5.6.3 (Graduele) extinctiemethoden

JGZ-richtlijn Slaap

JGZ-richtlijn Slaap

Slaap

Het laten uitdoven van ongewenst gedrag (dit wordt ook wel de extinctiemethode genoemd) is de basis voor de meeste hieronder beschreven gedragsmatige interventies bij jonge kinderen. Uitdovingsmethoden worden voornamelijk toegepast in combinatie met slaaphygiëne-tips (zie module ‘Preventie en signaleren’). Er bestaan verschillende varianten van “extinctie”. 

Gemodificeerde (graduele) extinctiemethoden

Gemodificeerde (graduele) extinctiemethoden, zoals hieronder beschreven, zijn mits correct uitgevoerd en goed begeleid, niet schadelijk voor de hechting tussen kinderen en ouders [124][133][135]. Uiteraard moet bij het uitvoeren van deze interventies rekening worden gehouden met de situatie van het gezin en de wensen van ouders. Deze methoden worden niet toegepast bij kinderen met trauma, hechtingsproblematiek of psychische problemen in het gezin.

Het doel van graduele extinctiemethoden is dat kinderen leren zelf in slaap te vallen, zonder afhankelijk te zijn van door ouders ongewenste gewoontes rond het slapen gaan (zoals het gebruik van ‘white noise’, autoritten of wandelen met de kinderwagen). Zodra dit zelfregulerende gedrag ontwikkeld is, is het kind in staat om zelfstandig in slaap te vallen en ook ’s nachts als hij wakker wordt weer zelf in slaap te vallen. Onderzoek laat zien dat het toepassen van graduele extinctiemethoden de slaapproblemen en frequentie van ’s nachts wakker worden significant reduceert [111][115][142].  

  • Uitdoving met aanwezigheid van de ouders in de kamer zonder oppakken

Hierbij blijven de ouders in de kamer van het kind tijdens bedtijd, maar reageren consistent en relatief saai op het kind en zijn/haar gedrag (bijv. sussen en aaien over de bol). In de literatuur staat deze methode bekend als “camping-out”. Deze interventie wordt vaak gekozen als scheidingsangst een rol speelt bij de slaapproblemen en wordt aanbevelen aan ouders met angstige kinderen of bij bestaande problemen in de ouder-kindrelatie [135]. Deze methode wordt kort uitgelegd in de “Triple P” folder voor ouders van peuters met slaapproblemen als de “zachte aanpak”. 

  • Uitdoving via de stoelmethode (steeds wat verder weg gaan zitten)

Een variant op deze vorm van uitdoving is dat ouders elke nacht verder van het bed van het kind gaan zitten. Sommige ouders vinden deze werkwijze meer acceptabel en zijn hierdoor meer in staat om consequent te zijn. In het boekje voor ouders “slaapproblemen de baas” van José Sagasser wordt een variant van deze aanpak beschreven als het “Stappenplan” (zie ook bijlage ‘Praktische informatie voor ouders en jeugdigen’). 

De interventie is meestal binnen twee weken effectief. Daarna kan de ouder de aanwezigheid gaan afbouwen, bijvoorbeeld door alleen in de kamer aanwezig te zijn bij het inslapen, en daarna volledig afwezig te zijn zodat het kind leert alleen in de kamer te slapen. 

  • Graduele uitdoving zonder aanwezigheid van de ouders

Hierbij worden ouders geïnstrueerd de tijd tussen weggaan en terugkomen bij huilen en driftbuien (“tantrums”) rond bedtijd vast te stellen of elke keer met een bepaalde tijd (5 minuten) te verlengen. Ouders kunnen hierin een vast schema hanteren, zoals elke 5 minuten naar het kind gaan (“minimaal checken”/ “gecontroleerd troosten”). De tijd wordt meestal bepaald op basis van de leeftijd en temperament van het kind, maar ook op basis van de inschatting van de ouders over hoe lang zij het huilen kunnen verdragen. 

Bij graduele uitdoving neemt de tijd tussen de intervallen toe gedurende dezelfde nacht, of gedurende de opeenvolgende nachten (zie Tabel 1). De tijd dat ouders bij hun kind zijn, duurt meestal 15 seconden tot een minuut. Aan ouders wordt uitgelegd hun aandacht te minimaliseren wanneer zij bij hun kind zijn, zodat ze aandachtvragend gedrag niet in de hand werken en het gedrag van het kind niet wordt versterkt. 

Deze methode wordt kort uitgelegd in de “Triple P” folder voor ouders van peuters met slaapproblemen als de “geleidelijke aanpak” en in het boekje “Slaap kindje, slaap” van dr. Eduard Estivill (2014) en in “Slaapproblemen de baas” van José Sagasser (2012) beschreven als de “Kiekeboe-methode” (zie ook bijlage ‘Praktische informatie voor ouders en jeugdigen’).

Deze aanpak kan worden gekozen, in nauw overleg met de ouders/verzorgers.

Tabel 1. Voorbeeldschema voor het aantal minuten van wachten voordat ouders reageren op het huilen van hun kind bij het graduele uitdoving protocol*. (deze tabel is vanuit “Materialen” te downloaden)

Nacht

duur 1e keer

wachten 

duur 2e keer

wachten

duur 3e keer

wachten

duur van de daaropvolgende

keren wachten

1e nacht 2 min 4 min 6 min 6 min
2e nacht 3 min 5 min 7 min 7 min
3e nacht 5 min 10 min 15 min 15 min
4e nacht 10 min 15 min 20 min 20 min 
5e nacht 15 min 20 min 25 min 25 min
6e nacht 20 min 25 min 30 min 30 min
7e nacht 25 min 30 min 35 min 35 min

* De duur in deze tabel kan te lang zijn voor ouders. Bespreek hun verwachtingen en of ze zich aan deze tijden kunnen houden. Begin, als nodig, met een kortere tijd, bv. 30 seconden.

De interventie is meestal binnen een week effectief. Daarna kan de ouder de aanwezigheid gaan afbouwen, bijvoorbeeld door alleen in de kamer aanwezig te zijn bij het inslapen, en daarna volledig afwezig te zijn zodat het kind leert alleen in de kamer te slapen. 

  • “Een momentje”

Uitdoving zonder de aanwezigheid van de ouders wordt soms vervangen door een meer responsieve methode die zich richt op het kind leren vertrouwen dat ouders altijd terugkomen. Deze methode is nog niet onderzocht, maar wordt aanbevolen door enkele leden van de werkgroep op basis van positieve ervaringen uit de praktijk. De methode wordt toegepast in een aantal stappen:

  1. Overdag oefenen: Ouders beginnen overdag met korte momenten weg te zijn en weer terug te komen. Dit helpt het kind te begrijpen dat ouders altijd terugkomen.
  2. Slapen gaan: Wanneer het kind naar bed gaat, verlaten de ouders de kamer voor een korte periode (30 seconden) en komen dan weer terug. Dit wordt nog een keer herhaald, maar de tijd wordt verlengd naar 60 seconden. Daarna komen de ouders weer terug en blijven ze bij het kind tot het in slaap valt.
  3. Tijd oprekken: De tijd dat de ouders weg zijn, wordt geleidelijk verlengd (bijvoorbeeld door even de was weg te brengen). Dit helpt het kind te wennen aan langere periodes zonder de ouders.
  4. In slaap vallen: Uiteindelijk zal het kind in slaap vallen tijdens de tweede keer dat de ouder weggaat.

 

Belangrijk: Ouders komen direct terug als het kind huilt om het vertrouwen te behouden.

Ongemodificeerde extinctie

Ongemodificeerde extinctie is een bewezen effectieve interventie waarbij ouders hun kind op een gewenste tijd naar bed brengen en op een gewenste tijd weer uit bed halen [136][156][157]. Als het kind ’s nachts huilt, roept of boos wordt, reageren de ouders niet, maar controleren ze wel op ziekte of verwondingen. Deze methode is gebaseerd op de leertheorie, die stelt dat de aandacht van ouders als beloning werkt en het slaapprobleem in stand houdt. Door deze beloning weg te nemen, kan het slaapprobleem uitdoven.

Een voorbeeld van een aanpak gebaseerd op ongemodificeerde uitdoving is beschreven in het boek “Slaap kindje, slaap” van dr. Eduard Estivill (2014) Deze linkt opent in een nieuw tabblad.

Uit implementatieonderzoek blijkt dat toepassing van ongemodificeerde en gemodificeerde extinctie in de dagelijkse praktijk door ouders werden beoordeeld als significant moeilijker te implementeren vergeleken met uitdoving met ouderlijke aanwezigheid, maar ook als behulpzamer, korter en sneller in het tonen van verbeteringen [136]. Hoewel deze interventie in het verleden effectief en veilig onder de voorwaarde van voldoende begeleiding werd bevonden, zijn er andere methoden die mogelijk beter aansluiten bij de voorkeuren van ouders. Deze methoden kunnen beter niet worden toegepast bij kinderen met trauma, hechtingsproblematiek of psychische problemen in het gezin. Indien deze methode toch wordt overwogen, is intensieve ondersteuning en monitoring essentieel voor succesvolle uitvoering.

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen