3.2 Individuele preventie

JGZ-richtlijn Pesten

JGZ-richtlijn Pesten

Pesten

Pesten treft zowel kinderen als jongeren. Voor het opsporen van pestgedrag is het van belang dat de JGZ de risicofactoren voor het ontwikkelen van pestgedrag goed kent. Een inzicht in de risicofactoren kan de JGZ helpen bij het identificeren van kinderen die een groter risico lopen om te worden gepest of te pesten en het inzetten van preventieve maatregelen.

De JGZ heeft een belangrijke rol in de preventie van pesten door middel van anticiperende voorlichting aan ouders/verzorgers over de mogelijke risicofactoren voor pesten. Bij vragen van ouders/verzorgers gaat de JGZ in op hun zorgen en biedt informatie, advies of verwijzing naar passende ondersteuning. Het is belangrijk dat ouders/verzorgers zich bewust zijn van de risico’s en gevolgen van pesten en gepest worden, zodat ze beter voorbereid zijn om het gedrag te identificeren, signaleren en aan te pakken (zie kopjes “Risico- en beschermende factoren” en “Gevolgen van pesten en gepest worden” in Kennismodule). Dit zorgt ervoor dat zij voldoende kennis over pesten opdoen en weten hoe ze pesten bij hun kinderen kunnen herkennen en hen effectief kunnen ondersteunen. 

Omdat opvoeding een grote rol speelt in zowel het vertonen van pestgedrag als gepest worden, is het aanbevolen dat de JGZ, waar nodig, hier aandacht aan besteedt tijdens gesprekken met ouders/verzorgers (zie kopje ‘Risico- en beschermende factoren’ in Kennismodule). Daarnaast is het belangrijk om de beschermende factoren te versterken, zoals ouderlijke steun en betrokkenheid, om pesten te voorkomen.

Voorlichting over pestgedrag wordt ook door de JGZ aan kinderen en jongeren zelf aangeboden tijdens de momenten van contact bij vragen, aanwezige risicofactoren of problemen met pestgedrag bij de jeugdigen. Voorlichting in de vorm van thematische lessen en workshops is ook een onderdeel van schoolbrede antipestprogramma’s (zie ‘Universele preventie’).

In verband met (social)mediagebruik komt cyberpesten ook naar voren bij kinderen vanaf ongeveer 8 jaar oud (zie Kennismodule), waarbij ouders/verzorgers, kinderen en jongeren zich bewust moeten zijn van het belang van veilig mediagebruik (zie ook bijlage “Praktische tips voor ouders/verzorgers en jongeren”). 

De voorlichting kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals tijdens een fysieke of telefonische consultatie met de JGZ-professional, via informatieve materialen, brochures en nieuwsbrieven of via een groepsbijeenkomst op school [15].

Aanbevelingen

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen