Risicofactoren
Onvoldoende of slechte slaaphygiëne
Een slechte slaaphygiëne is vaak de oorzaak van een slaapprobleem. Slaaphygiëne is een veelomvattend begrip dat verschillende gewoonten, gedragingen en omgevingsfactoren omvat die aan een regelmatige en gezonde nachtrust bijdragen. Het verbeteren van de slaaphygiëne kan leiden tot een verbetering van de slaap (zie module ‘Preventie en signaleren’).
Slaaphygiëne is belangrijk voor zowel jonge kinderen als adolescenten: dutjes overdag, onregelmatige slaappatronen, schermgebruik en stimulerende activiteiten (cognitief, sociaal of fysiek) kort voor het slapen gaan hebben een negatieve invloed op de slaapduur en -kwaliteit [23][68]. Hieronder volgt een uitwerking van enkele factoren die onder slaaphygiëne vallen:
(Beeld)schermgebruik
Een internationale meta-analyse toont aan dat langere schermtijd overdag en schermtijd voor het slapengaan gerelateerd zijn aan kortere slaapduur, vaker wakker worden 's nachts en een langere tijd om in slaap te vallen bij zuigelingen, peuters en kleuters [37].
Het gebruik van verschillende beeldscherm-toestellen is recentelijk toegenomen. Tegenwoordig gebruikt 72% van de baby’s en peuters (van 9 maanden tot en met 2 jaar), en 91% van de kinderen vanaf kleuterleeftijd in Nederland dagelijks beeldschermen [64]. Het gemiddelde gebruik varieert van 100 minuten (bij kinderen tussen 9 maanden en 6 jaar oud) tot vier uur (bij adolescenten tot 16 jaar oud) per dag [67].
Een rapport van het RIVM geeft aan dat kinderen en adolescenten die dagelijks of langdurig gebruik maken van schermen (computer, smartphone en/of tablet) tot 40 minuten korter slapen dan degenen die dit niet of minder vaak doen [88]. Adolescenten die dagelijks in het uur voor het slapen een scherm gebruiken, ervaren meer slaapgerelateerde klachten, zoals later in slaap vallen, kortere slaapduur en 's nachts wakker worden. Daarnaast rapporteren zij vaker symptomen van slaaptekort, zoals moeite met wakker blijven overdag.
In gezinnen met regels over de hoeveelheid (beeld)schermgebruik slapen adolescenten aanzienlijk langer dan in gezinnen zonder regels [24].
Er zijn drie mogelijke verklaringen waarom beeldschermgebruik gerelateerd is aan een korte slaapduur en slaapgerelateerde klachten [97]:
a. de duur van schermgebruik voor het naar bed gaan gaat direct ten koste van de slaapduur;
b. de schermen geven licht af, wat het circadiane ritme verstoort doordat melatonine te laat wordt aangemaakt, wat resulteert in moeite met in slaap vallen;
c. schermgebruik kan door een mentale, emotionele en psychische staat van arousal (verhoogde staat van alertheid) de slaap verstoren.
Cafeïneconsumptie
Volgens het Voedingscentrum krijgen kinderen (tot 13 jaar oud) dagelijks 14 milligram – 41 milligram cafeïne binnen en adolescenten ongeveer 70 à 80 mg [91]. Gemiddeld zit in een kopje koffie (=125 milliliter) ongeveer 60mg cafeïne en in een blikje energiedrank (=250 milliliter) rond de 80mg. Cafeïne-inname, waaronder door koffie, cola, energiedrankjes, thee (behalve kruidenthee), ijsthee, chocolade en chocolademelk is geassocieerd met een slechtere slaaproutine en ochtendvermoeidheid bij kinderen [92], en met latere bedtijden en kortere slaapduur bij adolescenten [50]. Het Voedingscentrum wijst erop dat rond 1,4 mg per kg lichaamsgewicht per dag bij kinderen tot slaapverstoringen kan leiden [150]. Adolescenten en kinderen denken dat het gebruik van energiedrankjes en koffie extra energie geeft en hen helpt om wakker te blijven. Zij zijn zich echter minder bewust van de negatieve effecten van cafeïne. De exacte richting van de relatie tussen cafeïne en slaap blijft onduidelijk: gebruiken adolescenten cafeïne omdat zij vermoeid zijn, of zijn zij vaker vermoeid omdat zij cafeïne gebruiken [70]?
Middelengebruik
Uit een systematische review blijkt dat roken tijdens de adolescentie samenhangt met slaapproblemen [45]. Deze problemen omvatten zowel recente als chronische moeilijkheden om in slaap te vallen, minder slaap per week, later in slaap vallen, en moeite met functioneren overdag. In Nederland heeft 7% van de adolescenten (12 tot 18 jaar) gerookt en 2% rookt dagelijks [43]. Internationale literatuur laat ook zien dat vapen onder adolescenten (13-18 jaar oud) samenhangt met onvoldoende slaapduur [151].
Alcoholgebruik is geassocieerd met een later slaap-waakschema bij adolescenten, wat met een toename van slaperigheid overdag samenhangt [45]. In Nederland rapporteert 34% van de adolescenten alcohol te drinken [43].
Marihuanagebruik door adolescenten is gerelateerd aan langere slaapduur in het weekend, en meer slaap per week, maar ook aan moeite met in slaap vallen en in slaap te blijven, en ochtendvermoeidheid [45]. In Nederland geeft 7% van de adolescenten aan cannabis te hebben gebruikt [43].
Er zijn geen studies gevonden die de effecten van andere middelen op het slaapgedrag van adolescenten onderzoeken. Mogelijk hebben andere middelen wel een associatie met het slaapgedrag, omdat dit blijkt uit onderzoek bij volwassenen. Bijvoorbeeld: na cocaïnegebruik was er een langere tijd om in slaap te vallen, een kortere totale slaaptijd en een verminderde REM-slaap [75]. Gebaseerd op cijfers van het Trimbos Instituut heeft 0,3% van de leerlingen van 12-16 jaar ervaring met heroïne, 1,1% met cocaïne en 1,9% met ecstasy [62].
Overprikkeling (voor het slapengaan)
Overprikkeling, en vooral vlak voor het slapengaan (door bijv. te veel actieve spelletjes, veel geluiden en/of te veel licht) is een risicofactor voor meer slaapproblemen, zoals latere bedtijden, langere tijd om in slaap te vallen en vaker ’s nachts wakker worden bij kinderen [35].
Stress
Hogere niveaus van stress zijn een mogelijke risicofactor voor slaapproblemen, waaronder langere tijd om in slaap te vallen en slechte slaapkwaliteit [51]. Vooral tijdens het schooljaar wordt een hoger stressniveau bij adolescenten vaak geassocieerd met een aanzienlijk kortere slaapduur [53].
Prematuriteit
Prematuur geboren kinderen vertonen vaker sensorische regulatieproblemen [166][167], die zich onder andere kunnen uiten in slaapproblemen. In vergelijking met voldragen baby's vertonen prematuren significante verschillen in het slaappatroon, zoals kortere slaapduur, verhoogde motorische activiteit tijdens het slapen en makkelijker wakker worden [168]. Er zijn aanwijzingen dat deze slaapproblematiek tot in de vroege adolescentie kan aanhouden [169] (zie ook JGZ-richtlijn ‘Te vroeg en/of small for gestational age (SGA) geboren kinderen') (wordt herzien, verwacht 2026).
Genetische aanleg
Volgens een internationale review van tweelingstudies en laboratorium studies is er een associatie tussen specifieke genen (BMAL1/Mop3, ABCC9) en de slaapduur overdag, ’s nachts, en het 's nachts wakker worden [48]. Een sterke invloed van de genetische factoren op de slaapduur ’s nachts werd bij kinderen van 6 maanden, 2,5 en 4 jaar oud geobserveerd.
Geneesmiddelengebruik
Sommige geneesmiddelen beïnvloeden de slaap. Gebruik van bepaalde geneesmiddelen kunnen leiden tot slechtere slaap of slaperigheid overdag, zoals medicatie die wordt voorgeschreven bij ADHD en astma [42][58], terwijl er andere geneesmiddelen zijn die juist voorgeschreven worden om slaapproblemen te behandelen [55].
Geslacht
De internationale literatuur geeft geen eenduidig beeld over sekseverschillen met betrekking tot slaapproblemen bij jonge kinderen [48].
Het Nederlands Jeugdinstituut rapporteert wel verschillen op basis van geslacht – meisjes ervaren meer moeite met slapen dan jongens [18]. Zowel in het basisonderwijs als voortgezet onderwijs ervaren meisjes meer slaapproblemen, slechtere slaapkwaliteit en ochtendvermoeidheid dan jongens. Tot de leeftijd van 12 jaar oud gaat het om 28,4% van de meisjes en 15% van de jongens, terwijl dat in de adolescentie is gestegen tot respectievelijk 28,6% en 19,6%. Ook in ander Nederlands onderzoek rapporteren aanzienlijk meer meisjes dan jongens slaapproblemen [44][90].
Beschermende factoren
Consistente bedtijdroutine
Consistente bedtijdroutines bij het naar bed gaan helpen baby’s en kinderen in slaap vallen en hangen samen met minder slaapproblemen op een later moment [68]. Routines kunnen bijvoorbeeld bestaan uit voeding geven, in bad gaan en een boekje voorlezen voor het naar bed gaan.
Dagelijks lichaamsbeweging
Lichaamsbeweging, vooral buiten, kan een positief effect hebben op het tijdstip waarop adolescenten naar bed gaan. Meer lichaamsbeweging hangt samen met een vroegere bedtijd [8]. Er werd geen verband gevonden tussen lichaamsbeweging en slaapduur.
Daglicht
Daglicht is de belangrijkste omgevingsfactoor die het dag-nachtritme beïnvloedt (zie Kennismodule). Een tijd buiten zijn gedurende de dag, met name in de ochtend, en blootstelling aan zonlicht helpt om een normaal slaap-waakritme te behouden.