2.1.4 Wat zijn kritische leeftijdsfases voor angst?

JGZ-richtlijn Angst

JGZ-richtlijn Angst

Angst

Ontstaansleeftijd angststoornissen

De typen angststoornissen verschillen van elkaar in het eerste moment waarop de angst zich openbaart [35]. Een type angststoornis kan zich anders uiten in de verschillende ontwikkelingsstadia [35]. Ook kan een type angst op latere leeftijd overgaan in een ander type angst.
In de leeftijdsgroep van 25 tot 44 jaar ontstaan de meeste angststoornissen [40]. In de kindertijd en adolescentie kunnen met name de separatieangststoornis, de sociale fobie, de specifieke fobie en de gegeneraliseerde angststoornis ontstaan. De paniekstoornis komt daarentegen weinig onder adolescenten voor. Opvallend is dat op latere leeftijd (20-24 jaar) de gegeneraliseerde angststoornis het meest voorkomt [40].

Voor het 12e levensjaar
De scheidingsangst (separatieangststoornis) en sommige specifieke angsten (voornamelijk dier-, bloed-injectie-verwonding- en natuurtype) en selectief mutisme zijn de angststoornissen waarvoor in onderzoek steeds de vroegste ontstaansleeftijd is gevonden, namelijk in de meeste gevallen vóór het twaalfde levensjaar [44][17][1].

Late kindertijd en adolescentie
De sociale angst openbaart zich meestal voor het eerst in de late kindertijd en adolescentie, met slechts enkele nieuwe gevallen na het 25ste levensjaar [28][17][2][17][35].

De paniekstoornis, agorafobie en gegeneraliseerde angststoornis kunnen voor het eerst in de late adolescentie, met verdere incidentie in de jongvolwassenheid geobserveerd worden[13][17][3]. Maar er zijn ook gevallen die zich rond de leeftijd van 12 jaar openbaren, met name paniekaanvallen [29][35]. De genoemde stoornissen komen echter onder jeugdigen nauwelijks voor.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen