2.2.2 Groei tijdens de puberteit

JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen

JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen

Wegen meten en groeidiagrammen

De puberteit is een periode van hormonale activiteit en een snelle groei, ook vinden er karakteristieke veranderingen in lichaamsverhoudingen plaats. In de eerste fase van de groei zijn het vooral de armen en benen die verhoudingsgewijs lang worden, pas later groeit de romp. Ook de voeten maken een vroege groeispurt door, maar stoppen alweer snel. Veranderingen in de breedte van schouders en bekken ontstaan nog weer later.

Voor de start of aan het begin van de puberteit kan enige groeivertraging fysiologisch zijn, er wordt gesproken van een ‘prepuberale of prepubertaire dip’. De dip wordt gevolgd door een groeispurt. De groeisnelheid bereikt haar hoogtepunt bij jongens gemiddeld op 13-14 jaar en bij meisjes op 12-13 jaar. Jongens groeien gemiddeld ongeveer 2 jaar langer door dan meisjes [5]. Kinderen die eerder de puberteit ingaan hebben gemiddeld genomen een grotere puberteitsspurt in lengtegroei en zijn eerder uit de puberteit vergeleken met kinderen die later de puberteit in gaan. Over het algemeen hebben kinderen die vroeg in de puberteit komen, een kleinere eindlengte dan kinderen die laat in de puberteit komen (bij gelijke ouderlengte) [3].

Het lichaamsgewicht neemt vlak voor en tijdens de puberteit sterk toe. In de prepuberteit neemt bij jongens en meisjes de vetafzetting toe. Daarna is de gewichtstoename voornamelijk het gevolg van de groei van vetvrije massa (skelet, spieren, organen en dergelijke). Bij jongens neemt de spiermassa aanmerkelijk meer toe dan bij meisjes. Jongens kunnen in de periode van maximale groei zelfs vet verliezen. Bij meisjes neemt aan het einde van de puberteit de vetmassa lokaal weer duidelijk toe.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen