3.3.1 School-, klas- en individuele programma’s

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

In Nederland zijn ook diverse antipestprogramma’s ontwikkeld voor scholen, veelal gebaseerd op succesvolle internationale programma’s. Daarnaast zijn er programma’s beschikbaar op het niveau van de klas, die zich op een breder doel richten dan alleen pesten. 

De bewezen effectieve anti-pestprogramma’s bestaan doorgaans uit een lesprogramma voor leerlingen, met aandacht voor groepsvorming, identiteitsontwikkeling en pestpreventie. Daarnaast wordt er jaarlijks een leerling- of veiligheidsmonitor afgenomen en is er een gerichte pestaanpak om problemen binnen een klas of school op te lossen. Om de methode duurzaam te verankeren in de schoolcultuur, wordt het personeel getraind in de toepassing ervan. De meeste school- en klasprogramma’s zijn gericht op het primair onderwijs (PO). 

Een ander belangrijk onderdeel van effectieve anti-pestprogramma’s is het betrekken van ouders/verzorgers [15]. Dit gebeurt bijvoorbeeld via informatiebrochures of oudertrainingen, en blijkt een effectieve manier te zijn om pesten te voorkomen. Op deze manier ontvangen ouders niet alleen informatie over pestgedrag, maar leren ze ook specifieke vaardigheden om pesten tegen te gaan. Bovendien draagt ouderbetrokkenheid bij aan het verbeteren van opvoedpraktijken en versterkt het de ouder-kindrelatie. 

Hoewel er diverse programma’s beschikbaar zijn, is het belangrijk om rekening te houden met de verschillen tussen het primair en voortgezet onderwijs. In het voortgezet onderwijs (VO) zijn de docententeams meestal groter en krijgen leerlingen les van verschillende vakdocenten. Om een effectief anti-pestprogramma op te zetten voor het VO, heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in 2019 een onderzoek uitgevoerd om te bepalen wat hiervoor nodig is [24]. Dit onderzoek toont aan dat de schoolcultuur een essentiële rol speelt in het succesvol implementeren van een anti-pestprogramma. 

Docenten in het VO ervaren doorgaans minder consensus binnen het team en hebben het gevoel dat ze minder gehoord worden door het management dan docenten in het PO [24]. Het is daarom essentieel dat er een nauwe samenwerking plaatsvindt tussen docenten en het schoolmanagement om anti-pestprogramma's ook in het voortgezet onderwijs effectief te laten zijn. 

Naast de complexere schoolcultuur zijn er nog drie andere uitdagingen voor de aanpak tegen pesten in het voortgezet onderwijs:

  1. Pesten is minder zichtbaar dan op de basisschool;
  2. Pesten levert vaker sociale status op bij adolescenten;
  3. Jongeren hebben een grotere behoefte aan autonomie en luisteren minder snel naar leraren.

 

Ondanks het gebrek aan bewezen effectieve school- en klasprogramma’s voor het voortgezet onderwijs, is het bovendien belangrijk dat VO-scholen een actief anti-pestbeleid voeren (zie ook kopje ‘Universele preventie’). Dit beleid moet aandacht besteden aan signalering, preventie en aanpak van (online) pestgedrag onder leerlingen, zoals is vastgelegd in de Zorgplicht sociale veiligheid leerlingen op school (Artikel 3.40 Wet Veiligheid op School Voortgezet Onderwijs, conceptwet Vrij en Veilig onderwijs 2023). Daarbij is het van belang dat scholen een gestructureerde en samenhangende aanpak hanteren om pestgedrag effectief te voorkomen en te bestrijden.

Een aantal van de in Nederland beschikbare effectieve anti-pestprogramma’s is nationaal of internationaal geëvalueerd op effectiviteit. In tabel 1 wordt een beeld geschetst van de effectiviteit van deze programma’s. 

Ook zijn er kortdurende effectieve programma’s beschikbaar voor het basis- en voortgezet onderwijs. Toch is het van belang dat scholen toewerken naar een gestructureerde en samenhangende aanpak, omdat groepsdynamiek voortdurend in beweging is. Structurele aandacht voor een positief schoolklimaat en de rol die elke leerling daarin speelt, is essentieel om pestgedrag duurzaam te voorkomen.   

Tabel 1 – Een overzicht van anti-pestprogramma’s in Nederland.

Naam 

(Type programma)

Effectiviteit*

Leeftijdsgroep Beschrijving

KiVa

(Schoolbreed anti-pestprogramma)

 

Effectief volgens sterke aanwijzingen [38][43]

4-12 jaar

  • Het KiVa-programma (KiVa betekent ‘leuk’ in het Fins) is een preventief programma voor het versterken van de sociale veiligheid en het tegengaan van pesten op de basisschool [8]. Het is vooral gericht op de omstanders van pesten en het tegengaan van pesten om zo het pedagogisch klimaat en het welbevinden van leerlingen te verbeteren.
  • KiVa is sinds 2012 in Nederland beschikbaar en bestaat uit een combinatie van onderdelen op schoolniveau, groepsniveau en leerlingniveau (o.a.) een lesprogramma, een training voor de docenten, een handleiding voor het omgaan met pestincidenten en een informatiefolder voor de ouders.

PRIMA – Aanpak van pesten voor scholen

(Schoolbreed anti-pestprogramma)

 

Effectief volgens eerste aanwijzingen [21][87]

4-12 jaar

  • PRIMA is erop gericht een prosociaal en veilig schoolklimaat te scheppen en pestgedrag te signaleren en te stoppen.
  • PRIMA bestaat uit vier kernonderdelen: lessenserie voor groep 1 t/m 8, de pestmeter voor leerlingen, een e-learning voor schoolpersoneel en PRIMA-begeleiding (gedurende een periode van twee jaar). Zowel leerkrachten als leerlingen als ouders worden betrokken bij het programma.

PAD (Programma Alternatieve Denkstrategieën)

(In de klas: sociaal-emotioneel lesprogramma)

 

Effectief volgens sterke aanwijzingen [21]

4-12 jaar

  • PAD is een preventieprogramma waarmee scholen de sociaal-emotionele competenties van hun leerlingen kunnen vergroten om zo gedragsproblemen te voorkomen. Kinderen leren vaardigheden op vier verschillende gebieden [85]:
    • Zelfbeeld (Wie ben ik en hoe waardeer ik mijzelf?)
    • Zelfcontrole (Hoe ga ik om met heftige emoties?)
    • Emoties (Hoe voel ik mij en hoe voelt de ander zich?)
    • Probleem oplossen (Hoe kunnen we op een constructieve wijze een probleem oplossen?)

De Vreedzame School

(In de klas: (sociale) gemeenschap en verantwoordelijkheid te stimuleren)

 

Effectief volgens eerste aanwijzingen [64]

4-12 jaar

  • De Vreedzame School staat voor een pedagogische benadering waarbij de leerling in de sociale gemeenschap centraal staat en kan een rol spelen in het voorkomen van pesten op scholen. Het programma bestaat uit een curriculum dat in alle groepen wekelijks wordt uitgevoerd, waarmee leerlingen sociale en burgerschapscompetenties (kennis, vaardigheden en attitudes) wordt aangeleerd. Daarnaast is er sprake van een schoolbrede aanpak met aandacht voor de verschillende niveaus (leerling, leerkracht en school).
  • Doelen van dit programma zijn
    • het nastreven van een positief sociaal klimaat,
    • iedereen op school leren om constructief om te gaan met conflicten, en
    • kinderen meer (sociale) verantwoordelijkheid geven in klas en school.

Kanjertraining

(In de klas: sociale weerbaarheid te stimuleren)

 

Effectief volgens sterke aanwijzingen [88]

4-16 jaar*

 

* kinderen en jongeren met problemen in de omgang met anderen, hun klasgenoten en hun ouders

  • Kanjertraining is gericht op het voorkomen of verminderen van sociale problemen en het bevorderen van welbevinden in het basis- en voortgezet onderwijs en wordt zowel in klassen gegeven als na schooltijd voor groepen individuele leerlingen en hun ouders [88].
  • Het programma heeft tot doel sociaal vaardig gedrag te stimuleren, sociale problemen zoals pesten, conflicten, uitsluiting en sociaal teruggetrokken gedrag te voorkomen of te verminderen en het welbevinden te vergroten bij kinderen en jongeren.

Taakspel [21]

(In de klas: positief en veilig klimaat te stimuleren)

6-12 jaar

  • Taakspel is een universeel preventief programma en heeft tot doel het scheppen van een positief en veilig klassenklimaat, het bevorderen van taakgericht gedrag en het reduceren van regelovertredend gedrag.
  • Het programma omvat het positief formuleren en voorspelbaar maken van de omgangsregels, het systematisch belonen van gewenst gedrag en het zo veel mogelijk negeren van ongewenst gedrag.

Plezier op school

(Voor aanstaande brugklassers die op de basisschool problemen hadden in de omgang met leeftijdsgenoten)

 

Effectief volgens goede aanwijzingen [56]

11-13 jaar

 

 

  • Plezier op School heeft tot doel de sociale competentie en de sociale competentiebeleving van aanstaande brugklassers te vergroten [27].
  • In deze zomercursus worden cognities, emoties en het daadwerkelijke gedrag van kinderen beïnvloed door middel van een cognitief-gedragstherapeutische aanpak

JOIN us

(In de klas: veilig klimaat in de klas te creëren, de saamhorigheid te vergroten en pesten zoveel mogelijk te voorkomen.

 

Goed onderbouwd

11-13 jaar
  • JOIN us is een positieve aanpak ter preventie van pesten.
  • Het programma richt zich op het creëren van een saamhorige klas waarin elke leerling zich gezien en geaccepteerd voelt.
  • Het programma gaat uit van een groepsdynamisch perspectief en de lessen spelen in op de groepsfases waarin de leerlingen zich bevinden. Door middel van interactieve spellen leren leerlingen elkaar beter kennen, waardoor zij een hechte klas vormen en op een progressieve manier de groepsfases doorlopen.

GRIPP [25]

(Voor het voortgezet onderwijs)

12-14 jaar

(Leerjaar 1 en 2)

  • Het programma Groepsvorming, Identiteitsontwikkeling en PestPreventie (GRIPP) is een preventief programma gericht op het verstrekken van de sociale veiligheid en het tegengaan van pesten in het VO.
  • De nadruk van het programma ligt op de groep als geheel en het bevorderen van positieve groepsvorming, het ontwikkelen van sociale vaardigheden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren.
  • Het GRIPP-programma is in 2025 ingediend in de Databank Effectieve jeugdinterventies (NJi) ter beoordeling op de effectiviteit, verwachte beoordeling is in 2026.

*Op basis van in Nederland uitgevoerd effectiviteitsonderzoeken

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen