5.3 Algemene voorlichting

JGZ-richtlijn Slaap

JGZ-richtlijn Slaap

Slaap

Het begeleiden van ouders en kinderen (0-18 jaar) met slaapproblemen door de JGZ moet beginnen met ouders informeren over het belang van voldoende slaap en wat een normaal slaapgedrag is per leeftijdsfase [145][115][131][139]. Aan ouders van baby’s is het zaak om eerst uitleg te geven over de nog korte slaapcycli en het feit dat de slaap zich nog moet gaan ontwikkelen. 

Ouders moeten zich ervan bewust worden dat het normaal is dat baby’s hulp nodig hebben om tot rust te komen. In eerste instantie kunnen ze actief bijdragen aan het kalmeren van de baby, bijvoorbeeld door te wiegen, te sussen of zachtjes tegen de baby te praten. Zodra het slapen beter gaat en het kind rustiger wordt, kunnen ouders het toepassen van deze technieken geleidelijk afbouwen tot het kind slaperig, maar nog wakker in bed te leggen is. 

Om goed te kunnen slapen moeten de basis slaapvoorzieningen (bijv. een rustige en donkere slaapomgeving ‘s nachts) op orde zijn en de bedtijden op de slaapbehoefte en het natuurlijke ritme (ochtend/ avondtype) van het kind afgestemd zijn. Daarnaast moeten ouders en kinderen geïnformeerd worden over het opbouwen van een gezonde en leeftijdsadequate slaaphygiëne (zie slaaptips in bijlagen ‘Slaaptips voor kinderen' en ‘Slaaptips voor pubers en adolescenten’). 

Het waarborgen van deze voorwaarden kan vaak al een positieve invloed hebben op het slaappatroon van het kind. Wanneer er na deze eerste benadering nog geen verbetering is, kunnen JGZ-professionals samen met ouders en kinderen stapsgewijs opbouwen naar intensievere gedragsinterventies gericht op slaap. 

Aanbevelingen

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen