2 Kennismodule

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

Deze kennismodule heeft betrekking op het thema pesten bij kinderen (4-12 jaar) en jongeren (12+ jaar). Pesten en gerelateerde agressie op jonge leeftijd (tot 4 jaar) komt in deze richtlijn ook aan de orde, maar het beleid bij deze jonge kinderen is gericht op preventie van pesten met behulp van opvoedondersteuning. De module biedt achtergrondinformatie over wat onder pesten verstaan wordt en wat de verschillende vormen en aspecten van pesten zijn. Daarnaast wordt de prevalentie van pesten uiteengezet, met een focus op de verschillen in pestgedrag in de tijd en per leeftijd. Verder worden de bekende risicofactoren voor het opsporen van pesten en factoren die bijdragen aan het voorkomen of verminderen van pesten en de gevolgen besproken. 

De kernpunten vormen de samenvatting van de belangrijkste informatie.

Kernpunten

  • Pesten wordt gedefinieerd als een herhaaldelijk en opzettelijk agressief of negatief gedrag waarbij één en/of meerdere kinderen negatieve acties uitvoeren (zoals fysiek en verbaal geweld, obscene gebaren, roddelen en het opzettelijk uitsluiten uit de groep) tegen een kind die zich vaak niet kan of durft te verdedigen. Pesten vindt ook vaak online plaats.
  • Pesten behoeft aandacht vanuit de JGZ indien:
    • het kind en/of de ouder/verzorger aangeeft dat het kind pest of gepest wordt; 

      en/of:

    • het pesten tot disfunctioneren of verminderd welzijn bij het kind leidt;
    • er een onveilig klimaat ontstaat voor de hele groep.
  • Niet alleen de kinderen die pesten initiëren spelen een belangrijke rol in het pestproces, maar ook de assisterende pesters, degenen die het pesten bekrachtigen, de kinderen die niet meedoen, maar het pesten stilzwijgend bekijken, en degenen die proberen het pesten te stoppen.
  • De prevalentie van pesten neemt gedurende de basisschoolleeftijd toe en heeft een piek op de leeftijd van 11 tot 14 jaar. Pesten komt voor bij 5-17% van de kinderen in Nederland.
  • Onderzoeken over pesten en cyberpesten zijn onderling moeilijk vergelijkbaar vanwege verschillen in opzet, zoals het aantal en de formulering van vragen, de gebruikte definities, doelgroep, leeftijdsgroepen en onderzoeksvraag; hierdoor variëren de gerapporteerde cijfers sterk tussen onderzoeken.
  • Vaak is het niet duidelijk wat de oorzaak van pesten is. Wel zijn er verschillende factoren die een kind kwetsbaarder kunnen maken om te pesten of gepest te worden, zowel bij het kind zelf als bij de ouders; onder andere hebben kinderen die angstig of teruggetrokken gedrag vertonen, deze met ontwikkelingsstoornissen (TOS of stotteren) en lichamelijke beperkingen of uit etnische minderheden, gezinnen met lage sociaaleconomische status en LHBTIQ+ kinderen een verhoogd risico om gepest te worden. Daarnaast hebben kinderen met gedragsstoornissen (ADHD, autisme), agressief gedrag, lichamelijke beperkingen en deze uit gezinnen met veel conflicten en huiselijk geweld (fysiek of psychisch) een grotere kans om zelf te pesten.
  • Zowel gepest worden als zelf pesten kunnen ongunstige emotionele, lichamelijke en sociale gevolgen hebben voor kinderen op de korte en lange termijn, zoals psychosomatische klachten, verslechterde mentale gezondheid, slechte schoolprestaties, schoolverzuim en schooluitval.  
  • Pesters lopen een verhoogd risico op langetermijngevolgen zoals middelengebruik, suïcidegedachten en suïcidepogingen.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen