[1] Bayer O, Krüger H, von Kries R, Toschke AM. Factors associated with tracking of BMI: a meta-regression analysis on BMI tracking. Obesity (Silver Spring, Md.) 2011;19(5):1069-76
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2010.250 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20948517- Groei: Groei bij kinderen verwijst naar het proces waarbij de lengte en het gewicht van het lichaam toenemen. Dit proces begint voor de geboorte en gaat door tot in de adolescentie.
- Groeidiagram: Het groeidiagram is een grafiek waarop de groei van een jeugdige kan worden bijgehouden en kan worden vergeleken met dat van andere jeugdigen. Er zijn, naast de universele groeidiagrammen voor jongens en voor meisjes, onder andere speciale groeidiagrammen voor prematuur geboren kinderen, kinderen geboren met Downsyndroom, en kinderen van Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse (Zuid-Aziatisch Surinaamse) afkomst. Overigens verschillen de groeidiagrammen voor kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst alleen voor wat betreft de lengtegroei van kinderen van Nederlandse afkomst (m.a.w. de diagrammen voor gewicht-naar-lengte, gewicht-naar-leeftijd en BMI-naar-leeftijd zijn hetzelfde).
- Standaarddeviatie (SD): De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van de meetwaarden rondom het gemiddelde van een populatie, waarbij wordt aangenomen dat de meetwaarden een normale verdeling hebben. De normale verdeling is een verdeling van gegevens die verloopt in de vorm van een (kerst)klok: hoog in het midden (veel waardes liggen rond het midden), en steeds lager naar beide uiteindes (weinig waardes liggen aan de uiteindes).
- Standaarddeviatiescore (SDS): De lijnen in het groeidiagram vertegenwoordigen de standaarddeviatiescore (SDS). Dit is het aantal standaarddeviaties boven of onder het gemiddelde. De SDS is de afwijking van bijvoorbeeld het gewicht of de lengte uitgedrukt in het aantal standaarddeviaties dat het gewicht of de lengte verschilt van het gemiddelde van de populatie. Een SDS van 0 is gelijk aan de P50 van de populatie: 50% van de metingen in de referentiepopulatie ligt onder deze lijn en 50% ligt erboven. Een positieve (d.w.z. >0) SDS duidt op een meetwaarde boven het gemiddelde, een negatieve (d.w.z. <0) SDS op een meetwaarde onder het gemiddelde. Hoe hoger of lager de SDS, hoe uitzonderlijker de meetwaarde is.
- Groeicurve: De groei van een kind kan worden bijgehouden in het groeidiagram, het resultaat is de groeicurve.
- BMI: De Body Mass Index (BMI) wordt vaak gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht of ondergewicht. De BMI wordt berekend door het gewicht (in kg) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat (kg/m2).
- Inhaalgroei of catch-up groei: Na bijvoorbeeld ernstig ziek zijn, premature of dysmature (Small for gestational age, SGA) geboorte kunnen kinderen een inhaalgroei of catch-up groei doormaken. Deze inhaalgroei stopt zodra de groei weer op peil van het ‘aangeboren’ groeipatroon zit.
- Fysiologische groeiafbuiging of catch-down groei: Enige mate van groeiafbuiging ‘naar de eigen groeilijn’ voor het derde levensjaar kan optreden zonder dat dit op pathologie wijst.
- Borstvoedingsdip of viermaands dip: Baby’s die voornamelijk moedermelk krijgen vertonen rond de leeftijd van vier maanden vaak een dip in de groeicurve, ook wel de ‘borstvoedingsdip’ genoemd. Dit is een normaal verschijnsel.
- Prepuberale of prepubertaire dip: Voor de start of aan het begin van de puberteit kan enige groeivertraging fysiologisch zijn. De dip wordt gevolgd door een groeispurt.