002
http://dx.doi.org/https://research.wur.nl/en/publications/mum-to-mum-an-evaluation-of-a-community-based-health-promotion-pr[69] Bontje M. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ). Tijdschrift Sociale Geneeskunde 2013;91():374
[69] Gruhn MA, Compas BE. Effects of maltreatment on coping and emotion regulation in childhood and adolescence: A meta-analytic review Child Abuse & Neglect 2020;103():104446
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2020.104446 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32200195 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32200195/[70] Bouwmeester-Landweer MBR. Early home visitation in families at risk for child maltreatment Leiden: Leiden University, Department Paediatrics, Faculty of Medicine/Leiden University Medical Center (LUMC). 2006
[70] van Grieken A, Horrevorts EMB, Mieloo CL, Bannink R, Bouwmeester-Landweer MBR, Hafkamp-de Groen E, Broeren S, Raat H. A Controlled Trial in Community Pediatrics to Empower Parents Who Are at Risk for Parenting Stress: The Supportive Parenting Intervention International Journal of Environmental Research and Public Health 2019;16(22):4508
http://dx.doi.org/10.3390/ijerph16224508 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6888243/[71] Bronfenbrenner U. The ecology of human development Cambridge, MA: Harvard University Press. 1979
[71] de Graaf I, Onrust S, Haverman M, Janssens J. Helping families improve: an evaluation of two primary care approaches to parenting support in the Netherlands Infant and Child Development 2009;18(6):481
http://dx.doi.org/10.1002/icd.634 https://doi.org/10.1002/icd.634[72] Bronfenbrenner U. Ecological theory. In A. Kazdin (Ed.), Encyclopedia of psychology. Washington, DC: American Psychological Association and Oxford University Press. 2000
[72] de Graaf I, Haverman M, Onrust S, van Breukelen I, Overgaag M, Tavecchio L. What are the results of Group and Standard Triple P for parents and children in the Dutch mental health care and youth care? In: Helping families Change: the adoption of the Triple P- Positive Parenting Program in The Netherlands 2009
https://dare.uva.nl/search?identifier=c715c921-ea90-4e67-b698-e4b4b245f620[73] Copeland WE, Keeler G, Angold A, Costello EJ. Traumatic events and posttraumatic stress in childhood. Archives of general psychiatry 2007;64(5):577-84
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17485609[73] de Graaf H, Oldenhof, A, Kraan Y, Beek T, Kuipers L, Vermey K. Seks onder je 25e: Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2023 2024
https://rutgers.nl/onderzoeken/seks-onder-je-25e-2023/[74] Goncy EA, Basting EJ, Dunn CB. A Meta-Analysis Linking Parent-to-Child Aggression and Dating Abuse During Adolescence and Young Adulthood Trauma, Violence & Abuse 2021;22(5):1248
http://dx.doi.org/10.1177/1524838020915602 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32253990 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32253990/[74] Dalgleish LI. Risk assessment and decision-making in child protection Brisbane, Australia: University of Queensland, Department of Psychology 1997
[75] Department of Health/Department for Education and Employment/Home Office. Framework for the Assessment of Children in Need and their Families London. The Stationery Office. 1997
[75] Glaser D. How to deal with emotional abuse and neglect: further development of a conceptual framework (FRAMEA) Child Abuse & Neglect 2011;35(10):866
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553/[76] De Shazer S. Creative misunderstanding: There is no escape from language. In S. Giligan & R. Price (Eds). Therapeutic Conversations New York: W.W. Norton & Co. 1993;1():81
[76] Gilbert R, Widom CS, Browne K, Fergusson D, Webb E, Janson S. Burden and consequences of child maltreatment in high-income countries Lancet (London, England) 2009;373(9657):68
http://dx.doi.org/10.1016/S0140-6736(08)61706-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19056114/[77] Doeven I. Meldcodes kindermishandeling. Beschikking, waardering, gebruik en scholing. Verslag van onderzoek naar de beschikking over, de waardering van en scholing in het gebruik van meldcodes kindermishandeling. Amsterdam: Bureau Veldkamp. 2008
[77] Fry D, Fang X, Elliott S, Casey T, Zheng X, Li J, Florian L, McCluskey G. The relationships between violence in childhood and educational outcomes: A global systematic review and meta-analysis Child abuse & neglect 2018;75():6
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.06.021 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213417302491[78] Fassaert T, Lauriks S, van de Weerd S, de Wit M, Buster M. Ontwikkeling en betrouwbaarheid van de Zelfredzaamheid-Matrix. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2013;91(3):169
[78] Felitti VJ, Anda RF, Nordenberg D., Williamson DF, Spitz AM, Edwards V., Koss MP, Marks JS. Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study American Journal of Preventive Medicine 1998;14(4):245
http://dx.doi.org/10.1016/s0749-3797(98)00017-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9635069/[79] Hielkema M, de Winter AF, de Meer G, Reijneveld SA. Effectiveness of a family-centered method for the early identification of social-emotional and behavioral problems in children: a quasi experimental study. BMC public health 2011;11():636
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2458-11-636 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21827654[80] Jeugdwet. Wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet) 2015
http://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/geldigheidsdatum_16-10-201[80] Factsheet Eergerelateerd geweld 2020
https://www.huiselijkgeweld.nl/vormen/eergerelateerd-geweld/publicaties/factsheets/2018/11/01/eergerelateerd-geweld[81] de Jong EM. Kind in nood II: Besluitvormingsprocessen en risicotaxatie in multidisciplinair teamverband Amsterdam: Universiteit van Amsterdam 2004
[81] Edleson JL. Problems associated with children’s witnessing of domestic violence Violence Against Women Online Resources 1999
https://vawnet.org/sites/default/files/materials/files/2016-09/AR_Witness.pdf[82] Kamphuis, Sachse, Schwarte. JGZ onmisbaar bij preventie kindermishandeling Medisch Contact 2014;46():2289
[82] van Driessche A, van Stel HF, Vink RM, Staal IIE. Assessing Concerns and Care Needs of Expectant Parents: Development and Feasibility of a Structured Interview International Journal of Environmental Research and Public Health 2021;18(18):9585
http://dx.doi.org/10.3390/ijerph18189585 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34574510 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34574510/[83] Konijnendijk AAJ, Boere-Boonekamp MM, Haasnoot ME, Need A. Belemmerende en bevorderende factoren bij het gebruik van de JGZ-richtlijn Secundaire Preventie Kindermishandeling JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2013;45(5):105
[83] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing Changes in Families Who Participated in the Home-Start Parenting Program: Parental Sense of Competence as Mechanism of Change Prevention Science 2010;11(3):263
http://dx.doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5 https://doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5[84] Kooijman K. Lessen van en voor Regio's RAAK Kindermishandeling: voorkomen en helpen Utrecht: NJi 1997
[84] Damen H, Veerman JW. Voorkomen van uithuisplaatsing bij Families First door behandelingsgetrouw handelen Kind & Adolescent 2013;34(3):147
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-013-0016-x https://doi.org/10.1007/s12453-013-0016-x[85] Cunningham SM. The joint contribution of experiencing and witnessing violence during childhood on child abuse in the parent role Violence and Victims 2003;18(6):619
http://dx.doi.org/10.1891/vivi.2003.18.6.619 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15109117/[85] KNMG. Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld Utrecht: KNMG 2014
[86] Kruizinga I, Jansen W, de Haan CL, van der Ende J, Carter AS, Raat H. Reliability and validity of the Dutch version of the Brief Infant-Toddler Social and Emotional Assessment (BITSEA). PloS one 2012;7(6):e38762
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0038762 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22715411[86] Conrad-Hiebner A, Byram E. The Temporal Impact of Economic Insecurity on Child Maltreatment: A Systematic Review Trauma, Violence & Abuse 2020;21(1):157
http://dx.doi.org/10.1177/1524838018756122 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29400135 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29400135/[87] Lamb ME, Orbach Y, Hershkowitz I, Esplin PW, Horowitz D. A structured forensic interview protocol improves the quality and informativeness of investigative interviews with children: a review of research using the NICHD Investigative Interview Protocol. Child abuse & neglect 2007;31(11-12):1201-31
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18023872[87] Cicchetti D, Rogosch FA, Toth SL. Fostering secure attachment in infants in maltreating families through preventive interventions Development and Psychopathology 2006;18(3):623
http://dx.doi.org/10.1017/s0954579406060329 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17152394/[88] Landsmeer-Beker EA, Bouwmeester-Landweer MBR. Project OKé (Ouder- en Kindzorg Extra) Lezing Symposium 'Met ijken meer bereiken', maart 2004. Middelburg: Stichting Zorg-Saam 2004
[88] Cicchetti D, Toth SL. Child Maltreatment Annual Review of Clinical Psychology 2005;1(Volume 1, 2005):409
http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.1.102803.144029 https://www.annualreviews.org/content/journals/10.1146/annurev.clinpsy.1.102803.144029[89] de Langen HC. Nulmeting AMK’s Leiden: TNO Preventie en gezondheid. 2004
[89] Castellví P., Miranda-Mendizábal A., Parés-Badell O., Almenara J., Alonso I., Blasco MJ, Cebrià A., Gabilondo A., Gili M., Lagares C., Piqueras JA, Roca M., Rodríguez-Marín J., Rodríguez-Jimenez T., Soto-Sanz V., Alonso J.. Exposure to violence, a risk for suicide in youths and young adults. A meta-analysis of longitudinal studies Acta Psychiatrica Scandinavica 2017;135(3):195
http://dx.doi.org/10.1111/acps.12679 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27995627 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27995627/[90] Maessen MCGH. Model samenwerkingsconvenant Verwijsindex 2014
http://www.multisignaal.nl/wp-content/uploads/2015/06/model-samenwerkingsconvenant-verwijsindex.pdf.[90] Caslini M, Bartoli F, Crocamo C, Dakanalis A, Clerici M, Carrà G. Disentangling the Association Between Child Abuse and Eating Disorders: A Systematic Review and Meta-Analysis Psychosomatic Medicine 2016;78(1):79
http://dx.doi.org/10.1097/PSY.0000000000000233 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26461853 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26461853/[91] Mejdoubi J. The primary prevention of child maltreatment in early life: Study on the effectiveness of VoorZorg. Proefschrift. Amsterdam: Vrije Universiteit. 2014
[91] Bunting L, Davidson G, McCartan C, Hanratty J, Bywaters P, Mason W, Steils N. The association between child maltreatment and adult poverty - A systematic review of longitudinal research Child Abuse & Neglect 2018;77():121
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2017.12.022 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29346067 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29346067/[92] Munro E. Common errors of reasoning in child protection work Child Abuse and Neglect ;23():745
[92] Bouwmeester-Landweer MBR. Early home visitation in families at risk for child maltreatment 2006
https://hdl.handle.net/1887/4396[93] Munro E. Improving practice: Child protection as a systems problem Children and Youth Services Review 2005;27(4):375
[93] Bouwmeester-Landweer M. Stevig Ouderschap Landelijk Evaluatierapport 2023
https://www.stevigouderschap.nl/downloads/download-info/rapport-landelijke-evaluatie-2023[94] Olff M. Nederlandse vertaling van de Children's Impact of Event Scale (CRIES-13). Herziene Kinder schokverwerkingslijst Amsterdam: AMC de Meren, afdeling psychotrauma 2005
[94] Bouwmeester-Landweer M. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Stevig Ouderschap’ 2023
https://www.nji.nl/uploads/2024-05/Stevig-Ouderschap.pdf[95] Oudhof M, de Wolff MS, de Ruiter M, Kamphuis M, L'hoir MP, Prinsen B. JGZ-Richtlijn Opvoedingsondersteuning voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid 2013
[95] ten Boom A, Wittebrood K. De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland Den Haag: WODC. Cahier 2019-1. 2019
https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/rapporten/2019/02/06/de-prevalentie-van-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-in-nederland[96] Pijnenburg HM. Psychodiagnostic decision-making within clinical conferences. Exploring a domain. Proefschrift. Nijmegen: NICI. 1996
[96] Bontje M. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 2013;91(7):374
http://dx.doi.org/10.1007/s12508-013-0128-y https://doi.org/10.1007/s12508-013-0128-y[97] PI Research, van Montfoort A. Handboek Deltamethode Gezinsvoogdij: De nieuwe methode voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling Duivendrecht/Woerden: PI Research/Van Montfoort. 2009
[97] Blokland A. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘Triple P niveau 4/5’ 2019
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/uitgebreide-beschrijving-TripleP-4-en-5.pdf[98] Postma S. JGZ-richtlijn Vroegsignalering van psychosociale problemen. Utrecht: Nederlands Centrum jeugdgezondheidszorg. 2008
[98] Bijlsma AME, Assink M, Overbeek G, van Geffen M, van der Put CE. Differences in developmental problems between victims of different types of child maltreatment Journal of Public Child Welfare 2022;17(2):408
http://dx.doi.org/10.1080/15548732.2022.2044429 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9988305/[99] de Ruiter C. Risicotaxatie van kindermishandeling. In: M. Lambregtse-van den Berg, I. van Kamp, & H. Wennink (Red.). Handboek psychiatrie en zwangerschap. Utrecht: De Tijdstroom. 2014
[99] Berns JM. Praktijkevaluatie Moeders Informeren Moeders (MIM). 2020
[100] de Ruiter C, de Jong EM. CARE-NL Richtlijn voor gestructureerde beoordeling van het risico van kindermishandeling. Utrecht: Corine de Ruiter. 2005
[100] Bakker H, Schakenraad W, van Gent E. De Meldcode bij (vermoedens van) eergerelateerd geweld 2022
https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/factsheets/2020/05/18/de-meldcode-bij-vermoedens-van-eergerelateerd-geweld[101] de Ruiter C, de Jong EM, Reus M. Risicotaxatie van kindermishandeling in teamverband: Een experimenteel onderzoek. Kind en Adolescent 2013;34():30
[101] Baer JC, Martinez CD. Child maltreatment and insecure attachment: a meta‐analysis Journal of Reproductive and Infant Psychology 2006;24(3):187
http://dx.doi.org/10.1080/02646830600821231 https://doi.org/10.1080/02646830600821231[102] San Diego County Child Protection Team. Child victim witness checklists. 2012
http://www.chadwickcenter.org/Documents/Checklist-%20Online%20version%20-%2001.2013.pdf[102] Assink M, van der Put CE, Kuiper K, Mulder T, Stams GJJM. Risicofactoren voor kindermishandeling: Een meta-analytisch onderzoek naar risicofactoren voor seksuele mishandeling, fysieke mishandeling en verwaarlozing. 2016
https://www.researchgate.net/publication/311329657_Risicofactoren_voor_kindermishandeling_Een_meta-analytisch_onderzoek_naar_risicofactoren_voor_seksuele_mishandeling_fysieke_mishandeling_en_verwaarlozing[103] Sidebotham P, Blair PS, Evason-Coombe C, Edmond M, Heckstall-Smith E, Fleming P. Responding to unexpected infant deaths: experience in one English region. Archives of disease in childhood 2010;95(4):291-5
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2009.167619 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19948508[103] Assink M, Spruit A, Schuts M, Lindauer R, van der Put CE, Stams G-JJM. The intergenerational transmission of child maltreatment: A three-level meta-analysis Child Abuse & Neglect 2018;84():131
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2018.07.037 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30086419 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30086419/[104] Sidebotham P, Heron J, . Child maltreatment in the "children of the nineties": a cohort study of risk factors. Child abuse & neglect 2006;30(5):497-522
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16701895[104] Assink M, van der Put CE, Meeuwsen MWCM, de Jong NM, Oort FJ, Stams GJJM, Hoeve M. Risk factors for child sexual abuse victimization: A meta-analytic review Psychological Bulletin 2019;145(5):459
http://dx.doi.org/10.1037/bul0000188 https://psycnet.apa.org/doiLanding?doi=10.1037%2Fbul0000188[105] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijver AJP, van Stel HF. Vroegsignalering van opvoed- en opgroeiproblemen bij peuters: validiteit en betrouwbaarheid en van een gestructureerd interview. 2013;45(1):7
http://dx.doi.org/Tijdschrift%20JGZ[105] Asscher JJ, Deković M, Prinzie P, Hermanns J. Assessing change in families following the Home-Start parenting program: Clinical significance and predictors of change. Family Relations 2008;57(3):345
https://www.home-start.nl/documenten/Onderzoek%20publicaties%20artikelen/2008%20Artikel%20Engels%20Onderzoek%20Asscher.pdf[106] Angelakis I, Austin JL, Gooding P. Association of Childhood Maltreatment With Suicide Behaviors Among Young People: A Systematic Review and Meta-analysis JAMA network open 2020;3(8):
http://dx.doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2020.12563 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32756929 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32756929/[106] Staal IIE, van Stel HF. Handleiding SPARK. Vraaggesprek bij ouders met kinderen op de leeftijd van 18 maanden. Utrecht/Zeeland: Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde/GGD Zeeland. 2013
[107] van Stel HF, Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP. Validity and reliability of a structured interview for early detection and risk assessment of parenting and developmental problems in young children: a cross-sectional study. BMC pediatrics 2012;12():71
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-12-71 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22697218[107] Alink L, Pannebakker FD, Prevoo M, van Berkel S, Linting M, Klein Velderman M. NPM-2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen. 2018
https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/2241/2668G_volledige_tekst_tcm28-373868.pdf[108] Turnell A, Edwards S. Signs of safety: A solution and safety oriented approach to child protection casework. New York/London: Norton. 1999
[108] Ministerie van Veiligheid en Justitie, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Basisdocument Het afwegingskader in de meldcode 2017
https://www.nji.nl/uploads/2021-05/Het-afwegingskader-in-de-meldcode-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling.pdf[109] Turnell A, Essex S. Working with 'denied' child abuse: The resolutions approach. Maidenhaid: Open University Press. 2006
[109] Abdullah A, R Emery C, P Jordan L. Neighbourhood collective efficacy and protective effects on child maltreatment: A systematic literature review Health & Social Care in the Community 2020;28(6):1863
http://dx.doi.org/10.1111/hsc.13047 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32564490 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32564490/[110] Turnell A, Essex S, Kaaij PAAM. Als er ‘niets aan de hand' is: een oplossingsgerichte methode bij ontkenning van kindermishandeling Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 2010
[110] van Aar JV, Asscher JJ, Zijlstra BJH, Deković M, Hoffenaar PJ. Changes in parenting and child behavior after the home-start family support program: A 10 year follow-up Children and Youth Services Review 2015;53():166
http://dx.doi.org/10.1016/j.childyouth.2015.03.029 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0190740915001267[111] Verlinden E, van Meijel EP, Opmeer BC, Beer R, de Roos C, Bicanic IA, Lindauer RJ. Signaleren van posttraumatische stressklachten bij kinderen en adolescenten: Betrouwbaarheid en validiteit van de screeningslijst CRIES-13. Kind & Adolescent 2014;35():165
[111] Vink R, Van der Pal S, Eekhout I, Pannebakker F, Mulder T. Ik heb al veel meegemaakt: Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs 2016
[112] Vogels AGC, Siebelink BM, Theunissen MHC, Wolff MS, Reijneveld SA. Vergelijking van de KIVPA en de SDQ als signaleringsinstrument voor problemen bij adolescenten in de Jeugdgezondheidszorg. Leiden: TNO 2011
[112] Teeuw AH, Lindauer RJL. Somatische en psychische gevolgen van kindermishandeling Medisch handboek kindermishandeling 2024
[113] van Yperen TA. Met kennis oogsten: Monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd Kind & Adolescent 2013;34():136
[113] Goedhart A, Treffers F, Van Widenfelt B. Vragen naar psychische problemen bij kinderen en adolescenten [Measuring psychological problems in children and adolescents]: Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 2003;58():1018
[114] van Widenfelt BM, Goedhart AW, Treffers PDA, Goodman R. Dutch version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). European child & adolescent psychiatry 2003;12(6):281-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14689260[114] van Dijk T, van Veen M, Cox E. Slachtofferschap van huiselijk geweld: aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag. Hilversum: Infomart. 2010
https://www.nji.nl/cijfers/huiselijk-geweld-aard-omvang-en-hulpverlening[115] Addink AM, ten Berge IM, Knaap M, van Meeuwen MA. Checklist Samenwerking aan hulp voor mishandelde kinderen en hun ouders Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. 2012
[115] Steketee M, van Loon-Dikkers L, Lünnemann M, Dusault Y, Tierolf B. Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem Derde Cohortstudie: Resultaten van de aanpak partnergeweld en kindermishandeling. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2023
https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2023/09/220520_Huiselijk-geweld-een-complex-en-hardnekkig-probleem.pdf[116] Baeten P. VNG-model handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Den Haag: VNG 2014
[116] Bontje MC, de Ronde RW, Dubbeldeman EM, Kamphuis M, Reis R, Crone MR. Parental engagement in preventive youth health care: Effect evaluation Children and Youth Services Review 2021;120():105724
[117] Stolwijk I, van der Put C, Staal I. Vroegsignalering van risico op kindermishandeling binnen de jeugdgezondheidszorg: Evaluatie van de voorspelkracht van de SPARK-methode JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2024
[117] van Delden P. Samenwerking in de publieke dienstverlening: Ontwikkelingsverloop en resultaten. Proefschrift. Delft/Zutphen: Eburon. 2009
[118] Klein Ikkink AJ, Boere-Boonekamp MM, Bont MD, Boer AD, Duys H, Haasnoot R, Lo Fo Wong S, Sachse H, Van Sleuwen BE, Veraart-Schelfhout L, Vriezen JA, Westerveld MC. Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Kindermishandeling. Huisarts en Wetenschap 2010;53(8):S15
[118] Gagné M-H, Clément M-È, Milot T, Paradis H, Voyer-Perron P. Comparative efficacy of the Triple P program on parenting practices and family violence against children Child Abuse & Neglect 2023;141():106204
[119] Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. KNMG-visie Versterking medische zorg aan jeugdigen Utrecht: KNMG 2013
[119] Bontje M.C.A., Stolwijk I.J., Vial A., Van der Put C.E.. Early assessment of risks of child abuse in preventive youth healthcare Submitted 2024
[120] Konijnendijk AAJ, Boere-Boonekamp MM, Haasnoot-Smallegange RME, Need A. A qualitative exploration of factors that facilitate and impede adherence to child abuse prevention guidelines in Dutch preventive child health care. Journal of evaluation in clinical practice 2014;20(4):417-24
http://dx.doi.org/10.1111/jep.12155 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24814668[120] Crean E., Kuipers N., Bouwmeester M., Geurts S.. Eindrapport implementatieonderzoek Prenatale Huisbezoeken JGZ Implementatieonderzoek - Eindrapport 2024
https://open.overheid.nl/documenten/f7bd4a34-ee2b-4907-ad7d-2371a7c70edf/file[121] Rosendal H, Polderman F. Bete Samen. Een handreiking om te komen tot effectieve samenwerking in de zorg voor jeugd Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NJC) 2014
[121] Rijlaarsdam CW, Leget CJ, Steegers EA. Onbedoelde zwangerschap bij complexe problematiek. Hoe kunnen we dit voorkomen? Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2022;166():166
[122] Rutte F, Pijpers F, Timmermans M. Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen: Een literatuurstudie Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) 2013
[122] Rijlaarsdam CW. Contraceptives, what helps A qualitative explorative case study on a pilot programme, offering birth control to vulnerable clients. Research Dissertation, Birmingham City University 2015
[123] V&VN-meldcode. Kindermishandeling en huiselijk geweld. Stappenplan voor verpleegkundigen en verzorgenden Utrecht: V&VN 2011
[123] Le DQ, Le LK-D, Le PH, Yap MBH, Mihalopoulos C. Cost effectiveness of interventions to prevent the occurrence and the associated economic impacts of child maltreatment: A systematic review Child Abuse & Neglect 2024
http://dx.doi.org/https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2024.106863 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145213424002539[124] Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland. De jeugdverpleegkundige als schakel in het Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht: V&VN 2011
[124] Miralles P, Godoy C, Hidalgo MD. Long-term emotional consequences of parental alienation exposure in children of divorced parents: A systematic review Current Psychology 2023;42(14):12055
http://dx.doi.org/10.1007/s12144-021-02537-2 https://doi.org/10.1007/s12144-021-02537-2[125] Antle BF, Barbee AP, Christensen DN, Sullivan DJ. he prevention of child maltreatment recidivism through the Solution-Based Casework model of child welfare practice Children and Youth Services Review 2009;31(12):1346
[125] Haarsma L. Ouderverstoting: een actueel thema Vakblad Sociaal Werk 2021;22(3):36
http://dx.doi.org/10.1007/s12459-021-0886-6 https://doi.org/10.1007/s12459-021-0886-6[126] Antle BF, Christensen DN, van Zyl MA, Barbee AP. The impact of the Solution Based Casework (SBC) practice model on federal outcomes in public child welfare. Child abuse & neglect 2012;36(4):342-53
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.10.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22502985[127] Asscher JJ. Parenting Support in Community Settings. Parental Effectiveness of the Home-Start program Proefschrift. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut. 2005
[128] Asscher JJ, Paulussen-Hoogeboom MC. De invloed van protectieve en risicofactoren op de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen Kind en Adolescent 2005;26():56
[129] Asscher JJ, Deković M, Prinzie P, Hermans J. Assessing Change in Families Following the Home-Start Parenting Program: Clinical Significance and Predictors of Change Family Relations 2008;57():351
[130] Bartelink C. Wat werkt bij het versterken van het sociale netwerk van het gezin? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2012
[131] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing changes in families who participated in the home-start parenting program: parental sense of competence as mechanism of change. Prevention science : the official journal of the Society for Prevention Research 2010;11(3):263-74
http://dx.doi.org/10.1007/s11121-009-0166-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20101464[132] Hanrahan-Cahuzak M. Mum to mum: An evaluation of a community based health promotion programm for first-time mothers in the Netherlands Proefschrift. Wageningen: Universiteit van Wageningen 2002
[133] Hermanns J, van de Venne L, Leseman P. Home-Start geëvalueerd Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut 1997
[134] Hermanns JMA, Asscher JJ, Zijlstra BJN, Hoffenaar PJ, Deković M. Long-term changes in parenting and child behavior after the Home-Start family support program Children and Youth Services Review 2013;35():678
[135] Lohrbach S, Sawyer R. Creating a constructive practice: family and professional partnership in high-risk child protection case conferences Protecting Children 2004;19(2):26
[136] Molloy 2002. Still Going Strong: A Tracer Study of the Community Mothers Programme, Dublin, Ireland. Early Childhood Development: Practice and Reflections Following Footsteps. Den Haag: Bernard van Leer Foundation 2002
[137] Mutsaers K, Berg T. Risicofactoren en beschermende factoren voor kindermishandeling Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2010
[138] van Pagée R. Eigen Kracht (Family Group Conference in Nederland): Van model naar invoering Amsterdam: SWP 2003
[139] Skrypek M, Idzelis M, Pecora P. Signs of Safety in Minnesota: parent perceptions of a child protection Signs of Safety experiment St. Paul NM: Wilder Research 2012
[140] Wheeler J, Hogg V. Signs of safety and the child protection movement, in C. Franklin, T. Trepper, Gingerich, W. and E. McCoolum, Solution-focused brief therapy: a handbook of evidence based practice New York: Oxford Press 2011
[141] Wijnen-Lunenburg P, van Beek F, Bijl B, Gramberg P, Slot W. De familie aan zet: De uitkomsten van Eigen Kracht-conferenties in de jeugdbescherming met betrekking tot veiligheid, sociale cohesie en regie Duivendrecht/Voorhout: PI Research/WESP Jeugdzorg 2008
[142] Konijnendijk AAJ, Haasnoot R, Meijvogel A, Waltz M, Westerveld E, Kokhuis M. Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld, versie 1.9 Enschede: GGD Twente 2015
[143] http://decor.nictiz.nl/jeugdgezondheidszorg/BDS322/
http://decor.nictiz.nl/jeugdgezondheidszorg/BDS322/[144] https://www.ncj.nl/informatisering/basisdataset
https://www.ncj.nl/informatisering/basisdataset[145] Almeida CP, Cunha FF, Pires EP, Sá E. Common mental disorders in pregnancy in the context of interpartner violence. Journal of psychiatric and mental health nursing 2013;20(5):419-25
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2850.2012.01937.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22672493[146] Barlow J, Smailagic N, Bennett C, Huband N, Jones H, Coren E. Individual and group based parenting programmes for improving psychosocial outcomes for teenage parents and their children. The Cochrane database of systematic reviews 2011;2011(3):CD002964
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD002964.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21412881[147] Berlin LJ, Dodge KA, Reznick JS. Examining pregnant women's hostile attributions about infants as a predictor of offspring maltreatment. JAMA pediatrics 2013;167(6):549-53
http://dx.doi.org/10.1001/jamapediatrics.2013.1212 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23588683[148] Bonsel GJ, Binie E, Denktas S, Steegers EAP. Signalementstudie zwangerschap en geboorte, lijnen in de perinatale sterfte Rotterdam, Erasmus MC 2009
[149] Casanueva CE, Martin SL. Intimate partner violence during pregnancy and mothers' child abuse potential. Journal of interpersonal violence 2007;22(5):603-22
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17429025[150] Chan KL, Brownridge DA, Fong DYT, Tiwari A, Leung WC, Ho PC. Violence against pregnant women can increase the risk of child abuse: a longitudinal study. Child abuse & neglect 2012;36(4):275-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2011.12.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22565038[151] Cox JL, Holden JM, Sagovsky R. Detection of postnatal depression. Development of the 10-item Edinburgh Postnatal Depression Scale. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 1987;150():782-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3651732[152] Hermanns J, Öry F, Schrijvers G. Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen Utrecht: Julius Centrum 2005
[153] Hornor G. Domestic violence and children. Journal of pediatric health care : official publication of National Association of Pediatric Nurse Associates & Practitioners 2005;19(4):206-12
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16010259[154] de Jonge A, Korfker DG, Vogels ACG, van der Pal SM, Vink RM, Buitendijk SE. Preventie en Vroegsignalering van Risicogezinnen in de Kraamperiode Leiden: TNO 2007
[155] Keinemans JS. Eervol jong moederschap: Een studie naar de leefwereld van adolescente moeders Delft: Eburon 2010
[156] Kooijman K, Zwikker M. Kindermishandeling voorkomen door gezinnen te steunen: beschrijving en analyse van home visitation programma's ter preventie van kindermishandeling en verwaarlozing. Utrecht: NIZW 2001
[157] Leeners B, Rath W, Block E, Görres G, Tschudin S. Risk factors for unfavorable pregnancy outcome in women with adverse childhood experiences. Journal of perinatal medicine 2014;42(2):171-8
http://dx.doi.org/10.1515/jpm-2013-0003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24334452[158] Lukasse M, Schei B, Ryding EL, . Prevalence and associated factors of fear of childbirth in six European countries. Sexual & reproductive healthcare : official journal of the Swedish Association of Midwives 2014;5(3):99-106
http://dx.doi.org/10.1016/j.srhc.2014.06.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25200969[159] Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Verbetering nodig in de samenwerking tussen kraamzorg en JGZ voor verantwoorde geboortezorg Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg 2014
[160] Myhre MC, Thoresen S, Grøgaard JB, Dyb G. Familial factors and child characteristics as predictors of injuries in toddlers: a prospective cohort study. BMJ open 2012;2(2):e000740
http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2011-000740 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403343[161] Moran G, Pederson DR, Krupka A. Maternal unresolved attachment status impedes the effectiveness of interventions with adolescent mothers. Infant mental health journal 2005;26(3):231-249
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.20045 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28682506[162] Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg. Standpunt Gegevensoverdracht van kraamzorg en verloskunde naar de jeugdgezondheidszorg Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg
[163] Olds DL, Eckenrode J, Henderson CR, Kitzman H, Powers J, Cole R, Sidora K, Morris P, Pettitt LM, Luckey D. Long-term effects of home visitation on maternal life course and child abuse and neglect. Fifteen-year follow-up of a randomized trial. JAMA 1997;278(8):637-43
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9272895[164] Oudhof M, Zoon M, van der Steege M. Wat werkt voor jonge moeders? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2013
[165] Plant DT, Barker ED, Waters CS, Pawlby S, Pariante CM. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression. Psychological medicine 2013;43(3):519-28
http://dx.doi.org/10.1017/S0033291712001298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795[166] Pop VJ, Komproe IH, van Son MJ. Characteristics of the Edinburgh Post Natal Depression Scale in The Netherlands. Journal of affective disorders 1992;26(2):105-10
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/1447427[167] Quispel C. Psychopathologie, psychosociale problematiek en middelengebruik tijdens de zwangerschap - screening en zorgtoeleiding Proefschrift. Rotterdam: Universiteit van Rotterdam 2014
[168] van Sleuwen BE, Vink RM, van Stel H, Staal IE. VIMP Prenatale Huisbezoeken JGZ Leiden/Utrecht/Goes: TNO/UMCU/GGD Zeeland 2015
[169] Staal IIE, Hermanns JMA, Schrijvers AJP, van Stel HF. Risk assessment of parents' concerns at 18 months in preventive child health care predicted child abuse and neglect. Child abuse & neglect 2013;37(7):475-84
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2012.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23352082[170] van Velden J, Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte. Een goed Begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte 2009
[171] Vink RM, Detmar SM. Psychosociale risicosignalering in de zwangerschap, een overzicht van Nederlandse instrumenten Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 2012;90(8):531
[172] Vink RM, Rijnders MEB, van Dommelen P, Broerse A. Vroeg signaleren van ongunstige opgroei-omstandigheden door verloskundigen in Zaanstad en Amsterdam-Noord Leiden: TNO 2009
[173] Vink RM, Rijnders MEB, Buitendijk S, Broerse A, Korfker D, Öry F. Vroeg erbij. Vroegsignalering met de ALPHA-NL Tijdschrift voor verloskundigen. Utrecht: KNOV 2010
[174] Vink R, van Sleuwen B, Boere-Boonekamp M. Evaluatie Prenatale Huisbezoeken JGZ Leiden: TNO 2013
[175] de Wolff MS, Pannebakker FD, Bouwmeester-Landweer MBR. Samen Starten met Stevig Ouderschap. Stevig Starten, een combinatie van methodes vanuit de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 0-4 jaar voor het signaleren van risicovolle opvoedingssituaties met inbegrip van kindermishandeling en het ondersteunen van gezinnen met jonge kinderen Leiden: TNO 2012
[176] Altman RL, Canter J, Patrick PA, Daley N, Butt NK, Brand DA. Parent education by maternity nurses and prevention of abusive head trauma. Pediatrics 2011;128(5):e1164-72
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-3260 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22025587[177] . Shaken baby syndrome: rotational cranial injuries-technical report. Pediatrics 2001;108(1):206-10
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11433079[178] Barr RG, Barr M, Fujiwara T, Conway J, Catherine N, Brant R. Do educational materials change knowledge and behaviour about crying and shaken baby syndrome? A randomized controlled trial. CMAJ : Canadian Medical Association journal = journal de l'Association medicale canadienne 2009;180(7):727-33
http://dx.doi.org/10.1503/cmaj.081419 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19255065[179] Black DA, Heyman RE, Smith Slep AM. Risk factors for child physical abuse Aggressive Violent Behaviour 2001;6():88
[180] Bonnier C, Nassogne M-C, Saint-Martin C, Mesples B, Kadhim H, Sébire G. Neuroimaging of intraparenchymal lesions predicts outcome in shaken baby syndrome. Pediatrics 2003;112(4):808-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/14523171[181] Bruce DA, Zimmerman RA. Shaken impact syndrome. Pediatric annals 1989;18(8):482-4, 486-9, 492-4
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/2671890[182] Carbaugh SF. Understanding shaken baby syndrome. Advances in neonatal care : official journal of the National Association of Neonatal Nurses 2004;4(2):105-14; quiz 15-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15138993[183] Center for Disease Control and Prevention, national Center for Injury Prevention and Control, Division of Violence Prevention. Shaken baby syndrome Tip sheet Nonfatal Maltreatment of Infants
http://www.cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/mm5713a2.htm[184] Dias MS, Smith K, DeGuehery K, Mazur P, Li V, Shaffer ML. Preventing abusive head trauma among infants and young children: a hospital-based, parent education program. Pediatrics 2005;115(4):e470-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15805350[185] Ellingson KD, Leventhal JM, Weiss HB. Using hospital discharge data to track inflicted traumatic brain injury. American journal of preventive medicine 2008;34(4 Suppl):S157-62
http://dx.doi.org/10.1016/j.amepre.2007.12.021 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18374268[186] Ewing-Cobbs L, Kramer L, Prasad M, Canales DN, Louis PT, Fletcher JM, Vollero H, Landry SH, Cheung K. Neuroimaging, physical, and developmental findings after inflicted and noninflicted traumatic brain injury in young children. Pediatrics 1998;102(2 Pt 1):300-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9685430[187] Gillham B, Tanner G, Cheyne B, Freeman I, Rooney M, Lambie A. Unemployment rates, single parent density, and indices of child poverty: their relationship to different categories of child abuse and neglect. Child abuse & neglect 1998;22(2):79-90
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9504211[188] Hoffman JM. A case of shaken baby syndrome after discharge from the newborn intensive care unit. Advances in neonatal care : official journal of the National Association of Neonatal Nurses 2005;5(3):135-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16034736[189] Keenan HT. Epidemiology of abusive head trauma. In: Jenny, C. (Red) Child abuse and neglect: diagnosis, treatment, and evidence. Louis: Saunders 2001
[190] Keenan HT, Runyan DK, Marshall SW, Nocera MA, Merten DF, Sinal SH. A population-based study of inflicted traumatic brain injury in young children. JAMA 2003;290(5):621-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12902365[191] Kemp AM. Abusive head trauma: recognition and the essential investigation. Archives of disease in childhood. Education and practice edition 2011;96(6):202-8
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2009.170449 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21954224[192] King WJ, MacKay M, Sirnick A, . Shaken baby syndrome in Canada: clinical characteristics and outcomes of hospital cases. CMAJ : Canadian Medical Association journal = journal de l'Association medicale canadienne 2003;168(2):155-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12538542[193] Klein Velderman M, Pannebakker FD, Fukkink RG, de Wolff MS, van Dommelen P, Luijk PCM, van Sleuwen BE, Reijneveld SA. De effectiviteit van kortdurende videohometraining in de jeugdgezondheidszorg. Resultaten van een studie in gezinnen met overmatige spanning als gevolg van een excessief huilende baby Leiden: TNO 2011
[194] Miehl NJ. Shaken baby syndrome. Journal of forensic nursing 2005;1(3):111-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17073042[195] Minns RA, Jones PA, Mok JY-Q. Incidence and demography of non-accidental head injury in southeast Scotland from a national database. American journal of preventive medicine 2008;34(4 Suppl):S126-33
http://dx.doi.org/10.1016/j.amepre.2008.01.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18374262[196] Narang S, Clarke J. Abusive head trauma: past, present, and future. Journal of child neurology 2014;29(12):1747-56
http://dx.doi.org/10.1177/0883073814549995 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25316728[197] Onderzoeksraad voor Veiligheid. Over de fysieke veiligheid van het jonge kind. Een themastudie: voorvallen van kindermishandeling met fatale en bijna fatale afloop Den Haag: Onderzoeksraad voor Veiligheid 2011
[198] Reijneveld SA, van der Wal MF, Brugman E, Sing RAH, Verloove-Vanhorick SP. Infant crying and abuse. Lancet (London, England) ;364(9442):1340-2
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15474137[199] Rentz ED, Marshall SW, Loomis D, Casteel C, Martin SL, Gibbs DA. Effect of deployment on the occurrence of child maltreatment in military and nonmilitary families. American journal of epidemiology 2007;165(10):1199-206
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17329716[200] van Sleuwen BE, Vlasblom E, L'Hoir MP. Implementatie van de aanpak ter preventie van het shaken baby syndroom Leiden: TNO Innovation for life 2012
[201] Starling SP, Holden JR. Perpetrators of abusive head trauma: a comparison of two geographic populations. Southern medical journal 2000;93(5):463-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10832941[202] van der Veen NM, Boere-Boonekamp MM, L'Hoir M, Bosschaart PAN, Rodrigues Pereira R. Intracranial haemorrhages in young children in the Netherlands
[203] American Psychiatric Association. Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., DSM-5) Washington: American Psychiatric Pub 2013
[204] Beck CT. Maternal depression and child behaviour problems: a meta-analysis. Journal of advanced nursing 1999;29(3):623-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10210459[205] Beck CT. Postpartum depression: it isn't just the blues. The American journal of nursing 2006;106(5):40-50; quiz 50-1
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16639243[206] Beek V. De jeugdverpleegkundige en postpartum depressie: Een onderzoek naar het professioneel verpleegkundig handelen van jeugdverpleegkundigen bij het afleggen van huisbezoeken ter signalering van postpartum depressie Bachelorscriptie Universiteit Twente 2013
[207] Beijers F, Bellemakers T, Senders A, Veldhoen N. Lijst voor Screening en Interventie Keuze Utrecht: Landelijk Preventie Platform KOPP/Trimbos-instituut 2010
[208] Bergink V, Kooistra L, Lambregtse-van den Berg MP, Wijnen H, Bunevicius R, van Baar A, Pop V. Validation of the Edinburgh Depression Scale during pregnancy. Journal of psychosomatic research 2011;70(4):385-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpsychores.2010.07.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21414460[209] Bifulco A, Moran PM, Baines R, Bunn A, Stanford K. Exploring psychological abuse in childhood: II. Association with other abuse and adult clinical depression. Bulletin of the Menninger Clinic 2002;66(3):241-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12448629[210] Cooper PJ, Murray L. Fortnightly review: Postnatal depression British Medical Journal 1998;316():1884
[211] Cooper PJ, Murray L, Wilson A, Romaniuk H. Controlled trial of the short- and long-term effect of psychological treatment of post-partum depression. I. Impact on maternal mood. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2003;182():412-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12724244[212] Cox AD, Puckering C, Pound A, Mills M. The impact of maternal depression in young children. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 1987;28(6):917-28
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3436997[213] Cuijpers P, van Straten A, Smit F, Mihalopoulos C, Beekman A. Preventing the onset of depressive disorders: a meta-analytic review of psychological interventions. The American journal of psychiatry 2008;165(10):1272-80
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.2008.07091422 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18765483[214] Cummings EM, Davies PT. Maternal depression and child development. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 1994;35(1):73-112
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8163630[215] De Graaf R, Ten Have M, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. Nemesis-2: Opzet en eerste resultaten Utrecht: Trimbos-Instituut 2010
[216] Dennis C-LE. Treatment of postpartum depression, part 2: a critical review of nonbiological interventions. The Journal of clinical psychiatry 2004;65(9):1252-65
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15367054[217] Duggal S, Carlson EA, Sroufe LA, Egeland B. Depressive symptomatology in childhood and adolescence. Development and psychopathology 2001;13(1):143-64
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11346049[218] Durinck K, Racquet L. Opvoedingsondersteuning. Een leidraad voor ouderbegeleiders Antwerpen/Apeldoorn: Garant Maklu 2003
[219] Engels E, Haspels AA. Een behandeling van postpartum depressie (PPD) Tijdschrift voor Huisartsgeneeskunde 2003;20():244
[220] Fayyad J, De Graaf R, Kessler R, Alonso J, Angermeyer M, Demyttenaere K, De Girolamo G, Haro JM, Karam EG, Lara C, Lépine J-P, Ormel J, Posada-Villa J, Zaslavsky AM, Jin R. Cross-national prevalence and correlates of adult attention-deficit hyperactivity disorder. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2007;190():402-9
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17470954[221] Fassaert T, Lauriks S, van de Weerd S, de Wit M, Buster M. Ontwikkeling en betrouwbaarheid van de Zelfredzaamheid-Matrix Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2013;91():169
[222] Gaynes BN, Gavin N, Meltzer-Brody S, Lohr KN, Swinson T, Gartlehner G, Brody S, Miller WC. Perinatal depression: prevalence, screening accuracy, and screening outcomes. Evidence report/technology assessment (Summary) 2005
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15760246[223] Goossens FX, van der Zanden AP. Factsheet KOPP/KVO Kinderen van ouders met psychische problemen, Kinderen van verslaafde ouders Utrecht: Trimbos Instituut 2012
[224] de Graaf R, Tuithof M, Van Dorsselaer S, Ten Have M. Verzuim door psychische en somatische aandoeningen bij werkenden. Resultaten van de 'Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2' (NEMESIS-2) Utrecht: Trimbos Instituut 2011
[225] Halligan SL, Murray L, Martins C, Cooper PJ. Maternal depression and psychiatric outcomes in adolescent offspring: a 13-year longitudinal study. Journal of affective disorders 2007;97(1-3):145-54
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16863660[226] Harnish JD, Dodge KA, Valente E. Mother-child interaction quality as a partial mediator of the roles of maternal depressive symptomatology and socioeconomic status in the development of child behavior problems. Conduct Problems Prevention Research Group. Child development 1995;66(3):739-53
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/7789199[227] Hipwell AE, Goossens FA, Melhuish EC, Kumar R. Severe maternal psychopathology and infant-mother attachment. Development and psychopathology 2000;12(2):157-75
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10847622[228] Hosman CMH, van Doesum KTM, Van Santvoort F. Prevention of emotional problems and psychiatric risks in children of parents with a mental illness in the Netherlands: The scientific basis to a comprehensive approach Australian e-Journal for the Advancement of Mental Health 2009;8():250
[229] de Jong A, Stremmelaar B, Looij J. Goed genoeg opvoederschap: Handreiking voor ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking De Amerpoort 2014
http://www.amerpoort.nl/over-amerpoort/publicaties/boeken.html[230] Klompenhouwer JL, van Hulst AM. [Psychiatric disorders in women in the puerperium]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 1994;138(20):1009-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/8196800[231] Landelijk kenniscentrum LVB. Handreiking vroegsignalering van een licht verstandelijke beperking (LVB) Signalering van achterstanden en risico’s in de kinderlijke ontwikkeling en/of de omgeving die wijzen op of kunnen leiden tot sociale kwetsbaarheid en/of een licht verstandelijke beperking Netwerk Gewoon Meedoen 2015
http://www.kenniscentrumlvb.nl/[232] Lanes A, Kuk JL, Tamim H. Prevalence and characteristics of postpartum depression symptomatology among Canadian women: a cross-sectional study BioMed Central Public Health 2011;11():302
[233] Lara C, Fayyad J, de Graaf R, Kessler RC, Aguilar-Gaxiola S, Angermeyer M, Demytteneare K, de Girolamo G, Haro JM, Jin R, Karam EG, Lépine J-P, Mora MEM, Ormel J, Posada-Villa J, Sampson N. Childhood predictors of adult attention-deficit/hyperactivity disorder: results from the World Health Organization World Mental Health Survey Initiative. Biological psychiatry 2009;65(1):46-54
http://dx.doi.org/10.1016/j.biopsych.2008.10.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19006789[234] Murray L, Cooper PJ. The impact of postpartum depression on child development. In: Goodyer, I. (Red). Aetiological Mechanisms in Developmental Psychopathology Oxford, England: Oxford University Press 2004
[235] O'Hara MW, Swain AM. Rates and risk of postpartum depression-a meta-analysis International Review of Psychiatry 1996;8():37
[236] O'Hara MW. Postpartum depression: what we know. Journal of clinical psychology 2009;65(12):1258-69
http://dx.doi.org/10.1002/jclp.20644 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19827112[237] Pawlby S, Hay D, Sharp D, Waters CS, Pariante CM. Antenatal depression and offspring psychopathology: the influence of childhood maltreatment. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 2011;199(2):106-12
http://dx.doi.org/10.1192/bjp.bp.110.087734 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21727235[238] Rogosch FA, Cicchetti D, Toth SL. Expressed emotion in multiple subsystems of the families of toddlers with depressed mothers. Development and psychopathology 2004;16(3):689-709
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15605632[239] Smit F, Vlasveld M, Beekman A, Ciujpers A, Schoevers R, Ruiter M, Boon B. Depressiepreventie: Stand van zaken, nieuwe richtingen. (Programmeringsstudie ZonMw) Utrecht: Trimbos-instituut 2013
[240] Terluin B, Duijsens IJ. Handleiding van de Vierdimensionale Klachtenlijst Leiderdorp: Datec 2006
[241] Torgersen S, Kringlen E, Cramer V. The prevalence of personality disorders in a community sample. Archives of general psychiatry 2001;58(6):590-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11386989[242] Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. DHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis: Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2 Utrecht: Trimbos-instituut 2010
[243] de Vries JN, Willems DL, Isarin J, Reinders JS. Samenspel van factoren. Inventariserend onderzoek naar de ouderschapscompetenties van mensen met een verstandelijke handicap Amsterdam: Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit Amsterdam 2005
[244] Wade C, Llewellyn G, Matthews J. Review of parent training interventions for parents with intellectual disability Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities 2008;21():351
[245] de Waal J, Tuerlings JHAM, de Boer K, Smal JC, van Waarde JA. [Recognition of psychiatrically vulnerable pregnant women]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010;154(47):A2344
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21118602[246] Willems DL, de Vries J-N, Isarin J, Reinders JS. Parenting by persons with intellectual disability: an explorative study in the Netherlands. Journal of intellectual disability research : JIDR 2007;51(Pt 7):537-44
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17537167[247] Wisner KL, Chambers C, Sit DKY. Postpartum depression: a major public health problem. JAMA 2006;296(21):2616-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17148727[248] Zoon M, Foolen N. Wat werkt bij licht verstandelijk beperkte ouders? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2014
[249] Erickson MF, Egeland B, Pianta R. The effects of maltreatment on the development of young children 1989
http://ebooks.cambridge.org/chapter.jsf?bid=CBO9780511665707&cid=CBO9780511665707A030[250] Glaser D, Prior V, Lynch M. Emotional Abuse and Emotional Neglect: Antecedents, Operational Definitions and Consequences York: British Association for the Study and Prevention of Child Abuse and Neglect 2001
[251] Glaser D. How to deal with emotional abuse and neglect: further development of a conceptual framework (FRAMEA). Child abuse & neglect 2011;35(10):866-75
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22014553[252] Haasnoot M. Kinderverwaarlozing beter in beeld-Fysiek mishandelde kinderen worden nog wel opgemerkt in ziekenhuizen, maar verwaarloosde kinderen glippen er vaak tussendoor. Een nieuw ontwikkeld signalerings-instrument moet daar een einde aan maken Medisch Contact 2012;67():1213
[253] van IJzendoorn MH, Prinzie P, Euser EM, Groeneveld MG, Brilleslijper-Kater SN, van Noort-Van der Linden AMT, San Martin Beuk M. Kindermishandeling in Nederland Anno 2005. De nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM-2005) Leiden: Universiteit Leiden, Algemene en Gezinspedagogiek–Datatheorie 2007
[254] Naughton AM, Maguire SA, Mann MK, Lumb RC, Tempest V, Gracias S, Kemp AM. Emotional, behavioral, and developmental features indicative of neglect or emotional abuse in preschool children: a systematic review. JAMA pediatrics 2013;167(8):769-75
http://dx.doi.org/10.1001/jamapediatrics.2013.192 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23754198[255] van de Putte EM, Kamphuis M, Kramer AWM. Medisch handboek kindermishandeling Houten: Bohn Stafleu van Loghum 2013
[256] Simons M. Bespreekbaar maken van (het vermoeden van) kindermishandeling Standby 2012;26(3):6
[257] Wolfe DA, McIsaac C. Distinguishing between poor/dysfunctional parenting and child emotional maltreatment. Child abuse & neglect 2011;35(10):802-13
http://dx.doi.org/10.1016/j.chiabu.2010.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22015202[258] Dalziel K, Segal L. Home visiting programmes for the prevention of child maltreatment: cost-effectiveness of 33 programmes. Archives of disease in childhood 2012;97(9):787-98
http://dx.doi.org/10.1136/archdischild-2011-300795 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22764090[259] Dunnink G. Standpunt Bereik van de Jeugdgezondheidszorg Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2010
[260] Inspectie voor de Gezondheidszorg. De jeugdgezondheidszorg in beweging Den Haag: IGZ 2009
[261] Kooijman K. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving 'Bemoeizorg in de jeugdgezondheidszorg' Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2016
http://www.nji.nl/jeugdinterventies[262] Sieverink F. Rapport Klein-en-Fijn project ‘Niet Verschenen’. In opdracht van de Academische Werkplaats Jeugd in Twente 2013
[263] Addink A, Kooijman K. nventariserend onderzoek naar signalen van kindermishandeling in de sociale leefomgeving van kinderen Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 2011
[264] AJN Nota. Kindermishandeling in de sociale leefomgeving. 2010
[265] RIVM. Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) door de Jeugdgezondheidszorg Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2010
[266] NVOG. Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) Utrecht: NVOG 2010
[267] van Eerdenburg-Keuning IA. Gesprekprotocol Meisjesbesnijdenis Lisse: AJN 2005
[268] KNOV. KNOV-standpunt Vrouwelijke genitale verminking Utrecht: KNOV 2012
[269] Pharos. Handelingsprotocol Vrouwelijke Genitale Verminking bij minderjarigen. Uitleg en handvatten bij aanpak VGV voor AMK, RvdK en Politie Utrecht: Pharos 2013
[270] Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Bestrijding vrouwelijke genitale verminking. Beleidsadvies Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid 2005
[271] Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Vrouwelijke genitale verminking in juridisch perspectief. Zoetermeer: Raad voor de Volksgezondheid 2005
[272] Commissie Bestrijding Vrouwelijke Genitale Verminking. Bestrijding vrouwelijke genitale verminking, Onderbouwing advies Zoetermeer 2005
[273] Assembly of the Union of African States. Protocol to the African Charter on human and peoples’ rights on the rights of women in Africa Maputo: Union of African States 2003
[274] Korfker D, Snijder M, Detmar S. Retrospectief onderzoek naar de prevalentie van Vrouwenbesnijdenis of (VGV) Vrouwelijke Genitale Verminking in de verloskundigenpraktijk Leiden: TNO 2008
[275] www.meisjesbesnijdenis.nl
http://www.meisjesbesnijdenis.nl[276] www.tegenvrouwenbesnijdenis.nl
http://www.tegenvrouwenbesnijdenis.nl[277] http://www.nvog.nl
http://www.nvog.nl[278] http://vgv.ggd.nl
http://vgv.ggd.nlHeb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedbackLET OP: print de JGZ-richtlijn in liggende afdrukstand!
Grote tabellen zijn niet volledig zichtbaar als de JGZ-richtlijn in staande afdrukstand geprint wordt. Om kleuren in de printversie goed door te laten komen, moet bij de printerinstellingen Achtergrondillustraties aangezet worden.
Disclaimer printversie JGZ-richtlijnen
De printversie van de JGZ-richtlijn bevat de algemene tekst inclusief de aanbevelingen. De wetenschappelijke onderbouwing is terug te vinden op de website, bij de aanbevelingen onder de link “Evidence”.