Aanbevelingen
Lengtemeting bij een liggend kind (tot ongeveer 18 maanden)
Materiaal
Voor het meten van een liggend kind maakt men gebruik van een meetbak, bestaande uit een grondplank met maatverdeling, een vast daarop gemonteerde hoofdplank en een beweegbare voetenplank. De schaalverdeling moet goed leesbaar zijn en moet tot op een millimeter nauwkeurig afgelezen kunnen worden.
Techniek
Tot de leeftijd van ongeveer 18 maanden kunnen zuigelingen en jonge peuters nog niet goed los staan. Hun lengte wordt daarom liggend gemeten.
Als een persoon liggend wordt gemeten, is hij langer dan wanneer hij staand wordt gemeten. Daarom wordt de methode van de lengtemeting (liggend of staand) geregistreerd in het DD JGZ.
- Geef de ouder uitleg over wat er gaat gebeuren.
- Voor een liggende lengtemeting dienen de voeten en het hoofd van het kind ontbloot te zijn. Verwijder zo nodig dingen (zoals staarten en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
- Het kind wordt op de rug in de meetbak gelegd met het hoofd tegen de hoofdplank.
- De ouder houdt het hoofd van het kind tegen de hoofdplank, waarbij het kind recht naar boven kijkt.
- Met een hand worden de benen gestrekt, door de knieën van het kind voorzichtig tegen de grondplank te duwen. Hierbij mag geen kracht worden gezet of worden ‘doorgeduwd’.
- Met de andere hand wordt de beweegbare voetenplank tegen de voetzolen van het kind geschoven. De voeten dienen in een hoek van 90° te staan ten opzichte van het onderbeen.
- De lengte wordt afgelezen tot op 1 mm, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.
Lengtemeting bij een staand kind
Materiaal
Voor het meten van een staand kind wordt gebruik gemaakt van een microtoise (een speciaal meetlint dat aan de muur wordt bevestigd) of stadiometer (een lineaal die aan de muur wordt bevestigd of op een voetstuk staat). Deze moet op de juiste hoogte aan de muur worden bevestigd, de hoogte kan worden gecontroleerd met een niet rekbaar meetlint. De vloer waar de staande lengte wordt gemeten moet vlak zijn.
Techniek
Voorwaarde is dat het kind zelfstandig en stevig kan staan. De meeste kinderen zijn daartoe in staat als ze 15 tot 18 maanden oud zijn, maar dat wil nog niet altijd zeggen dat men op deze leeftijd een betrouwbare staande lengtemeting kan uitvoeren. Kinderen moeten namelijk ook goed kunnen begrijpen wat er van hen wordt verlangd. Vanaf de leeftijd van 2 jaar levert het bij de meeste kinderen geen problemen meer op. De meting kan door 1 persoon worden uitgevoerd.
Als een persoon liggend wordt gemeten, is hij langer dan wanneer hij staand wordt gemeten. Daarom wordt de methode van de lengtemeting (liggend of staand) geregistreerd in het DD JGZ.
- Geef ouder/kind uitleg over wat er gaat gebeuren.
- Voor een staande lengtemeting dienen de voeten en het hoofd van het kind ontbloot te zijn. Verwijder zo nodig dingen (zoals staarten en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
- Laat het kind recht onder de microtoise/stadiometer staan, met de hakken, billen, schouders en achterhoofd tegen de muur.
- De enkels raken elkaar, de voeten staan in een hoek van ongeveer 45° (de voeten staan hierbij enigszins naar buiten gericht). Dit is niet bij alle kinderen haalbaar, bijvoorbeeld vanwege X-benen of overgewicht.
- Het kind kijkt recht vooruit.
- Laat het kind de rug strekken, bijvoorbeeld door te vragen of het kind diep wil inademen.
- Schuif de microtoise/stadiometer op het hoofd van het kind, waarbij deze zo dicht mogelijk op het hoofd wordt geplaatst.
- Controleer nog eens of het kind in de goede positie staat.
- De lengte wordt afgelezen tot op 1 mm nauwkeurig, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.