5.2 Voorwaarden om aan de slag te gaan met slapen

JGZ-richtlijn Slaap

JGZ-richtlijn Slaap

Slaap

Werken aan de preventie van slaapproblemen of het inzetten van slaapinterventies om slaapproblemen te behandelen, kan het beste gedaan worden vanuit een positieve relatie tussen ouders en kind. De ouder biedt daarbij sensitieve en responsieve zorg aan het kind. Daarmee wordt bedoeld dat de ouder de signalen van het kind opmerkt en begrijpt, en er tijdig en gepast op reageert. 

Rondom het slapen betekent dit dat de ouder ook ’s avonds en ‘s nachts sensitief reageert op de signalen van het kind. De belangrijkste functie van responsiviteit van de ouder is het bieden van een veilige haven voor het kind in situaties van stress en het helpen reguleren van de emoties. Het kind leert van deze responsieve reacties van de ouder dat de ouder er voor hem is en dat emoties beheersbaar en tijdelijk zijn. Dit proces van dyadische regulatie is belangrijk voor de vorming van de gehechtheidsrelatie en voor latere zelfregulerende vaardigheden van het kind.
    
Voor het zelfstandig leren slapen is daarnaast belangrijk dat de ouder duidelijk aangeeft dat hij erop vertrouwt dat het kind zelfstandig kan leren slapen. Ook de ouder zelf moet hierin vertrouwen hebben. Daarbij is de algehele kwaliteit van de relatie tussen ouder en kind van belang, niet alleen de omstandigheden in de context van zelfstandig leren slapen [144]. Een veilige gehechtheidsrelatie is daarom een voorwaarde voor succesvol zelfstandig leren en dus ook voor zelfstandig leren slapen. 

Aanbevelingen

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen