Gewicht- en lengtemetingen moeten door JGZ-professionals uitgevoerd worden óf door ouders na instructie en in het bijzijn van een JGZ-professional. Het zelf thuis laten meten van gewicht en lengte door ouders of jeugdigen is onvoldoende betrouwbaar [2][8][9]. Als gebruik wordt gemaakt van eigen meetwaardes van ouders of jongeren dan moeten deze in het Digitaal Dossier JGZ (DD JGZ) en/of het groeidiagram duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
2.5 Wie voert meting uit
JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen
JGZ-richtlijn Wegen meten en groeidiagrammen
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Stuur jouw feedback naar onze servicedesk. Zoek het tekstgedeelte waarbij je suggesties voor verbetering hebt. Via de knop ‘Geef jouw feedback’ kun je voor deze JGZ-richtlijn en het specifieke hoofdstuk jouw suggesties doorgeven.
Richtlijn inhoudsopgave
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Uitvoering van de metingen Ga naar pagina over 3 Uitvoering van de metingen
4 Gebruik groeidiagrammen Ga naar pagina over 4 Gebruik groeidiagrammen
5 Verantwoording Ga naar pagina over 5 Verantwoording
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Uitvoering van de metingen Ga naar pagina over 3 Uitvoering van de metingen
4 Gebruik groeidiagrammen Ga naar pagina over 4 Gebruik groeidiagrammen
5 Verantwoording Ga naar pagina over 5 Verantwoording
Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedback[1] Bayer O, Krüger H, von Kries R, Toschke AM. Factors associated with tracking of BMI: a meta-regression analysis on BMI tracking. Obesity (Silver Spring, Md.) 2011;19(5):1069-76
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2010.250 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20948517[2] Brener ND, Mcmanus T, Galuska DA, Lowry R, Wechsler H. Reliability and validity of self-reported height and weight among high school students. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2003;32(4):281-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12667732[3] Cole TJ, Donaldson MDC, Ben-Shlomo Y. SITAR—a useful instrument for growth curve analysis International Journal of Epidemiology 2010;39(6):1558
http://dx.doi.org/10.1093/ije/dyq115 https://doi.org/10.1093/ije/dyq115[4] D'Antoni AV, Donaldson OI, Schmidt C, Macchi V, De Caro R, Oskouian RJ, Loukas M, Shane Tubbs R. A comprehensive review of the anterior fontanelle: embryology, anatomy, and clinical considerations. Child's nervous system : ChNS : official journal of the International Society for Pediatric Neurosurgery 2017;33(6):909-914
http://dx.doi.org/10.1007/s00381-017-3406-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28396968[5] Delemarre-van der Waal H.A, Bocca G, Cohen-Kettenis P.T, Haasnoot K, Hack W.W.M, Rotteveel J. Praktische kindergeneeskunde: Kinderendocrinologie 2006
[6] Dubois L, Ohm Kyvik K, Girard M, Tatone-Tokuda F, Pérusse D, Hjelmborg J, Skytthe A, Rasmussen F, Wright MJ, Lichtenstein P, Martin NG. Genetic and environmental contributions to weight, height, and BMI from birth to 19 years of age: an international study of over 12,000 twin pairs. PloS one 2012;7(2):e30153
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0030153 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22347368[7] Campbell P., Katzmarzyk P, Malina R, Rao DC, Pérusse L, Bouchard C. Prediction of Physical Activity and Physical Work capacity (PWC150) om Young Adulthood from Childhood and Adolescence with Consideration of Parental Measures American Journal of Human Biology 2001/01/01;13():190
http://dx.doi.org/10.1002/1520-6300(200102/03)13:23.0.CO;2-N[8] Himes JH, Faricy A. Validity and reliability of self-reported stature and weight of US adolescents. American journal of human biology : the official journal of the Human Biology Council 2001;13(2):255-60
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11460871[9] Huybrechts I, Himes JH, Ottevaere C, De Vriendt T, De Keyzer W, Cox B, Van Trimpont I, De Bacquer D, De Henauw S. Validity of parent-reported weight and height of preschool children measured at home or estimated without home measurement: a validation study BMC Pediatrics 2011;11(1):63
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-11-63 https://doi.org/10.1186/1471-2431-11-63[10] Mathijssen I. Craniosynostosis: clinical and fundamental aspects 2000
http://hdl.handle.net/1765/20429[11] Oskam E, van Lokven E, Boere-Boonekamp MM. Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg. Dl. B: Inhoud (7e, herz. dr) 2013
[12] Schönbeck Y, Talma H, van Dommelen P, Bakker B, Buitendijk SE, HiraSing RA, van Buuren S. The world's tallest nation has stopped growing taller: the height of Dutch children from 1955 to 2009. Pediatric research 2013;73(3):371-7
http://dx.doi.org/10.1038/pr.2012.189 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23222908[13] Talma H, Schönbeck Y, Bakker B, HiraSing R.A, Van Buuren S. Handleiding bij het meten en wegen van kinderen en het invullen van groeidiagrammen. Leiden: TNO Kwaliteit van Leven 2010
[14] Reliability of anthropometric measurements in the WHO Multicentre Growth Reference Study. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992). Supplement 2006;450():38-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/168176771 Inleiding
Deze generieke module beschrijft hoe JGZ-professionals de lengte, gewicht en schedelomtrek van jeugdigen bepalen, en hoe de groeidiagrammen gebruikt worden.
Deze module betreft niet de afkapwaardes en verwijscriteria op basis van lengte, gewicht en schedelomtrek, deze staan beschreven in de diverse specifieke JGZ-richtlijnen.
1.1 Afstemming
Links met JGZ Richtlijnen en andere relevante richtlijnen:
- JGZ-richtlijn Overgewicht
- JGZ-richtlijn Ondergewicht
- JGZ-richtlijn Lengtegroei
- JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming
- JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag
- JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen
- Triage en diagnostiek van groeistoornissen bij kinderen (NVK, 2020)
- Richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen (PON, 2023)
2 Kennismodule
De kernpunten vormen de samenvatting van de belangrijkste informatie.
Kernpunten
- Groei bij kinderen is het proces waarbij de lengte en het gewicht van het lichaam toenemen. Dit proces begint voor de geboorte en gaat door tot in de adolescentie.
- Lengtegroei vindt plaats aan de uiteinden van de botten onder invloed van hormonen en groeifactoren.
- Genetische factoren spelen een grote rol in de groei, samen met andere factoren zoals geslacht, voeding en psychosociaal klimaat.
- Tijdens de puberteit vindt een groeispurt plaats, waarbij jongens gemiddeld langer doorgroeien dan meisjes.
- De schedelgroei van de foetus en zuigeling wordt in belangrijke mate bepaald door de groei van de hersenen.
- De groei van een kind kan worden bijgehouden in het groeidiagram, het resultaat is de groeicurve.
- Op basis van expert opinion is het advies om in de volgende leeftijdsfases de lengte en het gewicht te meten:
- 0-6 weken: minimaal één keer
- 6 weken – 12 maanden: minimaal 3 keer verspreid over het eerste jaar (waarvan ten minste één lengtemeting in het tweede halfjaar)
- 1 t/m 2 jaar: minimaal twee keer
- 3 t/m 6 jaar: minimaal twee keer
- 8-9 jaar: minimaal één keer
- 12-14 jaar: minimaal één keer
- Op basis van expert opinion is het advies om in de volgende leeftijdsfases de schedelomtrek te meten:
- 0-6 weken: minimaal één keer
- 6 weken – 12 maanden: minimaal 3 keer verspreid over het eerste jaar (waarvan minimaal één meting van de schedelomtrek in het tweede halfjaar)
- Het meten van de lengte van de biologische ouders gebeurt eenmalig, bij de eerste gelegenheid die zich voordoet. Indien het meten van de ouder(s) niet mogelijk is wordt de lengte nagevraagd.
2.1 Begrippen
- Groei: Groei bij kinderen verwijst naar het proces waarbij de lengte en het gewicht van het lichaam toenemen. Dit proces begint voor de geboorte en gaat door tot in de adolescentie.
- Groeidiagram: Het groeidiagram is een grafiek waarop de groei van een jeugdige kan worden bijgehouden en kan worden vergeleken met dat van andere jeugdigen. Er zijn, naast de universele groeidiagrammen voor jongens en voor meisjes, onder andere speciale groeidiagrammen voor prematuur geboren kinderen, kinderen geboren met Downsyndroom, en kinderen van Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse (Zuid-Aziatisch Surinaamse) afkomst. Overigens verschillen de groeidiagrammen voor kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst alleen voor wat betreft de lengtegroei van kinderen van Nederlandse afkomst (m.a.w. de diagrammen voor gewicht-naar-lengte, gewicht-naar-leeftijd en BMI-naar-leeftijd zijn hetzelfde).
- Standaarddeviatie (SD): De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van de meetwaarden rondom het gemiddelde van een populatie, waarbij wordt aangenomen dat de meetwaarden een normale verdeling hebben. De normale verdeling is een verdeling van gegevens die verloopt in de vorm van een (kerst)klok: hoog in het midden (veel waardes liggen rond het midden), en steeds lager naar beide uiteindes (weinig waardes liggen aan de uiteindes).
- Standaarddeviatiescore (SDS): De lijnen in het groeidiagram vertegenwoordigen de standaarddeviatiescore (SDS). Dit is het aantal standaarddeviaties boven of onder het gemiddelde. De SDS is de afwijking van bijvoorbeeld het gewicht of de lengte uitgedrukt in het aantal standaarddeviaties dat het gewicht of de lengte verschilt van het gemiddelde van de populatie. Een SDS van 0 is gelijk aan de P50 van de populatie: 50% van de metingen in de referentiepopulatie ligt onder deze lijn en 50% ligt erboven. Een positieve (d.w.z. >0) SDS duidt op een meetwaarde boven het gemiddelde, een negatieve (d.w.z. <0) SDS op een meetwaarde onder het gemiddelde. Hoe hoger of lager de SDS, hoe uitzonderlijker de meetwaarde is.
- Groeicurve: De groei van een kind kan worden bijgehouden in het groeidiagram, het resultaat is de groeicurve.
- BMI: De Body Mass Index (BMI) wordt vaak gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht of ondergewicht. De BMI wordt berekend door het gewicht (in kg) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat (kg/m2).
- Inhaalgroei of catch-up groei: Na bijvoorbeeld ernstig ziek zijn, premature of dysmature (Small for gestational age, SGA) geboorte kunnen kinderen een inhaalgroei of catch-up groei doormaken. Deze inhaalgroei stopt zodra de groei weer op peil van het ‘aangeboren’ groeipatroon zit.
- Fysiologische groeiafbuiging of catch-down groei: Enige mate van groeiafbuiging ‘naar de eigen groeilijn’ voor het derde levensjaar kan optreden zonder dat dit op pathologie wijst.
- Borstvoedingsdip of viermaands dip: Baby’s die voornamelijk moedermelk krijgen vertonen rond de leeftijd van vier maanden vaak een dip in de groeicurve, ook wel de ‘borstvoedingsdip’ genoemd. Dit is een normaal verschijnsel.
- Prepuberale of prepubertaire dip: Voor de start of aan het begin van de puberteit kan enige groeivertraging fysiologisch zijn. De dip wordt gevolgd door een groeispurt.
2.2 Normale groeiproces
Deze paragraaf bevat achtergrondinformatie over de normale groei bij kinderen. Voor meer informatie wordt verwezen naar handboeken over groei en ontwikkeling.
2.2.1 Groei bij kinderen
Groei is het belangrijkste verschijnsel dat kinderen onderscheidt van volwassenen. De lengtegroei van kinderen vindt plaats aan het uiteinde van de botten, omdat hier de groeischijven zitten. Onder invloed van hormonen en groeifactoren groeien de botten. De belangrijkste hormonen voor de lengtegroei zijn het groeihormoon, schildklierhormoon en geslachtshormonen. Groeifactoren zijn eiwitten die zorgen voor stimulatie van cellen tot celdeling (wat leidt tot celvermeerdering en dus groei) en verandering.
De groei (gewicht, lengte en ook BMI), is voor een groot deel familiair bepaald. Het effect van genetische factoren is laag bij geboorte maar neemt daarna snel toe. Vanaf de leeftijd van vijf maanden wordt 80-90% van de variantie door genetische factoren verklaard [6]. Andere factoren die een rol spelen bij de groei zijn het geslacht, de leeftijd waarop de puberteit begint, voeding, ziekte en psychosociaal klimaat [13].
De normale lengtegroei per leeftijdsperiode van kinderen staat weergegeven in Tabel 1. Gedurende de eerste twee levensjaren kan een relatieve versnelling of vertraging van de groei optreden. Vanaf twee jaar verloopt de groei van het gewicht en de lengte minder snel en gaat elk kind zijn/haar eigen, individuele curve volgen. Vanaf 2-3 jaar is er een sterke correlatie tussen de lengte van het kind en zijn eindlengte op volwassen leeftijd. Kinderen met een lage (of hoge) BMI op deze leeftijd hebben een verhoogde kans om later ook een lage (of hoge) BMI te hebben [1].
Tabel 1: Normale lengtegroei per periode naar leeftijd [12].
| Leeftijd | Groei meisjes (cm) | Groei jongens (cm) |
| 2 weken tot 1 jaar | 23 | 24 |
| 1 tot 2 jaar | 12 | 12 |
| 2 tot 3 jaar | 10 | 9 |
| 3 tot 5 jaar | 15 | 15 |
| 5 jaar tot puberteit | 36 | 39 |
| Puberteit* | 23 | 32 |
| *Gebaseerd op cross-sectionele data. Dit is waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke lengtetoename. | ||
2.2.2 Groei tijdens de puberteit
De puberteit is een periode van hormonale activiteit en een snelle groei, ook vinden er karakteristieke veranderingen in lichaamsverhoudingen plaats. In de eerste fase van de groei zijn het vooral de armen en benen die verhoudingsgewijs lang worden, pas later groeit de romp. Ook de voeten maken een vroege groeispurt door, maar stoppen alweer snel. Veranderingen in de breedte van schouders en bekken ontstaan nog weer later.
Voor de start of aan het begin van de puberteit kan enige groeivertraging fysiologisch zijn, er wordt gesproken van een ‘prepuberale of prepubertaire dip’. De dip wordt gevolgd door een groeispurt. De groeisnelheid bereikt haar hoogtepunt bij jongens gemiddeld op 13-14 jaar en bij meisjes op 12-13 jaar. Jongens groeien gemiddeld ongeveer 2 jaar langer door dan meisjes [5]. Kinderen die eerder de puberteit ingaan hebben gemiddeld genomen een grotere puberteitsspurt in lengtegroei en zijn eerder uit de puberteit vergeleken met kinderen die later de puberteit in gaan. Over het algemeen hebben kinderen die vroeg in de puberteit komen, een kleinere eindlengte dan kinderen die laat in de puberteit komen (bij gelijke ouderlengte) [3].
Het lichaamsgewicht neemt vlak voor en tijdens de puberteit sterk toe. In de prepuberteit neemt bij jongens en meisjes de vetafzetting toe. Daarna is de gewichtstoename voornamelijk het gevolg van de groei van vetvrije massa (skelet, spieren, organen en dergelijke). Bij jongens neemt de spiermassa aanmerkelijk meer toe dan bij meisjes. Jongens kunnen in de periode van maximale groei zelfs vet verliezen. Bij meisjes neemt aan het einde van de puberteit de vetmassa lokaal weer duidelijk toe.
2.3 Normale schedelgroei
De schedelgroei van de foetus en zuigeling wordt in belangrijke mate bepaald door de groei van de hersenen. De gemiddelde schedelomtrek per leeftijd staat weergegeven in tabel 2.
Tabel 2: gemiddelde schedelomtrek per leeftijd [13].
| Jongens (cm, P50) | Meisjes (cm, P50) | |
| 28 weken zwangerschap | 26 | 26 |
| 40 weken zwangerschap | 35 | 34 |
| 6 maanden | 44 | 43 |
| 12 maanden | 47 | 46 |
| 48 maanden | 51 | 50 |
| 12 jaar | 54 | 53,5 |
| 21 jaar | 58 | 55 |
Een klein deel van de schedelgroei wordt bepaald door actieve groei in de schedelnaden. Figuur 1 toont de schedelnaden en de fontanellen. De schedel van de pasgeborene is niet volledig verbeend; de schedelnaden kunnen tot de volwassen leeftijd openblijven [10]. De voorste fontanel is ruitvormig en varieert in grootte van 1 tot 4 cm bij 1 tot 2,5 cm en sluit meestal op de leeftijd van 13-24 maanden [4]. De driehoekige achterste fontanel is klein en sluit normaliter op de leeftijd van 2 tot 3 maanden.
De vorm van de menselijke schedel varieert; zowel genetische als omgevingsfactoren kunnen de vorm beïnvloeden.
Figuur 1: De belangrijkste schedelnaden en de fontanellen.
2.4 Meetmomenten
Op basis van expert opinion is het advies om in de volgende leeftijdsfases de lengte en het gewicht te meten:
- 0-6 weken: minimaal één keer
- 6 weken – 12 maanden: minimaal 3 keer verspreid over het eerste jaar (waarvan ten minste één lengtemeting in het tweede halfjaar)
- 1 t/m 2 jaar: minimaal twee keer
- 3 t/m 6 jaar: minimaal twee keer
- 8-9 jaar: minimaal één keer
- 12-14 jaar: minimaal één keer
In overleg met de ouders en/of de jeugdige kan de JGZ-professional besluiten één of meer extra meetmomenten in te plannen.
Op basis van expert opinion is het advies om in de volgende leeftijdsfases de schedelomtrek te meten:
- 0-6 weken: minimaal één keer
- 6 weken – 12 maanden: minimaal 3 keer verspreid over het eerste jaar (waarvan minimaal één meting van de schedelomtrek in het tweede halfjaar)
De schedelomtrek wordt tot ongeveer de leeftijd van één jaar gemeten. Na het eerste levensjaar wordt de schedelomtrek alleen op indicatie gemeten, bij twijfel over correcte groei [11].
2.5 Wie voert meting uit
Gewicht- en lengtemetingen moeten door JGZ-professionals uitgevoerd worden óf door ouders na instructie en in het bijzijn van een JGZ-professional. Het zelf thuis laten meten van gewicht en lengte door ouders of jeugdigen is onvoldoende betrouwbaar [2][8][9]. Als gebruik wordt gemaakt van eigen meetwaardes van ouders of jongeren dan moeten deze in het Digitaal Dossier JGZ (DD JGZ) en/of het groeidiagram duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
2.6 Lengtemeting ouders
De lengte van de biologische ouders is van belang voor het schatten van de verwachte eindlengte van een kind. Het meten van de lengte van de biologische ouders gebeurt eenmalig, bij de eerste gelegenheid die zich voordoet. Vaak zijn in het eerste levensjaar beide biologische ouders een keer aanwezig bij het bezoek aan de jeugdgezondheidszorg. Dat is een goed moment om de lengte van de ouders te meten. Een objectieve meting is veel betrouwbaarder dan een gevraagde of geschatte lengte en heeft daarom de voorkeur. Indien het meten van de ouder(s) niet mogelijk is wordt de lengte nagevraagd. De lengte van de ouders wordt genoteerd in het DD JGZ (in cm, met 1 cijfer achter de komma), hierbij wordt vermeld of de lengte gemeten of anamnestisch verkregen is.
2.7 Gevolgen voor kind, ouder(s) en gezin
- Het gewogen en gemeten worden kan door kinderen en jeugdigen als onprettig en ongemakkelijk worden ervaren. Het vooruitzicht te worden gewogen en gemeten kan hen onzeker maken. Jeugdigen hebben – zeker in een setting zoals op school – behoefte aan privacy. Ook voor ouders is het gewicht van hun kind een gevoelig thema. Dit geldt vooral voor ouders met een (te) zwaar kind, maar ook ouders van kinderen met een (te) laag gewicht kunnen zich veroordeeld voelen.
- Bijzonderheden in de groei kunnen zowel lichamelijke, psychische als sociale gevolgen hebben. Zie voor meer informatie de richtlijnen Ondergewicht, Overgewicht en Lengtegroei.
2.8 Wensen, behoeften en opvattingen van ouders
- Wees je ervan bewust dat kind en ouders misschien een nare ervaring met een eerdere professional hebben gehad.
- Houd rekening met de privacy van (de ouder en) het kind als het wordt gewogen en gemeten.
- Regel stoelen met passende maten zodat kind en ouders comfortabel kunnen zitten. Zorg ook bij medische hulpmiddelen voor passend materiaal, zoals een juiste weegschaal en grotere bloeddrukmanchetten.
- Zorg ervoor dat het wegen en meten zonder negatieve opmerkingen of oordelen gebeurt.
- Gebruik neutrale termen bij het bespreken van de meetresultaten. Voorkom hierbij woorden als te klein, te groot, te licht, te zwaar.
- Niet alle ouders begrijpen de term ‘eigen lijn’ bij het bespreken van de groeicurve. Benoem bijvoorbeeld dat de groei van het kind ‘naar verwachting’ verloopt. Of gebruik de terugvraag methode, bijvoorbeeld ‘Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd. Wat gaat u thuis vertellen?’
- Vraag na of (de ouder en) het kind de uitslag van de meting wil weten.
3 Uitvoering van de metingen
In deze module wordt beschreven hoe de metingen van lengte, gewicht en schedelomtrek dienen te worden uitgevoerd.
3.1 Lengte
Aanbevelingen
Lengtemeting bij een liggend kind (tot ongeveer 18 maanden)
Materiaal
Voor het meten van een liggend kind maakt men gebruik van een meetbak, bestaande uit een grondplank met maatverdeling, een vast daarop gemonteerde hoofdplank en een beweegbare voetenplank. De schaalverdeling moet goed leesbaar zijn en moet tot op een millimeter nauwkeurig afgelezen kunnen worden.
Techniek
Tot de leeftijd van ongeveer 18 maanden kunnen zuigelingen en jonge peuters nog niet goed los staan. Hun lengte wordt daarom liggend gemeten.
Als een persoon liggend wordt gemeten, is hij langer dan wanneer hij staand wordt gemeten. Daarom wordt de methode van de lengtemeting (liggend of staand) geregistreerd in het DD JGZ.
- Geef de ouder uitleg over wat er gaat gebeuren.
- Voor een liggende lengtemeting dienen de voeten en het hoofd van het kind ontbloot te zijn. Verwijder zo nodig dingen (zoals staarten en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
- Het kind wordt op de rug in de meetbak gelegd met het hoofd tegen de hoofdplank.
- De ouder houdt het hoofd van het kind tegen de hoofdplank, waarbij het kind recht naar boven kijkt.
- Met een hand worden de benen gestrekt, door de knieën van het kind voorzichtig tegen de grondplank te duwen. Hierbij mag geen kracht worden gezet of worden ‘doorgeduwd’.
- Met de andere hand wordt de beweegbare voetenplank tegen de voetzolen van het kind geschoven. De voeten dienen in een hoek van 90° te staan ten opzichte van het onderbeen.
- De lengte wordt afgelezen tot op 1 mm, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.
Lengtemeting bij een staand kind
Materiaal
Voor het meten van een staand kind wordt gebruik gemaakt van een microtoise (een speciaal meetlint dat aan de muur wordt bevestigd) of stadiometer (een lineaal die aan de muur wordt bevestigd of op een voetstuk staat). Deze moet op de juiste hoogte aan de muur worden bevestigd, de hoogte kan worden gecontroleerd met een niet rekbaar meetlint. De vloer waar de staande lengte wordt gemeten moet vlak zijn.
Techniek
Voorwaarde is dat het kind zelfstandig en stevig kan staan. De meeste kinderen zijn daartoe in staat als ze 15 tot 18 maanden oud zijn, maar dat wil nog niet altijd zeggen dat men op deze leeftijd een betrouwbare staande lengtemeting kan uitvoeren. Kinderen moeten namelijk ook goed kunnen begrijpen wat er van hen wordt verlangd. Vanaf de leeftijd van 2 jaar levert het bij de meeste kinderen geen problemen meer op. De meting kan door 1 persoon worden uitgevoerd.
Als een persoon liggend wordt gemeten, is hij langer dan wanneer hij staand wordt gemeten. Daarom wordt de methode van de lengtemeting (liggend of staand) geregistreerd in het DD JGZ.
- Geef ouder/kind uitleg over wat er gaat gebeuren.
- Voor een staande lengtemeting dienen de voeten en het hoofd van het kind ontbloot te zijn. Verwijder zo nodig dingen (zoals staarten en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
- Laat het kind recht onder de microtoise/stadiometer staan, met de hakken, billen, schouders en achterhoofd tegen de muur.
- De enkels raken elkaar, de voeten staan in een hoek van ongeveer 45° (de voeten staan hierbij enigszins naar buiten gericht). Dit is niet bij alle kinderen haalbaar, bijvoorbeeld vanwege X-benen of overgewicht.
- Het kind kijkt recht vooruit.
- Laat het kind de rug strekken, bijvoorbeeld door te vragen of het kind diep wil inademen.
- Schuif de microtoise/stadiometer op het hoofd van het kind, waarbij deze zo dicht mogelijk op het hoofd wordt geplaatst.
- Controleer nog eens of het kind in de goede positie staat.
- De lengte wordt afgelezen tot op 1 mm nauwkeurig, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.
3.2 Gewicht
Aanbevelingen
Gewichtmeting bij een liggend kind
Materiaal
Het bepalen van het gewicht gebeurt met een mechanische of elektronische babyweegschaal. Elektronische weegschalen zijn vaak makkelijker in gebruik en zoeken bij inschakelen automatisch het nulpunt op. Voor een huisbezoek kan ook gebruik gemaakt worden van een unster (een weegschaal waarbij het kind in hangende positie wordt gewogen).
Het gebruik van betrouwbare personenweegschalen met ijkklasse III of hoger wordt aanbevolen: weegschalen die gebruikt worden in de geneeskunde moeten gekeurd zijn voor het gebruik als medisch hulpmiddel. In Nederland betekent het dat ze gekeurd moeten zijn volgens klasse III van de Metrologiewet.
Het wordt geadviseerd om weegschalen regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks of 2-jaarlijks) te laten ijken.
Techniek
- Controleer of de weegschaal op 0 staat.
- Zuigelingen zijn ontkleed, er mag worden gewogen met een droge luier aan (het gewicht van de droge luier dient te worden afgetrokken van het gewicht).
- Plaats de zuigeling op de weegschaal (liggend of zittend).
- Controleer of het kind stilligt/zit, niks in de handen houdt en zich nergens aan vast houdt.
- Lees het gewicht af. Bij babyweegschalen wordt afgelezen tot op de laatste volledige 10 gram, er wordt niet naar boven afgerond. Een grotere nauwkeurigheid is zinloos, omdat de schommelingen in het gewicht bij hetzelfde kind, zelfs op dezelfde dag, groter kunnen zijn.
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ. Ook wordt genoteerd of de meting is verricht met of zonder kleren.
Gewichtmeting bij een staand kind
Materiaal
Het bepalen van het gewicht gebeurt met een mechanische of elektronische weegschaal. Elektronische weegschalen zijn vaak makkelijker in gebruik en zoeken bij inschakelen automatisch het nulpunt op. Het gebruik van betrouwbare personenweegschalen met ijkklasse III of hoger* wordt aanbevolen: weegschalen die gebruikt worden in de geneeskunde moeten gekeurd zijn voor het gebruik als medisch hulpmiddel. In Nederland betekent het dat ze gekeurd moeten zijn volgens klasse III van de Metrologiewet.
Het wordt geadviseerd om weegschalen regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks of 2-jaarlijks) te laten ijken.
*Weegschalen die gebruikt worden in de geneeskunde moeten gekeurd zijn voor het gebruik als medisch hulpmiddel.
In Nederland betekent het dat ze gekeurd moeten zijn volgens klasse III van de Metrologiewet.
Techniek
- Controleer of de weegschaal op 0 staat.
- Kinderen tot 6 jaar worden zo mogelijk in ondergoed gewogen, mits er een ouder aanwezig is. Als het ontkleed wegen van een kind niet haalbaar is (bijvoorbeeld in verband met onvoldoende privacy of de afwezigheid van een ouder) dan wordt gewogen zonder schoenen.
- Laat het kind op de weegschaal stappen.
- Controleer of het kind stilstaat, niks in de handen houdt en zich nergens aan vast houdt.
- Lees het gewicht af. Bij staand wegen wordt afgelezen tot op de laatste volledige 100 gram, er wordt niet naar boven afgerond. Een grotere nauwkeurigheid is zinloos, omdat de schommelingen in het gewicht bij hetzelfde kind, zelfs op dezelfde dag, groter kunnen zijn.
- Er wordt bij staand wegen geen correctie toegepast voor het wegen met kleding aan. Het gewicht van kleding is namelijk zeer variabel en mede afhankelijk van het seizoen en de leeftijd.
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ. Ook wordt genoteerd of de meting is verricht met of zonder kleren.
3.3 Schedelomtrek
Aanbevelingen
Materiaal
Het meten van de schedelomtrek gebeurt met een soepel, niet rekkend meetlint. Hiervoor zijn eventueel speciale meetlinten verkrijgbaar. Deze worden niet speciaal geadviseerd, zoalg een meetlint maar soepel en niet rekkend is.
Meetlinten kunnen uitrekken in de loop van de tijd. Daarom wordt het aanbevolen om deze jaarlijks te controleren (bijvoorbeeld door het meetlint te vergelijken met een metalen meetlint) en zo nodig te vervangen.
Techniek
- Bij zuigelingen kan de hoofdomtrek makkelijk worden gemeten als het kind ligt, of rechtop bij de moeder tegen de schouder ligt.
- De stand van het hoofd is niet van belang voor de meting.
- Verwijder zo nodig dingen (zoals staartjes en speldjes) die de meting kunnen verstoren.
- Hou het oprolbare deel van het meetlint in de ene hand, en het vrije eind (de ‘nulzijde’) in de andere.
- Leg het meetlint achter over de achterhoofdsknobbel (de grootste uitstulping van het achterhoofd) en verder boven de oren en net boven de wenkbrauwen. Let op dat de oorschelp niet onder het meetlint geklemd zit (figuur 2).
- Zorg dat je goed ziet waar het meetlint kruist zodat de omtrek goed afgelezen kan worden.
- Lees de hoofdomtrek af tot op 1 mm nauwkeurig, er wordt niet naar boven afgerond. Wees je er van bewust dat een meting nooit 100% nauwkeurig is (er is een verschil tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde).
- Het vaker meten en middelen van de gevonden waarde wordt niet aanbevolen. Vaker meten zorgt dat het meten meer tijd kost, het is niet bekend of dit de betrouwbaarheid van het resultaat verhoogt.
- De gevonden waarde wordt geregistreerd in het DD JGZ.
Figuur 2: Het meten van de schedelomtrek (Bron; iStock).
4 Gebruik groeidiagrammen
Aanbevelingen
- Het beoordelen van een groeicurve is een complexe vaardigheid. Om te bepalen of een kind op basis van een afwijkende groeicurve moet worden verwezen, is een gedegen basiskennis van ziekten en normale en afwijkende groeicurves vereist. Om die reden dient de jeugdarts of verpleegkundig specialist het kind te zien bij een mogelijk afwijkende groeicurve, om in combinatie met anamnese en lichamelijk onderzoek het kind eventueel te verwijzen. Specifieke aandachtspunten voor anamnese en lichamelijk onderzoek staan beschreven in de diverse specifieke JGZ-richtlijnen.
- Aanbevolen wordt om de Nederlandse groeidiagrammen te gebruiken. Deze zijn te vinden op de website van TNO (www.tno.nl/groei).
- Voor prematuur geboren kinderen wordt tot de leeftijd van 15 maanden het bij de zwangerschapsduur passende groeidiagram gebruikt. Als dit groeidiagram niet beschikbaar is kan het universele groeidiagram worden gebruikt, waarbij de leeftijd wordt gecorrigeerd voor de vroeggeboorte. Noteer in het DD JGZ of gecorrigeerd is voor vroeggeboorte.
- Gebruik, bij twijfel over de groei van borstgevoede kinderen in de eerste 6 maanden, de WHO-groeicurve (deze is te vinden via de link). In het eerste halfjaar na de geboorte zijn kinderen die voornamelijk moedermelk krijgen gemiddeld iets zwaarder dan kinderen die vooral kunstvoeding krijgen. In het tweede halfjaar na de geboorte is het omgekeerd: kinderen die kunstvoeding krijgen zijn dan over het algemeen wat zwaarder.
- Voor kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst zijn specifieke groeidiagrammen, deze worden gebruikt bij twijfel of de lengtegroei binnen de normen valt, bijvoorbeeld als de lengte meer dan twee standaarddeviaties afwijkt ten opzichte van het gemiddelde van de standaardcurve (>+2 of <-2 SDS).
Wees je er van bewust dat, bij het gebruik van deze specifieke groeidiagrammen de berekening van de Target Height in het DD JGZ niet wordt aangepast aan de afkomst. - Gebruik bij kinderen van Hindostaanse (Zuid-Aziatisch Surinaamse) afkomst de etnisch specifieke gewicht-naar-leeftijd, gewicht-naar-lengte en BMI-naar-leeftijd curven voor de juiste beoordeling van de voedingstoestand.
- Gebruik bij andere kinderen van Zuidoost Aziatische afkomst de universele groeidiagrammen maar let voor de beoordeling goed op vetmassa en vetverdeling, omdat anders bij deze groep te vaak (onterecht) ondergewicht geconstateerd zal worden.
- Gebruik bij kinderen van gemengde afkomst de universele groeidiagrammen. Bij twijfel of de groei binnen de normen valt kan een specifiek groeidiagram worden gebruikt.
Wees je er van bewust dat, bij het gebruik van deze specifieke groeidiagrammen de berekening van de Target Height niet wordt aangepast aan de afkomst. - De gewicht-naar-leeftijd, gewicht-naar-lengte en BMI groeidiagrammen (0-4 jaar en 1-21 jaar) zijn normatief. Dat wil zeggen dat voor deze diagrammen de populatie uit de Derde Landelijke Groeistudie (1980) als referentiepopulatie voor gezond gewicht is gebruikt.
- Bij een afwijkend meetresultaat wordt gecontroleerd of de meting goed geregistreerd staat in het DD JGZ. Zo nodig wordt de meting herhaald en de laatst gemeten waarde geregistreerd. Middelen van gemeten waardes wordt niet aanbevolen. Meetfouten komen met enige regelmaat voor en kunnen leiden tot een vertraging in het signaleren van afwijkende groei, of tot onterechte verwijzing [14].
4.1 Lengte
De gemeten lengte wordt ingevoerd in het DD JGZ, en komt automatisch in het groeidiagram te staan.
Als een groeidiagram op papier wordt ingevuld is de werkwijze als volgt:
- Zorg dat het juiste groeidiagram is gekozen voor geslacht, leeftijd en afkomst.
- Vul de naam en geboortedatum van de jeugdige in, of controleer of eerder ingevulde gegevens op het groeidiagram juist zijn.
- Noteer de meetdatum en gevonden lengte op de daarvoor bestemde plaats (linksboven in hoek).
- Zoek op de horizontale as de juiste waarde voor de leeftijd, en markeer dit met een stip of streepje.
- Zoek op de verticale as de juiste waarde voor de lengte, en markeer dit met een stip of streepje.
- Trek een loodrechte lijn omhoog vanuit het gemarkeerde punt voor de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Trek een loodrechte lijn opzij vanuit het gemarkeerde punt voor de lengte tot net voorbij de lijn vanuit de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Zet op de kruising van de twee lijntjes een duidelijk punt.
4.2 Target height (TH)
Het is van belang de genetische aanleg te betrekken bij het beoordelen van de lengtegroei. Die genetische aanleg wordt afgeleid uit de lengte van de biologische ouders van het kind. De verwachte eindlengte van een kind kan worden geschat op basis van de lengte van de biologische ouders. Deze schatting noemen we de ‘target height’ (TH). Het berekenen van de TH en de TH Standaard Deviatie Score (TH-SDS) is een belangrijk hulpmiddel bij het opsporen van groeistoornissen, omdat hierdoor de genetische aanleg in de interpretatie wordt meegenomen.
Er bestaan voor jongens en meisjes aparte formules voor de TH. Deze zijn:
- TH jongen = 44,5 + 0,376 x lengte vader (cm) + 0, 411 x lengte moeder (cm)
- TH meisje = 47,1 + 0, 334 x lengte vader (cm) + 0, 364 x lengte moeder (cm)
Van de gezonde kinderen heeft 95% een eindlengte die binnen de TH-range valt. Voor een meisje is de TH-range haar TH +/- 10 cm, en voor een jongen zijn TH +/-11 cm.
De TH-SDS vergelijkt de TH van een kind met de gemiddelde lengte naar geslacht. De TH-SDS drukt dit verschil uit in SDS. De formules voor TH-SDS zijn:
- 95% THR jongen: (TH – 11, TH + 11) (in cm)
- 95% THR meisje: (TH – 10, TH + 10) (in cm)
De TH en TH-SDS hangen niet af van de lengte van het kind zelf.
Wees je er van bewust dat, bij het gebruik van een specifiek groeidiagram (bijvoorbeeld voor kinderen van Turkse/Marokkaanse afkomst) de berekening van de Target Height in het DD JGZ niet wordt aangepast aan de afkomst.
4.3 Gewicht
Tot het einde van het eerste jaar wordt voor de interpretatie van de gewichtsmetingen de voorkeur gegeven aan het gewicht-naar-leeftijd diagram.
Vanaf ongeveer de leeftijd van een jaar wordt overgegaan op het gewicht-naar-lengte diagram.
Vanaf de leeftijd van twee jaar worden in de praktijk zowel het gewicht-naar-lengte diagram als het BMI-naar-leeftijd diagram gebruikt om het gewicht en het gewichtsverloop te interpreteren. Beide maten (gewicht-naar-lengte en BMI) geven de verhouding tussen lengte en gewicht.
Het gemeten gewicht wordt ingevoerd in het DD JGZ, en komt automatisch in het groeidiagram te staan.
Als een groeidiagram op papier wordt ingevuld is de werkwijze als volgt:
- Zorg dat het juiste groeidiagram is gekozen voor geslacht, leeftijd en afkomst.
- Vul de naam en geboortedatum van de jeugdige in, of controleer of eerder ingevulde gegevens op het groeidiagram juist zijn.
- Noteer de meetdatum en het gevonden gewicht op de daarvoor bestemde plaats (linksboven in hoek).
- Zoek op de (dichtstbijzijnde) horizontale as de juiste waarde voor de leeftijd of lengte, en markeer dit met een stip of streepje.
- Zoek op de (dichtstbijzijnde) verticale as de juiste waarde voor het gewicht, en markeer dit met een stip of streepje.
- Trek een loodrechte lijn omhoog vanuit het gemarkeerde punt voor de leeftijd of lengte. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Trek een loodrechte lijn opzij vanuit het gemarkeerde punt voor het gewicht tot net voorbij de lijn vanuit de leeftijd of lengte. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Zet op de kruising van de twee lijntjes een duidelijk punt.
4.4 BMI
De waardes voor lengte en gewicht worden ingevoerd in het DD JGZ. Het DD JGZ berekent hiermee vanaf de leeftijd van 2 jaar de BMI en de waarde komt automatisch in het groeidiagram te staan.
Als een groeidiagram op papier wordt ingevuld is de werkwijze als volgt:
- Zorg dat het juiste groeidiagram is gekozen voor geslacht, leeftijd en afkomst.
- Vul de naam en geboortedatum van de jeugdige in, of controleer of eerder ingevulde gegevens op het groeidiagram juist zijn.
- Bereken de BMI door het gewicht (in kilo) te delen door de lengte (in meter) in het kwadraat: BMI=gewicht (kg)/lengte (m) x lengte (m).
- Noteer de meetdatum en berekende BMI op de daarvoor bestemde plaats (linksboven in hoek).
- Zoek op de (dichtstbijzijnde) horizontale as de juiste waarde voor de leeftijd, en markeer dit met een stip of streepje.
- Zoek op de (dichtstbijzijnde) verticale as de juiste waarde voor de BMI, en markeer dit met een stip of streepje.
- Trek een loodrechte lijn omhoog vanuit het gemarkeerde punt voor de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Trek een loodrechte lijn opzij vanuit het gemarkeerde punt voor de BMI tot net voorbij de lijn vanuit de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Zet op de kruising van de twee lijntjes een duidelijk punt.
4.5 Schedelomtrek
De gemeten schedelomtrek wordt ingevoerd in het DD JGZ, en komt automatisch in het groeidiagram te staan.
Als een groeidiagram op papier wordt ingevuld is de werkwijze als volgt:
- Zorg dat het juiste groeidiagram is gekozen voor geslacht, leeftijd en afkomst.
- Vul de naam en geboortedatum van de jeugdige in, of controleer of eerder ingevulde gegevens op het groeidiagram juist zijn.
- Noteer de meetdatum en gevonden schedelomtrek op de daarvoor bestemde plaats (linksboven in hoek).
- Zoek op de horizontale as de juiste waarde voor de leeftijd, en markeer dit met een stip of streepje.
- Zoek op de verticale as de juiste waarde voor de schedelomtrek, en markeer dit met een stip of streepje.
- Trek een loodrechte lijn omhoog vanuit het gemarkeerde punt voor de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Trek een loodrechte lijn opzij vanuit het gemarkeerde punt voor de schedelomtrek tot net voorbij de lijn vanuit de leeftijd. Deze lijn kan met liniaal en potlood of denkbeeldig worden getrokken.
- Zet op de kruising van de twee lijntjes een duidelijk punt.
4.6 Beoordelen groeicurves
Bij het beoordelen van de groeicurves wordt op twee aspecten gelet:
- Het verloop van de groei van het kind.
Hierbij wordt gekeken hoe de ligging van het meest recente punt is ten opzichte van eerdere metingen. Ligt het meest recente punt in het verlengde van eerdere metingen? Buigt de groei af (omhoog of omlaag)? Hou hierbij ook rekening met de mogelijkheid dat de vorige meting een meetfout kan betreffen.
Zie voor afkapwaardes en verwijscriteria de richtlijn ‘Lengtegroei’, ‘Ondergewicht’, ‘Overgewicht’ en ‘Voorkeurshouding en schedelvervorming’. - De groei van het kind ten opzichte van de referentielijnen.
Hierbij wordt gekeken hoe de groei van het kind verloopt ten opzichte van de resultaten van de landelijke groeistudie. De groei van de meeste kinderen (95%) verloopt tussen de -2SDS en +2 SDS.
Bij de beoordeling van de lengtegroei dient (als bekend) de target height en de TH-range betrokken te worden in de beoordeling.
Ook de puberteitsontwikkeling dient te worden betrokken in de beoordeling. Een (positief of negatief) afbuigende groei kan worden veroorzaakt door een relatief vroege of late start van de puberteit en de daarmee gepaard gaande groeispurt. Naast de puberteitsontwikkeling van het kind kan ook informatie over de puberteitsontwikkeling van de ouders worden nagevraagd en meegewogen.
Zie voor afkapwaardes en verwijscriteria de richtlijn ‘Lengtegroei’, ‘Ondergewicht’, ‘Overgewicht’ en ‘Voorkeurshouding en schedelvervorming’.
5 Verantwoording
Deze tekst is gebaseerd op de JGZ-richtlijnen ‘Lengtegroei’ en ‘Ondergewicht’ (beiden gepubliceerd in 2019) en ‘Voorkeurshouding en schedelvervorming’ (2012). Daarnaast is gebruik gemaakt van de Handleiding Groeidiagrammen [13].
In 2025 is deze tekst herzien op grond van de kennis en praktijkervaring in de clusterwerkgroep ‘Voeding en Groei’. Conceptteksten werden geschreven en aangepast door het projectteam van TNO.
5.1 Betrokkenheid ouders en jeugdigen
Er is een focusgroep georganiseerd voor het cluster ‘Voeding & Groei’ met acht deelnemers, allen ouders van kinderen in uiteenlopende leeftijden: van 1 tot 12 jaar.
Ouders gaven aan het wegen en meten door de JGZ over het algemeen als prettig te ervaren. Voor sommige ouders brengt de groeicurve spanning met zich mee: groeit mijn kind wel volgens verwachting? Een ouder gaf aan geen contact te hebben gehad met de JGZ in de basisschool periode, zij had wel de behoefte haar kind te laten wegen en meten. Sommige ouders begrepen bij de uitleg van de JGZ-professional niet wat de term ‘eigen lijn’ betekende.
Tevens zijn de onderdelen ‘Gevolgen voor kind, ouder(s) en gezin’ en ‘Wensen, behoeften en opvattingen van ouders’ uit deze module besproken met een groep van 7 jongeren (13-19 jaar oud). Jongeren vinden het prettig om vooraf te weten waarom het wegen en meten gebeurt. Zij benadrukten dat het belangrijk is om bij het bespreken van de meetresultaten te benoemen dat het niet alleen om het getal gaat, maar dat ook de relatie met lichaamsbouw, genen en leeftijd belangrijk is. Jongeren (vooral meisjes) geven aan dat zij onderling hun gewicht met elkaar vergelijken, ook als het wegen en meten individueel wordt gedaan.
Hoewel de resultaten in deze focusgroepen vrij positief zijn, betreft dit een beperkte populatie. Uit social media blijkt dat ouders en jeugdigen ook regelmatig minder positieve ervaringen hebben met het wegen en meten van kinderen bij de jeugdgezondheidszorg.
Referenties
[1] Bayer O, Krüger H, von Kries R, Toschke AM. Factors associated with tracking of BMI: a meta-regression analysis on BMI tracking. Obesity (Silver Spring, Md.) 2011;19(5):1069-76
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2010.250 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20948517[2] Brener ND, Mcmanus T, Galuska DA, Lowry R, Wechsler H. Reliability and validity of self-reported height and weight among high school students. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2003;32(4):281-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12667732[3] Cole TJ, Donaldson MDC, Ben-Shlomo Y. SITAR—a useful instrument for growth curve analysis International Journal of Epidemiology 2010;39(6):1558
http://dx.doi.org/10.1093/ije/dyq115 https://doi.org/10.1093/ije/dyq115[4] D'Antoni AV, Donaldson OI, Schmidt C, Macchi V, De Caro R, Oskouian RJ, Loukas M, Shane Tubbs R. A comprehensive review of the anterior fontanelle: embryology, anatomy, and clinical considerations. Child's nervous system : ChNS : official journal of the International Society for Pediatric Neurosurgery 2017;33(6):909-914
http://dx.doi.org/10.1007/s00381-017-3406-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28396968[5] Delemarre-van der Waal H.A, Bocca G, Cohen-Kettenis P.T, Haasnoot K, Hack W.W.M, Rotteveel J. Praktische kindergeneeskunde: Kinderendocrinologie 2006
[6] Dubois L, Ohm Kyvik K, Girard M, Tatone-Tokuda F, Pérusse D, Hjelmborg J, Skytthe A, Rasmussen F, Wright MJ, Lichtenstein P, Martin NG. Genetic and environmental contributions to weight, height, and BMI from birth to 19 years of age: an international study of over 12,000 twin pairs. PloS one 2012;7(2):e30153
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0030153 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22347368[7] Campbell P., Katzmarzyk P, Malina R, Rao DC, Pérusse L, Bouchard C. Prediction of Physical Activity and Physical Work capacity (PWC150) om Young Adulthood from Childhood and Adolescence with Consideration of Parental Measures American Journal of Human Biology 2001/01/01;13():190
http://dx.doi.org/10.1002/1520-6300(200102/03)13:23.0.CO;2-N[8] Himes JH, Faricy A. Validity and reliability of self-reported stature and weight of US adolescents. American journal of human biology : the official journal of the Human Biology Council 2001;13(2):255-60
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11460871[9] Huybrechts I, Himes JH, Ottevaere C, De Vriendt T, De Keyzer W, Cox B, Van Trimpont I, De Bacquer D, De Henauw S. Validity of parent-reported weight and height of preschool children measured at home or estimated without home measurement: a validation study BMC Pediatrics 2011;11(1):63
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-11-63 https://doi.org/10.1186/1471-2431-11-63[10] Mathijssen I. Craniosynostosis: clinical and fundamental aspects 2000
http://hdl.handle.net/1765/20429[11] Oskam E, van Lokven E, Boere-Boonekamp MM. Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg. Dl. B: Inhoud (7e, herz. dr) 2013
[12] Schönbeck Y, Talma H, van Dommelen P, Bakker B, Buitendijk SE, HiraSing RA, van Buuren S. The world's tallest nation has stopped growing taller: the height of Dutch children from 1955 to 2009. Pediatric research 2013;73(3):371-7
http://dx.doi.org/10.1038/pr.2012.189 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23222908[13] Talma H, Schönbeck Y, Bakker B, HiraSing R.A, Van Buuren S. Handleiding bij het meten en wegen van kinderen en het invullen van groeidiagrammen. Leiden: TNO Kwaliteit van Leven 2010
[14] Reliability of anthropometric measurements in the WHO Multicentre Growth Reference Study. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992). Supplement 2006;450():38-46
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16817677Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedbackLET OP: print de JGZ-richtlijn in liggende afdrukstand!
Grote tabellen zijn niet volledig zichtbaar als de JGZ-richtlijn in staande afdrukstand geprint wordt. Om kleuren in de printversie goed door te laten komen, moet bij de printerinstellingen Achtergrondillustraties aangezet worden.
Disclaimer printversie JGZ-richtlijnen
De printversie van de JGZ-richtlijn bevat de algemene tekst inclusief de aanbevelingen. De wetenschappelijke onderbouwing is terug te vinden op de website, bij de aanbevelingen onder de link “Evidence”.