2.4 Epidemiologie slaapproblemen 

JGZ-richtlijn Slaap

JGZ-richtlijn Slaap

Slaap

In deze paragraaf onderscheiden we slaapproblemen, d.w.z. ouders of kinderen ervaren zelf het slapen (of gebrek daaraan) als een probleem, en slaapstoornissen, d.w.z. een slaapstoornis volgens een bepaalde definitie (zie ook ‘Differentiaal diagnose slaapproblemen en slaapstoornissen’). In tabel 2 wordt de prevalentie van slaapproblemen bij kinderen weergegeven (gerapporteerd door ouders of door de kinderen zelf). Er zijn Nederlandse cijfers gebruikt waar beschikbaar. Veel slaapproblemen bij jonge kinderen zijn van voorbijgaande aard, maar ongeveer een kwart van de slaapproblemen blijft bestaan tot in de adolescentie [43][90].

Tabel 2 – Prevalentie van slaapproblemen per leeftijd. 

Leeftijd

Prevalentie 

Toelichting

Bron

Baby’s (0-6 mnd)

26%

Door ouders ervaren slaapproblemen [30]
12 mnd- 24 mnd

27%

Door ouders ervaren slaapproblemen [30]
Peuters

~19%

Speculatie op basis van door ouders ervaren slaapproblemen (in internationale literatuur) [16]*
Kleuters

10%

Door ouders ervaren moeite met in slaap vallen (gedurende ≥30 min) en ’s nachts wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen [44]
6-12 jaar

25%

Zelf ervaren slaapproblemen [84]

Adolescenten

(12-18 jaar)

~20%

Zelf ervaren slaapproblemen [43][90]

* Cijfers uit internationale literatuur, geen Nederlandse gegevens beschikbaar 

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen