- Hoe en wanneer kan preventie van slaapproblemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaatsvinden?
- Hoe en wanneer kan signaleren van slaapproblemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaats vinden?
3.1 Uitgangsvragen
JGZ-richtlijn Slaap
JGZ-richtlijn Slaap
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Stuur jouw feedback naar onze servicedesk. Zoek het tekstgedeelte waarbij je suggesties voor verbetering hebt. Via de knop ‘Geef jouw feedback’ kun je voor deze JGZ-richtlijn en het specifieke hoofdstuk jouw suggesties doorgeven.
Richtlijn inhoudsopgave
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Preventie en signaleren Ga naar pagina over 3 Preventie en signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Totstandkoming Ga naar pagina over 7 Totstandkoming
8 Verantwoording Ga naar pagina over 8 Verantwoording
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Preventie en signaleren Ga naar pagina over 3 Preventie en signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Totstandkoming Ga naar pagina over 7 Totstandkoming
8 Verantwoording Ga naar pagina over 8 Verantwoording
Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedbackSamenvattingskaart richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen
PP-presentatie voor scholing Gezonde slaap en slaapproblemen
Randvoorwaardelijke implicaties richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen
Rapportage praktijktest richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen
Indicatoren richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen
Implementatiebijeenkomst Gezonde slaap: vraag en antwoord
Slaaptips om te verspreiden via Social Media
Bijlage 1a Uitgebreide anamnese bij slaapproblemen van kinderen en jongeren
Bijlage 1b. Uitgebreide anamnese bij slaapproblemen van oudere kinderen en pubers
Bijlage 2a Slaaphygiëne Vragenlijst Adolescenten (ASHQ)
Bijlage 2b Chronisch Slaaptekort Vragenlijst kinderen en adolescenten (CSRQ)
Bijlage 3a Slaapdagboek voor kind-jongere 6-18 jaar
Bijlage 3b Slaapdagboekje kinderen 6 maanden tot 4 jaar
Bijlage 6 Slaaptips voor pubers en adolescenten
[1] Paruthi S, Brooks LJ, D'Ambrosio C, Hall WA, Kotagal S, Lloyd RM, Malow BA, Maski K, Nichols C, Quan SF, Rosen CL, Troester MM, Wise MS. Recommended Amount of Sleep for Pediatric Populations: A Consensus Statement of the American Academy of Sleep Medicine. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2016;12(6):785-6
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.5866 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27250809[2] Boer F. Slaapproblemen bij kinderen: Kinderpsychologie in de praktijk Lannoo-Meulenhoff Belgium 2013
[3] Galland BC, Taylor BJ, Elder DE, Herbison P. Normal sleep patterns in infants and children: a systematic review of observational studies. Sleep medicine reviews 2012;16(3):213-22
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.06.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21784676[4] Iglowstein I, Jenni OG, Molinari L, Largo RH. Sleep duration from infancy to adolescence: reference values and generational trends. Pediatrics 2003;111(2):302-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12563055[5] Meijer AM, van den Wittenboer GLH. Contribution of infants' sleep and crying to marital relationship of first-time parent couples in the 1st year after childbirth. Journal of family psychology : JFP : journal of the Division of Family Psychology of the American Psychological Association (Division 43) 2007;21(1):49-57
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17371109[6] Henderson JMT, France KG, Owens JL, Blampied NM. Sleeping through the night: the consolidation of self-regulated sleep across the first year of life. Pediatrics 2010;126(5):e1081-7
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-0976 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20974775[7] van Litsenburg RRL, Waumans RC, van den Berg G, Gemke RJBJ. Sleep habits and sleep disturbances in Dutch children: a population-based study. European journal of pediatrics 2010;169(8):1009-15
http://dx.doi.org/10.1007/s00431-010-1169-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20191392[8] van der Heijden KB, de Sonneville LMJ, Swaab H. Association of eveningness with problem behavior in children: a mediating role of impaired sleep. Chronobiology international 2013;30(7):919-29
http://dx.doi.org/10.3109/07420528.2013.790041 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23802509[9] Owens JA, Belon K, Moss P. Impact of delaying school start time on adolescent sleep, mood, and behavior. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2010;164(7):608-14
http://dx.doi.org/10.1001/archpediatrics.2010.96 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20603459[10] Gradisar M, Gardner G, Dohnt H. Recent worldwide sleep patterns and problems during adolescence: a review and meta-analysis of age, region, and sleep. Sleep medicine 2011;12(2):110-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.11.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21257344[11] American Academy of Sleep Medicine. International classification of sleep disorders—third edition (ICSD-3) AASM Resource Library [online] 2014
[12] American Psychiatric Association. Diagnostic and statistical manual of mental disorders 5th ed. 2013
[13] American Academy of Sleep Medicine. International classification of sleep disorders. 2nd ed. Westchester, IL 2005
[14] Jenni OG, Fuhrer HZ, Iglowstein I, Molinari L, Largo RH. A longitudinal study of bed sharing and sleep problems among Swiss children in the first 10 years of life. Pediatrics 2005;115(1 Suppl):233-40
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15866857[15] Byars KC, Yolton K, Rausch J, Lanphear B, Beebe DW. Prevalence, patterns, and persistence of sleep problems in the first 3 years of life. Pediatrics 2012;129(2):e276-84
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0372 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22218837[16] Meltzer LJ, Plaufcan MR, Thomas JH, Mindell JA. Sleep problems and sleep disorders in pediatric primary care: treatment recommendations, persistence, and health care utilization. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2014;10(4):421-6
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.3620 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24733988[17] van Sleuwen BE, Vlasblom E, L'Hoir MP. Eindverslag laagdrempelige verpleegkundige interventiemethoden in de jeugdgezondheidszorg bij slaapproblemen van jonge kinderen. ZonMW 2013
http://www.zonmw.nl/nl/projecten/project-detail/laagdrempelige-verpleegkundige-interventiemethoden-in-de-jeugdgezondheidszorg-bij-slaapproblemen-van/voortgang/[18] Linden M, Suijlekom-Smit L, Schellevis FG, Wouden J. Tweede nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. het kind in de huisartspraktijk. Utrecht: Nivel 2005
[19] Yperen T, Stam PT. Opvoeden versterken. Den Haag: VNG 2010
[20] Mindell JA, Kuhn B, Lewin DS, Meltzer LJ, Sadeh A, . Behavioral treatment of bedtime problems and night wakings in infants and young children. Sleep 2006;29(10):1263-76
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17068979[21] Ednick M, Cohen AP, McPhail GL, Beebe D, Simakajornboon N, Amin RS. A review of the effects of sleep during the first year of life on cognitive, psychomotor, and temperament development. Sleep 2009;32(11):1449-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19928384[22] Hemmi MH, Wolke D, Schneider S. Associations between problems with crying, sleeping and/or feeding in infancy and long-term behavioural outcomes in childhood: a meta-analysis. Archives of disease in childhood 2011;96(7):622-9
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2010.191312 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21508059[23] Berger RH, Miller AL, Seifer R, Cares SR, LeBourgeois MK. Acute sleep restriction effects on emotion responses in 30- to 36-month-old children. Journal of sleep research 2012;21(3):235-46
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2011.00962.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21988087[24] Dewald JF, Meijer AM, Oort FJ, Kerkhof GA, Bögels SM. The influence of sleep quality, sleep duration and sleepiness on school performance in children and adolescents: A meta-analytic review. Sleep medicine reviews 2010;14(3):179-89
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.10.004 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20093054[25] Koulouglioti C, Cole R, Kitzman H. Inadequate sleep and unintentional injuries in young children. Public health nursing (Boston, Mass.) 2008;25(2):106-14
http://dx.doi.org/10.1111/j.1525-1446.2008.00687.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18294179[26] Gregory AM, Van der Ende J, Willis TA, Verhulst FC. Parent-reported sleep problems during development and self-reported anxiety/depression, attention problems, and aggressive behavior later in life. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2008;162(4):330-5
http://dx.doi.org/10.1001/archpedi.162.4.330 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18391141[27] Monasta L, Batty GD, Cattaneo A, Lutje V, Ronfani L, Van Lenthe FJ, Brug J. Early-life determinants of overweight and obesity: a review of systematic reviews. Obesity reviews : an official journal of the International Association for the Study of Obesity 2010;11(10):695-708
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-789X.2010.00735.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20331509[28] Astill RG, Van der Heijden KB, Van Ijzendoorn MH, Van Someren EJW. Sleep, cognition, and behavioral problems in school-age children: a century of research meta-analyzed. Psychological bulletin 2012;138(6):1109-38
http://dx.doi.org/10.1037/a0028204 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22545685[29] Owens J, Gruber R, Brown T, Corkum P, Cortese S, O'Brien L, Stein M, Weiss M. Future research directions in sleep and ADHD: report of a consensus working group. Journal of attention disorders 2013;17(7):550-64
http://dx.doi.org/10.1177/1087054712457992 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22982880[30] Kheirandish L, Gozal D. Neurocognitive dysfunction in children with sleep disorders. Developmental science 2006;9(4):388-99
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16764612[31] Nielsen LS, Danielsen KV, Sørensen TIA. Short sleep duration as a possible cause of obesity: critical analysis of the epidemiological evidence. Obesity reviews : an official journal of the International Association for the Study of Obesity 2011;12(2):78-92
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-789X.2010.00724.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20345429[32] Shochat T, Cohen-Zion M, Tzischinsky O. Functional consequences of inadequate sleep in adolescents: a systematic review. Sleep medicine reviews 2014;18(1):75-87
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2013.03.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23806891[33] Moore M, Meltzer LJ. The sleepy adolescent: causes and consequences of sleepiness in teens. Paediatric respiratory reviews 2008;9(2):114-20; quiz 120-1
http://dx.doi.org/10.1016/j.prrv.2008.01.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18513671[34] Vallido T, Peters K, O'Brien L, Jackson D. Sleep in adolescence: a review of issues for nursing practice. Journal of clinical nursing 2009;18(13):1819-26
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2702.2009.02812.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19638045[35] de Bruin EJ, van Run C, Staaks J, Meijer AM. Effects of sleep manipulation on cognitive functioning of adolescents: A systematic review. Sleep medicine reviews 2017;32():45-57
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2016.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27039223[36] Rutters F, Gerver WJ, Nieuwenhuizen AG, Verhoef SPM, Westerterp-Plantenga MS. Sleep duration and body-weight development during puberty in a Dutch children cohort. International journal of obesity (2005) 2010;34(10):1508-14
http://dx.doi.org/10.1038/ijo.2010.161 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20714331[37] Javaheri S, Storfer-Isser A, Rosen CL, Redline S. Association of short and long sleep durations with insulin sensitivity in adolescents. The Journal of pediatrics 2011;158(4):617-23
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2010.09.080 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21146189[38] Faraut B, Boudjeltia KZ, Vanhamme L, Kerkhofs M. Immune, inflammatory and cardiovascular consequences of sleep restriction and recovery. Sleep medicine reviews 2012;16(2):137-49
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.05.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21835655[39] Orzech KM, Acebo C, Seifer R, Barker D, Carskadon MA. Sleep patterns are associated with common illness in adolescents. Journal of sleep research 2014;23(2):133-42
http://dx.doi.org/10.1111/jsr.12096 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24134661[40] Mindell JA, Telofski LS, Wiegand B, Kurtz ES. A nightly bedtime routine: impact on sleep in young children and maternal mood. Sleep 2009;32(5):599-606
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19480226[41] Sadeh A, Tikotzky L, Scher A. Parenting and infant sleep. Sleep medicine reviews 2010;14(2):89-96
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.05.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19631566[42] Martin J, Hiscock H, Hardy P, Davey B, Wake M. Adverse associations of infant and child sleep problems and parent health: an Australian population study. Pediatrics 2007;119(5):947-55
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17473096[43] Hunter LP, Rychnovsky JD, Yount SM. A selective review of maternal sleep characteristics in the postpartum period. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing : JOGNN 2009;38(1):60-8
http://dx.doi.org/10.1111/j.1552-6909.2008.00309.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19208049[44] Mindell JA, Meltzer LJ, Carskadon MA, Chervin RD. Developmental aspects of sleep hygiene: findings from the 2004 National Sleep Foundation Sleep in America Poll. Sleep medicine 2009;10(7):771-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2008.07.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19285450[45] Semple A. What influences baby-sleeping behaviour at night (1)? The practising midwife 2010;13(9):17-20
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21138130[46] Malone SK. Early to bed, early to rise?: an exploration of adolescent sleep hygiene practices. The Journal of school nursing : the official publication of the National Association of School Nurses 2011;27(5):348-54
http://dx.doi.org/10.1177/1059840511410434 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21606219[47] de Bruin EJ, van Kampen RKA, van Kooten T, Meijer AM. Psychometric properties and clinical relevance of the adolescent sleep hygiene scale in Dutch adolescents. Sleep medicine 2014;15(7):789-97
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2014.03.015 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24891082[48] Galbally M, Lewis AJ, McEgan K, Scalzo K, Islam FA. Breastfeeding and infant sleep patterns: an Australian population study. Journal of paediatrics and child health 2013;49(2):E147-52
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12089 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23331519[49] Ramamurthy MB, Sekartini R, Ruangdaraganon N, Huynh DHT, Sadeh A, Mindell JA. Effect of current breastfeeding on sleep patterns in infants from Asia-Pacific region. Journal of paediatrics and child health 2012;48(8):669-74
http://dx.doi.org/10.1111/j.1440-1754.2012.02453.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22616943[50] Rosen LA. Infant sleep and feeding. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing : JOGNN 2008;37(6):706-14
http://dx.doi.org/10.1111/j.1552-6909.2008.00299.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19012721[51] Brown A, Harries V. Infant sleep and night feeding patterns during later infancy: association with breastfeeding frequency, daytime complementary food intake, and infant weight. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine 2015;10(5):246-52
http://dx.doi.org/10.1089/bfm.2014.0153 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25973527[52] Cain N, Gradisar M. Electronic media use and sleep in school-aged children and adolescents: A review. Sleep medicine 2010;11(8):735-42
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20673649[53] Vijakkhana N, Wilaisakditipakorn T, Ruedeekhajorn K, Pruksananonda C, Chonchaiya W. Evening media exposure reduces night-time sleep. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992) 2015;104(3):306-12
http://dx.doi.org/10.1111/apa.12904 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25521612[54] Falbe J, Davison KK, Franckle RL, Ganter C, Gortmaker SL, Smith L, Land T, Taveras EM. Sleep duration, restfulness, and screens in the sleep environment. Pediatrics 2015;135(2):e367-75
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2014-2306 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25560435[55] Owens JA, Mindell J, Baylor A. Effect of energy drink and caffeinated beverage consumption on sleep, mood, and performance in children and adolescents. Nutrition reviews 2014;72 Suppl 1():65-71
http://dx.doi.org/10.1111/nure.12150 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25293545[56] Mathers M, Toumbourou JW, Catalano RF, Williams J, Patton GC. Consequences of youth tobacco use: a review of prospective behavioural studies. Addiction (Abingdon, England) 2006;101(7):948-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16771887[57] Patten CA, Choi WS, Gillin JC, Pierce JP. Depressive symptoms and cigarette smoking predict development and persistence of sleep problems in US adolescents. Pediatrics 2000;106(2):E23
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10920179[58] Pasch KE, Latimer LA, Cance JD, Moe SG, Lytle LA. Longitudinal bi-directional relationships between sleep and youth substance use. Journal of youth and adolescence 2012;41(9):1184-96
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-012-9784-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22752878[59] O'Brien EM, Mindell JA. Sleep and risk-taking behavior in adolescents. Behavioral sleep medicine 2005;3(3):113-33
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15984914[60] Treyster Z, Gitterman B. Second hand smoke exposure in children: environmental factors, physiological effects, and interventions within pediatrics. Reviews on environmental health 2011;26(3):187-95
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22206195[61] Wong MM, Robertson GC, Dyson RB. Prospective relationship between poor sleep and substance-related problems in a national sample of adolescents. Alcoholism, clinical and experimental research 2015;39(2):355-62
http://dx.doi.org/10.1111/acer.12618 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25598438[62] Roberts RE, Roberts CR, Duong HT. Sleepless in adolescence: prospective data on sleep deprivation, health and functioning. Journal of adolescence 2009;32(5):1045-57
http://dx.doi.org/10.1016/j.adolescence.2009.03.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19361854[63] Wahlstrom K, Dretzke B, Gordon M, Peterson K, Edwards K, Gdula J. Examining the Impact of Later School Start Times on the Health and Academic Performance of High School Students: A Multi-Site Study Center for Applied Research and Educational Improvement. St Paul, MN: University of Minnesota. 2014
[64] Danner F, Phillips B. Adolescent sleep, school start times, and teen motor vehicle crashes. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2008;4(6):533-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19110880[65] Labree LJWW, van de Mheen HD, Rutten FFHF, Rodenburg GG, Koopmans GTG, Foets MM. Sleep duration differences between children of migrant and native origins. Zeitschrift fur Gesundheitswissenschaften = Journal of public health 2015;23(3):149-156
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26000233[66] Knutson KL. Sociodemographic and cultural determinants of sleep deficiency: implications for cardiometabolic disease risk. Social science & medicine (1982) 2013;79():7-15
http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2012.05.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22682665[67] Mindell JA, Sadeh A, Kohyama J, How TH. Parental behaviors and sleep outcomes in infants and toddlers: a cross-cultural comparison. Sleep medicine 2010;11(4):393-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2009.11.011 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20223706[68] Olds T, Blunden S, Petkov J, Forchino F. The relationships between sex, age, geography and time in bed in adolescents: a meta-analysis of data from 23 countries. Sleep medicine reviews 2010;14(6):371-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20207558[69] Schredl M, Reinhard I. Gender differences in nightmare frequency: a meta-analysis. Sleep medicine reviews 2011;15(2):115-21
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2010.06.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20817509[70] Meijer AM, Habekothé HT, Van Den Wittenboer GL. Time in bed, quality of sleep and school functioning of children. Journal of sleep research 2000;9(2):145-53
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10849241[71] Konofal E, Lecendreux M, Cortese S. Sleep and ADHD. Sleep medicine 2010;11(7):652-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.02.012 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20620109[72] Sadeh A, Pergamin L, Bar-Haim Y. Sleep in children with attention-deficit hyperactivity disorder: a meta-analysis of polysomnographic studies. Sleep medicine reviews 2006;10(6):381-98
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16846743[73] Cortese S, Faraone SV, Konofal E, Lecendreux M. Sleep in children with attention-deficit/hyperactivity disorder: meta-analysis of subjective and objective studies. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2009;48(9):894-908
http://dx.doi.org/10.1097/CHI.0b013e3181ac09c9 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19625983[74] Bullock GL, Schall U. Dyssomnia in children diagnosed with attention deficit hyperactivity disorder: a critical review. The Australian and New Zealand journal of psychiatry 2005;39(5):373-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15860025[75] Ivanenko A, Johnson K. Sleep disturbances in children with psychiatric disorders. Seminars in pediatric neurology 2008;15(2):70-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.spen.2008.03.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18555193[76] Magee L, Hale L. Longitudinal associations between sleep duration and subsequent weight gain: a systematic review. Sleep medicine reviews 2012;16(3):231-41
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.05.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21784678[77] Liu J, Zhang A, Li L. Sleep duration and overweight/obesity in children: review and implications for pediatric nursing. Journal for specialists in pediatric nursing : JSPN 2012;17(3):193-204
http://dx.doi.org/10.1111/j.1744-6155.2012.00332.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22734873[78] Kuhl ES, Clifford LM, Stark LJ. Obesity in preschoolers: behavioral correlates and directions for treatment. Obesity (Silver Spring, Md.) 2012;20(1):3-29
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2011.201 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21760634[79] Chen X, Beydoun MA, Wang Y. Is sleep duration associated with childhood obesity? A systematic review and meta-analysis. Obesity (Silver Spring, Md.) 2008;16(2):265-74
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2007.63 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18239632[80] Cappuccio FP, Taggart FM, Kandala N-B, Currie A, Peile ED, Stranges S, Miller MA. Meta-analysis of short sleep duration and obesity in children and adults. Sleep 2008;31(5):619-26
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18517032[81] Hollway JA, Aman MG. Sleep correlates of pervasive developmental disorders: a review of the literature. Research in developmental disabilities 2011;32(5):1399-421
http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2011.04.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21570809[82] Valrie CR, Bromberg MH, Palermo T, Schanberg LE. A systematic review of sleep in pediatric pain populations. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2013;34(2):120-8
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e31827d5848 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23369958[83] Tietze A-L, Blankenburg M, Hechler T, Michel E, Koh M, Schlüter B, Zernikow B. Sleep disturbances in children with multiple disabilities. Sleep medicine reviews 2012;16(2):117-27
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.03.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21620745[84] Yilmaz E, Sedky K, Bennett DS. The relationship between depressive symptoms and obstructive sleep apnea in pediatric populations: a meta-analysis. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2013;9(11):1213-20
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.3178 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24235907[85] Kowatch RA, Youngstrom EA, Danielyan A, Findling RL. Review and meta-analysis of the phenomenology and clinical characteristics of mania in children and adolescents. Bipolar disorders 2005;7(6):483-96
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16403174[86] Cairns KE, Yap MBH, Pilkington PD, Jorm AF. Risk and protective factors for depression that adolescents can modify: a systematic review and meta-analysis of longitudinal studies. Journal of affective disorders 2014;169():61-75
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2014.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25154536[87] Augustinavicius JLS, Zanjani A, Zakzanis KK, Shapiro CM. Polysomnographic features of early-onset depression: a meta-analysis. Journal of affective disorders 2014;158():11-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2013.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24655760[88] Pigeon WR, Pinquart M, Conner K. Meta-analysis of sleep disturbance and suicidal thoughts and behaviors. The Journal of clinical psychiatry 2012;73(9):e1160-7
http://dx.doi.org/10.4088/JCP.11r07586 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23059158[89] Churchill SS, Kieckhefer GM, Bjornson KF, Herting JR. Relationship between sleep disturbance and functional outcomes in daily life habits of children with Down syndrome. Sleep 2015;38(1):61-71
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.4326 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25325444[90] van Golde EGA, Gutter T, de Weerd AW. Sleep disturbances in people with epilepsy; prevalence, impact and treatment. Sleep medicine reviews 2011;15(6):357-68
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.01.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21439869[91] Charuvastra A, Cloitre M. Safe enough to sleep: sleep disruptions associated with trauma, posttraumatic stress, and anxiety in children and adolescents. Child and adolescent psychiatric clinics of North America 2009;18(4):877-91
http://dx.doi.org/10.1016/j.chc.2009.04.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19836694[92] Camfferman D, Kennedy JD, Gold M, Martin AJ, Winwood P, Lushington K. Eczema, sleep, and behavior in children. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2010;6(6):581-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21206547[93] Camfferman D, Kennedy JD, Gold M, Simpson C, Lushington K. Sleep and neurocognitive functioning in children with eczema. International journal of psychophysiology : official journal of the International Organization of Psychophysiology 2013;89(2):265-72
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijpsycho.2013.01.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23353660[94] Ryborg CT, Søndergaard J, Lous J, Munck A, Larsen PV, Thomsen JL. Associations between symptoms, clinical findings and the short-term prognosis among children with otitis media: a cohort study. International journal of pediatric otorhinolaryngology 2013;77(2):210-5
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijporl.2012.10.023 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23200872[95] McCormick DP, Jennings K, Ede LC, Alvarez-Fernandez P, Patel J, Chonmaitree T. Use of symptoms and risk factors to predict acute otitis media in infants. International journal of pediatric otorhinolaryngology 2016;81():55-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijporl.2015.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26810291[96] Laine MK, Tähtinen PA, Ruuskanen O, Huovinen P, Ruohola A. Symptoms or symptom-based scores cannot predict acute otitis media at otitis-prone age. Pediatrics 2010;125(5):e1154-61
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2009-2689 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20368317[97] Üçer O, Gümüş B. Quantifying subjective assessment of sleep quality, quality of life and depressed mood in children with enuresis. World journal of urology 2014;32(1):239-43
http://dx.doi.org/10.1007/s00345-013-1193-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24150187[98] Azevedo Soster L, Alves R, Fagundes SN, Koch VHK, Bruni O. Sleep disturbances associated with sleep enuresis: A questionnaire study. European journal of paediatric neurology : EJPN : official journal of the European Paediatric Neurology Society 2016;20(2):282-285
http://dx.doi.org/10.1016/j.ejpn.2015.11.014 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26732069[99] Costigan SA, Barnett L, Plotnikoff RC, Lubans DR. The health indicators associated with screen-based sedentary behavior among adolescent girls: a systematic review. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2013;52(4):382-92
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2012.07.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23299000[100] Owens J, , . Insufficient sleep in adolescents and young adults: an update on causes and consequences. Pediatrics 2014;134(3):e921-32
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2014-1696 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25157012[101] Hale L, Guan S. Screen time and sleep among school-aged children and adolescents: a systematic literature review. Sleep medicine reviews 2015;21():50-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2014.07.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25193149[102] Kirby MF, Maggi S, D'Angiulli A. School Start Times and the Sleep–Wake Cycle of Adolescents Educational Researcher 2011;40(2):56
https://www.researchgate.net/publication/258134857_School_Start_Times_and_the_Sleep-Wake_Cycle_of_Adolescents[103] Kelley P, Lockley SW, Foster RG, Kelley J. Synchronizing education to adolescent biology: 'Let teens sleep, start school later' Learning Media and Technology 2014;40(2):1
https://www.researchgate.net/publication/271991912_Synchronizing_education_to_adolescent_biology_'let_teens_sleep_start_school_later'[104] Acebo C, Sadeh A, Seifer R, Tzischinsky O, Hafer A, Carskadon MA. Sleep/wake patterns derived from activity monitoring and maternal report for healthy 1- to 5-year-old children. Sleep 2005;28(12):1568-77
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16408417[105] Cornelius LJ. Health habits of school-age children. Journal of health care for the poor and underserved 1991;2(3):374-95
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/1772949[106] McLaughlin Crabtree V, Beal Korhonen J, Montgomery-Downs HE, Faye Jones V, O'Brien LM, Gozal D. Cultural influences on the bedtime behaviors of young children. Sleep medicine 2005;6(4):319-24
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15978515[107] Marco CA, Wolfson AR, Sparling M, Azuaje A. Family socioeconomic status and sleep patterns of young adolescents. Behavioral sleep medicine 2011;10(1):70-80
http://dx.doi.org/10.1080/15402002.2012.636298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22250780[108] Guérin N, Reinberg A, Testu F, Boulenguiez S, Mechkouri M, Touitou Y. Role of school schedule, age, and parental socioeconomic status on sleep duration and sleepiness of Parisian children. Chronobiology international 2001;18(6):1005-17
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11777075[109] Marshall NS, Glozier N, Grunstein RR. Is sleep duration related to obesity? A critical review of the epidemiological evidence. Sleep medicine reviews 2008;12(4):289-98
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2008.03.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18485764[110] Patel SR, Hu FB. Short sleep duration and weight gain: a systematic review. Obesity (Silver Spring, Md.) 2008;16(3):643-53
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2007.118 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18239586[111] L'Hoir MP, Vlasblom E, Boere-Boonekamp MM, van Dommelen P, Schmelt D, Dreiskaemper D, Naul R. Slaap en overgewicht in Europees onderzoek: Gezonde Kinderen in een Gezonde Kindomgeving (GKGK). Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg 2012;44(6):102
[112] Douglas PS, Hill PS. Behavioral sleep interventions in the first six months of life do not improve outcomes for mothers or infants: a systematic review. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2013;34(7):497-507
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e31829cafa6 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24042081[113] Blunden SL, Chapman J, Rigney GA. Are sleep education programs successful? The case for improved and consistent research efforts. Sleep medicine reviews 2012;16(4):355-70
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22104441[114] Bryanton J, Beck CT, Montelpare W. Postnatal parental education for optimizing infant general health and parent-infant relationships. The Cochrane database of systematic reviews 2013
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD004068.pub4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24284872[115] Bakker-Camu GJW, Nawijn L, van Sleuwen BE, L'Hoir MP. Preventie van slaapproblemen bij jonge kinderen. Review van de effectieve elementen. Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg 2011;43(2):26
[116] Crichton GE, Symon B. Behavioral Management of Sleep Problems in Infants Under 6 Months--What Works? Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2016;37(2):164-71
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0000000000000257 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26836644[117] Allen SL, Howlett MD, Coulombe JA, Corkum PV. ABCs of SLEEPING: A review of the evidence behind pediatric sleep practice recommendations. Sleep medicine reviews 2016;29():1-14
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2015.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26551999[118] Bennett C, Underdown A, Barlow J. Massage for promoting mental and physical health in typically developing infants under the age of six months. The Cochrane database of systematic reviews 2013;2013(4):CD005038
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD005038.pub3 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23633323[119] Underdown A, Barlow J, Stewart-Brown S. Tactile stimulation in physically healthy infants: Results of a systematic review. Journal of Reproductive and Infant Psychology 2010;28(1):11
[120] van der Lely S, Frey S, Garbazza C, Wirz-Justice A, Jenni OG, Steiner R, Wolf S, Cajochen C, Bromundt V, Schmidt C. Blue blocker glasses as a countermeasure for alerting effects of evening light-emitting diode screen exposure in male teenagers. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2015;56(1):113-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2014.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25287985[121] Burkhart K, Phelps JR. Amber lenses to block blue light and improve sleep: a randomized trial. Chronobiology international 2009;26(8):1602-12
http://dx.doi.org/10.3109/07420520903523719 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20030543[122] Chellappa SL, Gordijn MCM, Cajochen C. Can light make us bright? Effects of light on cognition and sleep. Progress in brain research 2011;190():119-33
http://dx.doi.org/10.1016/B978-0-444-53817-8.00007-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21531248[123] Spencer JA, Moran DJ, Lee A, Talbert D. White noise and sleep induction. Archives of disease in childhood 1990;65(1):135-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/2405784[124] Forquer LM, Johnson C. Continuous White Noise to Reduce Resistance Going to Sleep and Night Wakings in Toddlers Child & Family Behavior Therapy 2005;27(2):1
[125] Waumans RC, Terwee CB, Van den Berg G, Knol DL, Van Litsenburg RRL, Gemke RJBJ. Sleep and sleep disturbance in children: Reliability and validity of the Dutch version of the Child Sleep Habits Questionnaire. Sleep 2010;33(6):841-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20550026[126] Dewald JF, Short MA, Gradisar M, Oort FJ, Meijer AM. The Chronic Sleep Reduction Questionnaire (CSRQ): a cross-cultural comparison and validation in Dutch and Australian adolescents. Journal of sleep research 2012;21(5):584-94
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2012.00999.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22329363[127] Ramdurg S. Kleine-Levin syndrome: Etiology, diagnosis, and treatment. Annals of Indian Academy of Neurology 2010;13(4):241-6
http://dx.doi.org/10.4103/0972-2327.74185 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21264130[128] Simakajornboon N, Kheirandish-Gozal L, Gozal D. Diagnosis and management of restless legs syndrome in children. Sleep medicine reviews 2009;13(2):149-56
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2008.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19186083[129] Meijer AM, Hofman W. Assessment en protocollaire behandeling van slaapproblemen bij kinderen Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten 2014
[130] Morgenthaler TI, Owens J, Alessi C, Boehlecke B, Brown TM, Coleman J, Friedman L, Kapur VK, Lee-Chiong T, Pancer J, Swick TJ, . Practice parameters for behavioral treatment of bedtime problems and night wakings in infants and young children. Sleep 2006;29(10):1277-81
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17068980[131] Brown CA, Kuo M, Phillips L, Berry R, Tan M. Non-pharmacological sleep interventions for youth with chronic health conditions: a critical review of the methodological quality of the evidence. Disability and rehabilitation 2013;35(15):1221-55
http://dx.doi.org/10.3109/09638288.2012.723788 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23050860[132] Escalona A, Field T, Singer-Strunck R, Cullen C, Hartshorn K. Brief report: improvements in the behavior of children with autism following massage therapy. Journal of autism and developmental disorders 2001;31(5):513-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11794416[133] Dobson D, Lucassen PLBJ, Miller JJ, Vlieger AM, Prescott P, Lewith G. Manipulative therapies for infantile colic. The Cochrane database of systematic reviews 2012;12():CD004796
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD004796.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23235617[134] McRury JM, Zolotor AJ. A randomized, controlled trial of a behavioral intervention to reduce crying among infants. Journal of the American Board of Family Medicine : JABFM 2010;23(3):315-22
http://dx.doi.org/10.3122/jabfm.2010.03.090142 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20453177[135] Quach J, Hiscock H, Ukoumunne OC, Wake M. A brief sleep intervention improves outcomes in the school entry year: a randomized controlled trial. Pediatrics 2011;128(4):692-701
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0409 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21890825[136] Sciberras E, Fulton M, Efron D, Oberklaid F, Hiscock H. Managing sleep problems in school aged children with ADHD: a pilot randomised controlled trial. Sleep medicine 2011;12(9):932-5
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2011.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22005602[137] Moore BA, Friman PC, Fruzzetti AE, MacAleese K. Brief report: evaluating the Bedtime Pass Program for child resistance to bedtime--a randomized, controlled trial. Journal of pediatric psychology 2007;32(3):283-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16899650[138] Gradisar M, Dohnt H, Gardner G, Paine S, Starkey K, Menne A, Slater A, Wright H, Hudson JL, Weaver E, Trenowden S. A randomized controlled trial of cognitive-behavior therapy plus bright light therapy for adolescent delayed sleep phase disorder. Sleep 2011;34(12):1671-80
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.1432 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22131604[139] de Bruin EJ, Bögels SM, Oort FJ, Meijer AM. Efficacy of Cognitive Behavioral Therapy for Insomnia in Adolescents: A Randomized Controlled Trial with Internet Therapy, Group Therapy and A Waiting List Condition. Sleep 2015;38(12):1913-26
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.5240 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26158889[140] de Bruin EJ, Oort FJ, Bögels SM, Meijer AM. Efficacy of internet and group-administered cognitive behavioral therapy for insomnia in adolescents: a pilot study. Behavioral sleep medicine 2014;12(3):235-54
http://dx.doi.org/10.1080/15402002.2013.784703 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23767888[141] Bendz LM, Scates AC. Melatonin treatment for insomnia in pediatric patients with attention-deficit/hyperactivity disorder. The Annals of pharmacotherapy 2010;44(1):185-91
http://dx.doi.org/10.1345/aph.1M365 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20028959[142] van Geijlswijk IM, Korzilius HPLM, Smits MG. The use of exogenous melatonin in delayed sleep phase disorder: a meta-analysis. Sleep 2010;33(12):1605-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21120122[143] Barrett JR, Tracy DK, Giaroli G. To sleep or not to sleep: a systematic review of the literature of pharmacological treatments of insomnia in children and adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder. Journal of child and adolescent psychopharmacology 2013;23(10):640-7
http://dx.doi.org/10.1089/cap.2013.0059 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24261659[144] Van der Heijden KB, Smits MG, Van Someren EJW, Ridderinkhof KR, Gunning WB. Effect of melatonin on sleep, behavior, and cognition in ADHD and chronic sleep-onset insomnia. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2007;46(2):233-41
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17242627[145] Khan S, Heussler H, McGuire T, Dakin C, Pache D, Cooper D, Norris R, Flenady V, Charles B. Melatonin for non-respiratory sleep disorders in visually impaired children. The Cochrane database of systematic reviews 2011
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD008473.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22071850[146] Hoebert M, van der Heijden KB, van Geijlswijk IM, Smits MG. Long-term follow-up of melatonin treatment in children with ADHD and chronic sleep onset insomnia. Journal of pineal research 2009;47(1):1-7
http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-079X.2009.00681.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19486273[147] Braam W, Smits MG, Didden R, Korzilius H, Van Geijlswijk IM, Curfs LMG. Exogenous melatonin for sleep problems in individuals with intellectual disability: a meta-analysis. Developmental medicine and child neurology 2009;51(5):340-9
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-8749.2008.03244.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19379289[148] Buscemi N, Vandermeer B, Hooton N, Pandya R, Tjosvold L, Hartling L, Vohra S, Klassen TP, Baker G. Efficacy and safety of exogenous melatonin for secondary sleep disorders and sleep disorders accompanying sleep restriction: meta-analysis. BMJ (Clinical research ed.) 2006;332(7538):385-93
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16473858[149] Guénolé F, Godbout R, Nicolas A, Franco P, Claustrat B, Baleyte J-M. Melatonin for disordered sleep in individuals with autism spectrum disorders: systematic review and discussion. Sleep medicine reviews 2011;15(6):379-87
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.02.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21393033[150] Rossignol DA, Frye RE. Melatonin in autism spectrum disorders: a systematic review and meta-analysis. Developmental medicine and child neurology 2011;53(9):783-792
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-8749.2011.03980.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21518346[151] Malow BA, Byars K, Johnson K, Weiss S, Bernal P, Goldman SE, Panzer R, Coury DL, Glaze DG, . A practice pathway for the identification, evaluation, and management of insomnia in children and adolescents with autism spectrum disorders. Pediatrics 2012;130 Suppl 2(Suppl 2):S106-24
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2012-0900I https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23118242[152] Fernández-San-Martín MI, Masa-Font R, Palacios-Soler L, Sancho-Gómez P, Calbó-Caldentey C, Flores-Mateo G. Effectiveness of Valerian on insomnia: a meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Sleep medicine 2010;11(6):505-11
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2009.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20347389[153] van Sleuwen BE, Engelberts AC, Boere-Boonekamp MM, Kuis W, Schulpen TWJ, L'Hoir MP. Swaddling: a systematic review. Pediatrics 2007;120(4):e1097-106
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17908730[154] Bootzin RR, Stevens SJ. Adolescents, substance abuse, and the treatment of insomnia and daytime sleepiness. Clinical psychology review 2005;25(5):629-44
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15953666[155] Britton WB, Bootzin RR, Cousins JC, Hasler BP, Peck T, Shapiro SL. The contribution of mindfulness practice to a multicomponent behavioral sleep intervention following substance abuse treatment in adolescents: a treatment-development study. Substance abuse 2010;31(2):86-97
http://dx.doi.org/10.1080/08897071003641297 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20408060[156] Bei B, Byrne ML, Ivens C, Waloszek J, Woods MJ, Dudgeon P, Murray G, Nicholas CL, Trinder J, Allen NB. Pilot study of a mindfulness-based, multi-component, in-school group sleep intervention in adolescent girls. Early intervention in psychiatry 2013;7(2):213-20
http://dx.doi.org/10.1111/j.1751-7893.2012.00382.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22759744[157] Schregardus R. Kinderen met slaapproblemen. Amsterdam: Uitgeverij Boom
[158] Sadeh A, Mindell JA, Owens J. Why care about sleep of infants and their parents? Sleep medicine reviews 2011;15(5):335-7
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.03.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21612956[159] Middlemiss W, Granger DA, Goldberg WA. Response to "let's help parents help themselves: a letter to the editor supporting the safety of behavioural sleep techniques". Early human development 2013;89(1):41-2
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2012.07.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22889752[160] Price A, Hiscock H, Gradisar M. Let's help parents help themselves: a letter to the editor supporting the safety of behavioural sleep techniques. Early human development 2013;89(1):39-40
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2012.07.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22883341[161] Middlemiss W, Granger DA, Goldberg WA, Nathans L. Asynchrony of mother-infant hypothalamic-pituitary-adrenal axis activity following extinction of infant crying responses induced during the transition to sleep. Early human development 2012;88(4):227-32
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2011.08.010 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21945361[162] Price AMH, Wake M, Ukoumunne OC, Hiscock H. Five-year follow-up of harms and benefits of behavioral infant sleep intervention: randomized trial. Pediatrics 2012;130(4):643-51
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-3467 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22966034[163] Boer F. Slaapproblemen bij kinderen: Kinderpsychologie in de praktijk. Lannoo-Meulenhoff Belgium 2013
[164] Karp HN. Re: a randomized, controlled trial of a behavioral intervention to reduce crying among infants. Journal of the American Board of Family Medicine : JABFM 2010;23(5):689-90; author reply 690-1
http://dx.doi.org/10.3122/jabfm.2010.05.100139 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20823369[165] Harrington JW, Logan S, Harwell C, Gardner J, Swingle J, McGuire E, Santos R. Effective analgesia using physical interventions for infant immunizations. Pediatrics 2012;129(5):815-22
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-1607 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22508924[166] de Bruin E, Waterman D, Meijer AM. SlimSlapen: Cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-i) bij adolescenten. In: Braet C, Bögels S, eds. Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten met psychische klachten. 1st ed. Amsterdam: Boom 2013
[167] Vlasblom E, Beltman M. Rapportage Praktijktest richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen. 2016
http://dx.doi.org/TNO,%20Leiden[168] Krom M. De relatie tussen de slaapduur en het werkgeheugen van kinderen van 8-9 jaar en kinderen van 10-11 jaar oud. 2012
http://dx.doi.org/Universiteit%20Leiden[169] LeBourgeois MK, Giannotti F, Cortesi F, Wolfson AR, Harsh J. The relationship between reported sleep quality and sleep hygiene in Italian and American adolescents. Pediatrics 2005;115(1 Suppl):257-65
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15866860[170] Meijer AM. Chronic sleep reduction, functioning at school and school achievement in preadolescents. Journal of sleep research 2008;17(4):395-405
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2008.00677.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19021856[171] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Meijer AM. The effects of sleep extension on sleep and cognitive performance in adolescents with chronic sleep reduction: an experimental study. Sleep medicine 2013;14(6):510-7
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2013.01.012 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23523432[172] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Meijer AM. The effects of sleep extension and sleep hygiene advice on sleep and depressive symptoms in adolescents: a randomized controlled trial. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 2014;55(3):273-83
http://dx.doi.org/10.1111/jcpp.12157 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24252173[173] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Bögels SM, Meijer AM. Why sleep matters: Differences in daytime functioning between adolescents with low and high chronic sleep reduction and short and long sleep durations. Journal of Cognitive and Behavioral Psychotherapies 2013;13(1a):171
[174] Hunziker UA, Barr RG. Increased carrying reduces infant crying: a randomized controlled trial. Pediatrics 1986;77(5):641-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3517799[175] Müller S, Hemmi MH, Wilhelm FH, Barr RG, Schneider S. Parental report of infant sleep behavior by electronic versus paper-and-pencil diaries, and their relationship to actigraphic sleep measurement. Journal of sleep research 2011;20(4):598-605
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2011.00926.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21707809[176] Werner H, Molinari L, Guyer C, Jenni OG. Agreement rates between actigraphy, diary, and questionnaire for children's sleep patterns. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2008;162(4):350-8
http://dx.doi.org/10.1001/archpedi.162.4.350 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18391144[177] Carney CE, Buysse DJ, Ancoli-Israel S, Edinger JD, Krystal AD, Lichstein KL, Morin CM. The consensus sleep diary: standardizing prospective sleep self-monitoring. Sleep 2012;35(2):287-302
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.1642 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22294820[178] Erickson JM. Approaches to measure sleep-wake disturbances in adolescents with cancer. Journal of pediatric nursing 2009;24(4):255-69
http://dx.doi.org/10.1016/j.pedn.2008.03.004 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19632503[179] Wolfson AR, Carskadon MA, Acebo C, Seifer R, Fallone G, Labyak SE, Martin JL. Evidence for the validity of a sleep habits survey for adolescents. Sleep 2003;26(2):213-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12683482[180] Bruni O, Alonso-Alconada D, Besag F, Biran V, Braam W, Cortese S, Moavero R, Parisi P, Smits M, Van der Heijden K, Curatolo P. Current role of melatonin in pediatric neurology: clinical recommendations. European journal of paediatric neurology : EJPN : official journal of the European Paediatric Neurology Society 2015;19(2):122-33
http://dx.doi.org/10.1016/j.ejpn.2014.12.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25553845[181] Cohen D, Bonnot O, Bodeau N, Consoli A, Laurent C. Adverse effects of second-generation antipsychotics in children and adolescents: a Bayesian meta-analysis. Journal of clinical psychopharmacology 2012;32(3):309-16
http://dx.doi.org/10.1097/JCP.0b013e3182549259 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22544019[182] Owens JA, Moturi S. Pharmacologic treatment of pediatric insomnia. Child and adolescent psychiatric clinics of North America 2009;18(4):1001-16
http://dx.doi.org/10.1016/j.chc.2009.04.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19836701[183] Cheng JYW, Chen RYL, Ko JSN, Ng EML. Efficacy and safety of atomoxetine for attention-deficit/hyperactivity disorder in children and adolescents-meta-analysis and meta-regression analysis. Psychopharmacology 2007;194(2):197-209
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17572882[184] Cortese S, Holtmann M, Banaschewski T, Buitelaar J, Coghill D, Danckaerts M, Dittmann RW, Graham J, Taylor E, Sergeant J, . Practitioner review: current best practice in the management of adverse events during treatment with ADHD medications in children and adolescents. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 2013;54(3):227-46
http://dx.doi.org/10.1111/jcpp.12036 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23294014[185] Fietta P, Fietta P, Delsante G. Central nervous system effects of natural and synthetic glucocorticoids. Psychiatry and clinical neurosciences 2009;63(5):613-22
http://dx.doi.org/10.1111/j.1440-1819.2009.02005.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19788629[186] Owens JA, Babcock D, Blumer J, Chervin R, Ferber R, Goetting M, Glaze D, Ivanenko A, Mindell J, Rappley M, Rosen C, Sheldon S. The use of pharmacotherapy in the treatment of pediatric insomnia in primary care: rational approaches. A consensus meeting summary. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2005;1(1):49-59
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17561616[187] Kempler L, Sharpe L, Miller CB, Bartlett DJ. Do psychosocial sleep interventions improve infant sleep or maternal mood in the postnatal period? A systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Sleep medicine reviews 2016;29():15-22
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2015.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26555938[188] Douglas PS. High level evidence does not support first wave behavioural approaches to parent-infant sleep Sleep Medicine Reviews 2015;29():
[189] Douglas P, Whittingham K. Response to 'sleeping like a baby? infant sleep: Impact on care givers and current controversies'. Journal of paediatrics and child health 2015;51(2):234
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12835 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25677489[190] Gradisar M, Jackson K, Spurrier NJ, Gibson J, Whitham J, Williams AS, Dolby R, Kennaway DJ. Behavioral Interventions for Infant Sleep Problems: A Randomized Controlled Trial. Pediatrics 2016;137(6):
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2015-1486 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27221288[191] Hiscock H, Fisher J. Sleeping like a baby? Infant sleep: impact on caregivers and current controversies. Journal of paediatrics and child health 2015;51(4):361-4
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12752 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25293637[192] Middlemiss W, Yaure R, Huey EL. Translating research-based knowledge about infant sleep into practice. Journal of the American Association of Nurse Practitioners 2015;27(6):328-37
http://dx.doi.org/10.1002/2327-6924.12159 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25088326[193] Narvaez D. The Ethics of Early Life Care: The Harms of Sleep Training Clinical Lactation 2013;4(2):66
[194] Crncec R, Matthey S, Nemeth D. Infant sleep problems and emotional health: A review of two behavioural approaches Journal of Reproductive and Infant Psychology 2010;28(1):44
[195] Blunden SL, Thompson KR, Dawson D. Behavioural sleep treatments and night time crying in infants: challenging the status quo. Sleep medicine reviews 2011;15(5):327-34
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2010.11.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21295501[196] Barlow J, National Scientific Council on the Developing Child. Excessive stress disrupts the development of brain architecture. Journal of Children's Services 2014;9(2):143
[197] Ha T, Granger DA. Family Relations, Stress, and Vulnerability: Biobehavioral Implications for Prevention and Practice Family Relations 2016;65(1):9
[198] Jansen J, Beijers R, Riksen-Walraven M, de Weerth C. Cortisol reactivity in young infants. Psychoneuroendocrinology 2010;35(3):329-38
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2009.07.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19651476[199] Beijers R, Jansen J, Riksen-Walraven M, de Weerth C. Attachment and infant night waking: a longitudinal study from birth through the first year of life. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2011;32(9):635-43
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e318228888d https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21743349[200] Bélanger M-È, Bernier A, Simard V, Bordeleau S, Carrier J. Viii. Attachment and sleep among toddlers: disentangling attachment security and dependency. Monographs of the Society for Research in Child Development 2015;80(1):125-40
http://dx.doi.org/10.1111/mono.12148 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25704739[201] Higley E, Dozier M. Nighttime maternal responsiveness and infant attachment at one year. Attachment & human development 2009;11(4):347-63
http://dx.doi.org/10.1080/14616730903016979 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19603300[202] McNamara P, Belsky J, Fearon P. Infant sleep disorders and attachment: Sleep problems in infants with insecure-resistant versus insecure-avoidant attachments to mother. Sleep Hypnosis 2003;5(1):17
[203] Morrell J, Steele H. The role of attachment security, temperament, maternal perception, and care-giving behavior in persistent infant sleeping problems Infant mental health journal 2003;24(5):447
[204] Mileva-Seitz VR, Luijk MPCM, van Ijzendoorn MH, Bakermans-Kranenburg MJ, Jaddoe VWV, Hofman A, Verhulst FC, Tiemeier H. ASSOCIATION BETWEEN INFANT NIGHTTIME-SLEEP LOCATION AND ATTACHMENT SECURITY: NO EASY VERDICT. Infant mental health journal 2016;37(1):5-16
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.21547 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26719041[205] Pennestri M-H, Moss E, O'Donnell K, Lecompte V, Bouvette-Turcot A-A, Atkinson L, Minde K, Gruber R, Fleming AS, Meaney MJ, Gaudreau H, . Establishment and consolidation of the sleep-wake cycle as a function of attachment pattern. Attachment & human development 2015;17(1):23-42
http://dx.doi.org/10.1080/14616734.2014.953963 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25231054[206] Zentall SR, Braungart-Rieker JM, Ekas NV, Lickenbrock DM. Longitudinal assessment of sleep–wake regulation and attachment security with parents. Infant and Child Development 2012;21(5):443
[207] Simard V, Bernier A, Bélanger M-È, Carrier J. Infant attachment and toddlers' sleep assessed by maternal reports and actigraphy: different measurement methods yield different relations. Journal of pediatric psychology 2013;38(5):473-83
http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jst001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23428653[208] Cronin A, Halligan SL, Murray L. Maternal psychosocial adversity and the longitudinal development of infant sleep. Infancy 2008;13(5):469
[209] Sheridan A, Murray L, Cooper PJ, Evangeli M, Byram V, Halligan SL. A longitudinal study of child sleep in high and low risk families: relationship to early maternal settling strategies and child psychological functioning. Sleep medicine 2013;14(3):266-73
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2012.11.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23337072[210] Morrell J, Cortina-Borja M. The developmental change in strategies parents employ to settle young children to sleep, and their relationship to infant sleeping problems, as assessed by a new questionnaire: the Parental Interactive Bedtime Behaviour Scale Infant and Child Development 2002;11(1):17
[211] Cowie J, Palmer CA, Hussain H, Alfano CA. Parental Involvement in Infant Sleep Routines Predicts Differential Sleep Patterns in Children With and Without Anxiety Disorders. Child psychiatry and human development 2016;47(4):636-46
http://dx.doi.org/10.1007/s10578-015-0597-0 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26493392[212] Teti DM, Kim B-R, Mayer G, Countermine M. Maternal emotional availability at bedtime predicts infant sleep quality. Journal of family psychology : JFP : journal of the Division of Family Psychology of the American Psychological Association (Division 43) 2010;24(3):307-15
http://dx.doi.org/10.1037/a0019306 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20545404[213] Philbrook LE, Hozella AC, Kim B-R, Jian NI, Shimizu M, Teti DM. Maternal emotional availability at bedtime and infant cortisol at 1 and 3 months. Early human development 2014;90(10):595-605
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2014.05.014 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25128871[214] Hubbard FO, Van IJzendoorn MH. Maternal unresponsiveness and infant crying across the first 9 months: A naturalistic longitudinal study Infant Behavior and Development 1991;14(3):299
[215] van IJzendoorn MH, Hubbard FO. Are infant crying and maternal responsiveness during the first year related to infant-mother attachment at 15 months? Attachment & human development 2000;2(3):371-91
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11708224[216] Hauck YL, Hall WA, Dhaliwal SS, Bennett E, Wells G. The effectiveness of an early parenting intervention for mothers with infants with sleep and settling concerns: a prospective non-equivalent before-after design. Journal of clinical nursing 2012;21(1-2):52-62
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2702.2011.03734.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21649763[217] Whittingham K, Douglas P. Optimizing parent-infant sleep from birth to 6 months: a new paradigm. Infant mental health journal 2014;35(6):614-23
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.21455 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25798510[218] Mileva-Seitz VR, Bakermans-Kranenburg MJ, Battaini C, Luijk MPCM. Parent-child bed-sharing: The good, the bad, and the burden of evidence. Sleep medicine reviews 2017;32():4-27
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2016.03.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27107752[219] Volkovich E, Ben-Zion H, Karny D, Meiri G, Tikotzky L. Sleep patterns of co-sleeping and solitary sleeping infants and mothers: a longitudinal study. Sleep medicine 2015;16(11):1305-1312
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2015.08.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26498228[220] Tollenaar MS, Beijers R, Jansen J, Riksen-Walraven JMA, de Weerth C. Solitary sleeping in young infants is associated with heightened cortisol reactivity to a bathing session but not to a vaccination. Psychoneuroendocrinology 2012;37(2):167-77
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2011.03.017 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21530088[221] Beijers R, Riksen-Walraven JM, de Weerth C. Cortisol regulation in 12-month-old human infants: associations with the infants' early history of breastfeeding and co-sleeping. Stress (Amsterdam, Netherlands) 2013;16(3):267-77
http://dx.doi.org/10.3109/10253890.2012.742057 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23116166[222] Waynforth D. The influence of parent-infant cosleeping, nursing, and childcare on cortisol and SIgA immunity in a sample of British children. Developmental psychobiology 2007;49(6):640-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17680611[223] Lucas-Thompson R, Goldberg WA, Germo GR, Keller MA, Davis EP, Sandman CA. Sleep Arrangements and Night Waking at 6 and 12 Months in Relation to Infants' Stress-induced Cortisol Responses Infant and Child Development 2009;18(6):521
1 Inleiding
De JGZ-richtlijn “Slaap” is gericht op het bevorderen van gezond slaapgedrag en het verminderen van slaapproblemen bij kinderen van 0-18 jaar, waarover vragen zijn bij ouders/verzorgers, de jeugdige zelf en/of professionals.
1.1 Waarom deze richtlijn?
Deze richtlijn biedt JGZ-professionals kennis en vaardigheden om gezond slaapgedrag te stimuleren en slaapproblemen te voorkomen, en bij bestaande slaapproblemen ouders/verzorgers en jeugdigen te begeleiden of te behandelen. Het bevat adviezen, gebaseerd op wetenschappelijke evidentie en consensus, waar JGZ-professionals en hun patiënten mee uit de voeten kunnen.
Voor deze richtlijn is de standaard herzieningstermijn van vijf jaar van toepassing.
1.2 Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn omvat 4 modules:
- De Kennismodule is een introductie op het onderwerp “Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen” voor professionals in de jeugdgezondheidszorg.
- Module ‘Preventie en signaleren’ beschrijft welke adviezen JGZ-professionals aan ouders/verzorgers en jeugdigen kunnen geven in het kader van preventie van slaapproblemen. In deze module wordt ook het signaleren van slaapproblemen door JGZ-professionals beschreven.
- Module ‘Samenwerken en verwijzen’ gaat in op de samenwerking tussen JGZ-professionals en andere zorgverleners en instanties rondom slaapproblemen.
- Module ‘Begeleiden’ beschrijft welke adviezen JGZ-professionals kunnen geven in het kader van behandeling van slaapproblemen en hoe ze ouders/verzorgers en jeugdigen bij slaapproblemen kunnen begeleiden.
1.3 Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bedoeld voor gebruik door JGZ-professionals. JGZ-professionals zijn jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en doktersassistenten.
Deze richtlijn is van toepassing op (aanstaande) ouders en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar.
1.4 Afstemming
Deze richtlijn sluit aan bij de volgende JGZ-richtlijnen:
- JGZ-richtlijn Excessief huilen
- JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning
- JGZ-richtlijn Ouder-kind relatie
- JGZ-richtlijn Overgewicht
- JGZ-richtlijn ADHD
- JGZ-richtlijn Wiegendood
- JGZ-richtlijn Depressie
- JGZ-richtlijn Huidafwijkingen
- JGZ-richtlijn Zindelijkheid
2 Kennismodule
De kennismodule van deze richtlijn geeft achtergrondinformatie over o.a. wat normaal slaapgedrag is bij kinderen op verschillende leeftijden en ontwikkelingsfases, risico- en beschermende factoren voor slaapproblemen en de gevolgen van slaapproblemen voor het kind, de ouders en het gezin.
De kernpunten vormen de samenvatting van de belangrijkste informatie.
Kernpunten
- Slaap is een normale, periodiek optredende toestand van rust, die gepaard gaat met een verlaging van het bewustzijn, waarbij het lichaam en de geest tot rust komen. Wat normaal slaapgedrag is, is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het kind.
- Vanaf ongeveer de leeftijd van 5 jaar lijkt de slaapopbouw van kinderen steeds meer op die van volwassenen (op basis van het aantal en de duur van slaapfases in een slaapcyclus).
- Slaapproblemen komen voor bij 25-30% van de 2-6 jarigen en 20% van de adolescenten.
- De grens tussen een slaapprobleem en een slaapstoornis is moeilijk scherp te definiëren. Beter is een spectrum voor te stellen van gezonde slaap tot slaapstoornissen. Slaapproblemen kunnen als zij in ernst, frequentie en/of duur toenemen, overgaan in een slaapstoornis.
- Er zijn veel mogelijke risicofactoren voor het ontstaan van slaapproblemen, waaronder onvoldoende of slechte slaaphygiëne, overprikkeling voor het slapengaan en stress bij het kind. Daarnaast zijn er ook ouderlijke en omgevingsfactoren, zoals prenataal roken en alcoholgebruik en een stressvolle thuissituatie.
- Factoren zoals een consistente bedtijd routine, vaste en door ouders ingestelde bedtijden en dagelijks lichaamsbeweging hebben een beschermend effect op de slaap van kinderen.
- Slaapproblemen kunnen ongunstige gevolgen hebben, zowel voor kinderen als voor hun ouders.
2.1 Uitgangsvragen
- Wat is de definitie van gezonde slaap?
- Wat zijn slaapproblemen?
- Wat is de differentiaaldiagnose bij slaapproblemen?
- Wat zijn risicofactoren en beschermende factoren voor slaapproblemen?
- Met welke diversiteitsaspecten moeten JGZ-professionals rekening houden bij het onderwerp slapen?
- Wat is bekend over de gevolgen van slaapproblemen voor kind, ouder(s) en gezin?
2.2 Begrippen
Normaal slaapgedrag
Slaap is een normale, periodiek optredende toestand van rust, die gepaard gaat met een verlaging van het bewustzijn, waarbij het lichaam en de geest tot rust komen. Wat normaal slaapgedrag is, is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het kind. Deze module geeft een overzicht van de ontwikkeling in het slaapgedrag van baby’s tot en met adolescenten.
Slaapopbouw
Slaap bestaat uit verschillende fasen en is gericht op lichamelijk en mentaal herstel. Bij pasgeboren baby’s zijn er twee slaapfases te onderscheiden (REM- en non-REM slaap), bij oudere kinderen is dat anders [32]. Vanaf de leeftijd van ongeveer 5 jaar lijkt de slaapopbouw van kinderen steeds meer op die van volwassenen (op basis van het aantal en de duur van slaapfases in een slaapcyclus) [25]:
- REM-slaap (Rapid Eye Movement, actieve slaap). Tijdens de REM-slaap wordt het meest en het levendigst gedroomd en hoewel de spieren in het lichaam volledig ontspannen zijn, bewegen de ogen heen en weer (vandaar de naam “Rapid Eye Movement”).
- Non-REM slaap, onder te verdelen in:
- Lichte non-REM slaap (fase 1 en 2)
- Diepe non-REM slaap (fase 3).
Tijdens de slaap wisselen deze fases elkaar af: van lichte non-REM slaap, naar diepe non-REM slaap, en vervolgens de REM-slaap. Dan begint de volgende slaapcyclus of wordt de persoon wakker (zie Figuur 1). Het is normaal dat kinderen en volwassenen tussen slaapcycli enkele malen per nacht kort wakker worden, maar dat meestal niet opmerken. Een persoon doorloopt meerdere slaapcycli per slaapperiode. De slaapcyclus van een baby duurt 45 minuten en wordt langer naarmate het kind ouder wordt [73]. Vanaf 5 jaar is de slaapcyclus ongeveer anderhalf uur, zoals bij een volwassene [25]. Aan het begin van de nacht bevatten slaapcycli meer diepe non-REM slaap, terwijl aan het eind van de nacht meer lichte non-REM slaap en REM-slaap.
Figuur 1 – Voorbeeld van de slaapopbouw van een kind (van ongeveer 5 jaar oud) per nacht. De lijn geeft aan in welk slaapfase het kind zich bevindt en de tijd die in de verschillende fases doorgebracht wordt. Elk sterretje illustreert in dit voorbeeld een moment van wakker worden na een periode van REM-slaap (aangepast van [93]).
Slaapopbouw bij baby’s (0-6 maanden)
Al gedurende de zwangerschap begint de foetus een slaap-waakritme te ontwikkelen, dat de basis voor het slaappatroon vormt. Deze ontwikkeling wordt gestuurd door de opkomst van een biologische klok die al in de 18e week van de zwangerschap gevormd wordt door voedings- en hormonale stimuli van de moeder [29]. Een week na de geboorte heeft melatonine van de moeder geen invloed meer op de melatonineconcentraties van de baby. De slaap-waakcyclus van een pasgeborene kent geen dag-en-nachtritme, maar is ongeveer gelijk verdeeld over 24 uur (zie Figuur 2). Na 9 tot 12 weken leeftijd (ongeacht de zwangerschapsduur) ontwikkelen baby’s hun eigen ritmische melatonineproductie, die dan nog heel laag is, maar rond de 6 maanden een stabiel onderdeel van de slaap-waakcyclus wordt [9]. Na 3 maanden ontwikkelen baby’s ook steeds meer zelfregulatie wat tot verdere stabilisatie van het slaappatroon leidt.
Figuur 2 – Ontwikkeling van een dag-nachtritme op verschillende leeftijden [94]. De lijn staat voor de verschillende slaap- en waakperiodes gedurende 24 uur: Onder het zwarte vlak is het kind in slaap, boven het zwarte vlak is het kind wakker. De kleine schommelingen in de lijn symboliseren de verschillende slaapfases (afwisselend diepe en oppervlakkige slaap) en waakfases (afwisselend periodes van alertheid en van verminderde concentratie).
De slaapcyclus van een baby begint met de actieve slaap, dit is het equivalent van de REM-slaap bij volwassenen. In deze slaapfase kunnen baby’s bewegen, lachen of zelfs geluidjes maken en ademen zij snel en onregelmatig. Snelle oogbewegingen treden regelmatig op. In dit stadium slapen baby’s vrij licht, en vertonen ze meer actief gedrag dan volwassenen tijdens het slapen (ogen gaan soms half open, baby beweegt of maakt geluid). Baby’s kunnen in de actieve fase soms bijna wakker lijken. Hierdoor kan het voor ouders soms lastig zijn om te herkennen of hun baby al uitgeslapen is of nog verder zal slapen.
Ongeveer halverwege de slaapcyclus gaat de actieve slaap over in de stille slaap. Tijdens de stille slaap beweegt de baby nauwelijks. De ademhaling is rustig en regelmatig. Baby’s in stille slaap worden minder snel wakker door geluid en andere omgevingsfactoren. Na afloop van de stille slaap, dat tevens het einde is van de slaapcyclus, wordt een baby wakker, of begint de slaapcyclus weer opnieuw.
Slaapopbouw bij kinderen (van 6 maanden en ouder)
Naarmate baby’s ouder worden, gaat de stille slaap steeds meer over in de non-REM slaap. Dit begint rond de leeftijd van 6 maanden [32]. In de loop van het eerste levensjaar komt een dag-en-nachtritme geleidelijk op gang. Daarnaast wordt een slaapcyclus steeds langer en brengen kinderen relatief minder tijd door in de actieve slaap of REM-slaap.
Slaapritme en de biologische klok
De slaap-waakregulatie wordt vaak beschreven volgens het Drie-processenmodel [6] (Figuur 3). Dit model beschrijft hoe slaap en waak worden bepaald door de samenwerking van drie onderling onafhankelijke processen:
1. Proces S, de homeostatische slaapdruk. De homeostatische slaapdruk houdt in dat de neiging tot inslapen stijgt naarmate men langer wakker is en meer actief is, en deze daalt na voldoende slaap.
2. Proces S’, herstel/ontspanning. Bij het begin van de slaap wordt proces S aangeduid met S′ om het omgekeerde proces (herstel tijdens de slaap) weer te geven – dat in eerste instantie snel verloopt en vervolgens afvlakt naarmate de slaap voortduurt.
3. Proces C, de circadiane ritme of biologische klok. De circadiane ritme beïnvloedt de slaap zodat ’s nachts de behoefte toeneemt om te slapen en overdag de behoefte toeneemt om wakker te zijn. Dit wordt ook wel het dag-nachtritme genoemd. Het dag-nachtritme wordt bepaald door: a) interne processen en b) omgevingsinvloeden.
Figuur 3 – Drie-processenmodel van waakzaamheid (aangepast van [6]). Proces S staat voor de homeostatische slaapdruk, Proces S’ staat voor herstel/ ontspanning tijdens de slaap en Proces C staat voor de circadiane slaapdruk.
Het interne dag-nachtritme duurt ongeveer 24 uur. Onder invloed van met name licht wordt de biologische klok gesynchroniseerd met het ritme van de 24 uursdag, en met bijvoorbeeld de tijdzone of het klimaat waarin je je bevindt.
Omgevingsinvloeden
Van de omgevingsinvloeden die het dag-nachtritme beïnvloeden is licht de belangrijkste [74]. Licht geeft via een zenuwbaan die door de oogzenuw loopt, de tractus retinohypothalamicus, een signaal aan de nucleus suprachiasmaticus ofwel biologische klok (zie figuur 4). Deze geeft signalen door aan andere kernen in de hypothalamus, en samenhangende klieren voor productie van de hormonen cortisol en melatonine. Deze hormonen spelen een belangrijke rol in de regulering van slapen en wakker zijn.
Cortisol, ook wel het stresshormoon genoemd, maakt je wakker en actief. Cortisolniveaus zijn het hoogst in de ochtend, en dalen naarmate de dag vordert. Melatonine, het hormoon dat het lichaam op de nacht voorbereidt, wordt gemaakt in de avond en nacht. De melatonineproductie wordt geremd door licht, waaronder ook het blauwe licht van schermen [95].
Het melatonineniveau is overdag dan ook laag en begint te stijgen in de avond, als vanuit de biologische klok de nacht wordt ingezet. Het melatonineniveau piekt in het midden van de nacht, en daalt daarna weer.
Figuur 4 – Invloed van licht op de biologische klok. De aanwezigheid van licht geeft via het oog (retina) en de tractus retinohypothalamicus (een zenuwbaan die door de oogzenuw (nervus opticus) loopt) een signaal af aan de biologische klok (nucleus suprachiasmaticus). Via de hypothalamus, de hypofyse (niet afgebeeld) en de epifyse wordt de aanmaak van melatonine en cortisol beïnvloed, wat vervolgens weer signalen zijn voor de rest van het lichaam [1].
2.3 Normaal slaapgedrag
Naarmate een kind ouder wordt, neemt de behoefte aan slaap af en verschuift het slaapwaakritme. Er zijn veel onderzoeken gedaan die de gemiddelde slaapduur met standaarddeviaties per leeftijd beschrijven. Deze slaapduur is overigens geen aanbeveling; het zijn gemiddelden [72]. Slaapgedrag en slaapduur van kinderen zijn afhankelijk van veel factoren, onder andere leeftijd en ontwikkelingsniveau. Voor ouders en jeugdigen zelf is het belangrijk om te weten dat er een grote variatie in slaapduur bestaat, zowel tussen kinderen (Tabel 1), als binnen hetzelfde kind op verschillende momenten. Daardoor kan ook een groot verschil in de slaapduur bij kinderen binnen één gezin worden opgemerkt.
Een bepaalde bed- en wakkertijd kan voor het ene kind leiden tot een te korte slaapduur, en voor het andere tot een te lange, afhankelijk van de individuele slaapbehoefte. Voor ouders is het belangrijk de vermoeidheidssignalen bij baby’s en kinderen te herkennen en hierop te letten. Een vermoeide of slaperige baby kijkt steeds vaker weg van waar die mee bezig is, zoekt om zich heen, begint te pruttelen, wrijft aan de oren en ogen, gaapt of slaakt een diepe zucht [63]. Sommige baby’s maken steeds meer geluid of raken opgewonden, en krijgen rode wangen. Een kind krijgt waarschijnlijk voldoende slaap, wanneer:
- het door de week ’s ochtends spontaan wakker wordt;
- het in weekeinden en vakanties niet veel later wakker wordt dan door de week (mits het de avond ervoor niet heel veel later naar bed is gegaan);
- wanneer het binnen een half uur na het opstaan trek heeft in ontbijt.
Het zegt niet altijd veel als het kind overdag (geen) behoefte aan slaap lijkt te hebben. Jongere kinderen die te weinig slapen, zijn lang niet altijd slaperiger. Soms zijn ze vooral drukker [13].
Tabel 1 – Gemiddelde slaapduur en aantal keren wakker worden voor kinderen van 0-16 jaar (Nederlandse cijfers gebruikt indien beschikbaar)
| Leeftijd | Gemiddelde slaapduur (range) in uren per 24 uur |
Gemiddeld aantal keer ’s nachts wakker worden (range) [71] |
|
≈ 3 maanden |
14,6 (6-22) [49] |
2,2 (0-15)* |
|
≈ 6 maanden |
15 (6-21) [49] |
2,5 (0-15)* |
|
≈ 8 maanden |
13,3 (8-21) [71]* |
2,4 (0-21,5)* |
|
≈ 12 maanden |
12,8 (6,5-16) [71]* |
1,8 (0-13,5)* |
|
≈ 18 maanden |
12,3 (8-16) [71]* |
1,1 (0-11)* |
|
≈ 2 jaar |
13,4 (6,4-19) [49] |
0,9 (0-6)* |
|
≈ 3 jaar |
12,6 (8,5-20) [49] |
Geen cijfers bekend |
| ≈ 4-8 jaar oud (SD) |
10,7 (10,1-11,3) [10] |
Geen cijfers bekend |
|
≈ 9-13 jaar oud (SD) |
10,2 (9,5-10,8) [10] |
Geen cijfers bekend |
| ≈ 14 – 16 jaar oud (SD) |
8,2 (7,7-8,7) [12] |
Geen cijfers bekend |
* Cijfers uit internationale literatuur, geen Nederlandse gegevens beschikbaar
Pasgeboren baby (0-6 maanden)
Een pasgeboren baby slaapt veel overdag en ’s nachts. Gemiddeld zo’n 14 uur (spreiding, 6–20,5 uur) per 24 uur (zie Tabel 1) [49]. Doordat een pasgeboren baby vaak voeding nodig heeft, slaapt een baby niet lang achter elkaar door. Door het ontstaan van een dag-/nachtpatroon en een betere zelfregulatie rond de leeftijd van 3 maanden kunnen baby’s makkelijker in slaap vallen en langer doorslapen, vooral ’s nachts. Uit een Fins onderzoek blijkt dat de helft van de baby’s op de leeftijd van 3 maanden nog niet in slaap valt zonder de aanwezigheid van de ouder en de meerderheid nog niet doorslaapt (gedefinieerd als ononderbroken slapen tussen 00:00 en 06:00 uur) [71]. Volgens de Veilig Slapen monitor uit 2022/2023 slapen ’s nachts de helft van de baby’s (tot 6 maanden oud) in Nederland in een eigen bedje in de slaapkamer van de ouders [40].
Er zijn geen onderbouwde gegevens bekend over wat normale wakkertijden zijn bij baby’s, daarom is het juist belangrijk om goed op de signalen van vermoeidheid bij een baby te letten (zie begin paragraaf ‘Normaal slaapgedrag’).
Baby’s, peuters en kleuters (6 maanden – 4 jaar)
Langzaam aan leren veel kinderen ’s nachts doorslapen en ontstaat er overdag een regelmatiger slaappatroon. Vanaf ongeveer 9 maanden worden kinderen echter ook eenkennig [66] en leren een actie-reactiepatroon te herkennen tussen hun gedrag en het gedrag van ouders rondom bedtijd. Uit het Finse onderzoek blijkt ook dat rond de leeftijd van anderhalf jaar, een derde van de kinderen (36,1%) ’s nachts wakker wordt, en heeft 22% de aandacht van hun ouders/ verzorgers nodig om in slaap te vallen [71].
Kinderen (4 jaar – 12 jaar)
De gemiddelde totale slaapduur neemt af met de leeftijd. Uit Nederlands onderzoek bij schoolgaande kinderen (6-12 jaar oud) blijkt dat kinderen in Nederland gemiddeld om 20:30 uur naar bed gaan, en om 7:16 uur opstaan (Figuur 5) [80][44]. Op deze leeftijd slapen de meeste kinderen doordeweeks en in het weekend ongeveer even lang [26]. Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat bij een derde van de kinderen de tijd van in slaap vallen en opstaan in het weekend meer dan 40 minuten later is [10].
Adolescenten (vanaf 12 jaar)
Tijdens de adolescentie verschuift het slaapritme met ongeveer twee tot drie uur [20]. Dit hoort bij de leeftijd. Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze steeds later naar bed, met een gemiddelde bedtijd rond 23:00 uur op de leeftijd van 13-18 jaar (Figuur 5) [80][24][44]. Deze verschuiving in het circadiaans ritme is ook te zien in het tijdstip waarop ze ’s ochtends wakker worden, vooral in het weekend worden adolescenten gemiddeld 1,5 uur later wakker dan jongere kinderen [26].
Figuur 5 – Gemiddelde bed- en wakkertijden per leeftijd [44].
2.4 Epidemiologie slaapproblemen
In deze paragraaf onderscheiden we slaapproblemen, d.w.z. ouders of kinderen ervaren zelf het slapen (of gebrek daaraan) als een probleem, en slaapstoornissen, d.w.z. een slaapstoornis volgens een bepaalde definitie (zie ook ‘Differentiaal diagnose slaapproblemen en slaapstoornissen’). In tabel 2 wordt de prevalentie van slaapproblemen bij kinderen weergegeven (gerapporteerd door ouders of door de kinderen zelf). Er zijn Nederlandse cijfers gebruikt waar beschikbaar. Veel slaapproblemen bij jonge kinderen zijn van voorbijgaande aard, maar ongeveer een kwart van de slaapproblemen blijft bestaan tot in de adolescentie [43][90].
Tabel 2 – Prevalentie van slaapproblemen per leeftijd.
|
Leeftijd |
Prevalentie |
Toelichting |
Bron |
| Baby’s (0-6 mnd) |
26% |
Door ouders ervaren slaapproblemen | [30] |
| 12 mnd- 24 mnd |
27% |
Door ouders ervaren slaapproblemen | [30] |
| Peuters |
~19% |
Speculatie op basis van door ouders ervaren slaapproblemen (in internationale literatuur) | [16]* |
| Kleuters |
10% |
Door ouders ervaren moeite met in slaap vallen (gedurende ≥30 min) en ’s nachts wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen | [44] |
| 6-12 jaar |
25% |
Zelf ervaren slaapproblemen | [84] |
|
Adolescenten (12-18 jaar) |
~20% |
Zelf ervaren slaapproblemen | [43][90] |
* Cijfers uit internationale literatuur, geen Nederlandse gegevens beschikbaar
2.5 Differentiaal diagnose slaapproblemen en slaapstoornissen
In de “International classification of sleep disorders” (ICSD-3) worden verschillende slaapstoornissen onderscheiden (zie tabel 3 – Korte omschrijving van de meest voorkomende slaapstoornissen (ICSD-3) bij kinderen en suggesties voor te ondernemen acties). Veel kinderen hebben geen slaapstoornis volgens deze definities, maar de ouders ervaren het slapen van het kind toch als een probleem. Bij een slaapstoornis kan verwijzing naar een expert nodig zijn (zie module ‘Samenwerken en verwijzen’). Bij problemen die ouders ervaren met het slapen van hun kind kan de JGZ zelf ondersteuning bieden (zie module ‘Begeleiden’).
De grens tussen een slaapprobleem en een slaapstoornis is moeilijk scherp te definiëren. Beter is een spectrum voor te stellen van gezonde slaap tot slaapstoornissen. Slaapproblemen, boven de leeftijd van 6 maanden kunnen als zij in ernst, frequentie en/of duur toenemen, overgaan in een slaapstoornis. Voor de JGZ-professional is het belangrijk op de hoogte te zijn van de verschillende slaapstoornissen om deze te kunnen herkennen, maar het is niet de taak van de JGZ om deze stoornissen te diagnosticeren. In Tabel 3 zijn de meest voorkomende slaapstoornissen bij kinderen beschreven samen met suggesties voor te ondernemen (verwijs)acties.
Er is in Nederland geen voor de JGZ bruikbaar en wetenschappelijk onderbouwd en gevalideerd screeningsinstrument om slaapproblemen van slaapstoornissen te onderscheiden.
Tabel 3 – Korte omschrijving van de meest voorkomende slaapstoornissen (ICSD-3) bij kinderen en suggesties voor te ondernemen acties*.
| Stoornis | Korte omschrijving stoornis | Te ondernemen actie bij een vermoeden |
| Chronische insomnie |
Chronische insomnie wordt gedefinieerd als moeite hebben met in slaap vallen, ’s nachts wakker worden, of te vroeg wakker worden. In de praktijk betekent dit dat kinderen moeite hebben om in slaap te vallen (zonder hulp van een ouder), 's nachts vaak wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen (zonder hulp van een ouder) of eerder wakker worden dan gewenst. Daarnaast zijn er vaak gevolgen overdag zoals vermoeidheid of gedragsproblemen bij het kind. De oorzaak van chronische insomnie bij kinderen kan aan veel verschillende factoren liggen, zoals een slechte slaaphygiëne, stress in het gezin, fysieke problemen, ouder-kind interacties etc. [69]. Daarom is een grondige anamnese essentieel. Dit stelt zorgprofessionals in staat om de mogelijke oorzaken van het slaapprobleem te bepalen en de meest geschikte aanpak te kiezen. Met chronisch wordt bedoeld: minstens drie maanden lang, gedurende minstens drie nachten per week zijn er problemen met (zelfstandig) inslapen (langer dan 30 min.), (zelfstandig) doorslapen (meer dan drie keer per nacht wakker worden of het opnieuw in slaap vallen duurt langer dan 30 min.), te vroeg wakker worden (minimaal 30 min. vroeger dan de geplande wektijd) en/of het kind voelt zich niet voldoende uitgeslapen, terwijl er wel voldoende tijd was om te slapen. De slaapproblemen veroorzaken problemen in het dagelijks functioneren en worden niet veroorzaakt door andere (slaap)stoornissen, of externe factoren (bijvoorbeeld middelengebruik). |
Bij vermoeden van een chronische insomnie kan in principe gestart worden met een interventie in de JGZ, zie module ‘Begeleiden’. Indien deze na een maand nog geen effect heeft, dan kan er doorverwezen worden (afhankelijk van de oorzaak) naar een kinderarts, slaapoefentherapeut, sensorisch informatieverwerkingstherapeut (SI-therapeut), pedagogische ondersteuner, jeugdzorg, GGZ, revalidatie, VB-instellingen1 of een specialist in een slaapcentrum. 1VB‑instellingen zijn organisaties die zorg, begeleiding, behandeling of onderwijs bieden aan mensen met een verstandelijke beperking. Bij kinderen met meervoudige problematiek is mogelijk intensieve behandeling nodig – afhankelijk van de oorzaak en de bijkomende problematiek verwijs naar GGZ, VG-instelling2, revalidatie, kinderarts, kinderneuroloog of een slaapcentrum. 2VG‑instellingen zijn organisaties die zorg, begeleiding, behandeling en/of ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke gehandicap, vaak in combinatie met andere beperkingen (zoals lichamelijke of zintuiglijke beperkingen). |
| Slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen (sleep disordered breathing (SDB)). |
Slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen zijn bijvoorbeeld snurken en het Obstructieve Slaapapneu Syndroom (OSAS). Snurken komt bij ongeveer één op de tien kinderen voor en is op zichzelf meestal geen probleem. Snurken kan worden verklaard door vergrote keel- en/of neusamandelen. Andere oorzaken kunnen een afwijkende anatomie van het KNO-gebied en hypotonie zijn. Bij OSAS is er een obstructie van de ademhaling (ademstilstand of verminderde ademhaling) tijdens de slaap die invloed heeft op de slaapkwaliteit. Tijdens de ademstilstanden of verminderde ademhalingen, heeft een kind wel een prikkel om adem te halen, maar het inademen wordt belemmerd door een obstructie in de keel. Tijdens de slaap ontspannen de spieren. Daardoor kunnen de tong en de zachte delen van het verhemelte in de keel de luchtweg blokkeren. Het is belangrijk op te merken dat bij OSAS in principe geen gevaar bestaat voor verstikking. De hersenen geven een alarmsignaal af zodat de snurker minder diep gaat slapen of wakker wordt. |
Bij vermoeden van slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen volg de multidisciplinaire CBO-richtlijn: ‘OSAS bij kinderen’. |
| Primaire hypersomnieën |
Bij hypersomnie of hypersomnia gaat het om dagelijks terugkerende perioden van overmatige slaperigheid. Een voorbeeld van een hypersomnie is narcolepsie. Bij narcolepsie komt ongewenst in slaap vallen overdag voor, ondanks een voldoende lange nachtslaap. Andere kenmerken van narcolepsie zijn levensechte dromen, hypnagoge hallucinaties, plotselinge gewichtstoename of spierverslappingen bij emoties. Een zeer zeldzame slaapstoornis is het Kleine-Levin syndroom. Dit syndroom kenmerkt zich door plotselinge, zich herhalende episoden van hypersomnie met cognitieve en gedragsstoornissen [78]. |
Bij vermoeden van primaire hypersomnie laagdrempelig verwijzen naar kinderarts-somnoloog, kinderneuroloog-somnoloog of een slaapcentrum. |
| Circadiane ritmestoornissen |
Bij circadiane ritmestoornissen vindt de aandrijving van het slaap-waakritme door de biologische klok te vroeg of te laat plaats vergeleken met het gewenste ritme. Wanneer een kind de kans heeft om in zijn eigen ritme te slapen, zoals tijdens vakanties, ervaart hij/zij over het algemeen géén klachten. Bij de helft van de kinderen met ADHD is de melatonineproductie gemiddeld één tot anderhalf uur later dan normaal. Het 24 uurs patroon van de melatonineconcentratie wordt beschouwd als de gouden standaard voor het meten van de fase van de biologische klok en kan daarom ingezet worden in de diagnostiek van deze slaapstoornissen. |
Bij vermoeden van een circadiane ritmestoornis kan in principe gestart worden met een gedragsmatige aanpak in de JGZ (zie module ‘Begeleiden’). Bij hardnekkige circadiane ritmestoornissen en problemen met in slaap vallen kan een behandeling met lichttherapie (zie module ‘Begeleiden’), eventueel aangevuld met melatonine mogelijk effectief zijn. Melatonine wordt alleen geadviseerd onder begeleiding van een getrainde JGZ-professional met de juiste ervaring. Zie ook Aanbevelingen voor het juist gebruik van melatonine in de klinische praktijk Indien deze na een maand nog geen effect heeft, dan doorverwijzen naar een kinderarts of een specialist in een slaapcentrum |
| Parasomnieën |
Nachtmerries (REM-parasomnieën) komen voor tijdens de REM-slaap, met name tijdens de 2e helft van de nacht.
|
Bij nachtmerries, kan gestart worden met een interventie in de JGZ (zie module ‘Begeleiden’). Bij twijfel over de diagnose, dan doorverwijzen naar een kinderarts of een specialist in een slaapcentrum. Bij onvoldoende effect van de interventie in de JGZ en grote impact van de nachtmerries , doorverwijzen naar de GGZ voor aanvullende behandeling. Parasomnieën zijn niet schadelijk en gaan in veel gevallen vanzelf over, maar kunnen geluxeerd worden door slaapverstoorders zoals bijvoorbeeld obstructief slaapapneu. Van belang dat hier in de anamnese aandacht voor is. Raadpleeg de JGZ-richtlijn ‘Angst’ indien er een vermoeden bestaat dat een trauma de oorzaak is van de nachtmerries. |
| Non-REM parasomnieën, zoals slaapwandelen en nachtangsten (sleep terrors, pavor nocturnus) ontstaan door een gedeeltelijk wakker worden uit diepe slaap en komen met name tijdens de 1e helft van de nacht voor. | Bij slaapwandelen is het van belang ouders te laten weten dat dit in principe niet gevaarlijk is, maar dat zij wel moeten zorgen dat het kind niet in een onveilige situatie terecht kan komen (bijv. van de trap vallen). | |
| Nachtsangsten (sleep terrors, pavor nocturnus) komen voor bij 1 tot 6,5% van de kinderen, meestal tussen de 4 en 12 jaar, met een piek tussen de 5 en 7 jaar [149]. Kinderen worden plotseling angstig en overstuur wakker. Het lijkt alsof ze wakker zijn omdat ze hun ogen vaak open hebben, maar dat zijn ze niet. Nachtangst is niet hetzelfde als een nachtmerrie. Het kind kan zich meestal geen nare droom herinneren. Bij een nachtmerrie is dat wel het geval. |
Ook bij sleep terrors/pavor nocturnus is het belangrijk om ouders gerust te stellen, omdat het er voor ouders uitziet alsof hun kind ergens van overstuur is geraakt. Het kind merkt er echter niets van en kan zich er niets van herinneren. Als ouders het kind tijdens de sleep terrors/ pavor nocturnus willen troosten, weert het kind hen vaak af en is er nauwelijks contact mogelijk. Hoewel het niet ernstig is en naarmate het kind ouder wordt vanzelf overgaat, kunnen sleep terrors/ pavor nocturnus soms worden voorkomen door het kind een kwartier voordat de sleep terrors optreden wakker te maken. Bij sleep terrors kan naast uitleg ook gestart worden met een gedragsmatige aanpak, met optimalisatie van de slaaphygiëne. |
|
| Slaapgebonden bewegingsstoornissen | Rusteloze benen-syndroom, in het Engels “Restless legs syndroom” (RLS): RLS is een neurologische toestand. Een pijnlijk, brandend of kriebelend gevoel in de benen dat optreedt in rust, met name bij het in slaap vallen, hetgeen problemen met inslapen kan veroorzaken. Er is nog weinig bekend over deze aandoening bij kinderen, maar onderzoek wijst erop dat er bij 2-6% van de kinderen mogelijk sprake is van RLS. Ook lijkt een ijzertekort te maken te hebben met het ontstaan van RLS. Bij kinderen wordt dit mogelijk nog ondergediagnosticeerd en verward met groeipijnen. Bij chronische groeipijn in combinatie met problemen met inslapen, is het mogelijk dat hier een RLS aan ten grondslag ligt. In 2013 verschenen er op consensus gebaseerde diagnostische criteria door de internationale RLS-studiegroep. |
Bij vermoeden van een RLS dient verwezen te worden naar een kinderneuroloog of een specialist in een slaapcentrum.
|
| Periodieke bewegingsstoornis van de ledematen, in het Engels “Periodic Limb Movement Disorder” (PLMD): PLMD is een stoornis waarbij kinderen ’s nachts de benen of armen regelmatig, kortdurend en plotseling bewegen, wat gepaard gaat met kort wakker worden. Kinderen zijn zich niet bewust van het bewegen, maar doordat ze op dat moment ook kort wakker worden, kan het zijn dat ze minder uitgerust raken. Bij periodieke bewegingen van de ledematen ’s nachts, in combinatie met vermoeidheid overdag, kan het duiden op PLMD. Het komt vaak samen met RLS voor. Net als bij RLS lijkt een ijzertekort te maken te hebben met het ontstaan van PLMD. | Bij vermoeden van een PLMD dient verwezen te worden naar een kinderneuroloog of een specialist in een slaapcentrum. | |
| Tandenknarsen (Bruxisme) kan een gevolg van spanning of stress zijn. |
Een kind hoeft in principe niet behandeld te worden voor bruxisme, omdat het probleem meestal vanzelf vermindert en niet schadelijk is. Indien het tandenknarsen veelvuldig en langdurig voorkomt, kan schade aan de tanden ontstaan. Adviseer ouders in dat geval om een afspraak te maken met een tandarts of een orofaciaal fysiotherapeut. Ook kan het tandenknarsen verminderen door spanning bij het kind te verminderen. |
|
|
Hoofdbonken (Jactatio capitis) komt vaak voor bij jonge kinderen, met name tijdens het inslapen en bij kinderen met ontwikkelingsstoornissen en kan verschillende oorzakken hebben [69][165]. Het gaat om ritmische, stereotiepe bewegingen in de overgang van waken naar slapen. Het komt bij 20% van de gezonde kinderen voor en het wordt door hen als prettig ervaren. Naast hoofdbonken (start ~9 maanden), kan ook hoofdrollen (start ~10 maanden), “body rolling” of “body rocking” (start ~6 maanden) voorkomen, alleen, of in combinatie [69]. Naast het geluid dat de bewegingen veroorzaken, maken veel kinderen ook monotone geluiden bij de bewegingen, die voor veel overlast kunnen zorgen.
|
Een kind hoeft niet behandeld te worden tegen het hoofdbonken, het gedrag verdwijnt vanzelf weer. Omdat hoofdbonken op ouders beangstigend kan overkomen is het belangrijk gedegen voorlichting te geven. Hoofdbonken kan verergeren door spanningen. Het verminderen van spanning kan ervoor zorgen dat het hoofdbonken afneemt. Hoofdbonken kan verergeren in geval van slapeloosheid. Aandacht voor slaaphygiëne is dan belangrijk (zie module ‘Begeleiden’). Bij langdurig hoofdbonken en klachten van vermoeidheid overdag kan doorverwijzing nodig zijn naar een kinderarts of slaapcentrum. Bij tekenen van stress of psychologische problemen verwijzen naar de GGZ. Als het kind zichzelf bezeert door het bonken, of het bonken gaat er erg heftig aan toe, kunnen ouders maatregelen treffen om te zorgen dat het kind zich geen pijn kan doen. Bespreek met ouders dat het kind zich geen pijn doet bij het hoofdbonken. Overleg met ouders wat hierbij, met inachtneming van de adviezen voor veilig slapen, de beste oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan een campingbedje, waar in het kader van veilig slapen geen matras van een ledikant in gelegd mag worden, maar wel het matras dat hoort bij het campingbedje. Zorg ervoor dat vooral geen koordjes of losliggende kussens worden gebruikt, in verband met het gevaar van verstikking. Bij het optreden van verwondingen, spreek je niet meer van hoofdbonken, maar van zelfverwondend gedrag. Een verwijzing naar de GGZ of VB-zorg is dan aangewezen. |
*Een uitgebreide omschrijving van verschillende slaapstoornissen is beschreven in de internationale classificatie van slaapstoornissen (ICSD-3) (American Academy of Sleep Medicine, 2014) en in de diagnostische en statistische handleiding van mentale stoornissen (DSM5) (American Psychiatric Association, 2013).
In tabel 4 wordt de verpleegkundige differentiaal diagnose van slaapproblemen weergegeven. Genoemd worden de titel van de diagnose zoals omschreven in het North American Nursing Diagnosis Association (NANDA) handboek (2021) [96], met daarachter de code van de diagnose.
Tabel 4 – De verpleegkundige differentiaal diagnose slaapproblemen. Genoemd worden de titel van de diagnose zoals omschreven in het handboek NANDA [96], met daarachter de code van de diagnose.
| Kind | Ouder/Gezin |
| Slapeloosheid (00095) | Kennistekort (00126) |
| Slaaptekort (00096) | Slaaptekort (00096) |
| Verstoord slaappatroon (00198) | Angst (00146) |
| Angst (00146) | Vermoeidheid (00093) |
| Overbelasting (00177) | Overbelasting (00177) |
| Risico op verstoorde hechting (00058) | Verstoorde gezinsprocessen (00060) |
| Verstoorde gezinscoping (00073) | |
| Ineffectieve planning van activiteiten (00199) | |
| Ineffectief gezondheids-onderhoud gedrag (00292) | |
| Risico op verminderde veerkracht (00211) | |
| Risico op machteloosheid (00152) | |
| Risico op geestelijke nood (00067) |
2.6 Risico- en beschermende factoren
Voor het opsporen en voorkomen van slaapproblemen en slaapstoornissen is het van belang om de risicofactoren goed te kennen. Inzicht in deze factoren kan helpen bij het identificeren van kinderen die mogelijkerwijs een groter risico lopen om slaapproblemen te ontwikkelen, zodat deze kinderen en hun ouders kunnen worden ondersteund door preventieve voorlichting over slaap (zie module ‘Preventie en signaleren’). Uiteraard betekent de aanwezigheid van één of meerdere factoren niet dat er dan altijd een slaapprobleem is of kan ontstaan. En ook andersom, de afwezigheid van deze factoren betekent niet dat er geen slaapprobleem is of zal optreden.
In tabel 5 worden de meest voorkomende risicofactoren voor het ontwikkelen van slaapproblemen beschreven die in de internationale literatuur naar voren komen en die JGZ-professionals zouden kunnen herkennen. Veel factoren hebben ook een bi-directionele relatie en kunnen zowel samenhangen met, als bijdragen aan slaapproblemen (zie ‘Lichamelijke problemen en psychische stoornissen die samenhangen met slaapproblemen’). Deze factoren worden uitgebreid beschreven in de kopjes “2.6.1 Bij het kind”, “2.6.2. Bij de ouders/verzorgers” en “2.6.3. Omgevingsfactoren”.
Tabel 5 – Meest voorkomende risico- en beschermende factoren voor het ontstaan van slaapproblemen.
| Risicofactoren | Beschermende factoren |
|
Bij het kind:
|
Bij het kind:
|
|
Bij de ouders/verzorgers:
|
Bij de ouders/verzorgers:
|
|
Omgeving:
|
2.6.1 Bij het kind
Risicofactoren
Onvoldoende of slechte slaaphygiëne
Een slechte slaaphygiëne is vaak de oorzaak van een slaapprobleem. Slaaphygiëne is een veelomvattend begrip dat verschillende gewoonten, gedragingen en omgevingsfactoren omvat die aan een regelmatige en gezonde nachtrust bijdragen. Het verbeteren van de slaaphygiëne kan leiden tot een verbetering van de slaap (zie module ‘Preventie en signaleren’).
Slaaphygiëne is belangrijk voor zowel jonge kinderen als adolescenten: dutjes overdag, onregelmatige slaappatronen, schermgebruik en stimulerende activiteiten (cognitief, sociaal of fysiek) kort voor het slapen gaan hebben een negatieve invloed op de slaapduur en -kwaliteit [23][68]. Hieronder volgt een uitwerking van enkele factoren die onder slaaphygiëne vallen:
(Beeld)schermgebruik
Een internationale meta-analyse toont aan dat langere schermtijd overdag en schermtijd voor het slapengaan gerelateerd zijn aan kortere slaapduur, vaker wakker worden 's nachts en een langere tijd om in slaap te vallen bij zuigelingen, peuters en kleuters [37].
Het gebruik van verschillende beeldscherm-toestellen is recentelijk toegenomen. Tegenwoordig gebruikt 72% van de baby’s en peuters (van 9 maanden tot en met 2 jaar), en 91% van de kinderen vanaf kleuterleeftijd in Nederland dagelijks beeldschermen [64]. Het gemiddelde gebruik varieert van 100 minuten (bij kinderen tussen 9 maanden en 6 jaar oud) tot vier uur (bij adolescenten tot 16 jaar oud) per dag [67].
Een rapport van het RIVM geeft aan dat kinderen en adolescenten die dagelijks of langdurig gebruik maken van schermen (computer, smartphone en/of tablet) tot 40 minuten korter slapen dan degenen die dit niet of minder vaak doen [88]. Adolescenten die dagelijks in het uur voor het slapen een scherm gebruiken, ervaren meer slaapgerelateerde klachten, zoals later in slaap vallen, kortere slaapduur en 's nachts wakker worden. Daarnaast rapporteren zij vaker symptomen van slaaptekort, zoals moeite met wakker blijven overdag.
In gezinnen met regels over de hoeveelheid (beeld)schermgebruik slapen adolescenten aanzienlijk langer dan in gezinnen zonder regels [24].
Er zijn drie mogelijke verklaringen waarom beeldschermgebruik gerelateerd is aan een korte slaapduur en slaapgerelateerde klachten [97]:
a. de duur van schermgebruik voor het naar bed gaan gaat direct ten koste van de slaapduur;
b. de schermen geven licht af, wat het circadiane ritme verstoort doordat melatonine te laat wordt aangemaakt, wat resulteert in moeite met in slaap vallen;
c. schermgebruik kan door een mentale, emotionele en psychische staat van arousal (verhoogde staat van alertheid) de slaap verstoren.
Cafeïneconsumptie
Volgens het Voedingscentrum krijgen kinderen (tot 13 jaar oud) dagelijks 14 milligram – 41 milligram cafeïne binnen en adolescenten ongeveer 70 à 80 mg [91]. Gemiddeld zit in een kopje koffie (=125 milliliter) ongeveer 60mg cafeïne en in een blikje energiedrank (=250 milliliter) rond de 80mg. Cafeïne-inname, waaronder door koffie, cola, energiedrankjes, thee (behalve kruidenthee), ijsthee, chocolade en chocolademelk is geassocieerd met een slechtere slaaproutine en ochtendvermoeidheid bij kinderen [92], en met latere bedtijden en kortere slaapduur bij adolescenten [50]. Het Voedingscentrum wijst erop dat rond 1,4 mg per kg lichaamsgewicht per dag bij kinderen tot slaapverstoringen kan leiden [150]. Adolescenten en kinderen denken dat het gebruik van energiedrankjes en koffie extra energie geeft en hen helpt om wakker te blijven. Zij zijn zich echter minder bewust van de negatieve effecten van cafeïne. De exacte richting van de relatie tussen cafeïne en slaap blijft onduidelijk: gebruiken adolescenten cafeïne omdat zij vermoeid zijn, of zijn zij vaker vermoeid omdat zij cafeïne gebruiken [70]?
Middelengebruik
Uit een systematische review blijkt dat roken tijdens de adolescentie samenhangt met slaapproblemen [45]. Deze problemen omvatten zowel recente als chronische moeilijkheden om in slaap te vallen, minder slaap per week, later in slaap vallen, en moeite met functioneren overdag. In Nederland heeft 7% van de adolescenten (12 tot 18 jaar) gerookt en 2% rookt dagelijks [43]. Internationale literatuur laat ook zien dat vapen onder adolescenten (13-18 jaar oud) samenhangt met onvoldoende slaapduur [151].
Alcoholgebruik is geassocieerd met een later slaap-waakschema bij adolescenten, wat met een toename van slaperigheid overdag samenhangt [45]. In Nederland rapporteert 34% van de adolescenten alcohol te drinken [43].
Marihuanagebruik door adolescenten is gerelateerd aan langere slaapduur in het weekend, en meer slaap per week, maar ook aan moeite met in slaap vallen en in slaap te blijven, en ochtendvermoeidheid [45]. In Nederland geeft 7% van de adolescenten aan cannabis te hebben gebruikt [43].
Er zijn geen studies gevonden die de effecten van andere middelen op het slaapgedrag van adolescenten onderzoeken. Mogelijk hebben andere middelen wel een associatie met het slaapgedrag, omdat dit blijkt uit onderzoek bij volwassenen. Bijvoorbeeld: na cocaïnegebruik was er een langere tijd om in slaap te vallen, een kortere totale slaaptijd en een verminderde REM-slaap [75]. Gebaseerd op cijfers van het Trimbos Instituut heeft 0,3% van de leerlingen van 12-16 jaar ervaring met heroïne, 1,1% met cocaïne en 1,9% met ecstasy [62].
Overprikkeling (voor het slapengaan)
Overprikkeling, en vooral vlak voor het slapengaan (door bijv. te veel actieve spelletjes, veel geluiden en/of te veel licht) is een risicofactor voor meer slaapproblemen, zoals latere bedtijden, langere tijd om in slaap te vallen en vaker ’s nachts wakker worden bij kinderen [35].
Stress
Hogere niveaus van stress zijn een mogelijke risicofactor voor slaapproblemen, waaronder langere tijd om in slaap te vallen en slechte slaapkwaliteit [51]. Vooral tijdens het schooljaar wordt een hoger stressniveau bij adolescenten vaak geassocieerd met een aanzienlijk kortere slaapduur [53].
Prematuriteit
Prematuur geboren kinderen vertonen vaker sensorische regulatieproblemen [166][167], die zich onder andere kunnen uiten in slaapproblemen. In vergelijking met voldragen baby's vertonen prematuren significante verschillen in het slaappatroon, zoals kortere slaapduur, verhoogde motorische activiteit tijdens het slapen en makkelijker wakker worden [168]. Er zijn aanwijzingen dat deze slaapproblematiek tot in de vroege adolescentie kan aanhouden [169] (zie ook JGZ-richtlijn ‘Te vroeg en/of small for gestational age (SGA) geboren kinderen') (wordt herzien, verwacht 2026).
Genetische aanleg
Volgens een internationale review van tweelingstudies en laboratorium studies is er een associatie tussen specifieke genen (BMAL1/Mop3, ABCC9) en de slaapduur overdag, ’s nachts, en het 's nachts wakker worden [48]. Een sterke invloed van de genetische factoren op de slaapduur ’s nachts werd bij kinderen van 6 maanden, 2,5 en 4 jaar oud geobserveerd.
Geneesmiddelengebruik
Sommige geneesmiddelen beïnvloeden de slaap. Gebruik van bepaalde geneesmiddelen kunnen leiden tot slechtere slaap of slaperigheid overdag, zoals medicatie die wordt voorgeschreven bij ADHD en astma [42][58], terwijl er andere geneesmiddelen zijn die juist voorgeschreven worden om slaapproblemen te behandelen [55].
Geslacht
De internationale literatuur geeft geen eenduidig beeld over sekseverschillen met betrekking tot slaapproblemen bij jonge kinderen [48].
Het Nederlands Jeugdinstituut rapporteert wel verschillen op basis van geslacht – meisjes ervaren meer moeite met slapen dan jongens [18]. Zowel in het basisonderwijs als voortgezet onderwijs ervaren meisjes meer slaapproblemen, slechtere slaapkwaliteit en ochtendvermoeidheid dan jongens. Tot de leeftijd van 12 jaar oud gaat het om 28,4% van de meisjes en 15% van de jongens, terwijl dat in de adolescentie is gestegen tot respectievelijk 28,6% en 19,6%. Ook in ander Nederlands onderzoek rapporteren aanzienlijk meer meisjes dan jongens slaapproblemen [44][90].
Beschermende factoren
Consistente bedtijdroutine
Consistente bedtijdroutines bij het naar bed gaan helpen baby’s en kinderen in slaap vallen en hangen samen met minder slaapproblemen op een later moment [68]. Routines kunnen bijvoorbeeld bestaan uit voeding geven, in bad gaan en een boekje voorlezen voor het naar bed gaan.
Dagelijks lichaamsbeweging
Lichaamsbeweging, vooral buiten, kan een positief effect hebben op het tijdstip waarop adolescenten naar bed gaan. Meer lichaamsbeweging hangt samen met een vroegere bedtijd [8]. Er werd geen verband gevonden tussen lichaamsbeweging en slaapduur.
Daglicht
Daglicht is de belangrijkste omgevingsfactoor die het dag-nachtritme beïnvloedt (zie Kennismodule). Een tijd buiten zijn gedurende de dag, met name in de ochtend, en blootstelling aan zonlicht helpt om een normaal slaap-waakritme te behouden.
2.6.2 Bij de ouders/verzorgers
Risicofactoren
Prenataal roken
Zowel actief rokende als passief meerokende kinderen hebben vaker last van slaapproblemen [57]. Een internationale meta-analyse toont een verband tussen roken van de ouders tijdens de zwangerschap en een kortere slaapduur bij baby’s (zo’n 30 minuten) [21].
Prenataal alcoholgebruik
Tijdens de zwangerschap aan alcohol blootgestelde baby’s vertonen symptomen van slaaptekort, met name verminderde alertheid en verhoogde prikkelbaarheid [21][36].
Stressvolle thuissituatie
De slaap van baby’s en peuters lijkt samen te hangen met de thuissituatie. Kinderen uit gezinnen zonder duidelijke structuur en waar relatieconflicten voorkomen, hebben vaker last van slaapproblemen [98].
Toegeeflijke en verwaarlozende opvoedstijlen
Opvoedstijlen die gekenmerkt worden door weinig ouderlijke controle en het ontbreken van regels thuis, zoals de toegeeflijke en verwaarlozende stijl, kunnen bijdragen aan slaapproblemen bij kinderen [68].
Sociaal-economische status (SES)
Internationale literatuur geeft geen eenduidig beeld over de invloed van sociaaleconomische status (SES) op de slaap van kinderen. Bij kinderen (0-5 jaar oud) en adolescenten is een lagere SES gerelateerd aan een kortere slaapduur [87]. Echter, SES komt niet naar voren als een determinant van slaap bij kinderen (4-12 jaar oud) in een andere studie [11].
Beschermende factoren
Vaste bedtijd ingesteld door ouders
Een door de ouder ingestelde vaste bedtijd is gerelateerd aan een langere slaapduur bij kinderen en adolescenten [27][76].
2.6.3 Omgevingsfactoren
Risicofactoren
Te vroege schooltijden
Op de leeftijd van tien jaar ligt de biologische tijd van opstaan rond 06:30 uur, waardoor een goed afgestemde schooltijd rond 08:30-09:00 zou moeten beginnen [41]. Naarmate adolescenten ouder worden, verandert hun biologische ritme, en verschuift de tijd van opstaan naar ongeveer 08:00 uur rond hun 16e jaar en naar ongeveer 09:00 uur rond de 18e jaar. Dit betekent dat de huidige schooltijden vaak niet meer goed zijn afgestemd op het natuurlijke ritme van adolescenten. Hierdoor kunnen adolescenten moeite ervaren met vroeg opstaan en presteren op school.
Er werden geen studies gevonden naar de invloed van het verschuiven van de aanvangstijden van school bij adolescenten in Nederland.
Samen slapen
Uit een internationale meta-analyse blijkt dat er een correlatie was tussen samen met iemand in één bed slapen en een verhoogd risico op slaapproblemen bij kinderen van 0-5 jaar, bijvoorbeeld vaker weigeren om naar bed te gaan, meer slaap angst, meer parasomnieën en vaker ’s nachts wakker worden [99]. Kinderen die samen slapen in Westerse landen vertoonden vaker gedrag als weigeren om naar bed te gaan en ’s nachts wakker worden dan kinderen uit Oosterse landen, die vaker last hadden van parasomnieën. Samen slapen kan ook voorkomen als reactie van ouders op de slaapproblemen van hun kinderen (zie ‘Gevolgen voor kind, ouder(s) en gezin’). Sommige ouders kiezen ervoor om samen met hun kind te slapen, ook wel co-sleeping genoemd [158][159]. Voor adviezen rond veilig slapen, zie JGZ-richtlijn ‘Preventie Wiegendood’ (wordt herzien, verwacht 2026).
Kamer delen
Het delen van een slaapkamer met de ouders of oudere kinderen kan een negatief effect op slaap hebben, zoals latere bedtijden [10][47].
Een kamer te warm of niet donker genoeg
De omstandigheden in de slaapkamer zijn ook van belang voor een goede nachtrust. Een te warme kamer (>25 graden Celsius) of een kamer die in de avond en nacht niet donker genoeg of niet stil genoeg is, kan ook aan slaapproblemen bijdragen [15][33]. Overdag hoeft de slaapkamer niet volledig verduisterd te worden, vanwege het ontwikkelen van dag en nacht ritme bij jonge kinderen.
Culturele verschillen in slaap
De literatuur biedt geen eenduidig beeld over culturele achtergrond als determinant van slaapproblemen.
Uit sommige onderzoeken blijkt dat culturele achtergrond de slaap beïnvloedt. Zo slapen kinderen en adolescenten met een niet-westerse migratieachtergrond gemiddeld minder dan kinderen en adolescenten met in Nederland geboren ouders [65]. Daarnaast slaapt 10% van de kinderen in de basisschoolleeftijd met een niet-westerse migratieachtergrond minder dan de leeftijdsgebonden norm (aanbevolen norm 10-11 uur per nacht), terwijl dit percentage in het voortgezet onderwijs tot ongeveer 38% oploopt (aanbevolen norm 8-9 uur per nacht). Andere onderzoeken tonen echter geen consistent verband aan tussen culturele achtergrond en slaapproblemen [11][31].
Dit kan mogelijk verklaard worden door verschillen in opvoeding en gewoonten. Zo blijkt dat bij adolescenten met een niet-westerse migratieachtergrond minder ouderlijk toezicht rond bedtijd samenhangt met meer slaperigheid overdag, terwijl dit bij adolescenten met in Nederland geboren ouders juist samenhangt met minder slaperigheid overdag [56].
2.7 Lichamelijke problemen en psychische stoornissen die samenhangen met slaapproblemen
Slaapproblemen komen vaker voor bij kinderen met bepaalde lichamelijke en psychische aandoeningen (Tabel 6).
Tabel 6 – De meest voorkomende lichamelijke problemen en psychische stoornissen die kunnen samenhangen met of bijdragen aan slaapproblemen.
| Lichamelijke problemen | Psychische problemen |
|
|
2.8 Gevolgen voor kind, ouder(s) en gezin
Slaapproblemen kunnen uiteenlopende en ingrijpende gevolgen hebben voor zowel kinderen als hun ouders. Aangezien slaap vrijwel elk aspect van het dagelijks leven en de lichamelijke en mentale gezondheid beïnvloedt, worden in dit deel slechts enkele van de mogelijke gevolgen van slaapproblemen aangestipt:
Bij kinderen:
- Bij pasgeborenen en baby’s onder de 6 maanden kunnen slaapproblemen de kans op wiegendood vergroten, omdat ouders als reactie op het slaapprobleem hun baby bij zich in bed nemen of op de buik neerleggen. Dit kan leiden tot een onveilige slaapplek en -houding, wat het risico op ademhalingsproblemen verhoogt [39][60].
- Bij kleuters, peuters en schoolgaande kinderen kunnen slaapproblemen, zoals slaaptekort en de bijbehorende vermoeidheid overdag, tot emotionele en gedragsproblemen leiden [28]. Ook verslechtert slaaptekort cognitieve prestaties: hoe minder kinderen ’s nachts slapen, hoe groter de achteruitgang in hun schoolprestaties [86].
- Tekort aan slaap ‘s nachts wordt ook in literatuur in verband gebracht met een toename in lichaamsvet [17], een hoger BMI en een hoger gewicht bij peuters [38], schoolgaande kinderen [61][59] en adolescenten [83].
- Verder kunnen slaapproblemen tot toegenomen prikkelbaarheid, angst, geweld, suïcidale gedachten, depressie en een verhoogde kans op het ontwikkelen van andere stemmings- of psychische stoornissen in adolescenten leiden [14][108][82].
- Onvoldoende slaap kan de kans op risicogedrag bij adolescenten vergroten (bijv. middelengebruik en crimineel gedrag) [83].
Bij ouders/gezin:
- Het hebben van een kind met slaapproblemen betekent vaak slaaptekort en oververmoeidheid voor de ouders [152].
- Ouders/verzorgers van kinderen met slaapproblemen hebben een grotere kans op postnatale depressie en verslechterde fysieke en mentale gezondheid [81]. Dit geldt zowel voor moeders als vaders.
- Slaapproblemen bij kinderen hangen ook samen met een verslechterde ouder-kindrelatie en inter-partnerrelatie, waarbij er minder betrokkenheid en gevoeligheid door ouders/verzorgers bij de zorg voor het kind kunnen zijn, en meer conflicten tussen partners [19].
3 Preventie en signaleren
De JGZ heeft in eerste instantie een preventieve rol en zorgt voor het voorkomen van slaapproblemen bij kinderen en jongeren. De JGZ heeft ook een belangrijke rol bij het signaleren van slaapproblemen of het risico daarop bij kinderen en hun ouders. Het stellen van de diagnose van een slaapstoornis is niet de taak van de JGZ, wel is het belangrijk om kinderen bij een vermoeden van een slaapstoornis door te verwijzen (zie module ‘Samenwerken en verwijzen’). Daarnaast is het de taak van de JGZ bij slaapproblemen zelf interventies in te zetten en te monitoren of de symptomen verbeteren of dat er sprake is van een slaapstoornis (zie module ‘Begeleiden’).
In deze module wordt specifiek per leeftijd besproken hoe JGZ-professionals gezonde slaap kunnen stimuleren en hoe en wanneer preventie het beste plaats kan vinden. Vervolgens komt het signaleren van slaapproblemen door JGZ-professionals aan bod.
3.1 Uitgangsvragen
- Hoe en wanneer kan preventie van slaapproblemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaatsvinden?
- Hoe en wanneer kan signaleren van slaapproblemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaats vinden?
3.2 Preventie van slaapproblemen
Volgens internationale literatuur is voorlichting aan ouders over het normale slaapgedrag van baby’s tijdens de pre- en postnatale periode gunstig voor het voorkomen van slaapproblemen [111][115]. Ouders moeten geïnformeerd worden dat leren slapen een proces van oefenen is, waarbij bepaalde fasen een natuurlijk onderdeel vormen van een gezond ontwikkelingsproces van het kind. Voorlichting over een gezonde slaaphygiëne wordt ingezet zowel preventief als bij bestaande slaapproblemen (zie ook module ‘Begeleiden’). Verschillende onderzoeken tonen positieve effecten van slaapvoorlichting (bij ouders van pasgeboren baby’s) en het aanleren van troostende technieken op slaapuitkomsten bij de baby’s en een toegenomen mate van welbevinden bij de ouders [109][111][115][118]. Voorlichting door de JGZ over gezonde slaap en slaaphygiëne moet ook aan schoolgaande kinderen en adolescenten zelf worden aangeboden [116]. De voorlichting aan ouders en kinderen door de JGZ kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals tijdens een fysieke of telefonische consultatie met een verpleegkundige, door groepsbijeenkomsten of thematische lessen op school en/of via informatiebrochures of betrouwbare informatiepagina’s.
De voorlichting kan:
- de kennis van ouders/verzorgers, kinderen en adolescenten over gezonde slaap vergroten;
- ouders/verzorgers, kinderen en adolescenten helpen een gezonde slaaphygiëne op te bouwen;
- ouders/verzorgers manieren aanleren om de slaap van hun baby te bevorderen, zoals inbakeren, het op de arm/schoot leggen van de baby in zijligging*, sussen, wiegen/wiebelen en zuigen/sabbelen, om de zelfregulatie van baby’s te bevorderen) (zie JGZ-richtlijn ‘Excessief Huilen’ voor een uitgebreide beschrijving).
* Let op! De zijligging wordt alleen toegepast wanneer de baby wakker is. Leg een baby altijd op zijn rug te slapen!
De slaapadviezen moeten passend zijn bij de leeftijdsfase van het kind (zie ‘Aanbevelingen’). Een basisoverzicht met slaaptips voor ouders van jongere kinderen is opgenomen in bijlage ‘Slaaptips voor kinderen’ en voor oudere kinderen en adolescenten in bijlage ‘Slaaptips voor pubers en adolescenten’. Deze tips zijn ontwikkeld door het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Pharos benadrukt dat het voorlichtingsmateriaal niet geschikt is voor alle ouders en jongeren (zoals ouders en jongeren met lage gezondheidsvaardigheden en een andere culturele achtergrond) vanwege de vormgeving en het taalgebruik. Zie ook Cultuursensitief werken, Pharos.
In Nederland zijn (nog) geen bewezen effectieve programma’s ter preventie van slaapproblemen beschikbaar in interventiedatabases.
Aanbevelingen
3.3 Signaleren van slaapproblemen
Het vroegtijdig signaleren van slaapproblemen bij kinderen en jongeren is een belangrijke taak voor JGZ-professionals. Door aandachtig in te spelen op de zorgen van ouders en jeugdigen kunnen zij slaapproblemen herkennen en gerichte vervolgstappen ondernemen.
Zorgen van ouders of jeugdigen
De zorgen van ouders of kinderen over slaap staan centraal, waarbij de definitie van slaapproblemen is gebaseerd op de perceptie van de ouders of de jongere zelf. Iedere ouder die zich zorgen maakt over het slapen van het kind, verdient hierbij zorgvuldige en passende aandacht van de JGZ-professional, waarbij effectief wordt ingegaan op de situatie en mogelijke oplossingen worden geboden. Dat geldt ook voor kinderen en adolescenten die zelf aangeven problemen te hebben met slapen.
Ouders en jongeren kunnen ten einde raad zijn en zelf niet adequaat functioneren door het niet slapen (van hun kind). Tijdens het consult bij de JGZ-professional, is er tijd nodig om het verhaal van de ouders en/of het kind zelf goed in kaart te brengen. De communicatie tussen professional en ouder(s) en kind(eren) is van groot belang, omdat ouders en kinderen zich door positieve aandacht en bejegening gehoord en begrepen voelen (zie Praktijkmodule Gespreksvoering).
3.3.1 Uitvragen slaapgezondheid
De eerste stap bij het signaleren van slaapproblemen is het uitvragen van slaapgezondheid door de JGZ-professional.
Aanbevelingen
3.3.2 Vaststellen oorzaken van slaapproblemen
Vervolgens kan de JGZ-professional oorzaken van slaapproblemen vaststellen door het afnemen van een uitgebreide anamnese en eventueel het uitvoeren van lichamelijk onderzoek [110][113][114].
Er kan ook een medische oorzaak door een jeugdarts of verpleegkundig specialist worden onderzocht (mogelijk is hiervoor een vervolgafspraak nodig) en wordt met ouders overlegd of een vervolgafspraak wenselijk is. Daarnaast is het mogelijk dat kinderen medicijnen gebruiken die de slaap beïnvloeden. Veel medische oorzaken en slaapstoornissen, zoals het obstructieve slaapapneusyndroom, kunnen door een jeugdarts of verpleegkundig specialist echter nooit volledig worden uitgesloten, omdat hiervoor een slaaponderzoek (thuis of nachtelijke opname) vanuit een ziekenhuis/slaapcentrum nodig is. Enkele voorbeelden van medische aandoeningen die slaapproblemen kunnen veroorzaken worden in Tabel 3 (in Kennismodule) gegeven.
Indien er op basis van het lichamelijk onderzoek een vermoeden is van een medische oorzaak, wordt een inschatting gemaakt of JGZ alsnog adequaat kan interveniëren. Indien dit niet het geval is, wordt het kind rechtstreeks verwezen naar een kinderarts of een specialist in een slaapcentrum (zie module ‘Samenwerken en verwijzen’). Nadat een medische oorzaak van een slaapprobleem is onderzocht, is het in principe niet nodig om een grens te trekken bij de mate of ernst van het slaapprobleem om voor ondersteuning in aanmerking te komen.
Pathologie behorende bij slaapstoornissen of slaapproblemen is medisch gezien niet schadelijk wanneer het in een enkel geval niet direct onderkend wordt. Wanneer er een kans of verdenking is van mishandeling, is altijd spoed noodzakelijk (zie JGZ-richtlijn Kindermishandeling).
Aanbevelingen
3.3.3 Zorgen van (voor)school of het kinderdagverblijf
In de kinderopvang kan het naar bed gaan en inslapen problemen geven en kan een aanleiding zijn voor de pedagogisch medewerker om met de ouder te overleggen. Vervolgens kan de ouder bij zorgen contact opnemen met de JGZ-medewerker. De pedagogische medewerker kan ook, na het verkrijgen van toestemming van de ouder, zelf contact met de JGZ opnemen.
Bij iets oudere kinderen betreft het veelal het signaleren van problemen met slaperigheid of vermoeidheid overdag en/of concentratieproblemen en hyperactiviteit die het gevolg kunnen zijn van slechte slaap. Op het voortgezet onderwijs en MBO kunnen slaapproblemen door docenten worden gesignaleerd. Ook kunnen slaapproblemen naar voren komen uit standaard vragenlijsten die door de school zelf of de GGD worden afgenomen, zoals de ‘Gezond leven? Check het even’ vragenlijst.
Aanbevelingen
4 Samenwerken en verwijzen
Een groot aantal zorgverleners en instanties heeft een taak bij het voorkomen, signaleren en behandelen van slaapproblemen en -stoornissen. De meeste slaapproblemen kunnen opgepakt worden in de nulde en eerste lijn. De spelers daarin zijn de jeugdgezondheidszorg, met de jeugdarts en de jeugdverpleegkundige, de huisarts, POP-poli, POH-GGZ, eerstelijnspsychologen en orthopedagogen, en sensorisch informatieverwerkingstherapeuten (SI-therapeuten) (vaak fysio- of ergotherapeuten).
Er zijn nog twee groepen in de eerste lijn aanwezig die in dit kader apart genoemd worden: de slaapcoaches en de slaapoefentherapeuten. Ze bieden een bijdrage op de reguliere zorg door een niet-medische benadering van slaapproblemen. Ze richten zich op het verbeteren van slaapgewoonten en het creëren van een gezonde slaapomgeving, met aandacht voor zowel gedrags- als lichamelijke aspecten van slaap.
4.1 Uitgangsvragen
- Wanneer moet worden verwezen en naar welke professional?
- Hoe werkt de JGZ optimaal samen met netwerkpartners?
4.2 Taken preventie, signaleren en begeleiden bij slaapproblemen binnen de JGZ
In het basispakket voor de JGZ dat per 1 januari 2015 van kracht is, staat beschreven dat het een taak is van de JGZ om het functioneren van het kind, de ouders en de jeugdige te beoordelen. Hieronder valt tevens het beoordelen van de slaap. Daarnaast staat beschreven dat voorlichting, advies, instructie en begeleiding dienen plaats te vinden, zo ook op het gebied van slapen. Dit heeft tot doel de eigen kracht van ouders en jeugdigen te versterken en problemen te normaliseren.
Het geven van voorlichting over normaal slaapgedrag, preventie van slaapproblemen, het signaleren van slaapproblemen en interventie bij slaapproblemen valt ook binnen de taak van het bieden van opvoedondersteuning. In de JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning (module ‘Samenwerken en verwijzen’) staat de uitgebreide taakomschrijving wat betreft opvoedondersteuning in afstemming met de kernpartners in het CJG of wijkteam (algemeen en schoolmaatschappelijk werk, gedragswetenschapper etc.).
Soms worden slaapproblemen van kinderen veroorzaakt door de interacties tussen ouders en hun kind (zie hiervoor JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie). In dat geval wordt deze ouders pedagogische hulp aangeboden. Indien nodig wordt er overlegd met verwijzers en andere kinderspecialisten.
4.3 Taken preventie, signaleren en behandelen van slaapproblemen buiten de JGZ
In deze paragraaf wordt de taak van andere zorgverleners en instanties bij slaapproblemen geschetst.
Huisartsen
In enkele gevallen raadplegen ouders de huisarts bij slaapproblemen (<0,5%) [119]. Vanuit hun medische professie zijn de mogelijkheden van huisartsen om kinderen met slaapproblemen te begeleiden beperkt. Wel kunnen huisartsen meedenken over een medische oorzaak en kennen zij vaak de context van het gezin. Daarnaast kunnen huisartsen doorverwijzen of terugverwijzen naar de JGZ. Voor huisartsen is ten aanzien van volwassenen de NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen (tweede herziening) opgesteld. Deze standaard gaat niet over slaapproblemen bij kinderen.
Kinderartsen, KNO-artsen en kinderneurologen
Wanneer slaapproblemen bij kinderen mogelijk een medische oorzaak hebben, kunnen kinderartsen, KNO-artsen (Keel-, Neus- en Oorarts) en kinderneurologen een cruciale rol spelen. Kinderartsen zijn gespecialiseerd in de lichamelijke en medische gezondheid van kinderen en kunnen helpen bij het vaststellen van medische oorzaken van slaapproblemen, zoals slaapapneu, reflux, allergieën, of andere lichamelijke aandoeningen. Zij kunnen diagnostische tests uitvoeren, zoals slaaponderzoeken, en een medische behandeling of verdere begeleiding starten indien nodig.
Wanneer er sprake is van slaapapneu of andere ademhalingsproblemen tijdens de slaap, kan een KNO-arts ingeschakeld worden. KNO-artsen zijn experts in aandoeningen die de luchtwegen kunnen belemmeren, zoals vergrote amandelen of adenoïden, wat kan bijdragen aan slaapproblemen zoals slaapapneu. KNO-artsen kunnen een grondige evaluatie uitvoeren en, indien nodig, ingrepen zoals het verwijderen van amandelen of het behandelen van andere luchtwegaandoeningen voorstellen.
Kinderen met diverse slaapproblemen, zoals parasomnieën, nachtelijke epilepsie en overmatige slaperigheid kunnen terecht bij de kinderneuroloog. Kinderneurologen kunnen een diagnose stellen door middel van een grondige medische geschiedenis, lichamelijk onderzoek en mogelijk aanvullende testen zoals slaaponderzoeken (bijvoorbeeld polysomnografie) of een actigrafie (meten van slaap-waakpatronen). In gevallen waar andere behandelmethoden niet effectief zijn of bij kinderen met neurologische aandoeningen zoals epilepsie, ADHD, of andere aandoeningen van het zenuwstelsel, kan een kinderneuroloog medicijnen voorschrijven die gericht zijn op het verbeteren van de slaap.
Somnologen
Somnologen (slaapgeneeskundigen, veelal medisch specialisten vanuit de kindergeneeskunde, kinderneurologie, longgeneeskunde, KNO of neurologie) helpen patiënten met slaapproblemen en -stoornissen (zie tabel 3, Kennismodule). De belangrijkste taak van somnologen is de juiste oplossingen vinden voor de patiënten zodat ze weer een goede nachtrust krijgen en optimaal wakker en alert kunnen zijn overdag. Somnologen zijn veelal verbonden aan slaapcentra. Nog niet alle slaapcentra hebben specialisten in dienst die ervaring hebben met kinderen en/of jongeren.
POH – GGZ
POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg) professionals kunnen ondersteuning bieden in het diagnostische en behandelingsproces, wanneer er vermoedens zijn van psychologische of emotionele oorzaken van de slaapproblemen, zoals angst, stress en overprikkeling of een onderliggend psychisch probleem, zoals depressie of ADHD. Ze kunnen in gesprek gaan met ouders om meer inzicht te krijgen in de slaapproblemen van het kind. Ze bespreken met de ouders en het kind de mogelijke onderliggende oorzaken en stressfactoren, om het piekeren te verminderen.
Slaapoefentherapeuten
Slaapoefentherapeuten hebben een achtergrond in de Cesar- of Mensendieck-therapie. Daarmee hebben ze een BIG-registratie en opleiding in het herkennen van psychosomatische klachten. Interventies van slaapoefentherapeuten zijn gericht op slaaphygiëne, balans gedurende de dag, relaxatietechnieken, houdings- en bewegingspatronen, gedragingen overdag en ’s nachts die van invloed kunnen zijn op de slaap en doorbreken van gedragspatronen. Zij worden vergoed vanuit de basisverzekering. Wanneer er echter meer systeemdynamiek meespeelt, angsten zijn of er behoefte is aan cognitieve gedragstherapie, lijkt de keus voor behandeling in samenspraak met de POH-GGZ of basis-GGZ meer voor de hand te liggen. Zie Netwerk Slaapoefentherapie voor verdere informatie.
Slaapcoaches
Ouders die het slapen van hun kinderen als een probleem ervaren nemen steeds vaker contact op met slaapcoaches. Ze werken vooral samen met ouders van jonge kinderen. Slaapcoaches richten zich op gedragsmatige en praktische aspecten van slaap in kinderen en adolescenten met slaapproblemen die niet van medische aard zijn [120]. Ze geven slaapvoorlichting en werken met methodieken om de slaaphygiëne te verbeteren, zoals slaaproutines, ontspanningsoefeningen, en omgevingsaanpassingen.
Slaapcoaches dienen ouders te adviseren om contact op te nemen met de JGZ, kinderarts of een slaapoefentherapeut wanneer een probleem buiten hun expertise valt, zoals ademhalingsproblemen tijdens de slaap (mogelijk slaapapneu).
Van slaapcoaches wisselt de achtergrond en kwaliteit sterk. Sommigen hebben een achtergrond als hulpverlener, terwijl anderen dit niet hebben en na een korte online cursus aan de slag gaan als slaapcoach. Bij het inschakelen van een slaapcoach is belangrijk op de professionele achtergrond, opleiding, werkervaring en certificering (BIG of SKJ-kwalificatie) van de slaapcoach te letten. Slaapcoaches worden doorgaans niet vergoed door zorgverzekeraars.
Sensorisch informatieverwerkingstherapeuten (fysio- en ergotherapeuten)
Sensorische informatieverwerkingstherapeuten zijn zorgprofessionals (kinderfysiotherapeuten en ergotherapeuten gespecialiseerd in het begeleiden van kinderen met regulatieproblemen of sensorische informatieverwerkingsproblemen) die zich richten op het helpen van mensen en kinderen met verstoorde sensorische verwerking of overprikkeling bij het verwerken van sensorische informatie. Ze kunnen kinderen helpen bij het leren omgaan met sensorische prikkels door ontspanningstechnieken en sensorische integratietherapie, het creëren van een sensorisch geschikte slaapomgeving, en het verbeteren van slaapgewoonten.
Psychologen
Psychologen kunnen betrokken zijn bij het oplossen van (ziektegerelateerde) slaapproblemen, zoals een insomniastoornis. Psychologen maken een inschatting in hoeverre angst of piekeren samenhangt met de slaapproblemen, en of cognitieve gedragstherapie hierbij kan helpen. Tevens kunnen gedragstherapeuten (subspecialisme) na het maken van een differentiaal diagnose in kaart brengen wat uitlokkende en in stand houdende factoren zijn en de ouders of jeugdige helpen bij het slaapprobleem.
Orthopedagogen
Orthopedagogen kunnen opvoedondersteuning aan ouders bieden bij het omgaan met de uitdagingen die slaapproblemen met zich meebrengen. Dit kan bijvoorbeeld het verminderen van stress bij ouders inhouden, die mogelijk moeite hebben om een slaaproutine te implementeren vanwege het gedrag van hun kind.
Kinderopvang en school
Pedagogisch professionals van de kinderopvang (dagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouders) en leerkrachten van school verkeren in een goede positie om vermoeidheid bij kinderen te signaleren. Pedagogisch professionals en leerkrachten zijn voor ouders een belangrijke gesprekspartner als het met hun kind niet goed gaat op de opvang of op school (https://www.gezondekinderopvang.nl/themas-0-4-jaar/slaap). Doel van een oudergesprek is meestal om meer inzicht te krijgen in de achtergronden van de gesignaleerde problemen, ervaringen uit te wisselen over hoe het kind zich op school en thuis gedraagt en afspraken te maken over de aanpak van het probleem.
Vervolgens kunnen de ouders en/of pedagogisch professionals en leerkrachten (in overleg met de ouders) contact opnemen met de JGZ om de begeleiding en aanpak op elkaar af te stemmen. Bij meer complexe situaties kunnen de problemen van het kind ingebracht worden in de interne zorgstructuur op scholen, zoals het zorg- en adviesteam (ZAT), ondersteuningsteam van de school (OT) of bovenschools ondersteuningsteam [121].
Slaapcentra
In Nederland zijn er verschillende slaapcentra. In een beperkt aantal centra wordt ook zorg voor kinderen geboden. Bezoek de websites www.kindenslaap.com/slaapcentra/ of www.slaapgeneeskundevereniging.nl/accreditatie/aangesloten-centra/ voor een actuele lijst van slaapcentra binnen Nederland.
Een verwijzing naar een slaapcentrum is zinvol wanneer diagnostiek naar een slaapstoornis nodig is of wanneer de behandeling in de 1e of 2e lijn vastloopt en advies nodig is voor verdere behandeling. Het slaapcentrum beschikt over onderzoeksmogelijkheden zoals o.a. actigrafie, polysomnografie en melatoninemetingen om de slaapsystemen en patronen gedetailleerd in kaart te brengen.
Indien er sprake is van een organische slaapstoornis, zoals OSAS, narcolepsie of RLS, wordt er in het slaapcentrum behandeling gestart. Bij andere slaapstoornissen en slaapproblemen wordt de behandeling meestal weer teruggelegd in de eerste lijn, of doorverwezen naar de GGZ, revalidatiecentra, afhankelijk van de patiënt en de oorzaken van het probleem.
4.4 Samenwerken
Hieronder worden aanbevelingen gemaakt over de samenwerking tussen de JGZ en andere zorgverleners bij slaapproblemen.
Aanbevelingen
4.5 Verwijzen
In deze paragraaf worden er aanbevelingen gedaan wat betreft verwijzing bij slaapproblemen. Doorverwijzing naar specialisten volgt op basis van indicatie per klachten (zie tabel 1).
Tabel 1 – Indicatie voor verwijzing en mogelijke disciplines om naar te verwijzen1.
|
Klacht |
Mogelijke oorzaken |
Leeftijd |
Indicatie (“rode vlaggen”) |
Mogelijke disciplines om naar te verwijzen |
|
Slapeloosheid
|
Verdenking lichamelijke problemen |
0-4 jaar
|
|
Huisarts, kinderarts, KNO-arts voor uitsluiten lichamelijke oorzaak
|
|
|
|
|
Slaapoefentherapeut, IMH-consulent (Infant Mental Health), pedagoog, orthopedagoog, psycholoog (gedragstherapeut), paramedici2 (zoals fysio- en ergotherapeuten), POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie, Pediatrie) | |
|
4-12 jaar |
|
Huisarts, kinderarts, KNO-arts voor uitsluiten lichamelijke oorzaak
|
||
|
12-18 jaar |
|
Huisarts, kinderarts, KNO-arts voor uitsluiten lichamelijke oorzaak |
||
|
|
Bedtijd weerstand
|
4-12 jaar |
Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 3 maanden of zorgen ouders | Sociaal wijkteam |
|
|
Slaaphygiene, ritmeproblemen |
0-18 jaar |
Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 3 maanden of zorgen ouders | Slaapoefentherapeut, paramedici2 (met kennis over regulatie) |
|
|
Regulatieproblemen, overprikkeling |
0-4 jaar |
Problemen met voeden, slapen en huilen. Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 3 maanden of zorgen ouders | Paramedici2 (zoals fysio- en ergotherapeuten), kinderfysiotherapeut, POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie, Pediatrie) |
|
|
Pedagogische problemen die het slaapprobleem veroorzaken/ in stand houden |
0-18 jaar |
Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 3 maanden of zorgen ouders | CJG, psycholoog, gedragstherapeut |
|
|
Problemen in de ouder-kindinteractie, psychische kwetsbaarheid in het gezin, vermoeden van ontwikkelingsproblematiek |
0-18 jaar |
Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 3 maanden of zorgen ouders |
CJG, GGZ, IMH (Infant Mental Health)
|
|
|
Verschoven biologische klok |
12-18 jaar |
Ondanks begeleiding door JGZ geen verbetering na 6 weken of zorgen ouders/jongere zelf | Kinderarts, somnoloog, slaapcentrum |
|
|
Snurken/ OSAS |
2-18 jaar |
|
Kinderarts, KNO-arts, slaapcentrum |
|
|
Onrustige benen |
4-18 jaar |
|
Kinderneuroloog, somnoloog, kinderfysiotherapeut, slaapcentrum |
|
Slaperigheid overdag
|
|
4-18 jaar |
Op school in slaap vallen ondanks een goede slaaphygiëne en voldoende slaapuren |
Huisarts/ kinderarts voor verder uitsluiten medische oorzaken, Slaapoefentherapeut (begeleiding om aan voldoende slaapuren te komen), somnoloog, slaapcentrum |
1 Een verwijzing naar een slaapcentrum dient te worden overwogen indien er bij de 1e of 2e lijn onvoldoende effect is of verdere evaluatie noodzakelijk is.
2 Afhankelijk van de regionale sociale kaart kan, naast paramedische zorg, ook de GGZ worden ingezet.
Aanbevelingen
5 Begeleiden
Veel slaapproblemen kunnen worden voorkomen (zie module ‘Preventie en signaleren’). Er zijn effectieve behandelingen voor slaapproblemen die door de JGZ kunnen worden ingezet. Daarnaast zijn er effectieve behandelingen voor slaapproblemen en slaapstoornissen buiten de JGZ (zie module ‘Samenwerken en verwijzen’). In deze module wordt ingegaan op verschillende behandelingen bij slaapproblemen die door de JGZ kunnen worden toegepast.
5.1 Uitgangsvragen
- Hoe kunnen JGZ-professionals jeugdigen met slaapproblemen en hun ouders begeleiden?
- Welke effectieve interventies kunnen JGZ-professionals inzetten of afraden bij slaapproblemen?
5.2 Voorwaarden om aan de slag te gaan met slapen
Werken aan de preventie van slaapproblemen of het inzetten van slaapinterventies om slaapproblemen te behandelen, kan het beste gedaan worden vanuit een positieve relatie tussen ouders en kind. De ouder biedt daarbij sensitieve en responsieve zorg aan het kind. Daarmee wordt bedoeld dat de ouder de signalen van het kind opmerkt en begrijpt, en er tijdig en gepast op reageert.
Rondom het slapen betekent dit dat de ouder ook ’s avonds en ‘s nachts sensitief reageert op de signalen van het kind. De belangrijkste functie van responsiviteit van de ouder is het bieden van een veilige haven voor het kind in situaties van stress en het helpen reguleren van de emoties. Het kind leert van deze responsieve reacties van de ouder dat de ouder er voor hem is en dat emoties beheersbaar en tijdelijk zijn. Dit proces van dyadische regulatie is belangrijk voor de vorming van de gehechtheidsrelatie en voor latere zelfregulerende vaardigheden van het kind.
Voor het zelfstandig leren slapen is daarnaast belangrijk dat de ouder duidelijk aangeeft dat hij erop vertrouwt dat het kind zelfstandig kan leren slapen. Ook de ouder zelf moet hierin vertrouwen hebben. Daarbij is de algehele kwaliteit van de relatie tussen ouder en kind van belang, niet alleen de omstandigheden in de context van zelfstandig leren slapen [144]. Een veilige gehechtheidsrelatie is daarom een voorwaarde voor succesvol zelfstandig leren en dus ook voor zelfstandig leren slapen.
Aanbevelingen
5.3 Algemene voorlichting
Het begeleiden van ouders en kinderen (0-18 jaar) met slaapproblemen door de JGZ moet beginnen met ouders informeren over het belang van voldoende slaap en wat een normaal slaapgedrag is per leeftijdsfase [145][115][131][139]. Aan ouders van baby’s is het zaak om eerst uitleg te geven over de nog korte slaapcycli en het feit dat de slaap zich nog moet gaan ontwikkelen.
Ouders moeten zich ervan bewust worden dat het normaal is dat baby’s hulp nodig hebben om tot rust te komen. In eerste instantie kunnen ze actief bijdragen aan het kalmeren van de baby, bijvoorbeeld door te wiegen, te sussen of zachtjes tegen de baby te praten. Zodra het slapen beter gaat en het kind rustiger wordt, kunnen ouders het toepassen van deze technieken geleidelijk afbouwen tot het kind slaperig, maar nog wakker in bed te leggen is.
Om goed te kunnen slapen moeten de basis slaapvoorzieningen (bijv. een rustige en donkere slaapomgeving ‘s nachts) op orde zijn en de bedtijden op de slaapbehoefte en het natuurlijke ritme (ochtend/ avondtype) van het kind afgestemd zijn. Daarnaast moeten ouders en kinderen geïnformeerd worden over het opbouwen van een gezonde en leeftijdsadequate slaaphygiëne (zie slaaptips in bijlagen ‘Slaaptips voor kinderen' en ‘Slaaptips voor pubers en adolescenten’).
Het waarborgen van deze voorwaarden kan vaak al een positieve invloed hebben op het slaappatroon van het kind. Wanneer er na deze eerste benadering nog geen verbetering is, kunnen JGZ-professionals samen met ouders en kinderen stapsgewijs opbouwen naar intensievere gedragsinterventies gericht op slaap.
Aanbevelingen
5.4 Afstemming van begeleiding op gezin en context
Er is een breed scala aan effectieve gedragsinterventies gericht op het behandelen van slaapproblemen, die JGZ-professionals kunnen aanbevelen. Het is essentieel om de voorkeuren en mogelijkheden van het gezin in kaart te brengen en de verschillende opties voor begeleiding gezamenlijk te bespreken. Dit betekent dat de begeleiding per gezin moet worden aangepast, afhankelijk van hun unieke situatie, behoeften en voorkeuren.
In de volgende hoofdstukken worden per leeftijdsfase gepaste interventies beschreven.
Aanbevelingen
5.5 Interventies bij slaapproblemen bij baby’s onder de 6 maanden
Jonge baby’s zijn nog niet in staat zijn om hun eigen emoties en fysieke toestand volledig te reguleren, waardoor co-regulatie centraal staat bij het slapen. Ze hebben de nabijheid en ondersteuning van hun ouders nodig om zich veilig en kalm te voelen. De ouder kan het stressniveau van de baby verlagen door, op momenten dat een baby dat nodig lijkt te hebben, responsief te reageren op het huilen of andere signalen van de baby. Dit helpt de baby niet alleen om prikkels beter te verwerken, maar bevordert ook een sterke emotionele band tussen ouder en kind. Deze hechting is cruciaal voor de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind.
Aanbevelingen
5.5.1 White noise
“White noise” is een continu geluid dat andere geluiden blokkeert en vermoedelijk de slaap van baby’s en kinderen bevordert. Dit geluid wordt aangezet in de slaapkamer en zou moeten helpen bij het sneller in slaap vallen en langer doorslapen van kinderen, vooral door het verhogen van hun arousal-drempels, waardoor ze minder snel wakker worden van omgevingsgeluiden [160]. Het is populair onder ouders voor het bevorderen van de slaap van baby’s, vooral in de eerste 6 maanden [161].
Er zijn weinig onderzoeken die het effect van ‘white noise’ op de slaap van baby’s hebben onderzocht. Recent onderzoek vond geen overtuigend bewijs dat ‘white noise’ bijdraagt aan sneller in slaap vallen en een betere slaapkwaliteit, zowel bij baby’s als bij volwassenen [162]. Hoewel sommige studies kleine verbeteringen in de slaapduur meldden, was de kwaliteit van het bewijs zeer laag.
Daarnaast zijn er aanwijzingen van mogelijke risico’s van het gebruik van ‘white noise’, zoals gehoorschade en negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het gehoor bij langdurige blootstelling [163][164]. Excessieve blootstelling aan ‘white noise’ kan leiden tot gehoorverlies en andere gezondheidsproblemen bij baby’s. Het is daarom aan te raden om ‘white noise’ apparaten op een laag volume te gebruiken en ze op minstens 30 cm afstand van het kind te plaatsen (buiten het bedje van het kind).
Arousal is echter een belangrijk overlevingsmechanisme voor baby’s. Hoewel het verhogen van de arousal-drempels als positief door ouders wordt gezien – de baby slaapt langer door – kan het ook betekenen dat baby’s minder snel wakker worden van situaties zoals ademhalingsproblemen of oververhitting, wat theoretisch het risico op wiegendood zou kunnen verhogen.
Het wordt op basis van het huidige bewijs afgeraden om continu geluid, zoals ‘white noise’, stofzuigergeluid of autoritjes, voor het bevorderen van de slaap van baby’s te gebruiken. Baby’s kunnen afhankelijk worden van deze geluiden om in slaap te vallen, wat hun zelf-regulatievermogen beïnvloedt, waardoor ze niet meer zonder deze maatregelen in slaap kunnen vallen.
5.6 Interventies bij slaapproblemen bij kinderen (vanaf 6 maanden tot ongeveer 4 jaar)
Dit kopje beschrijft interventies die kunnen worden toegepast bij slaapproblemen bij kinderen tussen 6 maanden en ongeveer 4 jaar oud.
Aanbevelingen
5.6.1 Ritme en afstemming
Aansluitend op de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van 6 maanden is het goed om ouders te leren reageren op vermoeidheidssignalen van hun baby’s. Voorbeelden van deze aanpak zijn “Cued care”, en het “Possums Sleep Program” [128]. Deze aanpak informeert ouders over de natuurlijke, biologische slaapritmes van baby’s, die vaak onregelmatig zijn en volledig normaal. Het benadrukt het belang van responsief en liefdevol reageren op de behoeften van de baby, wat de hechting versterkt. Daarnaast worden praktische tips gegeven over voeding, voldoende daglicht en stimulatie om gezonde slaapgewoonten te ondersteunen en stress te verminderen. Ouders wordt geadviseerd om geleidelijk minder hulp te bieden bij het in slaap vallen en hun kind te troosten wanneer nodig, inclusief borstvoeding om in slaap te vallen. Voor ouders is er een boek beschikbaar dat gebaseerd is op deze aanpak (zie het kopje “Praktische informatie voor ouders en jeugdigen”).
De aanpak kan worden gekozen, in nauw overleg met de ouders/verzorgers. Er is nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar het effect van “Cued care” gedaan [122][125][141]. De aanpak is opgenomen in deze richtlijn op basis van de ervaring en mening van experts uit de werkgroep.
5.6.2 Bedtijdroutines
Consistente bedtijdroutines zijn gewoonten die ouders van jonge kinderen hanteren bij het naar bed gaan en die gekenmerkt worden door rustige activiteiten die het kind leuk vindt [120]. Ze zorgen voor regelmaat en voorspelbaarheid rond bedtijd, wat de kinderen leert de overgang naar slaaptijd te herkennen. Onderzoek laat zien dat consistente bedtijdroutines snel en effectief zijn om slaapproblemen bij baby’s en jonge kinderen en opstandig gedrag rond bedtijd (‘tantrums’) te verminderen [131][142].
Veelvoorkomende onderdelen van deze routines zijn borst- of flesvoeding, in bad gaan, een boekje voorlezen, een slaapliedje zingen en lichamelijk contact (bijv. massage, knuffelen). Een bedtijdroutine biedt niet alleen voordelen voor de slaap van het kind, maar draagt ook bij aan betere emotionele en gedragsregulatie, een sterkere hechting tussen ouder en kind, en een beter functioneren van het gezin. Aangezien deze elementen niet afzonderlijk zijn onderzocht, blijft het onduidelijk welke specifiek aan een betere slaap bijdragen.
5.6.3 (Graduele) extinctiemethoden
Het laten uitdoven van ongewenst gedrag (dit wordt ook wel de extinctiemethode genoemd) is de basis voor de meeste hieronder beschreven gedragsmatige interventies bij jonge kinderen. Uitdovingsmethoden worden voornamelijk toegepast in combinatie met slaaphygiëne-tips (zie module ‘Preventie en signaleren’). Er bestaan verschillende varianten van “extinctie”.
Gemodificeerde (graduele) extinctiemethoden
Gemodificeerde (graduele) extinctiemethoden, zoals hieronder beschreven, zijn mits correct uitgevoerd en goed begeleid, niet schadelijk voor de hechting tussen kinderen en ouders [124][133][135]. Uiteraard moet bij het uitvoeren van deze interventies rekening worden gehouden met de situatie van het gezin en de wensen van ouders. Deze methoden worden niet toegepast bij kinderen met trauma, hechtingsproblematiek of psychische problemen in het gezin.
Het doel van graduele extinctiemethoden is dat kinderen leren zelf in slaap te vallen, zonder afhankelijk te zijn van door ouders ongewenste gewoontes rond het slapen gaan (zoals het gebruik van ‘white noise’, autoritten of wandelen met de kinderwagen). Zodra dit zelfregulerende gedrag ontwikkeld is, is het kind in staat om zelfstandig in slaap te vallen en ook ’s nachts als hij wakker wordt weer zelf in slaap te vallen. Onderzoek laat zien dat het toepassen van graduele extinctiemethoden de slaapproblemen en frequentie van ’s nachts wakker worden significant reduceert [111][115][142].
-
Uitdoving met aanwezigheid van de ouders in de kamer zonder oppakken
Hierbij blijven de ouders in de kamer van het kind tijdens bedtijd, maar reageren consistent en relatief saai op het kind en zijn/haar gedrag (bijv. sussen en aaien over de bol). In de literatuur staat deze methode bekend als “camping-out”. Deze interventie wordt vaak gekozen als scheidingsangst een rol speelt bij de slaapproblemen en wordt aanbevelen aan ouders met angstige kinderen of bij bestaande problemen in de ouder-kindrelatie [135]. Deze methode wordt kort uitgelegd in de “Triple P” folder voor ouders van peuters met slaapproblemen als de “zachte aanpak”.
-
Uitdoving via de stoelmethode (steeds wat verder weg gaan zitten)
Een variant op deze vorm van uitdoving is dat ouders elke nacht verder van het bed van het kind gaan zitten. Sommige ouders vinden deze werkwijze meer acceptabel en zijn hierdoor meer in staat om consequent te zijn. In het boekje voor ouders “slaapproblemen de baas” van José Sagasser wordt een variant van deze aanpak beschreven als het “Stappenplan” (zie ook bijlage ‘Praktische informatie voor ouders en jeugdigen’).
De interventie is meestal binnen twee weken effectief. Daarna kan de ouder de aanwezigheid gaan afbouwen, bijvoorbeeld door alleen in de kamer aanwezig te zijn bij het inslapen, en daarna volledig afwezig te zijn zodat het kind leert alleen in de kamer te slapen.
-
Graduele uitdoving zonder aanwezigheid van de ouders
Hierbij worden ouders geïnstrueerd de tijd tussen weggaan en terugkomen bij huilen en driftbuien (“tantrums”) rond bedtijd vast te stellen of elke keer met een bepaalde tijd (5 minuten) te verlengen. Ouders kunnen hierin een vast schema hanteren, zoals elke 5 minuten naar het kind gaan (“minimaal checken”/ “gecontroleerd troosten”). De tijd wordt meestal bepaald op basis van de leeftijd en temperament van het kind, maar ook op basis van de inschatting van de ouders over hoe lang zij het huilen kunnen verdragen.
Bij graduele uitdoving neemt de tijd tussen de intervallen toe gedurende dezelfde nacht, of gedurende de opeenvolgende nachten (zie Tabel 1). De tijd dat ouders bij hun kind zijn, duurt meestal 15 seconden tot een minuut. Aan ouders wordt uitgelegd hun aandacht te minimaliseren wanneer zij bij hun kind zijn, zodat ze aandachtvragend gedrag niet in de hand werken en het gedrag van het kind niet wordt versterkt.
Deze methode wordt kort uitgelegd in de “Triple P” folder voor ouders van peuters met slaapproblemen als de “geleidelijke aanpak” en in het boekje “Slaap kindje, slaap” van dr. Eduard Estivill (2014) en in “Slaapproblemen de baas” van José Sagasser (2012) beschreven als de “Kiekeboe-methode” (zie ook bijlage ‘Praktische informatie voor ouders en jeugdigen’).
Deze aanpak kan worden gekozen, in nauw overleg met de ouders/verzorgers.
Tabel 1. Voorbeeldschema voor het aantal minuten van wachten voordat ouders reageren op het huilen van hun kind bij het graduele uitdoving protocol*. (deze tabel is vanuit “Materialen” te downloaden)
| Nacht |
duur 1e keer wachten |
duur 2e keer wachten |
duur 3e keer wachten |
duur van de daaropvolgende keren wachten |
| 1e nacht | 2 min | 4 min | 6 min | 6 min |
| 2e nacht | 3 min | 5 min | 7 min | 7 min |
| 3e nacht | 5 min | 10 min | 15 min | 15 min |
| 4e nacht | 10 min | 15 min | 20 min | 20 min |
| 5e nacht | 15 min | 20 min | 25 min | 25 min |
| 6e nacht | 20 min | 25 min | 30 min | 30 min |
| 7e nacht | 25 min | 30 min | 35 min | 35 min |
* De duur in deze tabel kan te lang zijn voor ouders. Bespreek hun verwachtingen en of ze zich aan deze tijden kunnen houden. Begin, als nodig, met een kortere tijd, bv. 30 seconden.
De interventie is meestal binnen een week effectief. Daarna kan de ouder de aanwezigheid gaan afbouwen, bijvoorbeeld door alleen in de kamer aanwezig te zijn bij het inslapen, en daarna volledig afwezig te zijn zodat het kind leert alleen in de kamer te slapen.
-
“Een momentje”
Uitdoving zonder de aanwezigheid van de ouders wordt soms vervangen door een meer responsieve methode die zich richt op het kind leren vertrouwen dat ouders altijd terugkomen. Deze methode is nog niet onderzocht, maar wordt aanbevolen door enkele leden van de werkgroep op basis van positieve ervaringen uit de praktijk. De methode wordt toegepast in een aantal stappen:
- Overdag oefenen: Ouders beginnen overdag met korte momenten weg te zijn en weer terug te komen. Dit helpt het kind te begrijpen dat ouders altijd terugkomen.
- Slapen gaan: Wanneer het kind naar bed gaat, verlaten de ouders de kamer voor een korte periode (30 seconden) en komen dan weer terug. Dit wordt nog een keer herhaald, maar de tijd wordt verlengd naar 60 seconden. Daarna komen de ouders weer terug en blijven ze bij het kind tot het in slaap valt.
- Tijd oprekken: De tijd dat de ouders weg zijn, wordt geleidelijk verlengd (bijvoorbeeld door even de was weg te brengen). Dit helpt het kind te wennen aan langere periodes zonder de ouders.
- In slaap vallen: Uiteindelijk zal het kind in slaap vallen tijdens de tweede keer dat de ouder weggaat.
Belangrijk: Ouders komen direct terug als het kind huilt om het vertrouwen te behouden.
Ongemodificeerde extinctie
Ongemodificeerde extinctie is een bewezen effectieve interventie waarbij ouders hun kind op een gewenste tijd naar bed brengen en op een gewenste tijd weer uit bed halen [136][156][157]. Als het kind ’s nachts huilt, roept of boos wordt, reageren de ouders niet, maar controleren ze wel op ziekte of verwondingen. Deze methode is gebaseerd op de leertheorie, die stelt dat de aandacht van ouders als beloning werkt en het slaapprobleem in stand houdt. Door deze beloning weg te nemen, kan het slaapprobleem uitdoven.
Een voorbeeld van een aanpak gebaseerd op ongemodificeerde uitdoving is beschreven in het boek “Slaap kindje, slaap” van dr. Eduard Estivill (2014).
Uit implementatieonderzoek blijkt dat toepassing van ongemodificeerde en gemodificeerde extinctie in de dagelijkse praktijk door ouders werden beoordeeld als significant moeilijker te implementeren vergeleken met uitdoving met ouderlijke aanwezigheid, maar ook als behulpzamer, korter en sneller in het tonen van verbeteringen [136]. Hoewel deze interventie in het verleden effectief en veilig onder de voorwaarde van voldoende begeleiding werd bevonden, zijn er andere methoden die mogelijk beter aansluiten bij de voorkeuren van ouders. Deze methoden kunnen beter niet worden toegepast bij kinderen met trauma, hechtingsproblematiek of psychische problemen in het gezin. Indien deze methode toch wordt overwogen, is intensieve ondersteuning en monitoring essentieel voor succesvolle uitvoering.
5.7 Interventies bij slaapproblemen bij schoolgaande kinderen (4-12 jaar)
Ook op deze leeftijd is het essentieel om eerst naar de onderliggende en onderhoudende factoren en voorwaarden voor goed slapen te kijken. Wanneer deze op orde zijn, maar het kind het vertrouwen mist om zelf in slaap te kunnen vallen, kan vanaf de basisschoolleeftijd gestart worden met een slaapinterventie. Hoewel sommige interventies ondersteuning van de ouders vragen, zijn vanaf deze leeftijd de methoden voornamelijk gericht op de kinderen zelf.
Juist op de basisschoolleeftijd is het belangrijk niet al te veel druk te leggen op het moeten gaan slapen, omdat frustratie rondom het slapen aanleiding kan geven tot een vicieuze cirkel van stress en angst bij het kind, wat het in slaap vallen juist bemoeilijkt. Beter is het om het tijdstip waarop naar de kamer gegaan wordt constant te houden, maar het kind niet te dwingen direct in bed te gaan liggen om te gaan slapen. Veel beter is het om het kind geleidelijk aan te leren dat het zelf activiteiten zoekt om nog even tot rust te komen en pas in bed te gaan liggen als het moe is en kan slapen, bijvoorbeeld door nog even een muziekje of luisterverhaaltje te luisteren of een boekje te lezen.
Bij sommige kinderen moet in het begin nog wat begrensd worden, waarbij begonnen wordt met 10 tot 15 minuten activiteit, gevolgd door een korte afsluiting samen met ouders, totdat een kind hiertoe wel zelf in staat is. Deze adviezen worden aanbevolen op basis van de ervaring en mening van experts uit de werkgroep. De adviezen zijn niet wetenschappelijk onderzocht.
Bij milde problematiek rondom het inslapen kunnen ouders zelf aan de slag gaan met het zelfhulpboek “Wat kun je doen als je niet durft te gaan slapen” (zie ook bijlage ‘Praktische informatie voor ouders en jeugdigen’).
Aanbevelingen
5.7.1 Geleidelijk veranderen van de bedtijd met positieve routines
Bij deze methode wordt de bedtijd in eerste instantie afgestemd op het huidige moment waarop het kind in slaap valt, of zelfs iets later. Als het kind na 15 minuten nog niet in slaap is gevallen, wordt het uit bed gehaald voor een vooraf afgesproken periode (bijvoorbeeld 30 minuten). Tegelijkertijd wordt een nieuwe, positieve bedtijd routine geïntroduceerd. Denk hierbij aan samen de dag doornemen, een verhaaltje voorlezen, het kind nog even laten lezen, of rustig naar muziek luisteren. Dit zorgt voor het opbouwen van een positieve slaapassociatie.
Daarnaast wordt een vaste tijd van opstaan afgesproken en overdag slapen is niet toegestaan, tenzij het om leeftijd passende slaapjes gaat. Zodra het kind een goede routine ontwikkelt en binnen 15-20 minuten zelfstandig in slaap valt, wordt de bedtijd stapsgewijs met 15 tot 30 minuten naar voren geschoven. Dit proces wordt herhaald totdat de gewenste bedtijd is bereikt.
Deze methode laat de bedtijd van het kind aansluiten bij zijn/haar natuurlijke inslaaptijd en wordt snel het in slaap vallen gekoppeld aan positieve ouder-kind interacties rond bedtijd. Deze aanpak wordt aanbevolen op basis van de ervaring en mening van experts uit de werkgroep.
5.7.2 Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i)
Slaapinterventies bij schoolgaande kinderen zijn grotendeels gebaseerd op cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) [145]. Cognitieve gedragstherapie voor insomnie bestaat uit verschillende elementen, waaronder ontspanningstechnieken en mindfulness, stimulus controle, herstructureren van disfunctionele cognities rondom slapen en beperken/ verlengen van de tijd in bed. Meestal worden deze elementen uitgevoerd in combinatie met slaapvoorlichting en slaaphygiëne adviezen (zie module ‘Preventie en signaleren’).
Deze elementen zijn verder uitgewerkt in de interventie ‘SlimSlapen‘.
5.8 Interventies bij slaapproblemen bij adolescenten
Dit hoofdstuk bevat aanbevelingen voor het omgaan met slaapproblemen bij adolescenten.
Aanbevelingen
5.8.1 Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i)
Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) is zowel voor schoolgaande kinderen als voor adolescenten toepasbaar (zie ook ‘Interventies bij slaapproblemen bij schoolgaande kinderen (4-12 jaar)’).
In een studie in Nederland werd bij adolescenten CGT-i aangeboden via internet of in een groepssessie via het programma “Slim slapen” [126]. Beide vormen lieten significante verbeteringen zien, met een middelmatig tot groot effect, op de duur van het inslapen, wakker worden, slaapduur en de slaapefficiëntie.
5.9 Interventies bij inslaapproblemen bij kinderen met een verschoven biologisch ritme (DSWPD)
Wanneer er sprake is van een verschoven biologisch ritme, zoals problemen bij het inslapen en/of moeite met ontwaken en uitslapen in het weekend/vakanties, kunnen JGZ-professionals maatregelen nemen om het verschoven biologisch ritme naar het gewenste moment te verschuiven en het vervolgens vast te houden (zie ook bijlage 'Informatiefolder DSWPD).
Een verschoven biologisch ritme (DSWPD) is een patroon van problemen met in slaap vallen en ontwaken op gebruikelijke tijdstippen, veroorzaakt door een verstoorde circadiane ritme. Signalen die kunnen duiden op een verschoven biologische ritme zijn, ondanks een goede slaaphygiëne:
- Voor middernacht niet in slaap kunnen vallen (gedurende 3 mnd);
- Moeite met wakker worden voor school of voor de middag (gedurende 3 mnd);
- In het weekend te veel slapen (bv. >12 uur) (gedurende 3 mnd).
Aanbevelingen
5.9.1 Lichttherapie
Blootstelling aan licht in de ochtend, direct na het opstaan, is een belangrijk onderdeel van een gezonde slaaphygiëne (zie module ‘Preventie en signaleren’). Als blootstelling aan direct zonlicht niet mogelijk is, kan lichttherapie, in combinatie met vaste bedtijden, helpen het biologische ritme naar een gewenst moment te verschuiven.
Deze aanpak wordt aanbevolen op basis van de ervaring en mening van experts uit de werkgroep.
5.9.2 Melatonine
Het gebruik van melatonine voor slaapproblemen bij kinderen en adolescenten wordt afgeraden, behalve bij inslaapproblemen bij kinderen met een verschoven biologisch ritme (bij advies van een getrainde JGZ-professional met de juiste kennis en ervaring). Het gebruik van melatonine in een te hoge dosering of op het onjuiste tijdstip kan slaapproblemen verergeren. Daarom is voldoende ervaring van de JGZ-professional nodig.
Wanneer er blootstelling is aan melatonine, krijgt het lichaam een seintje dat het nacht is en dat de biologische klok daarop moet worden afgesteld. Wanneer een aantal uren voor de eigen melatonineaanmaak een lage dosis melatonine wordt geslikt, zorgt dit ervoor dat de biologische klok de volgende dag de eigen melatonineaanmaak eerder laat plaatsvinden. Zo is het mogelijk de klok geleidelijk vroeger af te stellen. Hoe snel dit verschuiven gaat, verschilt per persoon, maar is in de orde van grootte van 10 tot 30 minuten.
Een lage dosis melatonine is effectief en veilig te gebruiken bij een verschoven biologisch ritme [138]. JGZ-professionals zijn doorgaans niet gewend om met melatonine te werken, maar de werkgroep van de richtlijn schat in dat JGZ-professionals kinderen en adolescenten met een verschoven biologisch ritme hierbij kunnen adviseren. Het wordt aangeraden dat JGZ-professionals een training volgen over het werken met melatonine.
5.10 Praktische ondersteuning bij slaapproblemen
Online opvoedingsondersteuning verdient aparte vermelding. Het is een vorm van hulpverlening waarbij ouders via internet informatie, advies of ondersteuning krijgen. ‘Digitale’ ondersteuning bij slaapproblemen is een vorm van online hulpverlening die door verschillende instellingen gegeven wordt. De laatste jaren verschijnen er steeds meer websites over slaapproblemen voor ouders, die niet allemaal gebaseerd zijn op betrouwbare informatie. JGZ-professionals kunnen ouders wijzen op bruikbare en betrouwbare websites:
|
Website |
Informatie |
| www.groeigids.nl | Informatie en advies voor ouders over slaap van kinderen van baby tot jong volwassene |
| www.cjgrijnmond.nl/opvoeden | Informatie en advies voor ouders over slaap van kinderen van baby tot jong volwassene. |
| https://elearningumcutrechtnl.azureedge.net/e-module-slaap-bij-kinderen/story.html | E-learning module over slaap van kinderen ontwikkeld door UMC Utrecht. |
| www.slimslapen.nl | Informatie en zelftest over slaap voor jongeren |
| www.hersenstichting.nl/de-hersenen/gezonde-hersenen/slaap/slaap-en-jongeren/ | Informatie over slaap voor jongeren |
| www.jouwggd.nl | Betrouwbare informatie over gezondheid, media, alcohol en drugs voor jongeren |
5.11 Overwegingen
Bij slaapproblemen ontstaan regelmatig crisissituaties, waarbij centraal moet staan of ouders in staat zijn de situatie te hanteren. De werkgroep stelt voor dat de vraag ‘Kun je de situatie nog aan?’ of ‘Zie je de komende nacht nog zitten?’ altijd gesteld moet worden (feitelijk moet deze vraag bij de start van iedere interventie gesteld worden). Het borgen van de veiligheid van het kind is essentieel. Is dit niet te garanderen, dan wordt, afhankelijk van de ernst van de problematiek, het sociale netwerk betrokken of een ziekenhuisopname op sociale indicatie gerealiseerd. De situatie dient in kaart gebracht te worden en gesignaleerd (zie JGZ-richtlijn “Kindermishandeling”).
Een aantal adviezen uit deze richtlijn is niet of onvoldoende wetenschappelijk onderzocht, of komt niet naar voren uit het literatuuronderzoek door de focus op niet-farmacologische behandelingen, maar wordt toch aanbevolen op basis van expert opinion, omdat deze adviezen bij het wegnemen van bepaalde risicofactoren voor slaapproblemen aansluiten.
6 Bijlagen
Alle bijlagen zijn ook te downloaden vanuit ‘Materialen’.
6.1 Slaaptips voor kinderen
De volgende aanbevelingen helpen u en uw kind om zo goed mogelijk te slapen en maken het gemakkelijker in slaap te vallen en door te slapen.
- Probeer regelmatige bedtijden aan te houden voor zowel doordeweeks als ook in het weekend. Spreek aan het begin van het schooljaar een passende bedtijd af en laat uw kind ieder jaar 15 minuten later naar bed gaan. In het weekend mag uw kind uiteraard iets later naar bed en in de ochtend wat langer slapen, maar probeer hier maximaal 1,5 uur verschil in te laten zitten tussen schooldagen en weekenddagen/vakanties.
- Bied een positief en rustig bedtijdritueel aan. Maak het na het avondeten alvast donker in huis en doe alle digitale apparaten uit 1,5 uur voor bedtijd. Deze geven vaak veel prikkels, waardoor kinderen moeilijker in slaap kunnen vallen. Ook liever geen t.v. aan of telefoon/tabletgebruik. Muziek luisteren, knutselen, kleuren, lezen, praten en/of een bord-/kaartspelletje met een klein lampje aan is prima. Zorg er ook voor dat uw kind niet te laat doorgaat met huiswerk, dit houdt de hersenen te actief waardoor uw kind mogelijk moeilijk in slaap valt. Probeer zelf ook te stoppen met werken, leg digitale apparaten weg en geniet even van dit rustmoment met uw kind.
- Slaapkamer: Zorg ervoor dat de slaapkamer niet te warm is (tussen 16-18 graden) en goed geventileerd is. De kamer moet voldoende donker zijn, vooral in de zomer is dit handig, anders valt uw kind pas laat in slaap en is het bij zonsopkomst alweer wakker! Is uw kind bang in het donker, dan mag er best een nachtlampje aan of een lampje op de gang bijvoorbeeld. Zet geen tv in de slaapkamer en zorg ervoor dat tijdens het slapen alle digitale apparatuur in een andere kamer ligt. Deze verstoren namelijk de nachtrust, ook al staan ze op ‘stil’.
- Drinken/eten: Het is beter dat je kind geen cafeïnehoudende dranken meer neemt in de laatste 3-4 uur voor het naar bed gaan. Cafeïne zit onder andere in cola, ice-tea, (zwarte) thee, chocolade (dus ook chocolademelk), energydrinks en koffie. Zorg ervoor dat uw kind gezond eet en op regelmatige tijden. Leg een kind niet vlak na de avondmaaltijd op bed (minimaal 2u tussen avondeten en bedtijd), dit kan de slaap verstoren.
- Dutjes: De meeste kinderen van 4 jaar en ouder hebben geen middagdutje meer nodig. Is uw kind toch erg moe na school, mag het gerust maximaal 30 minuten slapen, tenzij hij/zij dan ‘s avonds niet meer op tijd in slaap komt, dan worden dutjes afgeraden.
- Lichamelijke activiteiten: laat uw kind iedere dag buiten spelen, liefst 2 uur (20-20-2 regel), zodat hij/zij voldoende beweegt en daglicht ziet. Hierdoor vallen ze ‘s avonds sneller in slaap en slapen ze dieper. Laat oudere kinderen echter niet te laat op de avond sporten/trainen, omdat ze hierna niet gemakkelijk in slaap kunnen vallen.
Tijdens het ontwikkeltraject van de richtlijn werd geen voorlichtingsmateriaal voor ouders en jongeren gevonden wat zowel inhoudelijk klopt, als ook voor alle ouders en jongeren geschikt is, inclusief ouders en jongeren met lage gezondheidsvaardigheden. Deze bijlage betreft een inhoudelijk basisoverzicht met slaaptips voor ouders van jongere kinderen. Deze tips zijn ontwikkeld door het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Pharos benadrukt dat het voorlichtingsmateriaal niet geschikt is voor alle ouders en jongeren en dat aanpassingen wat betreft vormgeving en taalgebruik gewenst zijn.
6.2 Slaaptips voor pubers en adolescenten
De volgende tips maken de kwaliteit van je slaap beter en zorgen ervoor dat je makkelijk in slaap valt:
- Regelmatig slaap- waakschema: Ga naar bed en sta op omstreeks dezelfde tijd elke dag, zowel op doordeweekse dagen als in het weekend. Pubers hebben nog zeker een slaapbehoefte van gemiddeld 8,5 à 9 uur, dus in het weekend mogen zij zeker uitslapen. Uitslapen van maximaal 2 uur later dan doordeweeks en niet langer is aanbevolen. Dus liever niet tot in de middag uitslapen, want dan kom je zondagavond niet op tijd in slaap!
- Volg de 20-20-2 regel en doe 1,5 uur voor bedtijd alle digitale apparaten uit. Laat je telefoon/tablet niet in de slaapkamer liggen. Doe ook geen tv aan in de kamer. Het (blauwe) licht dat het scherm geeft zorgt ervoor dat je pas later dan normaal slaperig wordt en zorgt ervoor dat je onrustiger slaapt en vaker wakker wordt tussendoor.
- Dutjes: Als je moeite hebt met in slaap vallen ’s avonds, kun je beter overdag niet slapen. Alles wat je overdag slaapt, lig je ’s nachts wakker!
- Zonlicht: Ga elke dag naar buiten, vooral in de ochtenden, omdat blootstelling aan zonlicht of helder licht helpt om de biologische interne klok in de pas te houden en je een wakker gevoel geeft.
- Beweging: beweeg regelmatig, liefst buiten in voldoende daglicht. Beweging maakt je lichaam moe, waardoor je sneller in slaap valt en dieper slaapt. Ga echter niet te laat in de avond sporten, het duurt namelijk altijd even voordat je dan in slaap kunt vallen en dan wordt het al snel te laat.
- Slaapkamer: Zorg voor een comfortabele slaapkamer die donker en stil is. Zorg er ook voor dat het niet te warm is (tussen 16-18 graden) en goed geventileerd wordt.
- Bed: gebruik je bed alleen om in te slapen en niet om in te studeren, lezen (papierboek) of muziek in te luisteren.
- Voeding: eet gezond en op regelmatige tijden (ontbijt, lunch en avondeten). Ga niet direct na een warme maaltijd in bed liggen, hierdoor slaap je onrustiger of krijg je buikpijn. Probeer minimaal 1 uur tussen eten en slapen te laten zitten. Ga echter ook niet met honger slapen, eet bijv. nog wat fruit in de avond of yoghurt.
- Cafeïne: vermijd het eten of drinken van producten die cafeïne bevatten in de 3-4 uur voor bedtijd. Hieronder vallen bijvoorbeeld: cola, ice-tea, koffie, thee en chocolade (-melk), maar ook energiedrankjes zoals Red Bull.
- Alcohol/drugs: het gebruik van alcohol/drugs verstoort de slaap en veroorzaakt waakperiodes tijdens de nacht.
- Roken: roken verstoort de slaap. Stop met roken in het laatste uur voor het naar bed gaan.
- Slaapmiddelen: gebruik geen slaappillen, melatonine of andere vrij verkrijgbare slaapmiddelen. Deze middelen verstoren de slaap op verschillende manieren en zorgen voor het terugkomen van het slaapprobleem als je ermee stopt.
- Ga niet slaperig achter het stuur zitten: Tieners lopen het grootste risico om achter het stuur in slaap te vallen. Als je niet genoeg geslapen hebt, ga dan niet autorijden of op de fiets/scooter. Ongelukken gebeuren vooral midden op de dag en ’s nachts.
- Merk je dat je iedere avond veel ligt te denken of je zorgen maakt over dingen? Blijf er niet mee zitten, bespreek het met je ouders of een mentor.
Tijdens het ontwikkeltraject van de richtlijn werd geen voorlichtingsmateriaal voor ouders en jongeren gevonden wat zowel inhoudelijk klopt, als ook voor alle ouders en jongeren geschikt is, inclusief ouders en jongeren met lage gezondheidsvaardigheden. Deze bijlage betreft een inhoudelijk basisoverzicht met slaaptips voor jongeren. Deze tips zijn ontwikkeld door het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Pharos benadrukt dat het voorlichtingsmateriaal niet geschikt is voor alle ouders en jongeren en dat aanpassingen wat betreft vormgeving en taalgebruik gewenst zijn.
6.3 Uitgebreide anamnese bij slaapproblemen van kinderen en jongeren
Deze uitgebreide anamnese is gebaseerd op de methodiek van Schregardus en de brede anamnese voor psychosociale problematiek uit de JGZ-richtlijn ‘Depressie’. Het is bedoeld om een goed beeld te krijgen van de situatie en het ontstaan van mogelijk foutieve patronen bij het in- en doorslapen. Bij het onderzoek moet rekening gehouden worden met de mogelijk hoge intra-individualiteit. Dit betekent dat het gedrag bij hetzelfde kind niet constant hoeft te zijn. Slaapproblematiek is gedrag met een redelijk hoge intra-individualiteit.
Om goede begeleiding en hulp te kunnen geven is het voor zowel professional als cliënt belangrijk om eerst een goed beeld te krijgen van het slaapprobleem (de probleemverheldering). Vervolgens is het belangrijk dat de factoren in kaart gebracht worden die het slaapprobleem veroorzaken of in stand houden (de probleemanalyse). Ook is het goed om te weten wat er al is geprobeerd om het probleem op te lossen, wat werkt en niet werkt.
Bij een groot slaapprobleem (crisissituatie of complexe problematiek) is het aan te raden om een meer uitgebreide anamnese af te nemen. Het is belangrijk altijd je vragen in te leiden; vertel aan de ouders of de jongere waarom je de(ze) vragen gaat stellen.
Hanteer de hier opgestelde vragen als leidraad, en pas ze aan de situatie en de leeftijd van het kind aan. Ga bij onderstaande vragen uit van je eigen deskundigheid. Bij weinig ernst of trauma’s kun je vragen als volgt samenvatten: “Waren er dingen ingrijpend in het leven van uw kind, bijv. tijdens de zwangerschap of geboorte, de ontwikkeling, was het kind gewenst, etc?”
Daarnaast is het een vereiste om ieder gezin als uniek te benaderen door:
- de informatie met veel aandacht en genuanceerd in te winnen
- vragend te blijven, nooit stellend te worden
- de ouders of de jongere de keus te laten
6.3.1 Anamnese bij jonge kinderen
Probleemverheldering:
Als ouders het slaapprobleem geen ‘probleem’ noemen, zou je kunnen spreken van ‘slaappatroon’.
1) Kun je meer vertellen over het slaapprobleem?
2) Wanneer zijn de slaapproblemen begonnen?
3) Was er een speciale aanleiding voor het ontstaan van het slaapprobleem in de tijd?
4) Hoe heeft het slaapprobleem/patroon zich daarna ontwikkeld?
5) Hoelang duurt het slaapprobleem al?
6) Gebeurt het elke nacht? Op welk moment?
7) Wat zijn de gevolgen?
8) Wat zou je graag veranderd willen zien?
9) Wat vinden jullie het meest vervelend of waar maken jullie je de meeste zorgen over?
Slaaphygiëne:
10) Hoe laat gaat het kind naar bed? Is dit elke dag/nacht ongeveer hetzelfde? Verschilt de bedtijd doordeweeks, in het weekend of tijdens vakanties?
11) Valt het kind meteen in slaap of ligt het lang wakker? Hoe lang denk je gemiddeld? Wat doe je dan? Wisselt de tijd van in slaap vallen?
12) Hoe laat wordt het kind wakker? Hoe laat gaat het kind het bed uit? Hoe gaat het met het ontbijten?
13) Waar slaapt het kind? Waar valt het kind in slaap?
14) Wordt het kind ‘s nachts wakker? Hoe vaak per week? Hoe vaak per nacht? Hoe laat in de nacht en hoe lang ligt het kind dan wakker?
15) Slaapt het kind overdag? Hoe vaak? Hoelang?
16) Op welke leeftijd is het gestopt met overdag slapen?
17) Zijn er tekenen van slaapgebrek overdag? Wisselt dit per week of tijdens vakantie?
18) Slaapt het kind alleen in een kamer, of bij ouders of met broertjes of zusjes?
19) Slaapt het kind in een donkere kamer, of is er veel licht?
20) Is de temperatuur goed in de kamer? (een goede kamertemperatuur is 16-18 graden)
21) Geef je het kind iets te eten of te drinken voor het slapen gaan?
22) Wat doet het kind ’s avonds, vlak voor het slapen gaan (denk aan tv-kijken, telefoon/tabletgebruik, computeren, wilde spelletjes etc.)
23) Gebruikt het kind medicatie? (Raadpleeg ook het JGZ-dossier)
24) Gebruikt het kind cafeïne of genotmiddelen? (denk aan cola, koffie, energiedrankjes, sigaretten, alcohol, drugs, etc.)
25) Snurkt het kind?
26) Slaapwandelt het kind? Ander opvallend gedrag ’s nachts?
27) Heeft het kind nachtmerries?
Gedrag ouders
28) Wie brengt het kind naar bed? Wanneer? Hoe gaat dat?
29) Wat gebeurt er als je weg wilt gaan?
30) Hoe gaat het verder in de avond en nacht? Wie gaat er naar het kind toe?
31) Hoe reageren jullie op het kind? Reageren jullie hetzelfde?
32) Wat roept het gedrag van het kind 's avonds/'s nachts bij jullie zelf op: onmacht/angst/boosheid /bezorgdheid/etc.?
33) Op welke manier tanken jullie zelf bij? Waar halen jullie je energie vandaan?
Probleemanalyse voorgeschiedenis
Afhankelijk van de problematiek kunnen de volgende vragen wat uitgebreider of juist kort doorlopen worden:
34) Was het kind gewenst?
35) Hebben jullie lang uitgekeken naar de zwangerschap?
36) Zwangerschap goed verlopen?
37) Bevalling zonder complicaties?
38) Hoe was de start van het kind?
39) Is het kind lichamelijk gezond geweest tot nu toe?
40) Zijn er bijzonderheden t.a.v. de voeding geweest (borst/fles)?
41) Hoe was de motorische ontwikkeling? Bijv. rollen – zitten – kruipen – staan – wanneer liep het kind los?
42) Hoe ervaren de ouders het kind, wat voor een type kind vinden zij het?
43) Wie zorgde/zorgt voor het kind overdag – 's avonds – weekend?
44) Is er ook nog een andere soort opvang? Hoe gaat dat?
45) Hoe is het met de zindelijkheid dag – nacht (gegaan)?
46) Zijn er ingrijpende gebeurtenissen geweest in het leven van het kind tot nu toe, die van invloed kunnen zijn op het huidige gedrag?
Huidige situatie (algemeen)
Afhankelijk van de problematiek kunnen de volgende vragen wat uitgebreider of juist kort doorlopen worden
47) Zijn er ook problemen overdag?
48) Is er – om wat voor reden dan ook – spanning bij jullie in huis?
49) Hoe gaat het samen met het (de) andere kind(eren)?
50) Wat voor effect heeft de huidige situatie op jullie en de andere gezinsleden.
51) Soms hangt het gedrag van kinderen sterk samen met een fase in de ontwikkeling. Denkt u dat het gedrag van uw kind kan samenhangen met de leeftijdsfase waarin uw kind verkeert?
52) Kan het kind zichzelf goed vermaken?
53) Heeft het kind/gezin een vaste dagindeling?
54) Hoe ziet dit eruit?
55) Wat zijn de leuke kanten van dit kind? m.a.w. Wat gaat goed? Waar genieten jullie van?
56) Hebben jullie dezelfde ideeën over opvoeden?
57) Reageren jullie hetzelfde op het kind?
58) Wat doet het kind als het z'n zin niet krijgt?
59) Hoe reageren jullie op het gedrag van het kind als het z'n zin niet krijgt? Hoe gaat het
verder? Hoe loopt het af?
60) Hoe maken jullie het verschil tussen ja en nee duidelijk?
61) Weet het kind het verschil tussen ja en nee? Hoe merk je dat?
Sociaal netwerk
62) Krijg je hulp of steun van familie of vrienden?
63) Heb je om hulp gevraagd aan anderen?
64) Aan wie (sociaal netwerk en/of professional)?
65) Heb je hulp gekregen?
66) Zo ja, van wie, en wat heeft het je opgeleverd?
Eerdere oplossingen
67) Wat hebben jullie tot nu toe geprobeerd om de slaapproblemen op te lossen of het patroon te veranderen? Wat werkt er wel?
68) Waarom lukt het niet de problemen op te lossen of patronen te veranderen?
69) Heb je informatie opgezocht?
70) Welke informatie heb je gevonden?
71) Had je daar wat aan; zo ja, wat?
72) Heb je dingen uitgeprobeerd om het probleem op te lossen?
73) Wat was het effect; ben je daar tevreden over?
74) Zo nee, heb je ideeën over wat mogelijk nog wel zou kunnen werken?
75) Zijn er al dingen veranderd?
Vervolg
-
Noodzaak voor een vervolg (eventueel schaalvraag)
-
Zou je hulp willen en zo ja van wie en hoe?
Samenvatting Conclusie
Gezamenlijke afspraken over het vervolg
6.3.2 Anamnese oudere kinderen/jongeren
Vragen die bruikbaar kunnen zijn bij een uitgebreide brede anamnese.
Probleemverheldering
1) Wat is het ervaren probleem?
2) “Kun je er meer over vertellen?”
3) Wat gebeurt er?
4) Op welke momenten?
5) Hoe vaak?
6) Hoeveel last heb je ervan (schaalvraag eventueel)?
7) Wat zijn de gevolgen? Wat merk je ervan?
Aanleiding
8) Sinds wanneer heb je hier last van?
9) Was er een aanleiding; weet je waarom je slecht bent gaan slapen?
10) Zou het ergens mee te maken kunnen hebben denk je?
Slaaphygiëne
11) Hoe laat ga je naar bed? Is dit elke dag/nacht ongeveer hetzelfde? Verschilt de bedtijd doordeweeks, in het weekend of tijdens vakanties?
12) Val je meteen in slaap of lig je lang wakker? Hoe lang denk je gemiddeld? Wat doe je dan?
13) Hoe laat word je wakker? Hoe laat ga je het bed uit? Hoe gaat het met het ontbijten?
14) Waar slaap je/waar val je in slaap?
15) Word je ’s nachts wakker en wat doe je dan?
16) Slaap je overdag weleens?
17) Slaap je alleen in een kamer?
18) Slaap je in een donkere kamer, of is er veel licht?
19) Is de temperatuur goed in de kamer? Niet te warm, en niet te koud?
20) Eet je iets, voordat je naar bed gaat?
21) Wat doe je ’s avonds, vlak voor het slapen gaan (denk aan tv-kijken, telefoongebruik, Ipad gebruik, computeren , etc.)
22) Gebruik je het bed voor andere activiteiten dan slapen? Bijv. studeren, telefoneren, gamen etc.)
23) Gebruik je medicatie? (Raadpleeg ook het JGZ dossier)
24) Gebruik cafeïne en genotmiddelen? (denk aan cola, koffie, energiedrankjes, sigaretten, alcohol, drugs, etc.)
25) Snurk je?
26) Slaapwandel je weleens, of heb je last van ander opvallend gedrag ’s nachts?
27) Heb je nachtmerries?
Gezinssituatie
28) Hoe ziet jullie gezin eruit (bij wie woon je)?
29) Hoe gaat het thuis met de verschillende gezinsleden?
30) Relatie met verschillende gezinsleden?
31) Zijn er de afgelopen twee jaar ingrijpende gebeurtenissen geweest in jullie gezin?
School
32) Hoe gaat het op school?
33) Wat vind je van school?
34) Wat vind je leuk om te doen?
35) Wat vind je minder leuk aan school?
36) Hoe zijn je resultaten?
37) Concentratie / aandacht?
38) Wie zijn je vrienden?
39) Wordt er gepest op school / in de klas?
40) Word je wel eens gepest, of pest je zelf?
Vrije tijd
41) Wat vind je leuk om te doen?
42) Heb je vaste bezigheden?
43) Hoeveel tijd besteed je er aan?
44) Spreek je af met vrienden?
Stemming
45) Hoe is je stemming in het algemeen (vrolijk, ongelukkig, verdrietig)?
46) Is er sprake van angst, zenuwachtigheid of gepieker?
47) Is er iets veranderd daarin de laatste tijd?
Sociaal netwerk
48) Heb je om hulp gevraagd aan anderen?
49) Aan wie (sociaal netwerk en/of professional)?
50) Heb je hulp gekregen?
51) Zo ja van wie, en wat heeft het je opgeleverd?
Eerdere oplossingen
52) Wat heb je zelf al geprobeerd om het probleem op te lossen?
53) Heb je informatie opgezocht;
54) Welke informatie heb je gevonden;
55) Had je daar wat aan; zo ja, wat;
56) Heb je dingen uitgeprobeerd om het probleem op te lossen;
57) Wat was het effect; ben je daar tevreden over;
58) Zo nee, heb je ideeën over wat mogelijk nog wel zou kunnen werken?
59) Zijn er al dingen veranderd?
Vervolg
60) Noodzaak voor een vervolg (eventueel schaalvraag)
61) Zou je hulp willen en zo ja van wie en hoe?
Samenvatting Conclusie
Gezamenlijke afspraken over het vervolg
6.4 Praktische informatie voor ouders en jeugdigen
Boeken over slaap voor ouders
Baby's:
- Boek “De ontevreden baby” van Pamela Douglas (2024)
Dit zelfhulpboek is gericht op het jonge kind met problemen op het gebied van huilen, voeding en slaap. Het betreft een sensitieve responsieve methode, gebaseerd op “Cued care”, sensorische informatieverwerking en voor de ouders elementen vanuit de Acceptance and Commitment therapie (ACT).
Dreumes, peuters, kleuters (1-6 jaar):
- “Zelfhulp bij Slaapproblemen van je jonge kind”, IMH Nederland (2022)
Het boek bevat informatie over slaap van jonge kinderen (0-2 à 3 jaar) en geeft uitleg over normale slaap. Het boek is gebaseerd op de principes vanuit de infant mental health, met nadruk op verbinding en responsief ouderschap.
- Boek “Zachte nachten” van Anouk van Nuffel (2024)
Dit boek bevat een volledig responsieve methode voor de aanpak van slaapproblemen op de jonge kinderleeftijd.
- Boek “Slaap kindje, slaap” van dr. Eduard Estivill (2014)
Gedragsgerichte methode voor de aanpak van slaapproblemen bij kinderen, waarbij gebruik gemaakt wordt van de ‘klassieke’ extinctiemethodes. Dit boek sluit aan bij de methodes die binnen Triple P geadviseerd worden t.a.v. het alleen leren slapen.
- Boek “Slaap nu maar” van Karlien Dhont (2022)
Zelfhulpboek voor ouders met brede informatie over slaapontwikkeling en slaapstoornissen bij kinderen tot 6 jaar, waarin naast slapeloosheid ook ingegaan wordt op slaapstoornissen zoals biologische klokproblemen, slaapapneu en rustelozebenensyndroom. Hierin staan meerdere methodes beschreven om zelfstandig te leren slapen, die een gedragsgericht uitgangspunt hebben.
Schoolkinderen (6-12 jaar):
- Zelfhulpboek “Wat kun je doen als je niet durft te gaan slapen
Gebaseerd op slaaphygiëne en cognitieve gedragstherapie. Met name gericht op kinderen waarbij angst meespeelt bij de slaapproblemen, maar is ook bij andere slapeloosheidsproblematiek op deze leeftijd in te zetten.
Engelstalige opties:
- Boek “Still awake” van Lyndsey Hookway
Gericht op slaapproblemen en slapeloosheid bij kinderen van peuters tot tieners, middels een responsieve holistische aanpak. Ook geschikt voor ouders van kinderen met ontwikkelingsproblematiek
- Boek “Uncle Lightfoot, Flip That Switch” (2014)
Gericht op schoolkinderen (6-12 jaar) met angst voor het donker. Behandeling gebaseerd op cognitieve gedragstherapie en exposure technieken.
‘Digitale’ ondersteuning bij slaapproblemen voor ouders/verzorgers en jeugdigen.
|
Website |
Informatie |
| www.groeigids.nl | Informatie en advies voor ouders over slaap van kinderen van baby tot jong volwassene |
| https://elearningumcutrechtnl.azureedge.net/e-module-slaap-bij-kinderen/story.html | E-learning module over slaap van kinderen ontwikkeld door UMC Utrecht. |
| www.slimslapen.nl | Informatie en zelftest over slaap voor jongeren |
| www.hersenstichting.nl/de-hersenen/gezonde-hersenen/slaap/slaap-en-jongeren/ | Informatie over slaap voor jongeren |
| www.jouwggd.nl | Betrouwbare informatie over gezondheid, slaap, media, alcohol en drugs voor jongeren |
6.5 Informatiefolder DSWPD
Informatiefolder Verschoven slaapwaakritme: Delayed Sleep Wake Phase Disorder (DSWPD)
Wat is DSWPD?
Delayed Sleep Wake Phase Disorder, of een verschoven slaap-waakritme, betekent dat je biologische klok anders staat afgesteld dan bij de meeste mensen. Dit kan ervoor zorgen dat je ’s avonds moeilijk in slaap komt en ’s ochtends moeite hebt met wakker worden en opstaan. Het kan een flinke invloed hebben op je dagelijkse leven.
In deze folder lees je meer over wat DSWPD precies is, wat de oorzaken zijn en hoe je er beter mee om kunt gaan.
Wat is de oorzaak van een verschoven slaap-waakritme?
DSWPD komt vaak voor bij mensen die van nature een avondtype zijn. Of je een ochtend- of avondmens bent, is meestal erfelijk bepaald. Als je een van je ouders avondmens is, is de kans groot dat jij dat ook bent.
Bij DSWPD is je interne biologische klok ‘te lang’, wat betekent dat je lichaam liever elke avond iets later naar bed gaat en ’s ochtends langer wil blijven slapen. Normaal gesproken wordt je biologische klok dagelijks opnieuw afgestemd op een cyclus van 24 uur, bijvoorbeeld door het ochtendlicht. Bij mensen met DSWPD kost dat meer moeite. Hierdoor kan je ritme steeds verder verschuiven als je uitslaapt of je schema niet strak aanhoudt.
Hoewel DSWPD niet ‘genezen’ kan worden, wordt het vaak minder ernstig naarmate je ouder wordt. Dit komt omdat je biologische klok na je 25e á 30e jaar geleidelijk weer wat vroeger wordt afgesteld. Tot die tijd is het vooral belangrijk om te leren hoe je zelf de controle kunt nemen over je ritme.
Wat zijn de klachten bij DSWPD?
- Moeite met in slaap komen, vaak pas laat in de nacht.
- Moeite met vroeg opstaan.
- Vermoeidheid, concentratieproblemen en prikkelbaarheid overdag.
- Soms zelfs overdag in slaap vallen.
Deze klachten kunnen je dagelijks leven flink verstoren, vooral als je school, werk of andere verplichtingen hebt.
Behandeling van DSWPD
De behandeling van DSWPD is maatwerk. Je arts of psycholoog kan een plan opstellen dat bij jou past. Dit plan kan bestaan uit:
- Regelmatige slaaptijden: Dit betekent dat je elke dag op dezelfde tijd naar bed gaat en opstaat, ook in het weekend.
- Geleidelijk verschuiven van je ritme: Als je ritme erg verschoven is, kan dit stap voor stap worden aangepast.
- Lichttherapie: ’s Ochtends vroeg blootstelling aan fel licht helpt je biologische klok beter af te stemmen. Dit is een daglichtlamp van 10.000 lux.
- Melatonine: Een lage dosis melatonine op het juiste moment in de avond kan helpen om je ritme te stabiliseren.
Welke keuze er wordt gemaakt hangt af van de mate waarin de biologische klok verschoven is en wat er eerder al is geprobeerd. Het belangrijkste is om je behandelplan zo goed mogelijk te volgen. Hieronder staan tips om je hierbij te helpen.
Tips om je ritme te verbeteren
- Begin op het juiste moment. Start de behandeling in een periode waarin je verplichtingen hebt, zoals school of werk. Dit helpt je om uit bed te komen. In een vakantieperiode is het vaak moeilijker om vol te houden.
- Vraag om hulp. Laat je ouders, vrienden of huisgenoten weten wat je probeert. Vraag of ze je kunnen helpen met opstaan of plannen in de ochtend.
- Houd je aan het schema. Vooral opstaan op dezelfde tijd en het gebruik van lichttherapie zijn heel belangrijk. Slaap je een keer uit, dan kan je biologische klok direct weer een paar dagen van slag zijn.
- Wees voorzichtig met ‘uitschieters’. Af en toe een keer later naar bed gaan kan, maar probeer dit te beperken tot maximaal één keer per week. Sta de volgende ochtend wel op tijd op en gebruik lichttherapie als dat in je behandelplan staat.
- Pas je activiteiten aan. Zorg dat je overdag genoeg beweegt en naar buiten gaat. Bewegen in de avond kan ook helpen, maar vermijd intensieve sport vlak voor het slapengaan.
- Beperk schermtijd. Leg je telefoon, laptop of tablet op tijd weg. Kijk je graag filmpjes? Zorg voor een lage lichtinstelling of blauwlichtfilter en kies iets rustigs. Stop op tijd. Zet hiervoor zo nodig een wekker.
- Vermijd cafeïne, alcohol en drugs. Cafeïne (in koffie, thee, cola, energiedrankjes en chocola) maakt het moeilijker om in slaap te vallen. Drink na 16:00 uur geen cafeïne meer. Alcohol en drugs kunnen je slaapkwaliteit verslechteren en je biologische klok verder verstoren.
Wat als je ritme toch verschuift?
Het is normaal dat je af en toe uit je ritme raakt, bijvoorbeeld na een feestje of in de vakantie. Dit is niet erg, want je kunt je ritme altijd weer herstellen. Zodra je weer een strak schema volgt, zal je biologische klok zich aanpassen.
In vakanties kun je ervoor kiezen om je ritme iets te laten verschuiven – je slaap mag ook best even vakantie hebben! – maar probeer op tijd weer in je normale ritme te komen voordat school of werk begint. Dit vraagt soms wat oefenen en geduld.
Een positieve gedachte
Het kan ontmoedigend zijn om te worstelen met DSWPD, maar onthoud dat je niet alleen bent. Veel jongeren hebben hier last van, en met de juiste aanpak kun je leren om je ritme beter onder controle te houden. Na je 25e of 30e jaar wordt het vaak vanzelf makkelijker.
Kijk ook of je hobby’s, studie of werk kunt aanpassen aan jouw ritme. Als je bijvoorbeeld ’s middags of ’s avonds kunt werken, kan dat een wereld van verschil maken.
Succes met je behandeling!
Heb je nog vragen of twijfels? Neem dan contact op met je arts of psycholoog. Zij kunnen je verder helpen en je ondersteunen waar nodig.
© Kinderslaapexpert BV Mook
Deze informatiefolder is tot stand gekomen door een samenwerking tussen Kinderslaapexpert en het Nederlands Slaap Instituut. De informatie uit deze folder mag vrij verspreid worden met correcte bronvermelding.
7 Totstandkoming
Deze richtlijntekst is gebaseerd op de JGZ-richtlijn ‘Gezonde slaap en slaapproblemen’, gepubliceerd in 2016. Bij het herzien van de richtlijn is de clusterwerkgroep ‘Opvoeden en ondersteunen’ nauw betrokken geweest. Deze werkgroep bestond uit zowel professionals met praktijkervaring als kennisdeskundigen op het gebied van slaap bij kinderen (zie ‘Werk-en klankbordgroep’). Gedurende het gehele herzieningsproces zijn de leden van de clusterwerkgroep betrokken geweest via plenaire bijeenkomsten en schriftelijke feedbackrondes, waarbij hun opmerkingen en suggesties zijn verzameld en verwerkt in de richtlijnmodules.
7.1 Werk-en klankbordgroep
Bij de formatie van de werkgroep is gelet op een goede balans tussen wetenschappers, inhoudelijke experts en uitvoerende JGZ-professionals.
De werkgroep voor de richtlijn Slaap bestond uit de volgende personen:
| Naam | Functie | Namens |
| Irene Rutte-Remkens (voorzitter) | Stafverpleegkundige, aandachtsfunctionaris kindermishandeling, GGD Zaanstreek Waterland | V&VN |
| Dr. Ineke de Kruijff | Kinderarts | NVK |
| Dr. Margreet Harskamp | Arts M+G/jeugdgezondheid, onderzoeker Amsterdam UMC, GGD Amsterdam | AJN |
| Willemien Klazema | Arts M+G/jeugdgezondheid, GGD regio Utrecht | AJN |
| Dr. Marianne Almac-Linthorst | Jeugdarts KNMG, CJG Rijnmond | AJN |
|
Margreet de Ruiter (tot 1-2-2025) |
Stafverpleegkundige JGZ, GGD Gelderland Zuid | V&VN |
| Monique Stam – Mulders | Sociaal verpleegkundige JGZ en Coordinator Publieke Gezondheid Asielzoekers JGZ | |
| Mirjam Jobse | Verpleegkundig Specialist AGZ, Santé Partners | V&VN |
| Dr. Sigrid Pillen | Kinderneuroloog, somnoloog | NVK |
|
Barbara Klitsie (per 15-5-2024) |
Verpleegkundig specialist in opleiding, GGD Brabant-Zuidoost | V&VN |
|
Emily Miesen (per 15-5-2024) |
Jeugdverpleegkundige, CJG Den Haag | V&VN |
| Elly Driessen | Doktersassistente, GGD Gelderland Zuid | NVDA |
| Yvette Konijnenberg | Kinderarts, Ziekenhuis St. Jansdal | NVK |
| Dr. Liesbeth de Wall | Kinderuroloog, RadboudUMC | NVU |
| Matthijs Weijermars | Orthopedagoog en behandelcoördinator, Seyscentra | Persoonlijke titel |
| Dr. Monique l'Hoir | Klinisch pedagoog, GZ-psycholoog en psychotherapeut (niet praktiserend), GGDNOG en Wageningen Universiteit | Persoonlijke titel |
| Deniz Ince | Projectleider, Nederlands Jeugdinstituut (NJi) | Persoonlijke titel |
| Dr. Eline Möller | Orthopedagoog en senior onderzoeker Amsterdam UMC | NIP |
|
Caroline Penninga (tot 1-9-2024) |
Orthopedagoog-Generalist NVO en kinder- en jeugdpsycholoog NIP | NVO |
| Marjet Winsemius (oudervertegenwoordiger) | Stichting voor Werkende Ouders | Persoonlijke titel |
| Marjolein van den Brink | Huisarts | Persoonlijke titel |
|
Linda van der Jagt (tot 1-1-2024) |
Jeugdverpleegkundige, GGD Zeeland | V&VN |
|
Maartje Jonkmans (tot 1-9-2024) |
Jeugdverpleegkundige, Gemeente Utrecht | V&VN |
Vanuit TNO zijn daar de volgende mensen bij aangesloten:
- Renate van Zoonen, projectleider bij TNO
- Eline Vlasblom, onderzoeker, slaapdeskundige, richtlijnontwikkelaar
- Hristiyanna Ivanova, onderzoeker, richtlijnontwikkelaar
De klankbordgroep voor de richtlijn Slaap bestond uit de volgende personen:
| Naam | Functie |
| Annette Beerepoot | JGZ-manager, GGD Zaanstreek-Waterland |
| Lonneke van der Veer | JGZ-manager, Yunio |
| Koosje van Aalzum | JGZ-manager, Veiligheidsregio Fryslân |
| Klaartje Welten | Implementatiefunctionaris (stafverpleegkundige), Gemeente Utrecht |
| Margreet de Wolff | Implementatiefunctionaris (stafarts), Vérian Jeugdezondheidszorg |
| Prof. Dr. Menno Reijneveld | Hoogleraar Sociale geneeskunde, UMCG, afd. Gezondheidswetenschappen |
| Floortje Kanits | Onderzoeker, Wageningen Universiteit |
| Ed Johannes | HBO docent verpleegkunde, Hogeschool Leiden |
| Aicha el Ouardani | Trainer en coach, Aicha Training en Coaching |
| Danielle Hendriks-Sandries | Orthopedagoog, Praktijk Hendriks Familycoaching |
7.2 Betrokkenheid ouders en jeugdigen
Bij de ontwikkeling van de richtlijn is rekening gehouden met het patiëntenperspectief. Een oudervertegenwoordiger nam actief deel aan het cluster “Opvoeden en Ondersteunen” en gaf schriftelijk feedback op alle richtlijnmodules.
Daarnaast zijn in de eerste fase van de richtlijnontwikkeling ouders van kinderen (0-18 jaar) via sociale media benaderd om hun ervaringen met de JGZ over de slaap van hun kinderen te delen. De ouders waren uitgenodigd om deel te nemen aan een online vragenlijst, waarop zeven ouders hebben gereageerd. Vijf van hen hebben ooit vragen over de slaap van hun kind(eren) gehad en drie ouders hebben daadwerkelijk informatie en advies bij de jeugdarts of – verpleegkundige hebben gevraagd. De ervaringen van deze ouders waren divers: twee ouders vonden dat de door de jeugdarts of –verpleegkundige gegeven adviezen en informatie goed aansluiten bij hun situatie. Een andere ouder was minder positief en vond het gesprek met de jeugdarts denigrerend en de adviezen niet passend bij haar situatie. Uiteindelijk besloot zij zelf onderzoek te doen, omdat de gegeven adviezen niet effectief waren. Eén ouder gaf aan als verbeterpunt dat er meer geluisterd zou moeten worden naar het verhaal van de ouder en dat de JGZ-professionals beter zouden moeten aansluiten bij de specifieke situatie van de ouder.
Wanneer de richtlijnmodules in concept opgesteld waren, zijn de aanbevelingen uit de richtlijnmodules via een online vragenlijst aan ouders van kinderen (0-18 jaar) voorgelegd. De aanbevelingen omvatten adviezen die de jeugdartsen/jeugdverpleegkundigen aan ouders en jeugdigen geeft, zowel rondom de preventie en herkennen van slaapproblemen, als rondom de behandeling daarvan. Ouders hadden de kans om zowel hun mening over de duidelijkheid, relevantie en bruikbaarheid van de adviezen te geven als specifieke suggesties over de adviezen te doen. Op de vragenlijst hebben 87 ouders gereageerd, waarvan het grootste deel (78%) de adviezen duidelijk genoeg vond.
Enkele punten die bij de meeste ouders naar voren kwamen zijn:
- Goed luisteren naar het verhaal van ouders en het kind.
- Empathie en begrip tonen.
- Adviezen aanbieden zonder de situatie of ouders te veroordelen.
- Adviezen op maat aanbieden.
- Tijdig verwijzen (afhankelijk van de situatie) en goed inschatten wanneer er behoefte is aan aanvullende diagnostiek.
De specifieke suggesties van deze ouders zijn overwogen en waar mogelijk in de richtlijn verwerkt.
8 Verantwoording
In september/oktober 2024 is de kennismodule herzien op grond van wetenschappelijke literatuur en aan de hand van de in de clusterwerkgroep ‘Opvoeden en ondersteunen’ aanwezige kennis en praktijkervaring.
Voor het selecteren van verpleegkundige diagnoses is gebruikgemaakt van NANDA International (2021). Dat is een handboek met verpleegkundige diagnoses en classificaties. Op basis van verpleegkundig klinisch redeneren kunnen verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten ook tot andere DD’s komen.
Modules ‘Preventie en signaleren’, ‘Samenwerken en verwijzen’, en ‘Begeleiden’ zijn herzien in januari 2025 op grond van actuele wetenschappelijke bewijs (zie ‘Methoden systematische review’) en door de clusterwerkgroep aangeboden expertise. Alle uitkomsten uit het wetenschappelijke literatuur zijn samengevat en tot richtlijnteksten uitgewerkt in samenwerking met de clusterwerkgroep. Zowel de overwegingen van ouders, als deze van professionals in de JGZ en inhoudelijke experts werden in dit proces meegenomen.
Concept teksten werden geschreven door het projectteam van TNO, samen met leden van de clusterwerkgroep die speciale expertise hebben op het terrein van slaap bij kinderen.
8.1 Methoden systematische review(s)
Oriënterend literatuuronderzoek
In het kader van de herziening van de richtlijn is gestart met oriënterend literatuuronderzoek. Startpunt voor de search was de JGZ-richtlijn ‘Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen’ uit 2016. In eerste instantie werd gezocht naar (inter)nationale evidence-based richtlijnen. Daarnaast werd in een aparte search gezocht naar artikelen over het perspectief van ouders en jeugdigen m.b.t. dit onderwerp. Aan de hand van de resultaten van dit literatuuronderzoek oriënteerden de richtlijnontwikkelaars zich op het richtlijnonderwerp.
Specifiek literatuuronderzoek
Vervolgens werd een specifieke systematische zoekactie uitgevoerd aan de hand van door de clusterwerkgroep vastgestelde uitgangsvragen (zie ‘Uitgangsvragen’ in module ‘Preventie en signaleren’ en module ‘Begeleiden’) met als doel het vinden van wetenschappelijk literatuur om deze vragen te beantwoorden. Op basis van de uitgangsvragen werden twee PICO’s gemaakt (zie ‘Zoekstrategie’). Zoekstrategieën die eerder door anderen zijn gebruikt in systematische reviews diende als voorbeeld.
Hiërarchische aanpak
Stap A Met het oog op efficiëntie werd hiërarchisch gezocht. Dat wil zeggen: allereerst uitgaande van bestaande geaggregeerde literatuur (bijvoorbeeld andere evidence-based richtlijnen, systematische reviews en meta-analyses)
Stap B Als dit niet genoeg opleverde of als de gevonden literatuur niet toepasbaar was in Nederland of de JGZ, werd de search uitgebreid met RCT’ s en observationeel onderzoek.
Stap C Ten slotte werd ook leden uit de clusterwerkgroep gevraagd om literatuur aan te leveren die buiten de selectie is gevallen. Vervolgens heeft het projectteam sleutelpublicaties en andere relevante aangeleverde artikelen doorgenomen om te zien of er nog belangrijke artikelen ontbreken (‘sneeuwbalmethode’)
Stap D Bij onvoldoende onderzochten methoden of onderwerpen werd uitgegaan van in de clusterwerkgroep beschikbare kennis en praktijkervaring.
Stap E Er is ook gezocht in twee interventiedatabases – Databank Effectieve Jeugdinterventies en Loketgezondleven.
8.1.1 Zoekstrategie
Op basis van de vastgestelde uitgangsvragen (zie ‘Uitgangsvragen’ in module ‘Preventie en signaleren’ en module ‘Begeleiden’) zijn twee PICO’s opgesteld. Met PICO 1 werd gezocht naar methoden en interventies om slaapproblemen bij kinderen en jongeren te voorkomen en/of behandelen. PICO 2 werd ingezet om een overzicht te krijgen in de manieren waarop JGZ-professionals slaapproblemen of de risico’s daarvan bij kinderen en jongeren kunnen signaleren.
PICO 1
| Uitgangsvraag: Welke interventie(s) kunnen JGZ-professionals inzetten om bij jeugdigen gezond slaapgedrag te stimuleren en slaapproblemen te voorkomen? Welke interventie(s) kunnen JGZ-professionals inzetten bij bestaande slaapproblemen? | |
| Vraag volgens PICO-systematiek |
Dient interventie [X] in vergelijking met [interventie [Y/ geen interventie] aan (aanstaande) ouders of jeugdigen te worden geadviseerd? Patiënten: Algemene populatie (aanstaande) ouders en kinderen (0-18 jaar) Interventie: [interventie X] Controle: [interventie Y]/ geen interventie Uitkomsten: Slaapduur, slaapkwaliteit, welbevinden (jeugdigen/ouder), cognitief functioneren (jeugdigen) |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Systematische reviews/ meta-analyses |
| Databases(s) | PubMed |
| Datum search | december 2023 |
| Publicatie periode | 2014-2023 |
| Talen | Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen: (Preventieve) interventies. Denk hierbij aan voorlichting over normaal slaapgedrag en een gezonde slaaphygiëne. Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van slaapproblemen zijn: beeldschermgebruik, cafeïnegebruik, roken, alcohol, drugs. In de zoekstrategie is aandacht voor kwetsbare gezinnen al dan niet met lage SES en/of een niet-Nederlands achtergrond en/of lage gezondheidsvaardigheden. |
|
| Zoektermen |
De volgende concepten worden betrokken:
|
PICO 2
| Uitgangsvraag: Hoe kunnen JGZ professionals slaapproblemen bij jeugdigen signaleren? | |
| Vraag volgens PICO-systematiek |
Wat is de diagnostische waarde (O) van [indextest] (I) versus [referentietest] (C) / geen test] voor het vaststellen van slaapproblemen bij jeugdigen (P)?
Patiënten: Algemene populatie ouders en kinderen (0-18 jaar) Interventie: Indextest Controle: referentietest/ geen test Uitkomsten: diagnostische waarde van de test |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Systematische reviews/ observationele studies |
| Domein: | Diagnostiek |
| Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
| Databases(s) | PubMed |
| Datum search | december 2023 |
| Publicatie periode | 2014-2023 |
| Talen | Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen:: JGZ professionals willen weten hoe zij slaapproblemen en gevolgen daarvan tijdig kunnen signaleren, zodat ouders en jeugdigen kunnen worden geholpen en gesteund, opdat de problemen niet onnodig verder toenemen of verminderd kunnen worden. Er zijn (gevalideerde) vragenlijsten om slaapproblemen bij jeugdigen te signaleren, maar zorgen over slaap van ouders of jeugdigen zijn leidend. Somatische oorzaken kunnen zijn: jeuk (bij bijv. eczeem of een andere huidaandoening), pijn (bij otitis media, cariës), benauwdheid en piepen, nachtelijk hoesten (bij astma), verstopte neus (allergische rhinitis), gastro-oesofageale reflux, slaapapneu (bij ernstig overgewicht). |
|
| Database | Zoektermen |
| PubMed |
De volgende concepten worden betrokken:
|
8.1.2 Selectieproces (inclusie- en exclusiecriteria)
De selectiecriteria berustten op:
- Inhoudelijke criteria: onderverdeeld in patiënten (P), interventies (I), gewenste vergelijkingen (C) en uitkomsten (O).
- Publicatieperiode: 2014-2023.
- Taal: Engels en Nederlands.
- Methodologische criteria: Deze zijn afhankelijk van de uitgangsvraag (gericht op interventie, preventie, diagnostiek, prognose). Voor interventie vragen wordt bijvoorbeeld in eerste instantie gezocht naar (meta-analyses van) RCTs omdat hier de minste kans is op vertekening. Voor etiologische en diagnostische vragen is een observationeel onderzoeksdesign meestal meer van toepassing.
- Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn (e.g. programma's/ methoden vertaald en/of materialen beschikbaar).
- Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die binnen de JGZ toepasbaar en uitvoerbaar zijn.
De reviewers selecteerden de studies in drie fases:
- De eerste selectie vond plaats op grond van titel en abstract;
- De tweede selectie na het lezen van de volledige tekst (Vanwege de brede PICO werden een beperkt aantal reviews (met meta-analyses) opgenomen als bewijs ter onderbouwing van de richtlijn, die het grootste gedeelte van interventies/screeners dekken);
- Individueel onderzoek (met voorkeur voor studies die in Nederland zijn uitgevoerd en in de JGZ) werd slechts gebruikt bij gebrek aan up-to-date systematische reviews.
8.1.3 Kwaliteit van het bewijs
Om de kwaliteit van de uitkomst in te schatten werd GRADE gebruikt.
- De richtlijnontwikkelaars bepaalden de methodologische kwaliteit van reviews met de AMSTAR-2 tool [146].
- De richtlijnontwikkelaars bepaalden de methodologische kwaliteit van RCT’s aan de hand van de Cochrane Risk of Bias Tool (RoB 2) [148].
- De richtlijnontwikkelaars bepaalden de methodologische kwaliteit van narratieve reviews aan de hand van SANRA [147].
8.2 Resultaten systematische review
Figuur 1 – Prisma flowchart, PICO 1 [155]
Figuur 2 – Prisma flowchart, PICO 2 [155]
Referenties
[1] Paruthi S, Brooks LJ, D'Ambrosio C, Hall WA, Kotagal S, Lloyd RM, Malow BA, Maski K, Nichols C, Quan SF, Rosen CL, Troester MM, Wise MS. Recommended Amount of Sleep for Pediatric Populations: A Consensus Statement of the American Academy of Sleep Medicine. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2016;12(6):785-6
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.5866 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27250809[2] Boer F. Slaapproblemen bij kinderen: Kinderpsychologie in de praktijk Lannoo-Meulenhoff Belgium 2013
[3] Galland BC, Taylor BJ, Elder DE, Herbison P. Normal sleep patterns in infants and children: a systematic review of observational studies. Sleep medicine reviews 2012;16(3):213-22
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.06.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21784676[4] Iglowstein I, Jenni OG, Molinari L, Largo RH. Sleep duration from infancy to adolescence: reference values and generational trends. Pediatrics 2003;111(2):302-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12563055[5] Meijer AM, van den Wittenboer GLH. Contribution of infants' sleep and crying to marital relationship of first-time parent couples in the 1st year after childbirth. Journal of family psychology : JFP : journal of the Division of Family Psychology of the American Psychological Association (Division 43) 2007;21(1):49-57
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17371109[6] Henderson JMT, France KG, Owens JL, Blampied NM. Sleeping through the night: the consolidation of self-regulated sleep across the first year of life. Pediatrics 2010;126(5):e1081-7
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-0976 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20974775[7] van Litsenburg RRL, Waumans RC, van den Berg G, Gemke RJBJ. Sleep habits and sleep disturbances in Dutch children: a population-based study. European journal of pediatrics 2010;169(8):1009-15
http://dx.doi.org/10.1007/s00431-010-1169-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20191392[8] van der Heijden KB, de Sonneville LMJ, Swaab H. Association of eveningness with problem behavior in children: a mediating role of impaired sleep. Chronobiology international 2013;30(7):919-29
http://dx.doi.org/10.3109/07420528.2013.790041 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23802509[9] Owens JA, Belon K, Moss P. Impact of delaying school start time on adolescent sleep, mood, and behavior. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2010;164(7):608-14
http://dx.doi.org/10.1001/archpediatrics.2010.96 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20603459[10] Gradisar M, Gardner G, Dohnt H. Recent worldwide sleep patterns and problems during adolescence: a review and meta-analysis of age, region, and sleep. Sleep medicine 2011;12(2):110-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.11.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21257344[11] American Academy of Sleep Medicine. International classification of sleep disorders—third edition (ICSD-3) AASM Resource Library [online] 2014
[12] American Psychiatric Association. Diagnostic and statistical manual of mental disorders 5th ed. 2013
[13] American Academy of Sleep Medicine. International classification of sleep disorders. 2nd ed. Westchester, IL 2005
[14] Jenni OG, Fuhrer HZ, Iglowstein I, Molinari L, Largo RH. A longitudinal study of bed sharing and sleep problems among Swiss children in the first 10 years of life. Pediatrics 2005;115(1 Suppl):233-40
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15866857[15] Byars KC, Yolton K, Rausch J, Lanphear B, Beebe DW. Prevalence, patterns, and persistence of sleep problems in the first 3 years of life. Pediatrics 2012;129(2):e276-84
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0372 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22218837[16] Meltzer LJ, Plaufcan MR, Thomas JH, Mindell JA. Sleep problems and sleep disorders in pediatric primary care: treatment recommendations, persistence, and health care utilization. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2014;10(4):421-6
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.3620 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24733988[17] van Sleuwen BE, Vlasblom E, L'Hoir MP. Eindverslag laagdrempelige verpleegkundige interventiemethoden in de jeugdgezondheidszorg bij slaapproblemen van jonge kinderen. ZonMW 2013
http://www.zonmw.nl/nl/projecten/project-detail/laagdrempelige-verpleegkundige-interventiemethoden-in-de-jeugdgezondheidszorg-bij-slaapproblemen-van/voortgang/[18] Linden M, Suijlekom-Smit L, Schellevis FG, Wouden J. Tweede nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. het kind in de huisartspraktijk. Utrecht: Nivel 2005
[19] Yperen T, Stam PT. Opvoeden versterken. Den Haag: VNG 2010
[20] Mindell JA, Kuhn B, Lewin DS, Meltzer LJ, Sadeh A, . Behavioral treatment of bedtime problems and night wakings in infants and young children. Sleep 2006;29(10):1263-76
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17068979[21] Ednick M, Cohen AP, McPhail GL, Beebe D, Simakajornboon N, Amin RS. A review of the effects of sleep during the first year of life on cognitive, psychomotor, and temperament development. Sleep 2009;32(11):1449-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19928384[22] Hemmi MH, Wolke D, Schneider S. Associations between problems with crying, sleeping and/or feeding in infancy and long-term behavioural outcomes in childhood: a meta-analysis. Archives of disease in childhood 2011;96(7):622-9
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2010.191312 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21508059[23] Berger RH, Miller AL, Seifer R, Cares SR, LeBourgeois MK. Acute sleep restriction effects on emotion responses in 30- to 36-month-old children. Journal of sleep research 2012;21(3):235-46
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2011.00962.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21988087[24] Dewald JF, Meijer AM, Oort FJ, Kerkhof GA, Bögels SM. The influence of sleep quality, sleep duration and sleepiness on school performance in children and adolescents: A meta-analytic review. Sleep medicine reviews 2010;14(3):179-89
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.10.004 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20093054[25] Koulouglioti C, Cole R, Kitzman H. Inadequate sleep and unintentional injuries in young children. Public health nursing (Boston, Mass.) 2008;25(2):106-14
http://dx.doi.org/10.1111/j.1525-1446.2008.00687.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18294179[26] Gregory AM, Van der Ende J, Willis TA, Verhulst FC. Parent-reported sleep problems during development and self-reported anxiety/depression, attention problems, and aggressive behavior later in life. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2008;162(4):330-5
http://dx.doi.org/10.1001/archpedi.162.4.330 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18391141[27] Monasta L, Batty GD, Cattaneo A, Lutje V, Ronfani L, Van Lenthe FJ, Brug J. Early-life determinants of overweight and obesity: a review of systematic reviews. Obesity reviews : an official journal of the International Association for the Study of Obesity 2010;11(10):695-708
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-789X.2010.00735.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20331509[28] Astill RG, Van der Heijden KB, Van Ijzendoorn MH, Van Someren EJW. Sleep, cognition, and behavioral problems in school-age children: a century of research meta-analyzed. Psychological bulletin 2012;138(6):1109-38
http://dx.doi.org/10.1037/a0028204 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22545685[29] Owens J, Gruber R, Brown T, Corkum P, Cortese S, O'Brien L, Stein M, Weiss M. Future research directions in sleep and ADHD: report of a consensus working group. Journal of attention disorders 2013;17(7):550-64
http://dx.doi.org/10.1177/1087054712457992 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22982880[30] Kheirandish L, Gozal D. Neurocognitive dysfunction in children with sleep disorders. Developmental science 2006;9(4):388-99
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16764612[31] Nielsen LS, Danielsen KV, Sørensen TIA. Short sleep duration as a possible cause of obesity: critical analysis of the epidemiological evidence. Obesity reviews : an official journal of the International Association for the Study of Obesity 2011;12(2):78-92
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-789X.2010.00724.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20345429[32] Shochat T, Cohen-Zion M, Tzischinsky O. Functional consequences of inadequate sleep in adolescents: a systematic review. Sleep medicine reviews 2014;18(1):75-87
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2013.03.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23806891[33] Moore M, Meltzer LJ. The sleepy adolescent: causes and consequences of sleepiness in teens. Paediatric respiratory reviews 2008;9(2):114-20; quiz 120-1
http://dx.doi.org/10.1016/j.prrv.2008.01.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18513671[34] Vallido T, Peters K, O'Brien L, Jackson D. Sleep in adolescence: a review of issues for nursing practice. Journal of clinical nursing 2009;18(13):1819-26
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2702.2009.02812.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19638045[35] de Bruin EJ, van Run C, Staaks J, Meijer AM. Effects of sleep manipulation on cognitive functioning of adolescents: A systematic review. Sleep medicine reviews 2017;32():45-57
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2016.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27039223[36] Rutters F, Gerver WJ, Nieuwenhuizen AG, Verhoef SPM, Westerterp-Plantenga MS. Sleep duration and body-weight development during puberty in a Dutch children cohort. International journal of obesity (2005) 2010;34(10):1508-14
http://dx.doi.org/10.1038/ijo.2010.161 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20714331[37] Javaheri S, Storfer-Isser A, Rosen CL, Redline S. Association of short and long sleep durations with insulin sensitivity in adolescents. The Journal of pediatrics 2011;158(4):617-23
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2010.09.080 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21146189[38] Faraut B, Boudjeltia KZ, Vanhamme L, Kerkhofs M. Immune, inflammatory and cardiovascular consequences of sleep restriction and recovery. Sleep medicine reviews 2012;16(2):137-49
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.05.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21835655[39] Orzech KM, Acebo C, Seifer R, Barker D, Carskadon MA. Sleep patterns are associated with common illness in adolescents. Journal of sleep research 2014;23(2):133-42
http://dx.doi.org/10.1111/jsr.12096 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24134661[40] Mindell JA, Telofski LS, Wiegand B, Kurtz ES. A nightly bedtime routine: impact on sleep in young children and maternal mood. Sleep 2009;32(5):599-606
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19480226[41] Sadeh A, Tikotzky L, Scher A. Parenting and infant sleep. Sleep medicine reviews 2010;14(2):89-96
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.05.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19631566[42] Martin J, Hiscock H, Hardy P, Davey B, Wake M. Adverse associations of infant and child sleep problems and parent health: an Australian population study. Pediatrics 2007;119(5):947-55
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17473096[43] Hunter LP, Rychnovsky JD, Yount SM. A selective review of maternal sleep characteristics in the postpartum period. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing : JOGNN 2009;38(1):60-8
http://dx.doi.org/10.1111/j.1552-6909.2008.00309.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19208049[44] Mindell JA, Meltzer LJ, Carskadon MA, Chervin RD. Developmental aspects of sleep hygiene: findings from the 2004 National Sleep Foundation Sleep in America Poll. Sleep medicine 2009;10(7):771-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2008.07.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19285450[45] Semple A. What influences baby-sleeping behaviour at night (1)? The practising midwife 2010;13(9):17-20
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21138130[46] Malone SK. Early to bed, early to rise?: an exploration of adolescent sleep hygiene practices. The Journal of school nursing : the official publication of the National Association of School Nurses 2011;27(5):348-54
http://dx.doi.org/10.1177/1059840511410434 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21606219[47] de Bruin EJ, van Kampen RKA, van Kooten T, Meijer AM. Psychometric properties and clinical relevance of the adolescent sleep hygiene scale in Dutch adolescents. Sleep medicine 2014;15(7):789-97
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2014.03.015 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24891082[48] Galbally M, Lewis AJ, McEgan K, Scalzo K, Islam FA. Breastfeeding and infant sleep patterns: an Australian population study. Journal of paediatrics and child health 2013;49(2):E147-52
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12089 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23331519[49] Ramamurthy MB, Sekartini R, Ruangdaraganon N, Huynh DHT, Sadeh A, Mindell JA. Effect of current breastfeeding on sleep patterns in infants from Asia-Pacific region. Journal of paediatrics and child health 2012;48(8):669-74
http://dx.doi.org/10.1111/j.1440-1754.2012.02453.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22616943[50] Rosen LA. Infant sleep and feeding. Journal of obstetric, gynecologic, and neonatal nursing : JOGNN 2008;37(6):706-14
http://dx.doi.org/10.1111/j.1552-6909.2008.00299.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19012721[51] Brown A, Harries V. Infant sleep and night feeding patterns during later infancy: association with breastfeeding frequency, daytime complementary food intake, and infant weight. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine 2015;10(5):246-52
http://dx.doi.org/10.1089/bfm.2014.0153 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25973527[52] Cain N, Gradisar M. Electronic media use and sleep in school-aged children and adolescents: A review. Sleep medicine 2010;11(8):735-42
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20673649[53] Vijakkhana N, Wilaisakditipakorn T, Ruedeekhajorn K, Pruksananonda C, Chonchaiya W. Evening media exposure reduces night-time sleep. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992) 2015;104(3):306-12
http://dx.doi.org/10.1111/apa.12904 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25521612[54] Falbe J, Davison KK, Franckle RL, Ganter C, Gortmaker SL, Smith L, Land T, Taveras EM. Sleep duration, restfulness, and screens in the sleep environment. Pediatrics 2015;135(2):e367-75
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2014-2306 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25560435[55] Owens JA, Mindell J, Baylor A. Effect of energy drink and caffeinated beverage consumption on sleep, mood, and performance in children and adolescents. Nutrition reviews 2014;72 Suppl 1():65-71
http://dx.doi.org/10.1111/nure.12150 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25293545[56] Mathers M, Toumbourou JW, Catalano RF, Williams J, Patton GC. Consequences of youth tobacco use: a review of prospective behavioural studies. Addiction (Abingdon, England) 2006;101(7):948-58
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16771887[57] Patten CA, Choi WS, Gillin JC, Pierce JP. Depressive symptoms and cigarette smoking predict development and persistence of sleep problems in US adolescents. Pediatrics 2000;106(2):E23
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10920179[58] Pasch KE, Latimer LA, Cance JD, Moe SG, Lytle LA. Longitudinal bi-directional relationships between sleep and youth substance use. Journal of youth and adolescence 2012;41(9):1184-96
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-012-9784-5 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22752878[59] O'Brien EM, Mindell JA. Sleep and risk-taking behavior in adolescents. Behavioral sleep medicine 2005;3(3):113-33
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15984914[60] Treyster Z, Gitterman B. Second hand smoke exposure in children: environmental factors, physiological effects, and interventions within pediatrics. Reviews on environmental health 2011;26(3):187-95
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22206195[61] Wong MM, Robertson GC, Dyson RB. Prospective relationship between poor sleep and substance-related problems in a national sample of adolescents. Alcoholism, clinical and experimental research 2015;39(2):355-62
http://dx.doi.org/10.1111/acer.12618 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25598438[62] Roberts RE, Roberts CR, Duong HT. Sleepless in adolescence: prospective data on sleep deprivation, health and functioning. Journal of adolescence 2009;32(5):1045-57
http://dx.doi.org/10.1016/j.adolescence.2009.03.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19361854[63] Wahlstrom K, Dretzke B, Gordon M, Peterson K, Edwards K, Gdula J. Examining the Impact of Later School Start Times on the Health and Academic Performance of High School Students: A Multi-Site Study Center for Applied Research and Educational Improvement. St Paul, MN: University of Minnesota. 2014
[64] Danner F, Phillips B. Adolescent sleep, school start times, and teen motor vehicle crashes. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2008;4(6):533-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19110880[65] Labree LJWW, van de Mheen HD, Rutten FFHF, Rodenburg GG, Koopmans GTG, Foets MM. Sleep duration differences between children of migrant and native origins. Zeitschrift fur Gesundheitswissenschaften = Journal of public health 2015;23(3):149-156
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26000233[66] Knutson KL. Sociodemographic and cultural determinants of sleep deficiency: implications for cardiometabolic disease risk. Social science & medicine (1982) 2013;79():7-15
http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2012.05.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22682665[67] Mindell JA, Sadeh A, Kohyama J, How TH. Parental behaviors and sleep outcomes in infants and toddlers: a cross-cultural comparison. Sleep medicine 2010;11(4):393-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2009.11.011 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20223706[68] Olds T, Blunden S, Petkov J, Forchino F. The relationships between sex, age, geography and time in bed in adolescents: a meta-analysis of data from 23 countries. Sleep medicine reviews 2010;14(6):371-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2009.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20207558[69] Schredl M, Reinhard I. Gender differences in nightmare frequency: a meta-analysis. Sleep medicine reviews 2011;15(2):115-21
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2010.06.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20817509[70] Meijer AM, Habekothé HT, Van Den Wittenboer GL. Time in bed, quality of sleep and school functioning of children. Journal of sleep research 2000;9(2):145-53
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10849241[71] Konofal E, Lecendreux M, Cortese S. Sleep and ADHD. Sleep medicine 2010;11(7):652-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2010.02.012 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20620109[72] Sadeh A, Pergamin L, Bar-Haim Y. Sleep in children with attention-deficit hyperactivity disorder: a meta-analysis of polysomnographic studies. Sleep medicine reviews 2006;10(6):381-98
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16846743[73] Cortese S, Faraone SV, Konofal E, Lecendreux M. Sleep in children with attention-deficit/hyperactivity disorder: meta-analysis of subjective and objective studies. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2009;48(9):894-908
http://dx.doi.org/10.1097/CHI.0b013e3181ac09c9 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19625983[74] Bullock GL, Schall U. Dyssomnia in children diagnosed with attention deficit hyperactivity disorder: a critical review. The Australian and New Zealand journal of psychiatry 2005;39(5):373-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15860025[75] Ivanenko A, Johnson K. Sleep disturbances in children with psychiatric disorders. Seminars in pediatric neurology 2008;15(2):70-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.spen.2008.03.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18555193[76] Magee L, Hale L. Longitudinal associations between sleep duration and subsequent weight gain: a systematic review. Sleep medicine reviews 2012;16(3):231-41
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.05.005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21784678[77] Liu J, Zhang A, Li L. Sleep duration and overweight/obesity in children: review and implications for pediatric nursing. Journal for specialists in pediatric nursing : JSPN 2012;17(3):193-204
http://dx.doi.org/10.1111/j.1744-6155.2012.00332.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22734873[78] Kuhl ES, Clifford LM, Stark LJ. Obesity in preschoolers: behavioral correlates and directions for treatment. Obesity (Silver Spring, Md.) 2012;20(1):3-29
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2011.201 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21760634[79] Chen X, Beydoun MA, Wang Y. Is sleep duration associated with childhood obesity? A systematic review and meta-analysis. Obesity (Silver Spring, Md.) 2008;16(2):265-74
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2007.63 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18239632[80] Cappuccio FP, Taggart FM, Kandala N-B, Currie A, Peile ED, Stranges S, Miller MA. Meta-analysis of short sleep duration and obesity in children and adults. Sleep 2008;31(5):619-26
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18517032[81] Hollway JA, Aman MG. Sleep correlates of pervasive developmental disorders: a review of the literature. Research in developmental disabilities 2011;32(5):1399-421
http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2011.04.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21570809[82] Valrie CR, Bromberg MH, Palermo T, Schanberg LE. A systematic review of sleep in pediatric pain populations. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2013;34(2):120-8
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e31827d5848 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23369958[83] Tietze A-L, Blankenburg M, Hechler T, Michel E, Koh M, Schlüter B, Zernikow B. Sleep disturbances in children with multiple disabilities. Sleep medicine reviews 2012;16(2):117-27
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.03.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21620745[84] Yilmaz E, Sedky K, Bennett DS. The relationship between depressive symptoms and obstructive sleep apnea in pediatric populations: a meta-analysis. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2013;9(11):1213-20
http://dx.doi.org/10.5664/jcsm.3178 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24235907[85] Kowatch RA, Youngstrom EA, Danielyan A, Findling RL. Review and meta-analysis of the phenomenology and clinical characteristics of mania in children and adolescents. Bipolar disorders 2005;7(6):483-96
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16403174[86] Cairns KE, Yap MBH, Pilkington PD, Jorm AF. Risk and protective factors for depression that adolescents can modify: a systematic review and meta-analysis of longitudinal studies. Journal of affective disorders 2014;169():61-75
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2014.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25154536[87] Augustinavicius JLS, Zanjani A, Zakzanis KK, Shapiro CM. Polysomnographic features of early-onset depression: a meta-analysis. Journal of affective disorders 2014;158():11-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2013.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24655760[88] Pigeon WR, Pinquart M, Conner K. Meta-analysis of sleep disturbance and suicidal thoughts and behaviors. The Journal of clinical psychiatry 2012;73(9):e1160-7
http://dx.doi.org/10.4088/JCP.11r07586 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23059158[89] Churchill SS, Kieckhefer GM, Bjornson KF, Herting JR. Relationship between sleep disturbance and functional outcomes in daily life habits of children with Down syndrome. Sleep 2015;38(1):61-71
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.4326 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25325444[90] van Golde EGA, Gutter T, de Weerd AW. Sleep disturbances in people with epilepsy; prevalence, impact and treatment. Sleep medicine reviews 2011;15(6):357-68
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.01.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21439869[91] Charuvastra A, Cloitre M. Safe enough to sleep: sleep disruptions associated with trauma, posttraumatic stress, and anxiety in children and adolescents. Child and adolescent psychiatric clinics of North America 2009;18(4):877-91
http://dx.doi.org/10.1016/j.chc.2009.04.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19836694[92] Camfferman D, Kennedy JD, Gold M, Martin AJ, Winwood P, Lushington K. Eczema, sleep, and behavior in children. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2010;6(6):581-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21206547[93] Camfferman D, Kennedy JD, Gold M, Simpson C, Lushington K. Sleep and neurocognitive functioning in children with eczema. International journal of psychophysiology : official journal of the International Organization of Psychophysiology 2013;89(2):265-72
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijpsycho.2013.01.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23353660[94] Ryborg CT, Søndergaard J, Lous J, Munck A, Larsen PV, Thomsen JL. Associations between symptoms, clinical findings and the short-term prognosis among children with otitis media: a cohort study. International journal of pediatric otorhinolaryngology 2013;77(2):210-5
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijporl.2012.10.023 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23200872[95] McCormick DP, Jennings K, Ede LC, Alvarez-Fernandez P, Patel J, Chonmaitree T. Use of symptoms and risk factors to predict acute otitis media in infants. International journal of pediatric otorhinolaryngology 2016;81():55-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.ijporl.2015.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26810291[96] Laine MK, Tähtinen PA, Ruuskanen O, Huovinen P, Ruohola A. Symptoms or symptom-based scores cannot predict acute otitis media at otitis-prone age. Pediatrics 2010;125(5):e1154-61
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2009-2689 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20368317[97] Üçer O, Gümüş B. Quantifying subjective assessment of sleep quality, quality of life and depressed mood in children with enuresis. World journal of urology 2014;32(1):239-43
http://dx.doi.org/10.1007/s00345-013-1193-1 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24150187[98] Azevedo Soster L, Alves R, Fagundes SN, Koch VHK, Bruni O. Sleep disturbances associated with sleep enuresis: A questionnaire study. European journal of paediatric neurology : EJPN : official journal of the European Paediatric Neurology Society 2016;20(2):282-285
http://dx.doi.org/10.1016/j.ejpn.2015.11.014 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26732069[99] Costigan SA, Barnett L, Plotnikoff RC, Lubans DR. The health indicators associated with screen-based sedentary behavior among adolescent girls: a systematic review. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2013;52(4):382-92
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2012.07.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23299000[100] Owens J, , . Insufficient sleep in adolescents and young adults: an update on causes and consequences. Pediatrics 2014;134(3):e921-32
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2014-1696 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25157012[101] Hale L, Guan S. Screen time and sleep among school-aged children and adolescents: a systematic literature review. Sleep medicine reviews 2015;21():50-8
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2014.07.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25193149[102] Kirby MF, Maggi S, D'Angiulli A. School Start Times and the Sleep–Wake Cycle of Adolescents Educational Researcher 2011;40(2):56
https://www.researchgate.net/publication/258134857_School_Start_Times_and_the_Sleep-Wake_Cycle_of_Adolescents[103] Kelley P, Lockley SW, Foster RG, Kelley J. Synchronizing education to adolescent biology: 'Let teens sleep, start school later' Learning Media and Technology 2014;40(2):1
https://www.researchgate.net/publication/271991912_Synchronizing_education_to_adolescent_biology_'let_teens_sleep_start_school_later'[104] Acebo C, Sadeh A, Seifer R, Tzischinsky O, Hafer A, Carskadon MA. Sleep/wake patterns derived from activity monitoring and maternal report for healthy 1- to 5-year-old children. Sleep 2005;28(12):1568-77
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16408417[105] Cornelius LJ. Health habits of school-age children. Journal of health care for the poor and underserved 1991;2(3):374-95
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/1772949[106] McLaughlin Crabtree V, Beal Korhonen J, Montgomery-Downs HE, Faye Jones V, O'Brien LM, Gozal D. Cultural influences on the bedtime behaviors of young children. Sleep medicine 2005;6(4):319-24
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15978515[107] Marco CA, Wolfson AR, Sparling M, Azuaje A. Family socioeconomic status and sleep patterns of young adolescents. Behavioral sleep medicine 2011;10(1):70-80
http://dx.doi.org/10.1080/15402002.2012.636298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22250780[108] Guérin N, Reinberg A, Testu F, Boulenguiez S, Mechkouri M, Touitou Y. Role of school schedule, age, and parental socioeconomic status on sleep duration and sleepiness of Parisian children. Chronobiology international 2001;18(6):1005-17
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11777075[109] Marshall NS, Glozier N, Grunstein RR. Is sleep duration related to obesity? A critical review of the epidemiological evidence. Sleep medicine reviews 2008;12(4):289-98
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2008.03.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18485764[110] Patel SR, Hu FB. Short sleep duration and weight gain: a systematic review. Obesity (Silver Spring, Md.) 2008;16(3):643-53
http://dx.doi.org/10.1038/oby.2007.118 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18239586[111] L'Hoir MP, Vlasblom E, Boere-Boonekamp MM, van Dommelen P, Schmelt D, Dreiskaemper D, Naul R. Slaap en overgewicht in Europees onderzoek: Gezonde Kinderen in een Gezonde Kindomgeving (GKGK). Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg 2012;44(6):102
[112] Douglas PS, Hill PS. Behavioral sleep interventions in the first six months of life do not improve outcomes for mothers or infants: a systematic review. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2013;34(7):497-507
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e31829cafa6 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24042081[113] Blunden SL, Chapman J, Rigney GA. Are sleep education programs successful? The case for improved and consistent research efforts. Sleep medicine reviews 2012;16(4):355-70
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22104441[114] Bryanton J, Beck CT, Montelpare W. Postnatal parental education for optimizing infant general health and parent-infant relationships. The Cochrane database of systematic reviews 2013
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD004068.pub4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24284872[115] Bakker-Camu GJW, Nawijn L, van Sleuwen BE, L'Hoir MP. Preventie van slaapproblemen bij jonge kinderen. Review van de effectieve elementen. Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg 2011;43(2):26
[116] Crichton GE, Symon B. Behavioral Management of Sleep Problems in Infants Under 6 Months--What Works? Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2016;37(2):164-71
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0000000000000257 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26836644[117] Allen SL, Howlett MD, Coulombe JA, Corkum PV. ABCs of SLEEPING: A review of the evidence behind pediatric sleep practice recommendations. Sleep medicine reviews 2016;29():1-14
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2015.08.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26551999[118] Bennett C, Underdown A, Barlow J. Massage for promoting mental and physical health in typically developing infants under the age of six months. The Cochrane database of systematic reviews 2013;2013(4):CD005038
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD005038.pub3 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23633323[119] Underdown A, Barlow J, Stewart-Brown S. Tactile stimulation in physically healthy infants: Results of a systematic review. Journal of Reproductive and Infant Psychology 2010;28(1):11
[120] van der Lely S, Frey S, Garbazza C, Wirz-Justice A, Jenni OG, Steiner R, Wolf S, Cajochen C, Bromundt V, Schmidt C. Blue blocker glasses as a countermeasure for alerting effects of evening light-emitting diode screen exposure in male teenagers. The Journal of adolescent health : official publication of the Society for Adolescent Medicine 2015;56(1):113-9
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2014.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25287985[121] Burkhart K, Phelps JR. Amber lenses to block blue light and improve sleep: a randomized trial. Chronobiology international 2009;26(8):1602-12
http://dx.doi.org/10.3109/07420520903523719 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20030543[122] Chellappa SL, Gordijn MCM, Cajochen C. Can light make us bright? Effects of light on cognition and sleep. Progress in brain research 2011;190():119-33
http://dx.doi.org/10.1016/B978-0-444-53817-8.00007-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21531248[123] Spencer JA, Moran DJ, Lee A, Talbert D. White noise and sleep induction. Archives of disease in childhood 1990;65(1):135-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/2405784[124] Forquer LM, Johnson C. Continuous White Noise to Reduce Resistance Going to Sleep and Night Wakings in Toddlers Child & Family Behavior Therapy 2005;27(2):1
[125] Waumans RC, Terwee CB, Van den Berg G, Knol DL, Van Litsenburg RRL, Gemke RJBJ. Sleep and sleep disturbance in children: Reliability and validity of the Dutch version of the Child Sleep Habits Questionnaire. Sleep 2010;33(6):841-5
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20550026[126] Dewald JF, Short MA, Gradisar M, Oort FJ, Meijer AM. The Chronic Sleep Reduction Questionnaire (CSRQ): a cross-cultural comparison and validation in Dutch and Australian adolescents. Journal of sleep research 2012;21(5):584-94
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2012.00999.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22329363[127] Ramdurg S. Kleine-Levin syndrome: Etiology, diagnosis, and treatment. Annals of Indian Academy of Neurology 2010;13(4):241-6
http://dx.doi.org/10.4103/0972-2327.74185 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21264130[128] Simakajornboon N, Kheirandish-Gozal L, Gozal D. Diagnosis and management of restless legs syndrome in children. Sleep medicine reviews 2009;13(2):149-56
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2008.12.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19186083[129] Meijer AM, Hofman W. Assessment en protocollaire behandeling van slaapproblemen bij kinderen Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten 2014
[130] Morgenthaler TI, Owens J, Alessi C, Boehlecke B, Brown TM, Coleman J, Friedman L, Kapur VK, Lee-Chiong T, Pancer J, Swick TJ, . Practice parameters for behavioral treatment of bedtime problems and night wakings in infants and young children. Sleep 2006;29(10):1277-81
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17068980[131] Brown CA, Kuo M, Phillips L, Berry R, Tan M. Non-pharmacological sleep interventions for youth with chronic health conditions: a critical review of the methodological quality of the evidence. Disability and rehabilitation 2013;35(15):1221-55
http://dx.doi.org/10.3109/09638288.2012.723788 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23050860[132] Escalona A, Field T, Singer-Strunck R, Cullen C, Hartshorn K. Brief report: improvements in the behavior of children with autism following massage therapy. Journal of autism and developmental disorders 2001;31(5):513-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11794416[133] Dobson D, Lucassen PLBJ, Miller JJ, Vlieger AM, Prescott P, Lewith G. Manipulative therapies for infantile colic. The Cochrane database of systematic reviews 2012;12():CD004796
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD004796.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23235617[134] McRury JM, Zolotor AJ. A randomized, controlled trial of a behavioral intervention to reduce crying among infants. Journal of the American Board of Family Medicine : JABFM 2010;23(3):315-22
http://dx.doi.org/10.3122/jabfm.2010.03.090142 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20453177[135] Quach J, Hiscock H, Ukoumunne OC, Wake M. A brief sleep intervention improves outcomes in the school entry year: a randomized controlled trial. Pediatrics 2011;128(4):692-701
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0409 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21890825[136] Sciberras E, Fulton M, Efron D, Oberklaid F, Hiscock H. Managing sleep problems in school aged children with ADHD: a pilot randomised controlled trial. Sleep medicine 2011;12(9):932-5
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2011.02.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22005602[137] Moore BA, Friman PC, Fruzzetti AE, MacAleese K. Brief report: evaluating the Bedtime Pass Program for child resistance to bedtime--a randomized, controlled trial. Journal of pediatric psychology 2007;32(3):283-7
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16899650[138] Gradisar M, Dohnt H, Gardner G, Paine S, Starkey K, Menne A, Slater A, Wright H, Hudson JL, Weaver E, Trenowden S. A randomized controlled trial of cognitive-behavior therapy plus bright light therapy for adolescent delayed sleep phase disorder. Sleep 2011;34(12):1671-80
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.1432 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22131604[139] de Bruin EJ, Bögels SM, Oort FJ, Meijer AM. Efficacy of Cognitive Behavioral Therapy for Insomnia in Adolescents: A Randomized Controlled Trial with Internet Therapy, Group Therapy and A Waiting List Condition. Sleep 2015;38(12):1913-26
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.5240 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26158889[140] de Bruin EJ, Oort FJ, Bögels SM, Meijer AM. Efficacy of internet and group-administered cognitive behavioral therapy for insomnia in adolescents: a pilot study. Behavioral sleep medicine 2014;12(3):235-54
http://dx.doi.org/10.1080/15402002.2013.784703 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23767888[141] Bendz LM, Scates AC. Melatonin treatment for insomnia in pediatric patients with attention-deficit/hyperactivity disorder. The Annals of pharmacotherapy 2010;44(1):185-91
http://dx.doi.org/10.1345/aph.1M365 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20028959[142] van Geijlswijk IM, Korzilius HPLM, Smits MG. The use of exogenous melatonin in delayed sleep phase disorder: a meta-analysis. Sleep 2010;33(12):1605-14
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21120122[143] Barrett JR, Tracy DK, Giaroli G. To sleep or not to sleep: a systematic review of the literature of pharmacological treatments of insomnia in children and adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder. Journal of child and adolescent psychopharmacology 2013;23(10):640-7
http://dx.doi.org/10.1089/cap.2013.0059 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24261659[144] Van der Heijden KB, Smits MG, Van Someren EJW, Ridderinkhof KR, Gunning WB. Effect of melatonin on sleep, behavior, and cognition in ADHD and chronic sleep-onset insomnia. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2007;46(2):233-41
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17242627[145] Khan S, Heussler H, McGuire T, Dakin C, Pache D, Cooper D, Norris R, Flenady V, Charles B. Melatonin for non-respiratory sleep disorders in visually impaired children. The Cochrane database of systematic reviews 2011
http://dx.doi.org/10.1002/14651858.CD008473.pub2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22071850[146] Hoebert M, van der Heijden KB, van Geijlswijk IM, Smits MG. Long-term follow-up of melatonin treatment in children with ADHD and chronic sleep onset insomnia. Journal of pineal research 2009;47(1):1-7
http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-079X.2009.00681.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19486273[147] Braam W, Smits MG, Didden R, Korzilius H, Van Geijlswijk IM, Curfs LMG. Exogenous melatonin for sleep problems in individuals with intellectual disability: a meta-analysis. Developmental medicine and child neurology 2009;51(5):340-9
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-8749.2008.03244.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19379289[148] Buscemi N, Vandermeer B, Hooton N, Pandya R, Tjosvold L, Hartling L, Vohra S, Klassen TP, Baker G. Efficacy and safety of exogenous melatonin for secondary sleep disorders and sleep disorders accompanying sleep restriction: meta-analysis. BMJ (Clinical research ed.) 2006;332(7538):385-93
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16473858[149] Guénolé F, Godbout R, Nicolas A, Franco P, Claustrat B, Baleyte J-M. Melatonin for disordered sleep in individuals with autism spectrum disorders: systematic review and discussion. Sleep medicine reviews 2011;15(6):379-87
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.02.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21393033[150] Rossignol DA, Frye RE. Melatonin in autism spectrum disorders: a systematic review and meta-analysis. Developmental medicine and child neurology 2011;53(9):783-792
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-8749.2011.03980.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21518346[151] Malow BA, Byars K, Johnson K, Weiss S, Bernal P, Goldman SE, Panzer R, Coury DL, Glaze DG, . A practice pathway for the identification, evaluation, and management of insomnia in children and adolescents with autism spectrum disorders. Pediatrics 2012;130 Suppl 2(Suppl 2):S106-24
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2012-0900I https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23118242[152] Fernández-San-Martín MI, Masa-Font R, Palacios-Soler L, Sancho-Gómez P, Calbó-Caldentey C, Flores-Mateo G. Effectiveness of Valerian on insomnia: a meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. Sleep medicine 2010;11(6):505-11
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2009.12.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20347389[153] van Sleuwen BE, Engelberts AC, Boere-Boonekamp MM, Kuis W, Schulpen TWJ, L'Hoir MP. Swaddling: a systematic review. Pediatrics 2007;120(4):e1097-106
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17908730[154] Bootzin RR, Stevens SJ. Adolescents, substance abuse, and the treatment of insomnia and daytime sleepiness. Clinical psychology review 2005;25(5):629-44
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15953666[155] Britton WB, Bootzin RR, Cousins JC, Hasler BP, Peck T, Shapiro SL. The contribution of mindfulness practice to a multicomponent behavioral sleep intervention following substance abuse treatment in adolescents: a treatment-development study. Substance abuse 2010;31(2):86-97
http://dx.doi.org/10.1080/08897071003641297 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20408060[156] Bei B, Byrne ML, Ivens C, Waloszek J, Woods MJ, Dudgeon P, Murray G, Nicholas CL, Trinder J, Allen NB. Pilot study of a mindfulness-based, multi-component, in-school group sleep intervention in adolescent girls. Early intervention in psychiatry 2013;7(2):213-20
http://dx.doi.org/10.1111/j.1751-7893.2012.00382.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22759744[157] Schregardus R. Kinderen met slaapproblemen. Amsterdam: Uitgeverij Boom
[158] Sadeh A, Mindell JA, Owens J. Why care about sleep of infants and their parents? Sleep medicine reviews 2011;15(5):335-7
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2011.03.001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21612956[159] Middlemiss W, Granger DA, Goldberg WA. Response to "let's help parents help themselves: a letter to the editor supporting the safety of behavioural sleep techniques". Early human development 2013;89(1):41-2
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2012.07.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22889752[160] Price A, Hiscock H, Gradisar M. Let's help parents help themselves: a letter to the editor supporting the safety of behavioural sleep techniques. Early human development 2013;89(1):39-40
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2012.07.018 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22883341[161] Middlemiss W, Granger DA, Goldberg WA, Nathans L. Asynchrony of mother-infant hypothalamic-pituitary-adrenal axis activity following extinction of infant crying responses induced during the transition to sleep. Early human development 2012;88(4):227-32
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2011.08.010 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21945361[162] Price AMH, Wake M, Ukoumunne OC, Hiscock H. Five-year follow-up of harms and benefits of behavioral infant sleep intervention: randomized trial. Pediatrics 2012;130(4):643-51
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-3467 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22966034[163] Boer F. Slaapproblemen bij kinderen: Kinderpsychologie in de praktijk. Lannoo-Meulenhoff Belgium 2013
[164] Karp HN. Re: a randomized, controlled trial of a behavioral intervention to reduce crying among infants. Journal of the American Board of Family Medicine : JABFM 2010;23(5):689-90; author reply 690-1
http://dx.doi.org/10.3122/jabfm.2010.05.100139 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20823369[165] Harrington JW, Logan S, Harwell C, Gardner J, Swingle J, McGuire E, Santos R. Effective analgesia using physical interventions for infant immunizations. Pediatrics 2012;129(5):815-22
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-1607 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22508924[166] de Bruin E, Waterman D, Meijer AM. SlimSlapen: Cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-i) bij adolescenten. In: Braet C, Bögels S, eds. Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten met psychische klachten. 1st ed. Amsterdam: Boom 2013
[167] Vlasblom E, Beltman M. Rapportage Praktijktest richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen. 2016
http://dx.doi.org/TNO,%20Leiden[168] Krom M. De relatie tussen de slaapduur en het werkgeheugen van kinderen van 8-9 jaar en kinderen van 10-11 jaar oud. 2012
http://dx.doi.org/Universiteit%20Leiden[169] LeBourgeois MK, Giannotti F, Cortesi F, Wolfson AR, Harsh J. The relationship between reported sleep quality and sleep hygiene in Italian and American adolescents. Pediatrics 2005;115(1 Suppl):257-65
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15866860[170] Meijer AM. Chronic sleep reduction, functioning at school and school achievement in preadolescents. Journal of sleep research 2008;17(4):395-405
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2008.00677.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19021856[171] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Meijer AM. The effects of sleep extension on sleep and cognitive performance in adolescents with chronic sleep reduction: an experimental study. Sleep medicine 2013;14(6):510-7
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2013.01.012 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23523432[172] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Meijer AM. The effects of sleep extension and sleep hygiene advice on sleep and depressive symptoms in adolescents: a randomized controlled trial. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 2014;55(3):273-83
http://dx.doi.org/10.1111/jcpp.12157 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24252173[173] Dewald-Kaufmann JF, Oort FJ, Bögels SM, Meijer AM. Why sleep matters: Differences in daytime functioning between adolescents with low and high chronic sleep reduction and short and long sleep durations. Journal of Cognitive and Behavioral Psychotherapies 2013;13(1a):171
[174] Hunziker UA, Barr RG. Increased carrying reduces infant crying: a randomized controlled trial. Pediatrics 1986;77(5):641-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3517799[175] Müller S, Hemmi MH, Wilhelm FH, Barr RG, Schneider S. Parental report of infant sleep behavior by electronic versus paper-and-pencil diaries, and their relationship to actigraphic sleep measurement. Journal of sleep research 2011;20(4):598-605
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2869.2011.00926.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21707809[176] Werner H, Molinari L, Guyer C, Jenni OG. Agreement rates between actigraphy, diary, and questionnaire for children's sleep patterns. Archives of pediatrics & adolescent medicine 2008;162(4):350-8
http://dx.doi.org/10.1001/archpedi.162.4.350 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18391144[177] Carney CE, Buysse DJ, Ancoli-Israel S, Edinger JD, Krystal AD, Lichstein KL, Morin CM. The consensus sleep diary: standardizing prospective sleep self-monitoring. Sleep 2012;35(2):287-302
http://dx.doi.org/10.5665/sleep.1642 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22294820[178] Erickson JM. Approaches to measure sleep-wake disturbances in adolescents with cancer. Journal of pediatric nursing 2009;24(4):255-69
http://dx.doi.org/10.1016/j.pedn.2008.03.004 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19632503[179] Wolfson AR, Carskadon MA, Acebo C, Seifer R, Fallone G, Labyak SE, Martin JL. Evidence for the validity of a sleep habits survey for adolescents. Sleep 2003;26(2):213-6
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12683482[180] Bruni O, Alonso-Alconada D, Besag F, Biran V, Braam W, Cortese S, Moavero R, Parisi P, Smits M, Van der Heijden K, Curatolo P. Current role of melatonin in pediatric neurology: clinical recommendations. European journal of paediatric neurology : EJPN : official journal of the European Paediatric Neurology Society 2015;19(2):122-33
http://dx.doi.org/10.1016/j.ejpn.2014.12.007 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25553845[181] Cohen D, Bonnot O, Bodeau N, Consoli A, Laurent C. Adverse effects of second-generation antipsychotics in children and adolescents: a Bayesian meta-analysis. Journal of clinical psychopharmacology 2012;32(3):309-16
http://dx.doi.org/10.1097/JCP.0b013e3182549259 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22544019[182] Owens JA, Moturi S. Pharmacologic treatment of pediatric insomnia. Child and adolescent psychiatric clinics of North America 2009;18(4):1001-16
http://dx.doi.org/10.1016/j.chc.2009.04.009 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19836701[183] Cheng JYW, Chen RYL, Ko JSN, Ng EML. Efficacy and safety of atomoxetine for attention-deficit/hyperactivity disorder in children and adolescents-meta-analysis and meta-regression analysis. Psychopharmacology 2007;194(2):197-209
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17572882[184] Cortese S, Holtmann M, Banaschewski T, Buitelaar J, Coghill D, Danckaerts M, Dittmann RW, Graham J, Taylor E, Sergeant J, . Practitioner review: current best practice in the management of adverse events during treatment with ADHD medications in children and adolescents. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines 2013;54(3):227-46
http://dx.doi.org/10.1111/jcpp.12036 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23294014[185] Fietta P, Fietta P, Delsante G. Central nervous system effects of natural and synthetic glucocorticoids. Psychiatry and clinical neurosciences 2009;63(5):613-22
http://dx.doi.org/10.1111/j.1440-1819.2009.02005.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19788629[186] Owens JA, Babcock D, Blumer J, Chervin R, Ferber R, Goetting M, Glaze D, Ivanenko A, Mindell J, Rappley M, Rosen C, Sheldon S. The use of pharmacotherapy in the treatment of pediatric insomnia in primary care: rational approaches. A consensus meeting summary. Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine 2005;1(1):49-59
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17561616[187] Kempler L, Sharpe L, Miller CB, Bartlett DJ. Do psychosocial sleep interventions improve infant sleep or maternal mood in the postnatal period? A systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Sleep medicine reviews 2016;29():15-22
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2015.08.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26555938[188] Douglas PS. High level evidence does not support first wave behavioural approaches to parent-infant sleep Sleep Medicine Reviews 2015;29():
[189] Douglas P, Whittingham K. Response to 'sleeping like a baby? infant sleep: Impact on care givers and current controversies'. Journal of paediatrics and child health 2015;51(2):234
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12835 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25677489[190] Gradisar M, Jackson K, Spurrier NJ, Gibson J, Whitham J, Williams AS, Dolby R, Kennaway DJ. Behavioral Interventions for Infant Sleep Problems: A Randomized Controlled Trial. Pediatrics 2016;137(6):
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2015-1486 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27221288[191] Hiscock H, Fisher J. Sleeping like a baby? Infant sleep: impact on caregivers and current controversies. Journal of paediatrics and child health 2015;51(4):361-4
http://dx.doi.org/10.1111/jpc.12752 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25293637[192] Middlemiss W, Yaure R, Huey EL. Translating research-based knowledge about infant sleep into practice. Journal of the American Association of Nurse Practitioners 2015;27(6):328-37
http://dx.doi.org/10.1002/2327-6924.12159 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25088326[193] Narvaez D. The Ethics of Early Life Care: The Harms of Sleep Training Clinical Lactation 2013;4(2):66
[194] Crncec R, Matthey S, Nemeth D. Infant sleep problems and emotional health: A review of two behavioural approaches Journal of Reproductive and Infant Psychology 2010;28(1):44
[195] Blunden SL, Thompson KR, Dawson D. Behavioural sleep treatments and night time crying in infants: challenging the status quo. Sleep medicine reviews 2011;15(5):327-34
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2010.11.002 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21295501[196] Barlow J, National Scientific Council on the Developing Child. Excessive stress disrupts the development of brain architecture. Journal of Children's Services 2014;9(2):143
[197] Ha T, Granger DA. Family Relations, Stress, and Vulnerability: Biobehavioral Implications for Prevention and Practice Family Relations 2016;65(1):9
[198] Jansen J, Beijers R, Riksen-Walraven M, de Weerth C. Cortisol reactivity in young infants. Psychoneuroendocrinology 2010;35(3):329-38
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2009.07.008 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19651476[199] Beijers R, Jansen J, Riksen-Walraven M, de Weerth C. Attachment and infant night waking: a longitudinal study from birth through the first year of life. Journal of developmental and behavioral pediatrics : JDBP 2011;32(9):635-43
http://dx.doi.org/10.1097/DBP.0b013e318228888d https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21743349[200] Bélanger M-È, Bernier A, Simard V, Bordeleau S, Carrier J. Viii. Attachment and sleep among toddlers: disentangling attachment security and dependency. Monographs of the Society for Research in Child Development 2015;80(1):125-40
http://dx.doi.org/10.1111/mono.12148 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25704739[201] Higley E, Dozier M. Nighttime maternal responsiveness and infant attachment at one year. Attachment & human development 2009;11(4):347-63
http://dx.doi.org/10.1080/14616730903016979 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19603300[202] McNamara P, Belsky J, Fearon P. Infant sleep disorders and attachment: Sleep problems in infants with insecure-resistant versus insecure-avoidant attachments to mother. Sleep Hypnosis 2003;5(1):17
[203] Morrell J, Steele H. The role of attachment security, temperament, maternal perception, and care-giving behavior in persistent infant sleeping problems Infant mental health journal 2003;24(5):447
[204] Mileva-Seitz VR, Luijk MPCM, van Ijzendoorn MH, Bakermans-Kranenburg MJ, Jaddoe VWV, Hofman A, Verhulst FC, Tiemeier H. ASSOCIATION BETWEEN INFANT NIGHTTIME-SLEEP LOCATION AND ATTACHMENT SECURITY: NO EASY VERDICT. Infant mental health journal 2016;37(1):5-16
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.21547 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26719041[205] Pennestri M-H, Moss E, O'Donnell K, Lecompte V, Bouvette-Turcot A-A, Atkinson L, Minde K, Gruber R, Fleming AS, Meaney MJ, Gaudreau H, . Establishment and consolidation of the sleep-wake cycle as a function of attachment pattern. Attachment & human development 2015;17(1):23-42
http://dx.doi.org/10.1080/14616734.2014.953963 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25231054[206] Zentall SR, Braungart-Rieker JM, Ekas NV, Lickenbrock DM. Longitudinal assessment of sleep–wake regulation and attachment security with parents. Infant and Child Development 2012;21(5):443
[207] Simard V, Bernier A, Bélanger M-È, Carrier J. Infant attachment and toddlers' sleep assessed by maternal reports and actigraphy: different measurement methods yield different relations. Journal of pediatric psychology 2013;38(5):473-83
http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jst001 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23428653[208] Cronin A, Halligan SL, Murray L. Maternal psychosocial adversity and the longitudinal development of infant sleep. Infancy 2008;13(5):469
[209] Sheridan A, Murray L, Cooper PJ, Evangeli M, Byram V, Halligan SL. A longitudinal study of child sleep in high and low risk families: relationship to early maternal settling strategies and child psychological functioning. Sleep medicine 2013;14(3):266-73
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2012.11.006 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23337072[210] Morrell J, Cortina-Borja M. The developmental change in strategies parents employ to settle young children to sleep, and their relationship to infant sleeping problems, as assessed by a new questionnaire: the Parental Interactive Bedtime Behaviour Scale Infant and Child Development 2002;11(1):17
[211] Cowie J, Palmer CA, Hussain H, Alfano CA. Parental Involvement in Infant Sleep Routines Predicts Differential Sleep Patterns in Children With and Without Anxiety Disorders. Child psychiatry and human development 2016;47(4):636-46
http://dx.doi.org/10.1007/s10578-015-0597-0 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26493392[212] Teti DM, Kim B-R, Mayer G, Countermine M. Maternal emotional availability at bedtime predicts infant sleep quality. Journal of family psychology : JFP : journal of the Division of Family Psychology of the American Psychological Association (Division 43) 2010;24(3):307-15
http://dx.doi.org/10.1037/a0019306 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20545404[213] Philbrook LE, Hozella AC, Kim B-R, Jian NI, Shimizu M, Teti DM. Maternal emotional availability at bedtime and infant cortisol at 1 and 3 months. Early human development 2014;90(10):595-605
http://dx.doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2014.05.014 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25128871[214] Hubbard FO, Van IJzendoorn MH. Maternal unresponsiveness and infant crying across the first 9 months: A naturalistic longitudinal study Infant Behavior and Development 1991;14(3):299
[215] van IJzendoorn MH, Hubbard FO. Are infant crying and maternal responsiveness during the first year related to infant-mother attachment at 15 months? Attachment & human development 2000;2(3):371-91
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11708224[216] Hauck YL, Hall WA, Dhaliwal SS, Bennett E, Wells G. The effectiveness of an early parenting intervention for mothers with infants with sleep and settling concerns: a prospective non-equivalent before-after design. Journal of clinical nursing 2012;21(1-2):52-62
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2702.2011.03734.x https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21649763[217] Whittingham K, Douglas P. Optimizing parent-infant sleep from birth to 6 months: a new paradigm. Infant mental health journal 2014;35(6):614-23
http://dx.doi.org/10.1002/imhj.21455 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25798510[218] Mileva-Seitz VR, Bakermans-Kranenburg MJ, Battaini C, Luijk MPCM. Parent-child bed-sharing: The good, the bad, and the burden of evidence. Sleep medicine reviews 2017;32():4-27
http://dx.doi.org/10.1016/j.smrv.2016.03.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27107752[219] Volkovich E, Ben-Zion H, Karny D, Meiri G, Tikotzky L. Sleep patterns of co-sleeping and solitary sleeping infants and mothers: a longitudinal study. Sleep medicine 2015;16(11):1305-1312
http://dx.doi.org/10.1016/j.sleep.2015.08.016 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26498228[220] Tollenaar MS, Beijers R, Jansen J, Riksen-Walraven JMA, de Weerth C. Solitary sleeping in young infants is associated with heightened cortisol reactivity to a bathing session but not to a vaccination. Psychoneuroendocrinology 2012;37(2):167-77
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2011.03.017 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21530088[221] Beijers R, Riksen-Walraven JM, de Weerth C. Cortisol regulation in 12-month-old human infants: associations with the infants' early history of breastfeeding and co-sleeping. Stress (Amsterdam, Netherlands) 2013;16(3):267-77
http://dx.doi.org/10.3109/10253890.2012.742057 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23116166[222] Waynforth D. The influence of parent-infant cosleeping, nursing, and childcare on cortisol and SIgA immunity in a sample of British children. Developmental psychobiology 2007;49(6):640-8
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17680611[223] Lucas-Thompson R, Goldberg WA, Germo GR, Keller MA, Davis EP, Sandman CA. Sleep Arrangements and Night Waking at 6 and 12 Months in Relation to Infants' Stress-induced Cortisol Responses Infant and Child Development 2009;18(6):521
Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?
Geef jouw feedbackLET OP: print de JGZ-richtlijn in liggende afdrukstand!
Grote tabellen zijn niet volledig zichtbaar als de JGZ-richtlijn in staande afdrukstand geprint wordt. Om kleuren in de printversie goed door te laten komen, moet bij de printerinstellingen Achtergrondillustraties aangezet worden.
Disclaimer printversie JGZ-richtlijnen
De printversie van de JGZ-richtlijn bevat de algemene tekst inclusief de aanbevelingen. De wetenschappelijke onderbouwing is terug te vinden op de website, bij de aanbevelingen onder de link “Evidence”.